VHP IN DE VOORHOEDE MET STEUN VAN INTERNATIONALE ORGANISATIES TEGEN HET TIJDPERK BOUTERSE

Auteur: Angela Fernald

Desi Bouterse, Etienne Boerenveem, Ivan Graanoogst, Melvin Linscheer, Laurens Neede zijn achter de schermen de mensen die de Surinaamse economie volledig in eigen hand willen. Ik heb in mijn verschilllende artikelen al vaker gerefereerd naar de areas of interest en de uitgegeven concessies in het binnenland die in de boezem van deze kleine groep en hun trawanten zijn. Stromannen in hun bedrijven, raden van commissarissen in staatsbedrijven, overal hebben deze lui met hun stromannen een dikke vinger in de pap. In Nickerie proberen zij naast dat zij  Staatsolie in Saramacca al lang in hun boezem hebben gebracht, ook in het hart van de rijstsector te infiltreren.  Het binnenland, Saramacca en Nickerie zijn strategische productie gebieden voor de belangen voor deze groep. Hebben zij de economie in handen dan zal elke komende regering met hen moeten delen, want ook de handel in valuta hebben zij in handen. De kunstmatige stuwing van vreemde valuta en het systematisch devalueren van de Surinaamse dollar, levert hen de hoofdprijs op daar zij de Moederbank en de overige banken ook nog leeg plunderen om via o.a. Chotelall de goedkoop opgekochte dollars van burgers bij de banken tegen een hogere koers dan de bank aan de spaarders te verkopen. Dus handel in het eigen spaargeld van de burgers die door diezelfde burgers voor hun eigen geld duurder wordt verkocht en zo worden deze gasten schatje hemeltje rijk. Het zou geen gekke veronderstelling zijn om de vraag te stellen wie de meeste valuta bezit, de banken of deze groep particulieren rondom de President, allemaal NDP toppers en hun handlangers in de schaduwregering op het kabinet van de President en hun coalitie pajongwaaiers in de Nationale Assemblee. Deze situatie is voor ons volk onhoudbaar. Nu de VHP het Presidentschap ambieert, de nieuwe politieke partij STREI niet bang is om juridische processen aan te spannen tegen ministers en tegen de Staat Suriname, Ronnie Brunswijk en de Inheemsen in het binnenland begrijpen dat hun grondenrechten bewust niet geregeld zijn door dit regiem, is er een natuurlijk bondgenootschap ontstaan dat ervoor moet zorgen dat Februari 1980 en 8 december 1982 zich niet herhaalt in die zin dat niet mensen plotseling opgepakt worden en verdwijnen. 

HEZBOLLA

Hezbolla is waarschijnlijk echt geen verzinsel geweest van de Amerikanen, immers zij weten precies wat er zich in ons binnenland afspeelt. Dino Bouterse met zijn CTU moest zijn vader in de tijd bescherming bieden indien het deze clan was gelukt de totale economie in hun handen te krijgen. De Amerikanen sneden hen als eerste de pas af door Dino Bouterse, de angel, eruit te lichten. De gewelddadige en bevreesde gewapende CTU werd ontmanteld want het doel om bescherming van de clan en hun brein, de coupleider Bouterse viel weg. Er moest een andere lijn geschapen worden en die ging via de reguliere weg van het ministerie. De minister Ronnie Benschop werd de Dino-schakel die het Nationaal Leger de Hezbolla taak liet overnemen. De ex- Militairen Rodney Cairo en Day werden door hun kritische opstelling ontslagen en werden beiden lid van de nieuwe politieke partij STREI. In de hoedanigheid van burger, politicus op de kandidatenlijst van STREI en ex-militair stelde deze Cairo 13 indringende vragen aan de minister Benschop. De Inlichtingendienst o.lv. Melvin Linscheer greep in en in de nacht van donderdag 16 april werd een inval gepleegd in het his van deze ex-militair. De kranten stonden er bol van en de partijleider van STREI, Maisha Neus zou net zoals de VHP dat ook deed, de zaak in internationale wateren brengen. Voorzover dat het al niet was. Desi Bouterse en zijn clan beseffen dat zij omsingeld zijn, nationaal en internationaal. Im buurland Brazilie zwaaien de militairen de scepter, in Bolivia is Evo Morales afgezet door het leger, in Guyana pleegde de zittende President Granger verkiezingsfraude waarop de ogen van de wereld direct op dit kleine buurland van Suriname warn gericht, Frans Guyana  is Europees grondgebied en in Venezuela is het heet onder de voeten van vriend Nicolas Maduro. In Suriname is het binnenland afgesloten voor de clan van Bouterse omdat zowel de Inheemsen en Marrons hen niet meer lusten en in Paramaribo weten STREI en de VHP de internationale kananlen te vinden, de Ambassades te betrekken bij de dreiging van politieke achtervolging, geweldpleging en foltering en muilkorfing van critici. Het regiem Bouterse is gewaarschuwd. Maar een kat in het nauw maakt rare sprongen en over slechts een maand is het 25 mei, de afrekeningsdag van dit regiem. De clan van Bouterse zal haar verlies niet accepteren en een binnenlandse oorlog zal dit keer veranderen in een burgeroorlog indien de NDP het in haar hoofd haalt te frauderen. De laatste opiniepeiling gaf de dramatische terugval van de NDP ruimschoots aan, het volk is echt moe van deze onderdrukking die al 40 jaren aanhoudt. Met de steun van het buitenland voor de oppositie van Suriname kan Bouterse de hulp van CHINA en RUSLAND inroepen. Met die buitenlandse huurlingen in te zetten tegen het eigen volk, zijn de rollen dan omgekeerd. Trouwens die rollen waren altijd al omgekeerd want met hulp van Nederland pleegde Bouterse in 1980 zijn coup. Tegen zijn eigen volk is deze zogenaamde volksleider toen opgestaan, een huurling van Holland, toen al. In 2020 zal hij bij dreigend verlies het niet veel anders doen, maar nu met CHINA en RUSLAND. Maar 1980 is geen 2020, Surinamers hebben geleerd van de binnenlandse oorlog.

Bouterse wilde miljoenen uitgeven tegen Hezbollah-imago

Van onze bronnen in New York kregen wij informatie dat de Surinaamse advocaat Nailah van Dijk in september 2018 in New York gezien zou zijn met advocaat Kenneth I. Schacter van het advocatenkantoor Morgan Lewis. Dit is een zeer groot advocatenkantoor in New York met ongeveer 2.052 advocaten/medewerkers. Wij zijn toen wat verder gaan onderzoeken en wat blijkt?

De regering-Bouterse was bereid vele miljoenen US-dollars te betalen om het internationaal beschadigde imago van Suriname weer te herstellen. Volgens documenten deed de NDP-regering enorm veel moeite om af te komen van het slechte internationale imago van een wetteloos land, geregeerd door een dictator die Suriname als drugsdoorvoerland handhaaft en te vriendelijk is voor Amerika’s vijanden, eerst Hezbollah en nu Rusland. Niet alleen het internationale imago, maar in het bijzonder ook het Surinaamse imago in Amerika wilde men verbeteren. Dit alles, blijkt uit documenten die wij in bezit hebben.

Dat de regering dit reclameproject in maart 2015 lanceerde, was bekend. Bekend was niet, dat men af wilde van het slechte imago van “Hezbollah, dictatuur, drugsdoorvoerland, wetteloosheid, vriend van Amerika’s vijanden (Hezbollah, Rusland), etc”. Dit doel was geheimgehouden.

Een in New York gevestigd reclame- en marketingbureau Everard Findlay Consulting, LLC, werd ingehuurd door de NDP-regering om het (cultuur)toerisme en de investeringen in Suriname een boost te geven. Dit zou bereikt moeten worden door middel van gedrukte en sociale media, evenementen in New York en bezoeken aan Suriname door trendsetters. Door het slechte imago van Suriname te herstellen zouden toerisme en investeringen toenemen in Suriname.

De problemen begonnen toen de NDP-regering het reeds slechte imago van Suriname begon te bevestigen, door contractbreuk en slecht betalingsgedrag. Everard Findlay Consulting werd zeer slecht betaald en zij spande een rechtszaak aan tegen de Staat Suriname. Op 30 april 2020 heeft de rechter in New York een uitspraak gedaan in deze zaak. Wij hebben de hand weten te leggen op deze uitspraak (zie hier).

De regering heeft deze zaak tot nu toe geheimgehouden voor het publiek.

Bij bestudering van deze uitspraak van de rechter in New York, blijkt dat de NDP-regering bereid was meer dan US$ 2 miljoen te betalen aan het betreffende reclamebureau. Het is nu de vraag hoeveel aan advocatenkantoor Morgan Lewis betaald zal zijn, want die zijn absoluut geen “goedkope jongens”. Ook is het de vraag hoeveel er betaald is aan advocaat Nailah van Dijk.

Op zich een mooi streven van de regering, maar is deze regering niet zelf verantwoordelijk voor dit slechte imago? Mooi is dat, eerst vertrap je het imago van Suriname en vervolgens ga je miljoenen uitgeven om dat imago weer op te poetsen.

De NDP-regering:
– respecteert geen enkele wetten (imago van wetteloosheid),
legt rechterlijke vonnissen naast zich neer en voert ze niet uit (Raymond Sapoen/Diepakkoemar Chitan),
– strafbaarheid wordt middels gelegenheidswetgeving straffeloos gemaakt (Amnestiewet, Wet op de staatsschuld),
werkt vervolging van politieke ambtsdragers tegen (Gillmore Hoefdraad),
schoffeert de rechterlijke macht constant (hatelijke aanvallen naar rechters en de procureur-generaal),

….maar aan de andere kant wil zij dat imago van ‘wetteloosheid’ wel oppoetsen en ze zijn zelfs nog bereid flink voor te betalen!!!!

Het was uitgerekend de zoon van president Desi Bouterse, die Suriname het imago gaf van Hezbollah-vriendelijk-land. Dino Bouterse wilde een afdeling van de terroristische organisatie Hezbollah vestigen in Suriname. Dino Bouterse is toen opgepakt door de Amerikanen en zit een gevangenisstraf uit van 16 jaar. Niet lang terug werd bekend dat Suriname probeerde Dino Bouterse vroegtijdig vrij te krijgen in Amerika, terwijl hij voor zeer ernstige feiten in de gevangenis zit. Hierdoor werd het slechte imago van Suriname opnieuw bevestigd en nog slechter.

Als dit niet genoeg was, begon de NDP-regering goede vrienden te worden van Rusland. Zie in dit verband ook de Russische helikopter, bezoek van Hoefdraad aan Rusland, en andere handelingen. Dit, terwijl men aan de andere kant het imago van Rusland-vriendelijk-land wilde herstellen bij de Amerikanen.

De klapper op de vuurpijl was de veroordeling van president Bouterse tijdens staatsbezoek in China. Suriname werd direct wereldbekend, maar dan in negatief opzicht. Het zijn de familie Bouterse en de NDP die verantwoordelijk gehouden mogen worden voor dit slechte imago van Suriname, maar zij willen u ervoor laten betalen.

Sunil Sookhlall & Kries Mahabier

https://www.srherald.com/columns/2020/05/22/bouterse-wilde-miljoenen-uitgeven-tegen-hezbollah-imago/

 

UNITED STATES DISTRICT COURT SOUTHERN DISTRICT OF NEW YORK

Everard Findlay Consulting, LLC, Plaintiff, –v– Republic of Suriname, Defendant. 18-CV-8926 (AJN) OPINION AND ORDER ALISON J. NATHAN, District Judge: Plaintiff Everard Findlay Consulting, LLC brings claims for breach of contract and an account stated against Defendant Republic of Suriname. Now before the Court is Defendant’s motion to dismiss on the basis of sovereign immunity, or alternatively on the basis of forum non conveniens. Dkt. No. 27. For the reasons articulated below, the Court grants Defendant’s motion to dismiss, because the Foreign Sovereign Immunities Act bars this action. I. BACKGROUND The following facts are drawn from the Amended Complaint and assumed to be true for purposes of this motion to dismiss. Plaintiff is a New York-based business that provides “comprehensive, multimedia branding campaign and strategic consultancy services.” Amended Complaint (Amend. Compl.), Dkt. No. 24, ¶ 1. Defendant, a South American country, engaged Plaintiff to develop “a strategic branding campaign.” Id. ¶ 2. The goal was to change international and especially American “perceptions of ROS as a lawless country, controlled by an authoritarian leader that condones the use of ROS as a transshipment point for drug trafficking from South America to Europe, and is too friendly to America’s enemies, from Hezbollah to Russia.” Id. Defendant hoped that the 4/30/2020 Case 1:18-cv-08926-AJN Document 43 Filed 04/30/20 Page 1 of 8 Everard Findlay Consulting, LLC v. Republic of Suriname Doc. 43 Dockets.Justia.com 2 campaign would boost its tourism sector and make it a “cultural happening.” Id. ¶¶ 3, 7. This was to be accomplished through print media, social media, events in the New York, and visits to Suriname by “trendsetters.” Id. ¶¶ 4-8. Plaintiff allegedly worked to accomplish this campaign through a number of individual projects, each of which was subject to a written agreement that was negotiated in part in New York. Id. ¶¶ 4, 19. Although Plaintiff admits that it did visit Suriname as part of its work, it alleges that it “conceived of the projects in New York, implemented several key parts of the projects in New York and performed the overwhelming majority of its services on the projects in New York.” Id. ¶ 5. One of the projects that the parties allegedly agreed to was the “Web Development & Internal ‘We Are Suriname’ Advertising Campaign.” Id. ¶ 27. This project “involved the development, design and launch of a cohesive web platform for ROS that would be used for: communicating with potential investors and potential tourists (with a focus on ecotourism), showcasing and distributing content developed through the other Projects, showcasing and distributing native content developed by local companies, improving public (local and international) awareness of positive ROS initiatives enhancing the tourism and business opportunities.” Id. The “We Are Suriname” component was “primarily a print media advertising campaign utilizing local talent and resources promoting the sights, sounds and culture” of Suriname. Id. ¶ 29. The campaign also involved a song titled “We Are Suriname” to promote “culture and tourist destinations.” Id. ¶ 40. Though Plaintiff claims that it was performing satisfactorily, it alleges that Defendant was chronically late in making payments to Plaintiff, and eventually ceased payment altogether. Id. ¶¶ 59, 66, 68. In turn, Plaintiff stopped working its Suriname projects. Id. Plaintiff claims Case 1:18-cv-08926-AJN Document 43 Filed 04/30/20 Page 2 of 8 3 that under its agreements with Defendant, it is owed over $2 million, most of which pertains to the Web Development/“We Are Suriname” Project. Id. ¶ 71. II. DISCUSSION Federal court subject matter jurisdiction over a sovereign state, such as Defendant, is governed by the Foreign Sovereign Immunities Act (“FSIA”). See 28 U.S.C. § 1602 et seq. “In general, a foreign state or an ‘agency or instrumentality of a foreign state,’ 28 U.S.C. § 1603(b), is immune from federal court jurisdiction unless a specific exception to the FSIA applies.” Anglo-Iberia Underwriting Mgmt. Co. v. P.T. Jamsostek, 600 F.3d 171, 175 (2d Cir. 2010). Although, “[t]he party seeking to establish jurisdiction bears the burden of producing evidence establishing that a specific exception to immunity applies,” it is “the foreign state” who “bears the ultimate burden of persuasion on this question.” City of New York v. Permanent Mission of India to the UN, 446 F.3d 365, 369 (2d Cir. 2006). In this case, the only FSIA exception at issue is for commercial activities. Specifically, foreign states are not immune from suit “in any case—” in which the action is based upon a commercial activity carried on in the United States by the foreign state; or upon an act performed in the United States in connection with a commercial activity of the foreign state elsewhere; or upon an act outside the territory of the United States in connection with a commercial activity of the foreign state elsewhere and that act causes a direct effect in the United States. 28 U.S.C. § 1605(a)(2). The statute further defines “commercial activity” to mean “either a regular course of commercial conduct or a particular commercial transaction or act. The commercial character of an activity shall be determined by reference to the nature of the course of conduct or particular transaction Case 1:18-cv-08926-AJN Document 43 Filed 04/30/20 Page 3 of 8 4 or act, rather than by reference to its purpose.” Id. § 1603(d). Accordingly, to determine whether activity is “commercial” under the FSIA, courts ask “whether the particular actions that the foreign state performs (whatever the motive behind them) are the type of actions by which a private party engages in trade and traffic or commerce.” Republic of Argentina v. Weltover, Inc., 504 U.S. 607, 614 (1992) (quotation omitted) (emphasis in original); see also id. at 617 (characterizing “purpose” as “the reason why the foreign state engages in the activity,” while “nature” is “the outward form of the conduct that the foreign state performs or agrees to perform”). Defendant argues that its contractual relationship with Plaintiff cannot constitute “commercial activity” under the Second Circuit’s decision in Kato v. Ishihara, 360 F.3d 106 (2d Cir. 2004). The Court agrees. Kato concerned a sexual harassment and retaliation lawsuit that was brought against the governor and municipal government of Tokyo. Id. at 107. The plaintiff in that case was an employee of the Tokyo and claimed that she was harassed during a stint she did at the Tokyo government’s New York office. Id. at 109. Her duties in New York “included promotional activities on behalf of Japanese companies, such as manning booths at trade shows to promote specific products,” as well as “creat[ing] marketing reports of interest to Japanese companies.” Id. She argued these activities made her employment in New York “commercial” for purposes of the FSIA, but the Second Circuit rejected this argument. Id. As an initial matter, the Kato court noted that it did not put much emphasis on FSIA legislative history that described employment “civil service” personnel as “governmental” and the employment of “marketing agents” as “commercial.” Id. at 111. It cautioned that these are “merely examples of the broader distinction made in the text of the FSIA between activities that are by nature ‘commercial’ and those that are not,” and explained that courts should instead Case 1:18-cv-08926-AJN Document 43 Filed 04/30/20 Page 4 of 8 5 focus on whether the sovereign state’s activities “were typical of a private party engaged in commerce.” Id. The court examined plaintiff’s work in New York, which, according to the her declaration, consisted of “product promotion for Japanese companies, general business development assistance, participation in trade shows on behalf of the companies to promote those companies’ products for sale, and leasing office space to those companies for their business development.” Id. These activities “were only superficially similar to actions typically undertaken by private parties.” Id. “Although a private Japanese business might engage in these activities on its own behalf—for example, by sending its representatives to trade shows in the United States to promote its products—such a business would not typically undertake the promotion of other Japanese businesses, or the promotion of Japanese business interests in general.” Id. at 112. The Second Circuit thus distinguished the “promotion of commerce” from “commerce” itself, explaining that “[t]he promotion abroad of the commerce of domestic firms is a basic—even quintessential—governmental function.” Id; see also id. (describing Tokyo’s work in New York as “basic and routine trade promotional activities”). Because Tokyo’s New York trade promotion operation did not qualify as a “commercial activity” under FSIA, neither did the plaintiff’s employment. Id. Jurisdiction was therefore lacking over her claims. Kato governs this case. Here, Defendant has alleged to have done no more than promote commerce, specifically, Suriname’s tourism sector. Plaintiff was not hired to advertise for one hotel or tourist attraction in Suriname, but was engaged to promote the country wholesale. See Amend. Compl. ¶ 21. This conduct was not “typical of a private party engaged in commerce.” Kato, 360 F.3d at 111. And to the extent that Defendant’s activities were unconnected to specific businesses and aimed at the improvement of Suriname’s reputation generally, they were Case 1:18-cv-08926-AJN Document 43 Filed 04/30/20 Page 5 of 8 6 arguably even less “commercial” than those at issue in Kato. Moreover, Plaintiff’s work was not tangential to these non-commercial activities. Like in Kato, Plaintiff was hired to actually do the promotional work. Because the claims in this action are not based on “commercial activity,” for the purposes of the FSIA, the Court lacks subject matter jurisdiction to hear this case. Plaintiff makes a number of counterarguments, but none are availing. Plaintiff argues that its engagement by Defendant was “commercial,” because it was acting with a profit motive by trying to boost tourism and investment. But this is no more true here than it was in Kato, yet the Second Circuit in that case still found there to be no commercial activity. Moreover, it is not even clear how a sovereign’s actions to improve sector’s economy, as opposed to the profitability of a state-owned business, count as acting for a “profit motive.” Finally, the text of the FSIA and dictates of the Supreme Court make clear that the commercial character of a given activity is to be determined without “reference to its purpose.” 28 U.S.C. § 1603(d); Weltover, 504 U.S. at 614; see also NML Capital, LTD. v. Republic of Argentina, 680 F.3d 254, 259 (2d Cir. 2012). Plaintiff also asks this Court to consider only that Defendant allegedly entered into a contract and then breached it, without considering the content of the contract. It contends that actions related to contracts are, in an abstract sense, always commercial. It cites to authority from other circuits, which it claims supports this position. But in this circuit at least, whether a sovereign has engaged in a commercial activity is not determined at such a high level of generality. To look only to the fact of a contract or “only to the fact of employment for purposes of our ‘commercial activity’ analysis would allow the exception to swallow the rule of presumptive sovereign immunity codified in the FSIA.” Anglo-Iberia Underwriting Mgmt., 600 F.3d at 178; see also Kato, 360 F.3d at 111 (noting that the activity at issue was “only Case 1:18-cv-08926-AJN Document 43 Filed 04/30/20 Page 6 of 8 7 superficially similar to actions typically undertaken by private parties”). Rather, as in Kato, this Court must examine the content and scope of the employment or contractual duties—in both cases, the plaintiffs were engaged to promote commerce, not just regular marketing. Doing so does not impermissibly take into account the motivation behind the activity. A typical private party may buy bullets for the army, see Weltover, 504 U.S. at 614, or scientific equipment, see NML Capital, LTD., 680 F.3d at 258. But Kato teaches that hiring someone to promote commerce between countries is a “quintessential” government function. Kato, 360 F.3d at 112. Unlike bullets, procuring this product or service is something “a business would not typically undertake.” Id.; see also NML Capital, LTD., 680 F.3d at 259 n.10 (distinguishing the promotion of commerce from the purchase of goods in the marketplace). As the Supreme Court has acknowledged, it may be “difficult . . . in some cases to separate ‘purpose’ . . . from ‘nature’” in FSIA commercial activities cases. Weltover, 504 U.S. at 617. But the Court need to not explore the precise boundary between these two concepts in this case. It is enough that the activities here are practically indistinguishable from those held not to be “commercial” in binding precedent. Finally, Plaintiff attempts to limit Kato to situations involving employment discrimination. But there was nothing in the reasoning of the case that was particular to employment discrimination or employment generally. Indeed, the Second Circuit, in a summary order, recently found Kato to be controlling in a suit for breach of an employment contract. See Omari v. Kreab (USA) Inc., 735 F. App’x 30, 32 (2d Cir. 2018). And the fact that the services in this case were alleged to be obtained through an independent contractor relationship as opposed to an employment relationship is of no moment. One is no more “typical of a private party engaged in commerce” than the other. Kato, 360 F.3d at 111. Case 1:18-cv-08926-AJN Document 43 Filed 04/30/20 Page 7 of 8 8 Because the commercial activities exception of FSIA is inapplicable, the Court holds that sovereign immunity bars this lawsuit. III. CONCLUSION For the reasons articulated above, Defendant’s motion to dismiss is GRANTED. This action is dismissed for lack of subject matter jurisdiction. Defendant’s earlier filed motion to dismiss, Dkt. No. 18, and letter motion for oral argument, Dkt. No. 40, are DENIED as moot. The Clerk of Court is respectfully directed to close this case. This resolves Dkt. Nos. 18, 27, and 40. SO ORDERED. Dated: April ____, 2020 New York, New York ____________________________________ ALISON J. NATHAN United States District Judge

Politieke partijen boos om eenzijdig stemadvies

15/05/2020 22:08 – Wilfred Leeuwin

VHP-voorzitter Chandrikapersad Santokhi (l) en aanhang op 3 maart bij de start van de Meet the People-campagne.

VHP-voorzitter Chandrikapersad Santokhi (l) en aanhang op 3 maart bij de start van de Meet the People-campagne. Foto: Irvin Ngariman  

PARAMARIBO – Enkele politieke partijen zijn boos over oproepen van de organisatie ‘Stem Slim’, die vindt dat een stem op een ‘kleine’ partij in het nadeel van de VHP zal zijn en in het voordeel van de NDP. De oproepen komen volgens de partijen van VHP-aanhangers. Dat zou blijken uit de manier waarop zij optreden.

‘Stem Slim’ gaat er vanuit dat de verkiezingsstrijd zal zijn tussen de VHP en de NDP. Deze conclusie is gebaseerd op de uitslag van de verkiezingen van 2015, waarbij de oranje en de paarse partij elk meer stemmen hebben behaald dan andere politieke organisaties. PRO, Alternatief 2020 (A20), DA ’91, DOE en de NPS, reageren op de propaganda van deze organisatie, die zich onafhankelijk noemt. 

Kiezers een andere regering willen en Suriname willen redden uit de handen van de NDP, krijgen het advies om op een grote partij te stemmen die de strijd aankan met de paarse partij. “Deze manier van campagne voeren vertoont veel ambivalent gedrag en is misleidend”, vindt DA’91-voorzitter Angelic del Castilho. “We merken dat er veel geld in wordt gestopt, wat aangeeft dat er enorme belangen op het spel staan. Het is geen slim advies, maar een advies om niet te stemmen op huidige boeven, maar op boeven die zich al bewezen hebben.”

De nogal felle reacties van de politieke partijen komen ook na een programma dat zondag is uitgezonden door Apintie Televisie.  Een lid van ‘Stem Slim’ en de VHP’er Hardeo Ramadhin, bekend als verkiezingsanalist, stelden daarin dat stemmen op een ‘kleine partij’ kan zorgen dat er geen nieuwe, niet-NDP-regering komt. In het programma is niet gezegd dat op de VHP moet worden gestemd, maar voor de andere partijen is het duidelijk dat, op basis van de cijfers van 2015 en de vertaling daarvan door Ramadhin en ‘Stem slim’, het hier om een pure VHP-propaganda gaat.

“Laat niemand ons storten in een nieuw avontuur van vijftig jaar corruptie, patronage, grondroof en moreel-ethische schandalen. Stem niet tegen een partij, maar stem vóór goede en dienstbare leiders, moreel en ethiek, duurzame ontwikkeling, een solide rechtsstaat, behoorlijk bestuur en welvaart voor een ieder, met goede perspectieven voor de volgende generaties”, staat in een verklaring van DOE.

Curtis Hofwijks, politiek leider en lijsttrekker van PRO in Paramaribo, concludeert dat de VHP klaarblijkelijk tot het inzicht is gekomen dat de partij zelf echt niet zo groot is om het alleen tegen de NDP te kunnen opnemen en misleidt nu de kiezers met het kleine en grote partijen verhaal om daar munt uit te slaan. Volgens hem is de situatie totaal anders dan in 2015.

“Wij kennen de geschiedenis van partijen die zich nu opwerpen als de redder. We weten precies wat ze wel en niet hebben gedaan. Dat zij nu komen klagen over een stelsel waartegen zij zelf niets hebben gedaan, toen het in hun voordeel werkte, vind ik dan ook ongegrond. Over stemmen die verloren gaan als je niet op een grote partij stemt, denk ik dat dat die vraag pas echt relevant wordt als de VHP, na de verkiezingen met de NDP zal samenwerken”, aldus Hofwijks.

Op deze manier wordt de kiezer juist ontmoedigd om te gaan stemmen, vindt Inez Huijzen van A20. “We moeten dat juist stimuleren en mensen ervan bewust maken dat zij moeten stemmen op basis van ideologie. Er zijn nieuwe partijen, met totaal nieuwe en frisse ideeën. A-20 is voorstander van een technisch kabinet na 25 mei. We hebben integere leiders nodig.”

“We moeten de kiezer leren een bewuste keus te maken. Er kan pas gesproken worden van kleine partijen wanneer de uitslag daar is en niet nu. De kiezers zijn teleurgesteld, de tijd is rijp voor iets anders. We hebben nu niet nodig dat partijpolitiek de boventoon voert. Laten we eerst aan Suriname denken en de juiste leiders kiezen”, zegt de A-20-politica.

Wie uitgaat van de cijfers van 2015, houdt er volgens NPS-voorzitter Gregory Rusland geen rekening mee dat de situatie nu totaal anders is dan die van 2015. “Het grootste deel van de kiezers gaat nu niet stemmen zoals het dat in 2015 heeft gedaan. Om trends waar te nemen moet je peilingen houden en bij de laatste trends was de NPS de enige partij die significant is gegroeid.”

DOE adviseert niet dom te stemmen door zogenaamd slim te stemmen. “Doe gewoon wat goed en nodig is voor een beter Suriname.” Parlementariër Carl Breeveld zegt, reagerend op het overlopen van NDP-parlementariër Erwin Linga naar de VHP, dat dit gedrag alleen maar meer deuken geeft aan het vertrouwen dat er zou moeten zijn. Hij wijst er op dat integriteit bij herhaling door politici wordt aangehaald maar dat dit overlopen en het ook nog accepteren toch als een normale zaak wordt gezien. “Dit kan moeilijk als integer worden opgemerkt”, zegt Breeveld.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/05/15/politieke-partijen-boos-om-eenzijdig-stemadvies/

 

Ernstige bedreiging kandidaat van STREI!

April 18, 2020

In de vroege ochtend van donderdag 16 april 2020 om ongeveer 3.00 AM heeft bij STREI! kandidaat de heer Rodney Cairo een inval in zijn woning plaatsgevonden. Er zijn camerabeelden waaruit blijkt dat de inval werd gepleegd door vier zwartgeklede, gemaskerde en zwaarbewapende mannen. De politie is verwittigd maar op de beelden is te zien dat zij uiteindelijk niet ingrijpt omdat, zoals later bij gesprekken naar voren kwam, de opdracht voor de inval vanuit Directoraat Nationale Veiligheid (DNV)kwam. Dit bureau treedt op (kortgezegd) als de nationale veiligheid in het geding komt. Luitenant Kolonel D. Veira is hier de directrice. Een van de vier mannen heeft zich later ter plaatste gemeld bij het aanwezige arrestatieteam en zich ook geïdentificeerd, mogelijk is één van de mannen van Nederlandse afkomst. Dhr. Cairo werd tijdens deze inval hardhandig aangepakt. Hij werd een aantal uren gegijzeld en vertoonde daarna enkele schrammen, de rechterzijde van zijn gezicht was opgezwollen en hij vertoonde blauwe plekken. Cairo had rode striemen aan beide handen ter hoogte van de polsen en hij klaagt nu nog over pijn aan zijn lichaam. Bij deze inval hebben de invallers zijn mobiele telefoons waar bewijsmateriaal tegen enkele personen op was en wat legitimatiedocumenten, in beslag genomen, zonder zijn toestemming. STREI! is in shock en neemt dit voorval bijzonder serieus. Wij hebben hierop met Cairo uitvoerige gesprekken gevoerd, temeer omdat er naar zijn persoon ernstige bedreigingen zijn geuit die gerelateerd waren aan zijn politieke carrière. De huidige verklaringen van Cairo zelf geven ons geen enkele aanleiding om hem terug te trekken als DNA-kandidaat van STREI! bij de komende verkiezingen. Cairo is en blijft een kind van ons land, zijn vaderland dat hij met hart en ziel heeft gediend en wil blijven dienen. Cairo heeft zelf in de media, in zijn hoedanigheid als politicus, kritische vragen gesteld aan overste Veira, minister Benschop en president Bouterse over het leger en rekende juist op een open en eerlijk debat met hen. U begrijpt, STREI! zal nimmer accepteren dat een van haar leden op dergelijke wijze wordt geïntimideerd. De kwestie heeft dus onze volledige aandacht. Wij mogen echter ook niet uit het oog te verliezen dat het een gezamenlijke inspanning is van alle Surinaamse burgers om in aanloop naar de spannende verkiezingen van 25 mei de rust te bewaren. Wij hopen op ondersteuning vanuit u, de media, en de juiste autoriteiten om ons te helpen te achterhalen wat er precies is gebeurd die bewuste donderdagochtend, ook om dit in het vervolg te voorkomen. Tevens zullen wij naar aanleiding van dit voorval een schrijven richten aan de procureur-generaal met het verzoek deze zaak grondig te onderzoeken en zo te achterhalen hoe dit heeft kunnen plaatsvinden in een democratische rechtsstaat. We delen met u een link met de volgende informatie als bewijsstukken: www.shorturl.at/uyzIU
  • videobeelden van het vooral.
  • foto van de id-bewijs van één van de 4 invallers.
  • kentekennummer van het busje waarin ze Cairo wilden afvoeren.
  • proces verbaal zoals is opgemaakt door politie Geyersvlijt nadat Cairo daar aangifte heeft gedaan.
  • Foto’s van de woning van Cairo na de overal.
  • Lijst met namen van personen die mogelijk op de hoogte waren van hetgeen zich heeft afgespeeld in die vroege ochtend van 16 april 2020.
STREI! dankt de pers dat ze deze informatie wil delen met de samenleving. Namens STREI! Maisha E. Neus

‘Skalians probleem wordt nooit opgelost, door dit regeringsbeleid’

April 18, 2020

In het gebied Asigron in Brokopondo zijn er opnieuw weer skalians gezien op het stuwmeer, die alleen maar zorgen voor een steeds zwaardere milieuschade. Dat de skalians zich nog steeds op de aangrenzende rivieren bevinden, is voor milieudeskundige en voorzitter van Probios, Erlan Sleur niet iets nieuws en blijft verschrikkelijk. Sleur geeft aan dat er op dit vlak geen oplossing zal komen, als de regering zelf een grote rol vervult in deze illegale activiteiten. “Er is nog steeds geen oplossing gekomen voor dit probleem en wij verwachten ook niet dat er één gaat komen, met dit beleid”, zegt de milieudeskundige in gesprek met De West. Volgens Sleur zal dit probleem alleen verergeren, omdat de regering niet alleen nalatig is, maar ook daarenboven medeplichtig aan deze illegale goudactiviteiten. “Ze geeft aan, dat het om duurzame ontwikkeling gaat, maar dat zien wij niet. We zien juist dat men problemen krijgt met de gezondheid”, merkte Sleur op. Volgens hem speelt ook de districtscommissaris van Brokopondo, Frederik Finisie onder één hoedje, voor wat dit probleem betreft. De aanwezigheid van deze skalians baart Sleur veel zorgen, omdat die nog steeds met kwik werken. “Deze Regering beseft nog steeds niet, wat de consequenties zijn op de langere termijn voor de bewoners in dit gebied”, aldus Sleur. Hij is van mening dat hetzelfde water nu een gevaar vormt voor de bewoners van dat gebied, omdat zij elke dag gebruik van maken. “Al die giftige zware metalen die men gebruikt, komen in de vissen terecht, waarvan de dorpelingen leven. Volgens Sleur wordt het alleen maar moeilijker gemaakt voor deze mensen en voor de fauna in de rivier. Ook de recreatieplaatsen langs de rivier met name; Parabello, zullen met problemen te kampen krijgen. “Wij hebben ook gezien waar mensen huidaandoeningen hebben opgelopen, vanwege het verontreinigd water”, aldus Sleur. “Wij gaan momenteel een zeer flinke droge periode tegemoet, waarbij deze ‘monsters’ (skalians) nog steeds hun werk zullen doen, alsof er niets aan de hand is”, benadrukte Sleur. “Ik snap niet waar deze mensen hun verstand. Deze illegale activiteiten, worden zelfs door onze eigen mensen uitgevoerd”, zegt Sleur. “Men is niet slechts schaamteloos, maar ook hebzucht naar goud en andere mineralen, speelt een belangrijk rol bij deze mensen.” De kostbare grondstoffen die Suriname bezit, op verschillende illegale manieren uit de grond gehaald, door de beleidsmakers zelf, maar er is nooit goed zicht geweest over de daadwerkelijke opbrengsten. Sleur blijft van mening, dat het probleem van de Skalians alleen maar erger zal worden, en dat de regering zich hiervoor zal proberen te verschonen, als dit probleem ergere vormen aanneemt. Tot slot zegt Sleur, dat hij zich niet kan voorstellen dat de regering, doet alsof er niets aan de hand is, terwijl Suriname vernietigd wordt.

http://dagbladdewest.com/2020/04/18/skalians-probleem-wordt-nooit-opgelost-door-dit-regeringsbeleid/

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *