VONNIS-SPOKEN-DANS & PATRONAGE VAN HOFPRESIDENT OMTRENT WEL OF GEEN (ON)GELDIGHEID TERUGROEPWET SAPOEN & CHITAN

 

Stelling: NDP IS MEESTER IN HET PATRONAGE-MODEL

Het model van Bouterse kent slinkse elementen, net vooruitgeschoven pionnen die als dekking moeten dienen voor eigen interpretering van de wetten en eigen bescherming van het onderdrukkingsmechanisme door zich alsmaar te verschuilen achter ambten, instituten en organen van de staat. Het model van Desi Bouterse heeft een directeur als pion die alles wat niet past in het model van Bouterse alsmaar blijft goed praten en verdedigen. Deze directeur van het kabinet van de President ontpopt zich door de Bouterse scenario’s steeds weer als de enige echte betweter over recht en wet in Suriname. De president vaart op het compas van zijn directeur bestuurlijke en administratieve aangelegenheden. In het patronage model weet deze directeur met niet bestaande entiteiten, zoals een niet bestaand constitutioneel hof toen inzake het 8 december proces, de gehele rechtspraak in Suriname op het verkeerde spoor te zetten. In deze case heeft toen ook de Hofpresident Iwan Rasoelbaks, hier een stokje voor gestoken, door te beslissen bij vonnis dat de amnestiewet wel degelijk beoordeeld mocht worden door de Krijgsraad en zelf ook nog in dit byzondere geval van het 8 decemberproces terzijde mocht worden geschoven door de Krijgsraad. Wat toen ook geschiedde waardoor het 8 december proces zijn vervolg kon hebben en niet gestuit was door de amnestiewet. Anno 2020 zit de Hofpresident nog steeds  in de positie van waarnemer. Met een omstandigheid van een onzekere toekomst zien wij vele Surinamers eieren voor hun geld kiezen en principeloos keuzen maken die geschoeid zijn op persoonlijke leest. Overal, in de totale samenleving is dit fenomeen van de kromme rug, het eigen belang zichtbaar. Immers, zo werkt nu eenmaal het systeem van het patronage, het model dat door Desi Bouterse gekoesterd en veredeld is en Suriname letterlijk de afgrond heeft ingeduwd op alle vlakken en alle sectoren van de samenleving. 

TIMING

Desi Bouterse werkt met “tijdstip en omstandigheid”. Dit gegeven is cruciaal in het slagen van zijn scenario. Daarom heeft Bouterse ook alle tijd van de wereld en lijkt hij zich echt nergens druk om te maken. Vroeg of laat manoevreert Desi Bouterse zijn pionnen in posities waar zij zich niet meer zelfstandig uit kunnen bevrijden en maakt hen zo tot slaaf, tot spreekbuis en Boutist. De directeur van zijn Bureau Volks contacten is het schoolvoorbeeld hiervan. Al bij het eerste aantreden van het Kabinet Bouterse-Ameerali, reed deze Kenneth Sloote een scheve schaats op het ministerie waar zijn partijgenoot Ramon Abrahams de scepter zwaaidde als minister van Openbare Werken. Kenneth Sloote zou zich daar op oneigenlijke wijze een groot geldbedrag van tienduizenden euro’s hebben toegeeigend en werd op staande voet ontslagen. Na verguist te zijn door eigen partijgenoten op radio en televisie, mocht dit gevallen schaap aantreden bij zijn baas, zijn patroon, zijn partijleider en zijn volkspresident en werd hij op dit kabinet belast met de taak van bureau volkscontacten. Ditzelfde bureau dat weer als instrument werd ingeschoven in het scenario van overtreden van de COVID-19 regels door niemand minder dan de President. Wereldwijd werd dit wangedrag van de President viraal op social media, waar duidelijk met beeld en geluid van zeer dichtbij de President gefilmd is die zich zat te vermaken met een groep NDP-ers uit Flora. Dit wangedrag kwam direct dezelfde dag dat de President de natie toesprak op het zich houden aan de corona-regels en indien niet hij genoodzaakt zou zijn de noodtoestand uit te roepen, vooral ook omdat langs de grenzen er gewoon over en weer mensen in en uit gingen en dat met name het binnenland dus een risico factor werd van wel duizenden besmettingen. En uren daarna zat de President met sigaret aan de drank met jongelui, welke verklaring daarna luidde dat het bureau volkscontacten het werk zal overnemen maar dat de president een luisterend oor had gelegd omdat hij ongewild in die situatie gemanouvreerd was en door de jongeren langs de weg staande gehouden was. De president die publiekelijk zijn excuses hiervoor aanbood moet van de koude kermis zijn thuis gekomen dat er dus binnen zijn innercircle gefilmd is en de beelden op social media zijn gezet, een gedrag een president onwaardig, met pet en sigaret in een niet nuchtere toestand. Maar de president redt zich er altijd uit met zijn voorgeschoven pionnen. Over de gehele linie van het patronage model zijn de pionnen in place. Maar zo kan je nooit een land opbouwen. Met eerlijkheid en ondersteunt door de wetenschap weet elk land zich te ontworstelen uit de greep van zijn eigen problemen. Suriname zal deze drempel moeten nemen, maar voor nu blijft het toch allemaal lood om uod ijzer omdat de jonge nieuwe politici op hetzelfde model varen met hier en daar nuance verschillen. Het oude model van patronage moet overboord, en eerder dan dat zal Suriname in armoede blijven. De ratingbureaus liegen er niet om, downgrading op downgrading, eerst van Finch, toen Standerd adn Poors en nu Moody’s. 

INZET VAN LEKEN

Bewust wordt met ondeskundigen gewerkt opdat het model van hogerhand gemanipuleerd kan worden. Wanneer cruciale schakels zoals het Hoofdstembureau of welk ander orgaan ook haar werk niet weet te doen, kan dat in het ene geval gunstig uitpakken als het de heersers uitkomt. In het andere geval wanneer het ongustig voor hen dreigt uit te pakken, nemen zij dan direct het roer over of zetten de pionnen in ter vergoeielijking van het kwaad dat geschied is. De puppets on a string zijn zeer talrijk  binnen de NDP om het model zo overeind te houden. 

Op persoonlijke titel

Hofpresident Iwan Rasoelbaks. Foto: Suriname Herald

Slotopmerking van de waarnemend president van het Hof over de toelichting van het vonnis van het Hof van Justitie van 20 maart 2020 inzake de terugroeping van twee assembleeleden door hun politieke organisatie:

w.g.
Iwan Rasoelbaks

Noot:
De open ruimte illustreert de nietszeggende reactie van Iwan Rasoelbaks, inzake zijn gegeven uitleg met betrekking tot vonnis tegen Raymond Sapoen en Diepakkoemar Chitan.

Sunil Sookhlall & Kries Mahabier

https://www.srherald.com/columns/2020/04/27/op-persoonlijke-titel/?fbclid=IwAR1wmEitYkzoEatawL3cNw4c_tvEIa1K0bhlZVnjAM9ZfjtZ77FCcde8ZTE

Rasoelbaks: Toelichting vonnis Sapoen en Chitan was op eigen titel

25 Apr, 2020, 04:34

foto

 Waarnemend Hofpresident Iwan Rasoelbaks 

 

Waarnemend president van het Hof van Justitie Iwan Rasoelbaks schrijft op de website van het Hof dat hij op eigen titel het vonnis in de terugroepingszaak tegen Raymond Sapoen en Diepakkoemar Chitan heeft toegelicht. Hij heeft dit gedaan in zijn hoedanigheid van waarnemend Hofpresident, “naar aanleiding van veel gestelde vragen over dit vonnis in de samenleving” en zegt dat hij zijn “eigen inzichten” heeft meegegeven bij dit alles.
 
Op 20 maart 2020 wees het Hof van Justitie vonnis in de terugroepingszaak. Verschillende personen en organisaties gaven hun mening en uitleg over dit vonnis. Ook Rasoelbaks klom in de pen en gaf op 10 april een toelichting op de website. Die werd door sommige verwelkomd en door anderen zwaar bekritiseerd. 
 
Rasoelbaks gaat in een slotopmerking daarop in en zegt: “Een van de opvattingen is dat de vonnis-wijzende kamer een nadere toelichting heeft gegeven over zijn eigen vonnis. De toelichting is evenwel niet daardoor ingegeven en ik betreur dan ook dat bij sommigen het onbehaaglijk gevoel is ontstaan dat in gelieerde zaken van partijen de rechter niet langer onbevangen recht zal spreken.”
 
Geen aanspraken 
Het zij hier dan ook aangestipt dat anders dan uit het vonnis zelf, geen aanspraken ontleend kunnen worden aan de gegeven toelichting, geeft Rasoelbaks aan. Volgens hem zullen rechters die moeten beslissen in gelieerde zaken van partijen “onverschrokken, onafhankelijk en onpartijdig en naar eigen deskundig inzicht recht doen in die zaken”. Dit conform de gedragscode voor rechters.
 
Meer toelichtingen
Rasoelbaks erkent het gemis van een persrechter. En bij het ontbreken van dit instituut heeft hij als waarnemend Hofpresident “waar nodig, de taak toelichtend dan wel informerend op te treden naar het publiek”. De toelichting van 10 april is een “voorloper geweest” vanuit het Hof. De komende tijd mag het publiek meer korte toelichtingen verwachten op vonnissen die hiervoor in aanmerking komen. Het Hof ziet dit als een dienstverlenende taak om uitspraken van rechters “inzichtelijker te maken voor de gemeenschap”. 
 
Instituut van persrechter
Rasoelbaks geeft verder aan dat het Hof gesterkt is in het voornemen om het instituut van persrechter te structureren en activeren om de samenleving waar nodig van informatie dan wel uitleg van een uitspraak te voorzien. “Vooralsnog voorziet de uitsprakendatabank op de website van het Hof in die informatiebehoefte van de samenleving.”

Reactie op het commentaar van mr. Prenobe Bissessur

Wij stellen het bijzonder op prijs dat de heer Mr. Prenobe Bissessur tijd heeft vrijgemaakt om een reactie te geven op onze column met de titel “Hof van Justitie: een begraven DNA-lid is nog steeds DNA-lid”. Deze column was een reactie op de uitleg die het Hof van Justitie (Hof) had gegeven naar aanleiding van haar vonnis. De heer Bissessur heeft een ons bekend zijnde rechtstheorie verduidelijkt met betrekking tot onze column. Het Hof dient een condemnatoir vonnis uit te wijzen (iets doen of nalaten) in een zaak van kortgeding (voorlopige voorziening). Het Hof kan geen declaratoir of constitutief vonnis wijzen in een dergelijke procedure, aldus de heer Bissessur.

Nu hij de moeite heeft genomen om te reageren op onze column, achten wij in deze nodig om een reactie te geven, des te meer vanwege het feit dat dit een zeer belangrijk onderwerp is.

Wij hebben de indruk dat de heer Bissessur het idee heeft dat wij het vonnis bestrijden. Wij willen vooropstellen dat wij in de betreffende column niet het vonnis bestrijden, maar wel de uitleg die het Hof geeft aan het vonnis. Dat het betreffende vonnis een condemnatoir karakter heeft, tot dusver zijn wij het met de heer Bissessur ook eens.

Declaratoir vonnis: rechtstoestand vaststellen (citaat: P. Bissessur)

Commentaar
Het Hof stelt in haar vonnis vast dat de terugroeping van Raymond Sapoen en Diepakkoemar Chitan wel rechtsgeldig is geweest vanaf het jaar 2015, maar in de uitleg stelt het Hof dat hun lidmaatschap van De Nationale Assemblee (DNA) niet beëindigd is. Dit, terwijl volgens de Grondwet terugroeping, van rechtswege gelijk staat aan het einde van lidmaatschap DNA (artikel 68 lid 1 sub c van de Grondwet). Daarvoor hoeven er geen nadere handelingen gepleegd te worden door derde partijen.

Uit de uitleg van het Hof blijkt dat zij ook de rechtstoestand van de terugroeping (geen einde DNA-lidmaatschap) heeft willen vaststellen. Het Hof geeft hier een declaratoire uitleg.

Constitutief vonnis: een rechtstoestand scheppen, wijzigen of beëindigen (citaat: P. Bissessur)

Commentaar
Blijkens uitleg van het Hof, is er wel een rechtstoestand geschapen. Het Hof zegt dat deze heren nog steeds DNA-lid zijn, zolang de nieuwe DNA-leden niet benoemd zijn. Dit, terwijl de Grondwet iets anders zegt. De reden die het Hof hiervoor zoekt, is de aanname van het Hof dat er geen vacuüm mag ontstaan na terugroeping. Het Hof bedoelt impliciet dat DNA niet uit 49 leden mag bestaan na terugroeping, want DNA moet uit 51 leden bestaan.

In tegenstelling tot hetgeen het Hof stelt (geen vacuüm), is voor deze aanname van het Hof nergens steun te vinden in de wet. Integendeel, volgens de wet is er juist wel een vacuüm toegestaan, maar dan van maximaal 44 dagen. Binnen deze 44 dagen dienen de opvolgers benoemd te zijn. Indien ze niet benoemd zijn binnen die 44 dagen, dan ontstaat er ook een vacuüm, maar dan is het een onwettig vacuüm.

Volgens het Hof daarentegen, mag het vacuüm net zo lang duren totdat in de opvolging is voorzien; dus het mag ook langer dan 44 dagen duren. Deze interpretatie is in strijd met de wet. Het Hof verdedigt het buitenwettelijke vacuüm. Indien het DNA-lidmaatschap niet beëindigd is, komt het erop neer dat de terugroeping (beëindiging lidmaatschap), gepauzeerd is zolang geen nieuwe leden zijn benoemd (rechtstoestand is gewijzigd).

Condemnatoir vonnis: een vonnis waarbij een partij iets moet doen of nalaten (citaat: P. Bissessur)

Commentaar
Volgens de heer Bissessur heeft het Hof zich terecht niet kunnen uitspreken over het lidmaatschap van Sapoen en Chitan van DNA. Anders zou het Hof respectievelijk een declaratoir dan wel constitutief vonnis wijzen, aldus de heer Bissessur.

Het Hof heeft inderdaad gezegd dat de heren Sapoen en Chitan moeten nalaten zich uit te gegeven als DNA-leden (condemnatoir). Echter had het Hof het dan ook hierbij moeten laten, punt. Het Hof had zich in haar uitleg dan niet moeten uitlaten over het wel of niet beëindigen van het lidmaatschap van de betreffende heren. Het Hof had zich niet moeten uitlaten over het vacuüm en de periode van het toegestane vacuüm (49 leden). Het Hof heeft haar vonnis dusdanig uitgelegd dat de grenzen van het condemnatoir gedeelte overschreden is. Het Hof heeft zich in haar uitleg begeven op het vlak van het declaratoire en constitutieve.

Wij weten ook dat buiten het vonnis om, de nadere uitleg van het Hof geen enkele juridische waarde heeft. Het Hof zal steeds geattendeerd worden op haar eigen vonnis, niet aan haar uitleg. Het condemnatoir vonnis van het Hof heeft uiteraard ook declaratoire en constitutieve gevolgen. Echter is het niet aan het Hof om die gevolgen te pareren. Dat het Hof zelfs nodig heeft geacht om aan damage control voor de wetgever en de regering te doen met betrekking tot de gevolgen, achten wij onbegrijpelijk (vooral omdat er geen damage voor het Hof was). Wat niet kapot is, moet je niet repareren. Helaas zien wij dat bij damage control men vaak ook datgene gaat repareren, wat niet kapot is….en dan gaat het juist kapot.

Het Hof heeft historie geschreven, want nog nooit is het voorgekomen dat het Hof een vonnis nader uitlegt.

Sunil Sookhlall & Kries Mahabier

https://www.srherald.com/columns/2020/04/19/reactie-op-het-commentaar-van-mr-prenobe-bissessur/

Hof verwart inwerkingtreding vonnis met moment terugroeping

18 Apr, 2020, 04:18

foto

 Gerold Sewcharan 

 

Advocaat Gerold Sewcharan vindt dat het Hof van Justitie niet de aangewezen autoriteit is om eigen vonnissen uit te leggen aan het publiek. Hij kan zich niet terugvinden in de uitleg die het Hof heeft gegeven over het terugroepen van Raymond Sapoen en Diepakkoemar Chitan. De jurist vindt het een onjuist standpunt van het Hof dat Sapoen en Chitan nog de hoedanigheid van DNA-lid zouden bezitten. Want dat is juridisch volstrekt onjuist, stelt Sewcharan. Hij gaat uitgebreid in op deze kwestie. 
 
Artikel 68 lid 1 van de grondwet bepaalt dat het lidmaatschap van DNA “eindigt door : a. overlijden; b. ontslag op eigen verzoek; c. terugroeping van het lid op de wijze bij wet te bepalen …”. De beëindigingsgronden van het lidmaatschap zijn dwingend voorgeschreven en zijn vanwege hun aard voor hun inwerkingtreding niet afhankelijk gesteld van een rechterlijk vonnis.
 
De grondwet noch de Wet Rechterlijke Macht kennen het Hof de bevoegdheid toe door hem gewezen vonnissen, publiekelijk uit te leggen. Daarnaast is het dan ook de vraag hoe zo’n uitleg tot stand komt: zijn de rechters die het vonnis hebben uitgesproken betrokken geweest bij het formuleren van de gegeven uitleg; is een dergelijke uitleg een standpunt van alle rechters die lid zijn van het Hof, dus ook van de rechters die zelf het vonnis gewezen hebben? Is door het Hof in het kader van de gegeven uitleg wel acht geslagen op de processtukken en het toepasselijke recht en is er onderzoek gedaan naar regelgeving, literatuur en rechtspraak? 
 
Los van het feit dat er geen wettelijke basis bestaat voor het optreden van het Hof, zijn er tussen de procespartijen betrokken bij het vonnis van 20 maart 2020 nog bodemprocessen aanhangig bij de kantonrechter in het Eerste Kanton. Ook is er onlangs een zaak in kort geding bij de kantonrechter in het Eerste Kanton ingediend door verschillende parlementariërs waarin zij standpunten innemen op grond van het vonnis van het Hof van 20 maart 2020 over onder andere de grondwettelijkheid van de onlangs afgekondigde zogenoemde valutawet.
 
De door het Hof thans publiekelijk ingenomen standpunten gaan ook over rechtsvragen die partijen in die zaken nog verdeeld houden en kunnen, nu het Hof de hoogste rechtsprekende instantie in ons land is, van invloed zijn op de rechters die nog over die zaken moeten beslissen. Gesteld moet worden dat het Hof met de door hem in de gepubliceerde uitleg ingenomen standpunten direct de rechters die nog in voormelde zaken moeten beslissen, beïnvloedt. Het Hof ondermijnt met de uitleg over het vonnis op 20 maart 2020 volgens Sewcharan dan ook de waarborg van onbevangen en objectieve rechtspraak zoals verankerd in onze Grondwet en in mensenrechtenverdragen. Het optreden van het Hof verdient in zijn ogen rechtsstatelijk beschouwd dan ook geen schoonheidsprijs. Het Hof verwart volgens de advocaat het moment inwerkingtreding rechterlijk vonnis c.q. verbod met moment inwerkingtreding terugroeping. 
 
U kunt het gehele artikel hier downloaden. 
 

Hof verwart moment inwerkingtreding rechterlijk vonnis c.q. verbod
met moment inwerkingtreding terugroeping

Inleiding

Op zaterdag 12 april jl. om 4:46 in de vroege ochtend verscheen op Starnieuws een artikel afkomstig van het Hof van Justitie (hierna: het Hof). Blijkens het artikel heeft het Hof het nodig gevonden om haar vonnis d.d. 20 maart 2020 over de terugroepkwestie uit te leggen. Ook in De Ware Tijd van dinsdag 14 april jl. is de uitleg van het Hof gepubliceerd. Nu ik van mening ben dat het Hof niet de aangewezen autoriteit is om haar eigen vonnissen uit te leggen aan het publiek en ik mij ook niet kan terugvinden in de door het Hof gegeven uitleg over dit vonnis, deel ik bij dezen mijn zienswijze hierover met u.

De Grondwet en de Wet Terugroeping volksvertegenwoordigers 2005 (WTV)

Artikel 68 lid 1 van onze Grondwet bepaalt, voor zover hier van belang, dat het lidmaatschap van DNA “eindigt door : a. overlijden; b. ontslag op eigen verzoek; c. terugroeping van het lid op de wijze bij wet te bepalen …”. Artikel 4 lid 3 WTV bepaalt: “het eindigen van het lidmaatschap van de betrokken volksvertegenwoordiger, zoals bepaald in artikel 68 lid 1 sub c van de Grondwet is een feit bij de betekening van het deurwaardersexploit zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel”.

De beëindigingsgronden van het lidmaatschap van DNA zoals vermeld in de Grondwet zijn imperatief, wat betekent dat die dwingend zijn voorgeschreven, en voorts zijn die vanwege hun aard voor hun inwerkingtreding niet afhankelijk gesteld van een rechterlijk vonnis.

Is het Hof bevoegd haar eigen vonnissen publiekelijk uit te leggen indien er tussen de betrokken partijen nog getwist wordt over de aan de orde zijnde rechtsvragen c.q. rechtsgevolgen?
Ingevolge artikel 139 van onze Grondwet en de artikelen 32 e.v. van de Wet houdende vaststelling van een reglement op de inrichting en samenstelling van de Surinaamse

1

rechterlijke macht (hierna: Wet Rechterlijke Macht), is het Hof de hoogste instantie van de rechterlijke macht met rechtspraak belast.
Noch de Grondwet noch de Wet Rechterlijke Macht kennen het Hof de bevoegdheid toe door haar gewezen vonnissen, zeker die in kort geding gewezen, publiekelijk uit te leggen. Voor zover ik mij kan herinneren, heb ik in de afgelopen 20 jaren ook niet meegemaakt dat ons Hof publiekelijk standpunten over een tussen partijen gewezen vonnis bij wege van uitlegging inneemt.

Daarnaast is het dan ook de vraag hoe zo’n uitleg tot stand komt: zijn de rechters die het vonnis hebben uitgesproken betrokken geweest bij het formuleren van de gegeven uitleg; is een dergelijke uitleg een standpunt van alle rechters die lid zijn van het Hof, dus ook van de rechters die zelf het vonnis gewezen hebben? Is door het Hof in het kader van de gegeven uitleg wel acht geslagen op de processtukken en het toepasselijke recht en is er onderzoek gedaan naar regelgeving, literatuur en rechtspraak? Los van deze praktische vragen heb ik in ieder geval geen wettelijke basis voor dit optreden van het Hof gevonden.

Rechtsstrijd tussen partijen nog volop gaande

Los van het feit dat er geen wettelijke basis bestaat voor het optreden van het Hof in dezen, zijn er tussen de procespartijen betrokken bij het vonnis van het Hof van 20 maart 2020 nog bodemprocessen aanhangig bij de kantonrechter in het Eerste Kanton. Deze zaken zijn bekend onder de A.R. No’s 153225 en 160118 en in beide moet de kantonrechter nog uitspraak doen. Het is vervolgens afhankelijk van de uitspraken niet uitgesloten dat het Hof ook in die zaken beslissingen in hoger beroep zal moeten geven.

Ook is er onlangs een zaak in kort geding bij de kantonrechter in het Eerste Kanton ingediend door verschillende parlementariërs, bekend onder A.R. No.: 201076, waarin zij standpunten innemen op grond van het vonnis van het Hof van 20 maart 2020 over onder andere de grondwettelijkheid van de onlangs afgekondigde zogenoemde Valutawet.

De door het Hof thans publiekelijk ingenomen standpunten gaan ook over rechtsvragen die partijen in die zaken nog verdeeld houden en kunnen, nu het Hof de hoogste rechtsprekende instantie in ons land is, van invloed zijn op de rechters die nog over die zaken moeten beslissen. Gesteld moet worden dat het Hof met de door haar in de gepubliceerde uitleg ingenomen standpunten direct de rechters die nog in voormelde zaken moeten beslissen, beïnvloedt. Het Hof ondermijnt met de door haar gegeven uitleg over haar vonnis d.d. 20 maart 2020 naar mijn mening dan ook de waarborg van onbevangen en objectieve

2

rechtspraak zoals verankerd in onze Grondwet en in mensenrechtenverdragen. Het optreden van het Hof verdient in mijn ogen rechtsstatelijk beschouwd dan ook geen schoonheidsprijs.

Hof verwart moment inwerkingtreding rechterlijk vonnis c.q. verbod met moment inwerkingtreding terugroeping
In haar uitleg neemt het Hof het standpunt in alsof zou een terugroeping pas gevolgen hebben vanaf het moment waarop een rechter eventueel over de geldigheid van de terugroeping in kwestie heeft beslist. Dit standpunt van het Hof staat haaks op wat de Grondwet en de WTV over de inwerkingtreding van de terugroeping zelf duidelijk en helder stellen.

Geen van de bepalingen in deze wetten schrijven namelijk voor dat pas wanneer een rechter een betwiste terugroeping rechtsgeldig heeft bevonden, de terugroeping in werking treedt. De Grondwet stelt dat het lidmaatschap van het teruggeroepen DNA-lid eindigt door de terugroeping zelf. En de WTV stelt dat de terugroeping een feit is bij de betekening van het deurwaardersexploit inhoudende de terugroeping aan de teruggeroepene. Indien de wetgever had gewild dat de terugroeping pas in werking treedt bij een rechterlijk vonnis over de rechtsgeldigheid van de terugroeping dan had de wetgever dat zo geregeld. Het Hof geeft een uitleg over de inwerkingtreding van de terugroeping die geen grondslag vindt in de toepasselijke grondwettelijke en wettelijke bepalingen. In de zaak die geleid heeft tot het vonnis van het Hof ging het niet zozeer om de rechtsvraag of de terugroeping wel of niet een rechtsfeit is, want daar is de wet duidelijk over, maar dat betrokkenen zich middels rechterlijk bevel aan de wet c.q. de terugroeping dienen te houden.

Het gevorderde en door het Hof uitgesproken verbod is dus slechts bedoeld om de terugroeping te doen naleven omdat de teruggeroepenen en ook de voorzitter van DNA zich niet bij de terugroeping wensen neer te leggen. Het uitgesproken rechterlijk vonnis c.q. verbod zelf heeft dus met andere woorden geen betrekking op de terugroeping en de inwerkingtreding ervan. Want die zijn duidelijk in de wet geregeld.

Standpunt Hof dat teruggeroepenen ondanks terugroeping hoedanigheid van DNA-lid behouden is rechtens onjuist
Dit standpunt dat het Hof in haar gegeven uitleg thans inneemt, is in strijd met haar eigen vonnis en ook in strijd met artikel 68 lid 1 sub c van de Grondwet en artikel 4 lid 3 WTV. Terwijl deze bepalingen expliciet stellen dat het lidmaatschap tot een eind komt bij de terugroeping, betoogt het Hof:

3

“Dit impliceert geenszins dat zij die hoedanigheid niet bezitten”. Dus terwijl de wet stelt dat het lidmaatschap eindigt met de terugroeping neemt het Hof thans in de door haar gegeven uitleg van haar vonnis een daarvan geheel afwijkend standpunt in.
De tegenstrijdigheid tussen deze door het Hof publiekelijk gegeven uitleg en haar eigen vonnis d.d. 20 maart 2020 blijkt uit het feit dat het Hof in haar vonnis zelf het volgende overweegt: “Gelet op het voorgaande komt het Hof tot de slotsom dat de terugroeping van Sapoen en Chitan rechtsgeldig heeft plaatsgevonden en ingevolge het bepaalde in artikel 4 lid 3 WTV is bij de betekening van de exploiten de dato 22 december 2015 met nummers 675 en 676, de terugroeping een feit.”.

Dus eerst stelt het Hof in haar vonnis d.d. 20 maart 2020 dat de terugroeping d.d. 22 december 2015 een feit is (en volgens de Grondwet eindigt het lidmaatschap bij de terugroeping) en nu stelt zij in de media dat betrokkenen de hoedanigheid van DNA-lid nog bezitten. Dus het Hof zegt met deze uitleg tevens dat ook wanneer een lid van DNA bijvoorbeeld is komen te overlijden of benoemd is tot minister (overlijden en benoeming tot minister behoren namelijk ook tot de wijzen waarop het lidmaatschap van DNA eindigt) de overledene c.q. de minister de hoedanigheid van DNA-lid blijft behouden zolang niet in de opengevallen plaats c.q. plaatsen is voorzien. Deze uitleg van het Hof druist in tegen de duidelijke wil van de Grondwetgever en is derhalve rechtens onjuist.

Consequenties terugroeping

De gevolgen van de terugroeping in kwestie zijn immens. Twee personen hebben zich bijna vijf jaren lang als parlementariër kunnen gedragen en wetten helpen aannemen, terwijl zij die bevoegdheid grondwettelijk niet bezaten.
De thans door het Hof gegeven uitleg: “Dit impliceert geenszins dat zij de hoedanigheid niet bezitten”, zou geïnterpreteerd kunnen worden alsof zou het Hof de gevolgen van haar vonnis, waarbij de terugroeping d.d. 22 december 2015 rechtsgeldig is bevonden, niet hebben overzien of niet in stand wenst te houden. Terecht dient dan ook de vraag gesteld te worden of dit de taak c.q. verantwoordelijkheid van het Hof, als rechtsprekende instantie, is.

Scheiding der machten, democratie en rechtsstaat

Suriname is een parlementaire democratische rechtsstaat. Onze staatsinrichting is gebaseerd op de leer van Montesquieu over de scheiding der machten. Ik heb eerder betoogd dat de huidige regering bezig is een (parlementaire) dictatuur in ons land gevestigd te krijgen. Het parlement is sinds deze regering aan de macht is onder het DNA-voorzitterschap van Simons

4

gewoon een verlengstuk van de regering en geen op zichzelf staande macht zoals door Montesquieu bedoeld. De uitleg die het Hof zich thans geroepen voelt te geven aan haar eigen vonnis en wel in het voordeel van de regering en het parlement is voor mij een zorgwekkend teken aan de wand. Ik stel vast dat de rechtsprekende macht op deze wijze de wetgevende macht (regering en DNA) met de gegeven uitleg te hulp tracht te schieten om zo de door hen veroorzaakte staatsrechtelijke impasse gezuiverd te krijgen.

Dit is echter niet de wijze waarop in de leer van de scheiding der machten inhoud gegeven zou moeten worden aan het daarvan deel uitmakende systeem van ‘checks and balances’.
Met deze nadere publieke uitleg door het Hof die afwijkt van haar vonnis c.q. van het toepasselijke recht kan de rechtspraak niet functioneren als sluitstuk van de democratische rechtsstaat met alle gevolgen van dien.

Als wij ervan overtuigd zijn dat wij die waarachtige democratie zijn zoals die in artikel 52 lid 3 van onze Grondwet is vastgelegd, hebben wij geen andere keuze dan het instrument van terugroeping haar werk te laten doen, zoals grondwettelijk bedoeld.
Had het Hof het kort geding behandeld zoals het behoort te gebeuren in een democratische rechtsstaat, dus reeds in 2017 kort nadat het laatste processtuk was ingediend het vonnis had gewezen, dan hadden wij deze situatie waarin wij nu zijn beland niet gehad.

Paramaribo, 17 april 2020
Mr. G.R. Sewcharan, advocaat bij het Hof van Justitie

Soedeshchand Jairam niet op VHP-kandidatenlijst

“Meeste VHP-toppers willen niet Suriname, maar zichzelf redden”

Soedeshchand Jairam

Ook de macro-econoom tevens politicus Soedeshchand Jairam behoort tot de personen die niet op de kandidatenlijst van de VHP zijn geplaatst. Hij gaat in op vragen van Dagblad Suriname waarom hij geen deel uitmaakt van de VHP-kandidatenlijst. Hij deelt mee dat hij vanaf eind 2017 tot en met eind 2018 onderhandeld heeft met de VHP. Jairam opereerde onder de Politieke Vleugel van de FAL (PVF) en PV2020. In oktober 2018 ging PV2020 een samenwerking aan met de VHP en is vanaf dat moment actief om de VHP-activiteiten vorm te geven. “De bedoeling was dat we gepositioneerd zouden worden in alle structuren, zoals RR, DR en DNA. We hebben dag en nacht onze bijdrage geleverd, echter zijn de meeste kandidaten van PV2020 niet op de lijst van RR, DR en DNA geplaatst. Dit was niet de afspraak”, vertelt Jairam.

Jairam brengt in herinnering dat de VHP tijdens het aangaan van de samenwerking heeft aangegeven dat dit een enorme aanwinst is voor de VHP en dat er mede hierdoor een beter resultaat geboekt zal worden in 2020. “De VHP gaat verder werken aan de eenheid en versterking van de partij om minstens 4 van de 5 zetels in Nickerie te behalen”, gaf de VHP toen te kennen. Het bevreemdt Jairam dat er ineens van de afspraken wordt afgeweken. Niet alleen bij PV2020 is er ontevredenheid over de gang van zaken, ook andere leden voelen zich misleid en zijn zelfs uit de VHP gestapt.

Het is opmerkelijk dat de VHP, die de NDP altijd verweten heeft loze beloften voor te houden aan het volk, ineens dezelfde blunders maakt. “De structuren vinden dat de meeste VHP-toppers niet Suriname maar zichzelf willen redden. Het gevolg daarvan is de huidige breuk binnen de partij”, voert Jairam aan. Hij is nog in overleg met PV2020 over wat ze uiteindelijk willen doen daar de VHP een andere koers opgaat. Vertrouwen houdt de partij in stand en het vertrouwen van PV2020 in VHP lijkt af te brokkelen. Jairam zegt tot slot dat vriendjespolitiek en corruptie niet de ingrediënten zijn voor ‘Red Suriname’.

KSR

https://www.dbsuriname.com/2020/04/15/soedeshchand-jairam-niet-op-vhp-kandidatenlijst/?fbclid=IwAR3Sh2-5RB9Bln73p3l6N1WhUOTQHrg5sBCGSHYqFvQq-pISXo6jSUkJ0Uo

Doekhie heeft geen goed woord over voor Waidoe

15 Apr, 2020, 04:33

foto
 Rachied Doekhie 

Assembleelid Rachied Doekhie (NDP) vindt dat zijn collega William Waidoe (kandidaat NDP Nickerie # 3) lijdt aan ‘decorum-defecten’. “Je moet goed seniel en dement zijn om te concluderen dat de 3038 behaalde stemmen van jou zijn. Dus Pertjajah Luhur heeft nul stemmen gehaald in Nickerie in 2015″, reageert Doekhie op de open brief van Waidoe tegenover Starnieuws. 
 
Doekhie vraagt zich af van waar de vorige lijsttrekker van Pertjajah Luhur in 2010 de stemmen vandaan heeft gehaald. Toen had de partij meer dan 3000 stemmen op haar naam staan in Nickerie. “Deze awarie domrie was ook bij andere partijen voordat hij bij Pertjajah Luhur was beland. In Mega Combinatie was hij voorzitter van de KTPI-afdeling Nickerie. Het resultaat was nul komma nul. Hij is op dit ogenblik niet in staat meer dan 50 stemmen te behalen. Dat is in de afgelopen acht maanden bewezen. Hij bedelt de bestaande achterban van de NDP om op hem te stemmen,” meent Doekhie. 
 
Waidoe heeft in de open brief meegedeeld dat hij nimmer met een Ford Ranger of welke belofte dan ook is omgekocht om uit PL te stappen en de NDP te ondersteunen. “Ik Doekhie zegt dat van de Ranger waar is heel en heel Nickerie weet dat. 
Het zal ook niet waar zijn dat hij te Wageningen op 17 juni 2018 SRD 250.000 heeft ontvangen uit handen van een NDP-topper.” 
 
Doekhie vindt dat Waidoe zegt voor zijn achterban te werken, “maar voor wie wil hij werken als hij geen achterban heeft. Voor je eigen familie?” Waidoe voelt volgens Doekhie nattigheid, vandaar dat hij nu met een open brief komt. Hij kan volgens de politicus nergens in Nickerie terecht. De 3038 personen die je in de achternek hebt getrapt, uitgerekend deze mensen kom je bedelen om een aalmoes. Met deze open brief wil je een loopje nemen met deze mensen, voor je eigen belang. Een politicus die door opwekken van medelijden mensen wil misleiden, is een verrader”. Een paar andere termen die Doekhie gebruikt om Waidoe te beschrijven, konden om ethische redenen niet worden gepubliceerd. 

Reactie op “Hof van Justitie: een begraven DNA-lid is nog steeds DNA-lid”

Met belangstelling heb ik kennisgenomen van het artikel van het duo Sunil Sookhlall & Kries Mahabier met als titel “Hof van Justitie: een begraven DNA-lid is nog steeds DNA-lid” op Suriname Herald. Ik heb de behoefte om daar beknopt op te reageren, aangezien een stevige dosis nuancering in deze behoorlijk op zijn plaats is.

Het duo miskent namelijk het specifieke karakter van een kortgedingprocedure. In een kortgedingprocedure zijn de kantonrechter en het Hof van Justitie (Hof) gebonden aan zekere beperkingen. Het kortgeding is een procedure waarin – gelet op de belangen van partijen – een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist.

Daaruit volgt één van de belangrijkste beperkingen van een kortgedingprocedure, namelijk dat het uitsluitend kan gaan om een ‘voorziening’. Als gevolg daarvan kan een vonnis in kortgeding (in beginsel) geen declaratoir of constitutief karakter hebben. Dat betekent, eenvoudig gezegd, dat zo een vonnis niet een rechtstoestand kan vaststellen (declaratoir vonnis) of een rechtstoestand kan scheppen, wijzigen of beëindigen (constitutief vonnis).

De bevoegdheid van de kortgedingrechter is beperkt tot het afwijzen of niet-ontvankelijk verklaren van de vorderingen, of het uitspreken van een condemnatoir vonnis: een vonnis waarbij een partij iets moet doen of nalaten – waarbij het karakter dat dient te zijn van een voorlopige voorziening. Als partijen een definitieve oplossing willen voor een geschil, dan dienen zij een zogenaamde bodemprocedure te voeren.

Met het voorgaande indachtig, dient dan ook het vonnis inzake VHP c.s. / Sapoen c.s. d.d. 20 maart 2020 te worden beschouwd.

Gelet op het beperkt bestek van een kortgedingprocedure (zoals hiervoor beschreven), heeft het Hof mijns inziens terecht zich niet kunnen uitspreken over het lidmaatschap van De Nationale Assemblee (DNA) van de heren Raymond Sapoen en Diepakkoemar Chitan. Indien het Hof zou vaststellen dat de heren Sapoen en Chitan geen lid zijn van DNA, of het lidmaatschap bij vonnis zou beëindigen, dan zou het Hof respectievelijk een declaratoir dan wel constitutief vonnis wijzen; en dat zou buiten de bevoegdheid van het Hof in een kortgedingprocedure zijn.

Het Hof kan in een kortgedingprocedure uitsluitend een voorlopige voorziening treffen, en dat heeft zij dan ook gedaan door te bepalen dat de heren zich niet mogen uitgeven, handelen of gedragen als DNA-leden.

Het Hof heeft zich dan ook keurig binnen zijn bevoegdheden gehouden. Het is aan partijen om een bodemprocedure te entameren, indien zij een definitieve beslissing wensen van de kantonrechter en/of het Hof.

De verwijten van het duo Sookhlall en Mahabier naar het Hof en de opmerking dat het Hof een ‘bizar verwerpelijk precedent’ schept, zijn dan ook mijns inziens volstrekt misplaatst.

Paramaribo, 14 april 2020
Mr. Prenobe Bissessur

https://www.srherald.com/ingezonden/2020/04/14/reactie-op-hof-van-justitie-een-begraven-dna-lid-is-nog-steeds-dna-lid/

Hof van Justitie: een begraven DNA-lid is nog steeds DNA-lid

Hof van Justitie. Foto: Stichting voor de Rechtsorde In Suriname

Het Hof van Justitie (Hof) heeft onlangs uitleg gegeven over het uitgesproken vonnis dat de heren Raymond Sapoen en Diepakkoemar Chitan rechtsgeldig teruggeroepen zijn, maar toch niet teruggeroepen zijn. Dat het Hof nadere uitleg geeft aan een vonnis, is nog nooit eerder gebeurd. Dat het Hof de behoefte heeft gehad een nadere uitleg te geven aan haar vonnis, geeft ook aan dat het vonnis voor velerlei interpretaties vatbaar was. Het was “vleesch noch visch”.

Het is ons bekend dat het zeer ongepast is om het Hof te bespreken. Nu het Hof gemeend heeft nadere uitleg te geven aan haar vonnis (hetgeen ook zeer ongebruikelijk is), heeft het Hof daarmee de weg vrijgemaakt haar te bespreken in deze kwestie.

De rechterlijke macht is een staatsmacht die juist zou moeten bijdragen aan het vertrouwen van de burger in de rechtstaat en democratie als geheel. Juist omdat die staatsmacht belangeloos (onafhankelijk en onpartijdig) opereert, consistentie en bescherming beoogt, partijen uitgebreid hoort en gemotiveerde controleerbare uitspraken doet, zou je mogen verwachten dat zij geen uitleg (uitspraken) geeft die discutabel zijn en voor verschillende interpretaties vatbaar zijn.

De uitleg van de waarnemend president van het Hof laat zien dat de hoogste rechter steeds te maken heeft met principiële zaken die aanliggen tegen een scheidslijn tussen rechtsprekende en wetgevende bevoegdheden. Zaken waarin het Hof rechtsvormende (uitleg) uitspraken doet, hebben grote maatschappelijke gevolgen. Deze uitspraak en/of uitleg is hoe dan ook van groot belang geworden voor de rechtsontwikkeling in ons land.

Het Hof geeft nu een beperkte interpretatie aan haar eigen vonnis
Het Hof zegt dat uitspraken pas rechtsgevolgen hebben nadat het vonnis is betekend (overhandigd) aan degene tegen wie het vonnis is gericht. Eigenlijk zegt het Hof hier het volgende: Stel je betaalt plotseling geen huur, omdat je niet eens bent met enkele zaken in de woning. De verhuurder daagt jou voor de rechter en de rechter zegt na twee jaar dat de verhuurder wel terecht gevorderd had dat jij de huur moest betalen. Op basis van de uitleg van het Hof zou je dan pas na de uitspraak van de rechter de huur moeten betalen, want de vordering van de verhuurder heeft pas dan rechtsgevolgen. De verhuurder mag fluiten naar die twee jaren huur, want de uitspraak van de rechter is pas na twee jaar gewezen.

Vonnissen hebben inderdaad rechtsgevolgen na de datum van uitspraak. Tot dusver heeft het Hof gelijk, maar het Hof geeft een onjuiste betekenis aan dit rechtsgevolg. Een vonnis heeft als rechtsgevolg dat na datum van uitspraak een gewenste rechtstoestand van het verleden achteraf wordt bevestigd. Iets van het verleden wordt bevestigd en gerepareerd naar de toestand zoals die in het verleden zou moeten zijn. Immers, de rechtstoestand van het verleden is de aanleiding tot het vonnis. Dit vertelt het Hof niet.

In het voorbeeld van de huurder/verhuurder is een vonnis een bevestiging dat de huurder de huur had moeten betalen. In tegenstelling tot dit, zou in de lijn der uitleg van het Hof het vonnis een bevestiging zijn dat de huurder de huur zou moeten betalen, maar dan pas na de datum van uitspraak.

Artikel 68 lid 1 sub c van de Grondwet zegt letterlijk het volgende: “Het lidmaatschap van De Nationale Assemblée eindigt door: terugroeping van het lid….”.

Het is ons niet duidelijk wat het Hof niet begrijpt in dit artikel en waarom het Hof er een eigen interpretatie aan geeft. Als dit bewijs niet voldoende is, dan het volgende.

In artikel 4 lid 3 van de oude Terugroepwet staat letterlijk: “Het eindigen van het lidmaatschap van de betrokken volksvertegenwoordiger…..is een feit bij de betekening van het deurwaardersexploot….”.

Op 22 december 2015 is het deurwaardersexploot betekend (overhandigd), dus op die datum was de terugroeping automatisch een feit, ongeacht of er nou wel of geen opvolging plaatsvindt. Het staat letterlijk en duidelijk in de wet wanneer de terugroeping een feit is en kan niet anders uitgelegd worden. Desondanks ziet het Hof kans om dit anders uit te leggen.

Het Hof zegt in haar uitleg dat de terugroeping pas een feit is nadat de opvolgers toegelaten zijn tot De Nationale Assemblee (DNA). In de uitleg staat letterlijk het volgende: “Dit impliceert geenszins dat zij die hoedanigheid niet bezitten. De formalisering om hen uit die hoedanigheid te halen moet nog plaatsvinden aan de hand van de genoemde regelgeving door de daartoe aangewezen instituten”. Het Hof bedoelt hier dat indien de terugroeping betekend is, dit nog niet tot gevolg heeft dat de terugroeping een feit is. Er moet nog voor opvolging gezorgd worden, dan pas is de terugroeping een feit. Leest u de vorige alinea weer, waaruit af te leiden is dat deze interpretatie van het Hof in strijd is met de wet (artikel 4 lid 3 van de oude Terugroepwet).

Het komt erop neer dat het Hof zegt: “Je bent zwanger, maar wij kunnen pas van zwangerschap spreken, als je officieel getrouwd bent”. Anders gezegd, je bent zwanger, maar wij kunnen niet van zwangerschap spreken zolang je niet officieel getrouwd bent. In deze lijn redeneert het Hof.

De reden die het Hof geeft aan deze interpretatie, is dat er geen leegte (geen vacuüm) mag ontstaan na terugroeping, ook indien instituten in strijd met de wet gehandeld hebben en niet voor opvolging gezorgd hebben. Deze interpretatie vindt geen steun in de wet.

De wetgever heeft in de oude Terugroepwet bepaald dat binnen 14 dagen nadat het Centraal Hoofdstembureau (CHS) officieel kennis heeft genomen van de terugroeping, dit orgaan bijeen dient te komen. Tijdens die bijeenkomst dient besloten te worden wie de opvolgers worden. In deze wetsbepaling ziet het Hof steun voor haar interpretatie dat er geen vacuüm mag ontstaan. Het is juist andersom.

Er mag juist wel een vacuüm ontstaan, maar dan gedurende een maximaal aantal dagen. Gedurende deze dagen kan DNA gewoon functioneren, ondanks een vacuüm/leegte; dus zonder dat de nieuwe leden benoemd zijn. Binnen 14 dagen moet het CHS bepalen wie de opvolgers worden. Daarna moet DNA binnen 30 dagen bijeenkomen om de opvolgers te benoemen. Dus er is in totaal 44 dagen als overgangsperiode bepaald, waarbinnen DNA zonder 51 leden mag functioneren (met vacuüm).

Binnen deze 44 dagen is het geoorloofd dat er een vacuüm ontstaat. Een vacuüm langer dan 44 dagen is niet toegestaan. Indien na 44 dagen zo een vacuüm ontstaat, is het niet aan het Hof om zo een vacuüm ongedaan te maken of op te vullen middels interpretatie. Die bevoegdheid heeft het Hof simpelweg niet. Het Hof dient de zo een vacuüm (na 44 dagen) juist af te keuren en niet goed te praten middels een kromme interpretatie. In onze vorige column hebben wij uitgebreid geschreven over de overgangsperiode, de periode binnen welke een vacuüm wel toegestaan is.

Stel je voor dat een DNA-lid komt te overlijden, maar de opvolger na een jaar nog steeds niet benoemd is. Volgens redenering van het Hof is het overleden lid nog steeds DNA-lid, ook na zijn begrafenis. Volgens de redenering van het Hof eindigt het lidmaatschap van het inmiddels begraven DNA-lid pas na benoeming van de opvolger.

In artikel 137 van de Kiesregeling staat dat de voorzitter van het hoofdstembureau het CHS onmiddellijk in kennis moet stellen van een terugroeping of overlijden. Er is sprake van een onmiddellijkheidsbeginsel, er moet direct gehandeld worden. Hiermee beoogt de wetgever dat het vacuüm absoluut niet lang mag duren. Volgens het Hof daarentegen, mag het vacuüm net zo lang duren totdat in de opvolging is voorzien. Deze interpretatie is in strijd met de wet.

Vermeldenswaard is dat het Hof zelf ook een vacuüm creëert door pas na vijf jaar een uitspraak te doen in zo een maatschappelijk brandend vraagstuk.

Het CHS heeft een risico genomen om in strijd met de wet een eigen oordeel te hebben over de terugroeping. Door niet te zorgen voor opvolging, heeft het CHS geen consequenties verbonden aan de rechtsgeldige terugroeping die een feit was. Het Hof lijkt dit gedrag te belonen, door te stellen dat er geen gevolgen verbonden worden aan het feit dat het CHS zich niet gehouden heeft aan de wet. Tegen dergelijke onbegrensde politici als bij het CHS, hebben wij checks and balances en rechters. Het Hof heeft als hoogste rechter geschopt tegen deze checks and balances.

Het Hof schept een bizar verwerpelijk precedent hier.

Sunil Sookhlall & Kries Mahabier

https://www.srherald.com/columns/2020/04/14/hof-van-justitie-een-begraven-dna-lid-is-nog-steeds-dna-lid/

Vonnis Sapoen/Chitan-case geen twk

14/04/2020 14:02 – Van onze redactie

Raymond Sapoen (l) en Diepakkoemar Chitan.

Raymond Sapoen (l) en Diepakkoemar Chitan. Foto: dWT Archief  

PARAMARIBO – Nadat zij in december 2015 rechtmatig uit het parlement zijn teruggeroepen, zijn Raymond Sapoen en Diepakkoemar Chitan legitiem lid van De Nationale Assemblee (DNA) gebleven. Dit komt omdat de procedure om in hun opvolging te voorzien niet in gang is gezet door het Centraal Hoofdstembureau (CHS).

Ook heeft het vonnis geen terugwerkende kracht. Zo constateert waarnemend president van het Hof van Justitie, Iwan Rasoelbaks, in een schriftelijke uitleg over de uitspraak van het rechtscollege. Op 20 maart besliste het Hof in hoger beroep dat Sapoen en Chitan zich niet meer als DNA-lid mogen uitgeven of als zodanig handelen. Aan dit verbod is een dwangsom van SRD 100.000 gekoppeld voor iedere keer dat zij dat toch doen.

Na de uitspraak van het Hof hebben verschillende organisaties en personen, onder wie politici, bestuurskundigen en juristen hun interpretatie van het vonnis gegeven. Zo zouden de partijen die de zaak tegen hen hadden aangespannen zelfs overwegen een proces in gang te zetten opdat Sapoen en Chitan de inkomsten die zij sedert december 2015 hebben opgestreken, terugstorten in staatskas.

Volgens de juristen Serena Essed en Gerold Sewcharan zou het parlement vanaf de terugroeping van Sapoen en Chitan ongrondwettelijk hebben bestaan uit 49 leden. Dat is onmogelijk, verklaarde bestuurskundige Eugène van der San. Volgens hem is bij wet voorzien dat DNA altijd uit 51 bestaat omdat de procedures om dit te garanderen goed zijn geregeld.

Hofpresident Rasoelbaks legt uit dat het vonnis raakvlakken heeft met artikel 68 lid 1 sub c van de Grondwet en artikel 137, leden 1 en 2 van de Kiesregeling. Verdere gevolgtrekkingen naar aanleiding van deze beslissing zullen slechts gemaakt dienen te worden door in die regelingen genoemde instituten.

Chitan en Sapoen zijn slechts veroordeeld “een pas op de plaats te maken”, totdat twee nieuwe leden in hun plaats zullen komen. Het CHS had conform de Kiesregeling binnen twee weken na het vonnis van 2015 het proces moeten inzetten om te voorzien in de opengevallen vacatures. Het CHS bleef in gebreke is gebleven, maar het Hof kon het niet daartoe bevelen, omdat de belanghebbenden geen vordering tegen het CHS hadden ingesteld.

Om die reden is er ook geen veroordeling uitgesproken tegen parlementsvoorzitter Jennifer Geerlings-Simons. Zij was namelijk afhankelijk van de acties die het CHS had moeten ondernemen om Sapoen en Chitan uit het parlement te krijgen. Tegen Geerlings-Simons was een verbod geëist om Chitan en Sapoen uit te nodigen voor vergaderingen en activiteiten van het parlement. Ook moest ze hen de toegang tot het terrein van het college ontzeggen.

Het vonnis betekent volgens Rasoelbaks niet dat de twee geen parlementariërs zijn. Zij hebben slechts een verbod om in die hoedanigheid op te treden. “Dit impliceert geenszins dat zij die hoedanigheid niet bezitten. De formalisering om hen uit die hoedanigheid te halen moet nog plaatsvinden aan de hand van de genoemde regelgeving door de daartoe aangewezen instituten.”

De hofpresident legt uit dat het vonnis van 20 maart geen terugwerkende kracht heeft, zoals dat ook gangbaar is in andere rechtszaken, maar slechts voorzieningen geeft voor de toekomst. Het vonnis treedt in werking vanaf het moment dat het betekend is aan de twee politici.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/04/14/vonnis-sapoenchitan-case-geen-twk/




Kunt u mij de weg vertellen?

11 april 2020 om 17:00

Sinds enkele jaren, maar misschien veel langer, zijn wij fulltime sympathisanten van een politieke partij (onze ouders zijn vier generaties sympathisanten; uit dat nest komen wij vandaan). Niet omdat wij een politieke carrière ambiëren of omdat wij graag in discussies worden aangevallen op standpunten van die partij, maar omdat wij geloven in de combinatie van idealen en participatie.

Idealen als een punt dat jij wilt verbeteren, waar jij naar toe wilt, waarvan je niet weet hoe je er komt, maar wel voelt dat wij er al zouden moeten zijn. Participatie als het meedenken met de richting van dit punt. Of dit punt nou complete transformatie van de partij teweegbrengt doet niet ter zake, iedereen is gelijkwaardig in de partij. Althans, zo zou het moeten zijn in onze idealen. Helaas lijkt hier tegenwoordig slechts plek voor korte termijn visies, absolutisme, oneliners, populistische xenofobie en persoonsverheerlijking. Dat is niet ons kopje thee.

Deze, ons inziens, achteruitgang van idealen en aan de andere kant de hang naar pragmatisme hebben wij gedurende onze hele volwassen leven met lede ogen aangezien. Terwijl de NDP-ideologie, maatschappij visie als belemmerend beschouwt, zagen wij voornamelijk progressieve, intellectuele, cosmopolitische politici worstelen met het vraagstuk: ‘Hoe nu verder met het idealisme?’. Wij zouden liegen als wij zeggen het antwoord te hebben, maar spreken de waarheid als wij zeggen dat wij een antwoord willen. Wij waren, kort gezegd, ook op zoek naar de waarheid.

Wat wij nooit helemaal konden verkroppen, is dat je bij lidmaatschap van een politieke partij meteen de volledige historie, filosofie, traditie en idealen van de partij zou moeten weten en volgen. Wij wilden, net als vele anderen, onze visie verder ontwikkelen en toetsen aan andere mensen uit onze contreien. Wij weten niet precies hoe wij het willen, maar wij weten wel ongeveer wat. Dat deze denkwijze ook welkom is in de politiek, is ons voorgehouden en de persoon die daarvoor gezorgd heeft is niet geheel toevallig ook de voorzitter van de partij, de partij waar wij veel sympathie voor hebben. De voorzitter is de man die de stip op de horizon heeft gezet: TRANSFORMATIE!

De voorgehouden transformatie heeft ervoor gezorgd dat mensen steeds meer betrokken raakten bij de partij, zo wij ook. Hierdoor hebben wij bewust de knoop doorgehakt en het bijltje had twee kanten: RED SURINAME en de uitgesproken idealen van de voorzitter. Zonder er te diep op in te gaan, vinden wij aan de ene kant de polarisatie in het land die de machthebbers van nu hebben veroorzaakt, haast angstaanjagend. Aan de andere kant heeft het er wel toegeleid dat wij maar één partij vonden die in onze ogen de juiste dingen zei. Het bleek dat zeggen en doen inderdaad verschillen. Onze motieven zijn gedeeltelijk bewaarheid gebleken.

Sunil Sookhlall & Kries Mahabier

https://www.srherald.com/columns/2020/04/11/kunt-u-mij-de-weg-vertellen/

Een uitdaging voor de advocaat Sewcharan!

07 Apr, 2020, 03:16

foto

Op een plaatselijk radiostation ben ik maandagochtend onderwerp van bespreking geweest tijdens een interview met advocaat Gerold Sewcharan, in verband met mijn opmerkingen over de bewering van advocaat Serena Essed ten aanzien van de toepassing van artikel 68 lid 1 sub C.
 
Uit het betoog van advocaat Sewcharan kon worden opgemaakt dat hij het staatsrechtelijk causaal verband niet kan inzien tussen de artikelen 68 lid 1 sub C van de Grondwet en artikel 137 van de kiesregeling. Daardoor werd mijn bestuursrechtelijke beschouwing uitgemaakt voor “lekenverhaal”.
 
Dingen die we denken te weten kunnen worden ontkracht als we er meer over te weten komen. Omdat het betreft het lidmaatschap van De Nationale Assemblee dienen de artikelen 61 tot en met 67 in acht genomen te worden. Daarbij speelt artikel 66 van de Grondwet een cruciale rol.
 
Aangezien onwetendheid in de moderne wetenschap geen ondeugd meer is, moet de bereidheid om eigen onwetendheid te accepteren het uitgangspunt zijn. Ignoramus “we weten niet”. Ik ga daarom mijn kostbare tijd niet aan iemand verspillen die denkt dat hij alles weet omdat hij een beetje rechten heeft gestudeerd en andermans inzichten kwalificeert als lekenverhaal.
 
In mijn vorig artikel met als onderwerp ‘Staatsrechtelijk potje’ heb ik al erop gewezen, dat de zienswijze van de betrokkenen berust op dwaling en bedrog.
1. Dwaling omdat een verkeerd uitgangspunt wordt gehanteerd bij de toepassing van de Terugroepwet ingevolge artikel 68 lid 1 sub c van de Grondwet.
De opengevallen plaatsen worden ingenomen volgens regels vastgelegd in artikel 137 van de kiesregeling.
Het is aan de voorzitter van het Hoofdstembureau van het betrokken kiesdistrict die onmiddellijk kennis geeft aan het Centraal Hoofdstembureau, wanneer een lid is teruggeroepen etc.
 
Daarna vindt krachtens artikel 66 van de Grondwet, en ik neem aan ook krachtens het huishoudelijk reglement van De Nationale Assemblee het proces van toelating van het nieuw aangewezen lid plaats. Dat wordt bedoeld met staatsrechtelijk is er geen terugval van 51 naar 49 leden. Maar het verhaal dat sedert 22 december 2015 de plaatsen opengevallen zijn, moet mijn bestuursrechtelijke beschouwing onmogelijk doen lijken.
 
2. Bedrog omdat opzettelijk door deze 2 advocaten publiekelijk wordt beweerd, dat het Hof van Justitie in haar vonnis van 20 maart jl. zaaknummer GR 15190; Rechtsgebied Burger-Overheid, heeft beslist dat de heren Sapoen en Chitan vanaf 22 december 2015 zich geen Assembleeleden meer mogen noemen.
Een pertinente leugen (zie vonnis).
 
Eugène van der San
 
Hierbij sluit ik deze discussie af.

Juridische kwakzalverij zijdens Eugène Van der San (tweeluik: deel 2)

De Nationale Assemblee. Foto: Suriname Herald

In dit deel van onze column zullen wij voortborduren op het eerste deel. In dit deel willen wij vooral de nadruk leggen op de ongeldigheid van de wetten die aangenomen zijn nadat de heren Raymond Sapoen en Diepakkoemar Chitan teruggeroepen waren uit De Nationale Assemblee (DNA). De heer Eugène van der San beweert in deze video dat de wetten wel rechtsgeldig zijn, ook indien die ongrondwettelijk zouden zijn. Ergo nog, hij stelt dat er een heleboel wetten zijn, die ongrondwettelijk zijn, maar wel geldig zijn.

Een beetje zwanger? Conform redenering van Van der San is dat mogelijk.
Zoals u in deel 1 heeft kunnen lezen, heeft het Hof van Justitie bevestigd dat de heren Sapoen en Chitan per 22 december 2015 teruggeroepen zijn en dat hun lidmaatschap van DNA per deze datum beëindigd is. De datum van 22 december 2015 zullen wij verder gemakshalve aanduiden met “2015”. Dit vonnis van het Hof houdt in dat vanaf 2015, DNA bestaan heeft uit 49 leden, terwijl de Grondwet een harde eis stelt, dat DNA uit 51 beëdigde leden dient te bestaan. Hieruit volgt dat DNA als instituut niet voldeed aan de grondwettelijke eis van 51 leden.

Indien DNA niet voldeed aan de grondwettelijke eis, houdt dat in dat er geen sprake is geweest van een grondwettelijke of geldig parlement als instituut. Anders gezegd, het wás geen DNA. Je kunt niet een beetje zwanger zijn. Je bent zwanger of je bent niet zwanger. Zo is het hier ook; er is een DNA met 51 leden of er is geen DNA met 51 leden. Zonder 51 leden is het geen DNA.

Ter verduidelijking
Met 51 leden wordt niet bedoeld dat alle 51 leden aanwezig moeten zijn tijdens de vergaderingen van DNA. Hiermee wordt bedoeld dat DNA 51 beëdigde leden moet hebben. Of ze allen aanwezig zijn of niet, doet niet ter zake. Indien een lid ziek wordt en niet aanwezig kan zijn, moet dat geen probleem zijn.

In Artikel 71 lid 1 van de Grondwet staat: De Nationale Assemblée is bevoegd te beslissen over alle wetsontwerpen, die aan haar ter goedkeuring worden voorgelegd. Nu wij tot de conclusie komen dat er geen sprake was van DNA, kunnen de beslissingen van deze organisatie nimmer bevoegdelijk tot stand zijn gekomen vanaf 2015. Deze organisatie was niet bevoegd te beslissen over de ontwerpwetten, dus alle wetten vanaf 2015 zijn ongrondwettelijk, ongeldig of onbevoegdelijk tot stand gekomen.

Wij hebben begrip voor het feit dat u nu misschien denkt dat dit niet waar kan zijn. Wij zullen u brengen naar de Memorie van Toelichting op de Terugroepwet zoals die op dit moment zou dienen te gelden (tot stand gekomen door de huidige regering). In de huidige, doch ongeldige Terugroepwet, is bepaald op welk moment het lidmaatschap van DNA precies beëindigd wordt. Dit is uitdrukkelijk bepaald, juist om te voorkomen dat DNA-leden van wie achteraf zou blijken dat zij geen lid waren, meewerken aan parlementaire beslissingen die dan achteraf ook ongeldig zouden zijn.

Wij willen u meevoeren naar de letterlijke teksten uit de Memorie van Toelichting van deze Terugroepwet.

“……., omdat het mogelijk is dat leden functioneren in De Nationale Assemblée ondanks het feit dat er, zonder dat dit bekend is, sprake is van bepaalde in de Grondwet genoemde gronden voor beëindiging van het lidmaatschap. Indien dat anders zou zijn besloten zou het kunnen voorkomen dat terwijl deze personen in feite het lidmaatschap al zouden hebben verloren, meewerken aan parlementaire besluiten, waardoor de rechtsgeldigheid van die besluiten zou kunnen worden betwist. Dit heeft zich reeds eerder voorgedaan in De Nationale Assemblée. Door genoemde bepaling in deze wet, kan dit constitutioneel probleem zich niet meer voordoen …….. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat door een rechterlijk vonnis de terugroeping van leden wordt bevestigd, nadat ze een hele zittingsperiode hebben uitgezeten, waardoor er grote constitutionele vraagstukken kunnen ontstaan ten aanzien van de rechtsgeldigheid van besluiten die met hun participatie genomen zijn. De bepaling in dit artikel heeft ten doel deze situatie te voorkomen”.

Uit bovenstaande tekst kunt u letterlijk afleiden dat er door de huidige NDP-regering erkend en rekening mee gehouden is dat de wetten waaraan Sapoen en Chitan meegewerkt hebben, niet geldig zouden zijn. Dus mocht het zijn dat dat men zou vinden dat de huidige organisatie van DNA wel grondwettelijk was/is en bevoegd was de ontwerpwetten aan te nemen, dan nog is het zo dat Sapoen en Chitan wel onbevoegdelijk hebben deelgenomen aan die besluiten. Hierdoor zouden alle besluiten ongeldig zijn, waaraan zij hebben deelgenomen. Punt!

Wet in formele zin, wat is dat?
In artikel 80 lid 1 van de Grondwet staat: “Alle ontwerpen van wet, door De Nationale Assemblée goedgekeurd en door de president bekrachtigd, verkrijgen kracht van wet na afkondiging”. Een wet in formele zin is een wet die aan de vereisten van dit artikel van de Grondwet voldoet. Het moet goedgekeurd zijn door De Nationale Assemblée en bekrachtigd zijn door de president.

Nu zijn de ontwerpwetten niet door een assemblee goedgekeurd, want een geldige assemblee bestaat uit 51 leden en niet uit 49 leden. Gelet op het feit dat de wetten door een onbevoegde en ongeldige assemblee goedgekeurd zijn, hebben geen van die wetten kracht verkregen na afkondiging. Er is dus geen sprake van wet in formele zin.

In lid 2 van hetzelfde artikel van de Grondwet staat: “De wetten zijn onschendbaar, ….”. Dit houdt in dat de rechter een wet niet kan toetsen aan de Grondwet. Echter is er hier geen sprake van een wet, dus de rechter komt niet eens toe aan een eventuele toetsing ervan. De ongeldige wetten zouden geheel buiten beschouwing gelaten kunnen worden door de rechter.

Waarom wilden wij u vertellen wat een wet in formele zin is?
Stel u brengt een zaak voor de rechter waarbij een besluit op basis van een wet in geding is, waarbij die wet na 2015 aangenomen is. De rechter zal enkel en alleen kijken of het besluit gebaseerd is op een wet in formele zin; verder treedt de rechter niet in de beoordeling van de inhoud van de betreffende wet (of iets wel of niet goed is in die wet), want wetten in formele zin zijn onschendbaar. In dit geval zal de rechter zeer waarschijnlijk tot de conclusie komen dat er géén sprake is van een wet in formele zin, waardoor de betreffende wet buiten beschouwing gelaten zal worden. Een besluit op basis van de wet op de Motorrijtuigenbelasting bijvoorbeeld, zou nu voor de rechter gebracht kunnen worden. Waarom? Dat besluit is niet gebaseerd op een wet (in formele zin), dus dat besluit is onbevoegdelijk genomen.

Conclusie
Nu wij weten dat DNA niet het grondwettelijk vereiste aantal van 51 beëdigde leden had, leidt dit tot onbevoegdheid van DNA, niets anders. DNA was onbevoegd een wet aan te nemen zonder 51 beëdigde leden. Alle aangenomen wetten worden geacht nietig of niet rechtsgeldig te zijn.

Terecht stelt Serena Essed dat de nieuwe Valutawet niet geldig is (verkreeg geen kracht, zie de eerdere uitleg). Ook wij vinden dat geen van die wetten geldig zijn, die tussen 22 december 2015 en heden aangenomen zijn. De Wet op de staatsschuld (ook wel “Abdoel-wet” genoemd), waarmee de strafwaardigheid van minister Gillmore Hoefdraad vervallen werd verklaard, is ook niet geldig. De procureur-generaal (pg) moet nu de strafklacht van de VHP dat Hoefdraad de Wet op de staatsschuld overtreden had, beoordelen op basis van de oude Wet op de staatsschuld en dus niet op basis van de nieuwe Wet op de staatsschuld, waarin Hoefdraad gevrijwaard is van straf. De pg dient terug te komen op zijn eerdere stelling dat de strafklacht van de VHP beoordeeld werd op basis van de vrijwarende Abdoel-wet.

De voorzitter van de onvolledige DNA zal spoedig over moeten gaan tot het volledig bezetten van de zetels in DNA, zodat voldaan kan worden aan de grondwettelijke bepalingen.

Sunil Sookhlall & Kries Mahabier

https://www.srherald.com/columns/2020/04/04/juridische-kwakzalverij-zijdens-eugene-van-der-san-tweeluik-deel-2/

 

 

Juridische kwakzalverij zijdens Eugène van der San (tweeluik: deel 1)

Eugène van der San. Foto: NII

Onlangs heeft de heer Eugène van der San in een artikel gereageerd op een video van advocaat Serena Essed. Dat artikel is op 1 april 2020 gepubliceerd op Starnieuws, onder de titel Reactie op de bewering ‘staatsrechtelijk potje’.

Het lijkt wel of de Goden nu Eugène van der San om zijn overmatig zelfgevoel, in het vizier hebben genomen en hem het slachtoffer laat worden van zijn eigen overdosis aan zelfgevoel; zelfreiniging heet dat. Althans die indruk wekken bepaalde gedragslijnen. De zelfgenoegzaamheid spat ervan af, maar boontje komt vroeg of laat om zijn loontje. Ook komt ons in dit opzicht een oud bestuurlijk beginsel voor de geest, waarvan wij ook na lang googelen de herkomst niet hebben kunnen achterhalen: “Pour nos amis tout, pour les autres la rigueur de la loi” (voor onze vrienden alles, voor de anderen de scherpte van de wet).

Serena Essed heeft gesteld dat de “Valutawet”, maar ook alle andere wetten vanaf 22 december 2015 ongeldig zijn. Dit, vanwege het feit dat het Hof van Justitie onlangs besloten heeft dat de heren Raymond Sapoen en Diepakkoemar Chitan vanaf 22 december 2015 geen assembleeleden meer zijn. De Nationale Assemblee (DNA) dient volgens de Grondwet te bestaan uit 51 leden, maar door de terugroeping van deze heren, bestond DNA al die tijd uit 49 leden. Hierdoor zouden de ontwerpwetten van DNA niet rechtsgeldig zijn, aldus Serena Essed. De datum van 22 december 2015 zullen wij hierna aanduiden als “2015” (leest wat makkelijker).

Eugène van der San: “Wat is er aan de hand? Er is sprake van dwaling en bedrog. Dwaling: omdat bij de toepassing van de Terugroepwet ingevolge artikel 68 lid 1 onder c van de Grondwet, de opengevallen plaatsen worden ingenomen volgens regels vastgelegd in artikel 137 van de Kiesregeling. Dit wordt geacht bekend te zijn bij personen als de betrokkene waardoor er de facto 49 leden kunnen worden geteld, maar de jure, staatsrechtelijk, DNA nog steeds uit 51 leden bestaat, want het proces van invulling is inwerking. Vandaar dat die redenering voor een jurist niet opgaat”.

Commentaar
Hij bedoelt: nu uit de 51 DNA-leden twee leden teruggeroepen zijn, zul je bij een volle zaal 49 leden tellen (de facto), maar eigenlijk 51 leden moeten zien (de jure). Dit baseert hij op het feit dat het proces tot invulling van de opengevallen plaatsen in gang gezet is. Laten wij even aannemen dat dit zo is. Dit proces kan alleen nu pas in gang gezet zijn na het recente vonnis van het Hof en dus niet vanaf 2015 (jaar van terugroeping). Vanaf 2015 tot zeer recent moest je dus echt 49 leden tellen en ook zien (de facto en de jure).

Dit houdt in dat de wetten vanaf 2015 tot de recente datum waarop het proces tot invulling van de opengevallen plaatsen in gang gezet zou zijn, niet geldig zijn. De wetten waaraan Sapoen en Chitan meegewerkt hebben zijn sowieso niet geldig, maar dat behoeft geen uitleg hier.

Van der San zegt verder dat indien het proces tot invulling tot de opengevallen plaatsen in gang gezet wordt, DNA geacht dient te worden te bestaan uit 51 leden, ook indien er slechts 49 leden zijn. Wij lezen dat artikel 137 van de Kiesregeling alleen vertelt door wie de teruggeroepen heren opgevolgd dienen te worden, niets meer en niets minder. Dit artikel zegt nergens dat bij terugroeping automatisch de opvolgers toegetreden zijn tot DNA. Voor toetreding tot DNA dienen de opvolgers nog zelfs beëdigd te worden en hun eed af te leggen.

Overigens is het nog de vraag op welke datum de invulling van de opengevallen plaatsen in gang gezet is.

Eugène van der San: “Bedrog: omdat in het dictum van het hoger aangehaalde vonnis van het Hof staat dat de twee assembleeleden zich niet mogen uitgeven als assembleeleden en wel vanaf de beslissing, dus ex nunc op straffe van een dwangsom. Naar mijn mening heeft de advocaat te kwader trouw gehandeld, tenzij we mogen aannemen dat dit komt door onwetendheid hetgeen wij van zo een nadrukkelijk aanwezige persoon niet mogen aannemen”.

Commentaar
Van der San bedoelt dat het Hof gezegd heeft dat Chitan en Sapoen niet meer als assembleeleden gelden vanaf de datum van het recentelijke vonnis. Daarvóór zouden deze heren wel als assembleeleden hebben gegolden; dat suggereert Van der San.

Wij hebben sterk het vermoeden dat hij het vonnis niet gelezen heeft. Wij zullen enkele zinsdelen uit het vonnis aanhalen, waaruit blijkt dat het Hof van mening is dat Chitan en Sapoen geacht worden vanaf 2015 geen assembleeleden te zijn geweest en dus niet vanaf recente datum van het vonnis:

3.3.5 ……….. De onderhavige vordering is immers niet ingesteld tegen de Uitvoerende Macht, maar tegen DNA-Voorzitter en tegen twee burgers, Sapoen en Chitan …….

Commentaar
Toen de vordering ingesteld werd in 2015, waren Sapoen en Chitan twee burgers en geen DNA-leden meer. Het Hof gebruikt bewust het begrip “DNA-voorzitter” en stelt de DNA-voorzitter dus niet gelijk aan burger, maar Sapoen en Chitan wel.

3.7 ……… dat het eindigen van het lidmaatschap van de betrokken volksvertegenwoordiger………..een feit is bij de betekening van het deurwaardersexploit ……

Commentaar
Het lidmaatschap van Sapoen en Chitan is een feit vanaf de datum waarop dit via de deurwaarder kenbaar is gemaakt aan deze heren (in 2015). Anders gezegd, vanaf die datum zijn ze geen assembleeleden meer.

3.9. …… Sapoen en Chitan verboden wordt op enigerlei wijze te handelen als waren zij nog leden van DNA …..

Commentaar
Zij mogen niet zeggen of handelen alsof zij assembleeleden waren vanaf 2015. Anders zou de zin hebben geluid als: “….. verboden te handelen als zijnde nog leden van DNA”. Het Hof praat in de verleden tijd.

Eugène van der San: “Vandaar dat het Hof van Justitie verplicht is om disciplinaire maatregelen tegen betrokkene te treffen anders blijft men misbruik maken van de (goedheid) van het Hof van Justitie. Het constant verkondigen dat de aanname van de ‘Wet controle valutaverkeer en transactiekantoren’ onrechtmatig is geschied en dat de rechter zal worden geadieerd, is ook zo een grote onzin. Hoe komt een initiatiefwet tot stand?”

Commentaar
Daar gaan wij al, hij begint persoonlijk te worden als de korte kont korter wordt; hij wil Serena Essed verwijten van onwetendheid, iets dat in het woordenboek van Van der San synoniem is voor “jo koe”. Hier kun je zien dat deze man geen tegenspraak duldt en dat men geen andere mening mag hebben. Bescheiden, maar professioneel zoals Serena Essed overkomt bij ons, heeft zij steeds gesteld dat het naar haar mening ‘zo’ is. Hiervoor zou Serena Essed volgens Van der San gestraft moeten worden.

Een wet is een volkswil. De grondwetgever heeft bepaald dat de wet (volkswil) tot uiting komt met een DNA die bestaat uit 51 DNA leden. Met 49 leden is die volkswil dus nimmer tot uiting gekomen. Van der San had bij de rechter ooit een geding aanhangig gemaakt tegen de examencommissie van het Ministerie van Onderwijs. Hij wilde dat een cijfer 5,45 afgerond werd tot cijfer 6. Iets wat krom was, wilde hij via de rechter laten rechtzetten. De rechter heeft hem toen erop gewezen dat het cijfer 5,45 niet afgerond kon worden tot het cijfer 6.

Zo is het in dit geval ook; 49 leden kunnen niet afgerond worden naar 51 leden. Hier ziet u hoe hij zich bedient van juridisch kwakzalverij en het aantal van 49 wil omtoveren in 51. Iets wat krom is, wil hij recht praten, maar Serena Essed moest wel straf krijgen omdat zij slechts een andere mening heeft.

Indien iemand anders dit gedaan zou hebben, zou hij door Eugène Van der San bejegend worden met “jo koe”.

Sunil Sookhlall & Kries Mahabier

https://www.srherald.com/columns/2020/04/03/juridische-kwakzalverij-zijdens-eugene-van-der-san-tweeluik-deel-1/

Reactie op de bewering 'staatsrechtelijk potje'

01 Apr, 2020, 10:37

foto

Door een bekende advocaat werd een stelling geponeerd dat, door het recente vonnis van het Hof van Justitie zaaknummer GR 15190 uitspraak 20 maart 2020 publicatiedatum 20 maart 2020; Rechtsgebied Burger-Overheid, De Nationale Assemblee (DNA) niet meer uit 51 leden bestaat maar 49. Dit op grond van de bepaling in artikel 68 lid 1 onder C van de Grondwet, dat de Assembleeleden Sapoen en Chitan terug zijn geroepen en daardoor geen deel meer uitmaken van DNA.
 
In een live videopresentatie op Facebook wordt over het aangehaalde vonnis in hoger beroep gezegd, dat het duidelijk is geworden dat beide politici sinds 22 december 2015 geen deel meer uitmaken van De Nationale Assemblee derhalve bestaat DNA  vanaf dat moment maar uit 49 leden. Omdat artikel 61 van de Grondwet luidt dat De Nationale Assemblee uit 51 leden bestaat, kan zij haar taken niet meer uitoefenen, waardoor alle aangenomen wetten vanaf 22 december 2015 niet rechtsgeldig zijn dus ook de wet Controle Valutaverkeer en Transactiekantoren.
 
Deze menig is gebaseerd op haar staatsrechtelijke kennis en het recht op vrije meningsuiting en daarom wordt de voorzitter van DNA opgeroepen om haar verantwoordelijkheid te nemen om orde op zaken te stellen. Als het niet om een land ging en ook niet om een advocaat zou ik stilletjes in mijn vuistje lachen. Maar helaas betreft het een doodserieuze zaak aldus de advocaat.
 
Wat is er aan de hand? Er is sprake van dwaling en bedrog. Dwaling: omdat bij de toepassing van de Terugroepwet ingevolge artikel 68 lid 1 onder C van de Grondwet, de opengevallen plaatsen worden ingenomen volgens regels vastgelegd in artikel 137 van de kiesregeling. Dit wordt geacht bekend te zijn bij personen als de betrokkene waardoor er de facto 49 leden kunnen worden geteld, maar de jure, staatsrechtelijk, DNA nog steeds uit 51 leden bestaat, want het proces van invulling is inwerking. Vandaar dat die redenering voor een jurist niet opgaat.
 
Bedrog: omdat in het dictum van het hoger aangehaalde vonnis van het Hof staat dat de twee Assembleeleden zich niet mogen uitgeven als Assembleeleden en wel vanaf de beslissing, dus ex nunc op straffe van een dwangsom. Naar mijn mening heeft de advocaat te kwader trouw gehandeld, tenzij we mogen aannemen dat dit komt door onwetendheid hetgeen wij van zo een nadrukkelijk aanwezige persoon niet mogen aannemen.
 
Vandaar dat het Hof van Justitie verplicht is om disciplinaire maatregelen tegen betrokkene te treffen anders blijft men misbruik maken van de (goedheid) van het Hof van Justitie. Het constant verkondigen dat de aanname van de ‘Wet Controle Valutaverkeer en Transactiekantoren’ onrechtmatig is geschied en dat de rechter zal worden geadieerd, is ook zo een grote onzin. Hoe komt een initiatiefwet tot stand? 
 
Krachtens artikel 144 van de Grondwet is er een Constitutioneel Hof, zijnde een onafhankelijk orgaan welke tot taak heeft: Het toetsen van de inhoud van wetten of gedeelten daarvan aan de Grondwet. Daarom ben ik benieuwd hoe de rechter de wet gaat toetsen.
 
Ten slotte te uwer informatie; de enige wijze om in strijd met artikel 61 van de Grondwet te handelen zoals door de advocaat wordt beweerd is als na de verkiezingen het Onafhankelijk Kiesbureau bijvoorbeeld de verkiezingen van het kiesdistrict Para, niet bindend zou verklaren (3 zetels).
 
Voorts, als ingevolge artikel 66 van de Grondwet bij het onderzoek van de geloofsbrieven van haar nieuw gekozen leden, bij de beslissing over de geschillen, welke aangaande die geloofsbrieven of de verkiezing zelf opkomen voor de toelating,  zou beslissen dat het proces verbaal  van het onafhankelijk kiesbureau in acht zal worden genomen, dat dan DNA uit 48 leden zou bestaan. Dan pas zou in strijd met de Grondwet worden gehandeld. Maar ook daarvoor heeft de wetgever gezorgd.
 
Eugène van der San 

Advocaat Serena Essed: “Afgelopen periode is er gewoon een staatsrechtelijk potje van gemaakt”

Aanname Wet Controle Valutaverkeer en Transactiekantoren niet rechtsgeldig

De Wet Controle Valutaverkeer en Transactiekantoren is volgens advocaat Serena Essed een fundamenteel onrecht op verschillende niveaus en is bovendien niet op een legitieme danwel rechtsgeldige manier aangenomen, zoals dat door de grondwet wordt aangegeven. In een live videopresentatie op Facebook stelde Essed dat met het recente vonnis van het Hof van Justitie in de hoger beroepszaak van Raymond Sapoen en Diepakkoemar Chitan het duidelijk is geworden dat beide politici sinds 22 december 2015 geen deel meer uitmaken van De Nationale Assemblee en derhalve het hoogste college van staat sinds voornoemde datum niet met de grondwettelijke 51 leden, maar 49 leden heeft vergaderd en verschillende ontwerpwetten heeft aangenomen. Artikel 68 lid 1 van de Grondwet bepaalt heel duidelijk dat het DNA-lidmaatschap eindigt wanneer DNA-leden teruggeroepen zijn, en dat is in dit geval zo. Artikel 61 van de Grondwet luidt dat De Nationale Assemblee bestaat uit 51 leden. Wanneer er nu geen 51 leden meer zijn, zoals de Grondwet dat voorschrijft, brengt het volgens haar met zich mee dat DNA de taken, die aan haar zijn toebedeeld, dus niet kan uitoefenen. Eén van de taken van DNA is het goedkeuren van ontwerpwetgeving, die aan haar wordt voorgelegd.

Alle aangenomen wetten vanaf 22 december 2015 niet rechtsgeldig

Dus niet alleen de Wet Controle Valutaverkeer en Transactiekantoren is volgens haar niet legitiem, maar alle wetten vanaf 22 december 2015. Dit heeft volgens haar verstrekkendere gevolgen. “Naar mijn mening dient een voorzitter van De Nationale Assemblee (DNA), die kennis draagt van zo een vonnis van het hoogste rechtsprekend orgaan, vervolgens geen vergaderingen meer uit te schrijven om een nieuwe wet aan te nemen. Maar die dient eerst een vergadering te beleggen om zaken op orde te stellen, want De Nationale Assemblee bestaat niet meer uit 51 leden. Dit is een zeer belangrijke zaak waarnaar gekeken moet worden”, aldus Essed. Zij benadrukt dat het hier om een serieuze zaak gaat, omdat de wetgevende macht de rechterlijke macht dient te respecteren en haar uitspraken ook in acht dient te nemen. “Naar mijn mening is in de afgelopen periode gewoon een staatsrechtelijk potje van gemaakt”, aldus de advocaat die vindt dat het vonnis aan de laars is gelapt.

Verstrekkende gevolgen valutawet

De nieuwe Wet Controle Valutaverkeer en Transactiekantoren verbiedt een nieuwe wisselkoers te hanteren dan dat van de Centrale Bank van Suriname (CBvS). Het tweede is dat alle transacties in contanten dienen te geschieden in SRD, er mogen geen overeenkomsten worden gesloten in een andere valuta dan SRD en als dat toch gebeurt, is die overeenkomst nietig. Verder is het ook nog verboden om goederen en diensten aan te bieden in vreemde valuta. De banken mogen ook geen vreemde valuta meer verkopen met uitzondering voor de betaling van ticketkosten, onderhoudsplicht, studie, medische doeleinden of het aanzuiveren van credit cards. Interessant volgens Essed is dat de minister van HI&T een lijst mag samenstellen van de essentiële importgoederen, waaronder voedingsmiddelen, medicamenten, productiemiddelen en voor de overheid noodzakelijke producten. “In geval een negatief advies verloop voor het betreffend jaar rapporteert, wordt er door de regering c.q. het ministerie van HI&T maatregelen getroffen om de import van niet essentiële goederen tijdelijk te beperken. Zodanig dat de deviezenuitstroom en deviezeninkomsten tenminste aan elkaar gelijk worden. Dat betekent dat eigenlijk alleen de basisgoederen dan geïmporteerd kunnen worden. Dit is heel erg verstrekkend”, aldus Essed.

FR

https://www.dbsuriname.com/2020/03/30/advocaat-serena-essed-afgelopen-periode-is-er-gewoon-een-staatsrechtelijk-potje-van-gemaakt/?fbclid=IwAR3gQNNlIln5BcI7k5meCRi-O4GqtQyiM4AHsjrAsS_I9UzRu6HOXH76ngw

 

SRU-HVJ-2020-4

  • InstantieHof van Justitie
  • ZaaknummerGR-15190
  • Uitspraakdatum20 maart 2020
  • Publicatiedatum20 maart 2020
  • RechtsgebiedBurger-overheid
  • RelatiesSRU-K1-2013-6
  • Inhoudsindicatie

    Het Hof vernietigt het vonnis van de Kantonrechter en beslist dat de terugroeping van twee volksvertegenwoordigers rechtsgeldig is geschied.

UITSPRAAK

HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME

G.R. No. 15190

20 maart 2020

In de zaak van

A. De politieke organisatie VOORUITSTREVENDE HERVORMINGSPARTIJ (V.H.P.), rechtspersoon, gevestigd en kantoorhoudende te Paramaribo,
B. De politieke organisatie NATIONALE PARTIJ SURINAME, rechtspersoon, gevestigd en kantoorhoudende te Paramaribo,
C. De politieke organisatie PERTJAJAH LUHUR, rechtspersoon, gevestigd en kantoorhoudende te Paramaribo,
D. Mohabali, Mohammad Barkatoellah, wonende in het district Wanica,
E. Sardjoe, Prim Koemar, wonende in het district Saramacca,
appellanten in kort geding,
gemachtigde: mr. G.R. Sewcharan, advocaat,

tegen

A. Sapoen, Raymond Soeharto, wonende in het district Wanica,
B. Chitan, Diepakkoemar, wonende in het district Saramacca,
C. Geerlings-Simons, Jennifer, in haar hoedanigheid van voorzitter van De Nationale Assemblee, kantoorhoudende te Paramaribo,
geïntimeerden in kort geding,
gemachtigde: mr. N.U. van Dijk, advocaat.

inzake het hoger beroep van het door de Kantonrechter in het Eerste Kanton in kort geding gewezen en uitgesproken vonnis van 28 november 2016 bekend in het Algemeen Register onder no. 16-3583 tussen appellanten als eisers en geïntimeerden als gedaagden,
spreekt de Fungerend-President, in Naam van de Republiek, het navolgende vonnis in kort geding uit.
Dit vonnis bouwt voort op het eerder in deze zaak gewezen tussenvonnis de dato 06 december 2019.
Partijen worden in het hierna volgende gemakshalve (ook) aangeduid als respectievelijk de VHP, de NPS, de PL, Mohabali en Sardjoe enerzijds en Sapoen, Chitan en DNA-Voorzitter anderzijds.

1. Het verdere procesverloop

1.1 Dit blijkt uit de volgende processtukken/proceshandelingen:

  • overlegging door appellanten van de door het hof opgevraagde documenten betreffende de rechtsgang in eerste aanleg zoals verwoord in voormeld tussenvonnis;
  • uitlating zijdens geїntimeerden omtrent de ten processe overgelegde documenten zijdens appellanten;

1.2. De uitspraak van het vonnis is hierna bepaald op heden.

2. Waarvan kan worden uitgegaan

2.1. Bij deurwaardersexploten d.d. 22 december 2015 met no’s 676 en 675 van de deurwaarder Chiragally, Halima, zijn aan Sapoen en Chitan de brieven d.d. 22 december 2015 afkomstig van de PL betekend, inhoudende het besluit inzake hun terugroeping als volksvertegenwoordigers van De Nationale Assemblee (DNA) zoals bedoeld in artikel 4 lid 2 van de Wet Terugroeping Volksvertegenwoordigers (Wet van 22 februari 2005, S.B. 2005 no. 15), hierna te noemen: WTV.

2.2. Bij de voormelde exploten zijn aan Sapoen en Chitan behalve de brieven d.d. 22 december 2015, inhoudende het besluit en de gronden waarop hun terugroeping is gebaseerd, ook meebetekend een gewaarmerkt uittreksel van de goedgekeurde notulen d.d. 20 december 2015 van de rechtsgeldige vergadering van de Partijraad van de PL waarop het voormelde besluit tot terugroeping van Sapoen en Chitan door de Partijraad van de PL is genomen.

2.3. Bij exploten d.d. 23 december 2015 met no’s 679 en 680 zijn de voormelde exploten genummerd 676 en 675 inclusief alle bijlagen overeenkomstig artikel 4 lid 4 WTV, onder andere, aan het Centraal Hoofdstembureau (CHS) betekend.

2.4. Het was de PL op 16 juni 2015 namelijk bekend geworden dat Sapoen en Chitan bekend hadden gemaakt de fractie van de PL te zullen verlaten. Ingevolge artikel 3 lid 1 sub c WTV kan een politieke organisatie een gekozen volksvertegenwoordiger die de fractie zoals bedoeld in dit artikel heeft verlaten, terugroepen. De terugroepgerechtigde moet ingevolge artikel 4 lid 1 WTV bij het nemen van het besluit tot terugroeping dezelfde procedure volgen als bij de kandidaatstelling.

2.5. Op 24 juni 2015 heeft de PL een Partijraadsvergadering gehouden, op welke vergadering een besluit tot terugroeping van Sapoen en Chitan is genomen. Op basis van artikel 4 lid 3 WTV dat stelt dat het lidmaatschap van het desbetreffend volksvertegenwoordigend orgaan eindigt bij de betekening van het besluit aan de teruggeroepen volksvertegenwoordiger, is er een vordering in kort geding tegen DNA-Voorzitter ingesteld om de teruggeroepenen geen toegang meer te verlenen tot DNA. Bij vonnis d.d. 13 juli 2015 met A.R. No.: 152997 heeft de rechter in kort geding, mr. A.C. Johanns, onder meer, overwogen dat de terugroeping te vroeg had plaatsgevonden.

2.6. Na voormelde beslissing van mr. A.C. Johanns is de PL ertoe overgegaan Sapoen en Chitan opnieuw terug te roepen. Tegen deze terugroeping d.d. 13 juli 2015 hebben Sapoen en Chitan een vordering in kort geding ingesteld tegen de PL, onder meer, strekkende tot een verbod hen in de toekomst terug te roepen. Bij vonnis d.d. 26 oktober 2015 met A.R. No.: 153122 heeft de rechter in kort geding, mr. I.S. Chhangur-Lachitjaran, de vordering van Sapoen en Chitan tot dit verbod afgewezen. De vordering van Sapoen en Chitan om hen niet te hinderen in de uitoefening van hun werkzaamheden naar aanleiding van de terugroeping d.d. 13 juli 2015, was wel toegewezen omdat de PL verzuimd had de stukken over de terugroeping in het geding te brengen. Echter is door mr. I.S. Chhangur-Lachitjaran geoordeeld dat het aannemelijk is dat Sapoen en Chitan de fractie van de PL hebben verlaten.

2.7. Na het hiervoor vermelde vonnis van mr. I.S. Chhangur-Lachitjaran heeft het Hoofdbestuur van de PL in haar vergadering d.d. 27 oktober 2015 het besluit genomen het bestuur van haar Partijraad het verzoek te doen om opnieuw een Partijraadsvergadering te houden.

2.8.In haar vergadering d.d. 2 november 2015 heeft het bestuur van de Partijraad van de PL het besluit genomen om de door het Hoofdbestuur verzochte Partijraadsvergadering te houden. Op 4 november 2015 heeft het Partijraadsbestuur dienovereenkomstig de leden van de Partijraad geconvoceerd voor een vergadering d.d. 20 december 2015.

2.9. Op 20 december 2015 is de Partijraadsvergadering van de PL gehouden. Staande de vergadering is het al dan niet terugroepen van Sapoen en Chitan in stemming gebracht. Blijkens de stemming hebben 101 stemgerechtigde leden hun stem uitgebracht. Blijkens het proces-verbaal van de gehouden stemming hebben 100 stemgerechtigden vóór de terugroeping gestemd.

2.10. Blijkens de notulen van de Partijraadsvergadering d.d. 20 december 2015 en het proces-verbaal van de gehouden stemming is de terugroeping gebaseerd op het feit dat Sapoen en Chitan de fractie van de PL hebben verlaten.

2.11. Overeenkomstig artikel 4 lid 5 WTV zijn de onder 2.1. aangehaalde deurwaardersexploten d.d. 22 december 2015 met de no’s 676 en 675 en die van 23 december 2015 met no’s 679 en 680, de brieven d.d. 22 december 2015 en de notulen van de Partijraadsvergadering van de PL d.d. 20 december 2015 verzonden aan:

  • de President van de Republiek Suriname;
  • de Voorzitter van DNA;
  • de Minister van Justitie en Politie;
  • de Minister van Regionale Ontwikkeling;
  • het Onafhankelijk Kiesbureau;
  • de Voorzitters van de Hoofdstembureaus van Wanica en Saramacca;
  • de Staatsraad;
  • de Rekenkamer.

3. De verdere beoordeling

3.1. Het hof neemt over en volhardt bij al hetgeen in voormeld tussenvonnis is overwogen en beslist. Ter uitvoering van het bepaalde in voormeld tussenvonnis hebben appellanten op 13 december 2019 de ontbrekende documenten betreffende de rechtsgang in eerste aanleg overgelegd, te weten een afschrift van het inleidend verzoekschrift met bijbehorende producties alsmede een afschrift van de conclusie van repliek met bijlagen. Geїntimeerden hebben zich vervolgens op 20 december daaraanvolgend daaromtrent uitgelaten

3.2. Appellanten hebben in eerste aanleg als eisers – kort gezegd – primair gevorderd dat DNA-voorzitter zal worden verboden om de in hun hoedanigheid van volksvertegenwoordigers bij deurwaardersexploten d.d. 22 december 2015 met no’s 676 en 675 teruggeroepen personen SAPOEN, Raymond Soeharto en CHITAN, Diepakkoemar, uit te nodigen voor vergaderingen van DNA en haar te gebieden om hen de toegang tot het assembleegebouw te ontzeggen, onder verbeurte van een dwangsom van SRD. 1.000.000,- althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen dwangsom voor iedere keer waarop DNA-voorzitter in strijd met het te wijzen vonnis mocht handelen. Tevens hebben zij veroordeling van Sapoen en Chitan gevorderd om het hiervoor gevorderde, indien uitgesproken bij vonnis, te gehengen en te gedogen, onder verbeurte van een dwangsom van SRD. 1.000.000,- per keer. Subsidiair hebben zij gevorderd dat Sapoen en Chitan zullen worden verboden om zich als lid van DNA uit te geven casu quo als lid van DNA te handelen casu quo zich als zodanig te gedragen, onder verbeurte van een dwangsom van SRD. 1.000.000,- per keer. Bij vonnis van de kantonrechter in het eerste kanton in kort geding de dato maandag 28 november 2016 heeft de kantonrechter zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van de vordering tegen DNA-Voorzitter en zijn de vorderingen tegen Sapoen en Chitan afgewezen. Appellanten verzoeken het Hof om het beroepen vonnis te vernietigen en opnieuw rechtdoende het door appellanten als eisers gevorderde integraal toe te wijzen, althans toe te wijzen op de wijze zoals het Hof in goede justitie geboden acht met veroordeling van geїntimeerden in de kosten van beide instanties. Daartoe hebben appellanten grieven aangevoerd die in het hierna volgende aan een bespreking zullen worden onderworpen.

3.3. In de visie van appellanten heeft de kantonrechter ten onrechte in het vonnis onder 3.5. tot en met 3.9 en onder 3.14 en 3.15 overwogen hetgeen daarin is aangegeven. Daartoe zijn de volgende argumenten aangevoerd, te weten:

3.3.1. immers, de kantonrechter heeft ten onrechte het arrest van het Hof van Cassatie van 28 september 2006, Flandria arrest (NJW, 319) aan haar beslissing ten grondslag gelegd, althans als “handvat” erbij gebruikt. Uitspraken van dit Hof maken geen deel uit van de Surinaamse rechtsorde. Bovendien is van de in dat arrest beschreven situatie in casu geenszins sprake. Zo is er geen vordering ingesteld tegen de Wetgevende Macht. Ook het in rechtsoverweging 3.6 aangehaalde artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) maakt geen onderdeel uit van de Surinaamse rechtsorde.

3.3.2. De kantonrechter heeft daarenboven helemaal geen acht geslagen op de bepalingen van het Amerikaans Verdrag inzake de Rechten van de Mens (AVRM), in het bijzonder artikel 8 lid 1 daarvan en ook niet op de bepalingen van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (BUPO), in het bijzonder artikel 2 lid 3 sub a daarvan. Deze bepalingen maken in tegenstelling tot artikel 6 lid 1 EVRM, wel deel uit van de Surinaamse rechtsorde casu quo hebben in de Surinaamse rechtsorde rechtstreekse doorwerking. Het vonnis van de kantonrechter is daarom in strijd met het geldende Surinaamse recht. De rechter heeft geen blijk gegeven van een juiste opvatting over het Surinaamse recht. Uit het bepaalde in artikel 8 lid 1 AVRM volgt dat de kantonrechter zich niet onbevoegd kan verklaren kennis te nemen van een vordering waarin een recht/belang ontleend aan het Staatsrecht of het Politiek recht, in het geding is. De verdragsbepaling stelt namelijk duidelijk: “… his rights and obligations of a civil, labor, fiscal, or any other nature…”. Daarenboven is het vonnis van de kantonrechter eveneens in flagrante strijd met artikel 25 van het AVRM hetwelk namelijk het recht op rechtsbescherming garandeert.

3.3.3. De (kanton-)rechter heeft met het miskennen van het bepaalde in artikel 2 lid 3 sub a van het Bupo geen blijk gegeven van een juiste opvatting over het recht van Suriname.

3.3.4. De kantonrechter gaat met het hanteren van het aangehaalde arrest daarenboven ten onrechte ervan uit dat de beoordeling van de rechterlijke bevoegdheid in een vordering als de onderhavige op gelijke wijze dient te geschieden als wanneer de Wetgevende Macht onrechtmatig handelen jegens een burger zou worden verweten. DNA-Voorzitter is namelijk onmogelijk gelijk te stellen met de Wetgevende Macht (te onzent gevormd door De Nationale Assemblee en de regering van de Republiek Suriname) en Sapoen en Chitan, die rechtsgeldig teruggeroepen zijn, zie ook rechtsoverweging 3.13 van het vonnis waarvan beroep, en dus geen parlementariërs meer zijn, hebben casu quo behoren met wetgeving als zodanig niets van doen te hebben.

3.3.5. Voorts heeft de kantonrechter, ook ten onrechte zoals zij onder 3.7 overweegt, de Surinaamse rechtspraak voor wat betreft de Uitvoerende Macht aan haar beslissing ten grondslag gelegd, althans deze als een “handvat” gebruikt voor de door haar genomen beslissing. De onderhavige vordering is immers niet ingesteld tegen de Uitvoerende Macht, maar tegen DNA-Voorzitter en tegen twee burgers, Sapoen en Chitan.

3.3.6. Daarnaast is het volstrekt onduidelijk en nieuw waarom casu quo op grond waarvan de rechter in concreto meent geen rechtsmacht te hebben voor wat betreft de vordering uit hoofde van onrechtmatige daad jegens DNA-Voorzitter; een vordering ontleent aan het burgerlijk wetboek, namelijk artikel 1386 BW. Immers neemt de rechterlijke macht volgens artikel 134 van de Grondwet juist kennis van alle geschillen tenzij de wet een andere rechter aanwijst; voor welke toedeling van geschillen het geen verschil maakt of het rechtsgeschil van privaat- of publiekrechtelijke aard is. Het Surinaams recht kent geen onderscheid tussen rechtsprekende instanties op het gebied van het Administratieve recht en het Staatsrecht enerzijds en het Burgerlijk recht anderzijds, zoals dat in bijvoorbeeld Nederland wel het geval is. Er is geen andere rechter in onze wetgeving aangewezen om van het onderhavige geschil kennis te nemen, dan de gewone rechter, dus ook de rechter in kort geding. De kantonrechter heeft een volkomen aan het Surinaamse recht nieuwe, vreemde en verkeerde uitleg casu quo benadering gegeven aan de door haar aangehaalde wettelijke en grondwettelijke bepalingen.

3.3.7. De kantonrechter gaat, en dit is de kern van de rechterlijke misslag in dezen, vervolgens ten onrechte ervan uit dat wanneer er sprake is van een inbreuk op een recht ontleend aan het Staatsrecht, zij onbevoegd zou zijn om als kantonrechter, rechtsprekend in kort geding, van een vordering op grond van onrechtmatige daad strekkende tot herstel van die inbreuk, kennis te nemen.

3.3.8. De kantonrechter heeft, volkomen onbegrijpelijk, een geheel eigen, niet op het geldende recht van Suriname gebaseerde, daaraan vreemde, enge en verkeerde betekenis gegeven aan het begrip subjectief recht. Aangenomen en bekend is dat onder een subjectief recht begrepen moet worden een bijzondere, door het recht aan iemand toegekende bevoegdheid, die hem wordt verleend om zijn belang te dienen. Subjectieve rechten komen toe aan rechtssubjecten, dus aan rechtspersonen en natuurlijke personen. DE VHP, NPS en PL zijn rechtspersonen en Mohabali en Sardjoe zijn natuurlijke personen. Als belangrijkste, dus er zijn ook minder belangrijke, subjectieve rechten worden erkend de persoonlijkheidsrechten en de vermogensrechten. Het recht om gekozen te worden tot volksvertegenwoordiger, waarvan appellanten gebruik hebben gemaakt, is een grondrecht, dus een subjectief recht. Dat de kantonrechter de aan appellanten in dezen toekomende rechten niet als subjectieve rechten heeft gekwalificeerd, is daarom ten zeerste onbegrijpelijk en juridisch onverklaarbaar.

3.3.9. De onderhavige vordering is gebaseerd op de onrechtmatige daad. Van een onrechtmatige daad is niet alleen sprake wanneer er sprake is van een inbreuk op een recht. De kantonrechter heeft bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van een onrechtmatige gedraging haar onderzoek beperkt tot de eerste drie handelingen die een onrechtmatige daad kunnen opleveren. Het vonnis van de kantonrechter komt daarom alleen al op grond hiervan voor vernietiging in aanmerking. Sedert 1919 is het bekend dat er niet alleen sprake is van een onrechtmatige daad indien er inbreuk is gemaakt op een recht, maar ook indien er sprake is van een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of indien er sprake is van een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Zoals hiervoor is uiteengezet, is er overduidelijk sprake van een inbreuk op een recht in relatie tot alle vijf appellanten afzonderlijk. Ten aanzien van de VHP (het Hof leest: PL) betreft het het recht om terug te roepen zoals bedoeld in de WTV. Ten aanzien van de NPS en de PL (het Hof leest: VHP) betreft het het aan de Kieswet ontleend recht dat de door hen voorgedragen en gekozen kandidaten toegelaten worden tot DNA en ten aanzien van Mohabali en Sardjoe betreft het eveneens het aan de Kieswet ontleend recht om als gekozen volksvertegenwoordigers toegelaten te worden tot DNA. Het recht van Mohabali en Sardjoe om gekozen en toegelaten te worden tot de volksvertegenwoordiging wordt ook beschermd door het AVRM en het BUPO. Dus ook op deze bepalingen wordt er door geїntimeerden een inbreuk gemaakt.

3.3.10. Voor zover het Hof van oordeel mocht zijn dat er geen sprake zou zijn van een inbreuk op een recht, quod non, is er in ieder geval sprake van een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht door geїntimeerden. En voor zover het Hof van oordeel mocht zijn dat er ook geen sprake zou zijn van een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht, quod non, is er in ieder geval sprake van een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.

3.4. Geїntimeerden hebben zowel in eerste aanleg als in hoger beroep verweer gevoerd op welk verweer het Hof – voor zover nodig – in het hierna volgende zal ingaan.

3.5. In de visie van het Hof is het navolgende in casu aan de orde. Tijdens de algemene, geheime en vrije verkiezingen de dato 25 mei 2015 hebben, onder andere, de VHP, de NPS en de PL deelgenomen in combinatieverband (V7). Daarbij heeft de PL, onder andere, haar leden Sapoen en Chitan kandidaat gesteld voor verkiezing tot DNA-lid in respectievelijk de districten Wanica en Saramacca en zijn zij ook gekozen als volksvertegenwoordigers door het electoraat. Evenwel heeft Sapoen, nadat de uitslag van de gehouden verkiezingen bekend was geworden, als namens de PL gekozen volksvertegenwoordiger in het district Wanica, afzonderlijk een gesprek gehad met de president, de heer D.D. Bouterse, die toen als informateur/formateur optrad, en op 15 juni 2015 maakt Sapoen publiekelijk bekend niet optimaal te kunnen functioneren binnen de PL hetgeen hem noodzaakt tot het opereren als een zelfstandige fractie in DNA. Bij schrijven d.d. 16 juni 2015 deelt Chitan, als namens de PL gekozen volksvertegenwoordiger in het district Saramacca, aan de PL mede de zelfstandige fractie van Sapoen te zullen ondersteunen. Daartegen is de PL in het geweer gekomen en heeft ingevolge de WTV gemeend om de procedure in werking te stellen teneinde te bewerkstelligen dat Sapoen en Chitan werden terug geroepen. Het voorgaande heeft tot diverse kortgedingprocessen in eerste aanleg geleid, waarvan de onderhavige procedure deel uitmaakt. De centrale vraag die partijen preliminair verdeeld houdt betreft de vraag of de kortgedingrechter rechtsmacht toekomt in de onderhavige procedure. Appellanten beantwoorden voormelde vraag in bevestigende zin terwijl geїntimeerden die in ontkennende zin beantwoorden. Naar het oordeel van het Hof dient voormelde vraag in bevestigende zin te worden beantwoord. Immers leggen appellanten aan hun vordering een onrechtmatige daad ten grondslag en is de kortgedingrechter – als restrechter – ten allen tijde bevoegd om van dergelijke vorderingen kennis te nemen. Dat er daarbij sprake zou zijn van schending van “de trias politica” – zoals door geїntimeerden is aangevoerd – is in de visie van het Hof niet aannemelijk geworden. Immers is gesteld noch gebleken dat er in casu een speciale met voldoende waarborgen omklede en effectieve rechtsgang bestaat waar appellanten hun beklag zouden kunnen doen. Al hetgeen dienaangaande door geїntimeerden is aangevoerd komt derhalve voor verwerping in aanmerking. In de visie van het Hof is de vereenzelviging van DNA-Voorzitter met de Wetgevende Macht door geїntimeerden in de gedingstukken onterecht en zal het Hof derhalve daaraan – met overname van de motivering van de kantonrechter in het beroepen vonnis onder 3.4. – voorbijgaan. De daartoe strekkende grief gaat derhalve op en is gegrond gebleken.

3.6. Thans komt aan de orde de vraag of er in casu al dan niet rechtsgeldig is teruggeroepen door de PL. In dat kader is gebleken dat gaandeweg de procedure in eerste aanleg op 17 augustus 2016 DNA heeft goedgekeurd “De Wet houdende regels voor het beëindigen van het lidmaatschap van De Nationale Assemblee”. Deze wet is per diezelfde datum afgekondigd in het Staatsblad van de Republiek Suriname (S.B. 2016, no. 114). Artikel 6 lid 3 van deze wet stelt dat bij haar inwerkingtreding de WTV is ingetrokken. De vraag die dan rijst is of de onderhavige vordering beoordeeld dient te worden aan de hand van de inmiddels ingetrokken WTV danwel op grond van de “nieuwe” Wet houdende regels voor het beëindigen van het lidmaatschap van De Nationale Assemblee (S.B. 2016, no. 114) dient te worden beoordeeld. Dienaangaande komt het Hof – evenals de kantonrechter – tot de slotsom dat de WTV in casu van toepassing is en neemt daartoe de overwegingen van de kantonrechter onder 3.11 tot en met de eerste alinea van 3.13 van het beroepen vonnis over en maakt die tot de zijne.

3.7. Thans komt het Hof toe aan de vraag of er in casu al dan niet een rechtsgeldige terugroeping heeft plaatsgevonden van Sapoen en Chitan. Artikel 2 lid 1 van de WTV bepaalt dat terugroeping door een politieke organisatie plaatsvindt door een besluit van het daartoe bevoegde orgaan van de terugroepingsgerechtigde op een of meer van de in artikel 3 genoemde gronden en volgens de procedure neergelegd in artikel 4. In artikel 4 wordt de procedure voor de terugroeping aangegeven en in lid 3 daarvan is bepaald dat het eindigen van het lidmaatschap van de betrokken volksvertegenwoordiger, zoals bepaald in artikel 68 lid 1 aanhef en onder c van de Grondwet, een feit is bij de betekening van het deurwaardersexploit zoals bedoeld in lid 2. Het Hof stelt vast dat het Hoofdbestuur van de PL in haar vergadering van 27 oktober 2015 het besluit heeft genomen om het bestuur van haar Partijraad het verzoek te doen om opnieuw een Partijraadsvergadering te houden. Bij schrijven de dato 28 oktober 2015 doet het Hoofdbestuur van de PL bovengenoemd verzoek aan de voorzitter van het Partijraadsbestuur toekomen. Het bestuur van de Partijraad van de PL neemt in haar vergadering de dato 2 november 2015 het besluit om de door het Hoofdbestuur verzochte Partijraadsvergadering te houden. Op 4 november 2015 heeft het Partijraadsbestuur de leden van de Partijraad geconvoceerd voor een op 20 december 2015 te houden vergadering. Tijdens de op 20 december 2015 gehouden Partijraadsvergadering van de PL is het al dan niet terugroepen van Sapoen en Chitan in stemming gebracht. Blijkens het proces-verbaal van de stemming hebben 100 stemgerechtigden vóór de terugroeping van Sapoen en Chitan gestemd. Bij exploiten de dato 22 december 2015 met de nummers 675 en 676 van de deurwaarder bij het Hof van Justitie H. Chiragally zijn aan respectievelijk Chitan en Sapoen betekend een afschrift van een brief de dato 22 december 2015 afkomstig van het Hoofdbestuur van de PL met als bijlage de notulen van de Partijraadsvergadering van 20 december 2015. De brief bevat de mededeling dat in de Partijraad van de politieke vereniging Pertjaja Luhur (PL) op een partijraadsvergadering de dato 20 december 2015 het besluit is genomen inhoudende de terugroeping zoals bedoeld in de Terugroepwet van 22 februari 2005. Uit de in de brief vermelde handelingen van Chitan en Sapoen wordt afgeleid dat zij met hun handelingen en optreden hebben aangegeven de fractie van de PL te hebben verlaten en worden zij voorts in kennis gesteld van het gevolg van hun terugroeping, namelijk dat zij geen deel uitmaken van de Nationale Assemblee.

Gelet op het voorgaande komt het Hof tot de slotsom dat de terugroeping van Sapoen en Chitan rechtsgeldig heeft plaatsgevonden en ingevolge het bepaalde in artikel 4 lid 3 van de WTV is bij de betekening van de exploiten de dato 22 december 2015 met de nummers 675 en 676, de terugroeping een feit.

3.8. Thans komt aan de orde hetgeen primair in het petitum van het inleidend rekest is gevorderd. Dienaangaande komt het Hof tot de navolgende slotsom. Primair wordt gevorderd – kort gezegd – een verbod voor DNA-Voorzitter om de teruggeroepen volksvertegenwoordigers Sapoen en Chitan uit te nodigen voor vergaderingen van DNA en een gebod om hen de toegang tot het assembleegebouw te ontzeggen, op straffe van een dwangsom. Daaraan wordt gekoppeld een verzochte veroordeling van Sapoen en Chitan om het voorgaande te gehengen en te gedogen, op straffe van een dwangsom. In de visie van het Hof ontbreekt er een schakel teneinde het primair gevorderde toe te wijzen. Hoewel de terugroeping met de betekening van voormelde exploiten een feit is dient er in de visie van het Hof voor gewaakt te worden dat er daardoor geen vacuum ontstaat. Kennelijk heeft de wetgever er daarom voor gekozen om ingevolge het bepaalde in artikel 5 lid 1 WTV te bepalen dat het Centraal Hoofdstembureau (CHS) binnen veertien dagen na de betekening de dato 23 december 2015 bijeen diende te komen om volgens de in de Kiesregeling bepaalde wijze te voorzien in de vacatures van DNA die als gevolg van de voormelde terugroepingen zijn opengevallen. Die procedure is evenwel niet gecompleteerd aangezien het CHS wel bij elkaar is geweest maar er niet is voorzien in de vacatures van DNA conform de Kiesregeling, waardoor het primair gevorderde in de visie van het Hof niet voor toewijzing in aanmerking kan komen. Er ontbreekt namelijk een schakel in de keten van te verrichten wettelijke handelingen waardoor in de visie van het Hof DNA-Voorzitter niet kan worden veroordeeld conform het primair gevorderde in het inleidend verzoekschrift. Het primair gevorderde ten aanzien van Sapoen en Chitan ondergaat als sequeel van het voorgaande hetzelfde lot. De slotsom waar al het voorgaande toe leidt is dat de primair gevraagde voorzieningen zullen worden geweigerd.

3.9. Thans zal het Hof overgaan tot bespreking van het subsidiair gevorderde. Met de vaststelling dat de terugroeping rechtsgeldig is geschied komt het Hof tot de slotsom – gelet op al het voorgaande – dat het subsidiair gevorderde voor toewijzing in aanmerking komt. Aan het verweer van Sapoen en Chitan dat het subsidiair gevorderde onvoldoende specifiek en derhalve niet toewijsbaar is, zal worden voorbij gegaan. Naar dezerzijds oordeel blijkt daaruit voldoende dat bij toewijzing Sapoen en Chitan verboden wordt op enigerlei wijze te handelen als waren zij nog leden van DNA. De consequentie van al het voorgaande is dat het beroepen vonnis dient te worden vernietigd en opnieuw rechtdoende de primair gevraagde voorzieningen zullen worden geweigerd en het subsidiair gevorderde zal worden toegewezen in voege als na te melden. De mede gevorderde dwangsom komt het Hof bovenmatig voor en zal ambtshalve worden gemitigeerd en gemaximeerd zoals hierna in het dictum te melden. Sapoen en Chitan gelden als de hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij en zullen derhalve worden veroordeeld om de gedingkosten in beide instanties voor hun rekening te nemen.

3.10. Bespreking van de overige stellingen en weren van partijen zal, als voor de beslissing niet langer relevant zijnde, achterwege worden gelaten.

5. De beslissing in hoger beroep

Het hof:

5.1. Vernietigt het vonnis van de Kantonrechter in het Eerste Kanton in kort geding de dato 28 november 2016 en bekend in het Algemeen Register onder no. 16-3583, waarvan beroep;

En opnieuw rechtdoende:

5.2. Weigert de primair gevraagde voorzieningen;

5.3. Verbiedt Sapoen en Chitan om zich als lid van DNA uit te geven casu quo als lid van DNA te handelen casu quo zich als zodanig te gedragen, onder verbeurte van een dwangsom van SRD. 100.000,- (Eenhonderdduizend Surinaamse Dollars) voor iedere keer waarop Sapoen en Chitan het bepaalde in dit vonnis mochten overtreden tot een maximum van SRD. 1.000.000,- (Een Miljoen Surinaamse Dollars);

5.4. Veroordeelt Sapoen en Chitan, als de hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van het geding in beide instanties, aan de zijde van appellanten gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op:

In eerste aanleg: SRD.980, – (Negenhonderd en tachtig Surinaamse Dollars)
In hoger beroep: SRD. 1100, -(Elfhonderd Surinaamse Dollars)

5.5. Weigert het meer of anders gevorderde;

Aldus gewezen door mr. A. Charan, Fungerend-President, mr. J.M. Jensen en mr. S. Nanhoe-Gangadin, leden-plaatsvervanger, en uitgesproken door mr. D.D. Sewratan, Fungerend-President, ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van vrijdag 20 maart 2020, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Berenstein, fungerend-griffier. 

w.g. S.C. Berenstein, w.g. D.D. Sewratan

Bij de uitspraak ter terechtzitting is verschenen advocaat mr. E.D. Esajas namens mr. G.R. Sewcharan, gemachtigde van appellanten, terwijl geïntimeerden noch in persoon noch bij gemachtigde is verschenen.

Voor afschrift

De Griffier van het Hof van Justitie

mr. M.E. van Genderen-Relyveld

https://rechtspraak.sr/sru-hvj-2020-4/

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *