LEES OOK: SIMONS ZAT IN EEN ECHTE OORLOG MET HET OPENBAAR MINISTERIE
STEMMINGMAKERIJ DOOR DE NDP WATERDRAGERS EN FUTU BOI’S OMDAT PRESIDENT SIMONS NU HAAR EIGEN BRAAKSEL MOET INSLIKKEN
(founder/owner website)
“MEN WORDT NU GECONFRONTEERD MET ALLES WAT MEN ZELF HEEFT GECREEERD DAT MEN DAARMEE MOET DEALEN NU”
( ALDUS ASIS GAJADIN)
Suriname UniteHET PAARSE RECHT
Reactie op vervolging politieke ambtsdragers
Naar aanleiding van de opinie van 29 maart 2026 in Starnieuws van Carlo Jadnanansing breng ik graag nog het volgende onder de aandacht.
Een actuele ontwikkeling bij dit onderwerp is de situatie in Nederland, die ten grondslag lag aan de Surinaamse regeling in artikel 140 GW.
Ik had aan beide situaties aandacht besteed in mijn artikel in het Surinaams Juristenblad van 2021.2 (SJB september 2021).
Op basis van de adviezen van de Commissie Fokkens (Commissie herziening wetgeving ambtsdelicten kamerleden en bewindspersonen: “niet boven, maar in de wet”) van juli 2021 is de Nederlandse ministerraad met twee wetsvoorstellen akkoord gegaan op 6 juni 2025 en is op 23 juni 2025 een adviesaanvraag aanhangig gemaakt bij de Raad van State in Nederland. Op 17 december 2025 heeft de Raad van State hieromtrent advies uitgebracht (zie noot).
De regering heeft, aldus de RvS, twee wetsvoorstellen ingediend om de procedure voor de opsporing, vervolging en berechting van ambtsdelicten te wijzigen. Het eerste voorstel wijzigt artikel 119 van de GW. Die wijziging houdt in dat de procureur-generaal bij de Hoge Raad de opdracht tot vervolging geeft in plaats van de regering of de Tweede Kamer. Verder wordt niet langer bepaald dat de berechting plaatsvindt door de Hoge Raad. Hierdoor kan de berechting van ambtsmisdrijven bij de rechtbank en het gerechtshof plaatsvinden.
Wijziging van de Grondwet wordt wenselijk geacht. Een groot bezwaar tegen de huidige procedure is de politieke betrokkenheid bij de beslissing om een Kamerlid of bewindspersoon te vervolgen. De afdeling Advisering van de Raad van State deelt de opvatting van de regering dat dit politieke element uit de procedure moet worden gehaald en dat de procedure in de Grondwet moet worden verankerd.
Noot vdB:
Ook in Suriname is de procureur-generaal onafhankelijk en voor het leven benoemd (art. 141 lid 2 GW).
In mijn bovenvermeld artikel in het SJB van 2021.2 heb ik nog aandacht besteed aan de “Venice Commission”, zie noten 22 en 24 op pag. 69 en 77 van het artikel. Deze commissie (adviesorgaan van experts aan de Raad van Europa op het gebied van democratie en recht, waarvan ook experts deel uitmaken van landen uit o.a. Zuid-Amerika, zoals Chili, Peru en Brazilië (en Argentinië en Uruguay als zgn. observer states)), heeft op 11 maart 2013 over dit onderwerp een zgn. Legal Opinion uitgebracht.
Mr. Ed van den Boogaard
https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/91296
In staat van beschuldigingstelling – zwakke strategie?

De recente verzoeken tot in staat van beschuldigingstelling (ISB) van Bronto Somohardjo, Riad Nurmohamed en Gillmore Hoefdraad vormen een belangrijk moment voor de Surinaamse rechtsstaat. De kernvraag is of het Openbaar Ministerie (OM) juridisch én strategisch voldoende is toegerust om politieke ambtsdragers effectief te vervolgen.
De ISB-procedure is geen gewone strafzaak. Zij bevindt zich op het snijvlak van recht en politiek. Vervolging kan pas plaatsvinden nadat De Nationale Assemblee (DNA) daartoe besluit. Dat betekent dat naast juridische kwaliteit ook helderheid, overtuigingskracht en politieke begrijpelijkheid doorslaggevend zijn.
De Wet In Staat van Beschuldigingstelling stelt duidelijke eisen aan verzoeken:
● voldoende aanwijzingen van schuld
● concrete feitelijke onderbouwing
● koppeling tussen feiten en strafbepalingen
● aantoonbare ambtsuitoefening
De huidige verzoekschriften vormen daarmee een test voor de rechtsstaat. Tegelijkertijd rijst de vraag of het OM daadwerkelijk inzet op succesvolle vervolging of vooral wil laten zien dat het handelt.
Belangrijkste tekortkomingen in de aanpak van het OM:
1. Overlading van strafbare feiten:
Meerdere strafbepalingen worden tegelijk genoemd zonder duidelijke prioritering.
2. Gebrek aan focus
Er ontbreekt een scherpe kernbeschuldiging.
3. Bewijsstructuur
Sterke afhankelijkheid van processen-verbaal en verklaringen in plaats van forensisch-financiële onderbouwing.
4. Strategische timing
Verzoeken lijken ingediend terwijl onderzoeken nog niet volledig zijn afgerond.
5. Juridische formulering
Veel herhaling en standaardformuleringen.
6. Gebrek aan individualisering
Onvoldoende onderscheid tussen systeemfouten en persoonlijke strafbaarheid.
7. Complexiteitsrisico
Vooral bij Hoefdraad kan de complexiteit de overtuigingskracht ondermijnen.
8. Politiek-juridische balans
Onvoldoende rekening met de politieke drempel: het DNA-besluit.
Analyse per dossier:
-Somohardjo
Sterktes:
● concreet en feitelijke beschrijvingen
● ondersteuning door verklaringen en communicatie
● duidelijke juridische kwalificatie
● herkenbaar patroon van gedragingen
Zwaktes:
● beperkte financiële onderbouwing
● afhankelijkheid van verklaringen in plaats van harde financiële audit
● mogelijke discussie over directe betrokkenheid
-Nurmohamed
Sterktes:
● breed juridisch kader met meerdere strafbare feiten
● aanwezigheid van contractuele en documentatiebasis
Zwaktes:
● gebrek aan scherpe afbakening
● zwakke koppeling tussen persoon en handelingen
● risico op versnippering van bewijs
● complex dossier zonder duidelijke kern
-Hoefdraad
Sterktes:
● uitgebreid financieel onderzoek
● concrete geldstromen en constructies
● systematische opbouw
● ondersteuning met communicatie
Zwaktes:
● hoge complexiteit
● overlap van strafbare feiten
● vereist zware bewijslast per afzonderlijk feit
Kernfout van het OM
De centrale tekortkoming is een te brede aanpak: te veel strafbare feiten tegelijk, zonder duidelijke focus. Waar alles wordt genoemd, wordt niets overtuigend bewezen.
Een ISB-procedure vraagt niet om volledigheid, maar om overtuiging. Door de breedte van de dossiers ontstaat verwatering van de kern en ruimte voor twijfel.
De beslissende factor: DNA
Het OM lijkt onvoldoende rekening te houden met het feit dat de eerste en belangrijkste toets plaatsvindt in DNA en niet in de rechtszaal.
Als het OM daar niet overtuigt:
● strandt de zaak voordat de rechter eraan te pas komt
● faalt zelfs een juridisch sterk dossier
Gevolgen voor de rechtsstaat
De uitkomst van deze zaken heeft bredere implicaties:
● succes → versterking van de rechtsstaat
● falen → signaal van structureel onvermogen
Als de zaken stranden, zal dat niet alleen worden gezien als een juridische mislukking, maar als bewijs dat het systeem niet in staat is politieke verantwoording af te dwingen.
Slotbeschouwing
Het OM staat voor een duidelijke keuze:
● doorgaan met brede, complexe dossiers met risico op mislukking
● of terug naar de essentie: focus, scherpte en overtuiging
De conclusie is helder: minder is meer.
Een rechtsstaat bewijst zich niet door het openen van onderzoeken, maar door het succesvol afronden ervan. Als deze zaken slagen, is dat een overwinning. Als zij falen, zal de conclusie zijn dat niet het gebrek aan misstanden het probleem is, maar het onvermogen om deze te bewijzen.
Opvallend blijft dat het dossier Nurmohamed duidelijk zwakker oogt dan de andere dossiers. Dit kan alleen maar de vraag oproepen of dit in het geval van de VHPer Nurmohamed toeval is.
Mr. dr. J. van Dijk-Silos
Passie voor Suriname
Paramaribo, 30 maart 2026
Het gehele artikel kunt u hier downloaden.
Documenten:
https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/91237
Bronto Somohardjo: “Verzoek in staat van beschuldigingstelling is schuld van Brunswijk”

De parlementariër voerde aan dat hij er aan de andere kant toch rekening mee houdt dat Brunswijk een bepaalde band heeft met zijn vader Paul Somohardjo, die bovendien ook voorzitter is van de PL. Deze vriendschap vindt haar basis in de jaren tachtig en de periode van de Binnenlandse Oorlog.
“Hij heeft een bepaalde band met de voorzitter van de PL en die kan ik niet zo makkelijk vergeten. En dat zal zo blijven. Ik ben niet iemand die rancuneus is. Ik vind dat hij fouten heeft gemaakt met dat ding van mijn case en hij betaalt daar nu de fouten voor. Het is niet dat ik boos op hem ben. Dus het is gebeurd en ach… ik ga dit gevecht wel aan”, aldus de PL’er.
Dat PL-topper Bronto Somohardjo nu aankijkt tegen een mogelijke in staat van beschuldigingstelling door De Nationale Assemblee (DNA), is volgens hem de schuld van ABOP-leider en oud-vicepresident Ronnie Brunswijk, die hem tijdens de vorige regeerperiode weg wilde hebben als minister van Binnenlandse Zaken. “Ik zeg ook elke dag tegen Ronnie: ‘dit is jouw schuld. Dit heb jij veroorzaakt’. Elke dag zeg ik het tegen hem. Vorige week heb ik het ook gezegd. Hij moet lachen”, zei Somohardjo in het programma Welingelichte Kringen op ABC. De parlementariër voerde aan dat hij er aan de andere kant toch rekening mee houdt dat Brunswijk een bepaalde band heeft met zijn vader Paul Somohardjo, die bovendien ook voorzitter is van de PL. Deze vriendschap vindt haar basis in de jaren tachtig en de periode van de Binnenlandse Oorlog. “Hij heeft een bepaalde band met de voorzitter van de PL en die kan ik niet zo makkelijk vergeten. En dat zal zo blijven. Ik ben niet iemand die rancuneus is. Ik vind dat hij fouten heeft gemaakt met dat ding van mijn case en hij betaalt daar nu de fouten voor. Het is niet dat ik boos op hem ben. Dus het is gebeurd en ach… ik ga dit gevecht wel aan”, aldus de PL’er. Het conflict tussen de ABOP en PL ontstond kort voor de afgelopen verkiezingen nadat de PL aangaf de eigen partij niet meer op te zullen doeken door in een nieuwe partij met de ABOP, met als leider Brunswijk, te stappen. Hierna volgde een reeks van diverse uitspraken op politieke podia tussen Somohardjo en Brunswijk, nadat Somohardjo openlijk de oorlog aan Brunswijk verklaarde. Somohardjo stelde toen dat zijn ontslag werd afgedwongen door een politiek geladen proces, waarbij Brunswijk een belangrijke rol speelde.
Op grond van diverse onthullingen die toen werden gedaan, besloot toenmalig president Chan Santokhi een CLAD-onderzoek in te stellen. Niet kort hierna diende Somohardjo zelf zijn ontslag in. Nu zitten beide partijen in een nieuwe coalitie met de NDP, NPS, A20 en BEP.
Somohardjo stelt dat vertrouwen in de politiek erg moeilijk is, omdat vertrouwen niet met woorden wordt opgebouwd maar met daden. Hij ervaart echter niet dezelfde problemen nu als Brunswijk, die aangeeft dat de NDP zich als een gangster gedraagt. De PL heeft goed contact met diverse NDP-toppers, waaronder voorzitter Jennifer Simons en de ondervoorzitters Ashwin Adhin en Ramon Abrahams.
Reactie op: Noodzaak van een Algemene Wet Bestuursrecht

Eugène van der San
Met het Assembleelid Asis Gajadien (fractieleider V.H.P.) zijn wij het roerend eens met de aandacht die hij thans vraagt voor een eigen Wet Bestuursrecht in de Republiek Suriname.
Onze waardering daarvoor. Tegelijkertijd is het toch jammer dat hij als ervaren parlementariër de noodzaak daartoe nu pas heeft ingezien, terwijl sedert 1975 de basis is gelegd in artikel 135 lid 1 van onze Grondwet: “De wet kan de beslissing van rechtsgeschillen, niet uit burgerrechtelijke betrekkingen ontstaan, aan administratieve rechters opdragen.” De wet regelt de wijze van behandeling en de gevolgen van de beslissingen.
Het verheugt mij, als voorzitter van het Administratief Beroepsinstituut (ABI) op het Kabinet van de President, te vernemen dat reeds verregaande voorbereidingen hieromtrent zijn getroffen. “Volgens de politicus is het onhoudbaar dat Suriname anno heden nog steeds geen uniforme en afdwingbare bestuursrechtelijke regels kent”, maar de touwtjes heeft hijzelf een hele tijd in handen gehad.
“Burgers worden geconfronteerd met onduidelijke procedures, gebrek aan transparantie en beperkte mogelijkheden om zich effectief te verweren tegen besluiten van de overheid. Dat ondermijnt het vertrouwen in de staat.” Dit roept ondergetekende al jaren in de Republiek Suriname; nooit eerder enige reactie daarop gezien of gehoord.
Het gevoel bekroop mij reeds bij het lezen van het artikel van het Assembleelid Gajadien dat het in politicis inderdaad te maken kon hebben met “het proces van in staat van beschuldiging stellen van de politieke ambtsdragers”, zoals hij bevestigt. Het structurele probleem in Suriname is dat politici geneigd zijn alles door middel van een politieke bril te beoordelen, ook wanneer het gaat om gewone staatsrechtelijke handelingen die een formeel karakter dragen.
Wat het Assembleelid nu roept, is precies wat hij vijf jaren terug, kort na de verkiezing, deed in het geval Hoefdraad, zonder toen in acht te hebben genomen hetgeen hij nu stelt, namelijk: “Laat één ding helder zijn: ik vel geen oordeel over individuele zaken. Maar wat deze ontwikkelingen wel duidelijk maken, is dat wij als land nog steeds geen volledig uitgewerkt juridisch kader hebben waarin procedures, waarborgen en rechtsbescherming eenduidig zijn vastgelegd”, en toch deed hij wat hij toen gedaan heeft.
Gelukkig benadrukt hij zelf dat een Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) nog lang niet toereikend is om de rechtszekerheid en willekeur binnen het administratief recht te beperken of te voorkomen.
Het is te kort door de bocht om nu deze regering verantwoordelijk te willen stellen voor het ontbreken van een Wet Bestuursrecht. Zelfs in Nederland verschenen de contouren pas echt bij de algemene beginselen, waarbij de Centrale Raad van Beroep (als ambtenarenrechter) deze in 1933 toetste aan het algemeen rechtsbeginsel. Daarna volgde de burgerlijke rechter.
Vooruitlopend op de Algemene wet bestuursrecht (AWB) waren in Nederland lang daarvoor van kracht: de Wet beroep administratieve beschikkingen (Wet BAB) en de Wet administratieve rechtspraak (Wet Arob), die van belang waren voor een verdere uitbouw en verduidelijking van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb’s). Sinds 1994 is de Algemene wet bestuursrecht formeel gecodificeerd en in Nederland tot stand gekomen.
Op grond van het concordantiebeginsel hadden de politieke verantwoordelijken sedert de onafhankelijkheid in 1975 de plicht om, met inachtneming van artikel 135 van de Grondwet, zorg te dragen voor een Wet Bestuursrecht. Echter heeft de politiek, in samenspraak met de rechterlijke macht, in artikel 135 lid 2 ervoor gezorgd dat institutioneel de mogelijkheid bestaat om in administratief beroep te gaan.
Binnen het ABI is de stelling geponeerd door de voorzitter dat: “Doordat wij in Suriname geen Algemene Wet Bestuursrecht hebben, rijst de vraag of wij de beginselen van behoorlijk bestuur onder alle omstandigheden kunnen toepassen, dus zowel formeel als materieel bij de beoordeling van een zaak, zoals bij de niet-formele administratieve rechter bij ons.”
Het komt mij voor dat bij administratief beroep, zowel in strijd met de wet als in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, slechts beperkt kan worden getoetst. Alles zal afhangen van de redactie in de relevante bijzondere wet.
Om verder uit de middelmatigheid te geraken, ben ik het eens met Gajadien als fractieleider in De Nationale Assemblee om een wetsvoorstel omtrent de Wet Bestuursrecht zo snel mogelijk in De Nationale Assemblee te doen behandelen, ten faveure van de bescherming van de burgers in hun rechten.
De voorzitter ABI
Eugène van der San
https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/91253
Vervolging van politieke ambtsdragers

Carlo Jadnanansing
Resume
Ratio van de WIPA: het voorkomen van lichtvaardige of politiek gemotiveerde vervolgingen van (gewezen) politieke ambtsdragers. De G.W. bepaalt dat vervolging van (gewezen) politieke ambtsdragers slechts kan plaatsvinden nadat op de vordering van de P.G. daartoe door DNA is beslist. Artikel 140 G.W. en de WIPA vormen een inbreuk op het gelijkheidsbeginsel en het vervolgingsmonopolie van het O.M. De auteur bepleit (met vele anderen) het schrappen van artikel 140 G.W. en intrekking van de WIPA.
Door de recente vordering van de P.G. tot in staat van beschuldigingstelling van (gewezen) politieke ambtsdragers bij DNA, staat de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers (WIPA) opnieuw in de belangstelling. Over dit onderwerp is al veel geschreven. De kernvraag, zoals treffend geformuleerd door mr. Ed H.J. van den Boogaard (SJB 2021 no. 2), luidt: “Moeten we de politiek nog langer laten bepalen of een politieke ambtsdrager strafrechtelijk vervolgd mag worden in geval van verdenking van een ambtsmisdrijf?”
Artikel 140 G.W. bepaalt dat politieke ambtsdragers voor in functie gepleegde misdrijven (ambtsmisdrijven), ook na hun aftreden, terechtstaan voor het Hof van Justitie (HvJ). De vordering – veelal ten onrechte aangeduid als verzoek – kan uitsluitend worden ingesteld door de P.G. en omvat een korte feitelijke omschrijving van het misdrijf/de misdrijven waarvan de betreffende (gewezen) politieke ambtsdrager wordt verdacht. In beginsel moet binnen 90 dagen een beslissing worden genomen.
De WIPA, in werking sinds 2001, definieert politieke ambtsdragers als de president, vicepresident, ministers, onderministers en leden van vertegenwoordigende lichamen. Opvallend is dat de wet aanvankelijk niet expliciet vermeldde dat het uitsluitend om ambtsmisdrijven ging. Dit kon de indruk wekken dat ook commune misdrijven onder de wet vielen. Hoewel artikel 140 G.W. dit beperkt tot ambtsmisdrijven, verdient het wetstechnisch de voorkeur dat dit ook expliciet in de WIPA zelf wordt opgenomen.
Bij de wijziging van de WIPA in 2007 is in het nieuwe artikel 12a duidelijk gesteld dat het om ambtsmisdrijven gaat, waardoor alle twijfel is weggenomen. Vóór 2007 werden de ambtsdragers in eerste en enige aanleg berecht door het HvJ. Op grond van internationale regels bestaat de verplichting dat hoger beroep mogelijk moet zijn tegen een veroordelend strafvonnis. Daarom is in 2007 een beroepsmogelijkheid geschapen, ook bij het HvJ, dat in de onderhavige procedure als forum privilegiatum geldt voor de (gewezen) ambtsdragers. Hiermee wordt bedoeld dat laatstgenoemden vanwege de “hoogheid” van het ambt het voorrecht hebben om ook in eerste aanleg door het HvJ berecht te worden.
Ratio van de WIPA
De WIPA vormt een uitzondering op het gelijkheidsbeginsel, dat voorschrijft dat iedere burger op gelijke wijze wordt berecht. De gedachte achter deze uitzondering is het voorkomen van lichtvaardige of politiek gemotiveerde vervolgingen.
Artikel 5 WIPA zegt dat DNA niet in de beoordeling van de gegrondheid van het aanmerken van de betreffende (gewezen) politieke ambtsdragers als verdachte in de zin van het Wetboek van Strafvordering treedt, maar uitsluitend beoordeelt of zijn of haar vervolging in politiek-bestuurlijk opzicht in het algemeen belang moet worden geacht.
Het gaat dus niet om de beoordeling of er terecht sprake is van een strafbaar feit, maar slechts of politiek-bestuurlijk gezien het algemeen belang gediend is bij de vervolging. Anders gezegd: DNA moet beoordelen of vervolging maatschappelijke onrust of andere ongewenste maatschappelijke ongeregeldheden ten gevolge zou kunnen hebben.
Deze regeling heeft echter als consequentie dat DNA (gewezen) ambtsdragers kan beschermen, met name wanneer zij tot de regeringscoalitie behoren. Dit is in de praktijk ook gebleken, onder andere in het geval waarbij de WIPA werd toegepast op een gewezen minister van Financiën. In de WIPA wordt inbreuk gemaakt op het vervolgingsmonopolie van het Openbaar Ministerie (OM), dat juridisch als enige verantwoordelijk is voor strafvervolging.
Daarnaast bestaat er normaal gesproken een correctiemechanisme: als het OM weigert te vervolgen, kunnen belanghebbenden het HvJ verzoeken de P.G. tot vervolging te bevelen. De WIPA doorbreekt dit systeem, omdat DNA kan beslissen dat vervolging niet plaatsvindt, zonder dat daartegen een rechtsmiddel openstaat. Hierdoor ontstaat een situatie waarin de uitvoerende macht (DNA) prevaleert boven de rechterlijke macht, wat strijdig is met het beginsel van de spreiding der machten (veelal genoemd: scheiding der machten).
Conclusie
Gelet op het voorgaande ben ik van mening dat het speciale regime voor de vervolging van (gewezen) politieke ambtsdragers moet worden afgeschaft.
Ten eerste is het in strijd met het gelijkheidsbeginsel.
Ten tweede vormt het een inbreuk op het vervolgingsmonopolie van het OM, dat onderdeel is van de rechterlijke macht.
Anders gezegd: de politiek behoort zich niet te mengen in de strafrechtelijke vervolging. Dat is het domein van het OM.
Momenteel zijn er wetsvoorstellen in behandeling tot wijziging van de G.W., onder meer ter modernisering van de rechterlijke macht en de invoering van een derde instantie. Dat biedt een goede gelegenheid tot afschaffing van artikel 140 G.W. en tevens intrekking van de WIPA.
Het niet lichtvaardig vervolgd mogen worden geldt voor alle burgers van onze rechtsstaat.
Somohardjo: “Alleen bij mij is er om inverzekeringstelling gevraagd; PL-fractie werkt niet mee aan politieke opoffering Nurmohamed”

PL-topper Bronto Somohardjo vindt het vreemd dat het Openbaar Ministerie (OM) in de drie verzoeken om ex-bewindslieden in staat van beschuldiging te laten stellen, voornemens is om alleen hem direct in verzekering te stellen wanneer De Nationale Assemblee (DNA) het verzoek honoreert.
Ondanks dit zal hij toch voorstemmen wanneer het moment aanbreekt om zichzelf in staat van beschuldiging te stellen. Opvallend genoeg zal de tweekoppige PL-fractie tegenstemmen om VHP’er Riad Nurmohamed in staat van beschuldiging te stellen, aangezien zij niet zal doen aan politieke opofferingen. “Als je het vergelijkt met de stukken van Nurmohamed en Hoefdraad is er bij mij alleen gevraagd om gevangenneming. En dat is ook een vraag die gesteld moet worden. Waarom bij mij wel en anderen niet? Als mensen op verschillende manieren worden behandeld, dan moet dat transparant en uitlegbaar zijn. En dat geeft het systeem vertrouwen”, zei Somohardjo in het programma Bakana Tori.
Wat hem angstig maakt is dat het Openbaar Ministerie, gezien de fouten die gemaakt zijn in de case van Ashwin Adhin, weer willekeur gaat toepassen. “Ik ben mens en ik heb mensen om me heen, dus het doet ons natuurlijk allemaal wat. Maar ik slaap er niet minder slecht om. Ik ben een gelovig persoon. Ik wil de waarheid op tafel zetten, maar ik wil dezelfde rechten hebben als het volk. Het volk heeft geen WIPA, dus ik wil dat ook niet”, aldus Somohardjo. Somohardjo benadrukt ondanks alles echter nog steeds geen spijt te hebben dat hij in 2020 koos voor het ministerschap bij Binnenlandse Zaken. Hij blijft overigens erbij geen fouten te hebben gemaakt en dat de zaken waarvoor hij beschuldigd wordt, waaronder het oneigenlijk gebruiken van staatsmiddelen, nog bewezen moeten worden. “Dat heb ik nog geen moment gehad. Of het nu in de vorm is van minister of parlementariër, ik voel me vereerd om het volk te dienen. Dat het nu zo is gegaan met mijn ministerschap en er nu zulke zaken spelen had je nooit kunnen voorzien. Maar ik heb geen fouten gemaakt. Ik heb op geen enkel moment geen enkele middelen ingezet van geen enkele Staat. En als mensen dat beweren dan moet dat bewezen worden”, aldus Somohardjo. Somohardjo hoopt dat het werk van de onderzoekscommissie zo snel als mogelijk opstart. Hijzelf heeft vernomen dat deze commissie diverse personen, waaronder ook hem, zal oproepen. Alleen hoopt hij dat dit allemaal openbaar is, zodat iedereen kan meevolgen, de waarheid kan zien en zelf een oordeel kan vellen voordat er verdere stappen worden ondernomen.
“Mijn case zie ik niet belangrijk genoeg voor het volk. Ik zie wel dat er heel vlot wordt gereageerd, maar het is groter dan dat. Het gaat bij mij om het systeem dat met willekeur werkt en met verschillende maten meet. En daar moeten wij erg waakzaam voor zijn. Ik ben heel erg blij dat er een onderzoekscommissie is ingesteld. Ik stond eerst op het spoor van gelijk in staat van beschuldiging stellen en dat heb ik ook met anderen besproken. Totdat we eerst het vonnis onder ogen zagen van voorzitter Adhin waarin de rechter duidelijk heeft gesproken over willekeur en dat het OM een grens heeft overschreden. En dan maak je je zorgen, want dan ga je je afvragen of ze weer dezelfde fout gaan maken. Dus ik ben blij dat er een onderzoekscommissie is. Laat alles op tafel komen en laat de waarheid gezegd worden. Laat het gehele volk zien wat er aan de hand is”, aldus de PL’er.
HOEFDRAAD HEEFT MILJOENEN VERDUISTERD?

Met de vordering van het Openbaar Ministerie om de voormalig minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad, in staat van beschuldiging te stellen, staat Suriname opnieuw voor een ongemakkelijke, maar onvermijdelijke vraag: hoe diep reikt de corruptie binnen het bestuur en wie heeft jarenlang de andere kant op gekeken?
Het dossier dat door de procureur-generaal aan De Nationale Assemblee (DNA) is voorgelegd, laat weinig ruimte voor relativering. Het gaat niet om één misstap, geen administratieve slordigheid, maar om een patroon van handelen dat, als het bewezen wordt, neerkomt op systematische ondermijning van de staatsfinanciën. Hoefdraad wordt verdacht van negentien strafbare feiten, waaronder deelname aan een criminele organisatie, overtreding van de Anti-corruptiewet, valsheid in geschrifte, oplichting en (gekwalificeerde) verduistering van staatsmiddelen. Dat alleen al zou voldoende moeten zijn om elke vorm van politieke terughoudendheid terzijde te schuiven.
Maar de ernst van deze zaak ligt niet alleen in de aard van de beschuldigingen, maar vooral in de schaal waarop zij zich zouden hebben voorgedaan. Uit het onderzoek blijkt dat er bewust een parallel financieel systeem is opgezet via de Surinaamse Postspaarbank (SPSB), waarbij staatsinkomsten buiten het zicht van de Centrale Bank van Suriname (CBvS) en andere controle-instanties werden gehouden. Het ging daarbij niet om kleine bedragen, integendeel. Zo blijkt dat miljoenen SRD aan staatsmiddelen werden geparkeerd op tussenrekeningen zoals de grootboekrekening ‘Aangehouden Posten Min Fin’. Deze rekeningen fungeerden als een soort schaduwkas, waaruit gelden konden worden aangewend zonder begrotingsgoedkeuring of toezicht van instanties zoals de Rekenkamer, de CLAD of de Thesaurie Inspectie. Nog schrijnender zijn de concrete bedragen die in het dossier naar voren komen.
Zo liep de debetstand van de vennootschap Investment Partners N.V. op tot circa SRD 11,6 miljoen, terwijl New Vision International N.V. een schuldpositie had van ongeveer SRD 77 miljoen.
Deze vennootschappen, zonder aantoonbare economische activiteiten, werden volgens het Openbaar Ministerie gebruikt als doorgeefluik voor staatsgelden. Schulden die zij opbouwden, werden vervolgens aangezuiverd met publieke middelen. Met andere woorden: het verlies werd weggestopt, zonder dat daar enige publieke verantwoording tegenover stond. Maar het absolute dieptepunt ligt bij het Fonds Woningbouw Lagere Inkomens. Een fonds dat bedoeld was om kwetsbare burgers aan een woning te helpen, werd volgens het onderzoek gebruikt als financieringsbron voor dubieuze transacties. Van de SRD 481 miljoen die door de raad van ministers werd goedgekeurd, werd in november 2019 maar liefst SRD 150 miljoen overgeboekt naar Investment Partners N.V.
Niet voor woningbouw. Niet voor sociale ontwikkeling. Maar, zo stellen de onderzoekers, om een bestaande schuldpositie van deze vennootschap weg te werken. Dit is niet alleen financieel wanbeheer; dit raakt aan moreel verval. Terwijl duizenden Surinamers worstelden met huisvesting, inflatie en economische onzekerheid, zou geld dat specifiek voor hen bestemd was, zijn gebruikt om gaten te dichten in een constructie die buiten elke vorm van controle opereerde.
En alsof dat nog niet voldoende is, wijst het dossier ook op actieve pogingen om toezicht te ondermijnen. De CBvS werd buitenspel gezet, inspecties werden vertraagd of tegengewerkt en er zijn aanwijzingen dat zelfs instructies werden gegeven om controleurs te weren. Dit alles schetst een beeld van niet alleen misbruik van macht, maar van een doelbewuste strategie om controle te ontwijken. De vraag die nu ligt bij DNA, is daarom geen technische of procedurele kwestie. Het is een fundamentele keuze: laat men de rechtsstaat zijn werk doen of kiest men voor politieke bescherming? Want laten we eerlijk zijn: wie in dit stadium nog aarzelt om de in staat van beschuldigingstelling goed te keuren, kiest er niet voor om ‘zorgvuldig’ te zijn. Die kiest ervoor om het proces te blokkeren. En daarmee ook de waarheid. Het argument dat het hier slechts om verdenkingen gaat, is juist. Maar precies daarom moet de rechter zich erover buigen. Het parlement is geen rechtbank. Het is niet de taak van DNA om schuld of onschuld vast te stellen, maar om te voorkomen dat politieke macht een schild wordt tegen vervolging.
Suriname heeft al te vaak gezien hoe politieke dossiers verzanden in stilstand, vertraging of selectieve verontwaardiging. Dat patroon heeft geleid tot een diep wantrouwen onder de bevolking. Burgers geloven steeds minder dat er gelijke regels gelden voor iedereen. Want uiteindelijk draait deze kwestie niet alleen om Hoefdraad. Het gaat om het systeem dat dit mogelijk heeft gemaakt. Om de stiltes die zijn gevallen waar vragen gesteld hadden moeten worden. Om de medeplichtigheid van zij die wisten, maar zwegen. De bedragen liegen niet. SRD 150 miljoen. SRD 77 miljoen. SRD 11,6 miljoen. En in totaal honderden miljoenen die via constructies buiten het zicht van controle-instanties zijn gehouden. En waarvan de uiteindelijke bestemmingen onbekend zijn bij het volk en bij de autoriteiten zelf, maar waarvan politieke toppers die ook nu in het machtscentrum zitten, kennis dragen vanwege directe betrokkenheid. De bal ligt nu bij DNA. Niet om te oordelen, maar om de weg vrij te maken voor recht. Niet om te beschermen, maar om verantwoordelijkheid mogelijk te maken.
https://dagbladdewest.com/2026/03/29/hoefdraad-heeft-miljoenen-verduisterd/

Onderzoek naar ‘verdwenen’ 100 miljoen US dollar uit kasreserve nog gaande
door Ivan Cairo
PARAMARIBO — Het begin 2020 gestarte strafrechtelijk onderzoek naar de vermoedelijk onrechtmatige besteding van een deel van de kasreserves van de handelsbanken, ondergebracht bij de Centrale Bank van Suriname (CBvS), is nog gaande. Op 30 januari van dat jaar maakte de Surinaamse Bankiersvereniging (SBV) bekend dat ze vijf dagen eerder, tijdens een vergadering met president Desi Bouterse, minister van Financiën Gillmore Hoefdraad, de leiding van de CBvS en de regeringscommissaris bij de CBvS, was geïnformeerd dat de Centrale Bank afspraken over het beheer van de vreemde valutakasreserves had geschonden. Uit nadien verkregen informatie bleek dat van de 426 miljoen Amerikaanse dollar circa honderd miljoen US dollar vermoedelijk onrechtmatig door de CBvS was besteed. Kort vóór deze onthulling was de toenmalige CBvS-president Robert van Trikt door Bouterse ontslagen vanwege een ander schandaal bij de moederbank. De particuliere banken waren hierover zeer verontwaardigd en hadden hun misnoegen geuit dat zij kennelijk maandenlang zijn misleid door vooral Van Trikt met onjuiste en onvolledige informatie.
Desgevraagd zegt FinaBank-directeur Eblein Frangie tegen de Ware Tijd dat het strafrechtelijk onderzoek nog gaande is. Echter, hij heeft geen informatie over de stand van het onderzoek, omdat de bank geen update krijgt van het Openbaar Ministerie (OM). Op vragen van de Ware Tijd over deze kwestie heeft het OM (nog) niet gereageerd.
Klacht van burgers
In verband met het kasreserveschandaal diende een groep burgers, onder leiding van activiste Xaviera Jessurun, op 3 februari 2020 een klacht in bij het OM tegen Hoefdraad, met het verzoek een strafrechtelijk onderzoek in te stellen. Daarnaast deden de politieke partijen DA ’91 en Strei! afzonderlijk aangifte. Kort daarna volgde eveneens een aangifte van FinaBank.
Bij het indienen van de klacht verklaarde Jessurun dat de bezorgde burgers zich tot de procureur-generaal hadden gewend op grond van artikel 429 van het Wetboek van Strafrecht. Dit artikel bepaalt dat een ambtenaar die door misbruik van gezag iemand dwingt iets te doen, na te laten of te dulden, kan worden gestraft met een gevangenisstraf van maximaal twee jaar.
Volgens de burgers heeft Hoefdraad misbruik gemaakt van zijn functie door de governor van de CBvS te dwingen de kasreserves aan te wenden voor andere doeleinden dan waarvoor ze bestemd waren. Hierdoor zou het algemene belang van de Surinaamse samenleving zijn geschaad.
Strafbare feiten
De partij Strei! wees in haar aangifte op meerdere mogelijke strafbare feiten, waaronder verduistering van geld of geldwaardige papieren, diefstal, statutair verboden transacties, valsheid in geschrifte, het aannemen van giften of beloften, ambtelijke dwang en ongeoorloofde verrijking.
Een week later reageerde de toenmalige procureur-generaal, Roy Baidjnath-Panday, op de aangiften van de burgers en politieke organisaties. In een brief liet hij weten dat de indieners van de klacht via een proces-verbaal zouden worden gehoord en dat inmiddels rechercheurs waren aangewezen om het onderzoek uit te voeren. Op 22 februari 2020 werden de directeuren van De Surinaamsche Bank, Hakrinbank, Republic Bank en FinaBank door de politie gehoord.
https://dwtonline.com/onderzoek-naar-verdwenen-100-miljoen-us-dollar-uit-kasreserve-nog-gaande/
Abop niet in onderzoekscommissie voor in staat van beschuldiging stellen ex-ministers
vrijdag 27 maart 2026; 8:03 am

Ronnie Brunswijk vond dat hij voorzitter moest worde van de onderzoekscommissie. [Foto: dWT archief]
‘Laten we het proces niet vertragen en bemoeilijken’
door Jason Pinas
PARAMARIBO — De VHP-fractie heeft zich tijdens de rumoerige huishoudelijke vergadering over het in staat van beschuldiging stellen van drie ex-ministers kritisch uitgelaten en fel geprotesteerd tegen de instelling van een parlementaire onderzoekscommissie. Ook Abop was tijdens de vergadering niet tevreden over de gang van zaken wat maakte dat de vergadering heftig verliep en meerdere keren moest worden geschorst omdat de coalitie overhoop lag met elkaar.
Naar de Ware Tijd verneemt, wilde Abop-parlementariër Ronnie Brunswijk commissievoorzitter worden, ervan uitgaande dat hij, gezien het feit dat hij ondervoorzitter van DNA is, niet gewoon lid van de commissie zou mogen zijn. Uiteindelijk is Rabin Parmessar (NDP) voorzitter geworden. Uit protest heeft de Abop-fractie geweigerd zitting te nemen in de onderzoekscommissie die de rapportage van het Openbaar Ministerie (OM) zal moeten beoordelen.
“Wat gaat de commissie nog onderzoeken? Is het parlement deskundig genoeg om deze technische zaken te kunnen onderzoeken?
”VHP-parlementariër Mahinder Jogi
Rechtlijnig standpunt
Het gaat om het verzoek van het OM om de ex-ministers Bronto Somohardjo, Riad Nurmohamed en Gillmore Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen en om hen vervolgens strafrechtelijk te vervolgen. “Wij zijn geen voorstander van een commissie. Het Openbaar Ministerie heeft in de dossiers genoegzaam aangegeven waarover het gaat. Het zijn juridisch-technische rapporten die zijn gestuurd en wij hadden gehoopt dat de drie ex-bewindslieden meteen in staat van beschuldiging zouden worden gesteld”, zegt VHP-parlementariër Mahinder Jogi tegen de Ware Tijd.
Hij heeft ook begrip voor de houding van de Abop-fractie. “Brunswijk is niet zomaar iemand. Het is iemand met politieke ervaring, gezag en is ook nog de ondervoorzitter van het parlement. Dus je moet hem correct bejegenen.”
Jogi benadrukt dat zijn fractie op dit stuk altijd een duidelijk standpunt heeft ingenomen ondanks het feit dat Nurmohamed van de VHP is. “Wij plegen nooit interventie in een onderzoek dat bij de procureur-generaal of de rechtelijke macht ligt. Wij zijn rechtlijnig daarover. Wij willen altijd de ruimte bieden om het rechtsproces voortgang te doen vinden.” Hij wijst erop dat het OM op basis van bewijzen die zijn verzameld vindt dat deze voormalige politieke ambtsdragers schuldig zijn, maar dat dit niet het eindoordeel is. “Wij vinden dat de andere partij ook de ruimte moet krijgen om te kunnen bewijzen dat ze onschuldig is. Maar wat gaat een commissie nog onderzoeken? Is het parlement deskundig genoeg om deze technische zaken te kunnen onderzoeken?” vraagt Jogi zich af.
Hij vervolgt: “Hoe ga je Hoefdraad horen als bijvoorbeeld mensen die in staat van beschuldiging moeten worden gesteld moeten worden gehoord? Of weet de coalitie misschien waar hij is?”
Proces niet bemoeilijken
De VHP-parlementariër meent dat veel erop lijkt dat de NDP fractie het verzoek van het OM wil laten stuiten zodat het onderzoek naar de mogelijke verkeerde handelingen van de ex-ministers geen voortgang vindt. “Als ik luister naar de voorzitter van het parlement (Ashwin Adhin, … red.) dan lijkt het alsof hij alles weet. En wanneer ik luister naar bepaalde coalitieleden dan lijkt het alsof zij Openbaar Ministerie zijn geworden”, aldus Jogi. Hij waarschuwt dat het parlement ervoor moet waken dat het zichzelf niet schaadt door zich onnodig te mengen in dit juridische proces. “Meki a onderzoek go doro. De burger kijkt kritisch naar ons. Laten we het proces niet vertragen en bemoeilijken”, aldus de VHP parlementariër.
Beste aanpak
Echter, NDP-assembleelid Ebu Jones vindt dat de instelling van een onderzoekscommissie de beste aanpak is. “Ik denk dat het verstandig is om dit vraagstuk met alle nauwkeurigheid aan te pakken”, benadrukt hij tegenover de Ware Tijd.
Volgens hem moet DNA ervoor waken dat er geen politieke vervolging van ambtsdragers plaatsvindt. “Wat we conform de wet niet mogen doen, is een inhoudelijke toetsing van bewijsmiddelen of iemand wel of niet strafbaar is. Maar de wet biedt ons wel de mogelijkheid om na te gaan in hoeverre er sprake is van politieke vervolging. Dat is heel belangrijk en dat moeten we niet onderschatten”, aldus Jones. In de onderzoekscommissie zitten vijf coalitieleden en twee oppositieleden.
BT DO 26 MRT 2026 || BRONTO: PL GAAT TEGEN IN STAAT V. BESCHULDIGING STELLING VAN NURMOHAMED STEMMEN

ALARM

Vz Adhin en Atompai over instaat van beschuldiging


PALU: “Beerput Hoefdraad raakt belastinggeld van volk”
De politieke partij PALU stelt dat de recente onthullingen rond voormalig minister Gillmore Hoefdraad geen op zichzelf staand incident zijn, maar wijzen op structureel falen binnen het financieel beleid van de overheid. Volgens de partij gaat het om miljarden aan belastinggeld die niet in de staatskas zijn terechtgekomen, met directe gevolgen voor de samenleving.
Miljarden buiten staatskas gehouden
Volgens PALU is geld dat bestemd was voor onder meer onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur jarenlang buiten de officiële begroting gehouden. De partij benadrukt dat het hier gaat om publieke middelen die cruciaal zijn voor de ontwikkeling van het land. De partij roept president Jennifer Geerlings-Simons op om strikt te handelen volgens de Comptabiliteitswet en herhaling van dergelijke praktijken binnen het huidige bestuur te voorkomen. “Crimineel beleid”
PALU stelt dat in de periode 2015–2020, toen Hoefdraad minister van Financiën was, sprake was van ernstige onregelmatigheden. In die jaren zou er volgens officiële cijfers ruim SRD 5 miljard minder aan belastingen zijn geïnd dan verwacht.
De partij noemt het bewust niet innen van belastingen, terwijl de economische situatie verslechterde, “crimineel beleid”. In het verleden heeft PALU hierover al aan de bel getrokken met een brief aan toenmalig president Desi Bouterse en de toenmalige parlementsvoorzitter Simons. Volgens de partij bleef een reactie echter uit.
Geldstromen via constructies
Nieuwe informatie uit het onderzoek van het Openbaar Ministerie zou volgens PALU aantonen dat belastingen wel degelijk zijn geïnd, maar niet zijn afgedragen aan de staatskas. In plaats daarvan zouden gelden zijn gestort op een rekening van de SPSB-bank op naam van het ministerie van Financiën en vervolgens zijn doorgesluisd naar particuliere vennootschappen.
Daarnaast zouden aanzienlijke bedragen zijn geleend bij de SPSB en later zijn afgelost met dezelfde geldstromen, wat volgens de partij wijst op een ondoorzichtige en mogelijk onrechtmatige constructie.
PALU wijst erop dat er al langer signalen waren dat de financiële cijfers niet klopten. Kritische vragen vanuit De Nationale Assemblée bleven volgens de partij uit, terwijl de economische situatie verslechterde.
Uiteindelijk zag de regering zich genoodzaakt om bijna 600 miljoen Amerikaanse dollar te lenen via Oppenheimer onder ongunstige voorwaarden. Volgens PALU had dit mogelijk voorkomen kunnen worden als de Comptabiliteitswet correct was nageleefd en er tijdig transparantie was geboden.
De partij stelt dat de gevolgen van het financieel wanbeleid direct voelbaar zijn voor burgers, onder meer door stijgende kosten van levensonderhoud en beperkte economische kansen.
Met het oog op toekomstige inkomsten uit de olie- en gassector waarschuwt PALU dat zonder strikte controle en verantwoording het risico op herhaling blijft bestaan. De partij roept het huidige leiderschap op om volledige openheid te geven en verantwoordelijkheid af te leggen aan de samenleving. “Niet later, maar nu,” aldus de oproep van PALU.
https://www.srherald.com/suriname/2026/03/26/palu-beerput-hoefdraad-raakt-belastinggeld-van-volk/
ABOP niet in onderzoekscommissie voor vervolging ex-ministers –

Neuzen coalitiepartners niet in één richting tijdens vergadering over

13 maart 2026 Gajadien: president moet beleid presenteren en verantwoording afleggen in parlement
VHP wilde directe openbare vergadering voor vervolging ex-ministers – ABC

BT DINSDAG 24 MAART 2026 || MEERDERE KOPPEN MOETEN ROLLEN

Column: Drie namen, maar waar zijn de anderen?

24 maart 2026 NITA RAMCHARAN

De Nationale Assemblee staat vandaag voor een keuze die groter is dan drie namen. Het gaat niet alleen om Riad Nurmohamed, Bronto Somohardjo en Gillmore Hoefdraad. Het gaat om de vraag hoe zorgvuldig Suriname omgaat met de zware stap in het staatsrecht: het in staat van beschuldiging stellen van politieke ambtsdragers.
Laat één ding duidelijk zijn: niemand pleit tegen onderzoek. Niemand pleit voor bescherming. Maar evenmin kan van De Nationale Assemblee worden verwacht dat zij blindelings de procureur-generaal haar gang laat gaan. Daarvoor zijn er nog te veel open vragen. Bovendien heeft DNA de mogelijkheid om via een commissie nader onderzoek te verrichten.
DNA heeft in feite twee opties. De eerste is direct besluiten en het Openbaar Ministerie ‘het groene licht van de NPS’ te geven om de vervolging in te zetten. De tweede is het instellen van een onderzoekscommissie die de vorderingen nader bekijkt, betrokkenen hoort en ontbrekende informatie boven tafel haalt. Zeer waarschijnlijk zal dit besluit later op de dag worden genomen.
Er zijn nog te veel open vragen.
Neem de zaak-Nurmohamed. Een zwaar dossier, met een reeks beschuldigingen die vragen oproepen over de reikwijdte van het onderzoek. Als er sprake is van een complex Pan Am-project met meerdere schakels, dan kan het niet zo zijn dat slechts één naam centraal staat zonder dat duidelijk is wat er met mogelijke medeplichtigen gebeurt.
De zaak-Somohardjo is anders, maar niet minder complex. Die leunt sterk op een CLAD-rapport. Maar waar is dat rapport? Is het gedeeld met DNA? Somohardjo heeft steeds aangegeven dat hij onschuldig is en wil juist in staat van beschuldiging worden gesteld. Hij wil geen politieke gunst, maar zijn naam zuiveren. Hopelijk wordt zijn wederhoor openbaar gemaakt, want — Bronto kennende — zullen daar nog veel zaken aan het licht komen.
En dan Hoefdraad. Voor de derde keer is er een vordering tegen hem ingediend om hem in staat van beschuldiging te stellen. Ditmaal niet in de Centrale Bank-zaak, maar in de case van de Surinaamse Postspaarbank. Maar één cruciaal element ontbreekt: de persoon zelf. Hij is spoorloos. Wederhoor is in zijn geval onmogelijk. Dat maakt de afweging voor DNA niet eenvoudiger, maar juist ingewikkelder. Hoe ga je om met een zaak waarin de betrokkene zich niet kan verdedigen, terwijl de politieke en maatschappelijke druk groot is? Wordt zijn procesgemachtigde gehoord die onlangs DNA een brief heeft geschreven over opnieuw bekijken van de zaak Hoefdraad?
De procureur-generaal heeft DNA hiermee voor een uitdaging gesteld. Het gaat om een unieke situatie waarin coalitie én oppositie direct betrokken zijn. Hoefdraad wordt geassocieerd met de NDP, Nurmohamed met de VHP en Somohardjo is Pertjajah Luhur. Dat maakt het des te belangrijker dat de beslissing niet wordt gezien als politiek gemotiveerd, maar als juridisch onderbouwd. Elke schijn van partijdigheid moet worden vermeden.
Hoe dan ook ligt de vordering van de procureur-generaal nu op het bord van DNA. Na een commissie van onderzoek zal een besluit moeten worden genomen. Er zullen koppen rollen — maar mogelijk niet alleen van de drie ex-ministers. Er zijn sterke aanwijzingen dat er in breder verband is gehandeld, zeker in de Pan Am-case. Dan kan het niet zo zijn dat slechts één gewezen politieke ambtsdrager ter verantwoording wordt geroepen.
De dossiers zoals die nu voorliggen, zijn nog lang niet volledig. Eén ding is duidelijk: dit proces is nog maar net begonnen en de politieke gevolgen zullen niet mals zijn. Er moet paal en perk worden gesteld voor nu en altijd.
Nita Ramcharan
P.S.
Ex-politiewoordvoerder Ro Gajadhar was een groot voorbeeld van hoe voorlichting hoort te worden verzorgd. Niemand binnen het korps heeft hem kunnen evenaren. Een grote mediavriend is heengegaan.
https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/91177
Gajadien pleit voor zorgvuldigheid en rechtsgelijkheid

De behandeling van de vorderingen tot in staat van beschuldiging stellen van de voormalige ministers Gillmore Hoefdraad, Riad Nurmohamed en Bronto Somohardjo krijgt een nieuw vervolg. De Nationale Assemblee (DNA) heeft tijdens een huishoudelijke vergadering besloten een onderzoekscommissie in te stellen die de ingediende verzoeken van de procureur-generaal nader zal bestuderen.
De commissie krijgt de taak om de onderliggende dossiers te analyseren, relevante documenten te beoordelen en waar nodig betrokkenen te horen, voordat het parlement een definitief besluit neemt over de vervolgstappen.
Volgens VHP-parlementariër Asis Gajadien is deze fase van groot belang voor de rechtsstaat. In gesprek met D-TV Express en Suriname Herald benadrukt hij dat het parlement zijn werk onafhankelijk en zorgvuldig moet uitvoeren, zonder politieke druk of wisselende standpunten.
“Transparantie, rechtsgelijkheid en respect voor democratische instituten moeten voorop staan,” stelt Gajadien. Hij geeft aan dat het standpunt van de VHP vanaf het begin consistent is geweest en niet is beïnvloed door politieke omstandigheden of machtsverhoudingen.
Met betrekking tot de zaak rond voormalig minister Nurmohamed onderstreept Gajadien dat principes leidend moeten zijn. “De wet moet voor iedereen gelijk zijn. Dat vormt de basis van goed bestuur en het vertrouwen van het volk,” aldus de politicus.
De vorderingen van de procureur-generaal hebben betrekking op vermeende strafbare feiten die tijdens de ambtsperiode van de drie voormalige bewindslieden zouden zijn gepleegd. In het geval van Hoefdraad gaat het om een nieuwe vordering in de kwestie rond de Surinaamse Postspaarbank.
Nurmohamed wordt onder meer in verband gebracht met het Pan American Real Estate-project, terwijl de zaak tegen Somohardjo mede is gebaseerd op een CLAD-rapport.
Met het instellen van de onderzoekscommissie kiest DNA ervoor om zich eerst een volledig beeld te vormen van de dossiers, alvorens te besluiten over het al dan niet in staat van beschuldiging stellen van de betrokken ex-ministers.
https://www.srherald.com/suriname/2026/03/25/gajadien-pleit-voor-zorgvuldigheid-en-rechtsgelijkheid/
DNA stelt onderzoekscommissie in voor vorderingen pg tegen drie ex-ministers
De Nationale Assemblée (DNA) heeft in haar huishoudelijke vergadering vandaag besloten een onderzoekscommissie in te stellen die de vorderingen van de procureur-generaal nader zal bestuderen. Het gaat om verzoeken om de voormalige ministers Riad Nurmohamed, Bronto Somohardjo en Gillmore Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen.
Met dit besluit kiest het parlement ervoor om niet direct over te gaan tot het geven van groen licht voor strafvervolging, maar eerst de onderliggende dossiers en feiten grondig te laten onderzoeken. De commissie krijgt de taak om de vorderingen te analyseren, relevante documenten te bestuderen en waar nodig betrokkenen te horen. De VHP wilde gelijk toestemming geven aan de pg om de vervolging in te zetten. De coalitie was hier tegen.
De vorderingen van de procureur-generaal hebben betrekking op vermeende strafbare feiten gepleegd tijdens de ambtsperiode van de drie voormalige bewindslieden. In het geval van Nurmohamed gaat het onder meer om het zogeheten Pan American Real Estate-project, terwijl de zaak tegen Somohardjo mede gebaseerd is op een CLAD-rapport. Hoefdraad wordt opnieuw geconfronteerd met een vordering, ditmaal in de kwestie rond de Surinaamse Postspaarbank.
Met de instelling van de commissie wil DNA zich eerst een volledig beeld vormen alvorens een definitief besluit te nemen over het al dan niet in staat van beschuldiging stellen van de betrokken ex-ministers.
https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/91187
Van Samson verdedigt WIPA: “Dan hadden we elke dag een minister in de cel”

Parlementariër Cedric van Samson is het niet eens met de kritiek op de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers in Suriname (WIPA). Volgens de politicus gaat het er niet om dat zittende en gewezen politieke ambtsdragers door de WIPA superburgers worden. De wet functioneert volgens hem juist als controle om politieke vervolging te voorkomen.
“Het heeft er niet mee te maken dat je een superburger bent. Het is alleen een controle dat het niet gaat om een politieke vervolging. En dat moet het Openbaar Ministerie kunnen aantonen. Daarom wil het ook niet zeggen dat het in staat van beschuldiging stellen van een collega of gewezen minister al aanduidt dat de persoon schuldig is. Nee, je geeft toestemming dat die vervolging door mag gaan. Ik heb een heleboel mensen horen schreeuwen dat die wet eigenlijk weg moet. Persoonlijk had ik er geen moeite mee, maar ik heb zoveel gehoord in de afgelopen vijf jaren over collega’s van mij, dat ik zelf bijna aangifte ben gaan doen. Maar later hoor je dat het niet zo is. Dus als het zo makkelijk was om een hoogwaardigheidsbekleder letterlijk op te sluiten op basis van een aangifte, dan hadden we elke dag een minister in de cel”, zei Van Samson in een interview op Stanvaste Radio.
Volgens de VHP’er kan iedereen beweren dat een minister heeft gestolen. Echter kunnen diezelfde personen geen concreet verhaal of bewijs leveren wanneer daarnaar wordt gevraagd. Hierdoor kan niet op alles worden afgegaan. Aan de andere kant ziet hij het verzoek niet specifiek als toestemming vragen om te kunnen vervolgen. Het gaat volgens hem erom dat de wetgevende instantie daarvan kennis draagt en dat dan de vervolging kan plaatsvinden.
Overigens vindt Van Samson dat voor of tegen stemmen over zo’n verzoek van de procureur-generaal in de zaken van Bronto Somohardjo, Riad Nurmohamed en Gillmore Hoefdraad geen kwestie is van een gewetensvraag voor individuele DNA-leden. “Het heeft niets te maken met je geweten. Al die DNA-leden die dat zeggen, proberen maar stoer te doen. Je bent gekozen en er is een partijstandpunt. Je gaat onderbouwen waarom, je onthoudt je van stemmen of je komt niet in de zaal. Dat zijn je individuele keuzes. Ik vind dat iedereen zich moet kunnen verantwoorden voor de rechter. Ik geloof erin dat als ik niets kwaads heb gedaan, ik dan zelf aan mijn partij ga vragen om me in staat van beschuldiging te stellen, zodat ik het kan bewijzen”, aldus Van Samson.
Wet in staat van beschuldigingstelling uit Nederland overgenomen

Jogi: ‘Verzoek tot in staat van beschuldigingstelling Nurmohamed schaadt imago VHP’

VHP-parlementariër Mahinder Jogi zegt dat het verzoek van het Openbaar Ministerie (OM) om voormalig minister van Openbare Werken, Riad Nurmohamed, in staat van beschuldiging te stellen, schade toebrengt aan het imago van de partij. Dat zei hij maandagavond in het programma To The Point.
Volgens Jogi gaat het vooralsnog om een verzoek van het OM aan De Nationale Assemblee om Nurmohamed in staat van beschuldiging te stellen, zodat verder strafrechtelijk onderzoek kan worden verricht. Hij benadrukte daarbij dat dit niet betekent dat de oud-minister schuldig is.
Toch erkent de parlementariër dat de kwestie de VHP raakt. “Absoluut doet dit iets aan het imago van de partij,” aldus Jogi. Volgens hem zorgt het enkele feit dat het verzoek bij het parlement is ingediend al voor ongerustheid binnen de partij. “Er is sprake van imagoschade,” stelde hij.
Jogi vreest bovendien dat de politieke schade groter kan worden als ook andere voormalige bewindslieden van de partij in verband worden gebracht met soortgelijke verzoeken. Hij noemde als voorbeeld een mogelijke in staat van beschuldigingstelling van ex-minister Parmanand Sewdien. In dat geval, zei hij, zou de imagoschade voor de VHP nog groter zijn.
Zelfs als Nurmohamed uiteindelijk zou worden vrijgesproken, verwacht Jogi dat de discussie rondom de zaak de partij zal blijven achtervolgen. Volgens hem bestaat dan het risico dat in de samenleving de indruk ontstaat dat de VHP invloed zou hebben uitgeoefend op de rechterlijke macht.
Tegelijkertijd maakte Jogi duidelijk dat de VHP bereid is ruimte te bieden aan het juridische proces. Volgens hem zal de partij meewerken aan de behandeling van het verzoek in het parlement. “Het recht moet zegevieren en dat is het standpunt van de partij,” zei hij.
https://keynews.sr/jogi-verzoek-tot-in-staat-van-beschuldigingstelling-nurmohamed-schaadt-imago-vhp/
Essed: “Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers een bijzonder onding”

Archiefbeeld – Hugo Essed (c) ABC
Volgens advocaat Hugo Essed is de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers (WIPA) een bijzonder onding. Deze wet kan volgens hem aangeduid worden als de puurste bescherming van politieke figuren in Suriname.
“In artikel 140 van de Grondwet is deze ‘kunu’ al opgenomen en die ‘kunu’ is eigenlijk heel eenvoudig uit te leggen. Alle personen in de republiek worden geacht voor de wet gelijk te zijn en vallen allemaal ook onder de strafrechter. Iedereen die een strafbaar feit pleegt, ongeacht de aard van het strafbare feit, kan door de procureur-generaal vervolgd worden. En dat monopolie om te kunnen beslissen ‘vervolg ik?’, ligt bij de pg”, zei Essed in het programma Welingelichte Kringen op ABC. Volgens de advocaat kan het niet dat conform de WIPA niet de pg, maar De Nationale Assemblee (DNA) moet beslissen of een politieke ambtsdrager wel of niet vervolgd mag worden wanneer die een misdrijf pleegt in de uitoefening van zijn ambt.
“De Nationale Assemblee is het politieke orgaan bij uitstek. Wel, als er één grotere vorm van politieke inmenging is in de vervolging in Suriname, dan is dit wel het voorbeeld. Het is je reinste tegenstrijdigheid met het algemeen aanvaarde beginsel dat het vervolgingsmonopolie bij de pg ligt. De politieke ambtsdragers worden dus beschermd en het parlement kan hen dus beschermen.
Het parlement moet beoordelen of de vervolging ongewenste politieke gevolgen kan hebben die de orde en rust in de samenleving in de war kunnen sturen. Dan mag het parlement op puur politieke gronden beslissen om niet te laten vervolgen. Kortom: dit is een onding en artikel 140 uit de Grondwet moet geschrapt worden!”, aldus Essed.
OM: Nurmohamed negeerde negatief advies Raghoebarsing in kwestie Pan-American Real Estate

Op 4 september 2021 verrichtte toenmalig president Chan Santokhi samen met projectontwikkelaar Ismail Sohrabkhan van Pan American Real Estate de opening van North Area One, waar volgens het Openbaar Ministerie in opdracht van toenmalig minister Riad Nurmohamed onterecht US$ 8 miljoen is betaald voor de asfaltering van wegen door de overheid. [Foto: dWT Archief]
OW-directeur weigerde medewerking aan betaling
Gaandeweg het justitieel onderzoek naar vermoedelijke corruptie in de kwestie Pan-American Real Estate (Pare) kwamen getuigenissen naar voren die zeer bezwarend kunnen zijn voor toenmalig minister Riad Nurmohamed van Openbare Werken (OW). De toenmalig directeur Civieltechnische Werken verklaarde tegenover de opsporingsdiensten dat hij expliciet had geweigerd mee te werken aan het betalen van Pare omdat hij de claim van 7,9 miljoen US dollar die het bedrijf had ingediend niet kon verantwoorden. Ook blijkt Nurmohamed het standpunt van toenmalig minister van Financiën en Planning, Stanley Raghoebarsing, dat er geen enkele grond was voor betaling, naast zich te hebben neergelegd. Betaling onrechtmatig
Daarnaast stelde een technisch-deskundige vast dat er te veel is uitbetaald aan de onderneming, aangezien de hoeveelheid aangetroffen materiaal in de wegen op het woningbouwproject niet overeenkwam met de opgegeven hoeveelheden op de facturen. Er is geconstateerd dat de Staat Suriname opzettelijk financieel is benadeeld door deze overmatige betalingen te accorderen. Zo blijkt uit de aanklacht van het Openbaar Ministerie (OM) dat de toenmalige bewindsman wegens ambtsmisdrijven wil vervolgen. De procureur-generaal (PG) heeft begin vorige week bij De Nationale Assemblee (DNA) een verzoek ingediend om Nurmohamed in staat van beschuldiging te stellen, zodat kan worden begonnen met strafrechtelijke vervolging. “De overheid is met Pan American Real Estate overeengekomen om het woningbouwproject te subsidiëren en bij te dragen aan de weginfrastructuur en onderhoud. Wij hebben per kavel 14.000 US dollar gesubsidieerd. Er is dus niets mis met de betaling”, zei Nurmohamed in februari 2024 op een persconferentie.
De assemblee buigt zich donderdag over het verzoek van het OM. De beschuldigingen die tegen de oud-bewindsman zijn geformuleerd, wegen zwaar en raken de integriteit van de beleidsuitvoering en de rechtmatigheid van de besteding van publiek geld.
Verdenkingen
In de aanklacht staat dat er een redelijk vermoeden van schuld bestaat voor meerdere ernstige strafbare feiten. Nurmohamed wordt verdacht dat hij in de uitoefening van zijn functie dingen heeft gedaan die strijdig zijn met één of meer wettelijke voorschriften en/of voorwaarden en/of procedures. Het gaat onder meer om geven van adviezen en/of nemen van één of meer besluiten. Volgens de vordering was dit handelen er specifiek op gericht om voor zichzelf en/of één of meer anderen enig onrechtmatig voordeel te verkrijgen en/of waarbij aan de Staat of een staatsinstelling opzettelijk enig financieel nadeel is toegebracht. Hiermee wordt direct verwezen naar schendingen van de Anti-corruptiewet, waarbij de ex-minister ook wordt beschuldigd van valsheid in geschrifte, oplichting en verduistering, al dan niet in de vorm van medeplegen of medeplichtigheid.
Overeenkomst voor woningbouw
De voorgeschiedenis van dit dossier voert terug naar een uitvoeringsovereenkomst van 6 september 2019 tussen het Fonds Woningbouw Lagere Inkomensgroepen en de onderneming Pan-American Real Estate. In dit oorspronkelijke contract was vastgelegd dat de verkavelaar verantwoordelijk was voor de aanleg van deugdelijke onverharde wegen en een goed functionerende waterhuishouding. De rol van de overheid was beperkt tot het verlenen van assistentie bij vergunningsaanvragen voor wegverharding en nutsvoorzieningen, zonder dat er sprake was van een directe financiële verplichting voor de aanleg van deze infrastructuur. Na de regeringswisseling veranderde de toon van de correspondentie echter drastisch toen Pare via haar directeur aanspraak begon te maken op miljoenenvergoedingen voor vermeende voorgeschoten kosten.
Het rapport van het onderzoeksteam stelt onomwonden dat de kostenraming van het ministerie veel lager ligt dan wat de onderneming declareerde en wat uiteindelijk aan haar is uitbetaald.
In een schrijven van maart 2022 claimde de onderneming dat ze op basis van de afspraken uit 2019 recht had op een vergoeding van ruim 7,9 miljoen Amerikaanse dollar voor aangelegde infrastructuur. Hoewel de onderneming bereid was dit bedrag na een korting af te ronden op 7,5 miljoen Amerikaanse dollar, bleek uit intern onderzoek van het ministerie van Openbare Werken dat deze claim op drijfzand was gebaseerd. Een veldopname door het directoraat Civieltechnische Werken concludeerde in september 2021 dat de werkelijke kostenraming voor de wegen slechts 2,5 miljoen Amerikaanse dollar bedroeg. Het rapport van het onderzoeksteam stelt onomwonden dat de kostenraming van het ministerie veel lager ligt dan wat de onderneming declareerde en wat uiteindelijk aan haar is uitbetaald.
Adviezen genegeerd
Ondanks deze waarschuwingssignalen en een negatief advies van de minister van Financiën en Planning, Raghoebarsing bleef Nurmohamed aandringen op het formaliseren van de claim. De visie van Raghoebarsing was dat er geen contractuele grondslag was voor een dergelijke uitbetaling.
In zijn vordering stelt het OM dat Nurmohamed op 30 januari 2023 een voorstel aan de Regeringsraad deed waarin hij beweerde dat de overheid beleidsmatig had besloten tot de bouw van honderden woningen en dat de financiering door de onderneming was voorgeschoten. Dit leidde tot een nieuwe samenwerkingsovereenkomst op 22 februari 2023, een document dat door de onderzoekers als cruciaal bewijs wordt gezien voor valsheid in geschrifte.
Valsheid
De procureur-generaal benadrukt in haar vordering dat de informatie in deze nieuwe overeenkomst in strijd is met de werkelijkheid, dan wel vals is. In het document werd namelijk gesteld dat in 2019 reeds was overeengekomen dat de Staat de infrastructuur zou aanleggen, terwijl dit op geen enkele wijze terug te lezen is in de oorspronkelijke overeenkomst. De recherche concludeert dat hierdoor een verkeerde indruk is gewekt bij de besluitvormende organen. Bovendien zijn er gedurende het gehele onderzoek geen bewijsstukken gevonden die de bewering ondersteunen dat de regering in 2019 had besloten om meer dan de aanvankelijk overeengekomen 20 woningen door deze specifieke partner te laten bouwen.
Of het OM in deze kwestie ook andere verdachten op het oog heeft, is vooralsnog niet bekend.
De vordering om de toenmalige bewindsman in staat van beschuldiging te stellen is een noodzakelijke juridische stap conform de Wet In Staat Van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers. Omdat het hier gaat om een voormalig minister, mag het Openbaar Ministerie pas overgaan tot strafrechtelijke vervolging nadat De Nationale Assemblée hiervoor toestemming heeft verleend. De PG verzoekt het parlement dan ook om onverwijld over te gaan tot beraadslaging en het nemen van een besluit. Indien het parlement instemt, kan het gerechtelijk vooronderzoek worden voortgezet en zal Nurmohamed gedagvaard worden om voor de rechter te verschijnen.
Anonieme klokkenluider
De regering, met name toenmalig president Chan Santokhi, was bij de opening van het woongbouwproject op 4 september 2021 zeer ingenomen met de prestaties van verkavelaar Pan American Real Estate. Naderhand bleek dat toenmalige OW-minister Nurmohamed, tegen advies in van deskundigen, dit project namens de staat flink heeft gefinancierd.
Deze kwestie, die in december 2023 aan het rollen kwam door een anonieme klokkenluider, heeft inmiddels geleid tot een uitgebreid dossier waarin de beschuldigingen van corruptie, valsheid in geschrifte en oplichting gedetailleerd zijn opgesomd. In december 2023 gaf officier van justitie Roline Gravenbeek namens de procureur-generaal opdracht aan de politie een strafrechtelijk onderzoek in te stellen naar aanleiding van de klacht van de klokkenluider en de documenten die deze naar het OM had gestuurd. De klokkenluider had verzocht dat toenmalig president Chan Santokhi en Nurmohamed strafrechtelijk worden vervolgd in deze zaak. Of het OM in deze kwestie ook andere verdachten op het oog heeft, is vooralsnog niet bekend. In een bekendmaking vorige week stelt het OM dat het publiekelijk niet inhoudelijk op deze zaak ingaat en daarom daarover geen mededelingen zal doen.-.

https://www.surinamepolitics.nl/wp-admin/post.php?post=94056&action=edit
Ramnandanlal over in staat beschuldigingstelling:


OM: Bronto Somohardjo mogelijk centrale figuur in corruptieonderzoek bij Binnenlandse Zaken
PARAMARIBO, 14 maart 2026 – Het Openbaar Ministerie (OM) heeft De Nationale Assemblée gevraagd om oud-minister van Binnenlandse Zaken Bronto Somohardjo in staat van beschuldiging te stellen. Volgens het OM zijn er aanwijzingen dat hij een centrale rol heeft gespeeld in een mogelijk systeem van corruptie en misbruik van staatsmiddelen binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken (BiZa).
Het verzoek van het OM is gebaseerd op een strafrechtelijk onderzoek dat werd gestart nadat een CLAD-rapport in juli 2025 bij het Openbaar Ministerie werd ingediend. Dat rapport bevatte volgens het OM aanwijzingen voor mogelijke onregelmatigheden binnen het ministerie tijdens de ambtsperiode van Somohardjo.
Onderzoek naar misbruik van staatsmiddelen
Volgens het strafrechtelijk onderzoek zou in de periode 2020 tot 2024/2025 binnen het ministerie een systeem hebben bestaan waarbij personeel, materieel en financiële middelen van de staat mogelijk zijn ingezet voor partijpolitieke en privédoeleinden.
Zo zouden ambtenaren en middelen van het ministerie onder meer zijn ingezet voor activiteiten van de politieke partij Pertjajah Luhur (PL). Ook wordt in het dossier gesteld dat personeel van het ministerie mogelijk werkzaamheden heeft verricht bij een supermarkt die volgens het onderzoek eigendom is van Somohardjo en zijn echtgenote.
Daarnaast zouden voertuigen en andere middelen van het ministerie zijn gebruikt voor deze werkzaamheden. De kosten daarvan zouden vervolgens via overwerkstaten ten laste van de staatskas zijn gebracht.
Ook bouwbedrijf MARCON in onderzoek
Naast het vermeende misbruik van personeel onderzoekt het OM ook mogelijke onregelmatigheden rond opdrachten aan het bouwbedrijf MARCON. Volgens het dossier zou dit bedrijf opdrachten van het ministerie hebben gekregen, terwijl er sprake zou zijn van een nauwe band tussen de minister en de directeur van het bedrijf.
Het OM onderzoekt of hierdoor mogelijk sprake is geweest van belangenverstrengeling of bevoordeling.
Vermoedelijke strafbare feiten volgens het OM
Op basis van het onderzoek vermoedt het Openbaar Ministerie dat Somohardjo mogelijk betrokken is geweest bij meerdere strafbare feiten. Het gaat onder meer om:
A. Overtreding van de Anti-corruptiewet
et OM vermoedt dat de minister mogelijk in strijd heeft gehandeld met de Anti-corruptiewet door overeenkomsten of uitgaven toe te staan die de staat financieel benadeelden. Als minister had hij de verantwoordelijkheid om overheidsgeld zorgvuldig te beheren. Volgens het onderzoek zou hij mogelijk staatsmiddelen hebben laten inzetten voor partijpolitieke en privébelangen.
B. Valsheid in geschrifte
Verder wordt Somohardjo verdacht van valsheid in geschrifte. Dit houdt in dat documenten bewust onjuist worden opgesteld of gebruikt om een bepaalde situatie anders voor te stellen dan deze in werkelijkheid is. In dit geval gaat het volgens het onderzoek om mogelijke valse overwerkstaten die werden gebruikt om betalingen uit de staatskas te rechtvaardigen.
C. Oplichting van de Staat
Het OM vermoedt daarnaast dat er sprake kan zijn van oplichting van de staat. Daarbij zou de overheid door middel van een misleidende administratie zijn bewogen tot het doen van betalingen die mogelijk onrechtmatig waren.
D.Ambtsmisdrijven
Tot slot spreekt het OM ook van mogelijke ambtsmisdrijven. Dat zijn strafbare feiten die door een ambtenaar of politieke bestuurder worden gepleegd terwijl hij zijn functie uitoefent en daarbij gebruik maakt van de macht of middelen die zijn ambt hem geeft.
Besluit ligt bij De Nationale Assemblée
Omdat Somohardjo een voormalige politieke ambtsdrager is, kan strafvervolging alleen plaatsvinden als De Nationale Assemblée besluit hem officieel in staat van beschuldiging te stellen. Pas daarna kan het Openbaar Ministerie een gerechtelijk vooronderzoek starten.
De vordering van de Procureur-Generaal werd op 9 maart 2026 aan de voorzitter van De Nationale Assemblée, Ashwin Adhin, aangeboden.
Nog geen rechterlijk oordeel
Het Openbaar Ministerie benadrukt dat het gaat om verdenkingen die voortkomen uit het lopende onderzoek. Of Somohardjo daadwerkelijk schuldig is aan de genoemde feiten zal uiteindelijk door de rechter moeten worden vastgesteld.


Mahinder Jogi: “Ook als Nurmohamed van VHP is, stemmen wij voor vervolging”

Paramaribo – VHP-parlementariër Mahinder Jogi zegt dat zijn partij in De Nationale Assemblee zal stemmen voor de in staat van beschuldigingstelling van voormalige ministers, ook als het gaat om een minister die door de VHP is voorgedragen.
Jogi deed de uitspraak tijdens een interview op Standvaste Radio in gesprek met journalist Frans Pinas. Volgens hem moet het parlement de weg vrijmaken zodat het Openbaar Ministerie (OM)zijn werk kan doen.
“Wij komen vanuit een partij waar rechtsstaat en rechtsstatelijkheid hoog in het vaandel staan. Wanneer Nurmohamed in staat van beschuldiging wordt gesteld, gaan wij daarvoor stemmen.”
Drie voormalige ministers genoemd
Het Openbaar Ministerie heeft volgens Jogi drie zaken aan het parlement voorgelegd voor een mogelijke in staat van beschuldigingstelling.
Het gaat om de voormalige ministers:
- Gillmore Hoefdraad
- Bronto Somohardjo
- Riad Nurmohamed
Volgens Jogi moet het parlement het OM de ruimte geven om het onderzoek voort te zetten.
“Het Openbaar Ministerie acht termen aanwezig om het onderzoek verder te doen. Daarom moet het parlement die ruimte geven.”
Parlement beslist, niet de politiek
Tijdens het interview ontstond discussie over de rol van
politieke partijen bij het proces Jogi benadrukte dat het Openbaar Ministerie niet aan politieke partijen vraagt om toestemming, maar aan het parlement als staatsorgaan.
“Het Openbaar Ministerie heeft niet aan de VHP gevraagd om mee te werken. Het heeft het parlement gevraagd.”
Volgens hem is het parlement verplicht om het proces niet te blokkeren.
“Niet wij, maar de rechter beslist”
Jogi benadrukte dat een stemming in De Nationale Assemblee niet betekent dat iemand schuldig is.
Het parlement geeft alleen toestemming zodat de zaak juridisch kan worden voortgezet.
“Wij zeggen niet dat iemand de gevangenis in moet. Dat kan alleen de rechter bepalen.”
Gevoelig politiek moment
De kwestie ligt politiek gevoelig omdat Nurmohamed door de VHP is voorgedragen als minister.
Toch stelt Jogi dat partijpolitiek geen rol mag spelen.
“Wij moeten het proces niet in de weg staan. De rechter moet uiteindelijk oordelen.”
Wanneer het verzoek van het Openbaar Ministerie op de agenda van De Nationale Assemblee komt, zal het parlement moeten beslissen of de vervolging officieel kan worden voortgezet.
Fragment uit interview met VHP-parlementariër Mahinder Jogi op Standvaste Radio
“JOGIE heeft geen genade voor gewezen

Voortvluchtige Hoefdraad mogelijk opnieuw in staat van beschuldiging in SPSB-zaak

Foto: Parbode
Het Openbaar Ministerie (OM) heeft De Nationale Assemblee (DNA) gevraagd om de voormalige minister van Financiën Gillmore Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen. Het verzoek volgt uit een omvangrijk strafrechtelijk onderzoek naar onregelmatigheden bij het ministerie van Financiën en de Surinaamse Postspaarbank (SPSB) in de periode 2015–2020.
Uit het onderzoek blijkt volgens het OM dat er een systeem zou zijn opgezet waarbij honderden miljoenen Surinaamse dollars aan staatsmiddelen buiten de reguliere controle om via de SPSB werden beheerd en besteed. Dit gebeurde volgens de onderzoekers in samenwerking met de toenmalige directeur van de SPSB, Ginmardo Kromosoeto.
Volgens het OM werd hiermee het wettelijke systeem omzeild waarbij de Centrale Bank van Suriname (CBvS) normaal als kassier van de Staat optreedt. Staatsinkomsten, zoals belastinggelden en visumopbrengsten, zouden naar rekeningen bij de SPSB zijn geleid, waar vervolgens ongecontroleerde uitgaven plaatsvonden.
Daarnaast zou gebruik zijn gemaakt van tussenrekeningen en lege vennootschappen om geldstromen te verplaatsen en betalingen te doen aan derden. Een voorbeeld dat wordt genoemd is het Fonds Woningbouw Lagere Inkomens, waarbij SRD 150 miljoen volgens het onderzoek zou zijn omgebogen naar een private vennootschap om schulden te dekken.
Het OM stelt verder dat toezicht door instanties zoals de CLAD en de Centrale Bank actief werd bemoeilijkt, onder meer door inspecties uit te stellen en financiële rapportages niet tijdig te laten opstellen.
Ook zou sprake zijn geweest van persoonlijke bevoordeling, waaronder een lening van de SPSB voor de aankoop van een woning door Hoefdraad, die volgens het onderzoek uiteindelijk ten laste van de Staat zou zijn gebracht.
Op basis hiervan verdenkt het OM Hoefdraad van meerdere strafbare feiten, waaronder:
• deelneming aan een criminele organisatie
• corruptie
• valsheid in geschrifte
• oplichting van de Staat
• verduistering van staatsgelden
• ambtsmisdrijven
Omdat Hoefdraad een voormalig politiek ambtsdrager is, moet De Nationale Assemblee eerst besluiten hem in staat van beschuldiging te stellen voordat verdere strafrechtelijke vervolging kan plaatsvinden.
Hoefdraad is in Suriname al eerder veroordeeld. Hij werd op 17 december 2021 door de krijgsraad bij verstek veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf en een boete van SRD 500.000 wegens onder meer corruptie en financiële misdrijven. In hoger beroep heeft het Hof van Justitie op 19 januari 2026 de straf verlaagd naar 10 jaar gevangenisstraf, terwijl de boete van SRD 500.000 bleef gehandhaafd. Hoefdraad was niet aanwezig bij de uitspraak en geldt nog steeds als voortvluchtig, waardoor de straf tot nu toe niet is uitgezeten.
Ik citeer: “Artikel 5 De Nationale Assemblée treedt niet in de beoordeling van de gegrondheid van het aanmerken van de betreffende politieke ambtsdrager of gewezen politieke ambtsdrager als verdachte in de zin van artikel 19 van het Wetboek van Strafvordering, doch beoordeelt uitsluitend of zijn of haar vervolging in politiek bestuurlijk opzicht in het algemeen belang moet worden geacht”. Mijn mening: de Nationale Assemblee zal hoogstwaarschijnlijk Bronto NIET laten vervolgen en de voortvluchtige Boefnaat evenmin.
VHP gaat meewerken aan verzoek PG

Reactie Parmessar m.b.t verzoek OM: “U mus ferstan bun san na a tori”

VHP steunt OM-verzoek tot beschuldiging van ex-ministers

Riad wordt Bewust Opgeofferd. Spits Wals door Wipa.

instaat van beschuldiging 3 oud-ministers: Van Dijk Silos daarover


Suriname Nieuws Dinsdag 10 maart 2026. Delen
channel48
BT DINSDAG 10 MAART 2026 || O.M. VRAAGT DNA OM 3 EX-

34 – 1 is 33..OM je bent te Doorzichtig

BT DINSDAG 10 MAART 2026 || LAAT DNA MIJ IN STAAT VAN BESCHULDIGING STELLEN

Somohardjo zegt dat PG Somohardjo’s wil criminaliseren

De politieke spanning rond een mogelijk verzoek tot in staat van beschuldiging stellen van voormalig minister Bronto Somohardjo loopt verder op.
Volgens Paul Somohardjo, voorzitter van de partij Pertjajah Luhur(PL), is er sprake van een persoonlijke strijd vanuit het Openbaar Ministerie.
Somohardjo zegt in gesprek met GFC Nieuws dat de recente stap van procureur-generaal Garcia Paragsingh om het parlement te benaderen met een verzoek tot een mogelijke vervolging niet los kan worden gezien van eerdere uitspraken in De Nationale Assemblee.
Volgens hem had Bronto Somohardjo daar stevige kritiek geuit op de PG.
Volgens PL sprake van tegenaanval
Tijdens een debat in het parlement stelde Bronto Somohardjo dat de PG selectief te werk zou gaan en over te veel macht zou beschikken. Hij zou hebben gezegd dat zij volgens hem “absolute macht” heeft binnen het systeem.
Daarnaast zou hij in het parlement hebben aangehaald dat de PG volgens hem bepaalde privileges heeft, waaronder een aparte rekening bij de Centrale Bank van Suriname en een salaris dat volgens hem drie maal hoger zou liggen dan dat van de president.
Volgens Paul Somohardjo kan de recente stap van de PG daarom worden gezien als een tegenreactie. “Het is duidelijk een persoonlijke aanval,” stelt de PL-voorzitter.
Timing roept vragen op
Paul Somohardjo wijst er ook op dat het verzoek pas na ongeveer twee jaar naar het parlement is gestuurd.
Volgens hem had de PG mogelijk verwacht dat Bronto Somohardjo opnieuw minister zou worden. In dat geval zou een procedure tot in staat van beschuldiging volgens hem kunnen betekenen dat hij zijn functie zou moeten neerleggen.
De PL-voorzitter benadrukt dat zijn partij vertrouwen heeft in de rechtsstaat, maar niet in het functioneren van de PG. Hij verwijst daarbij ook naar uitspraken van advocaat Gerold Lobo, die eerder pleitte voor vervanging van de procureur-generaal. Volgens Somohardjo is het belangrijk dat de rechtsstaat weer volledig op orde wordt gebracht.
https://www.gfcnieuws.com/somohardjo-zegt-dat-pg-somohardjos-wil-criminaliseren/

VHP: Laat rechtsstaat en rechter hun werk doen
De Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP) benadrukt dat het principe van de rechtsstaat en het gelijkheidsbeginsel leidend moeten blijven in de behandeling van het verzoek tot in staat van beschuldigingstelling van voormalig minister van Openbare Werken Riad Nurmohamed.
De partij zegt kennis te hebben genomen van de berichtgeving en de ontwikkelingen rond het verzoek dat bij De Nationale Assemblee is ingediend. Volgens de VHP betekent een in staat van beschuldigingstelling in juridische zin niet dat een persoon schuldig is. Het betreft een procedurele stap die ruimte biedt voor een zorgvuldig juridisch onderzoek en een beoordeling door de bevoegde rechterlijke instanties. Tegelijk biedt deze procedure een (voormalig) politieke ambtsdrager de mogelijkheid om zijn of haar onschuld te bewijzen.
De partij onderstreept daarnaast het belang van het gelijkheidsbeginsel. Dat houdt in dat in alle gevallen — ongeacht om welke persoon of politieke achtergrond het gaat — dezelfde juridische normen en procedures moeten worden toegepast. Selectieve toepassing van het recht tast volgens de VHP het vertrouwen in de rechtsstaat aan en is daarom onaanvaardbaar.
De VHP stelt dat zij als partij principieel staat voor wet en recht. Dit uitgangspunt heeft volgens de partij steeds het handelen van haar vertegenwoordigers bepaald en blijft ook in deze kwestie leidend.
Verder spreekt de partij vertrouwen uit in de onafhankelijkheid van de Surinaamse rechtsinstituten en zegt zij de verdere ontwikkeling van de zaak met respect voor de rechtsgang af te wachten.
De VHP roept daarnaast op tot terughoudendheid in het publieke debat en tot respect voor de procedures van de rechtsstaat. Volgens de partij is het uiteindelijk aan de rechterlijke macht om op basis van feiten en recht tot een oordeel te komen.
https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/90998
Parlementsvoorzitter Adhin bevestigt verzoek in staat van beschuldigingstelling drie ex-ministers

Somohardjo: Laat mij in staat van beschuldiging worden gesteld
“Wat ik niet zal accepteren, is dat het Openbaar Ministerie wordt gebruikt om politieke schade toe te brengen aan de coalitie. De rechtsstaat is er om recht te doen, niet om politieke strijd te voeren.”

Bronto Somohardjo
PL-fractieleider tevens gewezen minister Bronto Somohardjo zegt geen enkel bezwaar te hebben tegen het verzoek van het Openbaar Ministerie (OM) om hem in staat van beschuldiging te laten stellen. Volgens hem moet De Nationale Assemblee (DNA) het verzoek zonder terughoudendheid behandelen.
“Laat mij in staat van beschuldiging worden gesteld. Ik heb niets te verbergen en ben nergens bang voor. Als het Openbaar Ministerie denkt een zaak te hebben, laat die dan volledig onderzocht worden,” zegt Somohardjo.
De politicus benadrukt dat hij zich niet zal verschuilen achter politieke bescherming of procedures. “Ik ga mij niet verstoppen achter immuniteit of politieke bescherming. Laat de waarheid boven tafel komen.” Somohardjo stelt verder dat het belangrijk is dat de rechtsstaat niet wordt misbruikt voor politieke doeleinden.
“Wat ik niet zal accepteren, is dat het Openbaar Ministerie wordt gebruikt om politieke schade toe te brengen aan de coalitie. De rechtsstaat is er om recht te doen, niet om politieke strijd te voeren.” Volgens Somohardjo zal uiteindelijk blijken dat hij niets te verbergen heeft. “Laat het onderzoek plaatsvinden. Ik ben niet bang voor de waarheid.”
https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/90996
Bericht OM over verzoek in staat van beschuldigingstelling
Het Openbaar Ministerie heeft gisteren een verzoek tot in staat van beschuldigingstelling ingediend bij De Nationale Assemblée (DNA) met betrekking tot onder anderen drie voormalige ministers: B.S., G.H. en R.N. (Het gaat om Bronto Somohardjo, Gillmore Hoefdraad en Riad Nurmohamed).
Conform de wettelijke procedure is het aan De Nationale Assemblee om het verzoek te behandelen en een beslissing te nemen over het verdere verloop.
Het Openbaar Ministerie wacht de behandeling door De Nationale Assemblee af en zal hangende deze procedure geen nadere inhoudelijke mededelingen doen. Dit meldt de Unit Public Relations Openbaar Ministerie.
https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/90997
Verzoek tot in staat van beschuldigingstelling Somohardjo, Hoedraad en Nurmohamed
De voormalige ministers Bronto Somohardjo, Gillmore Hoefdraad en Riad Nurmohamed
Het Openbaar Ministerie (OM) heeft gisteren een verzoek tot in staat van beschuldigingstelling ingediend bij De Nationale Assemblée met betrekking tot onder anderen drie voormalige ministers: B.S., G.H. en R.N. Conform de wettelijke procedure is het aan De Nationale Assemblée om het verzoek te behandelen en een beslissing te nemen over het verdere verloop. Het Openbaar Ministerie wacht de behandeling door De Nationale Assemblée af en zal hangende deze procedure geen nadere inhoudelijke mededelingen doen.
Hoewel het OM met initialen de voormalige ministers aanduidt, gaat het volgens informatie hierbij om de volgende personen: Bronto Somohardjo, Gillmore Hoefdraad en Riad Nurmohamed. De DNA-leiding zal dit verzoek nader bestuderen.

