DE INVULLING VAN HET PRESIDENTIEEL STELSEL o.l.v. BOUTERSE HEEFT SURINAME VERWOEST

Auteur: Angela Fernald 

 

De belangenstrijd van de NDP regering om behoud van haar macht blijkt boven alles te gaan. COVID-19 is haar laatste strohalm. ECHTER, SURINAME IS NIET HET ENIGE LAND DAT POLITIEK BEDRIJFT MET DE PANDEMIE VAN HET CORONA-19 VIRUS. De verschuivingen van de wereldmachten zijn duidelijk zichtbaar. CHINA, RUSLAND EN DE VS verdringen elkaar bij de herinrichting van de wereldeconomie en de wereldmacht op zoek naar het VACCIN. Maar wat Suriname onder het mom van COVID-19 aan het voorbereiden is om de verkiezingen in haar voordeel te beslechten, is niets anders dan FRAUDE en MACHTSMISBRUIK. Het scenario is reeds lang geschreven door de machthebbers die zich nergens aan storen en alles onder een gelegenheidswet proberen te schuiven die dan ondersteuning vindt in de bestaande wetgeving. Op deze manier kan met gelegenheidswetgeving op een legale manier de DICTATUUR IN SURINAME gevormd worden. Dus gewoon langs democratische weg een volk compleet knechten en vervolgens onderdrukken. Te onderwerpen aan de wil van de machthebbers. GELEGENHEIDSWETGEVING is hierom levensgevaarlijk wanneer de zittende machthebbers in de Nationale Assemblee (DNA) de meerderheid hebben. In Suriname stoort dit regiem zich aan GOD noch GEBOD omdat zij de volle ondersteuning heeft van de coalitie in de DNA. Mijn visie  voor terugkeer naar HET PARLEMENTAIR STELSEL vindt in bovengenoemde LEGALE DICTATUUR de onderbouwing.

Muggenzifterij

21 May, 2020, 20:58

foto

In verband met de ophef en reacties van degenen die spoken zien, in de resolutie van 15 mei 2020, m.b.t. te nemen maatregelen bij de a.s. verkiezingen, wens ik voor de duidelijkheid het volgende te stellen. Dat de voorzitter van het Onafhankelijk Kiesbureau (OKB) zo nadrukkelijk stelt dat de resolutie in strijd met de wet is, is volkomen misplaatst en onvolwassen omdat de verwijzing opzicht inderdaad geen juridische waarde heeft.
 
Echter dat was ook niet de bedoeling. De strekking van de mededeling is één van beheersing en voorkoming van verdere uitbraak van de Covid-pandemie. Op basis van die wet treft de overheid bijzondere maatregelen om dit doel te bereiken. Deze maatregelen grijpen diep in het maatschappelijk leven en hebben zowel in zijn algemeenheid als in de persoonlijke levenssfeer van de burger verstrekkende gevolgen.
 
Het is precies op grond van deze gevolgen dat de Grondwetgever in artikel 56 lid 2 van de Grondwet een voorziening heeft getroffen om het houden van een verkiezing te verhinderen. Summa Summarum mochten de verkiezingen onder deze omstandigheden niet worden gehouden. 
Maar om redenen van verschillende politieke belangen hebben bijkans alle politieke partijen de regering met zachte dwang gevraagd om de verkiezingen toch door te laten gaan, in weerwil van alle risico’s.
 
Dit gegeven maakt dat deze verkiezing niet als een “normale verkiezing” kan worden beschouwd. Dit brengt met zich mee, dat het gerechtvaardigd is om aan te nemen, dat het op de dag van de stemming bijzonder druk zal zijn. Dit geldt zeker in het bijzonder voor de kiesdistricten Paramaribo, Wanica en eventueel Commewijne en/of Nickerie.
Het is daarom aannemelijk, dat in deze kiesdistricten verstoring van een behoorlijke voortgang van de stemming niet valt uit te sluiten. Te denken valt o.a. aan: Het moeten wegsturen van kiezers terwijl ze nog in de rij staan. Een onverantwoorde druk op de ordehandhavers. Tumult en onrust op en rondom het kiesbureau.
 
Het zijn o.a. deze omstandigheden die hun weerslag zouden kunnen vinden binnen de stembureaus. Voldoende reden om in te spelen op deze reële verwachtingen en beleid in te zetten om daar passend op te reageren.
Niks meer en niks minder, volkomen te goeder trouw ter voorkoming van Guyanese toestanden in Suriname. Daarom is de reactie van de voorzitter van het OKB erg merkwaardig en kennelijk bedoeld voor het voeden van het publieke sentiment. Van strijdigheid met de wet of enige wettelijke bepalingen is m.i. geen sprake.
De situatie waarvoor art. 106 van de kiesregeling een voorziening treft (wanorde) is juist vanwege de huidige bijzondere omstandigheden niet uit te sluiten. Er is in de kiesregeling verder geen omschrijving van wat onder wanorde moet worden verstaan noch limitatief vastgesteld wanneer daarvan sprake is.
 
De resolutie creëert geen buiten wettelijke bepaling maar verwijst naar een bestaande bepaling. Om die reden kan het nooit in strijd zijn met de wet. Het is een prerogatief van de voorzitter van het stembureau en zijn inzichten, om de wanorde vast te stellen. Daarbij heeft hij aan niemand verantwoording af te leggen.
 
Omdat het concipiëren van de resolutie onder de verantwoordelijkheid van de directeur van het kabinet van de President valt, voelt hij zich verplicht om een reactie te geven op hetgeen wordt beweerd. Desondanks is een verbeterd exemplaar verschenen ter voorkoming van verdere muggenzifterij. Ook de verwerpelijke verdachtmakingen van het Anti-Fraude Platform hebben bijgedragen tot deze verbetering.
 
Eugène van der San

Sewcharan in boek: Nog ver van een waarachtige democratie

21 May, 2020, 14:58

foto

Gerold Sewcharan – jurist tevens voorzitter van de Partij voor Recht en Ontwikkeling (PRO) – presenteert vrijdag het boekwerk Nog ver van een waarachtige democratie. Hierin wordt een politieke en staatsrechtelijke beschouwing van de Republiek Suriname gegeven. Dit boek heeft Sewcharan samen met journalist Iwan Brave geschreven. 
 
De jonge 45-jarige Republiek Suriname is ‘nog ver weg van een waarachtige democratie’, concludeert Sewcharan. Zeker in de afgelopen tien jaar zijn er veel ‘constitutionele aanvallen’ op de democratie en rechtsstaat gepleegd tijdens de NDP-regering van Desi Bouterse, de militaire dictator in de jaren tachtig. Sewcharan was als advocaat betrokken bij het strafproces over de Decembermoorden van 1982. Dat dit strafproces twaalf jaar duurde was vooral te wijten aan de vele pogingen van de NDP-regering (lees: Desi Bouterse als president en hoofdverdachte) om het te dwarsbomen en ongrondwettelijk te beëindigen. 
 
Volgens Sewcharans beschouwingen is Suriname een ‘schijndemocratie’. Dit is echter niet volledig te wijten aan de militaire dictatuur en de NDP-regeerstijl. Ook de traditionele etnische politiekvoering en de koloniale erfenis van het rechtsspraakstelsel liggen hieraan ten grondslag. Vooral hier legt Sewcharan de vinger op de zere plek. De in dit boek gebundelde artikelen zijn geschreven vanuit zijn visie op en bezorgdheid over de staatsrechtelijke toestand en vanuit de behoefte invloed te hebben op de politiekvoering van Suriname. 
 
Sewcharan licht in dit boek zijn achterliggende visie, filosofie, ideologie en zijn politiek-maatschappelijke kijk over de Surinaamse democratische rechtsstaat toe. Hiervoor voerde hij uitgebreide gesprekken met journalist Brave. De uitwerkingen hiervan vormen de tweede basis van dit boek, dat hierdoor leest als zowel een staatsrechtelijk werk als een politiek-maatschappelijk manifest. Het boek geeft inzicht in de ideeën van Sewcharan als politieke visionair en voorzitter van de PRO, die het recht als ‘ontwikkelingsinstrument’ wil inzetten.

STREI! wil ceremoniële president terug

De politieke partij STREI! wil de macht van de president inperken, door de wetgeving te wijzigen. STREI! wil dit doen door het parlementaire stelsel weer zuiver op zijn plaats te krijgen. “In ons huidige stelsel heb je een aparte afzettingsprocedure nodig om de president te doen aftreden. Bij een parlementaire democratie zal de regering wegmoeten zodra de meerderheid in de coalitie wegvalt. Er komen dan nieuwe verkiezingen”, schrijft de partij in een persbericht.

De premier is de politiek verantwoordelijke, als hoofd van de regering. Een groot aantal overheidsfuncties zullen dan gedepolitiseerd worden omdat ze dan rechtstreeks vallen onder de president. Deze heeft een ceremoniële functie, maar is ook hoofd van het bestuurlijke apparaat. Dat biedt een extra bescherming tegen willekeur en rancune door ambtenaren, is STREI! van mening.

De financiële problemen in Suriname zijn het gevolg van een mix van het presidentiële en parlementaire stelsel. De Grondwet van 1975 is op dit punt gewijzigd in 1987. Bij een presidentieel stelsel wordt de president rechtstreeks door het volk gekozen. Nu gebeurt dat via het parlement, zoals we na de verkiezingen van 25 mei zullen zien. In Suriname is de president verheven tot een politiek verantwoordelijke figuur. Bij elk maatschappelijk conflict eisen de betrokken mensen dat de president er een oordeel over velt. Hij is de eindverantwoordelijke, stelt STREI!.

Door deze interpretatie is volgens STREI! het gegeven, dat de regering verantwoording verschuldigd is aan het volk, weg komen te vallen. Dat komt goed tot uiting in de houding van de president tegenover De Nationale Assemblee (DNA). De NDP-politici ondersteunen dit door in elke zin die ze uitspreken, de president te noemen. Zo wordt hij tot een soort godheid gemaakt wat absoluut niet bevorderlijk is voor ons democratisch gevoel. Te allen tijde moet de president verantwoording afleggen aan het volk middels DNA.

STREI! wil dat het volk een sterkere stem krijgt door de mogelijkheid te bieden dat er buitenparlementair een referendum kan worden georganiseerd. Dan moet een organisatie of rechtspersoon door middel van een bepaald aantal handtekeningen (een soort petitie) de overheid kunnen brengen tot andere beslissingen. Eigenlijk is de actie van STREI! met betrekking tot de rij- en voertuigenbelasting iets dergelijks geweest. Doordat het volk haar stem heeft laten horen (20.000 getekende formulieren) heeft de regering volgens STREI! afgezien van het innen van deze belasting.

https://www.srherald.com/suriname/2020/05/19/strei-wil-ceremoniele-president-terug/

Strafrechtelijke vervolging van politieke ambtsdragers

27 Apr, 2020, 09:02

foto

Waarom moet De Nationale Assemblée (DNA) eerst toestemming geven, voordat het Openbaar Ministerie (OM) tot vervolging over kan gaan? Deze vraag is mij in het licht van recente actualiteiten meermaals gesteld. Reden om hier een korte bijdrage aan te wijden.  

 
In het Surinaams staatsrecht gelden (onder meer) de volgende twee basisprincipes:
– Politieke ambtsdragers hebben de plicht om hun taak uit te oefenen in het algemeen belang; en
– Politieke ambtsdragers zijn burgerrechtelijk en strafrechtelijk aansprakelijk voor hun handelen en nalaten.
 
Ten aanzien van de strafrechtelijke vervolging van zittende en voormalige politieke ambtsdragers, bevat de grondwet een speciale regeling, die verder is uitgewerkt in de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers. In de kern houdt deze het volgende in:
– Politieke ambtsdragers staan wegens misdrijven, in die betrekking gepleegd, ook na hun aftreden terecht voor het Hof van Justitie (HvJ); en
– De vervolging wordt ingesteld door de procureur-generaal (pg), nadat de betrokkene door DNA in staat van beschuldiging is gesteld.
 
Politieke ambtsdragers zijn volgens de wet: de president, de vicepresident, de (onder)ministers en de volksvertegenwoordigers (DNA-leden, DR-leden, RR-leden). 
Als de pg het noodzakelijk acht een politieke ambtsdrager te vervolgen ten aanzien van een misdrijf dat in de uitoefening van het ambt is gepleegd, dan vordert hij eerst dat DNA, de betreffende ambtsdrager in staat van beschuldiging stelt. Daarbij geeft hij een korte feitelijke omschrijving van de misdrijven en de strafbaarstelling daarvan. 
 
DNA dient vervolgens (in beginsel) binnen 90 dagen na de vordering van de pg, een besluit te nemen omtrent het in staat van beschuldiging stellen van de betreffende politieke ambtsdrager. Als DNA binnen deze termijn geen besluit neemt, dan wordt dit als een afwijzing aangemerkt.
 
Volgens de wet dient DNA te beoordelen of de vervolging, in politiek bestuurlijk opzicht, in het algemeen belang moet worden geacht. DNA zou, volgens de toelichting bij de wet, hierbij moeten toetsen of:
 
– bij vervolging van een zittende politieke ambtsdrager het politieke spectrum ernstig zal worden verstoord met alle negatieve gevolgen van dien voor het effectief besturen van de maatschappij; en
– bij vervolging van een gewezen politieke ambtsdrager de maatschappelijke rust ondergraven kan worden.
 
DNA beoordeelt niet of er zuiver strafrechtelijk bezien redenen zijn tot vervolging, of dat de betreffende politieke ambtsdrager als verdachte kan worden aangemerkt: die bevoegdheid ligt bij het Openbaar Ministerie. DNA beoordeelt ook niet of de betreffende politieke ambtsdrager zich werkelijk aan de feiten, waarvan hij verdacht wordt, heeft schuldig gemaakt: dat blijft uiteindelijk aan de rechter. Het in staat van beschuldiging stellen is niet gelijk aan een gerechtelijk onderzoek of een gerechtelijke veroordeling. Dienovereenkomstig, is het dus niet de bedoeling dat DNA een parlementair gerechtelijk proces voert. 
 
DNA kan direct besluiten op de vordering van de pg, of kan bepalen dat een nader onderzoek nodig is. In het laatste geval, stelt DNA een Commissie van Onderzoek (CvO) in die bestaat uit leden van DNA. Deze commissie roept de betreffende politieke ambtsdrager op zodat deze in de gelegenheid is om te worden gehoord. CvO brengt daarna verslag uit aan DNA van haar bevindingen.
 
Indien DNA besluit tot het in staat van beschuldiging stellen, dan wordt de desbetreffende politieke ambtsdrager van rechtswege in zijn functie geschorst en kan deze voor het HvJ worden vervolgd. De (reguliere) bepalingen van het Wetboek van Strafvordering ter zake de behandeling van strafzaken zijn van toepassing. HvJ beslist in eerste aanleg met drie rechters en eventueel in hoger beroep met ten minste vijf en ten hoogste negen rechters.
 
Een afwijzend besluit van DNA betekent dat (op dat moment) niet aan de vervolging wordt toegekomen. Een eventuele latere vervolging van de betreffende ambtsdrager – indien DNA (bijvoorbeeld in een andere samenstelling) na een nieuwe vordering van de pg daartoe, wel het besluit neemt tot in staat beschuldiging stellen – zou daarom niet in strijd zijn met het ne bis in idem beginsel. Curieus is dat een afwijzend besluit van DNA niet ertoe leidt dat de status van verdachte van de politieke ambtsdrager wordt opgeheven.
 
Ten slotte moet worden opgemerkt dat het in deze uitsluitend gaat om (verdenkingen van) misdrijven door (gewezen) politieke ambtsdragers, die in de uitoefening van hun ambt zijn gepleegd. Voor (verdenkingen van) misdrijven buiten de uitoefening van het ambt, is een in staat van beschuldiging stelling door DNA niet vereist en gelden de reguliere eisen van strafvervolging. 
 
Paramaribo, 26 april 2020 
mr. Prenobe Bissessur
 

Sapoen over dossier pg: Bal ligt bij president

27 Apr, 2020, 02:34

foto
 Raymond Sapoen, politiek leider van HVB 

De vordering van de procureur-generaal gericht aan De Nationale Assemblee om minister Gillmore Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen, maakt de financieel-economische vooruitzichten van Suriname er beslist niet beter op. “Ik heb het zeer lijvig dossier nog niet helemaal doorgenomen, maar wat wel vast staat is de zeer nauwe betrokkenheid van minister Hoefdraad bij een aantal bedenkelijke transacties,” zegt Raymond Sapoen, politiek leider van de Hervormings- en Vernieuwingsbeweging (HVB) om een reactie gevraagd aan Starnieuws. Hij vindt dat de bal bij de president ligt. 
 
De vraag is dezelfde als bij de verschuiving van de kasreserves van US$ 100 miljoen bij de Centrale Bank van Suriname (CBvS) namelijk: hoe kan het zover komen dat geen enkel belletje rinkelt? vraagt Sapoen die jurist is, zich af. “Betekent het dat onze financiële administratie en interne verantwoording bij zowel de Centrale Bank als het ministerie van Financiën, als een zeef lekt? In de motie van het parlement aangaande de kasreserves eerder dit jaar was duidelijk aandacht hiervoor gevraagd, helaas is hieraan niet gewerkt”, voert Sapoen aan. 
 
In de overgelegde producties van de procureur-generaal komt een aantal transacties voor die bekend is in het kader van de aflossing van de zorgwekkende buitenlandse schuldenlast. “Maar wanneer deze op zich legitieme transacties en bestemmingen in ‘s landsbelang dus, door de pg in verband worden gebracht met zaken als overtreding van de Bankwet, de Anti-Corruptiewet en het Wetboek van Strafrecht, is er alle reden om verder onderzoek mogelijk te maken. 
 
De bal ligt nu op het bord van de president, merkt de politicus op. “Ik vertrouw op het inzicht en de wijsheid van de president die zich ook realiseert dat internationaal deze  kwestie wordt gevolgd. We praten immers over de belangrijkste minister van het kabinet. De minister van Financiën die nationaal en internationaal de liquiditeit en solvabiliteit van ons land uitdraagt. Tegen deze achtergrond bezien is het nog belangrijker dat wij de financiële onrust die de kop opsteekt, niet laten ontaarden in sociaal maatschappelijke onrust. Met de verkiezingen voor de deur is het belangrijk te beseffen dat wie dan ook aan de regeermacht komt met of zonder Hoefdraad, we zullen dealen met een paar acute uitdagingen: herstel van de economische Covid-19 schade, devaluatie van onze munteenheid en herschikking van onze staatsschuld,” zegt Sapoen. 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *