DENKERS MET EEN UITGESPROKEN MENING/ANALYSE VERSUS NDP NAPRATERS EN VLEERMUISJES

Het orakel van de zelfverklaarde waarheid

29 dec 2025

Suriname lijkt een nieuwe traditie rijker: elke verkiezingscyclus brengt een nieuw orakel voort. Ditmaal is het een commentator die zichzelf presenteert als hoeder van democratische zuiverheid, morele maatstaf en constitutioneel geweten tegelijk. Wie zijn betoog leest, krijgt de indruk dat niet de kiezer, maar de columnist zelf het laatste woord heeft over wat democratie zou moeten zijn. 

En precies daar wringt het staatsrechtelijk schoentje.
Het betoog dat de VHP zich schuldig zou maken aan een “ondemocratische voorstelling van zaken”, omdat zij zich in haar kerstboodschap presenteert als waakhond van de volkswil, is op zichzelf al een contradictio in terminis. In een representatieve democratie is iedere politieke partij, of zij nu regeert of in de oppositie zit, per definitie een drager van volksmandaat. Dat mandaat is niet gradueel moreel, maar constitutioneel. Het recht om zich als hoeder van belangen te positioneren vloeit voort uit stemmen, niet uit goedkeuring van commentatoren.

De schrijver verwart hier twee fundamenteel verschillende zaken: politieke legitimiteit en politieke waardering. Dat de VHP verkiezingen heeft verloren, betekent dat zij geen regeringsmacht heeft verkregen — niet dat haar mandaat is vervallen of moreel verdampt.

Oppositie is geen strafbank, maar een essentieel onderdeel van het staatsrechtelijk evenwicht. Het suggereren dat een oppositiepartij zich terughoudend moet opstellen in haar zelfduiding, is juist een aantasting van het pluralistische karakter van de democratie. Daarbij wordt het begrip “verantwoordelijkheid” selectief gehanteerd. De auteur verwijt de VHP dat zij tijdens haar regeringsperiode niet alles heeft opgelost wat zij nu benoemt. Dat is geen analyse, maar een retorische valkuil: alsof falen of onvolledige resultaten automatisch elk toekomstig politiek standpunt diskwalificeren. Indien die redenering wordt doorgetrokken, dan zou geen enkele voormalige regeringspartij nog moreel gezag hebben om kritiek te leveren — een absurde conclusie die het parlementaire debat feitelijk zou ontmantelen.

Ook de beschuldiging van “mythevorming” verdient nadere beschouwing. Politieke communicatie maakt per definitie gebruik van symboliek, narratief en duiding. Dat geldt evenzeer voor wie waarschuwt tegen vermeende hoogmoed als voor wie hoop articuleert.

Het verschil tussen mythe en overtuiging wordt niet bepaald door persoonlijke smaak, maar door de mate waarin een boodschap aanspraak maakt op absolute waarheid. Ironisch genoeg is het juist de criticus die zichzelf tot arbiter van waarheid verheft, en daarmee precies dat doet wat hij de ander verwijt.

Het gebruik van religieuze beeldspraak wordt in het betoog selectief geproblematiseerd.
Wanneer politieke actoren verwijzen naar waarden als hoop, licht of moreel kompas, is dat geen staatsrechtelijke ontsporing maar een culturele realiteit in een samenleving waar religie — in diverse vormen — een publieke rol speelt. Dat wordt pas problematisch wanneer religie wordt ingezet om staatsmacht te legitimeren of uit te sluiten. Daarvan is in dit geval geen sprake. Een kerstboodschap is geen beleidsnota, en evenmin een staatsrechtelijk document.

Ten slotte is het opmerkelijk hoe gemakkelijk het woord “misleiding” wordt gebruikt. In een rechtsstaat is misleiding geen kwestie van interpretatie, maar van aantoonbare onwaarheid.

Dat iemand een andere lezing geeft van politieke gebeurtenissen, maakt die lezing niet automatisch ondemocratisch of gevaarlijk. Integendeel: het bestaan van concurrerende interpretaties is de essentie van democratie.
Wie werkelijk begaan is met democratische cultuur, zou voorzichtig moeten zijn met het claimen van morele superioriteit en met het wegzetten van politieke tegenstanders als mythebouwers of manipulators. De democratische rechtsstaat gedijt niet bij morele monopolieposities, maar bij pluralisme, zelfreflectie en de erkenning dat waarheid in de politiek zelden exclusief bezit is.

Misschien is dat de ware kerstgedachte: niet het verheffen van het eigen gelijk tot dogma, maar het verdragen van verschil zonder het te demoniseren. Dat vraagt meer moed dan het schrijven van een veroordelende column.

K. (Chinta) Ramdhan

Meer wetten, minder overzicht: Suriname bouwt zonder fundament

14 dec 2025

De wetgeving rond het openbaar bestuur in Suriname vertoont steeds meer een opvallend patroon: men maakt steeds meer wetten, maar krijgt steeds minder overzicht. Problemen worden niet integraal aangepakt, maar opgeknipt. Elk ministerie werkt aan zijn eigen oplossing, elk beleidsprobleem krijgt een eigen wet en elk maatschappelijk knelpunt wordt juridisch afzonderlijk benaderd. Wat ontbreekt, is samenhang.

Die fragmentatie in wetgeving is geen toeval, maar zit diep verankerd in de manier waarop Suriname zijn bestuursrecht ontwikkelt. In plaats van één samenhangend wettelijk kader voor het handelen van de overheid ontstaat een lappendeken van afzonderlijke wetten die elk een deel van het bestuursrecht regelen. Denk bijvoorbeeld aan:
● De Wet Openbaarheid van Bestuursinformatie (WOB) (in voorbereiding / initiatiefwet): deze regelt het recht van burgers om overheidsinformatie op te vragen. In andere landen is dit een vast onderdeel van het algemene bestuursrecht. In Suriname wordt het als losse wet behandeld, los van algemene regels over besluiten, termijnen en rechtsbescherming.

● De Anti-Corruptiewet (Staatsblad 2017, no. 85): een belangrijke wet, maar volledig geïsoleerd vormgegeven. Integriteitsnormen, meldplichten en toezicht hadden logischerwijs onderdeel kunnen zijn van algemene bestuursrechtelijke normen die voor alle bestuursorganen gelden.

● De Wet Kinderombudspersoon (2024): hiermee is een ombudsfunctie voor kinderen ingesteld. Tegelijk ontbreekt nog steeds een algemene ombudsman voor burgers. Klachtenafhandeling tegen de overheid wordt dus sectoraal geregeld, terwijl dit bij uitstek een generiek bestuursrechtelijk onderwerp is.

● Voorgenomen klokkenluiderswetgeving: bescherming van melders van misstanden binnen de overheid wordt voorbereid als aparte wet, terwijl dit nauw samenhangt met bestuursrechtelijke beginselen als zorgvuldigheid, fair play en behoorlijk bestuur.

● Decentralisatiewetgeving en regelgeving voor districtsbesturen: bevoegdheden, procedures en toezicht worden per bestuurslaag anders geregeld, zonder uniforme bestuursrechtelijke basisnormen.

● Ambtenarenwetgeving en personeelsregelingen: het ambtenarenrecht, traditioneel een kernonderdeel van het bestuursrecht, is versnipperd over oude en nieuwe regelingen, zonder koppeling aan algemene regels over besluitvorming, bezwaar en rechtsbescherming.

Op zichzelf zijn dit geen slechte wetten. Het probleem zit dan ook niet in de inhoud, maar in de constructie: elk van deze onderwerpen wordt afzonderlijk geregeld, terwijl ze allemaal raken aan dezelfde kernvraag: hoe mag de overheid handelen tegenover burgers?

Wat Suriname mist, is een Algemene Wet Bestuursrecht: een kaderwet die de basisregels vastlegt voor alle overheidsoptreden. Denk aan uniforme regels over:
● wat een bestuursorgaan/autoriteit is;
● wat een besluit is;
● wie als belanghebbende geldt;
● welke termijnen gelden;
● hoe bezwaar en beroep werken;
● welke beginselen van behoorlijk bestuur altijd moeten worden gerespecteerd.

Omdat zo’n kader ontbreekt, moet elke sectorwet deze vragen zelf (of helemaal niet) beantwoorden. Het gevolg: verschillende termijnen, verschillende begrippen, verschillende rechtsbeschermingsroutes en soms helemaal geen rechtsbescherming. Burgers die vastlopen bij een vergunning, een grondbesluit of een uitblijvende beslissing kunnen vaak niet eens in bezwaar. Zij zijn aangewezen op omslachtige civiele procedures, terwijl het probleem feitelijk bestuursrechtelijk is.

Deze situatie is niet uniek. Nederland kende vóór 1994 exact hetzelfde probleem. Bestuursrechtelijke regels waren verspreid over tientallen wetten, met weinig samenhang. De oplossing was de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb). Die wet bracht orde door eerst het kader te regelen en pas daarna de sectoren, maar vooral ook door het overheidshandelen te standaardiseren. Sindsdien worden milieu-, ruimtelijkeordenings-, socialezekerheids- en andere wetten ontworpen binnen dat kader. Het resultaat: meer rechtszekerheid, minder willekeur en beter bestuurbaar bestuur.

Suriname lijkt nu precies het omgekeerde pad te bewandelen: eerst steeds meer sectorwetten maken en het fundament uitstellen.

Dit handelen maakt de bestuurbaarheid van het land er niet gemakkelijker op. Elke nieuwe losse wet vergroot de complexiteit en het onsamenhangend functioneren van de overheid. Hoe langer wordt gewacht met een Surinaamse Algemene Wet Bestuursrecht, hoe moeilijker het wordt om alle regels later nog te harmoniseren. Fragmentatie raakt niet alleen juristen, maar ook beleidsmakers, uitvoerende ambtenaren en burgers. Het gebrek aan een centraal kader maakt het bestuur onvoorspelbaar, vergroot de risico’s op willekeur, informele besluitvorming en corruptie. De burger mist daardoor vooral effectieve rechtsbescherming.

In lijn met het voornemen om het gehele systeem te veranderen staat Suriname ook in dit opzicht voor een principiële keuze. Blijven we losse wetten stapelen, of kiezen we eindelijk voor ordening? We moeten een Algemene Wet Bestuursrecht niet zien als bureaucratische luxe; zij is een randvoorwaarde voor goed bestuur. Het is nu noodzakelijk, omdat je eerst het fundament moet leggen en daarna de bouw moet laten volgen. Door alle nieuwe wetgeving te ontwerpen binnen een bestaand centraal kader ontstaat op duurzame wijze samenhang. Meer wetten zonder kader maken Suriname niet sterker.

Jim A. Yard
juridisch bestuurskundige / wetgevingsjurist

Wanneer een land zijn volk niet vertrouwt

 9 december 2025

Jennifer simons

President Jennifer Simons tijdens het staatsbanket 

De uitspraken van president Jennifer Geerlings-Simons dat Suriname “nog niet ready” is voor visumvrij reizen naar Nederland, hebben opnieuw een fel debat aangewakkerd in de samenleving.

De reden die ze gaf — dat de zorg zou leeglopen — klinkt op het eerste gezicht logisch, maar draagt een pijnlijkere boodschap in zich: de overheid vertrouwt haar eigen volk niet.

Want als de vrijheid om te reizen wordt gezien als een bedreiging, wat zegt dat dan over de staat van het land zelf?

Vrijheid blokkeren omdat het systeem niet functioneert

Al meer dan twintig jaar worden Surinamers geconfronteerd met drempels, formulieren, mislukte visumaanvragen en strenge voorwaarden. Een generatie lang is vrij reizen eerder uitzondering dan recht geweest.
En nu, in 2025, wordt dat nog steeds verdedigd met het argument dat “de zorg anders leegloopt”.

Maar vertrek is nooit het probleem.
Vertrek is een symptoom.

Wanneer mensen het land verlaten omdat zorgsalarissen laag zijn, omdat perspectief ontbreekt of omdat de economische situatie onzeker is, dan is dat geen reden om deuren te sluiten.
Dat is een reden om het land te verbeteren.

Als vrijheid een risico wordt genoemd, gaat er iets fundamenteel mis

Een land dat bang is dat burgers vertrekken zodra ze vrij mogen reizen, geeft eigenlijk toe dat het hen weinig te bieden heeft.

Mensen verlaten geen land waarin ze gezien, gewaardeerd en fatsoenlijk beloond worden.

Het is alsof de ramen van een huis worden dichtgetimmerd omdat men bang is dat de bewoners naar buiten stappen — in plaats van dat het huis leefbaar wordt gemaakt.

“Suriname is niet ready”, maar wie precies?

Is het de bevolking die “niet ready” is?
Of de overheid?

Surinamers reizen niet om Suriname te ondermijnen.
Ze reizen omdat ze willen leren, groeien, familie bezoeken en werken aan een betere toekomst.
Het presenteren van reisvrijheid als dreiging is geen bescherming — het is een vorm van wantrouwen.

En dat wantrouwen komt niet uit het volk, maar uit de bestuurstop.

De ongemakkelijke waarheid

Mensen vertrekken omdat:

  • de lonen in cruciale sectoren niet leefbaar zijn
  • de koers voortdurend stijgt
  • professionals geen toekomstperspectief ervaren
  • stabiliteit ontbreekt

Door reisbeperkingen in stand te houden, wordt niet de oorzaak aangepakt, maar alleen de uitkomst beperkt.
En dat gebeurt al twintig jaar.

Een directe vraag aan de regering

Als de zorg werkelijk zou instorten wanneer reisvrijheid werkelijkheid wordt, dan is dat geen argument tegen visumvrijheid.
Dan is het een noodsignaal dat de zorg al jaren in crisis verkeert.

Waarom wordt dat niet benoemd?
Waarom krijgt de vrijheid van burgers de schuld van structurele problemen?

Wat een volwassen land wél zou doen

Een land met visie houdt zijn mensen niet binnen.
Het zorgt dat mensen uit vrije wil blijven.

Dat betekent:

  • investeren in leefbare lonen
  • creëren van toekomstperspectief
  • waardig beleid voor zorg en onderwijs
  • vertrouwen in mobiliteit, kennis en diaspora

Vrijheid is geen bedreiging voor een solide natie.
Het is een katalysator voor ontwikkeling.

Wanneer een land zijn eigen burgers behandelt alsof ze een risico vormen, dan is er iets mis met het beleid — niet met de mensen.

Misschien is Suriname inderdaad “nog niet ready”.
Maar niet voor visumvrij reizen.
Voor een nieuwe manier van denken.
Voor leiderschap dat vertrouwt in plaats van vreest.
En voor beleid dat de vrijheid van het volk niet ziet als gevaar, maar als sleutel tot groei.

Robby Tjauw-Foe 

30 okt 2025 Een halve eeuw van: Afbraak, hypocrisie, corruptie en moreel verval

30 okt 2025

Op 25 november 2025 is het vijftig jaar geleden dat de kolonisator ons de onafhankelijkheid schonk. Jammer genoeg heeft het volk in die vijftig jaren veel geleden. Krampachtig werd door de toenmalige machthebbers, onvoldoende voorbereid en zonder volksraadpleging, de onafhankelijkheid doorgedrukt. De doordrammers van de gehaaste onafhankelijkheid wilden blijkbaar slechts hun suprematie tonen ten opzichte van voornamelijk een andere etnische groep. De ondeugdelijke voorbereiding laat zich thans onder andere zien in de grenskwesties en het jammerlijke verlies van een olierijk maritiem gebied. Het overhaaste besluit baarde etnisch gelieerde politieke spanningen, corruptie, een militaire dictatuur en ook een binnenlandse cocaïneoorlog. Dit had tot gevolg een uit zijn voegen geraakte economie, ontheemding van binnenlandse bewoners, moorden, achterstelling en verval van waarden en normen.

Het ten onder gaan van kwalitatieve en goed georganiseerde productiebedrijven van vóór de onafhankelijkheid kunnen wij ook op ons conto schrijven. De volgende bedrijven kunnen in dit kader worden genoemd: Bruynzeel, Mariënburg, SML, SMS en Surland. De kapitaalvernietiging binnen het West-Surinameplan is ten hemel schreiend. Zie maar de informatie over ‘Stichting Spoor’. De verkwanseling van ‘mogelijkheden en gelegenheden’ voert de boventoon in de korte geschiedenis van ons land. Waardeloze politici die het eigenbelang vooropstellen, zullen immers nimmer positieve ontwikkelingen tot stand brengen.

Het met weemoed vertrekken van vele landgenoten rond de periode van de onafhankelijkheid, de militaire dictatuur, de binnenlandse oorlog, en de kapotgeslagen economie en levensstandaard heeft vele familiebanden en liefdesrelaties uit elkaar geslagen en pijnlijke afstanden gecreëerd. Samen met de smet van de slachting tijdens de Decembermoorden en de mensenrechtenschendingen tijdens de binnenlandse oorlog is de pijn van verbroken banden mogelijk van negatieve invloed op het spirituele vlak voor verdere ontwikkeling van ons land.

Met het wegvallen van waarden en normen als voornaamste, gevolgd door een gedegradeerd onderwijsniveau en -milieu en slechte “rolmodellen”, vormt ongecultiveerdheid de boventoon binnen onze gemeenschap. Wat hierdoor wel levensvatbaarheid vertoont, is rassenhaat, corruptie en hypocrisie. Het blijkt dat wij zelfs niet de geestelijke potentie bezitten om de door de kolonisator ingeplante verdeel-en-heerspolitiek te ontwortelen! De ‘kunu’ van etnische haat tussen de nazaten van voornamelijk de slaven en van de contractarbeiders, schijnt met de paplepel te worden ingegoten. Samen met de “curse” van onze oil & gas natural resources, zal onze eens amabele maatschappij bruut worden verscheurd!

P.S. Wat is úw aantoonbare bijdrage om de scheuring tegen te gaan?

Frits Lalay


MACU’S WARE WOORDEN OVER FILIA KRAMP EN RONNY BRUNSWIJK…en wat is bongro bita??

https://www.youtube.com/watch?v=eMRvxwfulBs

12 sept 2025 Just van Niel: “Ik geloof niet in Kenkie”

Interview Radio Awaaz met mevrouw Filia Kramp op woensdag 10 september 2025

Wie beoordeelt misstanden: politicus of rechtsstaat?

4. Wie beoordeelt misstanden: politicus of rechtsstaat?

zondag 07 september 2025

Reactie op Selectieve geheugen en politieke zelfredzaamheid

3. Reactie op Selectieve geheugen en politieke zelfredzaamheid

zaterdag 06 september 2025

Selectief geheugen en politieke zelfredzaamheid

2. Selectief geheugen en politieke zelfredzaamheid

zaterdag 06 september 2025

Ordinaire oranje boevenbende heeft huisgehouden op LVV

1.Ordinaire oranje boevenbende heeft huisgehouden op LVV

donderdag 04 september 2025