CARRIBEAN ACTION TASK FORCE & WITWASSERIJ

CFATF Mutual Evaluation en de consequenties

 
 

01 Apr, 2021, 04:21

foto

 

NRA, Mutual Evaluation (ME), blacklisting, zijn termen die de afgelopen maanden vaker gebruikt zijn, maar velen beseffen nog niet of onvoldoende wat ze inhouden en wat dit voor de individuele burger betekent. Ook worden begrippen soms verwarrend uitgelegd. Het is inderdaad taaie -saaie- stof voor een leek en toch zal eenieder een fundamenteel begrip moeten hebben hiervan, simpelweg omdat het ons allen treft.

 
In ieder geval zal bij een mogelijke ‘blacklisting’ van Suriname helaas zelfs ‘de man van de straat’ ervaren dat dit geen goede zaak is, maar het is goed om te weten dat dit in feite niet zo ver hoeft te komen als de juiste stappen op tijd ondernomen worden, in het belang van eenieder. In een onlangs verschenen artikel heb ik gelezen dat de voorzitter van NAMLAC heeft aangegeven dat de steering council overweegt welke documenten bij de ME over te leggen.
 
Daardoor is bij mij de indruk gewekt dat onterecht de opvatting bestaat dat een land dat een ME ondergaat door FATF of CFATF geheel vrij is in het aandragen van informatie en hoe deze aangedragen wordt bij een ME. Theoretisch is een land vrij aangezien FATF of de CFATF geen handhavingsinstituten zijn, maar als een gunstig resultaat beoogd wordt of de negatieve gevolgen van een mogelijke blacklisting afgeketst moeten worden, dan zullen toch wel binnen de kaders van de richtlijnen van de FATF de nodige documenten en informatie overlegd moeten worden.
 

Wat van een land wordt verwacht, verschilt, afhankelijk van de ML, TF, proliferatie en corruptie risico’s waar het land aan wordt blootgesteld. Hierdoor is imperatief vereist dat er een NRA moet zijn gedaan op basis waarvan de risico’s voor ML, TF, Proliferatie en Corruptie zijn vastgesteld conform de voorschriften van FATF. Mutual Evaluations van de FATF/CFATF zijn diepgaande landenrapporten, waarin de uitvoering en doeltreffendheid van maatregelen ter bestrijding van ML en TF worden geanalyseerd. ME zijn peer reviews, waarbij vertegenwoordigers uit lidlanden een ander land beoordelen.

Blacklisting
Wanneer na een Mutual Evaluation landen als niet coöperatief worden aangemerkt dan kan FATF/CFATF het volgende doen:
1. FATF/CFATF publiceert jaarlijks in de openbare verklaring van de door FATF/CFATF geïdentificeerde
• landen met strategische tekortkomingen die zo ernstig zijn dat de FATF/CFATF een beroep doet haar leden en niet-leden om tegenmaatregelen toe te passen; en
• landen waarvoor de FATF haar leden oproept om verscherpte zorgvuldigheidsmaatregelen toe te passen die in verhouding staan tot de risico’s die voortvloeien uit de tekortkomingen waarmee het land is verbonden.

2. In het kader van verbetering van de wereldwijde AML/CFT-compliance: bij de ongoing proces identificeert FATF/CFATF, landen met strategische zwakheden in AML/CFT-maatregelen, maar die zich op hoog niveau hebben gecommitteerd aan een actieplan dat is ontwikkeld met de FATF.
• De FATF/CFATF moedigt dan zijn leden aan om de strategische tekortkomingen die binnen deze rechtsgebieden worden vastgesteld, in overweging te nemen.
• Als een land niet voldoende of niet tijdig vooruitgang boekt, kan de FATF/CFATF de druk op het land om zinvolle vooruitgang te boeken verhogen door het over te brengen naar de openbare verklaring.
• Het document bevat ook informatie over rechtsgebieden die niet langer onderworpen zijn aan het doorlopende wereldwijde AML/CFT-complianceproces van de FATF/CFATF.

Conform de richtlijnen die FATF heeft uitgegeven met betrekking tot de ME is het van eminent belang dat het land dat meedoet aan de ME ruim 6 maanden voordat de ‘on-site visit’ plaatsvindt de minimaal volgende informatie en documenten beschikbaar heeft:
1.    De Technical-Compliance Analyse en rating per FATF – aanbeveling voor het land. Ook afschriften van geldende AML/CFT-wetgeving en eventuele reeds ingediende amendementen zullen beschikbaar moeten zijn;
2.    De questionnaire ten aanzien van de technical-compliance zoals in annex 1 van de FATF Guide voor ME;
3.    De Effectiveness-analyse en de rating van het land;
4.    De risicoanalyse van het land;
5.    Het strategisch plan met een tijdlijn ter bestrijding c.q. voorkoming van de nationale risico’s.

Nu er reeds een NRA is gedaan en de aanbevelingen reeds bekend zijn, is het nu aan de regering om hierop in te spelen en wel op zodanige wijze dat Suriname alle andere noodzakelijke documenten en informatie beschikbaar heeft vooruitlopend op de ME in maart 2022.

Langs deze weg doe ik thans een dringend beroep op de regering om niet lichtvaardig of talmend hiermee om te gaan en tijdig en resoluut ernaartoe te werken dat spoedig vooruitgang geboekt wordt in het mitigeren van de risico’s op het gebied van ML, TF, Proliferatie en Corruptie voor Suriname.

Mr. Nailah U. van Dijk CAMS, AMLCA
AML/CFT Compliance Specialist

(bronvermelding in uitgebreid document)

 

Van Dijk-Silos: NRA belangrijk voor landenevaluatie

 
 

31 Mar, 2021, 05:41

foto

 Jennifer van Dijk-Silos, voorzitter PMT/NRA. (Foto: René Gompers) 

 

Het Nationale Risico Analyse (NRA) rapport speelt een vrij belangrijke rol in de landenevaluatie (mutual evaluation) die in het eerste kwartaal van volgend jaar wordt gehouden door de Caribbean Financial Action Task Force (CFATF). Dit zegt de voorzitter van het Project Management Team (PMT) van de NRA, Jennifer van Dijk-Silos, in gesprek met Starnieuws. Zij is blij met het interview van Roy Baidjnath Panday, CFATF-landenvertegenwoordiger tevens voorzitter van de Nationale Anti-Money Laundering Commissie (NAMLAC). Van Dijk-Silos is het eens met hem dat te weinig is doorgedrongen tot de samenleving dat de tijd dringt. Er is weinig tijd om alle documenten uiterlijk september dit jaar af te hebben die nodig zijn voor de landenevaluatie.
 
Van Dijk-Silos merkt op dat Baidjnath Panday het aan de Steering Committee overlaat welke documenten beschikbaar moeten worden gesteld aan CFATF. “Dat is fout”, stelt ze resoluut. De Financial Action Task Force (FATF), waar CFATF onderdeel van is, is hierover duidelijk, benadrukt Van Dijk-Silos. Het NRA-rapport omvat veel meer dan het dossier (technical compliance questionnaire) van NAMLAC. Hierin zijn antwoorden gegeven op de vragenlijst die te maken heeft met wet- en regelgeving. Het NRA-rapport is vrij uitgebreid met 400 pagina’s over de technische compliance. Daarnaast is er ook een effectiviteits- en risico-analyse van het land van 2016 tot 2020. Er is een totaal beeld gegeven van het hele land.
 
Nu moet zeer urgent een strategisch document worden opgesteld, waarin tevens een ‘plan van aanpak’ en een ‘roadmap’ moeten zijn vervat. De regering moet zich committeren om de risico’s te verminderen. Als het strategisch document niet op tijd af is, de kans op blacklisting zeer groot. Dit zal ernstige gevolgen hebben voor het hele land. Uiterlijk september moet dat strategisch document af zijn, met plan van aanpak gebaseerd op het NRA-rapport en een roadmap. Als het team van CFATF volgend jaar naar Suriname komt, moeten de aanbevelingen reeds in uitvoering zijn.
 
De PMT-voorzitter is het eens met de CFATF focal point dat het NRA-rapport en het dossier van NAMLAC niet samengevoegd moeten worden, maar beide dienen als basis van de komende landenevaluatie. Van Dijk-Silos merkt op dat FATF in haar richtlijn duidelijk is. “The main component of a mutual evaluation is the effectiveness. This is the focus of the on-site-visit. The technical compliance used to be the main focus. But experience has shown that having the laws in the books is not enough. The main focus is now on effectiveness. The mutual evaluation report is an assessment of a country’s measures to combat money laundering terrorism financing, proliferation and corruption
 
Van Dijk-Silos benadrukt dat Suriname weinig en onvolledige statistieken heeft. In het NRA-rapport is de informatie voor handen. “Als ze niet voorzien worden van de informatie die nodig is, kan dat ook gevolgen hebben voor de beoordeling,” stelt de PMT-voorzitter. Het land moet aantonen dat de zaken aangepakt worden om de risico’s voor witwassen en terrorisme financiering te verkleinen. Dit is ook in de richtlijnen van FATF aangegeven. “The new Methodology adds a new dimension  to the evaluation of countries compliance with FATF-standards. It remains as important as before that all countries implement the Recommendations of the FATF in their legal systems, however, the new Methodology lays the foundation for a systematic assessment of the effectiveness of national systems.
 
Het is jammer dat de voorzitter van de NAMLAC aangeeft dat hij het NRA-rapport niet heeft ontvangen. Dit is wel klaargemaakt op een stick en overhandigd aan de governor van de Centrale Bank van Suriname. Als het aan het PMT lag, zou de NAMLAC het NRA-rapport meteen ontvangen. Wat Baidjnath Panday in de artikelen op Starnieuws heeft aangegeven komt volgens Van Dijk-Silos in grote lijnen overeen met de aanbevelingen in het NRA-rapport. Er is dezelfde gedachtegang gevolgd. De PMT-voorzitter merkt op dat de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) als donor Verenigde Staten alle video conferenties gevolgd hebben. Zij zijn bekend met de inhoud van het rapport.
 
Er wordt in het buitenland al discussies gevoerd op basis van berichten die gepubliceerd zijn. De regering moet volgens Van Dijk-Silos de publieke versie van het rapport snel vrijgeven. Ook moeten OAS, IDB en de VS het rapport ontvangen van de regering. OAS en VS zijn ook lid van FATF en hebben beslissingsbevoegdheden. De PMT-voorzitter doet een dringend beroep op de regering om de nodige prioriteit te geven aan het rapport en het vervolgtraject inzetten. Ook de verschillende sectoren moeten deelrapporten ontvangen, zodat ze kunnen beginnen met het aanbrengen van verbeteringen. De banken hebben de effectiviteitsanalyse al gekregen en zijn al begonnen met werken. “Ik ben blij met de artikelen van de CFATF focal point, want hij is ook bezorgd omdat de tijd dringt”.
 
Artikelen NAMLAC-voozitter/CFATF-vertegenwoordiger Roy Baidjnath Panday:
deel 1: Suriname heeft minder dan 1 jaar; CFATF-evaluatie maart 2022
deel 2: Tijd dringt; financiële gevolgen Suriname om de hoek
deel 3: Baidjnath Panday zwaait af, Jhapsie neemt over bij NAMLAC

Suriname heeft minder dan 1 jaar; CFATF-evaluatie maart 2022

 

24 Mar, 2021, 07:51

foto

   

 

Suriname heeft minder dan een jaar om te voldoen aan de 40 richtlijnen van de Caribbean Financial Action Task Force (CFATF). De vierde landenevaluatieronde die van de maand zou plaatsvinden, is uitgesteld naar maart 2022, bevestigt Roy Baidjnath Panday, Surinames vertegenwoordiger bij de CFAFT tegenover Starnieuws. “Uit de evaluatie moet blijken in hoeverre ons land voldoet aan de 40 FATF-richtlijnen.”

 
Het uitstel komt na een verzoek van toenmalige justitieminister Stuart Getrouw in 2020. Doorslaggevende reden hiervoor was de Covid-19 situatie en het probleem om informatie te verzamelen die als basis dient voor de evaluatiemissie, legt Baidjnath Panday uit. Meerdere regiolanden deden ditzelfde verzoek. “Het CFATF-secretariaat maakte het nieuwe rooster en Suriname werd geprojecteerd voor maart 2022. De CFATF-raad van ministers moet de datum nog bevestigen, waarna de formele bekendmaking volgt aan Suriname en op de CFATF-website.”
 
Baidjnath Panday is als CFATF-landenvertegenwoordiger ook voorzitter van de Nationale Anti-Money Laundering Commissie (NAMLAC). Hij geeft aan dat Suriname ruim zes maanden vóór maart 2022 – uiterlijk september dit jaar – de nodigde documenten moet aanbieden aan CFATF. Deze termijn is een standaard CFATF-bepaling. “Het team van experts wil ruim van te voren de documenten bestuderen, voordat het afreist naar Suriname voor het afnemen van de interviews met actoren en stakeholders in de publieke en private sectoren.” Hij benadrukt dat de selectie van deze actoren een aangelegenheid is van de CFATF.
 

Twee rapporten
Intussen is het rapport van de nationale risicoanalyse (NRA) door de driekoppige stuurgroep die het beleid bepaalt over witwassen, terrorismefinanciering en handel in wapens & munitie, aangeboden aan president Chan Santokhi. Het verrichten van de NRA was één van de 40 FATF-richtlijnen.

De stuurgroep geleid door justitieminister Kenneth Amoksi ontving vorig jaar oktober ook het NAMLAC-dossier (technical compliance questionnaire). In dit dossier, een standaard CFAFT-werkdocument zijn antwoorden gegeven op de vragenlijst die gaat over de naleving van wet- en regelgeving in Suriname tot aan 2020. Er is ook een beschrijving gedaan over de bestaande instituten belast met de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, hun toezicht en de gecreëerde mechanismen voor de aanpak hiervan.
 

Stuurgroep beslist

Baidjnath Panday acht het niet wijs om de twee documenten te vermengen tot één rapport. Het CFATF-werkdocument heeft een bepaalde opbouwstructuur en het NRA-rapport is een scan (tijdsopname) waarin zichtbaar wordt hoe sterk/zwak ons antiwitwasregiem is. Hij verwacht dat de stuurgroep zich gaat beraden over wat Suriname aanlevert voor de evaluatieronde.
 
“Ik ga ervan uit dat beide documenten bruikbare informatie bevatten. De CFATF-onderzoekers kunnen een beeld krijgen over de Surinaamse werkomgeving. Hoe onze economie geordend is, welke systemen opgezet zijn en wat de zwakten en sterkten hiervan zijn om witwassen en terrorismefinanciering tegen te gaan.”
 

Antiwitwasinstituut

Met de twee documenten kan de stuurgroep nu al aan de slag en de verbeterpunten aanpakken. In het traject naar verbetering zijn meerdere ministeries betrokken, zegt Baidjnath Panday. Hij adviseerde de president dan ook om een antiwitwasinstituut op te zetten. Deze gemengde publiek/private organisatie zal 1 x 24 uur per dag operationeel zijn. De president heeft twee weken geleden de instelling van het instituut aangekondigd.
 
Het instituut zal als werkarm van de stuurgroep, het voorbereidende werk doen en de besluiten uitvoeren. Zo zullen de vertegenwoordigers van het bedrijfsleven de besluiten ‘direct’ kunnen uitvoeren in hun sectoren. De hoofdgedachte achter het instituut is het opzetten van een betrouwbare database. Alle input, acties ter bestrijding van witwassen, corruptie, ect en de output met toetsing van die maatregel komen hierin te staan.
 

Data verzamelen
Ter illustratie noemt Baidjnath Panday de immigratiedienst op de grensposten. Zij kunnen de data over de reisbeweging van personen vastleggen die voor analyse bij FIU gebruikt kan worden. De douane kan data aanleveren over de uitvoer van goederen, waaronder waardepapier en geld. Zo zijn er diverse overheidsorganisaties en het bedrijfsleven die over data beschikken. “Het instituut kan alle data verzamelen en periodiek steeds nieuwe data aanleveren waarmee NAMLAC een geactualiseerde versie van het NRA-rapport kan aanleveren.”

Voor nu ziet Baidjnath Panday als belangrijkste uitvoeringstaak voor dit orgaan, het opvangen en assisteren (faciliteren) van de CFATF-evaluatiemissie in maart 2022. Volgens hem zullen de NAMLAC en het Antiwitwasinstituut elkaar niet bijten. “Integendeel, zie ik braakliggend terrein om in een klankbordrelatie de verbeterstappen te bespreken. Een interactieve relatie.”
 

In de praktijk blijft NAMLAC de stuurgroep adviseren, die neemt vervolgens besluiten en geeft de opdracht aan het instituut om die uit te voeren. “NAMLAC blijft bestaan en gaat enerzijds door met adviseren over beleidskwesties en anderzijds is de voorzitter de verbinding met de regio en CFAFT.”

Tijd dringt; financiële gevolgen Suriname om de hoek

 
 
26 Mar, 2021, 08:33
foto

 
De tijd dringt voor Suriname. Het niet voldoen aan de 40 richtlijnen van de Financial Action Task Force (FATF) regels, kan leiden tot ernstige financiële gevolgen voor het land. In 2019 uitte voorzitter Roy Baidjnath Panday van de Nationale Anti-Money Laundering Commissie (NAMLAC) al punten van zorg. Twee jaar verder is die bezorgdheid niet minder geworden.
 
De Caribische FATF (CFATF) heeft de vierde landenevaluatieronde van Suriname vóór maart 2022 gepland. Uiterlijk zes maanden van te voren moeten de nodige documenten worden ingeleverd. “Er zijn nog veel issues waar Suriname enorme verbeterstappen moet zetten”, zegt Baidjnath Panday in gesprek met Starnieuws. “Bij een negatieve normering zullen internationaal gerenommeerde instanties huiverig zijn om kapitaal beschikbaar te stellen voor projectontwikkeling in Suriname – hetzij in de publieke of private sector”, waarschuwde hij al in 2019. Anno 2021 deelt hij deze opvatting nog steeds. “Het vinden van internationaal ‘schoon’ kapitaal zal heel erg moeilijk worden en financiële transacties van en naar het buitenland zullen veel duurder worden voor de consument.”
 
Baidjnath Panday wijst erop dat hoewel de focus bij de FATF-aanbevelingen ligt op antiwitwassen en antiterrorismefinanciering, er meerdere gebieden zijn waarop Suriname (nog) beleid moet ontwikkelen, wil het een positieve beoordeling krijgen. Bijvoorbeeld fiscale overtredingen, corruptie, illegaal handelen in wapens en munitie, mensenhandel, wildlife-crime, milieuvervuiling en middelenbron van onder meer niet-gouvernementele organisaties (Ngo’s). “We mogen misschien op dit moment geen problemen hebben met Ngo’s die geldstromen generen voor terrorismefinanciering, maar morgen kan het wel zo zijn. Suriname moet proactief zijn wetgeving in orde hebben”, stelt de NAMLAC-voorzitter.
 
Nieuwe en bestaande wetten
Bij het slaan van nieuwe wetten en aanpassen van de bestaande, komen ook wetten aan de orde die het financieel opereren van stichtingen, naamloze vennootschappen en coöperatieve verenigingen reguleren. “De herziening van die wetgeving is nodig om te voorkomen dat ze misbruikt worden voor criminele activiteiten.” Vooral de ultimate beneficial owners oftewel uiteindelijke belanghebbenden moeten bekend zijn in de organisatieregisters. “Zodat we niet te maken krijgen met het fenomeen van stromannen die als dekmantel fungeren om criminelen en hun belangen af te schermen.”
 
Prominenten moeten vermogen vastleggen
Een andere aanbeveling handelt over Politically Exposed Persons (PEPs) oftewel politiek prominente personen. De Surinaamse Wet Identificatieplicht Dienstverleners praat over buitenlandse PEPs, maar niet over de lokale. Ook deze wet moet herzien worden. En, de regering moet op dit punt op zijn minst twee acties ondernemen, benadrukt Baidjnath Panday. “Personen in politiek verantwoordelijke functies moeten in het kader van hun functie opgave doen van hun vermogen.” Zo kan er tussentijds of aan het einde van de rit, door vermogensvergelijking worden vastgesteld of er iets onrechtmatigs is gebeurd.
 
De tweede actie is dat Suriname bij wet moet regelen dat elke burger in een formele functie/baan of niet-geregistreerd beroep een fiscaal identificatienummer krijgt. “Zodat de Staat toezicht kan houden op individuen en rechtspersonen, mocht er sprake zijn van illegale vermogensaanwas.”
 
Niet genoeg geïnvesteerd
De lijst met verbeterstappen is lang. “Primair is dat wij niet luid kunnen roepen dat onze instituten honderd procent goed functioneren. Dit heeft allemaal te maken met het feit dat er in de afgelopen jaren niet genoeg is geïnvesteerd in de capaciteitsversterking.” Zo komt de Financial Intelligence Unit (FIU) middelen en menskracht te kort. De werkplek laat te wensen over en ontbeert basismiddelen volgens internationale standaarden voor FIU’s, zoals internet met voldoende bandbreedte, automatisering, beveiligde databeheer, IT-hardware en software.

2009-aanbeveling niet uitgevoerd
“Tevens dient de bezoldiging van FIU-medewerkers een grondige herziening overeenkomstig de Wet Melding Ongebruikelijke Transacties.” Baidjnath Panday merkt op dat dit ook zo staat in de CFATF-aanbevelingen van 2009, “helaas nog steeds niet uitgevoerd. Door de slechte bezoldiging trekken goed opgeleide medewerkers weg naar het bedrijfsleven.”
 
De FIU heeft op eigen kracht en via goede netwerken in de regio, voor zichzelf analyse- en toezichthandboeken ontwikkeld. “Geen enkele minister heeft consequent voor hun in de bres gestaan om die medewerking uit het buitenland te krijgen.”

Ongecontroleerde gok- en wedbedrijven

Bij de Gamingboard ontbreken er toezichtprotocollen op de gaming industrie, vervolgt de NAMLAC-voorzitter. “Niet alleen in de casino-branche maar voor alles wat te maken heeft met kansspelen en loterijen. “Het zorgenkindje blijft vooral de gok- en wedbedrijven, ‘bettingszaken’, die ongecontroleerd opereren en waar mensen aan ‘betting’ deelnemen terwijl zij zelf of hun gezinnen in penarie leven”, merkt Baidjnath Panday zijdelings op. “De overheid zal zich moeten haasten om dit fenomeen aan banden te leggen.” De ferme actie is ook nodig bij gok- en wedbedrijven die vanuit het buitenland opereren; zij moeten ook zichtbaar worden gemaakt.
 
Volgens de voorzitter is er bij de Gamingboard wel sprake van de “wil in bemensing maar tekortschieten in capaciteit”. NAMLAC trok vaker hierover aan de bel en vroeg om formele regionale samenwerkingsverbanden. De politiek verantwoordelijken dienden dit op ministerieel niveau te regelen, maar deze actie is tot op heden uitgebleven, blikt hij terug.
 
‘Zwarte of grijze’ lijst
Drie keer per jaar komt de FATF met een lijst van landen die de aanbevelingen hebben geïmplementeerd, niet meewerken of een hoog risico zijn voor witwassen en terrorismefinanciering. In het landenrapport krijgt elk onderdeel een ‘rapportcijfer of rating’ van onvoldoende naar ruim voldoende (compliant). Landen die niet of onvoldoende hieraan beantwoorden komen op een ‘zwarte of grijze’ lijst.
 
Tijdens de derde evaluatieronde in 2009 scoorde Suriname voor 38 van de 49 aanbevelingen non-compliant, voor 6 partial-compliant en kreeg op 5 overige een compliant notering. Evenals andere landen, kreeg Suriname de gelegenheid om zijn huiswerk te maken en de nodige maatregelen te treffen. In ijltempo werden toen tal van wetten aangepast. Zo lukte het Suriname in 2017 om nog nét ‘blacklisting’ te vermijden. De tijd dringt voor Suriname om verbeterstappen te zetten, wil het toekomstige financiële gevolgen verdringen of erin verdrinken!
 

Surinaamse politieke prominenten kunnen borst natmaken

 
 
27 May 2019, 00:44
foto
 Illustratie: Prominente Surinamers in een politieke, bestuurlijke en invloedrijke functie, hun directe familieleden, vrienden en naaste medewerkers moeten herkomst van geld en middelen verklaren. 


 
Prominente Surinamers in een politieke en invloedrijke functie kunnen hun borst natmaken. Onder de veertig aanbevelingen van Financial Action Task Force (FATF) zijn er expliciet maatregelen, zoals vaststellen van de bron van vermogen en middelen vaststellen, die op hen van toepassing zijn. Volgend jaar wordt Suriname op de aanbevelingen beoordeeld.
 
Deze categorie personen wordt Politically Exposed Persons (PEPs), oftewel politiek kwetsbare personen genoemd. Hun overmakingen, stortingen en leningen moeten onder een super vergrootglas worden gelegd. Wereldwijd wordt corruptie gelinkt aan witwassen van illegaal geld. Prominente politieke, bestuurlijke en invloedrijke personen zijn in hun functie gevoelig voor corruptie en omkoping, blijkt uit de FATF-aanduiding als zodanig opgevat door de Nationale Anti-Money Laundering Commissie in Suriname. “Dit is bevestigd door analyse en case studies”, schrijft de FATF.
Internationaal is er een bepaalde verwevenheid gezien. Politiek actieve personen kunnen vanwege hun rol in de politiek makkelijker toegang krijgen tot de uitvoering van financiële transacties. Op deze manier wordt het nationale financieel systeem kwetsbaar. PEPs zijn al in veel landen onderhevig aan verscherpt cliëntenonderzoek door financiële instellingen. 
 
Nationale PEPs, familie en relaties
Met de steeds veranderende omstandigheden in de wereld, verscherpt de FATF regelmatig de regels. Zo is een van de aanpassingen om ook nationale PEPs in de lokale wetgeving op te nemen. Voor Suriname betekent dit een aanpassing van de Wet Melding Ongebruikelijke Transacties. Hoewel menigeen kan redeneren van ‘dit speelt in Suriname niet’, maar de redenering die internationaal volgt is: ‘wat er vandaag niet is, kan morgen wel komen’. 
Een PEP is een persoon die lokaal (president, ministers, parlementariër, directeur staatsbedrijf, rechter, bestuurslid politieke partij of Ngo, diplomaat, etc.) dan wel in het buitenland een prominente publieke functie vervult. En wie nu denkt te stoppen met die functie en zijn hachje te redden: slecht nieuws. De aanbeveling geldt ook voor PEPs die de functie hebben vervuld! En… de schijnwerpers worden ook gericht op de financiële handelingen van directe familieleden, vrienden en naaste medewerkers van PEPs.
 
PEPs van NGO’s en sociale instellingen
De FATF trekt de PEP-richtlijn door naar Ngo’s en sociale instellingen met goede doelen. Ook zij moeten de herkomst van de middelen verklaren. Internationaal worden zij ook kwetsbaar geacht voor het doorsluizen van verdacht geld, dan wel naar verdachte activiteiten zoals terrorismefinanciering. Landen moeten wetgeving ontwikkelen zodat de financiële activiteiten van deze organisaties en hun bestuursleden ook onderhevig zijn aan verscherpt cliëntenonderzoek volgens het PEP-model. 
 
Er zijn verschillende methoden om te bepalen of iemand een PEP is, vertelt een bankmedewerker, die niet bij naam genoemd wil worden, aan Starnieuws. Zoals het raadplegen van openbare bronnen, bijvoorbeeld nieuwsbronnen, internetzoekmachines en betaalde bronnen, zoals World-Check, eigendom van mediabedrijf Thomson-Reuters. “Banken werken ook met (inter)nationale sanctie- en watchlijsten.”
 
Herkomst van het geld
De FATF stelt dat een financiële instelling risico’s loopt bij het aangaan van een zakelijke relatie met een PEP. Op het moment dat een PEP bij de bank binnenstapt om een rekening te openen of een storting te doen, zal de bank verscherpt cliëntenonderzoek moeten doen: doorvragen om te weten wat de herkomst van het geld is. In alle PEP en familie- en relatiegevallen, schrijft de FATF-richtlijn voor dat een hoger leidinggevende – senior management – toestemming moet geven of de bank de zakelijke relatie aangaat, voortzet of de transactie zal doen. 
 
Het PEP onder-vergrootglas-beleid geldt voor alle financiële instellingen, zoals banken, verzekeringsmaatschappijen, geldovermakingskantoren, cambio’s, etc. Zij moeten zelf hun PEP-lijst samenstellen, waarop ook namen prijken van (verdachte/veroordeelde) criminelen. “Met hun namenlijst kunnen zij corruptie en het wegsluizen van geld voorkomen”, vult de bankmedewerker aan. Maar volgens de bankemployee kent elke bank in Suriname een eigen werkmethode. De een is strenger en hanteert een waslijst met allerlei detailvragen, de andere neemt genoegen met standaardvragen.
 
PEP-lijsten: wie is actief
Banken moeten op basis van hun richtlijnen tegelijk ook eigen vragen hebben en periodiek een ‘refresh maken’ wie in Suriname nationaal politiek actief is.” Dit is een aangelegenheid van de financiële instelling zelf en niet een kwestie van ‘maar wie heeft het Openbaar Ministerie aangeduid als politiek actief’. Volgens het ken-uw-klant-beleid maken wij een klantenprofiel, vertelt de bankmedewerker, “hoe hoger het risicoprofiel, hoe meer voorzorgsmaatregelen. Je plaatst alle data in het systeem en het moment dat de PEP een ongebruikelijke financiële transactie pleegt, kun je een red flag krijgen.”
 
Zo kan de financiële instelling voorkomen dat de PEP misbruik maakt van de diensten. Bijvoorbeeld door geld over te maken voor een terroristische groep. Of een dubieuze overmaking – sponsoring – ontvangt van een crimineel of organisatie die witwast. 
 
Belang partij-financierders
De politicoloog Hans Breeveld juicht de FATF PEP-aanbeveling toe, want (malafide) partij-financierders hebben er belang bij dat invloedrijke politieke figuren hun zaken dienen. “Niet zomaar krijgt men soms reizen naar het buitenland.” Breeveld vindt het belangrijk dat ook hun familie en naasten betrokken worden. Een minister zet bijvoorbeeld alles op naam van zijn vrouw of roept een stichting of N.V. in het leven en maakt zijn familie bestuurslid, aandeelhouder of consultant.
 
Breeveld herinnert zich dat voormalig president Henk Chin A Sen had voorgesteld om de bezittingen van de personen bij het aantreden in een politiek/bestuurlijke functie te kwantificeren. En als je aftreedt dat men dit ook nagaat en een verschil dat niet conform je salaris was, zou je moeten verklaren. Als het aan Breeveld ligt, wordt deze regeling wel ingevoerd. “Je zou de bezittingen van jou en je naaste omgeving moeten opgeven.”
 
Cash-cultuur Suriname
Banken zijn eigenlijk poortwachters; zij zien alle geldstromen en moeten daarom verdachte transacties melden bij het Meldpunt voor Ongebruikelijke Transacties. Die analyseert de transactie, wat kan resulteren in onderzoek en vervolging. Maar Suriname heeft een cash-cultuur, wat de handel en wandel van PEPs een stuk ingewikkelder maakt. 
 
Volgens de cijfers van de Banking Network Suriname (BNETS) van twee jaar geleden, blijkt dat steeds meer Surinamers  hun financieel huishouden regelen via girale transacties. Surinaamse banken proberen dit verder te propageren met hun acties van pin- en kredietkaarten. 
 
Giraal en niet contant
Breeveld is er ook een grote voorstander van dat bepaalde bedragen giraal en niet meer contant verrekend zouden moeten worden. “Dan kun je het geld niet meer aan je vrouw geven, maar je moet het overschrijven. En dan weten we precies wat er gebeurd.”
 
Om de cash-cultuur te ontmoedigen beveelt de FATF dan ook financial inclusion aan. Landen moeten voorzieningen treffen om het bankverkeer laagdrempelig te maken, zodat zoveel mogelijk burgers toegang krijgen tot bankdiensten. Bijvoorbeeld via bankpasjes en mobiel bankieren – in alle delen van het land. Dit draagt bij dat de noodzaak voor een economie in contanten, aanzienlijk minder wordt.
 
Suriname staat ingedeeld voor de vierde landenevaluatie in maart – juni 2020 door de Caribbean Financial Action Task Force (CFATF), de regionale FATF-tak. De CFATF beoordeelt Suriname op het systeem (juiste wetten, controle procedures, internationale samenwerking, etc.) dat wij hebben opgezet ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering.

Baidjnath Panday zwaait af, Jhapsie neemt over bij NAMLAC

 
 

27 Mar, 2021, 06:26

foto

 Roy Baidjnath Panday draagt de NAMLAC-voorzittershamer over aan de nieuwe voorzitter Manisha Jhapsie. Foto: Collectie NAMLAC 

 

Roy Baidjnath Panday legt per 1 april 2021 zijn functie neer als voorzitter van de Nationale Anti-Money Laundering Commissie (NAMLAC). Hij treedt per die datum ook terug als Surinames vertegenwoordiger bij de Caribische tak van de Financial Action Task Force (CFATF). Beide functies zullen worden ingevuld door Manisha Jhapsie, directeur van de Financial Intelligence Unit Suriname (FIU), voorheen Meldpunt Ongebruikelijke Transacties), bevestigt Baidjnath Panday tegenover Starnieuws.

 
President Chan Santokhi is vorige week geïnformeerd over het terugtreden van Baidjnath Panday en heeft ingestemd met de voordracht van Jhapsie als zijn vervanger. Het besluit om te bedanken voor de functies, ligt in het feit dat Baidjnath Panday in april de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Dan zal hij ook procureur-generaal bij het Openbaar Ministerie af zijn.
 
Baidjnath Panday heeft Suriname de afgelopen 23 jaar gediend als CFATF-landenvertegenwoordiger. Hij ziet in Jhapsie een goede opvolger. “Zij is lid van de NAMLAC en heeft door de jaren heen in verschillende CFAFT-activiteiten geparticipeerd. Meerdere regiolanden hebben hun FIU-directeur aangesteld als CFAFT-landenvertegenwoordiger”, licht de uittredende voorzitter toe. Vrijdag heeft hij de NAMLAC-voorzittershamer overgedragen aan Jhapsie.
 

Het CFAFT-secretariaat is ook al op de hoogte van de wisseling van de wacht. CFATF-directeur Dawne Spicer noemt de inzet van Baidjnath Panday die er onder meer toe heeft geleid dat Suriname zijn anti-witwaskader steeds bleef verbeteren, prijzenswaardig. “Suriname mag inderdaad trots zijn op uw toegewijde bijdrage aan de CFATF in uw hoedanigheid van eerste contactpersoon. U zult gemist worden”, gaf Spicer in een bedankbrief aan.

Suriname trad in 1998 toe tot de CFATF. Baidjnath Panday, toen nog Officier van Justitie, vertegenwoordigde Suriname al in 1992 bij het VN bureau voor Drugs en Criminaliteit. Hij werd door de toenmalige justitieminister gevraagd om ook de CFATF-kar te trekken.
 
Suriname zal in maart 2022 de vierde CFATF-landenevaluatieronde ondergaan en heeft nog enkele maanden om te voldoen aan de 40 aanbevelingen van de FATF. Deze wereldwijde intergouvernementele organisatie houdt zich bezig met de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering en heeft hierover de richtlijnen opgesteld. Landen die niet hieraan voldoen komen op een ‘zwarte of grijze’ lijst. Het uitvoeren van de nationale risicoanalyse (NRA) was één van de richtlijnen.
 
De NAMLAC begon in 2002 als werkgroep en groeide in 2013 uit tot een commissie. Naast Baidjnath Panday als de CFATF-contactpersoon zitten hierin vertegenwoordigers van verschillende ministeries, de Centrale Bank van Suriname, Gamingboard en FIU. De commissie heeft een adviserende taak naar de driekoppige stuurgroep die het beleid bepaalt om witwassen, terrorismefinanciering en handel in wapens & munitie te voorkomen. “De NAMLAC-leden kunnen als eerste verantwoordelijken met elkaar integraal onderwerpen bespreken, stappen ontwikkelen en die als advies aanbieden aan de stuurgroep.”
 
Voorzitter van de stuurgroep is justitieminister Kenneth Amoksi en de leden zijn CBvS-governor Maurice Roemer en Financiënminister Armand Achaibersing. Vorig jaar oktober ontving Amoksi het NAMLAC-dossier (technical compliance questionnaire). In dit dossier, een standaard CFAFT-werkdocument met vragen, zijn antwoorden gegeven over de naleving van wet- en regelgeving in Suriname tot 2020. Er is ook een beschrijving gedaan over de bestaande instituten belast met de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, hun toezicht en de gecreëerde mechanismen voor de aanpak hiervan.
De rode draad van de NRA volgens de instellingsresolutie van het Project Management Team (PMT) van augustus 2019, was om in dit gedetailleerd onderzoek de kwetsbaarheden op het gebied van witwassen en terrorismefinanciering zichtbaar te maken. De uittredende NAMLAC-voorzitter heeft twee presentaties van het PMT bijgewoond, maar heeft geen inzage kunnen krijgen in het NRA-rapport.
 

Dit NRA-rapport werd begin deze maand opgeleverd door het PMT en de stuurgroep overhandigde dit op haar beurt aan president Chan Santokhi. Het NRA-rapport is samen met het NAMLAC-dossier de basis voor de evaluatie. Baidjnath Panday acht het niet wijs om de twee documenten te vermengen tot één rapport. Het CFATF-werkdocument heeft een bepaalde opbouwstructuur en het NRA-rapport is een scan (tijdsopname) waarin zichtbaar wordt hoe sterk/zwak ons antiwitwasregiem is. Hij verwacht dat de stuurgroep zich gaat beraden over wat Suriname aanlevert voor de evaluatieronde.

NOG GEEN INTERNATIONAAL VERTROUWEN IN FINANCIAL INTELLIGENCE UNIT SURINAME

Foto: Jennifer van Dijk-Silos, voorzitter Project Management Nationaal Risk Assessment (NRA).

3 maart 2021

De Financial Intelligence Unit Suriname (FIU Suriname), meer bekend als Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT), moet de spil zijn van het compliance gebeuren in Suriname.

Dit kan het beste door zich aan te sluiten bij de Egmont-groep. Dit is een internationale organisatie van financiële inlichtingeneenheden die de samenwerking en het delen van inlichtingen tussen nationale financiële inlichtingeneenheden faciliteert om witwassen en terrorismefinanciering te onderzoeken en te voorkomen. De FUI is het nog lang niet zover om te voldoen aan de eisen voor toetreding tot de Egmond-groep.

“Er is al wetgeving in concept, hebben we uit de werkgroepsessie begrepen, maar het is daarbij gebleven”, zegt Jennifer van Dijk-Silos, voorzitter Project Management Nationaal Risk Assessment (NRA).

Van Dijk-Silos geeft ook aan dat de autonomie van de FIU een heet hangijzer schijnt te zijn voor bepaalde instanties in het land. Ze pleit voor een autonome witwasautoriteit, anders is het instituut het niet waard om lid te zijn van de Egmont Group. De Egmont Group heeft geadviseerd wat er aan wetgeving gewijzigd dient te worden om volwaardig lid te kunnen worden. “We hebben ook aanbevolen dat de FIU daadwerkelijk een gezonde structuur krijgt en wettelijk meer handvatten toebedeeld krijgt, zodat ze instaat kan zijn om spontaan, vrijelijk, onafhankelijk en vrij van elke vorm van beïnvloeding dan ook te functioneren”, zegt van Dijk-Silos.

Vanuit het Project Management Nationaal Risk Assessment (NRA) is ook gerecommandeerd dat er een apart autonoom instituut komt. In sommige landen valt het risk assessment onder de FIU, waar een afdeling van de Centrale Bank ook een rol heeft als toezicht.

https://unitednews.sr/nog-geen-internationaal-vertrouwen-in-financial-intelligence-unit-suriname/

NRA-rapport: “Drugshandel, roofovervallen en fraude zijn hoge dreigingen voor Suriname”

Jennifer van Dijk-Silos overhandigt het NRA-rapport aan governor Maurice Roemer. Beeld: ATV

Drugshandel, roofovervallen en fraude blijken de delicten te zijn die een hoge dreiging vormen voor Suriname. Dit blijkt uit statistieken die vervat zijn in het eindverslag National Risk Assessment oftewel Nationale Risico Analyse (NRA). De delicten ‘georganiseerde misdaad, seksuele uitbuiting, ontvoering en gijzeling, afpersing, smokkelactiviteiten, moord en vervalsing zijn minder, maar vertegenwoordigen toch een hoge dreiging.

De dreiging als gevolg van terrorisme en terrorismefinanciering, milieucriminaliteit, vervalsing en namaak van goederen, handel met voorkennis en marktmanipulatie, illegale handel in gestolen en andere goederen en belastingmisdrijven blijken zeer laag te zijn. Een kopie van eindverslag NRA is gisteren door projectdrager Jennifer van Dijk-Silos overhandigd aan Maurice Roemer, governor van de Centrale Bank van Suriname (CBvS).

De werkgroepsessies in het kader van NRA hebben vastgesteld, dat drugshandel de hoogste dreiging vormt. Er bestaat een grote dreiging dat andere criminele activiteiten zoals illegale goudhandel (en de exploitatie daarvan) en illegale houthandel (en de exploitatie daarvan), uit verdiensten van de drugshandel kunnen worden gefinancierd die wordt ingeschat als een voornaam kanaal om ‘zwart’ geld wit te wassen. Ook corruptie en omkoping scoren als dreiging hoog in alle werkgroepen.

Belangrijke dreiging
Smokkel van producten zowel naar en uit Suriname wordt zeker door de bedrijvenverenigingen, maar ook door het ministerie van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie als een belangrijke dreiging gezien. De dreiging voor drugshandel komt voornamelijk uit drugs producerende landen, die Suriname als doorvoerland gebruiken om drugs door te exporteren naar andere landen.

De conclusie wordt getrokken dat er door de drugshandel en het witwassen van drugsgelden, een aantal sub-dreigingen ontstaan te weten: afpersing, omkoping, bedreiging, moord, corruptie, fraude en oneerlijke concurrentie. Gelet op het gemak waarmee drugs geplaatst, vervoerd en geëxporteerd kan worden in Suriname, is het meer dan aannemelijk dat er mogelijk sprake is van een diepgewortelde corruptie bij bepaalde overheids(controle)instanties, die mogelijk banden hebben met criminele organisaties.

Er kan eveneens geconcludeerd worden dat vanwege diepgewortelde institutionele corruptie, drugshandel in Suriname mede in stand wordt gehouden. Hierdoor is het voor criminelen mogelijk om drugs te blijven importeren en exporteren. Door de drugshandel en het witwassen van drugsgelden, ontstaan dreigingen inzake een aantal andere delicten zoals afpersing, omkoping, bedreiging, moord, corruptie, fraude en oneerlijke concurrentie en ‘money laundering’.

Belang NRA
Suriname heeft voor het eerst een NRA uitgevoerd. Het uitvoeren van een NRA is van belang om vast te stellen welke acties er zijn ondernomen om money laundering, terrorismefinanciering, proliferatie en corruptie dreigingen te identificeren.

Daarnaast is het bedoeld om de kwetsbaarheid op sectoraal en nationaal niveau te toetsen en om vast te stellen of er beleid is in een land om de money laundering, terrorismefinanciering, proliferatie, corruptie risico’s te mitigeren en of te voorkomen.

Om dit te kunnen doen heeft er een periodieke risicoanalyse plaatsgevonden om de nieuwe dreigingen en of kwetsbaarheden te mitigeren en evalueren. Het doel is om te komen tot een evaluatie van hoe Suriname voldoet aan de aanbevelingen van de Financial Action Task Force (FATF) tegen onder andere het witwassen van geld. De FATF, is een intergouvernementele organisatie die in 1989 is opgericht op initiatief van de G7-landen om beleid te ontwikkelen ter bestrijding van het witwassen van geld.

https://www.srherald.com/suriname/2021/03/02/nra-rapport-drugshandel-roofovervallen-en-fraude-zijn-hoge-dreigingen-voor-suriname/

GOUDHANDEL GEVOELIG VOOR WITWASPRAKTIJKEN:

Centrale Bank als verplichte autoriteit voor goudopkoop voorgesteld

Jennifer van Dijk-Silos, voorzitter van het Project Management Team (PMT) van het National Risk Assessment (NRA), stelt voor dat de Centrale Bank van Suriname, die nu zijdelings goud opkoopt, de verplichte autoriteit wordt voor goudopkoop, zodat de regering greep kan hebben op bepaalde zaken. Suriname heeft het NRA-rapport af, dat aangeeft in welke mate ons land voldoende equipt is om het witwassen van geld, terrorismefinanciering en corruptie, tegen te gaan. Uit dit rapport blijkt dat de kleine juweliers en de tweedehands autohandel een hoog risico vormen voor ons land als het gaat om witwassen van geld. Deze sectoren hebben dan ook niet meegewerkt aan het onderzoek voor de risicoanalyse. “Maar één juwelier heeft meegedaan, omdat ze inderdaad high risk zijn”, zei Van Dijk-Silos. Door de slechte ordening van de goudsector en doordat er geen controle is, gebeurt er volgens haar veel dat niet zou mogen. “Voor de formele economie is het van belang dat de Centrale Bank de grote goudopkoper wordt. Zodra de regering beseft dat de politieke wil bestaat om het risico te mitigeren, komen we daar”, stelde Van Dijk-Silos.

Bij de multinationals zijn er tijdens het onderzoek geen problemen geconstateerd, omdat ze dochterondernemingen zijn van internationale bedrijven die zich houden aan de Extractive Industries Transparancy Initiative (EITI) standaarden.”Iamgold en Newmont houden zich daaraan en hebben ook goede compliantprogramma’s. Bij de kleine gouddelvers is het chaotisch. Er is geen ordening of het is niet effectief en er is geen transparantie in verband met money laundering, terrorismefinanciering en corruptie.”

Nailah van Dijk, advocaat en lokale expert voor de technical compliance, gaf aan dat uit onderzoek is gebleken, dat illegale goudhandel een belangrijke rol speelt in de informele sector. “Goud heeft een ander probleem. Het is zo moeilijk te volgen, je kunt het gemakkelijk smelten, het wordt gewoon een ketting om je nek, je kunt bij vrijwel elke hoek op noord gaan en verkopen en je krijgt er geld voor terug. Het is dus gemakkelijk verhandelbaar en moeilijk te traceren wat de bron van het goud is. En hoeveel in de omloop is, is moeilijk voor de autoriteiten te volgen”, legde Van Dijk uit.

De tweedehands autohandel is in de hele wereld een sector met een hoog risico, omdat drugs meestal via die wegen worden vervoerd en er een vehikel wordt gebruikt om drugs wit te wassen. Volgens Van Dijk, is er in deze sector sprake van een ‘’high cash intensiteit’’. “Handelaars in tweedehands auto’s, hebben geen rechtsreeks contact met de fabrikanten die wel verbonden zijn aan bepaalde compliance regels. Omdat auto’s over en weer verscheept worden, kunnen in de auto ook drugs zitten. Veel van die acties blijven buiten zichtbare autoriteiten”, stelde Van Dijk.

Minister Kenneth Amoksi van Justitie en Politie zei bij de in ontvangstname van het rapport, dat het veelomvattend en ingrijpend is. “Er zijn veel uitdagingen. We gaan nieuwe wetsproducten moeten maken. Het traject om de aanbevelingen in dit rapport uit te voeren, is een uitdaging, maar als regering gaan we de aanbevelingen implementeren. We moeten de juiste mensen kiezen om de implementatie ter hand te nemen”, aldus de minister. Het NRA-rapport gaat naar beoordelaars in het buitenland, maar Suriname moet alvast beginnen met het uitvoeren van de aanbevelingen in het rapport om te voorkomen geblacklist te worden. “Als je weet dat deze sector een high risk sector is, moet je alvast beleidsmaatregelen of wetgeving maken en inzicht proberen te krijgen in wat er gebeurt”, aldus Van Dijk-Silos.

https://dagbladdewest.com/2021/03/02/goudhandel-gevoelig-voor-witwaspraktijken/

NRA-RAPPORT IS AF: ‘DRUGSHANDEL VORMT HOOGSTE DREIGING VOOR SURINAME’

 

Het National Risk Assessment (NRA) rapport is af en is vandaag overhandigd aan de governor van de Centrale Bank, Maurice Roemer. De NRA heeft als doel te komen tot een evaluatie waaruit blijkt op welke wijze Suriname voldoet aan de Financial Action Task Force (FATF) aanbevelingen tegen onder andere het witwassen van geld, terrorismefinanciering en corruptie. Uit statistieken is gebleken dat de drugshandel, roofovervallen en fraude, de delicten zijn die een hoge dreiging vormen voor Suriname in het kader van het bevorderen van money laundering en terrorismefinanciering, maar dat de drugshandel de hoogste dreiging vormt. Dit zei Jennifer van Dijk-Silos, voorzitter van het Project Management Team, vandaag op een persconferentie.

Er bestaat een grote dreiging dat andere criminele activiteiten, zoals illegale goud- en houthandel en de exploitatie daarvan, uit verdiensten van de drugshandel gefinancierd kunnen worden. Geschat wordt dat de illegale hout- en goudhandel kunnen worden ingezet als voornaamste kanaal om zwart geld wit te wassen. Corruptie en omkoping scoren erg hoog als dreiging in alle sectoren. Smokkel van producten is ook aanwezig. Dit wordt volgens van Dijk-Silos, vooral door het ministerie van Handel en Industrie als belangrijke dreiging gezien.

De dreiging voor drugshandel komt voornamelijk uit drugs producerende landen die Suriname gebruiken als doorvoerhaven. “Uit het analyseverhaal van drugs kun je concluderen dat door de drugshandel en het witwassen van drugsgelden, er subdreigingen ontstaan als afpersing, omkoping, menselijke bedreiging, moord, corruptie, fraude en oneerlijke concurrentie”, stelde Van Dijk-Silos. Gelet op het gemak waarmee drugs verplaatst, vervoerd en geëxporteerd kan worden in Suriname, is het meer dan aannemelijk dat er mogelijk sprake is van een diepgewortelde corruptie in bepaalde overheidscontrole instanties die mogelijke banden hebben met criminele organisaties.

Belastingontduiking komt veel voor in de vorm van onder rapportage van hoeveelheden, lage opgave van waarde en onder facturering. Daarnaast hebben de werkgroepen vastgesteld dat de Belastingdienst zelf heel veel focust op de formele sector waar er weinig geld te halen valt. “Er moet een policy komen om de informele sector tegen te gaan. Dat is zeker niet de politie sturen om mensen op te sluiten, wan dan verdwijnt het nog dieper. Het gaat om het ontwikkelen van strategieën”, zei de PMT-voorzitter. De smokkelhandel en de goudsector vormen ook een bedreiging, waarbij het zwart geld in de formele economie wordt geïnvesteerd.

Volgens Van Dijk-Silos hebben alle sectoren meegewerkt aan het NRA-rapport met uitzondering van de kleine juweliers en de tweedehandse autohandel. Het rapport omvat de bevindingen van het PMT en zijn werkgroepen van alle sectoren in Suriname. Het complete rapport is niet publiekelijk er kan derhalve ook niet geprint worden. Alleen de governor van de Centrale Bank heeft de printcode en alleen hij kan toestemming geven om het document te printen. Dit omdat het rapport gevoelige informatie bevat en niet in verkeerde handen terecht mag komen. Het team heeft er wel voor gezorgd dat er een versie komt die voor het publiek beschikbaar is.

-door Priscilla Kia-

https://dagbladdewest.com/2021/03/01/nra-rapport-is-af-drugshandel-vormt-hoogste-dreiging-voor-suriname/

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *