WEBSITE HOF VAN JUSTITIE SURINAME

https://rechtspraak.sr/

Verdachten in 8 decemberstrafzaak worden 31oktober verhoord

Getuigenis levert meer bewijs voor schuld volgens Essed

 
 

Getuigenverhoor in hoger beroep 8 decemberproces afgesloten

 
18 Aug, 2022
foto
 Hugo Essed, advocaat van de nabestaanden, staat journalisten na de zitting te woord. De getuigen zijn gisteren gehoord. (Foto’s: René Gompers) 
 
De behandeling van het 8 decemberproces wordt op 31 oktober voortgezet. Dan worden de veroordeelden/verdachten Desi Bouterse, Benny Brondenstein, Iwan Dijksteel, Ernst Gefferie en Stephanus Dendoe verhoord. Bij de behandeling woensdag zijn er 4 van de 7 getuigen gehoord die door de verdachten en hun raadsman Irvin Kanhai zijn opgebracht. Het Openbaar Ministerie heeft geen behoefte om meer getuigen te horen. Hugo Essed, advocaat van de nabestaanden, vindt dat de getuigen niets nieuws hebben toegevoegd en dat enkelen juist tegen elkaar hebben getuigd.

John Hardjoprajitno, Ivan Graanoogst, Iwan Dijksteel (ook verdachte) en Mohamed Said, hebben woensdag getuigd in de zaak. Essed somt op dat de getuigenissen de positie van de verdachten niet hebben veranderd. “Hardjoprajitno en Graanoogst waren op 7 en 8 december niet in Fort Zeelandia,” deelt hij mee. “Ze hebben gezegd dat ze eigenlijk niets weten dus waarom ze opgeroepen zijn is een raadsel.”

“Ex-militair Dijksteel, opgeroepen door verdachte Dendoe, heeft verklaard dat Dendoe wel in het Fort aanwezig was,” vervolgt Essed.  “Dus meneer Dendoe heeft juist een getuige opgeroepen die tegen hem getuigd heeft. De laatste was Mohammed Said. Hij heeft aangegeven dat hij wel in het Fort was op 8 december de hele dag, dat hij inderdaad schoten heeft gehoord op verschillende momenten. Dus niets gezien heeft. Niet erg geloofwaardig.”

Essed stelt dat de getuigenissen in het voordeel vallen van het Openbaar Ministerie en in het nadeel van de verdachten. “Voor mij hoefde het niet. Er is niets nieuws toegevoegd, integendeel is er in het nadeel van de heer Dendoe getuigenverklaring afgelegd.” Kanhai wil niet zeggen hoe het er voor zijn cliënt uit ziet: “Dat zullen we zien na het verhoor van de verdachten.”
 
Raadsman van de verdachten, Irvin Kanhai.
 
Kanhai legt uit waarom van de andere getuigen is afgezien: “Omdat wij zelf vonden… de getuigen zelf hadden er ook geen zin in. Dus hebben we daarvan afgezien.” hij deelt mee dat een getuige is overleden, Cornelis Vrede. “Het ging om mensen van de volksmilitie. Maar we konden niemand meer vinden dan de ene die in de zaal zat. Maar die zouden we niet opgeven als getuige. Een getuige heeft wel de naam van Essed genoemd.”

Bouterse om medische redenen niet in rechtzaal

Twee top legerfunctionarissen VS en Colombia naar Suriname

17 aug 2022

militair nl leger soldaat defensie | GFC Nieuws

In het kader van zijn internationale samenwerkingen krijgt het ministerie van Defensie later deze maand bijzonder buitenlands bezoek.

Op 17 augustus wordt de Colombiaanse generaal Hernando Garzon Rey in Suriname verwacht. Hij is te werk gesteld in de Verenigde Staten van Amerika en is belast met humanitaire projecten waaronder activiteiten op het gebied van rampenbeheersing.

Tijdens zijn aanwezigheid in Suriname zal het accent ook op het laatste gelegd worden. Eind augustus heeft het ministerie generaal Laura Richardson uit de VS op bezoek.

Richardson is commandant van de U.S. Southern Command (SouthCom) en opvolger van generaal Feller, die aan het begin van minister Mathoera’s periode als bewindsvrouw op bezoek was in Suriname. Generaal Feller is inmiddels met pensioen.

Tijdens de aanwezigheid van Richardson zal onder meer de samenwerking met de VS het onderwerp van bespreking zijn, terwijl ook een Women, Peace & Security event in het programma opgenomen zal worden.

Hierbij zal er met vrouwelijke medewerkers binnen defensie een sessie plaatsvinden om hen nog meer te inspireren.

Minister Mathoera heeft de afgelopen periode twee dienstreizen afgezegd. Zij was uitgenodigd voor de vergadering van defensieministers in Brazilië, waar zij ook zou spreken over women, peace & security en een Memorandum of Understanding zou tekenen met Colombia.

Dit document zal mogelijk op een ander moment bezegeld worden.

Volgens de bewindsvrouw is de samenwerking met Colombia heel belangrijk binnen de regio. Minister Mathoera heeft ook een bezoek aan Peru afgezegd, waar Suriname aanwezig zou zijn voor vredesmissies.

Het ministerie is momenteel bezig met de voorbereidingen voor de Guyana Shield Strategic Dialogue, een bijeenkomst van legerorganisaties uit Frans-Guyana, Suriname en Guyana.

Deze activiteit werd vorig jaar door Frans-Guyana georganiseerd, terwijl Suriname in november aanstaande belast is met de organisatie.

Het ligt in de bedoeling om nu ook Brazilië erbij te betrekken. Het accent zal gelegd worden op het mitigeren van internationale dreigingen, beter samenwerken en delen van informatie.

https://www.gfcnieuws.com/twee-top-legerfunctionarissen-vs-en-colombia-naar-suriname/

Hof van Justitie geeft uitleg over Decemberzaak

28-07-2022 

In de Decemberzaak gaat Desi Bouterse in hoger beroep

Het Hof heeft de behoefte in de samenleving naar informatie over civiele zaken en strafzaken, waar veel publieke aandacht voor bestaat, aangevoeld en heeft inmiddels zijn Communicatie Unit zodanig in kunnen richten dat thans een bescheiden aanvang kan worden gemaakt met het uitvaardigen van persberichten. Deze persberichten zullen met de media worden gedeeld en zullen tevens op de website van het Hof van Justitie worden geplaatst (www.rechtspraak.sr). Op termijn zal het Hof de Communicatie Unit uitbreiden met één of meer woordvoerders. Eén van de belangrijke kenmerken van de onafhankelijke rechtspraak is transparantie (openbaarheid van de rechtspraak) en inzichtelijkheid met betrekking tot de rechtsprocessen en de wijze waarop beslissingen bij de rechtspraak tot stand komen. In de afgelopen periode zijn er meerdere zaken geweest die de aandacht van het publiek hadden.

De Decemberzaak

Dat geldt thans voor de strafzaak die wordt aangeduid met de “Decemberzaak”. Die strafzaak is op de zitting bij de Krijgsraad begonnen in 2007. In november 2019 is het vonnis in eerste aanleg gewezen. Een aantal verdachten is vrijgesproken en enkele verdachten zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf. Eén van de verdachten die bij de behandeling bij de Krijgsraad niet was verschenen, heeft het rechtsmiddel van verzet aangetekend, waardoor voor hem alsnog de gelegenheid bestond om voor de Krijgsraad te verschijnen. In de verzetprocedure is de zaak wederom behandeld waarna de Krijgsraad in augustus 2021 het vonnis heeft uitgesproken.

Door enkele verdachten die zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf is hoger beroep aangetekend. Op 29 juli 2022 begint de behandeling in hoger beroep van deze strafzaak bij het Hof van Justitie. Omdat het in deze gaat om hoger beroep van vonnissen van de Krijgsraad bestaat het Hof van Justitie uit drie rechters van het Hof van Justitie waarvan één militaire deskundige is.

Wat betekent hoger beroep?

Bij de behandeling in hoger beroep wordt de zaak door drie andere rechters opnieuw behandeld en wordt beoordeeld of de beslissing van de eerste rechter juist is. De partijen of hun advocaten kunnen tegen de beslissing van de eerste rechter bezwaren aanvoeren. Zij kunnen aan het Hof van Justitie redenen aangeven waarom zij vinden dat de beslissing van de eerste rechter niet juist is geweest. Verder zullen de rechters bij de behandeling van een strafzaak in hoger beroep de verdachten horen en eventueel getuigen horen. De advocaten en het Openbaar Ministerie komen ook aan het woord. Het Hof zal in hoger beroep uiteindelijk een definitief vonnis wijzen.

 Communicatie Unit Hof van Justitie

https://sun.sr/Details/18823_-Hof-van-Justitie-geeft-uitleg-over-Decemberzaak_0309358boterse.jpg

Hoger beroep 8 december-strafzaak op 29 juli

 
07 Jul, 2022
foto
 Ex-legerleider Desi Bouterse onderweg naar de zitting. Zijn verstekvonnis in het 8 decemberproces is in januari 2021 bevestigd door de Krijgsraad. (Archieffoto) 

Het Hof van Justitie neemt op vrijdag 29 juli het hoger beroep in de 8 december-strafzaak in behandeling. Het Openbaar Ministerie (OM) heeft intussen de dagvaardingen uitgestuurd. Vijf verdachten inclusief Desi Bouterse zullen op deze dag terecht staan voor de hofkamer.

De aanvang van de beroepszaak volgt bijkans een jaar na het vonnis in de verzetzaak van Bouterse op 30 augustus 2021; hij tekende hoger beroep aan. Van de zes medeverdachten die in november 2019 waren veroordeeld, stelden vier  veel eerder appel in.

De hofkamer die over al de beroepszaken zal beslissen bestaat uit twee rechters en één militaire deskundige. De samenstelling van de kamer is conform de wet militaire strafrechtspleging. Zoals in alle hoger beroepszaken kunnen er geen rechters zitting hebben in deze kamer, die al inhoudelijke bemoeienis hebben gehad met de strafzaak. Vanuit het OM zal de advocaat-generaal optreden.

Van 25 naar 19 verdachten
Het gerechtelijk vooronderzoek in de langlopende zaak begon in 2000 en het strafproces startte vijftien jaar geleden, in november 2007. In het jarenlange proces waren er totaal 25 verdachten. Vier van hen stonden terecht voor de burgerkamer en 21 voor de militaire kamer. Gedurende het proces overleden zes verdachten.

Bouterse was de hoofdverdachte in het strafproces over de moord op vijftien politieke tegenstanders op 8 december 1982. Hij was ten tijde van de moorden de leider van het militaire bewind. De Krijgsraad legde Bouterse op 29 november 2019 een celstraf van twintig jaar op; dit was conform de eis van het OM uit 2017. Bouterse die nooit is verschenen tijdens de behandeling in eerste aanleg werd bij verstek veroordeeld. Hij tekende hiertegen verzet aan, maar de Krijgsraad bevestigde het verstekvonnis in 2021.

Veroordelingen en vrijspraak
Bouterse stond in eerste aanleg samen met drie medeverdachten terecht voor de burgerkamer van de Krijgsraad. Medeverdachten Etiënne Boerenveen en Jimmy Stolk werden vrijgesproken, terwijl het OM niet ontvankelijk is verklaard in de zaak tegen Arthy Gorré, die tijdens het proces overleed.

In de militaire kamer sprak de Krijgsraad acht verdachten vrij: Errol Alibux, Dick de Bie, Winston Caldeira, Wim Carbière, Orlando Heidanus, Iwan Krolis, Edgar Ritfeld en Imro Themen. Het OM had tegen hen vrijspraak geëist.

Benny Brondenstein, Ernst Gefferie en Iwan Dijksteel hoorden elk 15 jaar cel tegen zich, aan. De Krijgsraad legde Stephanus Dendoe, Kenneth Kempes en Luciën Lewis 10 jaar celstraf op. In de zaak tegen Ruben Roozendaal werd het OM niet-ontvankelijk verklaard; Rozendaal tegen wie 10 jaar celstraf was geëist, stapte in december 2017 uit het leven.

Het proces heeft veel obstakels gekend en is meerdere keren onderbroken. Zoals in 2012 toen het parlement een omstreden amnestiewet aannam, waardoor verdachten van de decembermoorden niet verder konden worden berecht. Drie jaar later bepaalde het Hof van Justitie dat het OM de verdachten alsnog kon vervolgen, ondanks de amnestiewet. Inmiddels heeft het Constitutioneel Hof deze wet getoetst en geoordeeld dat de amnestiewet 2012 in strijd is met de Grondwet en internationale verdragen.

OAS-Commissie verklaart nabestaanden ontvankelijk om ‘uitblijven berechting en bestraffing’

 | de ware tijd | Door: Redactie

 

PARAMARIBO — De Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens (IACHR) van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) heeft de nabestaanden van de Decembermoorden ontvankelijk verklaard in hun klacht over “het uitblijven van berechting en bestraffing van de daders, het eerherstel van de slachtoffers door de Staat Suriname en de compensatie van de erfgenamen van de vijftien slachtoffers”. Dit meldt het advocatenkantoor Essed & Sohansingh in een persbericht.

Door deze beslissing kan de klacht nu als bodemprocedure door de IACHR worden behandeld

De klacht werd in augustus 2014 tegen de Staat Suriname ingediend. De IACHR heeft in haar rapport onder meer verklaard dat de klacht van de nabestaanden ontvankelijk is met betrekking tot de artikelen 8 (recht op een eerlijk proces) en 25 (recht op rechterlijke bescherming) van het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens en de artikelen 1, 6 en 8 van het Inter-Amerikaans Verdrag ter Voorkoming en Bestraffing van Foltering.

Bodemprocedure

Door deze beslissing kan de klacht nu als bodemprocedure door de IACHR worden behandeld en worden de indieners in de gelegenheid gesteld eventuele nadere informatie aan de IACHR te doen toekomen. “De indieners beraden zich over de verder te nemen stappen in deze zaak tegen de Staat Suriname”, aldus het persbericht. Ook heeft de IACHR erop gewezen dat zij op grond van haar Reglement van Orde “ter beschikking is van partijen om een minnelijke schikking overeen te komen”.

https://surinamenieuwscentrale.com/oas-commissie-verklaart-nabestaanden-ontvankelijk-om-uitblijven-berechting-en-bestraffing

 

Hogerberoep 8-Decemberstrafproces nog uitzichtloos

bouta

 

 

Het hogerberoep van Desi Bouterse in het 8-Decemberstrafproces is tot op heden nog niet aangevangen. Het is onduidelijk wanneer dit zal gebeuren. Het Hof van Justitie heeft geen bekendmakingen gedaan. De laatste zitting van de Krijgsraad op 30 augustus 2021 was in de verzetzaak, die Bouterse aantekende na zijn oorspronkelijk vonnis van 20 jaar in 2019. Ook in verzet werd Bouterse veroordeeld tot 20 jaar celstraf, waartegen hij vervolgens hoger beroep aantekende.

 

Overmacht
Advocaat Hugo Essed, die de nabestaanden vertegenwoordigt in het proces, had gedacht dat het hof in het eerste kwartaal van 2022 een aanvang zou maken met de behandeling. Dit was ook de indicatie die de hofpresident gaf. “Kennelijk is dat niet gelukt. Maar ik moet in alle eerlijkheid zeggen dat ik me daar het nodige bij kan voorstellen. Het Hof van Justitie heeft heel veel werk; naast de vele rechtszaken wordt er veel gesleuteld aan het efficiënt maken van de rechtspleging, waardoor de rechterlijke macht erg hard werkt”, zegt Essed. Hij wijdt het daarom aan overmacht waardoor bepaalde streefdata niet gehaald worden. Toch spreekt hij de hoop uit dat er zo gauw mogelijk een aanvang wordt gemaakt met de zaak.

Rechtszaak van de eeuw

Er is volgens de advocaat geen termijn verbonden aan de aanvang/behandeling van een hogerberoepzaak. Dat is er wél voor de instelling, hetgeen tijdig is gebeurd. Essed betitelt deze zaak als het strafproces van de eeuw. Essed: “Voor het afwikkelen van de zaak zou het gerechtvaardigd zijn, gezien het maatschappelijke belang, dat het hof het zo snel als mogelijk op de rol krijgt.”

Afronden in 2022

De advocaat verwacht dat, indien het proces binnenkort op de rol komt, de behandeling niet lang zal duren. Essed zegt de verwachting te hebben dat de hoofdverdachte, Bouterse, wederom gebruik zal maken van zijn zwijgrecht zoals hij dat in de verzetzaak gedaan heeft. “En mijn gevoel zegt dat indien hij die houding aanneemt, de zaak snel afgewikkeld is. Dan moet het dit jaar nog mogelijk zijn. Er valt niets te verdedigen; brute moord is brute moord. Er is overstelpend bewijs daarvoor en voor de betrokkenheid van Bouterse”, aldus Essed. Na 40 jaar mag er geen mogelijkheid meer bestaan om de zaak te rekken, vindt de advocaat.

https://keynews.sr/hoger-beroep-8-decemberstrafproces-nog-uitzichtloos/2022/

DECEMBERMOORDEN-STRAFPROCES

HOGER BEROEP 8-DECEMBER-STRAFZAAK MOGELIJK 1e KWARTAAL 2022

20 Dec, 2021
Het Hof van Justitie werkt ernaartoe om in het eerste kwartaal van 2022 de eerste pro-forma-/regiezitting in het hoger beroep van de 8 december-strafzaak te houden. “Momenteel worden stappen ondernomen om het geheel administratief en organisatorisch te verwerken”, zegt hofpresident Iwan Rasoelbaks desgevraagd aan Starnieuws.
Mogelijke ideeën als zou er intimidatie of vrees aanwezig zijn en dat de zaak daarom nog niet voorgaat, veegt de hofpresident van tafel. “Dat is absoluut niet aan de orde. Het is gewoon een kwestie van organiseren en dat neemt enige tijd in beslag, zoals in alle appels.”
Over de tijdsduur voor de aanvang van de beroepszaak, lang of snel, zegt Rasoelbaks dat het hof de laatste dossiers in deze strafzaak op 11 november heeft ontvangen van de Krijgsraad. Bijkans tweeënhalve maand na vonniswijzing in de verzetszaak van Desi Bouterse op 30 augustus; hij tekende hoger beroep aan. In andere zaken van medeverdachten die in november 2019 veroordeeld waren is er veel eerder appel ingesteld. Het hof heeft op de laatste uitspraak gewacht om dan één kamer samen te stellen die over alle beroepszaken beslist.
Twee senior rechters en één militaire deskundige
Na de administratieve verwerking van alle dossiers, wordt de kamer samengesteld, conform het werkrooster van het hof. Twee senior rechters en één militaire deskundige zullen zitting nemen in de kamer. Bij het hof zijn er twee militaire deskundigen aangesteld, van wie één wordt toegevoegd aan de kamer. De samenstelling van de kamer is conform de militaire strafrechtspleging en de werkverdelingsbeschikking van het hof.
Megazaak vlot behandelen
Op de jaarvergadering van het hof, in augustus, is het werk al verdeeld over de verschillende portefeuilles straf, civiel, hoger beroep en eerste aanleg. “Aan de hand hiervan zijn er een aantal rechters die specifiek deze zaak kunnen doen”, zegt Rasoelbaks. “Er zullen geen rechters zitting hebben in deze kamer, die al inhoudelijk bemoeienis hebben gehad met de decemberzaak.”
De aangewezen rechters zullen zelf hun eigen (dagelijkse) werkzaamheden moeten organiseren en de afhandeling van hun andere zaken regelen. “Zodanig dat zij deze megazaak vlot kunnen behandelen. Het is een hele reorganisatie en we moeten de hoofden bij elkaar steken.”
Eerste pro-formazitting
Rasoelbaks hoopt in januari misschien wat meer duidelijkheid te geven over de datum van de eerste pro-formazitting. Op deze zitting wordt de zaak niet meteen inhoudelijk behandeld. Het gerecht maakt werkafspraken met de vervolging en verdediging. Het tijdsschema wordt besproken en wordt nagegaan welke verrichtingen men (opnieuw) verwacht en of het hof die toelaat. “Want als er geen toegevoegde waarde is om opnieuw beëdigde verklaringen af te nemen, dan kan worden besloten dat die voorgelezen zullen worden.”
Ook wordt op zo een zittingsdag onder meer nagegaan of de dagvaardingen in orde zijn. Eventueel kan de verdediging hiertegen bezwaar maken en verweren opwerpen. “Als er verweren zijn zal men niet meteen overgaan tot het maken van afspraken over de inhoudelijke behandeling van de zaak, maar zullen de verweren eerst behandeld worden.”
(Starnieuws – 20 december 2021)

Vonnis 8 Decemberstafproces moet onbevreesd worden uitgevoerd

9 december 2021

1

Vanmorgen vond er een bloemenhulde plaats in het Fort Zeelandia, in verband met de herdenking van de slachtoffers die op 8 december 1982 zijn gemarteld en vermoord door het toenmalig militair regiem. President  Chandrikapersad Santokhi, ministers uit zijn kabinet, de ambassadeur van de Verenigde Staten van Amerika, de ambassadeur   van Nederland en nabestaanden hebben de herdenkingsdienst bijgewoond.

Naast de toespraak van geestelijken, zijn ook Sunil Oemrawsingh (nabestaande en voorzitter van de Stichting 8 december 1982) en oud-president Ronald Venetiaan aan het woord gekomen. Venetiaan heeft een zelf geschreven gedicht voorgedragen,  waarmee hij de slachtoffers heeft gememoreerd. Op een bijzondere manier memorerde hij alle vijftien slachtoffers.

Vonnis onbevreesd uitvoeren

Een geëmotioneerde Sunil Oemrawsingh zegt dat het vonnis onbevreesd moet worden uitgevoerd na de hogerberoepzaak. Hij heeft het Hof van Justitie opgeroepen om met elke vertraging vanuit de zijde van de verdachte af te rekenen. Er moet definitief een einde komen aan moord als politiek instrument, waarbij duidelijk wordt dat misdaden van dergelijke aard niet getolereerd zullen worden. Ook vindt Oemrawsingh dat de nieuwe generaties  van voldoende kennis voorzien moeten worden over de moorden en de Surinaamse geschiedenis. Hiermee kan ook de nodige weestand geboden worden tegen elke vorm van intimidatie en geweld.

Overige mensenrechtenschendingen in Suriname

 

Oemrawsing pleitte ook voor onderzoek bij alle andere misdaden tegen de mensheid zoals de Moiwana-slachtingen van november 1986, de moorden te Pokigron en langs de Tjongalangapassie,  en de pogingen om de waarheid te onderdrukken, onder andere door politie-inspecteur Herman Gooding te vermoorden. Het onderzoek naar al deze strafbare feiten en schendingen van mensenrechten moeten onderzocht worden in het belang van de natie, vindt Oemrawsingh.

President Santokhi sprak na afloop van de dienst met journalisten over het belang van de aanwezigheid van de regeringstop. De aanwezigheid symboliseert de will van de regering om de rechtsstaat in stand te houden en te versterken. Hiervoor is van belang dat instituten in het land systematisch versterkt worden. Het staatshoofd hoopt dat de gezochte waarheid ook degelijk gevonden wordt door de nabestaanden en dat de beleving van het rechtsgevoel kan prevaleren.

https://keynews.sr/artikel-8-december-herdenking/2021/

Hugo Essed, advocaat nabestaanden 8 december strafproces

Hugo Essed en Gaetano Best

Bouterse: Buitenlands complot aan de gang

President Desi Bouterse deelt mee dat er krachten zijn, aangestuurd door het buitenland om te proberen hier onregelmatigheden te doen plaatsvinden. Om het land te destabiliseren. Hier maakt de rechterlijke macht deel van uit. Hij haalt aan dat het 8 decemberstrafproces ineens weer op de rol komt, terwijl er wetgeving hierover is, doelend op de Amnestiewet.

https://www.youtube.com/watch?v=vm-Pinl5EbE

VONNISSEN KRIJGSRAAD GEPUBLICEERD DOOR HOF VAN JUSTITIE

       20 Dec, 2019, 15:29

 De vonnissen van de Krijgsraad uitgesproken in de burgerkamer zijn vandaag gepubliceerd door het Hof van Justitie.  

Het Hof van Justitie heeft vandaag in zijn uitspraken databank op rechtspraak.sr de vonnissen van de Krijgsraad in het 8 decemberstrafproces gepubliceerd. Het vonnis van Desi Bouterse is 116 pagina’s.  Desi Bouterse, ex-legerleider, is veroordeeld voor medeplegen van moord. 

Het gaat om de uitspraken gedaan op 29 november 2019 in de Burgerkamer in de zaak tegen Bouterse, Etiënne Boerenveen, Jimmy Stolk en Arthy Gorré. Bouterse heeft 20 jaar celstraf gekregen, conform de eis van het Openbaar Ministerie. Boerenveen tegen wie 20 jaar was geëist, is vrijgesproken. Stolk is eveneens vrijgesproken, zoals geëist en het Openbaar Ministerie is niet ontvankelijk verklaard in de zaak tegen Gorré, die intussen is overleden. 

De uitspraken gewezen door Krijgsraad president Cynthia Valstein-Montnor en de leden Suzanne Chu en Rewita Chatterpal zijn eerst geanonimiseerd. Er komen geen namen van getuigen voor. http://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/56130

De militaire kamer van de krijgsraad Suriname. In het midden voorzitter Cynthia Valstein-Montnor. 

Wederom een verbluffende timing van de rechterlijke macht.  Net voor het kerstreces en de komst van het politieke constitutioneel hof. Net als 29 november loopt de veroordeelde verdachte president die een administratieve coup probeerde te plegen, achter op de feiten wereldkundig gemaakt door de Krijgsraad. De feiten van de schending van mensenrechten zijn voor de hele wereld beschikbaar en is het leugenachtige charme offensief van de ambassadeur Harvey Naarendorp hiermee geloochenstraft. Hopelijk gaat de politieke partij van de veroordeelde verdachte president nu een toontje lager zingen.

De burgerkamer van de Krijgsraad Suriname. In het midden voorzitter Cynthia Valstein-Montnor. Susanna Chu (links) en Rewita Chatterpal(rechts)

 

 

In Suriname hebben wij te maken met  schending van mensenrechten door de veroordeelde verdachte president die een gerechtelijk vonnis bij verstek te horen kreeg toen hij op staatsbezoek in China was van 27 november tot 29 november en als een dief in de nacht onverrichterzake terug vloog zonder staatsbanquet en protocol van uitgeleide door de Chinese President Xi Jingping. Een juridisch proces dus omdat het simpelweg om moorden gaat en geen politiek proces dus. In de Verenigde Staten ligt de Amerikaanse president eveneens onder vuur, maar hier is sprake van een puur politiek proces. Een vergelijking met het  democratische politieke systeem  waar een president in de VS wel tussentijds kan worden afgezet middels een impeachement procedure terwijl die mogelijkheid in Suriname ontbreekt, is een goede eyopener om onze grondwet aan te passen. Wij zitten nu als volk met de gebakken peren van een man die zich achter het president schap is gaan verschuilen.

Beslissing krijgsraad verstandig en goed, zegt advocaat Spong – ABC Online Nieuws

https://www.youtube.com/watch?v=yi37Yt70ApE

01 mei  2021

 

‘Verzetszaak 8-Decemberproces dankzij Bouterse in eindfase’

30-04-2021 

Desi Bouterse op weg naar de zitting van de Krijgsraad (archieffoto)

Vandaag was een zitting van de verzetszaak in het 8-decemberstrafproces. De verdachte Desi Bouterse zou vandaag aan het woord komen, om aan te geven waarom hij het oneens is met het vonnis dat op 29 november 2019 tegen hem werd uitgesproken. Tot ieders verbazing besloot Bouterse niet te praten, door gebruik te maken van zijn zwijgrecht; het recht van een verdachte om niet gehoord te worden tijdens de zittingen in het strafproces. Als het van Hugo Essed, de advocaat van de nabestaanden afhangt, komt dit besluit de nabestaanden juist ten goede. Hiermee is de rechtszaak direct in de eindfase beland en volgt heel binnenkort een vonnis.

De zitting was uitgeschreven voor 9:00 uur, maar moest kort weer geschorst worden, omdat advocaat Irvin Kanhai, de raadsman van Bouterse, verlaat was. Kort erna kon de rechter van start. Op de vorige zitting heeft de president van de Krijgsraad, Cynthia Valstein-Montnor, aangegeven dat de mogelijkheid bestaat om getuigen te horen. Zowel de verdediging als de vervolging konden tot uiterlijk 15 april 2021 de namen en adressen van getuigen doorgeven aan de Krijgsraad. Vandaag hebben Kanhai en auditeur-militair (AM) Manro Daning laten weten dat zij geen nieuwe getuigen hebben. De inhoudelijke behandeling kon dus verder, beginnend bij het verhoor van Bouterse.

De rechter was duidelijk verbaasd toen Bouterse te kennen gaf niet aan het woord te willen komen, en dat hij gebruik zal maken van zijn zwijgrecht. De rechter heeft Bouterse toen meegedeeld dat de bedoeling van de verzetszaak juist is dat de verdachte zichzelf alsnog kan verdedigen en aangeeft waar hij het niet mee eens was tijdens het vorig proces dat leidde tot de veroordeling van 20 jaar. Bouterse herhaalde ferm dat hij achter zijn besluit tot zwijgrecht staat.

Vervolgens vroeg de Krijgsraad als de auditeur-militair wilde reageren op het besluit van Bouterse. De AM had slechts één vraag: staat de verdachte nog achter zijn eerder afgelegde verklaringen bij de rechter-commissaris op 28 juni 2001 en 30 november 2004? Bouterse antwoordde toen dat hij persisteert bij deze twee verklaringen en achter de inhoud daarvan staat. Kanhai had toen niets toe te voegen.

De Krijgsraad heeft zich vervolgens teruggetrokken om te overleggen over het vervolg van deze strafzaak. Na de schorsing gaf de rechter te kennen dat de zitting verdaagd wordt naar 31 mei 2021, waarbij de auditeur-militair zijn requisitoir kan houden, gevolgd door het pleidooi van Kanhai op dezelfde dag.

Bouterse werd aangezegd om aanwezig te zijn bij die zitting. De rechter hield hem voor dat hij sowieso de gelegenheid heeft om het laatste woord te voeren.

https://sun.sr/Details/9049_o4lAg8NV4rR3DrTKY70J2bMxysnyYWM5BMGyIgSb2KZA0m20qEiPLCmHRZYVLnDFbDFPa4TmBroyDavRdGPVn165444aFaFazT4u76ZQ5aFaFabFbFbjorUcFcFc_0304367boutersev.jpg

Bouterse en Kanhai hadden besluit excepties verwacht

 
 

01 Apr, 2021, 00:01

foto

 Ex-legerleider Desi Bouterse is niet verrast met de uitkomst van de zitting. Hij had verwacht dat de excepties zouden worden verworpen. (Foto’s: Raoul Lith) 

Ex-legerleider Desi Bouterse is net als zijn raadsman Irvin Kanhai niet verrast met de uitkomst van de zitting waarbij alle excepties zijn verworpen. Hij merkte na afloop op dat het om een politiek proces gaat. De inhoudelijke behandeling van de zaak begint op 30 april. Tot 15 april heeft de verdachte de ruimte om namen van getuigen op te geven aan de Krijgsraad.

 
Hugo Essed, die de nabestaanden van het 8 decemberstrafproces juridisch bijstaat, hoopt dat de inhoudelijke behandeling van de verzetszaak in hoog tempo zal worden afgehandeld. De decembermoorden hebben ruim 39 jaar geleden plaatsgevonden. Essed vindt dat 40 jaar niet moet passeren zonder dat de zaak is afgewikkeld. “We hebben alles gevolgd en het leek ons heel onwaarschijnlijk dat een van de verweren aangenomen zou worden,” antwoordt Essed na afloop op vragen van journalisten. Hij geeft aan dat de Krijgsraad alles heel systematisch op een rij heeft gezet met literatuur en vonnissen en duidelijk heeft gemotiveerd waarom alle verweren zijn verworpen.
 
Hugo Essed hoopt dat in hoog tempo de verzetszaak inhoudelijk wordt behandeld.
 
Kanhai vindt het heel jammer dat de Krijgsraad één punt onbesproken heeft gelaten. “De dagvaarding is getekend door de vervolgingsambtenaar en niet door de auditeur-militair”. In de wet is duidelijk aangegeven dat de dagvaarding door de auditeur-militair moet worden getekend. Hij is het niet eens met de zienswijze van de Krijgsraad, maar heeft er wel respect voor. “De krijgsraad heeft overwogen dat volgens haar met ‘de rechter’ in artikel 137 wordt bedoeld zowel de straf- als de civiele rechter”. Kanhai vindt dat de Krijgsraad de Amnestiewet niet kan toetsen. Verder zou het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moeten worden verklaard. De Krijgsraad vindt de excepties ongegrond.
 
Over het opbrengen van getuigen die op de zitting gehoord kunnen worden, zegt Kanhai dat “het niet alleen gaat om nieuwe getuigen, maar ook getuigen die reeds gehoord zijn, mogen we opnieuw opgeven”. Hij kan nog niet aangeven welke getuigen opgebracht zullen worden. De raadsman moet nog afstemming plegen met zijn cliënt.
 
Irvin Kanhai is het niet eens met de Krijgsraad, maar heeft wel respect voor de beslissing.
 
Essed voert aan dat de Krijgsraad beslist welke getuigen worden opgeroepen. Hij verwacht niet dat er veel zal veranderen, aangezien tijdens het proces zaken uitgebreid aan de orde zijn gekomen. Volgens hem hoeft de inhoudelijke behandeling niet lang te duren. “Er valt niets nieuws meer te zeggen over noch het standpunt van de verdediging noch het standpunt van het Openbaar Ministerie,” meent Essed. Hij hoopt dat de inhoudelijke behandeling plaats kan vinden in marathonzittingen of in wekelijkse frequentie.
 
Raoul Lith

Breaking: Krijgsraad verklaart excepties Kanhai ongegrond

 
 

31 Mar, 2021, 09:44

De Krijgsraad heeft de excepties die raadsman van ex-legerleider Desi Bouterse, Irvin Kanhai, had opgeworpen zojuist niet gegrond verklaard. Hiermee wordt de weg geopend voor de inhoudelijke behandeling van de verzetszaak in het 8 december Strafproces. Indien de Krijgsraad was meegegaan met de raadsman, zou het proces gelijk zijn gestopt vandaag zonder gevolgen voor Bouterse. 

 
Kanhai had aangevoerd op de zitting van 30 november 2020 dat de dagvaarding tegen zijn cliënt nietig is. Hij vindt dat de Krijgsraad zich onbevoegd moet verklaren om de zaak te behandelen en het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard. De raadsman is het er niet eens mee dat de Krijgsraad de Amnestiewet buiten toepassing heeft gelaten.
 
De raadsman heeft aangegeven dat de Krijgsraad artikel 137 van de Grondwet in een onjuiste context heeft getoetst en had buiten beschouwing gelaten moeten worden. De competentie valt onder de burgerlijke rechter. De Krijgsraad is volgens de raadsman als strafrechtspreker onbevoegd de Amnestiewet te toetsen, met als gevolg dat deze wet in haar volle omvang van toepassing is.
 
Verdachte Desi Bouterse onderweg naar de zitting. Naast hem zijn raadsman Irvin Kanhai.
(Foto: Raoul Lith)
 
Auditeur-militair Manro Danning had aangegeven dat er geen sprake is van nietigheid van de dagvaarding. Hij voerde aan dat in geval de verdachte niet op de hoogte was van de inhoud van de dagvaarding, hoe Kanhai dan verweren heeft gevoerd. Naar zijn oordeel voldoet de dagvaarding aan alle wettelijke eisen. Hij vindt dat in een verzetszaak geen andere dagvaarding aan de verdachte wordt uitgereikt, maar dat het gaat om dezelfde dagvaarding waartegen een verstekvonnis is uitgesproken.
 
De zitting heeft kort geduurd. Alle excepties zijn verworpen. De zaak is voor 30 april weer op de rol.

Breaking: 31 maart uitspraak in zaak Bouterse

Bouterse voor aanvang van de zitting van de Krijgsraad. Foto: Suriname Herald

De Krijgsraad doet op 31 maart uitspraak over de excepties die opgeworpen zijn in de verzetzaak van Desi Bouterse. De zitting is verdaagd naar 31 maart. De Krijgsraad gaat zich nu buigen over de verweren die door de verdediging van Bouterse en de auditeur-militair zijn aangevoerd.

De advocaat van Bouterse, Irvin Kanhai, heeft de geldigheid van de dagvaarding in twijfel getrokken. De raadsman is van mening dat de dagvaarding nietig verklaard moet worden. De dagvaarding voldoet volgens hem niet aan artikel 242 van het Wetboek van Strafvordering. Ook haalde hij dat de Amnestiewet van 2012 aan. Kanhai vindt dat de Krijgsraad niet voorbij kan gaan aan deze wet.

Desi Bouterse. Foto: Suriname Herald

Auditeur-militair Manro Danning betoogde dat de dagvaarding wel geldig is. Hij vroeg de Krijgsraad de excepties van Kanhai af te wijzen. Ook zei de auditeur-militair dat de Amnestiewet niet van toepassing kan zijn op deze zaak. Hij onderbouwde dit door te stellen dat inmenging in zaken die reeds bij de rechter zijn, niet is toegestaan. Hij verwees hierbij naar artikel 131 van de Grondwet.

Op vragen van de rechter wist Bouterse niet meer wat zijn woonadres is. De rechter vroeg hem of hij wou reageren op hetgeen naar voren was gebracht. Bouterse zei dat hij daar geen behoefte aan had.

Bouterse werd door zijn echtgenote, Ingrid Bouterse-Waldring en partijgenoten begeleid naar het gerechtsgebouw. Er waren veel politiemanschappen aanwezig.

https://www.srherald.com/suriname/2021/02/26/breaking-31-maart-uitspraak-in-zaak-bouterse/

Bouterse weet ook niet waar Hoefdraad is – ABC Online Nieuws https://www.youtube.com/watch?v=mtDdvoDSWuE

26 februari 2021

Vandaag was er wederom een zitting in de verzetzaak van Desi Bouterse, in het 8-decemberstrafproces. De Krijgsraad zal op 31 maart een uitspraak doen over de excepties van advocaat Irvin Kanhai.
Opvallend is dat Bouterse zich bij aanvang van de zitting niet kon herinneren wat zijn adres was. Ook toen de rechter vroeg wat zijn beroep is, moest hij daar langere tijd over nadenken.
Volgens Essed kan het gaan om een ‘black out’. Maar het zou ook een tactiek kunnen zijn die mogelijk juridische gevolgen heeft voor het proces. Essed speculeert daarover.
 
8-decemberstrafproces wordt op 29 januari vervolgd
Vandaag is Desi Bouterse verschenen voor de Krijgsraad. Hij heeft een verklaring voorgelezen waarin onder andere staat waarom hij verzet heeft aangetekend, waarom hij nooit verschenen is in de rechtzaal en wat zijn kritiek is op het proces. Hij vroeg de Krijgsraad om hem vrij te spreken van alle schuld, als gevolg van wat hij de ‘8-december gebeurtenissen’ noemde.
Advocaat Irvin Kanhai heeft de ruimte gehad om excepties op te werpen. Kanhai vindt dat de dagvaarding van Bouterse nietig verklaard moet worden, omdat het niet voldoet aan de wettelijke voorschriften. Daarnaast vindt Kanhai dat de Krijgsraad onbevoegd is geweest om de Amnestiewet buiten toepassing te laten.
Valstein-Montnor die tijdens de zitting Bouterse steeds aansprak met ‘verdache’, heeft bepaald dat de Auditeur Militair op 29 januari 2021 mag antwoorden op de opgeworpen excepties van Kanhai. Op die dag is er ruimte om te repliceren en dupliceren, vertelt Hugo Essed, advocaat van de nabestaanden.
8-decemberstrafproces wordt op 29 januari vervolgd - ABC Online Nieuws
 
 
YOUTUBE.COM
8-decemberstrafproces wordt op 29 januari vervolgd – ABC Online Nieuws
ABC Online Nieuws – 30 nov 

Krijgsraad: “Waarom wordt verzet aangetekend?”

Gerechtsgebouw. Foto: Suriname Herald

De Krijgsraad wil van Desi Bouterse weten waarom die verzet heeft aangetekend tegen het uitgesproken vonnis in de 8-decemberstrafzaak. De president van de Krijgsraad, Cynthia Valstein-Montnor, gaf tijdens de behandeling van de verzetzaak aan, dat ze het belangrijk acht om dit te weten. De verdachte is in twaalf jaar tijd niet verschenen bij de behandeling van de zaak, die uitputtend behandeld is.

De zaak is verdaagd naar 30 november, omdat Bouterse niet aanwezig kon zijn vanwege een overmachtssituatie. Zijn raadsman, Irvin Kanhai, kon vanwege de geheimhoudingsplicht niet aangeven wat de overmachtssituatie is. Hij heeft een verklaring overhandigd, waarin de reden van de afwezigheid van zijn cliënt is vermeld. Kanhai heeft ook aan de Krijgsraad gevraagd het niet publiekelijk bekend te maken.

Auditeur-militair Manro Danning vroeg net als de president van de Krijgsraad waarom een verzetzaak is aangetekend. Hij wees op het belang van verzet en verwees naar de wetgever, de rechtsspraak en de literatuur die stellen dat de verdachte de gelegenheid moet hebben om in een verzetzaak zelf zijn verdediging te voeren. Ook heeft hij limitatief opgesomd wanneer de verdachte zich wel kan laten vertegenwoordigen.

Hij verwees naar artikel 262 te weten: “In zaken betreffende strafbare feiten waarop geen gevangenisstraf is gesteld, kan de verdachte zich doen vertegenwoordigen door een advocaat bepaaldelijk daartoe door hem gevolmachtigd of indien hem uitsluitend als overtreding strafbaar gestelde feiten zijn ten laste gelegd ook een daartoe bij bijzondere volmacht schriftelijk gemachtigde tenzij het Hof vertegenwoordiging niet mocht toelaten; in het laatste geval schorst het Hof het onderzoek voor een bepaalde tijd.”

Kanhai op zijn beurt heeft duidelijk gemaakt dat er geen evenwichtig oordeel is geweest in de het vonnis. In het vonnis van het 8-decemberstrafproces is Bouterse veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf. Het 40 pagina’s tellende verstekvonnis bestaat volgens Kanhai uit getuigenverklaringen.

Hij mist ook de verklaring die Peter van Haperen heeft afgelegd in het vonnis. Kanhai heeft geen verweren kunnen voeren, omdat Bouterse niet aanwezig was. Met het verdagen van de zaak naar 30 november, wordt de verdachte alsnog in de gelegenheid gesteld om te verschijnen voor de Krijgsraad.

Hugo Essed, raadsman van de nabestaanden van het 8-decemberzaak, zei dat Bouterse bij de eerstvolgende zitting zal moeten verschijnen. “Zonder de verdachte is er geen behandeling in de verzetzaak,” zei Essed.

Vishmohanie Thomas

https://www.srherald.com/suriname/2020/10/31/krijgsraad-waarom-wordt-verzet-aangetekend/

Breaking: Verzetzaak Bouterse uitgesteld naar 30 november

Bouterse sprak aanhangers op het Onafhankelijkheidsplein toe na de zitting van de verzetzaak op 22 januari. Het was de eerste keer dat Bouterse in deze zaak voor de Krijgsraad verscheen. Foto: Suriname Herald

De verzetsprocedure tegen Desi Bouterse is uitgesteld naar 30 november. Dit heeft de Krijgsraad zojuist tijdens de zitting bekendgemaakt. De Krijgsraad is van mening dat het om een verzetzaak gaat en Bouterse daarom gewoon aanwezig moet zijn.

Er werd door de Krijgsraad gevraagd naar de reden van de afwezigheid van Bouterse. Kanhai overhandigde de Krijgsraad aan het begin van de zitting een brief om aan te geven waarom zijn cliënt Bouterse vandaag niet op de zitting aanwezig kan zijn. De raadsman van Bouterse vroeg de Krijgsraad uitdrukkelijk om de brief niet publiekelijk kenbaar te maken.

De Krijgsraad heeft de inhoud van de brief niet kenbaar gemaakt en heeft de zitting wegens een overmachtssituatie uitgesteld.

Bouterse moet op de zitting van 30 november wel verschijnen voor de Krijgsraad.

BOUTERSE MAG VERSTEK VONNIS NIET MISBRUIKEN. PROCES MOET METEEN EINDIGEN BIJ ZIJN AFWEZIGHEID

Publicatie datum: 29 okt 2020 | Bron: United News | Door: Redactie

PARAMARIBO – Vrijdag zal de tweede fase ingaan van het zogeheten 8 december strafproces waarbij voormalig president en leider van de revolutie, Desi Bouterse als hoofdverdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaar.  

Er zijn nu 38 jaar verstreken sinds de moorden hebben plaatsgevonden in het Fort Zeelandia. De rechter kwam in een proces dat 13 jaar heeft geduurd tot een verstekvonnis. Dit tot verbazing van juristen en critici. Zij vinden dat er geen sprake moest zijn van en verstek vonnis omdat Bouterse in rechte werd vertegenwoordigd door zijn raadsman Irvin Kanhai.

Daarnaast was Bouterse persoonlijk in kennis was van het strafproces. “nu meneer Bouterse als hoofdverdachte geen persoonlijke bijdrage wil leveren aan het strafproces en vrijdag niet in de rechtszaal verschijnt, zal de krijgsraad zich moeten afvragen welk belang nog overeind staat”, zegt Advocaat Gaetano Best. 

Hij staat de nabestaanden bij in de klacht die zij hebben ingediend bij de mensenrechtencommissie van de Organisatie van Amerikaanse Staten. Best zegt dat het antwoord op de vraag, waarom de krijgsraad ervoor heeft gekozen Bouterse bij verstek te veroordelen tot een gevangenisstraf van 20 jaar, in de context geplaats moet worden van hoe het hele proces is verlopen.

“Toen het proces begon tot het einde, was de machtspositie van Bouterse direct aanwezig. Er is niet voor niets gekozen om, zeker aan het begin van het proces te kiezen voor de militaire en zwaar beveiligde bunker te Boxel. We kunnen zeggen dat de krijgsraad een fout heeft gemaakt maar ik noem het liever dat gekozen is voor een gemakkelijkere weg. 

Stel dat de krijgsraad geen verstek vonnis had gewezen en bij het vonnis de in verzekering stelling van de verdachte had gelast. Dan hadden we in Suriname waarschijnlijk een andere situatie gehad en daar was er terecht de vrees voor.

Dus ik kan me voorstellen dat de Krijgsraad niet alleen rekening heeft gehouden met de juridische aspecten, maar ook met het machtsvraagstuk en Bouterse de gelegenheid heeft gegeven in persoon een bijdrage te leveren aan het proces. Dit betekent wel dat het verstek vonnis de verdachte Bouterse het recht geeft om in verzet te gaan. De consequentie is wel dat dit de nabestaanden die al zo lang wachten op een finaal moment, duur is komen te staan. Volgens Best kan Bouterse met het verzet proces dat vrijdag begint, het rechtsproces eindeloos traineren. “Elke advocaat die dit middel in handen krijgt zal er gebruik van maken. De advocaat van Bouterse zou bijvoorbeeld het hele proces dat hij in de verstekzaak heeft gevoerd weer kunnen opvoeren, tenzij de Krijgsraad zich op het standpunt stelt dat het verzet slechts bedoeld is om de verdachte de gelegenheid te geven in persoon een bijdrage te leveren aan de waarheidsvinding. De bijdrage van Kanhai is er al geweest”, legt Best uit. Volgens hem zal de krijgsraad dit zeker in overweging moeten nemen wanneer Bouterse weer niet verschijnt in deze tweede zaak en geen gebruik maakt van de gelegenheid die de Krijgsraad hem heeft geboden. Ook de in Nederland woonachtige jurist Gerard Spong is van mening dat de krijgsraad geen verstekvonnis had moeten wijzen, omdat de verdachte bij rechte werd vertegenwoordigd en ook nog in kennis is geweest van het 8 december strafproces. “Als het verzet niet bijdraagt aan de persoonlijke bijdrage van Bouterse, zou ik zeggen stop ermee, want dan staat alleen het belang van de nabestaanden nog overeind. Het verzet mag niet worden misbruikt door de verdachte”, zegt Best. Kanhai heeft enkele dagen terug tegenover Starnieuws verklaard dat Bouterse niet op de zitting aanwezig hoeft te zijn bij deze verzet zaak.

UNITEDNIEUWS

https://surinamenieuwscentrale.com/content/bouterse-mag-verstek-vonnis-niet-misbruiken-proces-moet-meteen-eindigen-bij-zijn-afwezigheid

Verzetzaak Bouterse in 8 december proces tot nader order uitgesteld

28 juli 2020

Verzetzaak Bouterse in 8 december proces weer uitgesteld

Ex-bevelhebber Bouterse na de rechtszaak op 22 januari 2020 in leger tenue op het Onafhankelijkheidsplein
 

De verzetzaak van Desiré Bouterse, met betrekking tot het 8 decemberstrafproces en het uitgesproken vonnis van 20 jaar gevangenisstraf, is tot nader order uitgesteld. De verzetzaak werd reeds vier keer uitgesteld en zou dienen op donderdag 30 juli 2020. Het uitstellen heeft nu te maken met de corona-maatregelen bij het gerechtsgebouw aan de Wulfingstraat.

 

Afgelopen week werd namelijk bekend dat twee politieagenten die ingedeeld zijn bij de Parketwacht positief getest zijn op COVID-19. Het gerechtsgebouw aan de Mgr. Wulfinghstraat is inmiddels grondig ontsmet en de nodige maatregelen zijn getroffen. 

Bouterse werd op 29 november 2019 door de krijgsraad in Suriname bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaar wegens zijn aandeel in de Surinaamse Decembermoorden in 1982. Enkele dagen later tekende hij tegen deze beslissing verzet aan

Hij verscheen hiervoor op 22 januari dit jaar in persoon en gekleed in militair tenue voor de rechter, maar stond na enkele minuten weer buiten omdat de Krijgsraad niet voltallig was. De zaak werd verdaagd naar maart, maar toen brak de corona pandemie uit.

Nadat de verzetzaak op 22 januari reeds was verschoven naar 31 maart, was de krijgsraad genoodzaakt om die wederom te verschuiven vanwege de ontstane situatie inzake COVID-19. De zaak stond daarna voor 29 april op de rol bij de krijgsraad, maar dat ging ook niet door en werd verschoven naar dinsdag 30 juni.

Eind juni werd bekend dat ook 30 juni niet doorging en dat die zitting een maand werd uitgesteld naar komende donderdag 30 juli 2020, die dus ook niet doorgaat.

https://www.waterkant.net/suriname/2020/07/28/verzetzaak-bouterse-in-8-december-proces-tot-nader-order-uitgesteld/

Rechtszaak Bouterse voorlopig uitgesteld naar 29 april

27 Mar, 2020, 14:46

foto

 

 

De rechtszaak tegen Desi Bouterse is door de Krijgsraad voorlopig verschoven naar 29 april. Dit heeft te maken met de maatregelen die getroffen zijn door het Hof van Justitie rond Covid-19. Advocaat Irvin Kanhai zegt aan Starnieuws dat het logisch is dat de zaak is uitgesteld. De uitstel van de zaak was bij de griffie opgeplakt. 

 
Kanhai merkt op dat bij alle zaken beperkingen zijn. Zo mag bij een kort geding slechts één advocaat aanwezig zijn. De meeste zaken zijn uitgesteld. Verdachten worden over het algemeen ook telefonisch gehoord. De zitting van het 8 decemberstrafproces is openbaar. “Je weet niet hoeveel mensen de zitting zouden willen bijwonen. Het is niet verantwoord om de zitting nu te houden,” stelt Kanhai. 
 
Het gerechtelijk vooronderzoek tegen zijn cliënt, Robert van Trikt, gaat nog normaal door. “Daar worden nog getuigen gehoord,” merkt Kanhai op. 

Van Trikt heeft miljarden verduisterde SRD’s doorgesluisd naar Hoefdraad

Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 30 juni 2000, Herzieningsaanvrage Bouterse

in Cassatie.

ECLI:NL:HR:2006:AV0613
Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
31-01-2006
Datum publicatie
31-01-2006
Zaaknummer
02212/05 H
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2000:AA6305
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie
Herzieningsaanvrage Bouterse. De aanvrage bestaat uit drie gronden. De eerste grond komt hierop neer dat uit nieuw bekend geworden feiten blijkt dat het OM in de strafzaak wat betreft de met getuige X getroffen overeenkomst ernstig is te kort geschoten door aan het hof geen volledige opening van zaken te geven; de in de strafzaak tegen aanvrager door X afgelegde verklaringen zijn niet overeenkomstig de waarheid afgelegd. Ten tweede berust de aanvrage op een op 2-5-05 afgelegde verklaring van Y, eigenaar van het schip waarmee het Stellendamtransport zou hebben plaatsgevonden, inhoudende dat X in een gesprek met Y in 1998 in een parketbusje zou hebben gezegd “dat hij zou gaan verklaren, dat die drugs van Bouterse waren en dat hij daar Justitie een groot plezier mee zou doen en dat hij dan strafvermindering zou krijgen”, terwijl aanvrager volgens Y niets met die zaak te maken had en X dat ook zou hebben toegegeven. De derde grond behelst een beroep op een beslissing tot niet vervolging van een medeverdachte van aanvrager. De in de aanvrage aangevoerde feiten en omstandigheden kunnen noch afzonderlijk, noch in samenhang beschouwd, een ernstig vermoeden wekken als bedoeld in art. 457.1.2 Sv. De aanvrage is kennelijk ongegrond.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 457
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 75
RvdW 2006, 180
NBSTRAF 2006/77
Verrijkte uitspraak
Uitspraak
31 januari 2006

Strafkamer

nr. 02212/05 H

IC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage van 30 juni 2000, parketnummers 09/754087-97 en 09/754033-99, ingediend door mr. I.N. Weski, advocaat te Rotterdam, namens:

[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedatum] 1945, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

1.1. Het Hof heeft, met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te ‘s-Gravenhage van 16 juli 1999, de aanvrager ter zake van “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in art. 2, eerste lid, onder A van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf jaren.

1.2. De Hoge Raad heeft bij arrest van 23 oktober 2001 het tegen ’s Hofs arrest ingestelde cassatieberoep verworpen.

2. De procesgang in herziening

De aanvrage tot herziening is op 25 juli 2005 bij de Hoge Raad ingediend. Op 8 augustus 2005 heeft mr. Weski een aanvulling op de aanvrage ingediend, die op 14 september 2005 is gevolgd door een tweede aanvulling.

De aanvrage en de aanvullingen daarop zijn aan dit arrest gehecht.

3. De bewezenverklaring en de bewijsvoering

3.1. Bij de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd is ten laste van de aanvrager bewezenverklaard:

“dat hij op of omstreeks 9 september 1997, te Stellendam (gemeente Goedereede) en/of elders te Nederland tezamen en in vereniging met [getuige 1] en anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van ongeveer 474 kilogram (inclusief verpakkingsmateriaal) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel, vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.”

3.2. Het Hof heeft de bewezenverklaring mede doen steunen op een drietal verklaringen van de getuige [1], afgelegd tegenover de politie onderscheidenlijk ten overstaan van het Hof ter terechtzitting in hoger beroep.

3.3. Die verklaringen zijn blijkens ’s Hofs arrest tot stand gekomen nadat [getuige 1] met de Staat der Nederlanden een – op 19 maart 1999 door [getuige 1] en de hoofdofficier, Hoofd van het arrondissementsparket te Den Haag, ondertekende – overeenkomst had gesloten als bedoeld in de Richtlijn afspraken met criminelen (Stcrt. 1997, 61). Die overeenkomst hield, zakelijk weergegeven en voorzover hier van belang, in dat [getuige 1] zich verplichtte tot het afleggen van (nadere) verklaringen omtrent de betrokkenheid van de aanvrager bij de handel in verdovende middelen, waartegenover het Openbaar Ministerie zich verbond tot inspanningen strekkende tot vermindering van een aan [getuige 1] ter zake van zijn aandeel in het Stellendamtransport opgelegde gevangenisstraf van acht jaren en tot het uitbrengen van een positief advies ten aanzien van door [getuige 1] in te dienen verzoeken om begeleid verlof dan wel om schorsing van de voorlopige hechtenis ter gelegenheid van de verjaardag van zijn minderjarige dochter. Het Hof heeft deze overeenkomst in de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht na een uitvoerige toetsing rechtmatig en toelaatbaar geoordeeld.

3.4. Blijkens een in zijn uitspraak opgenomen nadere bewijsoverweging heeft het Hof het bewijs van de betrokkenheid van de verdachte (thans de aanvrager) bij het bewezenverklaarde feit in beslissende mate doen steunen op die door de getuige [1] afgelegde verklaringen.

4. De eerdere herzieningsaanvrage

4.1. De Hoge Raad heeft een eerdere aanvrage tot herziening van voormeld arrest van het Hof bij arrest van 4 maart 2003, LJN AF0227, voor wat betreft het eerste onderdeel van die aanvrage niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen.

4.2. Die aanvrage berustte blijkens dat arrest op de volgende gronden:

“4.2. De aanvrage kan in twee onderdelen worden onderscheiden. Het eerste onderdeel (aanvrage onder A) betreft de omstandigheid dat na het wijzen van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht in de publiciteit is gekomen dat [getuige 1] in mei 2000 van een verleend verlof niet is teruggekeerd en zich aan zijn detentie heeft onttrokken, terwijl het Openbaar Ministerie hem kennelijk nadien heeft kunnen bereiken voor een ondervraging. Op grond daarvan wordt in de aanvrage betoogd dat verzoeker “zich niet aan de indruk [kan] onttrekken dat met [getuige 1] verdergaande afspraken zijn gemaakt (…) dan uit de overeenkomst (…) blijkt. Dat [getuige 1] de gelegenheid is geboden de wijk te nemen derhalve”.

4.3. Het tweede onderdeel (aanvrage onder B) betreft de omstandigheid “dat [getuige 2] (…) vanaf 1 augustus 2001 een aantal verklaringen [heeft] afgelegd die lijnrecht indruisen tegen de verklaringen van [getuige 1], althans daar waar het de beweerde betrokkenheid van verzoeker bij het Stellendamtransport betreft”.”

4.3.1. Met betrekking tot de aanvrage onder A oordeelde de Hoge Raad – kort samengevat – dat de enkele omstandigheid dat [getuige 1] zich aan zijn detentie zou hebben onttrokken, geen enkel verband houdt met de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht en de gronden waarop deze berust, en reeds daarom niet als novum kan gelden. De door die omstandigheid bij de aanvrager mogelijk gewekte indruk betreft, aldus de Hoge Raad, geen omstandigheid van feitelijke aard en kan daarom niet als novum in aanmerking komen.

Dit onderdeel van de aanvrage werd niet-ontvankelijk verklaard.

4.3.2. De Hoge Raad oordeelde met betrekking tot de aanvrage onder B – kort samengevat – het volgende.

Bij de waardering van drie overgelegde verklaringen van [getuige 2] verdient opmerking dat die in zijn eigen strafzaak – dus niet onder ede – zijn afgelegd, terwijl die verklaringen neerkomen op een ontkenning van zijn betrokkenheid bij het strafbare feit. De omstandigheid dat [getuige 2] niettemin ter zake van dat strafbare feit is veroordeeld noopt tot behoedzaamheid bij de beoordeling van de waarheidsgetrouwheid van diens verklaringen. De enkele omstandigheid dat [getuige 2] heeft verklaard dat [getuige 1] hem heeft verteld dat “het hele verhaal rond [aanvrager] een verzinsel is geweest” en dat de reden daarvoor was dat hij, [getuige 1], strafvermindering zou krijgen, is onvoldoende om aan te nemen dat de voor het bewijs gebezigde verklaringen van [getuige 1] niet de waarheid behelzen, te meer nu het Hof die verklaringen tegen de achtergrond van de door de Staat met hem gesloten overeenkomst ampel en uitdrukkelijk op hun betrouwbaarheid heeft getoetst. Voorts is van belang dat waar de betrokkenheid van de aanvrager vooral steunt op de beschrijving van [getuige 1] van een drietal ontmoetingen met de aanvrager, die ontmoetingen door [getuige 2] op geen enkele wijze worden weersproken. Uit de overgelegde latere verklaring van [getuige 1] blijkt niet dat hij terugkomt van zijn in de strafzaak tegen de aanvrager afgelegde en voor het bewijs gebezigde verklaringen.

Dit onderdeel van de aanvrage werd ongegrond verklaard.

5. De grondslag van de aanvrage

5.1. De Hoge Raad onderscheidt in de aanvrage de volgende gronden.

5.2. De eerste grond komt kennelijk hierop neer dat uit nieuw bekend geworden feiten blijkt dat het Openbaar Ministerie in de strafzaak wat betreft de met de getuige [1] getroffen overeenkomst ernstig is te kort geschoten door aan het Hof geen volledige opening van zaken te geven. Ware de rechter daarmee bekend geweest, dan zou dat, aldus de aanvrage, geleid hebben tot niet-ontvankelijk-verklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging, althans tot vrijspraak. In dat verband wordt in de aanvrage tevens de stelling betrokken dat uit genoemde feiten volgt dat de in de strafzaak tegen de aanvrager door [getuige 1] afgelegde verklaringen niet overeenkomstig de waarheid zijn afgelegd.

5.3. In de tweede plaats berust de aanvrage – kennelijk al dan niet in samenhang met de eerste grond – op een op 2 mei 2005 ten overstaan van mr. Weski afgelegde verklaring van [getuige 3], eigenaar van het schip waarmee het Stellendamtransport heeft plaatsgevonden. In die verklaring gewaagt [getuige 3] van een gesprek met [getuige 1], dat in 1998 in een parketbusje zou hebben plaatsgevonden en waarin [getuige 1] tegen [getuige 3] over het Stellendam-transport zou hebben gezegd “dat hij zou gaan verklaren, dat die drugs van [aanvrager] waren en dat hij daar Justitie een groot plezier mee zou doen en dat hij dan strafvermindering zou krijgen”, terwijl de aanvrager volgens [getuige 3] niets met die zaak te maken had en [getuige 1] dat ook zou hebben toegegeven.

5.4. Ten slotte wordt in de eerste aanvulling op de aanvrage een beroep gedaan op een beslissing tot niet vervolging van een medeverdachte van de aanvrager.

6. Beoordeling van de aanvrage

6.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voorzover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.

De eerste grond

6.2.1. Wat de eerste grond betreft houdt de aanvrage allereerst een opsomming in van feiten en omstandigheden die in de aanvrage zijn samengevat als “perikelen omtrent de feitelijke vrijlating” van [getuige 1]. Kennelijk strekt de aanvrage op dit punt ten betoge dat door het Openbaar Ministerie aan [getuige 1] – destijds niet bekend geworden – toezeggingen zijn gedaan aangaande de (beëindiging van de) executie van de door hem te ondergane straf.

6.2.2. Voor die stelling biedt hetgeen in de aanvrage wordt aangevoerd onvoldoende steun. Zoals de aanvrager ook zelf reeds aanvoert worden zijn stellingen op dit punt immers niet eenduidig door de overgelegde onderzoeksresultaten ondersteund. Zo valt uit diverse door de aanvrager overgelegde processen-verbaal van verhoor af te leiden dat tegenover een verklaring van [getuige 1] dat hij vroegtijdig uit detentie is ontslagen, verklaringen staan van politiefunctionarissen en van de Officier van Justitie dat [getuige 1] zich in strijd met de afspraken aan zijn verdere detentie heeft onttrokken.

6.3.1. Voorts wordt in de aanvrage de stelling betrokken dat uit nader bekend geworden feiten blijkt dat aan [getuige 1] in het kader van de door het Openbaar Ministerie met hem gesloten overeenkomst verdergaande toezeggingen zijn gedaan dan die welke aan het Hof zijn geopenbaard, te weten dat hij zijn crimineel vermogen zou mogen behouden en dat de toenmalige medeverdachte [getuige 2] “in dat kader niet zou worden vervolgd”.

6.3.2. Die stelling wordt in de aanvrage geadstrueerd met een veelheid van feiten en omstandigheden, zonder dat evenwel met voldoende duidelijkheid wordt aangeduid welke betekenis daaraan in het verband van die stelling moet worden toegekend.

6.3.3. Voorzover in de aanvrage in dit opzicht wordt bedoeld te betogen dat uit een Belgisch strafrechtelijk onderzoek tegen onder meer [getuige 1] valt te destilleren dat [getuige 1] voorafgaand aan of ten tijde van het Stellendamtransport ook bij andere drugstransporten was betrokken en over grote sommen geld heeft beschikt – en heeft kunnen blijven beschikken – valt niet in te zien dat daaruit zou moeten volgen dat, zoals in de aanvrage wordt geconcludeerd, “hetgeen ter zitting van het Hof in de zaak van verzoeker (is gesteld) niet als de volledige waarheid en verantwoording op dit punt van de motieven en toezeggingen van [getuige 1] (moet) worden beschouwd, althans (…) minimaal aannemelijk (moet) worden geacht, dat het ondervragingsrecht op dit punt niet ten volle benut is kunnen worden en dat het openbaar ministerie gezwegen heeft waar (het) had moeten spreken”.

6.4.1. Verder strekt de aanvrage, naar de Hoge Raad begrijpt, ten betoge dat het Openbaar Ministerie heeft nagelaten het Hof in kennis te stellen van andere strafrechtelijke onderzoeken tegen [getuige 1] ter zake van drugsgelieerde strafbare feiten die zouden zijn gepleegd voorafgaand aan, dan wel in dezelfde periode als het Stellendamtransport. Daartoe wordt gewezen op een ten tijde van de strafzaak tegen de aanvrager aanhangige zaak tegen [getuige 1] bij het Gerechtshof te Arnhem. Voorts is in dit verband bij de tweede aanvulling op de aanvrage overgelegd een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 30 juni 2005. Bij dat arrest is [getuige 1] wegens drugsmisdrijven en witwassen tot straf veroordeeld. Tevens is bij de aanvrage overgelegd een kennelijk in die zaak opgemaakt proces-verbaal van de Belgische politie (in de aanvrage het “synthese-proces-verbaal” genoemd) dat een samenvatting behelst van de bevindingen in het tegen [getuige 1] en medeverdachten ingestelde opsporingsonderzoek.

6.4.2. De aanvrage behelst weliswaar een uitvoerige opsomming van kennelijk aan de onderzoeken in het kader van die andere strafvervolgingen ontleende gegevens, maar maakt niet duidelijk in welk opzicht en in hoeverre die gegevens onverenigbaar zouden zijn met de met [getuige 1] gesloten en door het Hof ampel getoetste overeenkomst en met de door [getuige 1] in het verband van die overeenkomst afgelegde verklaringen. Daarbij komt dat het Hof bekend was met de door het Gerechtshof te Arnhem berechte zaak, nu die zaak in de considerans en in art. 5 van de met [getuige 1] gesloten overeenkomst wordt genoemd (arrest, p. 144 en 146).

6.4.3. Voorzover de aanvrage blijkens hetgeen in de tweede aanvulling daarop is gesteld, bedoelt te betogen dat het Hof te Antwerpen in zijn eerdergenoemd arrest die verklaringen van [getuige 1] ongeloofwaardig zou hebben geacht, berust ze op een verkeerde lezing van dat arrest.

6.4.4. Voorts vormt de enkele in de aanvrage op p. 14 geciteerde passage uit het “synthese-proces-verbaal” van de Belgische politie – tegen de achtergrond van de door het Hof te ‘s-Gravenhage uitvoerig op de betrouwbaarheid getoetste verklaringen van [getuige 1] – onvoldoende grond om aan te nemen dat de voor het bewijs gebezigde verklaringen van [getuige 1] niet de waarheid behelzen.

6.4.5. De aanvrager beroept zich er verder op (in de tweede aanvulling op de aanvrage) dat de verklaringen van [getuige 1] door diens raadsman en de Officier van Justitie zouden zijn gecorrigeerd en aangepast. Daarvoor zou steun zijn te vinden in de verklaring die [getuige 1] tegenover Belgische opsporingsambtenaren op 20 januari 2004 heeft afgelegd in de zaak tegen [getuige 2]. De suggestie die van die stelling uitgaat, te weten dat die verklaringen niet de eigen wetenschap van [getuige 1] zouden behelzen voorzover zij belastend zijn voor de aanvrager, wordt weerlegd door hetgeen [getuige 1] in datzelfde verhoor tevens heeft verklaard. Hij heeft de vraag of hij blijft bij zijn eerder afgelegde verklaringen, zoals deze zijn weergegeven in aan het proces-verbaal van dat verhoor gehechte processen-verbaal, bevestigend beantwoord. Die processen-verbaal bevatten onder meer de belastende verklaringen die het Hof tot bewijs heeft gebezigd (arrest, rov. 25.6 en 25.7).

De tweede grond

6.5.1. In dit onderdeel van de aanvrage wordt een beroep gedaan op de hiervoor onder 5.3 genoemde verklaring van [getuige 3], inhoudende dat deze in 1998 van [getuige 1] zou hebben vernomen omtrent diens voornemen om in strijd met de waarheid te gaan verklaren dat de drugs van de aanvrager waren. Ook daaruit valt niet af te leiden dat de voor het bewijs gebezigde verklaringen van [getuige 1] niet de waarheid behelzen.

6.5.2. In de eerste plaats valt die verklaring van [getuige 3] niet te rijmen met de eigen verklaring van [getuige 1], onder ede afgelegd ter terechtzitting van het Hof op 5 april 2000 (arrest, rov. 26.5), waar hij verklaart dat het initiatief tot het afleggen van voor de aanvrager belastende verklaringen niet van hem is uitgegaan en dat justitie voor het eerst in het voorjaar 1999 – dus na het gesprek waar [getuige 3] op doelt – contact met hem ([getuige 1]) zocht over het afleggen van dergelijke verklaringen.

6.5.3. Voorts volgt uit het arrest van het Hof dat het de verklaringen van [getuige 1] tegen de achtergrond van de door de Staat met hem gesloten overeenkomst uitvoerig en uitdrukkelijk op hun betrouwbaarheid heeft getoetst en dat blijkens dat onderzoek [getuige 1] zijn voor de aanvrager belastende verklaringen onverkort heeft gehandhaafd. Ten slotte volgt uit hetgeen hiervoor onder 6.4.5 reeds werd overwogen dat [getuige 1] ook naderhand bij die verklaringen is gebleven.

De derde grond

6.6. Ten slotte levert de enkele in de eerste aanvulling op de aanvrage genoemde omstandigheid dat tegen de bij het Stellendamtransport betrokken [medeverdachte 1] geen strafvervolging is ingesteld, geen grond voor herziening op.

7. Slotsom

De in de aanvrage aangevoerde feiten en omstandigheden kunnen noch afzonderlijk, noch in samenhang beschouwd, een ernstig vermoeden wekken als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2º, Sv. De aanvrage is kennelijk ongegrond.

8. Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvrage af.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier M.T.E. van Huut, en uitgesproken op 31 januari 2006.

Constitutioneel Hof hindert Decembermoordenproces niet

13 Jun, 2020, 01:46

foto

 
In een nieuwe bijdrage (12 juni 2020) ‘Decembermoordenproces en Constitutioneel Hof’ bespreken advocaat mr. G. Spong en mr. T.G. van der Zwaag (verbonden aan de Spong Law Academy) de vraag of de Wet Constitioneel Hof en een eventuele beslissing van het Constitutioneel Hof over de Amnestiewet, een frustrerende invloed kunnen hebben op het verdere verloop van het Decembermoordenproces.  
 
Op grond van diverse argumenten — waaronder de juridische verhouding tussen het Constitutioneel Hof en de rechter, de inhoud van een opmerkelijke schorsingsbepaling in de Wet Constitutioneel Hof en de aanwezigheid van solide gronden voor het buiten toepassing laten van de Amnestiewet in het Decembermoordenproces — komen zij tot de slotsom dat het Decembermoordenproces geen hinder behoeft te ondervinden van het Constitutioneel Hof: “Bouterse heeft geen effectief frustratiewapen gekocht, maar een kat in de zak.” 
 
U kunt het gehele artikel hier downloaden. 

 

Mr. G. Spong & Mr. T.G. van der Zwaag * Decembermoordenproces en Constitutioneel Hof Hoop is het brood der ellendigen, zegt men. Voor Bouterse, die in november 2019 wegens het medeplegen van moord tot 20 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld, lijkt deze hoop echter een indrukwekkende gestalte te krijgen. Om het verloop van het Decembermoordenproces in verzet of hoger beroep na vele eerdere vruchteloze pogingen nu eindelijk eens effectief en op gezaghebbende wijze te kunnen frustreren, is voor de geprivilegieerde moordverdachte een heus Hoog College van Staat opgetuigd, dat luistert naar de naam Constitutioneel Hof. Doornroosje wakker gekust: effectief frustratiewapen of kat in de zak? Maar liefst 45 jaar lang lag dit hof als een Doornroosje heerlijk in de Surinaamse Grondwet te slapen. Het bestond alleen op papier; kennelijk was er al die tijd geen dringende behoefte aan. Maar toen duidelijk werd dat Bouterse strafrechtelijk serieus in het nauw zou kunnen komen, werd het hof door de NDP-fractie wakker gekust en door hun voorman Bouterse als laatste strohalm vastgeklampt. Net als de onfrisse uitbreiding van de Amnestiewet van april 2012, werd de ‘Wet Constitutioneel Hof’ door de Nationale Assemblée aangenomen met 28 stemmen voor. Dit gebeurde in augustus 2019. Er waren geen stemmen tegen, omdat de oppositie uit onvrede niet stemde. Nu de NDP-fractie recentelijk van 26 tot 16 zetels is teruggebracht, is het niet ondenkbaar dat de Amnestiewet en de Wet Constitutioneel Hof weer worden ingetrokken c.q. aangepast. Maar zolang dat nog niet is gebeurd, is de vraag relevant: heeft Bouterse met zijn Constitutioneel Hof een effectief frustratiewapen gekocht of de zoveelste kat in de zak? * Mr. G. Spong is advocaat te Amsterdam, mr. T.G. van der Zwaag is verbonden aan de Spong Law Academy. 2 Klip en klaar wat de NDP met het nieuwe hof wil bereiken Zelf lijken hij en zijn NDP-kompanen overtuigd van het eerste. Dat blijkt wel uit de voortvarendheid waarmee het hof werd opgetuigd. Nadat de wet op 14 januari 2020 is werking trad, konden al op 7 mei 2020 de voorzitter en de overige leden van het hof worden benoemd. De kersverse voorzitter Karg-Stirling verklaarde bij die gelegenheid vroom dat rechtsstatelijkheid voor het Constitutioneel Hof de enige leidraad zal zijn. En dat is haar geraden. Want nog geen week later kondigde NDP-fractievoorzitter Amzad Abdoel aan dat zeven leden van zijn fractie van de nieuwe wettelijke mogelijkheid gebruik zullen maken om de Amnestiewet ter toetsing aan het Constitutioneel Hof voor te leggen. Abdoel vindt namelijk dat de rechter het recht van de Nationale Assemblée om amnestie te verlenen terzijde heeft geschoven en zich toetsingsbevoegdheden heeft toegeëigend die aan het Constitutioneel Hof toekomen. Het is dus klip en klaar wat de NDP met het nieuwe hof wil bereiken: straffeloosheid voor de Decembermoorden. Maar zal deze opzet slagen? En kleeft aan het NDP-verzoekschrift wellicht ook een risico voor Bouterse en anderen? Wellicht ook een risico? Om met dat risico te beginnen, de kans bestaat — en als rechtsstatelijkheid daadwerkelijk de enige leidraad van het hof zal zijn, is die kans reëel —, dat het Constitutioneel Hof de malicieuze Amnestiewet net als de Krijgsraad in strijd acht met het grondwettelijk verbod op inmenging in zaken die bij de rechter aanhangig zijn. Of in strijd met het recht op leven of andere mensenrechten, zoals die welke de belangen van de nabestaanden van slachtoffers van mensenrechtenschendingen beschermen. Aan zo’n oordeel is dan automatisch het wettelijk gevolg gekoppeld dat de Amnestiewet ‘onverbindend wordt geacht’, wat inhoudt dat die wet in haar 3 huidige vorm in geen enkele zaak meer toegepast mag worden. Met haar verzoekschrift heeft de NDP ironisch genoeg zelf het risico op deze uitkomst gecreëerd. Gewenste uitkomst zonder rechtsgevolgen De tweede mogelijkheid is dat het Constitutioneel Hof anders dan de Krijgsraad oordeelt dat de Amnestiewet níet in strijd is met het inmengingsverbod. Abdoel en de NDP zouden dat graag willen horen, maar zelfs als dat het oordeel van het hof zou zijn, is het nog maar de vraag of Bouterse in het Decembermoordenproces daarmee is geholpen. Waarom? In de eerste plaats omdat noch de Grondwet noch de Wet Constitutioneel Hof aan deze uitkomst enig rechtsgevolg verbindt. De Amnestiewet zou in dat geval blijven gelden zoals deze nu ook geldt en zoals deze ook op 9 juni 2016 gold toen het belangrijke tussenvonnis van de Krijgsraad werd gewezen en op 29 november 2019 toen Bouterse voor moord werd veroordeeld. Er zou dus niets veranderen aan de verbindendheid van de Amnestiewet. Oordeel Krijgsraad in 2016 en 2019 Dit vergt wellicht enige uitleg. Anders dan weleens wordt beweerd, heeft de Krijgsraad in 2016 (met volharding in 2019) de Amnestiewet niet ongeldig oftewel onverbindend verklaard, maar uitsluitend geoordeeld dat de toepassing daarvan in de concreet voorliggende strafzaak, het Decembermoordenproces, ongeoorloofd was. Dat deed de Krijgsraad op basis van zijn eigen grondwettelijke bevoegdheid om de toepassing van wettelijke bepalingen aan de grondrechten en aan verdragen te toetsen. In 2016 stelde de Krijgsraad vast dat de schorsing van de vervolging — waartoe in 2012 was besloten om het Constitutioneel Hof over de vraag te laten oordelen of de Amnestiewet in strijd is met het grondwettelijk inmengingsverbod — inmiddels meer dan vier jaar had voortgeduurd zonder dat er concrete acties 4 waren ondernomen om het Constitutionele Hof in te stellen en te doen functioneren. Daarom werd er volgens de Krijgsraad in strijd gehandeld met het grond- én mensenrecht op behandeling van een zaak binnen een redelijke termijn. Politici met boter op het hoofd Die schorsing duurde zo lang omdat het Constitutioneel Hof in 2016 nog altijd niet was opgericht. De Krijgsraad wachtte op een spookhof. Gelet op het beginsel van berechting binnen een redelijke termijn en de gerechtvaardigde belangen van alle betrokken partijen, zag de Krijgsraad zich daarom genoodzaakt zelf de vraag over het grondwettelijk inmengingsverbod te beantwoorden. Maar dat deed hij alleen voor het concrete, voorliggende geval. Zijn oordeel luidde dat toepassing van de in 2012 gewijzigde Amnestiewet gelet op het vergevorderde stadium waarin het Decembermoordenproces zich bevond, zonder meer in strijd was met het grondwettelijke inmengingsverbod. Op grond van die overweging én op grond van zijn oordeel dat als gevolg van de Amnestiewet in strijd werd gehandeld met het recht op behandeling binnen een redelijke termijn, verklaarde de Krijgsraad de toepassing van de Amnestiewet in de voorliggende strafzaak ongeoorloofd en werd deze wet, of preciezer gezegd artikel 1 daarvan, daarom buiten toepassing gelaten. Politici die de macht hadden om het Constitutioneel Hof in de periode 2012-2016 tot leven te brengen maar dat uit Decembermoordenprocestactische redenen toen niet deden, hebben behoorlijk wat boter op het hoofd voor zover zij de Krijgsraad bekritiseren omdat deze, door het langdurige uitstel daartoe genoodzaakt, zelf de constitutionele vraag voor de concreet voorliggende strafzaak beantwoordde. 5 Hoe nu verder? Hoe nu verder? Kan het Constitutioneel Hof, dat inmiddels dankzij de NDP is opgetuigd, een frustrerende invloed hebben op het Decembermoordenproces in verzet of hoger beroep? En zo ja, op welke wijze? Constitutioneel Hof is geen rechterlijk orgaan Vermoedelijk zal het met deze frustrerende invloed meevallen. Onder ogen moet namelijk worden gezien dat het Constitutioneel Hof geen rechterlijk orgaan is: het spreekt geen recht en mag zich niet met rechtspraak inlaten. Een consequentie daarvan is dat het Constitutioneel Hof de rechter niet kan voorschrijven hoe hij in een concrete zaak moet oordelen. Aan de onafhankelijkheid van de rechter wordt dus geen afbreuk gedaan, wat ook niet mogelijk zou zijn nu deze onafhankelijkheid zowel door de Grondwet als door mensenrechtenverdragen wordt vereist. Als het hof weigert om binnen deze lijntjes te kleuren en zich wél met rechtspraak inlaat, dan handelt het hof onconstitutioneel. Het zou in dat geval zijn grondwettelijke taakomschrijving te buiten gaan en zélf het grondwettelijk verbod op inmenging in zaken die bij de rechter aanhangig zijn schenden. In een rechtsstaat zijn alle staatsorganen die de Grondwet in het leven roept zelf ook aan die Grondwet onderworpen. En als er één orgaan is waarvoor dat in wel heel sterke mate geldt — what’s in a name? —, dan is het wel het Constitutioneel Hof. Taken Constitutioneel Hof De belangrijkste taken van het Constitutioneel Hof zijn het toetsen van de inhoud van wetten of delen daarvan aan de Grondwet en aan burgers bindende bepalingen in verdragen, en het beoordelen van de verenigbaarheid van bestuursbesluiten (inclusief presidentiële besluiten!) met de in de grondwet verankerde grondrechten. 6 De gedachte is dat daardoor vooral grond- en mensenrechten beter zullen worden gewaarborgd in Surinames wetgeving en bestuur. Geen conflictueus karakter Toetsing van wetten door het Constitutioneel Hof is abstract en algemeen van aard en beoogt de eventuele strijdigheid van een wet met de Grondwet of verdragen te signaleren en op te heffen. De zelfstandige grondwettelijke toetsingsbevoegdheid van rechters in concrete zaken blijft daarnaast volledig overeind. De toelichting bij de wet stelt in zoverre terecht dat de verhouding tussen het hof en de rechter ‘een complementair en geen conflictueus karakter’ heeft. Dit conflictvermijdende karakter van deze verhouding vormt een waarborg tegen dwarsliggerij van het hof ten opzichte van rechter. Wat de toetsing van wetten betreft, krijgt een rechter eigenlijk alleen met een oordeel van het Constitutioneel Hof te maken indien dat hof een wet in strijd met de Grondwet of verdragen oordeelt, want dan wordt die wet geacht onverbindend te zijn en mogen rechters die wet in geen enkele zaak meer toepassen. Overigens niet omdat het Constitutioneel Hof dat zegt, maar alleen omdat de Grondwet en de Wet Constitutioneel Hof dat gevolg aan dit oordeel van het hof verbinden. In het Decembermoordenproces is dit scenario echter vermoedelijk niet aan de orde. Mogelijke scenario’s in het Decembermoordenproces Scenario’s die in het verdere verloop van het Decembermoordenproces wél aan de orde kunnen komen zijn: 1 – de Amnestiewet is door ten minste zeven leden van de Nationale Assemblée aan het Constitutioneel Hof ter toetsing voorgelegd, maar dat hof heeft op het 7 moment dat het Decembermoordenproces wordt voortgezet daarover nog geen oordeel gegeven; 2 – de Amnestiewet is door ten minste zeven leden van de Nationale Assemblée aan het Constitutioneel Hof ter toetsing voorgelegd en het hof heeft op het moment dat het Decembermoordenproces wordt voortgezet reeds geoordeeld dat de Amnestiewet niet in strijd is met de Grondwet of verdragen. Verontrustende schorsingsbepaling een Boa constrictor? In het eerste scenario zijn enkele op het eerste gezicht verontrustende bepalingen van de Wet Constitutioneel Hof van toepassing, die het harmonieuze beeld dat in de toelichting wordt geschetst van de verhouding tussen hof en rechter verstoren. Ook in deze wet schuilt de duivel kennelijk in de details. Het gaat vooral om de vraag of de rechter de behandeling van het Decembermoordenproces moet schorsen in verband met de constitutionele toetsing door het hof. De bepaling die de rechter verplicht ambtshalve de behandeling van een zaak te schorsen in verband met constitutionele toetsing door het hof, lijkt op het eerste gezicht niet slechts een addertje onder het gras, maar een heuse Boa constrictor te bevatten. Bepaald is namelijk dat als de rechter wordt gevraagd in een concrete zaak van zijn grondwettelijke toetsingsbevoegheid gebruik te maken, terwijl de wet waarom het gaat tevens ter toetsing aan het hof is voorgedragen, de rechter ambtshalve de behandeling van de zaak moet schorsen totdat het hof een beslissing heeft gegeven. Als je dit goed op je laat inwerken, dan betekent het nogal wat. Immers, voor het triggeren van deze schorsingsverplichting is in het hier geschetste eerste scenario dan nog slechts vereist dat de raadsman van de verdachte het eerder gevoerde verweer herhaalt dat de aanklager niet-ontvankelijk moet worden verklaard op 8 grond van de Amnestiewet. Dan zou de rechter de toepassing van die Amnestiewet net als in 2016 en 2019 moeten toetsen aan de grond- en mensenrechten en zou er dus een situatie zijn ontstaan waarin de rechter verplicht is de behandeling van de zaak te schorsen. Is er een uitweg? Kan de rechter onder deze schorsingsverplichting uit? Gelukkig wel. De wet houdt namelijk ook in dat geen schorsing plaatsvindt in de volgende drie gevallen: 1) beantwoording van de constitutionele vraag door het hof is niet onontbeerlijk voor de uitspraak van de rechter in het concrete geval dat aan hem is voorgelegd; 2) er kan redelijkerwijs geen twijfel bestaan over de oplossing van de gerezen vraag; 3) de zaak gedoogt wegens haar spoedeisend karakter geen uitstel. Hoewel in het Decembermoordenproces zou kunnen worden bepleit dat al deze gevallen toepasselijk zijn, vormt het eerste geval wellicht de meest solide grondslag voor het achterwege laten van een schorsing. Immers, als de rechter van oordeel is dat toepassing van de Amnestiewet in het Decembermoordenproces in strijd is met een of meer grond- of mensenrechten, dan is het voor zijn uitspraak om het even of het Constitutioneel Hof die Amnestiewet nu wel of niet in strijd acht met de Grondwet. Want of die Amnestiewet nu verbindend of onverbindend moet worden geacht, de rechter past die wet in het Decembermoordenproces dan toch niet toe. Om die reden zou het oordeel van het hof in dat geval niet onontbeerlijk zijn voor de uitspraak van de rechter. Gronden voor buiten toepassing laten Amnestiewet (I): redelijke termijn De Boa constrictor lijkt dus betrekkelijk krachteloos te zijn, ofschoon de beslissing om niet te schorsen wel vereist dat de rechter evenals in 2016 en 2019 van oordeel 9 is dat de toepassing van de Amnestiewet in het Decembermoordenproces in strijd is met een of meer grond- of mensenrechten. Dat oordeel zou bij de beslissing om niet te schorsen wederom gegrond kunnen worden op het grond- en mensenrecht op behandeling binnen een redelijke termijn. Bij deze beslissing vormt dat op zichzelf een toereikende grondslag daarvoor, ook nu het Constitutioneel Hof volgens de wet binnen drie maanden een beslissing moet nemen. Immers, de vervolging duurt al bijna twintig jaar en het hof mag van zijn beslistermijn van drie maanden in ‘bijzondere gevallen’ afwijken, waarbij het zelf bepaalt of een geval bijzonder is of niet. Die beslistermijn biedt dus nauwelijks een garantie voor vlotte afdoening. En verder? De rechter zou aan zijn oordeel dat de toepassing van de Amnestiewet in het Decembermoordenproces in strijd is met een of meer grond- of mensenrechten, echter ook nog andere grond- en mensenrechten ten grondslag kunnen leggen, zoals het recht op leven, en de mensenrechten die nabestaanden van slachtoffers van ernstige mensenrechtenschendingen zoals buitengerechtelijke, standrechtelijke en willekeurige executies toekomen, met name het recht om te worden gehoord door een rechter en het recht op effectieve rechtsbescherming. In het eerdergenoemde tweede scenario, waarin het Constitutioneel Hof op het moment dat het Decembermoordenproces wordt voortgezet al heeft geoordeeld dat de Amnestiewet niet in strijd is met de Grondwet of verdragen, is een schorsing van de behandeling niet aan de orde en kan de rechter het buiten toepassing laten van de Amnestiewet dus niet op het recht op behandeling binnen een redelijke termijn baseren, maar alleen op andere grond- en mensenrechten. 10 Gronden voor buiten toepassing laten Amnestiewet (II): recht op leven Uit hoofde van de in Suriname van kracht zijnde mensenrechtenverdragen brengt de bescherming van het recht op leven verplichtingen mee voor de staat Suriname ingeval dat mensenrecht is aangetast. Het Mensenrechtencomité heeft dat in zijn betrekkelijk recente ‘General Comment’ van 30 oktober 2018 over het recht op leven nader uiteengezet. Op de staat, inclusief zijn rechterlijke macht, rust in dat geval de verplichting om te verzekeren dat de verantwoordelijken worden berecht en dat straffeloosheid wordt voorkomen. In relatie tot het recht op leven merkt het comité over immuniteiten hierbij het volgende op: ‘Immuniteiten en amnestieën verleend aan daders van moord en doodslag (‘perpetrators of intentional killings’) en aan hun superieuren, en vergelijkbare maatregelen die leiden tot feitelijke of juridische straffeloosheid, zijn in de regel onverenigbaar met de verplichting om het recht op leven te respecteren en te waarborgen, en om slachtoffers een effectief rechtsmiddel te bieden.’ Het Mensenrechtencomité bouwt hierbij voort op een eerdere General Comment van 29 maart 2004 over de verplichtingen die op verdragsstaten rusten. Ook daarin geeft het comité aan dat staten verplicht zijn om te verzekeren dat degenen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen worden berecht. Als dat wordt nagelaten, kan dat een zelfstandige schending van het verdrag opleveren. Volgens het comité gelden deze verplichtingen in het bijzonder bij schendingen van mensenrechten die in het nationale of internationale recht als strafbare feiten worden aangemerkt. Bij wijze van voorbeeld noemt het comité hierbij in relatie tot het recht op leven expliciet standrechtelijke en willekeurige executies. Indien overheidsfunctionarissen dit soort mensenrechtenschendingen hebben gepleegd, mogen zij niet van hun persoonlijke verantwoordelijkheid worden ontheven ‘zoals is voorgekomen bij bepaalde amnestieën’, aldus het comité. 11 Gronden voor buiten toepassing laten Amnestiewet (III): rechten nabestaanden Het Mensenrechtencomité wijst in zijn General Comment van 30 oktober 2008 ook naar rechtspraak van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens, in het bijzonder naar de uitspraak uit 2001 over het Barrios Altos-bloedbad in Lima, Peru, in 1991. Daarbij werden vijftien mensen gedood door leden van de Peruaanse strijdkrachten, evenveel mensen als bij de Decembermoorden. Hoewel dit niet de eerste keer was dat het Inter-Amerikaans Hof zich over amnestieën uitliet, wordt deze uitspraak, die in latere jaren is bevestigd, als een ‘landmark judgement’ gezien, een belangrijke richtinggevende uitspraak. Klip en klaar oordeelt het Inter-Amerikaanse Hof in deze zaak dat amnestiewetten ontoelaatbaar zijn omdat die bedoeld zijn om bestraffing te voorkomen van personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen zoals buitengerechtelijke, standrechtelijke of willekeurige executies. Het hof oordeelt dat dit in strijd is met het recht van de nabestaanden van slachtoffers om door een rechter te worden gehoord en met hun recht op rechtsbescherming. Verdragsstaten moeten de uitoefening van die rechten verzekeren en dat kan niet als amnestie wordt verleend. Het hof acht amnestiewetten duidelijk onverenigbaar (‘manifestly incompatible’) met de doelen en de geest van het Amerikaanse mensenrechtenverdrag, waarbij ook Suriname is aangesloten. Het invoeren c.q. niet-intrekken van amnestiewetten wordt dan ook in strijd geacht met de verplichting om het nationale recht in overeenstemming te brengen met dit verdrag. 12 Wie de schoen past, trekke hem aan NDP-fractievoorzitter Amzad Abdoel, die zich erover beklaagt dat de Surinaamse rechter ‘het recht van de Nationale Assemblée om amnestie te verlenen’ terzijde heeft geschoven, ziet het dus glad verkeerd. Naar mensenrechtelijke maatstaven gemeten was er helemaal geen recht van de Nationale Assemblée om amnestie te verlenen voor de Decembermoorden. Integendeel: door de aanvaarding van de Amnestiewet van 2012 heeft de Assemblée zélf een recht, een mensenrecht nog wel, geschonden. Drie staatsorganen in Suriname bevinden zich momenteel in een excellente positie om dit eens en voor altijd duidelijk te maken: het parlement, dat respect kan verdienen door beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald de Amnestiewet weer in te trekken; het Constitutioneel Hof, dat nationaal en internationaal een sprankelende entree kan maken door de Amnestiewet in strijd te achten met de grond- en mensenrechten; en de rechter in het zo belangrijke Decembermoordenproces, die de Amnestiewet eervol en standvastig op dezelfde grond buiten toepassing kan laten in het Decembermoordenproces. Wie de schoen past, trekke hem aan. Goodwill kweken Naar verluidt wil de nieuwe post-Bouterse regering van Suriname de banden met de internationale gemeenschap aanhalen. Respect voor mensenrechten zal daarbij een belangrijk ijkpunt zijn. Afgezien van het niet te onderschatten belang van de verwezenlijking van mensenrechten an sich, zou het dus ook politiek opportuun zijn om internationaal goodwill te kweken door de Amnestiewet in te trekken. 13 Inmengingsverbod een gepasseerd station Strijd met het recht op leven en strijd met rechten van nabestaanden vormen niet alleen een solide en gepaste grondslag voor het buiten toepassing laten van de Amnestiewet in het Decembermoordenproces. De rechter zou daarmee ook nog iets anders bereiken. Door zijn beslissing om deze wet niet toe te passen te baseren op deze grond- en mensenrechten, hoeft de rechter zich niet meer uit te spreken over het grondwettelijk inmengingsverbod. Dat punt is dan immers inhoudelijk al via de weg van deze grond- en mensenrechten opgelost en daarmee een gepasseerd station. De rechter kan zijn beslissing zo immuun maken voor de kritiek dat hij de grenzen van zijn grondwettelijke toetsingsbevoegdheid — die is beperkt tot de grondrechten en eenieder verbindende verdragsbepalingen — zou overschrijden. Slotsom Gelet op het voorgaande is onze slotsom dat het Decembermoordenproces geen hinder behoeft te ondervinden van het wakker gekuste Constitutioneel Hof. Bouterse heeft geen effectief frustratiewapen gekocht, maar een kat in de zak. Amsterdam, 12 juni 2020. 14 Noten Bouterse, die in november 2019 wegens het medeplegen van moord tot 20 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld. Zie het vonnis van de Krijgsraad van 29 november 2019: https://rechtspraak.sr/wp-content/uploads/2019/12/KRG-2019-46.pdf. Om het verloop van het Decembermoordenproces in verzet of hoger beroep na vele eerdere vruchteloze pogingen nu eindelijk eens effectief en op gezaghebbende wijze te kunnen frustreren, is voor de geprivilegieerde moordverdachte een heus Hoog College van Staat opgetuigd. (…) Maar toen duidelijk werd dat Bouterse strafrechtelijk serieus in het nauw zou kunnen komen, werd het hof door de NDP-fractie wakker gekust. Dit is onze interpretatie van de politieke motivatie voor de totstandkoming van de Wet Constitutioneel Hof. Zie voor een overzicht van de eerdere vruchteloze frustratiepogingen; Gerard Spong, ‘We krijgen de rechtsstaat niet cadeau!’, in: Marjan Goslings en René Klomp (red.), Tegenkrachten, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2018, p. 33-45. De totstandkomingsgeschiedenis van de Wet Constitutioneel Hof vertoont opmerkelijke parallellen met het verloop van het Decembermoordenproces. Zo is Ricardo Panka (NDP), een van de initiatiefnemers van de wijziging van de Amnestiewet in 2012 waarbij de Decembermoorden onder de Amnestiewet werden gebracht, in dat jaar tevens voorzitter van de commissie die de ontwerpwet Wet Constitutioneel Hof voorbereidt. De Krijgsraad schorst in 2012 de vervolging om de Amnestiewet te laten toetsen door het nog niet bestaande Constitutioneel Hof. Panka laat omstreeks diezelfde tijd weten dat er ‘absoluut geen haast’ behoeft te worden gemaakt met de ontwerpwet Constitutioneel Hof. En inderdaad verstrijken er vervolgens vier jaren zonder dat er concrete acties worden ondernomen om het Constitutionele Hof in te stellen en te doen functioneren. Mede daarom beslist de Krijgsraad op 9 juni 2016 dat het Decembermoordenproces wordt voortgezet. En ineens komt de voorbereiding van de ontwerpwet in een stroomversnelling, nu onder leiding van de nieuwe voorzitter van de voorbereidende commissie, Melvin Bouva (NDP), die in 2012 eveneens een van de initiatiefnemers van de wijziging van de Amnestiewet was. Op 14 juli 2016 werd de ontwerpwet door het parlement in behandeling genomen, maar deze behandeling werd op 18 juli 2016 na de eerste ronde vragen van het parlement weer geschorst, omdat de regering verzocht om meer tijd voor bestudering van de ontwerpwet alvorens de vragen in de eerste ronde te beantwoorden. Het lijkt niet te ver gezocht om te vermoeden dat bij dit uitstel van de parlementaire behandeling op verzoek van de regering op de achtergrond meespeelde dat de aanklager (Auditeur-Militair) in het Decembermoordenproces op 30 juni 2016 bij de Krijgsraad een verzoek had ingediend om dat proces met onmiddellijke ingang te beëindigen, waarna de zitting werd geschorst. Dat deed de aanklager op instructie van de procureur-generaal die daartoe op zijn beurt een bevel in het belang van de staatsveiligheid had gekregen van president, en tevens verdachte, Bouterse. Dat verzoek wees de Krijgsraad eind januari 2017 weliswaar af, maar het duurde tot 11 mei 2017 voordat het appel tegen die afwijzing door het Hof van Justitie niet-ontvankelijk werd verklaard, waarna de aanklager op 28 juni 2017 de strafeis uitsprak. Al met al leverde Bouterses bevel dus een jaar vertraging met ongewisse uitkomst op. Eerst later, voor zover valt na te gaan in 2018, diende de regering een nota van wijziging (voorstel tot wijziging) van de ontwerpwet in. En op 30 augustus 2019 beantwoordde de regering de vragen die de Assembléeleden in juli 2016 in de eerste ronde hadden gesteld. Op dezelfde dag, krap drie maanden vóór Bouterses veroordeling op 29 november 2019, werd de parlementaire behandeling afgerond en werd de ontwerpwet met 28 stemmen voor aangenomen. 15 Maar liefst 45 jaar lang lag dit hof als een Doornroosje heerlijk in de Surinaamse Grondwet te slapen. Het bestond alleen op papier; kennelijk was er al die tijd geen dringende behoefte aan. Doornroosje woelde wel in haar slaap en ging af en toe verliggen. De bepalingen over het Constitutioneel Hof in de Grondwet van 1975 zijn zowel in 1987 als in 1992 gewijzigd. In 1987 werd de regeling verhuisd van artikel 100 naar artikel 144 van de Grondwet. En zowel in 1987 als in 1992 werd de taakomschrijving van het hof veranderd. In de toelichting bij de Wet Constitutioneel Hof wordt deze ontwikkeling goed en helder beschreven (S.B. 2019, No. 118, p. 16-18), zie: http://www.dna.sr/media/270973/SB_2019___118.pdf. Het hof bestond tussen 1975 en 2020 alleen op papier, omdat al die tijd was nagelaten de voor de uitvoering van artikel 144 Grondwet vereiste wet in te voeren. In de toelichting bij de Wet Constitutioneel Hof wordt echter niet beargumenteerd waarom het Constitutioneel Hof in Suriname decennialang kon worden gemist, maar inmiddels, plotsklaps, wél noodzakelijk wordt geacht. Voor een wet die in potentie verstrekkende gevolgen kan hebben voor wetgeving en bestuur in een land is dat opmerkelijk. Tijdens de behandeling van de ontwerpwet in de Nationale Assemblée op 14 juli 2016 bracht Melvin Bouva van de NDP overigens wel enkele argumenten naar voren. Volgens hem is de instelling van het Constitutioneel hof noodzakelijk: 1) voor een optimale beleving van de rechtsstaat en democratie; 2) omdat de vele slepende rechtszaken die tot op heden nog niet tot hun recht zijn gekomen stagnerend kunnen werken op het te voeren regeringsbeleid en op het leven en het werk van vele lagen van de maatschappij; gedacht kan worden aan ‘de Terugroepwet, de Amnestiewet en nog vele andere zaken die jaren voortslepen’, maar ook aan besluiten van bestuursorganen; 3) omdat we een gericht beleid moet voeren en zoveel mogelijk moeten proberen om ongewenste situaties te vermijden en dat kan op korte termijn alleen door het implementeren van deze wet; 4) doordat eenieder zijn eigen interpretatie geeft aan zaken, er soms ook emoties bij haalt en soms sociale en sociaalmaatschappelijke invloeden, familiaire banden en invloeden en zelfs ook politieke banden en invloeden; dat werkt averechts op verschillende rechtszaken of beslissingen die genomen worden en rechtszaken die lopende zijn. Zie: http://www.youtube.com/watch?v=IbWXIezMRDQ&t=3m5s. Hoewel het vierde argument niet gemakkelijk te volgen is, bevestigen het tweede, derde en vierde argument ons in onze interpretatie van de werkelijke politieke motivatie voor de Wet Constitutioneel Hof. De huichelachtigheid druipt ervan af. Nu de NDP-fractie recentelijk van 26 tot 16 zetels is teruggebracht, is het niet ondenkbaar dat de Amnestiewet en de Wet Constitutioneel Hof weer worden ingetrokken c.q. aangepast. In december 2015 heeft het Mensenrechtencomité, dat toeziet op de naleving van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR), in zijn conclusies over de derde rapportage van de Surinaamse regering Suriname met klem opgeroepen de Amnestiewet in te trekken, zie: https://bit.ly/2Avah3B, par. 21-22. Een volgende periodieke rapportage ligt in het verschiet. In het geval van de Wet Constitutioneel Hof zou moeten worden voorkomen dat het kind met het badwater wordt weggegooid. In beginsel kan het hof immers een belangrijke aanvullende rechtsbeschermende functie vervullen ter waarborging van de naleving van grond- en mensenrechten in de wetgeving en het bestuur van Suriname. Wellicht is het zinvol de toepassing van de wet in de praktijk eerst enkele jaren te monitoren en bijvoorbeeld in het najaar van 2024 te evalueren, waarna de wetgever op grond van de uitkomsten van die evaluatie desgewenst kan besluiten de wet te verbeteren. Als in de praktijk eerder al belangrijke knelpunten naar voren komen, kunnen die uiteraard 16 eerder worden verholpen. (Bij de eerstkomende wijziging van de Wet Constitutioneel Hof zouden in ieder geval de twee grammaticale fouten in artikel 34, eerste lid, weggenomen moeten worden, voor zover het artikel niet al kan vervallen.) Dat zeven leden van zijn fractie van de nieuwe wettelijke mogelijkheid gebruik zullen maken. Tot het indienen van een schriftelijk verzoek tot toetsing van een wet zijn ingevolge artikel 12, vierde lid, van de Wet Constitutioneel Hof gerechtigd: a. ten minste zeven leden van De Nationale Assemblée; b. de President, of namens hem de Minister; c. de President van het Hof van Justitie; d. een advocaat die is toegelaten tot de Balie van het Hof van Justitie. De gedachte achter de bepaling onder a is dat grondrechten daarmee ook ten aanzien van groepen personen, zoals minderheden in de samenleving, tot gelding kunnen worden gebracht, zie de memorie van toelichting bij de Wet Constitutioneel Hof, S.B. 2019, No. 118, p. 16, 20-21. De wet en de toelichting zijn online beschikbaar via: http://www.dna.sr/media/270973/SB_2019___118.pdf. De kersverse voorzitter Karg-Stirling verklaarde (…); Abdoel vindt namelijk (…). Zie het bericht ‘Rechtsstatelijkheid enige leidraad Constitutioneel Hof’ (https://bit.ly/2MO9Zrc) en het bericht ‘Partijgenoten Bouterse willen toetsing Amnestiewet’, zeelanddvhn.nl, 14 mei 2020 (https://bit.ly/30BjJNm). Zoals elders in dit artikel zal worden betoogd, kan op grond van verplichtingen die uit hoofde van mensenrechtenverdragen (IVPBR, AVMR) op Suriname rusten worden betwist dat de wetgever het recht heeft amnestie te verlenen op de wijze waarop dat in 2012 werd gedaan. In strijd acht met het grondwettelijk verbod op inmenging in zaken die bij de rechter aanhangig zijn. Dit verbod is neergelegd in artikel 131, derde lid, van de Grondwet en luidt: ‘Elke inmenging inzake de opsporing en de vervolging en in zaken bij de rechter aanhangig, is verboden.’ Of in strijd met het recht op leven of andere mensenrechten, zoals die welke de belangen van de nabestaanden van slachtoffers van mensenrechtenschendingen beschermen. Dit wordt verderop in dit artikel uitgelegd. Aandacht verdient dat artikel 12 van de Wet Constitutioneel Hof het hof lijdelijk maakt in die zin dat het alleen na een schriftelijk toetsingsverzoek tot toetsing kan overgaan. Artikel 12 beperkt de toetsingsbevoegdheid van het hof echter niet tot de in het toetsingsverzoek aangevoerde gronden. Dus als een toetsingsverzoek uitsluitend zou vragen om toetsing van een wet aan het grondwettelijk inmengingsverbod, dan staat het het hof niettemin vrij die wet tevens aan grond- en mensenrechten zoals het recht op leven te toetsen. Daarom werd er volgens de Krijgsraad in strijd gehandeld met het grond- én mensenrecht op behandeling van een zaak binnen een redelijke termijn. Het tussenvonnis van de Krijgsraad van 30 juni 2016 is online beschikbaar via: https://www.rechtersvoorrechters.nl/media/nieuws/VonnisKrijgsraad.2016.pdf Hoe lang een behandeling binnen een redelijke termijn precies is of moet zijn, kan in zijn algemeenheid niet worden beantwoord, omdat dit afhangt van diverse factoren waaronder de complexiteit van de zaak, de proceshouding van de verdachte en de stappen die justitiële autoriteiten in een zaak hebben gezet. In een strafzaak beoogt het recht op behandeling binnen een redelijke termijn te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een (verdere) strafvervolging zou moeten leven. Naast de bescherming 17 die aldus aan de verdachte wordt geboden, zijn er ook andere factoren die nopen tot een voortvarende afhandeling van strafzaken, zoals de preventieve werking die geacht wordt uit te gaan van berechting en bestraffing, de gerechtvaardigde belangen van eventuele slachtoffers van het feit of hun nabestaanden en de ongunstige invloed van het tijdsverloop op de beoordeling van de feiten als gevolg van de verbleking van de herinnering van bijvoorbeeld eventuele getuigen. Zie hierover voor Nederland: HR 3 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7309, r.o. 3.11. (In artikel 51a van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering wordt onder het slachtoffer tevens de nabestaande begrepen.) Zie ook General Comment No. 32 van het Mensenrechtencomité over artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR), par. 35: ‘The right of the accused to be tried without undue delay, provided for by article 14, paragraph 3 (c), is not only designed to avoid keeping persons too long in a state of uncertainty about their fate (…), but also to serve the interests of justice’. Het recht op een behandeling binnen een redelijke termijn geldt overigens ook in andere rechtszaken dan strafzaken. In Suriname volgt dit uit artikel 10 van de Grondwet en artikel 8, eerste lid, van het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens (AVRM). Slachtoffers hebben ook op grond van het recht op rechtsbescherming in artikel 25, eerste lid, AVRM, aanspraak op een spoedige behandeling. Zijn oordeel luidde dat toepassing van de in 2012 gewijzigde Amnestiewet gelet op het vergevorderde stadium waarin het Decembermoordenproces zich bevond, zonder meer in strijd was met het grondwettelijke inmengingsverbod. Een terecht oordeel, temeer nu de wetswijziging plaatsvond tijdens het Decembermoordenproces. Onder ogen moet namelijk worden gezien dat het Constitutioneel Hof geen rechterlijk orgaan is: het spreekt geen recht en mag zich niet met rechtspraak inlaten. Zie de memorie van toelichting bij de Wet Constitutioneel Hof, S.B. 2019, No. 118, p. 23 (‘Enerzijds is er het Hof (…) dat – geen rechtelijk orgaan zijnde – zich niet met rechtspraak mag inlaten’) en p. 17 alwaar de memorie van toelichting bij de grondwetswijziging van 1992 wordt aangehaald (‘(…) zijn werkzaamheden kunnen namelijk “enerzijds niet van wetgevende aard zijn, maar anderzijds evenmin van rechtsprekende aard”; het hof is “een onafhankelijk staatsrechtelijk toetsingsorgaan dat zich als zodanig noch met wetgeving noch met rechtspraak inlaat” (…)’). Voor de wet en de toelichting, zie: http://www.dna.sr/media/270973/SB_2019___118.pdf. In de Wet Constitutioneel Hof worden de voorzitter en de overige leden van het hof niet met ‘rechter’ aangeduid. Het Constitutioneel Hof zou wel een ‘rechtscollege’ kunnen worden genoemd, nu dat begrip niet scherp is omlijnd en in het juridisch taalgebruik wel vaker wordt gebruikt voor grondwettelijke colleges die geen deel uitmaken van de rechterlijke macht, zoals voor de Belgische Raad van State. Het gebruik van het begrip rechtscollege, dat noch in de Surinaamse grondwet, noch in de Wet Constitutioneel Hof voorkomt, kan echter wel tot verwarring leiden, omdat de betekenis daarvan in het gewone spraakgebruik is: ‘een college dat rechtspreekt’. Dat is bijvoorbeeld de enige betekenis die de dikke Van Dale van dit begrip geeft. Overigens suggereert het begrip ‘rechtscollege’ dat sprake is van een onpartijdig orgaan, hetgeen gelet op de huidige samenstelling van het hof kan worden betwijfeld. Enschedé schreef ooit: ‘Van de rechtstoepasser wordt in beginsel loyaliteit ten opzichte van de geldende wetgeving verwacht. Wordt daarmee niet een zedelijke band gelegd tussen de rechtstoepasser en het recht? Mag hij zijn loyaliteit aan elk rechtsstelsel geven, op de enkele grond dat het nu eenmaal een geldend stelsel is? (…) De weg van onze gebrekkige demokratie naar diktatuur en onderdrukking is kort en breed, de weg terug van de diktatuur, hoe benevolent ook, naar de demokratie is steil, smal en gevaarlijk’ (Ch.J. Enschedé, ‘Ethiek en strafrecht’, in: Speculum 18 Langemeijer. 31 rechtsgeleerde opstellen, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1973, p. 86). Slechts de individuele moed van de leden van een rechtscollege kan het verschil maken tussen waarlijke rechtstoepassing en verhulde dictatuur. Aan de onafhankelijkheid van de rechter wordt dus geen afbreuk gedaan, wat ook niet mogelijk zou zijn nu deze onafhankelijkheid zowel door de Grondwet als door mensenrechtenverdragen wordt vereist. Zie de memorie van toelichting bij de Wet Constitutioneel Hof, S.B. 2019, No. 118, p. 18 (‘In het ontwerp zijn de toetsing door het Hof en die door de rechter op juridisch verantwoorde en praktisch uitvoerbare wijze op elkaar afgestemd, zonder dat aan de onafhankelijkheid van het Hof of aan die van de rechter afbreuk wordt gedaan.’). Van de rechter wordt door artikel 10 Grondwet, artikel 14, eerste lid, IVBPR en artikel 8, eerste lid, AVRM, geëist dat hij onafhankelijk is. De belangrijkste taken van het Constitutioneel Hof zijn het toetsen van de inhoud van wetten of delen daarvan aan de Grondwet en aan burgers bindende bepalingen in verdragen, en het beoordelen van de verenigbaarheid van bestuursbesluiten (inclusief presidentiële besluiten!) met de in de grondwet verankerde grondrechten. Zie artikel 144, derde lid, van de Grondwet en de artikelen 12 en 13 van de Wet Constitutioneel Hof. Inclusief presidentiële besluiten: zie de memorie van toelichting bij de Wet Constitutioneel Hof, S.B. 2019, No. 118, p. 20. Het woordje ‘inhoud’ betekent dat het Constitutioneel Hof niet bevoegd is te onderzoeken of de totstandkoming van wetten heeft plaatsgevonden overeenkomstig de daarvoor geldende grondwettelijke voorschriften. Het hof is met andere woorden niet bevoegd tot formele toetsing (memorie, p. 18-19). De zelfstandige grondwettelijke toetsingsbevoegdheid van rechters in concrete zaken blijft daarnaast volledig overeind. Dit is ook de conclusie van Mr. Dr. H. Fernandes Mendes in ‘Het Constitutioneel Hof; een nieuw avontuur in een staatsbestel in ontwikkeling’, Surinaams Juristenblad 2016, nr. 2. Deze toetsingsbevoegdheid van de rechter houdt in dat de rechter de toepassing van een wet (of van een specifieke bepaling in een wet) in een concreet voorliggende zaak onverenigbaar kan oordelen met een eenieder verbindende verdragsbepalingen (zoals mensenrechten die in het IVPBR en het AVRM zijn neergelegd), dan wel strijdig met een of meer grondrechten die in de Grondwet zijn neergelegd, en op die grond de wet of de wettelijke bepaling in de concreet voorliggende zaak buiten toepassing kan laten. Deze bevoegdheid staat in artikel 106 (voor wat betreft de eenieder verbindende verdragsbepalingen) en in artikel 137 (voor wat betreft de grondrechten) van de Grondwet. De toelichting bij de wet stelt in zoverre terecht dat de verhouding tussen het hof en de rechter ‘een complementair en geen conflictueus karakter’ heeft. Zie de memorie van toelichting bij de Wet Constitutioneel Hof, S.B. 2019, No. 118, p. 23. Overigens niet omdat het Constitutioneel Hof dat zegt, maar alleen omdat de Grondwet en de Wet Constitutioneel Hof dat gevolg aan dit oordeel van het hof verbinden. Zie artikel 144, derde lid, van de Grondwet en de artikelen 28 en 33 van de Wet Constitutioneel Hof, alsmede de memorie van toelichting bij de Wet Constitutioneel Hof, S.B. 2019, No. 118, p. 19. Het gaat vooral om de vraag of de rechter de behandeling van het Decembermoordenproces moet schorsen in verband met de constitutionele toetsing door het hof. 19 De schorsingsbepaling waarom het gaat staat in artikel 32 van de Wet Constitutioneel Hof. De overgangsbepaling van artikel 34 bevat eveneens een schorsingsbepaling, maar die is op het Decembermoordenproces niet van toepassing, nu op grond van artikel 367, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering moet worden aangenomen dat de behandeling van een zaak na verzet pas aanvangt wanneer degene die in verzet is gekomen ten dienende dage in rechte verschijnt. En dat was op 22 januari 2020, terwijl de Wet Constitutioneel Hof al op 14 januari 2020 in werking was getreden. Prejudiciële vragen Als de Amnestiewet door zeven leden van de Nationale Assemblée aan het Constitutioneel Hof ter toetsing is voorgelegd en het hof op het moment dat het Decembermoordenproces wordt voortgezet nog geen oordeel heeft gegeven, zal zich vermoedelijk niet de situatie voordoen dat de rechter in verband met de constitutionele toetsing door het hof, aan dat hof zelf een vraag zou moeten of mogen voorleggen voordat de rechter in de voorliggende zaak een beslissing neemt (het zogeheten voorleggen van ‘prejudiciële vragen’). Omdat het voorleggen van dit soort vragen in andere zaken dan het Decembermoordenproces wel aan de orde kan komen en er iets merkwaardigs aan de hand is met de regeling van de prejudiciële vragen, wordt daar hier kort aandacht aan besteed. Wat de prejudiciële vragen betreft, is het vooral de memorie van toelichting bij de artikelen 31 en 34 van de Wet Constitutioneel Hof die enige zorgen baart. In die toelichting wordt namelijk gesteld dat in deze artikelen is bepaald dat de rechter die in een concreet geval wordt gevraagd te oordelen over de strijdigheid van de toepassing van een wettelijke bepaling met de Grondwet of een verdrag, een prejudiciële vraag aan het Constitutioneel Hof ‘voorlegt’ en na de beslissing van het hof over de rechtsgevolgen daarvan voor het concrete geval oordeelt (p. 23). Daarbij zou volgens de toelichting ook limitatief zijn aangegeven ‘in welke gevallen geen prejudiciële vraagstelling is vereist’ (p. 33). De formuleringen ‘voorlegt’ en ‘is vereist’ duiden op een verplichting tot het voorleggen van prejudiciële vragen. Daarmee zou het hof een verstrekkende invloed op de rechtsgang kunnen krijgen. Gelukkig stroken deze formuleringen niet met de formulering van de artikelen 31 en 34 zelf. Daarin wordt de rechter met het woord ‘kan’ immers duidelijk een bevoegdheid tot het voorleggen van prejudiciële vragen verleend en hem geen verplichting daartoe opgelegd. Deze duidelijke wettekst moet doorslaggevend worden geacht. De wet houdt namelijk ook in dat geen schorsing plaatsvindt in de volgende drie gevallen. Deze drie gevallen staan vermeld in artikel 31, tweede lid, van de Wet Constitutioneel Hof. Dat artikellid gaat over het achterwege blijven van een prejudiciële vraagstelling, maar deze gevallen zijn via artikel 32, derde lid, en artikel 34, tweede lid, ook van toepassing op de schorsing van de behandeling door de rechter. Dat oordeel zou bij de beslissing om niet te schorsen wederom gegrond kunnen worden op het grond- en mensenrecht op behandeling binnen een redelijke termijn. Dit recht is als grondrecht verankerd in artikel 10 Grondwet en als mensenrecht in artikel 8, eerste lid, AVRM en artikel 14, derde lid, onder c, IVBPR. De redelijke termijn van het IVBPR geldt in alle fasen van een strafzaak, zie General Comment No. 32 van het Mensenrechtencomité over artikel 14 IVBPR, par. 35. Slachtoffers hebben ook op grond van het recht op rechtsbescherming in artikel 25, eerste lid, AVRM, aanspraak op een spoedige behandeling. Ook nu het Constitutioneel Hof volgens de wet binnen drie maanden een beslissing moet nemen. Zie artikel 23 van de Wet Constitutioneel Hof. 20 Zoals het recht op leven, en de mensenrechten die nabestaanden van slachtoffers van ernstige mensenrechtenschendingen zoals buitengerechtelijke, standrechtelijke en willekeurige executies toekomen, met name het recht om te worden gehoord door een rechter en het recht op effectieve rechtsbescherming. Het recht op leven is neergelegd in artikel 14 Grondwet, artikel 6 IVBPR en artikel 4 AVRM. Het recht om te worden gehoord is neergelegd in artikel 8, eerste lid, AVMR, en het recht op effectieve rechtsbescherming in artikel 25 AVRM. Deze laatste twee mensenrechten moeten in samenhang worden beschouwd met de op de staat Suriname rustende verplichting om de in het AVRM erkende rechten en vrijheden te respecteren en de vrije en volledige uitoefening daarvan te garanderen (artikel 1, eerste lid, AVRM). Het Mensenrechtencomité heeft dat in zijn betrekkelijk recente ‘General Comment’ van 30 oktober 2018 over het recht op leven nader uiteengezet. Het gaat om General Comment No. 36, Article 6: right to life, online beschikbaar via: https://bit.ly/3hhhYef. Voor het nieuwsbericht over de aanvaarding van dit General Comment, zie: https://bit.ly/2XRLiR1. In relatie tot het recht op leven merkt het comité over immuniteiten hierbij het volgende op. Zie het slot van paragraaf 27 van General Comment No. 36, Article 6: right to life. Het Mensenrechtencomité bouwt hierbij voort op een eerdere General Comment van 29 maart 2004 over de verplichtingen die op verdragsstaten rusten. Zie General Comment No. 31 [80], ‘The Nature of the General Legal Obligation Imposed on States Parties to the Covenant’ (d.d. 29 maart 2004): https://bit.ly/3dXo0i4, zie in het bijzonder paragraaf 18 daarvan. Het Mensenrechtencomité wijst in zijn General Comment van 30 oktober 2008 ook naar rechtspraak van het InterAmerikaans Hof voor de Rechten van de Mens. Suriname heeft op 12 november 1987 de rechtsmacht van het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens aanvaard overeenkomstig artikel 62 van het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens (AVRM). Daarmee heeft het land de rechtsmacht van dit hof als bindend erkend voor wat betreft de interpretatie en de toepassing van dit verdrag. Hoewel dit niet de eerste keer was dat het Inter-Amerikaans Hof zich over amnestieën uitliet, wordt deze uitspraak, die in latere jaren is bevestigd, als een ‘landmark judgement’ gezien, een belangrijke richtinggevende uitspraak. Zie Christina Binder, The Prohibition of Amnesties by the Inter‐American Court of Human Rights, German Law Journal vol. 12 (2011), nr. 5, p. 1203-1230, op p. 1208-1209. Online beschikbaar via https://bit.ly/2XO968d. De Barrios Altos-uitspraak is later onder meer bevestigd in de zaken Almonacid Arellano en anderen tegen Chili (2006) en La Cantuta tegen Peru (2006). Klip en klaar oordeelt het Inter-Amerikaanse Hof in deze zaak dat amnestiewetten ontoelaatbaar zijn. Zie Inter-American Court of Human Rights, Case of Barrios Altos v. Peru, Judgment of March 14, 2001, par. 41- 43: http://www.corteidh.or.cr/docs/casos/articulos/seriec_75_ing.pdf. Bij het recht van nabestaanden om door een rechter te worden gehoord en hun recht op rechtsbescherming verwijst het Inter-Amerikaans Hof naar de 21 artikelen 8 en 25 AVRM, in samenhang met de in artikel 1, eerste lid, AVMR neergelegde algemene verplichting van verdragsstaten om te verzekeren dat deze mensenrechten kunnen worden uitgeoefend. Het invoeren c.q. niet-intrekken van amnestiewetten wordt dan ook in strijd geacht met de verplichting om het nationale recht in overeenstemming te brengen met dit verdrag. Zie over deze verplichting, die is neergelegd in artikel 2 AVRM, in relatie tot amnestiewetten: – Barrios Altos (2001), par. 39 en 42; – Almonacid (2006): https://www.corteidh.or.cr/docs/casos/articulos/seriec_154_ing.pdf, par. 121-122; – La Cantuta (2006): https://www.corteidh.or.cr/docs/casos/articulos/seriec_162_ing.pdf, par. 189.

SANDEW HIRA EN DESI BOUTERSE

DE WARE TIJD COMMENTAAR : ZWARTE DAG PERSVRIJHEID
15/12/2021 12:00
MAAR LIEFST VIJF journalisten werden op 8 december 1982 vermoord in Suriname. De stem van de democratie werd die dag om zeep geholpen door het militair regiem onder leiding van de inmiddels veroordeelde maar nog altijd vrij lopende Desi Bouterse. Suriname heeft een lange weg afgelegd om de democratie en ook diens stem – de persvrijheid – weer een plek te geven in ons land.

Ironisch genoeg is het vicepresident Ron… 

Meer weergeven
Kan een afbeelding zijn van tekst
 
 


Astrid Essed *39 JAAR DECEMBERMOORDEN/VERGEET ZE NOOIT!*

****39 jaar Decembermoorden.****

**Op 8 December 2021, was het 39 Jaar geleden, dat vijftien tegenstanders van het militaire regime Bouterse, standrechtelijk zijn geexecuteerd, na eerst te zijn gefolterd. [1]Een Schok ging door de Surinaamse samenleving en door Nederland, dat de ontwikkelingshulp aan Suriname opschortte. [2]**

**Een groffe misdaad, een standrechtelijke executie, misdrijven tegende menselijkheid. [3]**

**Een groot Trauma voor de Surinaamse bevolking.**

**De Surinaamse Gemeenschap is klein:Iedereen kent wel een van de slachtoffers, of familieledenIs zelf familie, heeft bij een der slachtoffers op schoolgezeten of heeft familieleden, die bij hen op schoolgezeten heeft.Ga zo maar door.**

**Maar hoe is het nu zo gekomen, dat in een relatief vreedzame samenleving,een dergelijke Gruwel heeft kunnen plaatsvinden?**

**Een Terugblik:**

**Reis met mij terug in de Tijd, om te zien. hoe het allemaal is gekomen…..En al lezende, zult u zien, dat er naast deze standrechtelijke executies,die ieder jaar worden herdacht, veel meer misdaden zijn gepleegdKom mee naar the House of Horror……**

**BEGIN VAN EEN HORROR STORY…**

**MISDADEN EEN OVERZICHT:**

**Een terugblik op een aantal mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden [wie weet, wat er in de toekomst nog meer aan het licht komt….], waaraan [nu president] D. Bouterse zich in zijn hoedanigheid als lid van de Nationale Militaire Raad [4], bevelhebber van het Surinaamse leger [5]en voormalig dictator schuldig gemaakt heeft, samen met de kliek om hem heen:**

**MILITAIRE COUP **

**Na het plegen van de militaire coup op 25 februari 1980 door zestien militairen, waaronder Bouterse De Groep van Zestien [6] werd deNationale Militaire Raad geinstalleerd [7], waar Bouterse een belangrijk lid van was.**

**Op 15 maart 1980 werd een burgerregering gevormd, waarvan medisch specialist Henk Chin A Sen premier werd.Kort daarna echter werd een Wet aangenomen, die de macht van het parlement beperkte ten gunste van de regering, waarmee de democratische rechten steeds meer werden ingeperkt [8]**

**Er zouden trouwens pas weer vrije verkiezingen komen in 1987, met als resultaat de eerste democratisch gekozen regering sinds demilitaire coup in 1980.**

**MENSENRECHTENSCHENDINGEN BOUTERSE**

**VOOR DE DECEMBERMOORDEN:**

**Voor de decembermoorden hebben Bouterse en de politiek-militairverantwoordelijken zich ook schuldig gemaakt aan ernstige mensenrechtenschendingen**

**Bouterse:**

**Onder zijn verantwoordelijkheid als lid van de Nationale Militaire Raad en vanaf juli 1980 bevelhebber van het leger vallen, arrestaties op vage gronden en de slechte detentieomstandigheden-mishandelingen van arrestanten onder detentieomstandigheden onder voormalige politicide zogenaamde oude politiek en ”dissidente” militairen [9] **

**MENSENRECHTENSCHENDINGEN BOUTERSE:STANDRECHTELIJKE EXECUTIE HAWKERDECEMBERMOORDENONOPGEHELDERDE DOOD HORBMASSASLACHTING MOIWANABETROKKENHEID BIJ DRUGSHANDEL **

**De mensenrechtenschendingen betreffen NIET alleen de decembermoorden**

**Ook andere misdaden hebben plaatsgehad onder verantwoordelijkheid van Bouterse **

**A : Standrechtelijke executie van Sergeant Majoor Hawker **

**In maart 1982 vond een mislukte coup plaats onder leiding van Hawker en Rambocus **

**Enkele dagen later werd de gewonde Hawker op zijn brancard, voor het oog van de wereld, standrechtelijk geexecuteerd [10]**

**Volgens de Geneefse Conventies, het Internationaal Humanitair Oorlogsrecht en de Internationale Mensenrechtenverdragen is een standrechtelijke executie een oorlogsmisdaad**

**B : Standrechtelijke executie 15 critici van het militair regime**

**De decembermoorden**

**In de nacht van 8/9 december werden 15 critici van het militaire regime in Fort Zeelandia standrechtelijk geexecuteerd, na ernstige folteringen [11]**

**Het officiele verhaaltje, dat zij ”op de vlucht waren neergeschoten”, werd al gauw ontkracht.**

**C : Onopgehelderde dood Horb**

**Op 30 januari 1982 werd de na de decembermoorden in ongenade gevallen tweede man van Bouterse, Majoor Horb, gearresteerd op verdenking van het ondermijnen van de Staatsveiligheid **

**Enkele dagen later wordt hij dood in zijn cel aangetroffen**

**Hij zou zich aan het koord van zijn sportbroek hebben opgehangen**

**Er ontstaan vrijwel direct twijfels over de doodsoorzaak, die nooit is**

**opgehelderd [12]**

**D : Moiwana/Massaslachting**

**In het gewapende conflict tussen Bouterse en de leider van het zgn Jungle Commando, Brunswijk van 1986 tot 1992, zijn aan beide zijden [13] een groot aantal mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden gepleegd**

**De beruchtste is de door het Nationaal Leger onder leiding van Bouterse aangerichte massaslachting onder de bewoners van Moiwana, een dorp in het binnenland van Suriname, van wie tientallen werden gedood [14] **

**Het Inter Amerikaans Hof voor de Mensenrechten veroordeelde Suriname in 2005 voor de massamoord [15] **

**Zowel de Decembermoorden als de massaslachting in Moiwana zijn gekwalificeerd als misdaden tegen de menselijkheid. [16]**

**E : Drugshandel **

**En als klap op de vuurpeil is hij door Nederland bij verstek veroordeeld tot 11 jaar gevangenisstraf vanwege drugshandel [17] **

**Wikileaks onthulde bovendien, dat Bouterse nog tot 2006 actief zou zijn geweest in de drugshandel [18] **

**Met dank aan Bouterse is drugsverslaving en de daaraan gerelateerde criminaliteit nu een groot probleem in Suriname. Nog los van alle slachtoffers, die zijn aandeel in de drugshandel ook buiten Suriname heeft gemaakt.**

**VERRAAD!!DICTATOREN EN HUN HELPERS/SANDEW HIRA, ADVOCAAT VAN STRAFFELOOSHEID VAN OORLOGSMISDADEN EN MISDADENTEGEN DE MENSELIJKHEID**

**Dat de hoofdverdachte in het Decembermoordenproces [19], president D Bouterse, op allerlei manieren heeft getracht, de rechtsgangte frustreren, was gezien zijn evil track record te verwachten.**

**Hij heeft het geprobeerd via de zogenaamde ”amnestiewet” [20] en toendat niet afdoende bleek [21], door te trachten in te grijpen in het rechtsprocesmet verwijzing naar de Staatsveiligheid [22].**

**Veel heeft hem dat niet opgeleverd, want het proces gaat-althansvoorlopig- [weet ik veel, wat D.B. en aanhang later weer bedenken-door. [23]**

**Er is tegen zes verdachten in het Decemberproces, waaronder Bouterse,zelfs 20 jaar gevangenisstraf geeeist! [24]**

**Goed! Maar what about een nabestaande van een van de Decemberslachtoffers,die straffeloosheid voor de verdachten van moord en foltering heeft bepleit?**

**Als iemand mij voor 2015, toen this HUGH BETRAYAL plaatsvond,had verteld, dat een broer van een van de slachtoffers van de Decembermoordenzou proberen, Bouterse voor een rechtszaak te behoeden en zelfs met hem op een boomstronk in de buurt van zijn buitenhuis, Brokobaka, zou gaan zitten keuvelen [25], zou ik diegene voor gek hebben verklaard!**

**En toch is het een feit: Dew Baboeram, beter bekend als Sandew Hira, de broer van 8 December slachtofferde advocaat John Baboeram [26] heeft in 2015 via een ”brief aan president Bouterse” [27] met president D Bouterse aangepapt met maar een doel:Een rechtszaak tegen hem frustreren via zijn zogenaamde ”Getuigenisprojectpresident Bouterse. [28]Het begon dus allemaal met Hira’s ”Open Brief aan president Bouterse [29],waarin deze werd opgeroepen, ”getuigenis” af te leggen van alle[ik citeer Hira] ”gebeurtenissen waarbij u betrokken bent geweest en waarbij geweld een bepalende factor is geweest” [30]**

**Zonder juridische consequenties, vandaar mijn term ”straffeloosheidsproject”.Vervolgens, ter promoting van zijn straffeloosheidsproject, ging Hira de wereld lastigvallen met ellenlange ”persconferenties” [31],als ware het ”Koninklijke Proclamaties” [32] en Hira een absoluut vorst. [33] **

**Met als voor mij bizar dieptepunt:**

**De persconferentie van 8 December 2016, herdenkingsdag van de slachtoffers van de Decembermoorden [34], waaronder Hira’s eigen broer, John Baboeram. [35]**

**Dat Hira bij een aangekondigde ontmoeting met president en ex dictator D. Bouterse, voorafgaande aan zijn interview, gezellig een boswandeling ging maken en een biertje dronk op een boomstronk [36], is natuurlijk zijn eigen keuze en zaak.**

**Ware het niet, dat hij zijn straffeloosheidsproject aan het Surinaamse volk opdringt, hij groepen nabestaanden tegen elkaar uitspeelt en met modder gooit naarnaar diegenen, die WEL ijveren voor berechting van [oorlogs] misdadenen misdaden tegen de menselijkheid [37], waaronder [het kan niet genoeg gezegd]Hira’s eigen broer, John Baboeram. [38]**

**Om tenslotte het ultieme verraad [ik ben boos!] te plegen door ondanks alle aantoonbare bewijzen van het tegendeel [39]de oude leugen van Bouterse en consorten over ”coupplannen”[40] op te rakelen en zijn eigen broer te beschuldigen,dat deze betrokken zou zijn geweest bij de door Bouterse enHira gelogen ”tegencoup” [41]**

**En waarop baseert Hira deze ”wijsheden”? Op grond van wat ”mensen” tegen hem zeiden Ik citeer Hira [bron: De Ware Tijd Online]”**

**Het is pijnlijk om dat te horen van mensen, die erbij waren, dat hij erbij zat” [42] Lekker wetenschappelijk…**

**En dan rest MIJ de vraag, wie ”die mensen” dan wel niet waren Want volgens mij waren dat alleen de aanwezige beulen en hun handlangers.**

**Maar dat daargelaten:**

**Ook al ZOU Hira’s bewering[tegen alle bewijzen in!] waar zijn, rechtvaardigt dat dan buitengerechtelijke executies, foltering en moord?**

**Ga je er dan voor ijveren, dat de beulen van ongewapende mensen,van je eigen broer, NIET voor de rechter komen?**

**Het is ongehoord.**

**Zie de felle kritiek op Hira door deskundige en Bouterse criticus van het eerste uur, Theo Para. [43] Ook ik heb ik hem bekritiseerd in eerdere stukken. [44]**

**Echt pijnlijk voor Hira is geweest, dat zijn familie in een verklaring openlijk afstand van zijn acties heeft genomen. **

**Zij schrijven onder andere: “Gefaald in zijn pogingen om respect af te dwingen bij zijn omgeving, is Sandew Hira afgegleden tot spreekbuis van de man aan wiens handen bloed kleeft, ook het bloed van zijn broer” [45] Pijnlijk voor Hira [en de familie], maar het directe gevolg van zijn villeine aanpapperij van de hoofdverantwoordelijke voor de misdaden tijdens zijn regime, de Decembermoorden en andere.Moreel failliet zijn diegenen, die de rechtsgang van de 8 Decembermisdaden frustreren, ex dictatoren en hun consorten uit de wind willen houdenen leugens en verdachtmakingen over anderen, die WEL gerechtigheid nastreven, rondstrooien.**

**Maar goed, dat is Hira’s zaak en verantwoordelijkheid.**

**De geschiedenis zal afrekenen met Hira en co. [46]**

**EINDELIJK GERECHTIGHEID!**

**Het inschakelen van landverraders als Sandew Hira [47], intimidatie [48] en wat dies meer zij heeft niet geholpen:**

**WANT OP 29 NOVEMBER 2019 WAS HET ZOVER!**

**President D Bouterse werd door de Krijgsraad veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf! [49]**

**Een Dag waarop ik en vele anderen lang hadden gewacht!**

**Alle respect voor de[vrouwelijke] rechters, die ondanks intimiderende omstandigheden hun taak moedig en eervol hebben vervuld en een belangrijke stap hebben gezet naar Suriname als democratische rechtsstaat! [50]**

**Of D Bouterse ook werkelijk de cel ingaat is nog maar de vraag: Voorlopig is hij in Hoger Beroep gegaan [51] en maakt weer behoorlijk, intimiderend Lawaai [52]**

**Laten we hopen, dat hij nu een Papieren Tijger blijkt.**

**LATEN WE HERDENKEN**

**Maar laten we nu doen waar het allemaal om begonnen was:**

**Het herdenken van de slachtoffers van de Decembermoorden, die nu in ieder geval juridisch gekregen hebben wat ze verdienen:**

**Gerechtigheid**

**Laten we hen herdenken:**

**JOHN BABOERAM, ADVOCAAT**

**WIJ GEDENKEN U**

**BRAM BEHR, JOURNALIST EN STRIJDER VOOR SOCIALE GERECHTIGHEID**

**WIJ GEDENKEN U**

**CYRILL DAAL, VOORZITTER VAN VAKBOND MOEDERBOND**

**WIJ GEDENKEN U**

**KENNETH CONCALVES, ADVOCAAT EN PRESIDENT VAN DE ORDE VAN ADVOCATEN**

**WIJ GEDENKEN U**

**EDDY HOOST, ADVOCAAT**

**WIJ GEDENKEN U**

**ANDRE KAMPERVEEN, SPORTMAN, EIGENAAR VAN ABC RADIO, VICEPRESIDENT VAN DE FIFA**

**WIJ GEDENKEN U**

**GERARD LECKIE, PSYCHOLOOG EN DECAAN AAN DE UNIVERSITEIT VAN SURINAME**

**WIJ GEDENKEN U**

**SUGRIM OEMRAWSINGH, WIS EN NATUURKUNDIGE EN VOORMALIG PARLEMENTSLID**

**WIJ GEDENKEN U**

**LESLEY RAHMAN, JOURNALIST EN STRIJDER VOOR SOCIALE GERECHTIGHEID**

**WIJ GEDENKEN U**

**SURENDRE RAMBOCUS, MILITAIR, BETROKKEN BIJ DE TEGENCOUP TEGEN D. BOUTERSE**

**WIJ GEDENKEN U**

**HAROLD RIEDEWALD, ADVOCAAT**

**WIJ GEDENKEN U**

**JIWANSINGH SHEOMBAR, BETROKKEN BIJ DE TEGENCOUP TEGEN D BOUTERSE**

**WIJ GEDENKEN U**

**JOSEPH SLAGVEER, JOURNALIST EN DIRECTEUR VAN NIEUWSAGENTSCHAP INFORMA**

**WIJ GEDENKEN U**

**ROBBY SOHANSINGH, ONDERNEMER**

**WIJ GEDENKEN U**

**FRANK WIJNGAARDE, JOURNALIST EN RADIO OMROEPER BIJ ABC RADIO **

**WIJ GEDENKEN U**

**WIJ ZULLEN U NIET VERGETEN!**

**VERGEET NOOIT DE DECEMBERMOORDEN!**

**Astrid Essed ****

https://www.astridessed.nl/39-jaar-decembermoorden…/…

 
 

Bestuurskundige August Boldewijn. Beeld: Apintie TV

5 december 2019 
 

Boldewijn stelt dat een van deze landen misschien zou kunnen ingrijpen. Hij geeft aan dat het schenden van de wetten van de staat in strijd is met de principes van de VN. “Wij hebben een handelwijze ingevoerd die tegen de principes van de VN is, namelijk eerbiediging van de wetten van de staat, eerbiediging van internationale wetten en regels en onderwerping aan de staatsorde.”

De bestuurskundige is van mening dat zodra je buiten die orde gaat, de wet je gaat straffen en dat is wat nu is gebeurd. Dat het Decemberstrafproces een politiek proces wordt genoemd, vindt hij pure nonsens. “Toen die vijftien mensen vermoord werden, was het toen geen politiek? De mensen zijn uit hun bed gehaald en ze zijn vermoord. De nabestaanden treuren nog steeds om hun geliefden. En ik moet gaan vechten om één man? Die zegt dat hij niet verantwoordelijk is, maar dan moet hij bewijzen dat hij niets heeft gedaan,” zegt Boldewijn.

Hij zegt echter dat uit documenten, die hij heeft gelezen, het tegendeel wordt bewezen. “Die man was erbij, die man heeft opdrachten gegeven. De enige man die hij heeft vrijgelaten, is Derby.”

Boldewijn zegt verder dat forensisch onderzoek heeft uitgewezen dat de mensen niet op de vlucht zijn doodgeschoten, maar van voren. Daar begint de leugen over 8 december 1982 al met het verhaal dat de opgepakte mannen op de vlucht zijn doodgeschoten, besluit Boldewijn.https://www.srherald.com/suriname/2019/12/05/boldewijn-vn-kan-acties-ondernemen-tegen-suriname/

Door: Ivan Cairo  

COLUMN: HERSENSPINSELS

04/12/2019 14:00 

COLUMN: Hersenspinsels

                                              

Ex-legerleider Desiré Delano Bouterse en zes medeverdachten zijn vrijdag door de Krijgsraad die bestond uit zes rechters, onder wie twee hoge legerofficieren, veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen voor hun wettig en overtuigend bewezen betrokkenheid bij de Decembermoorden. In totaal zijn door de Krijgsraad tien verdachten vrijgesproken. Door de burgerrechter waren twee anderen, die ten tijde van de moorden minister waren, enkele maanden geleden reeds vrijgesproken.

Laat het voor iedereen duidelijk zijn: Cynthia Valstein-Montnor – want dat willen de spindoctors doen geloven – heeft niemand in haar eentje veroordeeld of vrijgesproken. Het vonnis is gekomen op basis van overleg door zes daartoe bevoegde personen, inclusief twee legerofficieren die voldoende kennis hebben van het militair recht en de gebruiken en regels van een leger.

Dat er afgelopen vrijdag vonnis zou worden gewezen, stond voor mij als een paal boven water. Ik was dus niet verrast. Vóór aanvang van de strafzitting vrijdag vroeg collega Nancy de Randamie wat er zou gebeuren. In bijzijn van collega’s Lloyd Groenewoud en Tatjana Muskiet zei ik: “Vandaag komt het vonnis.” Nancy keek me aan alsof ze water zag branden. Hoe ik dat wist? Mijn logisch verstand, mijn zesde zintuig en het feit dat ik vanaf dag één deze strafzaak heb gevolgd.

Er waren ook enkele andere kleine aanwijzingen, maar daarover zal ik niet uitweiden. Voor mij was één ding duidelijk: als er een veroordeling van Bouterse kwam, zou de grote spinmachine worden aangezet en zouden de spindoctors hun hersenspinsels op de samenleving loslaten. Ik werd niet teleurgesteld. De uitspraak was nog in volle gang toen het eerste – overigens oude – spinsel – werd gelanceerd.

“Het is een politiek proces om de president, de NDP, Suriname te beschadigen.” Het moge duidelijk zijn dat de president van de Republiek Suriname, de Nationale Democratische Partij noch de Staat Suriname als verdachten in deze zaak zijn aangemerkt en vervolgd. Het doet pijn – ook mij heeft het enorm veel gedaan – de internationale krantenkoppen op internet en de nieuwsuitzendingen te zien waarin de wereld wordt meegedeeld dat de president van mijn land is veroordeeld wegens betrokkenheid aan meervoudige moord.

De kritiek dat ‘de president’ is gevonnist en internationaal te schande is gezet tijdens een staatsbezoek aan een ander land, mag gerust naar de prullenbak. Voor deze blamage zijn alleen de nu veroordeelde, Bouterse, en de NDP verantwoordelijk. Immers, zij wisten vanaf dag één van het strafproces in 2007 dat de mogelijkheid van een veroordeling bestond. Toch stelde hij zich met steun van de NDP verkiesbaar voor het presidentschap in 2010 en opnieuw in 2015 en werd tot president gekozen.

De schuld moet dus nergens anders gezocht worden en zeker niet bij de rechterlijke macht. Toen het vonnis werd uitgesproken ontdekte ik bij mezelf geen gevoel van euforie, het was één van opluchting en een zekere verslagenheid. Het is eindelijk voorbij. Een veroordeling had ik zeker verwacht. Dat zei ik een paar jaar geleden al aan m’n goede vriend Clifton Limburg op het balkon van het Perscentrum toen we over het proces spraken.

Alleen de hoogte van de strafmaat voor Bouterse en het feit dat ook zijn toenmalige lijfwachten zijn veroordeeld hebben me verrast. Ik had verwacht dat de lijfwachten zouden worden vrijgesproken. Ik verwachtte dat vanwege het feit dat de redelijke termijn van berechting zwaar is overschreden wat door de Krijgsraad is erkend, een gevangenisstraf van tussen de vijf en tien jaar zou worden uitgesproken.

Wanneer ik nu alle verhalen hoor die moeten staven dat er hier iets anders aan de hand was of is dan een normaal strafproces, vind ik het nog steeds jammer dat het Hof van Justitie vóór aanvang van de strafzittingen in 2007 niet heeft bepaald, dat deze bij wijze van uitzondering, rechtstreeks door de elektronische media – radio, tv en internet – mochten worden uitgezonden, zoals onder andere in de VS bij spraakmakende en soms gewone zaken het geval is.

Dan had een veel groter deel van de samenleving zelf de verklaringen van verdachten, getuigen en deskundigen kunnen aanschouwen en zo een eigen oordeel kunnen vellen. Dan waren ze minder vatbaar voor de kolder van de spindoctors. Zegge en schrijve hebben vanaf de rechtszittingen in november 2007 in Boxel begonnen waarschijnlijk niet meer dan in totaal tweehonderd personen inclusief journalisten, alle zittingen bijgewoond. Ik hoor mensen praten over deze zaak en er allerlei kwalificaties aan geven die op geen enkele zitting zijn verschenen.

Bij de getuigenissen van sommige verdachten en getuigen kreeg ik kippenvel van wat ik hoorde. Zoals die van een ex-militair tevens ex-lijfwacht van Roy Horb. De man was waarschijnlijk nauwelijks twintig jaar oud en werd in een vuurpeloton geplaatst om op enkele van de weerloze gevangenen te schieten. Hij vertelde over zijn machteloosheid en hoe bang hij was voor zijn eigen leven als hij de opdracht niet had uitgevoerd.

Dat sommige personen nu doodleuk op de radio komen vertellen dat het een situatie was van coupacties tegen een militaire regering en betrokkenen dus voor de consequenties moesten instaan, gaat mijn pet te boven. Er zijn internationale conventies die aangeven hoe je “weerloze” krijgsgevangenen dient te behandelen. In de context van militaire of oorlogsoperaties waren de zestien opgepakte mannen krijgsgevangenen.

De vraag waarom twee van de latere slachtoffers, de twee militairen, die al door de rechter waren veroordeeld wegens een couppoging en al in de gevangenis zaten, naar Fort Zeelandia moesten worden overgebracht, is overigens nooit beantwoord. Welk ogenblikkelijk en levensbedreigend gevaar vormden zij achter tralies voor de toenmalige machthebbers? Ter informatie hier enkele artikelen uit het ‘Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, van 12 Augustus 1949’, hoe de gevangenen van 8 december 1982 behandeld hadden moeten worden.

Artikel 13: Krijgsgevangenen moeten te allen tijde menslievend worden behandeld. Iedere onrechtmatige handeling of nalatigheid van de zijde van de gevangenhoudende Mogendheid, welke de dood van een krijgsgevangene die zich in haar macht bevindt, ten gevolge heeft dan wel zijn gezondheid ernstig in gevaar brengt, is verboden en wordt beschouwd als een ernstige inbreuk op dit Verdrag. In het bijzonder mag geen krijgsgevangene lichamelijk worden verminkt of onderworpen aan geneeskundige of wetenschappelijke proefnemingen van welke aard ook, welke door de geneeskundige behandeling van de betrokken krijgsgevangene niet gerechtvaardigd noch in diens belang zouden zijn. Evenzo moeten krijgsgevangenen te allen tijde worden beschermd, in het bijzonder tegen iedere daad van geweld of vreesaanjaging, tegen beledigingen en de nieuwsgierigheid van het publiek. Represaillemaatregelen ten aanzien van krijgsgevangenen zijn verboden.

Artikel 14: Krijgsgevangenen hebben onder alle omstandigheden recht op eerbiediging van hun persoon en van hun eer. Vrouwen moeten met alle aan haar sekse verschuldigde voorkomendheid en in ieder geval even gunstig als mannen worden behandeld. Krijgsgevangenen behouden de volle burgerlijke bevoegdheid welke zij op het tijdstip van hun gevangenneming genoten. De gevangenhoudende Mogendheid mag de gebruikmaking daarvan, zowel op haar grondgebied als daarbuiten, slechts beperken voor zover de krijgsgevangenschap zulks vereist.

I rest my case. Spin this if you can!

ivancairo@yahoo.com

COLUMN: Hersenspinsels – DWTonline.com http://www.dwtonline.com/de-ware-tijd-online/laatste-nieuws/2019/12/04/column-hersenspinsels/#ixzz6AASXC5E5

ACHTERGROND: RECONSTRUCTIE VAN DE DECEMBERMOORDEN

 

03/12/2019 16:19

In de nacht van 7 op 8 december 1982 werd het sluitstuk van een macaber draaiboek tot uitvoering gebracht. Een scenario om medeburgers van het leven te beroven, omdat de militairen de politieke macht niet wilden overdragen aan een burgerregering. Hieronder volgt een reconstructie aan de hand van getuigenverklaringen tijdens het gerechtelijk vooronderzoek en op de terechtzittingen, een proces dat in totaal negentien jaar heeft geduurd.

In de nacht van 7 op 8 december 1982 werd het sluitstuk van een macaber draaiboek tot uitvoering gebracht. Een scenario om medeburgers van het leven te beroven, omdat de militairen de politieke macht niet wilden overdragen aan een burgerregering. Hieronder volgt een reconstructie aan de hand van getuigenverklaringen tijdens het gerechtelijk vooronderzoek en op de terechtzittingen, een proces dat in totaal negentien jaar heeft geduurd.  

In een ongekend lange presentatie is tot verrassing van velen vrijdag vonnis gewezen in de strafzaak naar de geruchtmakende platte moorden van 8 december 1982, door militairen onder leiding van toenmalig legerbevelhebber, luitenant-kolonel Desiré Delano Bouterse. Als voorzitter van het Beleidscentrum was hij indertijd ook de feitelijke regeringsleider. Wat heeft zich voorgedaan op die gitzwarte dag in de recente Surinaamse geschiedenis?

Tekst: Ivan Cairo /  Beeld: Jason Leysner

Suriname is in 1982 in de greep van politieke spanningen. In maart waagt luitenant Soerendre Rambocus een couppoging. Die mislukt grandioos. Sergeant-majoor Wilfred Hawker, ingesloten voor deelname aan een eveneens mislukte couppoging een jaar eerder, ontsnapt te midden van de chaos uit detentie. Hij sluit zich aan bij Rambocus. Hij wordt in het Militair Hospitaal gearresteerd waar hij wordt behandeld nadat hij gewond was geraakt.

Hawker wordt overgebracht naar het legerhoofdkwartier Fort Zeelandia, waar hij enkele uren later wordt gefusilleerd nadat hij door een krijgsraad te velde ter dood is veroordeeld. Rambocus wordt aangehouden, vervolgd en veroordeeld tot twaalf jaar celstraf. Het blijft echter onrustig in Paramaribo, waar protestmanifestaties van de vakbeweging geleid door De Moederbond, evenals betogingen van studenten en maatschappelijke groeperingen dagelijkse kost zijn. De roep dat de militaire regering van Bouterse terugtreedt en de macht overdraagt aan een burgerregering wordt steeds luider.

Aanloop

Daags vóór de Decembermoorden vertrekt de ‘Groep van 16’ die op 25 februari 1980 een succesvolle staatsgreep pleegde en sindsdien de dienst uitmaakt in het land, naar de schietbaan achter Zanderij. Leider van de groep tevens bevelhebber, Bouterse, is aanwezig met een aantal lijfwachten. Op de schietbaan worden nieuwe, zware militaire vuurwapens uitgetest. De wapens komen vermoedelijk uit een bezending die eerder dat jaar is aangevoerd op een lijnvlucht van de SLM – zoals later zal blijken buiten medeweten van de SLM-top.

In een uitgelaten stemming keert de groep terug naar Paramaribo. Bataljonscommandant Etiënne Boerenveen wordt gebeld door garnizoenscommandant tevens tweede man in het leger Roy Horb. Hij moet het alarmplan in werking stellen, wat hij ook doet, omdat dat tot zijn taakgebied behoort. Het complete leger wordt geconsigneerd, manschappen worden geplaatst op strategische plekken in en rondom de hoofdstad en nutsbedrijven worden door militairen bewaakt. Dan beginnen de razzia’s.

Razzia’s

Stolk

Op instructie van Paul Bhagwandas gaan kleine groepjes militairen rond om de mannen op te halen die gearresteerd moeten worden. Hun namen staan op een lijst. Luitenant Jimmy Stolk, toen aangesteld als gevangenisdirecteur, ligt op 7 december 1982 ’s avonds al in bed wanneer hij een telefoontje krijgt van Bhagwandas met de opdracht de veroordeelde militair Jiwansingh Sheombar uit de gevangenis te Santo Boma te halen en naar Fort Zeelandia over te brengen. Sheombar had meegedaan aan de mislukte Rambocus-coup.

Zonder te mopperen of vragen te stellen – want de opdracht komt van een meerdere – wordt de opdracht uitgevoerd. Stolk krijgt twee manschappen van de MP ter beschikking. In de strafinrichting loopt hij naar boven waar Sheombar wordt gewekt. Hij is gekleed in korte broek en T-shirt en krijgt de gelegenheid een lange broek aan te doen. Wanneer hij weggaat, zegt Sheombar aan de dienstdoende cipier om op te schrijven wat hij allemaal in zijn cel heeft achtergelaten.

Deze militair zal nooit meer terugkeren naar zijn cel. Stolk levert hem af te Fort Zeelandia, keert terug naar huis en gaat weer slapen. Wanneer hij een aantal uren later op het werk verschijnt in de strafinrichting draait de geruchtenmachine al op volle toeren. Zo hoort hij dat de man die hij persoonlijk heeft afgeleverd bij het fort, samen met een aantal andere mannen is doodgeschoten.

Rozendaal

Ruben Rozendaal krijgt van Bhagwandas de opdracht om Radio ABC-directeur André Kamperveen en vakbondsleider Fred Derby op te halen. In eerste instantie weigert Derby mee te gaan, wanneer Rozendaal hem voorhoudt dat hij moet meekomen naar Fort Zeelandia omdat Bouterse hem nodig heeft. Door de grimmige houding van de militairen die hem komen ophalen beseft hij al gauw dat weigeren geen optie is.

Derby mag niet eens schoeisel aandoen en verlaat op blote voeten de woning. Vanaf het balkon gooit een van zijn dochters hem haar eigen badslippers toe. Groene badslippers, maat 39. De telefoonkabels worden doorgesneden: er mag met niemand gecommuniceerd worden en het gezin Derby moet zich in de woonkamer verzamelen. Bij het huis is een militair achtergelaten om hen in de gaten te houden.

Bij Kamperveen gebruikt het groepje van Rozendaal bruut geweld. Kamperveen stribbelt tegen om mee te gaan. Een hond van de Kamperveens die zijn baasje kennelijk wil verdedigen wordt doodgeschoten. Daarna worden schoten gelost op de woning en granaten gegooid. In korte broek wordt Ampie meegenomen. Ook bij zijn huis werden de telefoonkabels doorgekinpt en een militaire wachtpost achtergelaten.

Gefferie

Bij Moederbondvoorzitter Cyrill Daal duurt het even voordat de groep militairen geleid door commandant van de marine Ernst Gefferie hem vindt. Eerst worden zijn zoon Michael en broer Eddy afzonderlijk opgepakt. Zij moeten onder een scheldkanonnade en incassering van slagen verklaren waar Cyrill is. Uiteindelijk wordt hij gevonden. Daal doet zijn sieraden, ring en horloge af en geeft die aan zijn vrouw voordat hij meegaat. “Eddy, mi k’ka”, zei hij aan zijn broer voordat hij werd afgevoerd.

Brandstichting

Zo vergaat het ook de overige slachtoffers die worden opgepakt. Dezelfde modus operandi wordt overal toegepast. In het fort aangekomen moeten zij zich uitkleden; zij mogen alleen hun “jockey” aanhouden. Intussen wordt brand gesticht bij de radiostations ABC en Radika, dagblad De Vrije Stem en het gebouw van de Moederbond. Rozendaal krijgt de opdracht De Moederbond in de fik te steken, wat hij ook doet met brandstof en granaten.

De brandweer die is uitgerukt om de branden te blussen krijgt in opdracht van bevelhebber Bouterse te horen dat er niet geblust mag worden. Met lede ogen zien de brandweerlieden hoe de zaken door het vuur verteerd worden. Bij Radika is het blussen al begonnen, maar de brandweerlieden worden gesommeerd om daarmee te stoppen. Deels voor hun eigen veiligheid, want een aantal granaten die op het pand zijn afgevuurd, zijn niet ontploft en vormen dus een gevaar.

Doodsangst

In Fort Zeelandia treft Derby een aantal gearresteerden aan. Na hem worden nog vijf arrestanten aangevoerd. Wanneer Rambocus wordt binnengebracht, daagt hij de militairen uit hem een vuurwapen te geven zodat hij het met Bouterse kan opnemen in een duel. Slachtoffers huilen, jammeren, gillen en smeken. Sommigen staan of zitten te bidden. In doodsangst slaat een van de arrestanten met zijn hoofd tegen de muur.

“Ik hoorde mannen huilen, schreeuwen, gillen”, stelt Derby later in een verklaring. Ze werden door de militairen bespot, beschimpt, gekleineerd en afgesnauwd. “Wij geven geen water aan mensen die wij straks gaan doodschieten. Dat is vermorsen van het water”, krijgt een van de slachtoffers te horen toen hij om een beetje water vroeg. De echtgenote van een van de mannen die medicijnen komt afgeven moet aanhoren, dat haar man geen medicijnen nodig heeft waar hij naartoe gaat.

Roerloze lichamen

In groepjes worden de arrestanten om het leven gebracht. Kort nadat ze bij Bouterse in zijn werkkamer zijn gebracht, worden geweer- en pistoolschoten gehoord. De mannen komen niet terug. Zo gaat dat de hele dag door met tussenpozen. Derby verschijnt twee keer voor Bouterse. De tweede keer op weg naar de werkkamer van de legerleider ziet hij “de roerloze lichamen van Kamperveen en Slagveer” liggen. Aan Bouterse vraagt hij of de mannen dood zijn. De bevelhebber snauwt hem toe dat hij geen vragen moet stellen.

Dan krijgt hij van Bouterse te horen dat hij naar huis mag. De vakbondsleider vraagt Bouterse of de drie andere arrestanten die nog in leven zijn en zich nog in het fort bevinden, Eddy Hoost, Frank Wijngaarde en Harold Riedewald, ook mogen vertrekken. Hij moet zich daar niet mee bemoeien, maar snel zijn kleren gaan zoeken en weggaan, wordt hem door Bouterse toegebeten. Als Horb hoort dat Hoost nog in leven is, reageert hij verbaasd: “Hoost? Die hebben we toch al afgewerkt?”

Derby is de enige overlevende van de zestien opgepakte mannen. Hij wordt tot ongenoegen van Horb en Bhagwandas – de afspraak is dat iedereen om het leven wordt gebracht – door Bouterse gespaard en heengezonden. Volgens hem is er niet echt sprake geweest van een tribunaal. Het was Bouterse die de beslissingen nam. De bevelhebber was “kalm en koelbloedig”. Derby had niet de indruk dat hij onder invloed verkeerde.

Verklaringen

Jozef Slagveer en Kamperveen moeten onder dwang een door de legertop opgestelde verklaring voorlezen die later zal worden uitgezonden op radio en televisie. De opname wordt gemaakt door een cameraploeg van de STVS. De verklaring houdt in dat ze bekennen dat ze hebben deelgenomen aan een poging om de regering van Bouterse omver te werpen. Nadat ze de verklaring hebben voorgelezen, worden Kamperveen en Slagveer doodgeschoten.

Derby wordt op een later moment door Bouterse gevraagd om te adviseren over een verklaring. De legerleiding wil namelijk vertellen dat een vliegtuig boven het Fort Zeelandia was verschenen. Er zou paniek zijn uitgebroken en in de chaos zouen de arrestanten zijn doodgeschoten. De vakbondsleider houdt Bouterse voor dat die verklaring totaal ongeloofwaardig is. Op 9 december 1982 komt Bouterse op de televisie met de verklaring dat de arrestanten tijdens een wilde vluchtpoging uit het Fort Zeelandia op de vlucht zijn doodgeschoten. Dat verhaal blijkt naderhand een grove leugen te zijn.

Schoten

Uit het strafdossier blijkt verder dat Bouterse op 8 december omstreeks één uur ’s middags het fort heeft verlaten en rond zeven uur ’s avonds is teruggekeerd. In de periode van zijn afwezigheid zijn er geen schoten gehoord door getuigen. Ook blijkt dat er op een gegeven moment onenigheid was tussen Bouterse enerzijds en Bhagwandas en Horb anderzijds over de procedures die gevolgd werden bij het afhandelen van de arrestanten. Een ex-militair die was aangesteld in het vuurpeloton vertelde uit angst te hebben geschoten op arrestanten. Weigeren was geen optie, omdat daarop ernstige consequenties konden volgen.

De mannen zijn op instructie van leden van de Groep van 16 neergemaaid. Op 9 december 1982 brengen militairen vijftien lijken bij het mortuarium van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo. De koelcellen worden verzegeld en de militairen nemen de sleutels van de ruimte mee. In opdracht van de legerleiding mag geen lijkschouwing worden verricht en bij de identificatie mogen familieleden de lakens over de lijken niet verwijderen van de lichamen. Toch hebben nabestaanden kunnen zien dat sommige lijken schotverwondingen in borst en buik hadden en ledematen vermoedelijk kapot waren.

Onderzoek

Uit het sporenonderzoek is naar voren gekomen dat er 93 kogelinslagen in de muren van Bastion Veere in Fort Zeelandia zijn aangetroffen. Er is geschoten met pistolen en machinegeweren. Het forensisch en obductierapport dat in 2002 door Surinaamse en Nederlandse deskundigen is opgesteld geeft aan dat in de stoffelijke resten van sommige slachtoffers drie, vijf en 21 kogels zijn aangetroffen alsook schedelperforaties.

De meeste slachtoffers sterven aan verbrijzeling van het hersenweefsel, wat erop duidt dat zij door het hoofd zijn geschoten. Sommige mannen overlijden door shock wegens bloedverlies; zij zijn door het hart of de longen geschoten.

Vonnis

De Krijgsraad acht wettig en overtuigend bewezen dat een groep verdachten – geleid door de drie-eenheid Desi Bouterse, Roy Horb en Paul Bhagwandas – zich schuldig heeft gemaakt aan de moorden. Bouterse had volgens het tribunaal echter de absolute macht en was degene die de eindbeslissingen nam. Hij besliste over leven en dood, zeker in het geval van Derby heeft hij dat bewezen.

De ex-legerleider wordt een gevangenisstraf van twintig jaar opgelegd. De medeverdachten Ernst Gefferie, Iwan Dijksteel en Benny Brondenstein zijn veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf. Luciën Lewis, Kenneth Kempes en Stephanus Dendoe krijgen elk tien jaar. Jimmy Stolk, Etiënne Boerenveen, Dick de Bie, Errol Alibux, Winston Caldeira, Orlando Heidanus, Wim Carbière, Iwan Krolis, Edgar Ritfeld en Imro Themen zijn vrijgesproken.

ACHTERGROND: Reconstructie van de Decembermoorden – DWTonline.com http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2019/12/03/achtergrond-reconstructie-van-de-decembermoorden/#ixzz6AAVm40qN

 

Suriname verdrinkt in Chinese schuld

 

 

In het kort

De schulden van Suriname aan Peking lopen snel op.

Het is een van de loketten waar president Bouterse makkelijk kan lenen.

De toenemende Chinese invloed in het land is zichtbaar.

Wat gebeurt er als Paramaribo de schuld niet kan terugbetalen?

Beladen met Chinese cadeautjes landde Desi Bouterse na zijn staatsbezoek aan Peking deze maand weer in Suriname. Twee graafmachines, tien pick-uptrucks, zestien tractoren, honderd waterpompen en $12,3 mln aan schuldkwijtschelding had de Surinaamse president in zijn binnenzak.

Niet dat de schuld van Suriname aan China na het bezoek daalt. In de andere binnenzak zaten zeker $500 mln aan toezeggingen voor nieuwe leningen. Voor een waterkering, nieuw asfalt en de modernisering van Johan Adolf Pengel International Airport, waar het staatshoofd zojuist was geland.

De schuld aan Peking zal daardoor stijgen tot om en nabij een miljard dollar, een kwart van het bruto binnenlands product. Dat doen weinig landen Suriname na. Op een dit jaar door Harvard-econoom Carmen Reinhart samengestelde lijst van landen met schulden aan Peking, zou het met zo’n percentage in de top 10 belanden.

Nieuw Chinees geld

Bekijk de persconferentie van Bouterse en minister van financiën Hoefdraad na terugkeer uit China.

De 74-jarige Bouterse maakt zich geen zorgen over China. ‘Heel wat mensen zijn slachtoffer van de antipropaganda’, zei hij na terugkeer uit Peking. ‘China gaat dít overnemen, China gaat dát overnemen.’ Hij vindt het een ‘hype’.

De president koestert zijn band met de Chinese machthebber Xi Jinping. Peking, economisch powerhouse van de wereld, heeft diepe zakken. China leende de afgelopen jaren wereldwijd honderden miljarden aan landen die krap bij kas zitten, maar toch nieuwe infrastructuur willen.

Prettige bijkomstigheid: Peking stelt geen lastige vragen. Ook niet over de veroordeling van de vriend van de Volksrepubliek tot 20 jaar cel door Surinaamse rechters, nota bene tijdens het staatsbezoek, vanwege zijn betrokkenheid bij de moord op vijftien oppositieleden in 1982.

Rode loper

Van oud-kolonisator Nederland heeft de ex-dictator weinig te verwachten. In juli 2000 werd hij door het gerechtshof in Den Haag wegens cocaïnesmokkel bij verstek veroordeeld tot elf jaar.

Peking rolt de rode loper uit en rijdt hem in een ruim $750.000 kostende Hongqi L5 limousine rond. Surinamers zien hem op tv met Xi Jinping de erewacht inspecteren. Voor zijn geloofwaardigheid bij zijn achterban is dat, met verkiezingen voor de boeg, van onschatbare waarde.

‘Om Peking te paaien heeft de Surinaamse regering Chinees Nieuwjaar als officiële feestdag erkend’, zegt de in Paramaribo geboren sinoloog Paul Tjon Sie Fat. ‘Door de nauwe betrekkingen ontstaat in de media het beeld van een soort rekolonisatie’, signaleert hij.

Desi Bouterse spreekt de menigte toe bij zijn aankomst uit China.
Desi Bouterse spreekt de menigte toe bij zijn aankomst uit China.Foto: Ranu Abdelakh/ANP

Hoe gevaarlijk is China? De Amerikaanse regering waarschuwde enkele jaren geleden voor ‘roofzuchtige leenpraktijken’. Wie zijn schulden niet kan terugbetalen loopt het risico grondstoffen of infrastructuur kwijt te raken. Sri Lanka verloor zo de zeggenschap over een met geleend Chinees geld gebouwde haven.

Die verhalen over debt trap diplomacy doen ook in Paramaribo de ronde. De Chinese ambassadeur, Liu Quan, beet eind november van zich af. ‘Verhaaltjes’ dat China Suriname plundert zijn ‘pure waanzin’, schreef hij in een ingezonden stuk in het dagblad Times of Suriname. China verbindt volgens Quan ‘nooit politieke voorwaarden’ aan zijn helpende hand.

Op zijn vorige post, de eilandstaat Vanuatu, had hij nog tegen een journalist gezegd dat Chinese hulp ‘geen gratis lunch’ is. Peking verwacht politieke steun. Bouterse levert: tijdens zijn bezoek verdedigde hij China’s aanspraken op Taiwan en zei dat andere landen zich niet met Hongkong moeten bemoeien.

Bouterse in Peking

Verslag van de Chinese staatstelevisie van het staatsbezoek van Bouterse.

Camera’s van Huawei

Dat de Chinese invloed in Suriname groeit, valt niet te ontkennen. De lijst met projecten waarbij grote Chinese ondernemingen, vaak staatsbedrijven, betrokken zijn is lang.

Asfalteermachines van de China Dalian Investment Group namen al honderden kilometers weg onderhanden. Het bedrijf werkt nu aan een 9,6 kilometer lange snelweg – ‘Highway’, zeggen de Surinamers – bij Paramaribo.

Telecomreus Huawei, door westerse landen geweerd uit angst voor spionage, voorzag Suriname van breedbandinternet, introduceerde 5G, en leverde 300 camera’s waarmee de Surinaamse overheid Paramaribo in de gaten kan houden.

China Harbour mag de Surinamerivier uitbaggeren en gaat voor $200 mln de luchthaven aanpakken. Er komt een terminal met slurven naar de vliegtuigen, zodat passagiers niet meer via de trap hoeven. Een modern vliegveld is een ‘visitekaartje’, vindt minister Gillmore Hoefdraad van financiën.

Dat Chinese bedrijven het werk uitvoeren is geen toeval. Peking leent geld aan landen voor projecten en verbindt daar meestal de voorwaarde aan dat Chinese bedrijven de klus klaren. Peking verzekert eigen bedrijven zo van orders.

Bestuurskundige August Boldewijn uit Paramaribo heeft, zoals meer Surinamers, bedenkingen bij die aanpak. ‘De Chinezen nemen hun eigen mensen mee. Bij de projecten van Dalian zie je heel weinig Surinamers. Je vraagt je af: wat is onze eigen inbreng?’ Het antwoord: geld, al moet Suriname dat wel eerst in Peking lenen.

Chinese winkels

De samenwerking gaat verder dan infrastructuur. Honderden Surinamers volgden de afgelopen jaren cursussen in de Volksrepubliek. In Peking maakten beide landen afspraken over politiesamenwerking en een uitleveringsverdrag.

De voor Suriname belangrijke goudwinning is voorlopig nog voor een belangrijk deel in handen van Canadezen en Amerikanen. Maar afgelopen zomer werd bekend dat een Chinese goudproducent interesse heeft in het Canadese Iamgold, dat de grote Rosebel-goudmijn in Suriname exploiteert.

Op straat is de Chinese invloed zichtbaar. De laatste decennia kwamen veel nieuwe migranten naar het land. Betrouwbare cijfers zijn schaars: tussen 2004 en 2013 ging het om 6850 mensen. Een groot deel van de winkels is in handen van Chinezen.

Niet iedereen omarmt ze. De houding tegenover Chinezen in Suriname is ambivalent. ‘Men vindt ze nuttig, omdat ze handel drijven. Aan de andere kant is er een sterk racisme’, zegt Tjon Sie Fat. ‘In het Sranan heet een vlo, een bloedzuigende parasiet, sneisi. Chinees.’

Oude en nieuwe Chinezen

De eerste Chinezen kwamen ruim 160 jaar geleden naar Suriname. Hun nakomelingen raakten vermengd met andere bevolkingsgroepen. Dat maakt het lastig om het aantal Chinezen in Suriname te tellen. Bij de volkstelling in 2012 waren het 7885.

‘Mensen in Suriname hebben vaak een hybride achtergrond. Iemand met een Chinese naam hoeft geen Chinees te spreken en kan volledig doorgaan voor Afro-Surinaams of iets anders’, zegt sinoloog Tjon Sie Fat, die in 2009 promoveerde op de Chinese gemeenschap in Suriname.

Er zijn grote verschillen tussen Chinezen die naar Suriname kwamen. De nieuwe migranten, die meestal Mandarijn spreken, kunnen de oude Chinezen die Hakka spreken niet verstaan. Het China dat de nieuwe migranten achterlieten, de communistische Volksrepubliek, is bovendien een compleet ander land dan het keizerlijke China van de eerste migranten.

Wat Chinezen aantrekt in Suriname? Tjon Sie Fat: ‘Landen waar Chinese migranten graag heengaan hebben een zwak bestuur met elkaar gemeen. Het is een soort wildwest, zonder veel regels. Je kan er dus ook een bedrijf opzetten zonder dat je de benodigde kwalificaties hebt. Het biedt kansen.’

Kiezers paaien

Bouterse is vol lof over de Chinezen. Maar als er één plek is waar de Chinese invloed pijn kan doen, zijn het de overheidsfinanciën. De schuld aan Peking verdubbelde tussen 2016 en de zomer van 2019 bijna tot $447,9 mln.

De totale schuld van Suriname liep in die periode op tot 75% van het bbp, berekende kredietbeoordelaar Fitch. Ondertussen heeft het door de Nationale Democratische Partij (NDP) van Bouterse gedomineerde parlement de mogelijkheden om te lenen fors verruimd. Het ‘ongebreidelde leengedrag’, schreef dagblad De Ware Tijd eind november, ‘leidt het land naar de afgrond‘.

‘Het financieel beleid is al jaren slecht’, zegt Winston Ramautarsing, voorzitter van de Vereniging van Economisten in Suriname. ‘Eerst zijn de financiële reserves opgegeten en toen die op waren is men geld gaan lenen.’

Volgens kredietbeoordelaar Fitch komt de staatsschuld eind 2019 uit op 88%. Dan zijn de nieuwe leningen die Peking toezegde, goed voor zo’n 11% van het bbp, niet meegeteld. Dat geldt volgens Ramautarsing ook voor delen van oudere leningen die nog niet zijn uitgegeven.

Leenlasten

De Chinese leningen nemen in omvang toe, maar het is niet alleen geld uit Peking waar analisten bezorgd naar kijken. Suriname wil op de valreep van 2019 een commerciële lening van $150 mln afsluiten via investmentbank Oppenheimer. Met die ‘bridge loan’ tegen 10% rente wil de regering de Afobakadam in het binnenland overnemen van de Amerikaanse aluminiumproducent Alcoa, een verkiezingsbelofte van Bouterses partij. Suriname leende in 2016 ook al $550 mln tegen 9,25%. De regering is dit jaar volgens kredietbeoordelaar Fitch 18% van zijn inkomsten kwijt aan de rentelasten. Omdat veel schulden in dollars luiden – in septemberstond de teller volgens het Surinaamse Bureau voor de Staatsschuld op 77% – loopt de houdbaarheid van de schuld ook gevaar als de eigen munt terrein verliest.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) waarschuwde dat de regering maatregelen moet nemen. Lees: minder uitgeven, zoals aan subsidies op energie. Dat zijn impopulaire maatregelen, en het ziet er niet naar uit dat er voor de verkiezingen in mei wat gebeurt. Ramautarsing: ‘We stevenen af op een nieuwe crisis, die zich direct na de verkiezingen gaat manifesteren.’

Wat als Suriname de schulden niet kan terugbetalen? Veel waardevolle infrastructuur om op te eisen is er niet. Het land heeft wel goud, vis en hout. China heeft nu al een stevige vinger in de pap in de houtindustrie. ‘Quid pro quo’, zegt Boldewijn. ‘Voor wat hoort wat.’

De hoop op een grote stroom petrodollars als panacee tegen begrotingszorgen is tot nu toe niet uitgekomen. Boringen in zee hebben niets opgeleverd. Buurland Guyana had de jackpot: voor de kust is een enorme hoeveelheid olie gevonden. Het IMF voorspelt voor 2020 een economische groei van 85%. Suriname moet het doen met 2,5%.

Ramautarsing ziet maar een oplossing: ‘De overheid moet de tering naar de nering zetten. Maar het devies is: na ons de zondvloed.’