39 jaar na Moiwana blijft de roep om gerechtigheid onveranderd luid

Kranslegging bij Moiwana.
In Moiwana is zaterdag opnieuw stilgestaan bij het bloedbad van 29 november 1986, waarbij minstens 39 ongewapende dorpsbewoners – voornamelijk vrouwen en kinderen – door militairen zijn gedood.
Tijdens de herdenking, die werd bijgewoond door nabestaanden, burgers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, waren drie diplomatieke missies aanwezig: de ambassades van Frankrijk, Nederland en de Verenigde Staten.
De toespraken stonden in het teken van voortgaande strijd tegen straffeloosheid, de noodzaak van waarheidsvinding, en het belang van een sterke, onafhankelijke rechtsstaat.
De Franse ambassadeur, Nicolas de Lacoste benadrukte dat Frankrijk jaarlijks aanwezig blijft uit respect voor de slachtoffers.
“Niet alleen vandaag, maar het hele jaar door denk ik aan de slachtoffers en de nabestaanden. Wij zijn blij te zien dat het Openbaar Ministerie bezig is met het onderzoek. Hopelijk zullen de schuldigen, 39 jaar na dit drama, eindelijk worden berecht.”
De diplomaat herinnerde eraan dat Frankrijk duizenden vluchtelingen opving tijdens de Binnenlandse Oorlog, een aspect dat volgens hem vaak verloren gaat in het huidige politieke debat. De Amerikaanse ambassadeur Robert Faucher benadrukte eveneens de waarheidsvinding belangrijk is.
De Amerikaanse ambassadeur Robert Faucher heeft ook een krans gelegd bij het monument.
Moeizaam onderzoek
De voorzitter van Stichting 8 December 1982, Sunil Oemrawsingh, sprak over de noodzaak om het lopende onderzoek vol te houden.
“Het onderzoek verloopt langzaam, soms moeizaam, maar het is gaande. Nu een rechter-commissaris zelf de feiten gaat onderzoeken, is dat een belangrijke stap richting gerechtigheid.”
Hij waarschuwde voor aanvallen op de procureur-generaal (pg): “Vandaag zien wij hoe de pg vanuit bepaalde hoeken ronduit beschuldigd wordt via de media. Wij zeggen duidelijk: wij staan achter de pg, wij staan achter de rechterlijke macht.”
Oemrawsingh riep politici op om de onafhankelijkheid van justitie te respecteren en te beschermen: “Rechtspraak is niet alleen goed wanneer een oordeel in ons voordeel is. Voor de wreedheden zoals hier gebeurd, kan er geen gratie worden gegeven.”
De rituelen maken deel uit van de herdenking.
Nadruk op internationale rechtsorde
De Nederlandse diplomaat Michiel Bierkens onderstreepte dat het tegengaan van straffeloosheid een kernpunt blijft van het Nederlandse mensenrechtenbeleid.
“Het versterken van de internationale rechtsorde is een fundamentele pijler van ons beleid. Nederland is gastland voor diverse internationale hoven en tribunalen en blijft zich inzetten voor gerechtigheid wereldwijd.”
Hij verwees naar samenwerking met Suriname om de rechtsstaat te versterken, via trainingen, kennisoverdracht en ondersteuning aan justitiële instituten.
Ook Ronnie Brunswijk kort aanwezig
ABOP-voorzitter Ronnie Brunswijk, destijds leider van het Jungle Commando, bracht op de terugweg van een bezoek aan Galibi kort een eerbetoon.
Hij arriveerde per helikopter, woonde de bloemenhulde bij en hield een korte toespraak waarin hij vooral de drie ambassadeurs bedankte voor hun volhardende aanwezigheid door de jaren heen.
Tijdens de herdenking werd opnieuw opgeroepen tot volledige uitvoering van het vonnis van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens, waaronder:
– voortzetting van het strafrechtelijk onderzoek,
– bescherming van de rechterlijke macht tegen politieke druk,
– blijvende aandacht voor erkenning, herstel en respect voor de slachtoffers en nabestaanden.
https://www.gfcnieuws.com/39-jaar-na-moiwana-blijft-de-roep-om-gerechtigheid-onveranderd-luid/
Pater Toon ziet overleden Bouterse als hoofdverantwoordelijke in Moiwana-zaak

OM vraagt gerechtelijk vooronderzoek aan in Moiwana-zaak
29 OKTOBER 2025
Het Openbaar Ministerie (OM) heeft bij de rechter-commissaris een verzoek ingediend tot het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek in de Moiwana-zaak. Dit onderzoek dient om aanvullende handelingen mogelijk te maken die alleen onder leiding van de RC kunnen plaatsvinden.
Tijdens het politioneel onderzoek zijn al meerdere personen gehoord. Het gerechtelijk vooronderzoek biedt de rechter-commissaris ruimere bevoegdheden, waaronder de mogelijkheid om getuigen te verplichten tot medewerking of – indien noodzakelijk – dwangmiddelen toe te passen ten behoeve van de waarheidsvinding.
De Moiwana-zaak heeft betrekking op de gewelddadige gebeurtenissen van 29 november 1986 in het district Marowijne, waarbij tientallen dorpsbewoners om het leven kwamen tijdens een militaire actie.
Het OM doet op dit moment geen nadere mededelingen over de voortgang of inhoud van het onderzoek.
https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/88935
Armand van der San over de moord op Herman Gooding 35 jaar geleden – ABC
7 aug 2025

https://www.youtube.com/watch?v=lX_eoNwYO9Y
Na 35 jaar eindelijk ‘beweging’: Dochter Herman Gooding aangenaam verrast met gerechtelijk vooronderzoek
dinsdag 5 augustus 2025; 12:00 am
in Achtergronden, Actueel

Het Suriname van nu is niet te vergelijken met dat van 35 jaar geleden. In 1990 had het Nationaal Leger onder leiding van Desi Bouterse de facto nog een groot deel van de macht in handen en het land was nog niet bekomen van de brute moord op 39 weerloze burgers in Moiwana in district Marowijne in 1986. Maar echte consternatie ontstond nadat op 5 augustus het lichaam van inspecteur van politie Herman Gooding werd aangetroffen bij de stenen trap aan de Waterkant. Zijn weduwe beschreef in een podcast van NRC in april van dit jaar hoe zij hem aantrof: “Zijn hersenen waren te zien zo. Het leek op gehakt”, vertelde Marie Gooding-Wolfjager.
Tekst en beeld Euritha Tjan A Way
ADVERTISEMENT
Dat Suriname is veranderd, blijkt mogelijk uit het feit dat het Openbaar Ministerie (OM) bij de rechter-commissaris een vordering heeft ingediend om een gerechtelijk vooronderzoek (GVO) te starten in de zaak-Gooding. “Ik had er eerlijk gezegd niet veel geloof meer in. Zeker nu er een nieuwe regering is aangetreden, vanwege de oprichter van de partij de NDP, Desi Bouterse. Maar ik ben aangenaam verrast”, zegt Ruth Sival-Groenveld, dochter van Gooding, in een reactie aan de Ware Tijd.
Het Nederlandse medium NRC publiceerde in april van dit jaar een artikel, gekoppeld aan de podcast, waarin via een reconstructie wordt geprobeerd de moord op Gooding op te lossen. De titel luidde: ‘De (tot nu) onopgeloste moord die Suriname blijft achtervolgen’.
NRC-journalist Hans Buddingh, die al sinds de jaren tachtig over Suriname schrijft en er een “ontelbaar” aantal keren is geweest, maakte de reconstructie op basis van een vertrouwelijk rapport met nieuwe informatie dat hij eind 2024 in handen kreeg. En daarnaast met interviews met familieleden en oud-collega’s.
Moiwana
In het artikel wordt de sfeer in het land beschreven, die sinds de aanhouding van de verdachte militair Orlando Swedo in 1989 voor de Moiwana-moorden (1986) steeds grimmiger werd. Het leger eiste en verkreeg de vrijlating van Swedo en waarschuwde Gooding om de zaak-Moiwana te laten rusten, wat hij volgens het rapport, waar Buddingh naar verwijst, ook deed.
Sival-Groenveld meldt dat zij en haar familie tevreden waren met de reconstructie. Ook de drie oud-collega’s van Gooding – Roy Kogeldans, Cyril Harkisoen en Hendrik Jasadirana – lijken tevreden over het onderzoek. “Veel van het dossier was mij al bekend. De vraag was alleen of Paramaribo iets met deze informatie zou doen.”
De dochter vindt het jammer dat de Surinaamse pers – op één of twee mediabedrijven na – er met geen woord over heeft gerept. “De drie collega’s van mijn vader waren in ieder geval erg blij dat zij via NRC een platform vonden om hun verhaal te doen”, zegt Sival-Groenveld.
Flinterdunne directe aanleiding
Toch is de directe aanleiding voor de moord op Gooding, zoals geschetst, flinterdun. MP-korporaal Tjandrika Ramcharan raakte daags vóór de moord op Gooding in de toenmalige discotheek Cartoush in discussie met Harkisoen. De uitbater van Cartoush meldde dat het geen heftige discussie was en dat hij geen politie-assistentie nodig achtte.
Volgens verschillende lezingen zou Harkisoen Ramcharan buiten Cartoush hebben opgewacht en hem in verzekering hebben gesteld. Hij werd toen meegenomen naar politiebureau Nieuwe Haven.
De kranten van die tijd brengen het geheel niet altijd samenhangend, maar uit de berichten van de Ware Tijd en De West blijkt wel dat Ramcharan als te zijn Militaire Politie (MP) herhaaldelijk had gevraagd om de zaak aan de MP over te dragen. Dat gebeurde niet meteen.
Op de één of andere manier werd Ramcharan van achteren in het onderbeen geraakt door een pistool. Mogelijk als reactie hierop vielen de militairen politiebureau Nieuwe Haven aan en dat met groots vertoon van wapengeweld.
Het was niet de eerste keer dat zoiets gebeurde. Maar volgens de verklaring van de toenmalige politiewoordvoerder van de politie, Ronald Gajadhar, in de Ware Tijd, was deze beschieting heviger dan die van december 1989.
Gooding vermoord
Opmerkelijk is dat inspecteur Gooding de avond na deze beschieting werd opgeroepen voor een gesprek bij het militaire gezag onder leiding van Desi Bouterse. Hij mocht enkele uren later vertrekken, maar werd vijf minuten van het hoofdkwartier van het militaire gezag – waar nu het DNA-gebouw staat – vermoord door een onbekende man die hem sommeerde uit zijn auto te stappen. Dat hebben de getuigen, die in de auto zaten met Gooding, ook verklaard.
In het NRC-artikel, waarin Melvin Linscheer als hoofdopdrachtgever van de moord op Gooding wordt aangewezen, wordt min of meer een verband gelegd tussen de Moiwana-moorden en de dood van Gooding. Trouwens, in het artikel en in de podcast is het weerwoord van Linscheer ook opgenomen. Die heeft het geheel categorisch ontkend.
Opmerkelijk is dat in maart 1990, vijf maanden vóór de moord op Gooding, duizend kilo cocaïne werd onderschept door het Jungle Commando in Moengo. De drugs zouden ‘per ongeluk’ daar zijn gedropt. De piloten verklaarden dat ze in de buurt van Apoera moesten zijn, bij de Tucajana, die destijds vermoedelijk werden bewapend door het Nationaal Leger.
In april 1989 was ook al tweehonderd kilo cocaïne aangetroffen in het Tibitigebied. Beide onderzoeken werden geleid door Gooding, die toen onder het hoofd van de landelijke recherche Chandrikapersad Santokhi (de vorige president, … red.) werkte. In het onderzoek van NRC wordt Gooding ook geprezen voor het goede werk dat hij deed bij de Narcoticabrigade.
(lees verder onder de foto)

Binnenlandse Oorlog
Eind maart 1990 waren vredesonderhandelingen gepland in Paramaribo om een einde te maken aan de Binnenlandse Oorlog, die toen al ruim vier jaar woedde. De situatie was ontaard in allerlei splintergroeperingen die zich als rebellen of belangenbehartigers van deze of gene presenteerden.
De toenmalige president Ramsewak Shankar had een overleg gepland met het traditionele gezag van de marrons en de leiding van het Jungle Commando. Echter, het leger omsingelde de verblijfplaats van het Jungle Commando en bracht Ronnie Brunswijk met enkele manschappen over naar het toenmalige kabinet van de bevelhebber.
(lees verder onder de foto)

Twee leden van het Jungle Commando, Stuart Deel en Doetje Apai, werden daar vermoord. Brunswijk verklaarde later dat deze aanhouding te maken had met de duizend kilo cocaïne die in Moengo was geland.
Ook het Comité Christelijke Kerken, dat na de moord op Gooding opriep tot vrede, legde een verband tussen onder meer de moord op Gooding en de belangen (cocaïne) die speelden. Na de dood van Gooding werden de cocaïnezaken noch de Moiwana-zaak meer serieus opgepakt.
Wel heeft de Cold Case Unit van het Korps Politie Suriname de Moiwana-zaak heropend en zijn er verhoren geweest. Of er binnenkort ook in die zaak een GVO volgt, is niet duidelijk. Het OM geeft steevast aan de Ware Tijd aan dat de zaak nog in onderzoek is en inhoudelijke vragen niet kunnen worden beantwoord.
Telefooncoup
Het land bleef onrustig na de moord op Gooding. Het kwam in 1990 niet tot een effectief en blijvend vredesakkoord. In december van dat jaar volgde zelfs de coup met het bekende telefoontje van de toenmalige MP-commandant Ivan Graanoogst. Het zou tot 1992 duren voordat Suriname weer op een democratisch spoor kon worden gezet.
Voor de familie Gooding blijft het belangrijk om te blijven strijden voor gerechtigheid, gelijkwaardigheid en menselijke waardigheid. “Ongeacht waar je vandaan komt of waar je wieg heeft gestaan. Mijn zussen en ik zullen daarom ieder jaar op 5 augustus blijven herdenken wat hij voor ons en voor Suriname heeft betekend”, aldus Ruth Sival-Groenveld.
Uit gesprekken van de Ware Tijd met mediamensen uit de jaren 1990 wordt beweerd dat de duizend kilo cocaïne in Moengo opzettelijk door de CIA is gedropt om een wrijving te brengen tussen het leger van Desi Bouterse en het Jungle Commando van Ronnie Brunswijk, die naar verluidt samenwerkten in de drugswereld. In het artikel van De Groene Amsterdammer van 17 augustus 1994 bevestigt Marcel Nelom, de zogenoemde rechterhand en lijfwacht van Bouterse, dat min of meer ook. In zijn boek ‘Dossier Moengo’ beschrijft Jungle Commando-adviseur Frits Hirschland deze kwestie uitgebreid. Hij maakt zeer aannemelijk dat de actie het initiatief was van de CIA. ‘De piloot van het gewraakte vliegtuig was Frank Castro, een CIA-agent die al regelmatig bij Brunswijk op bezoek was geweest’, staat er deels opgetekend. Saillant detail is dat in 1989 de Recherche Informatiedienst van Nederland Suriname voor het eerste noemt als niet alleen drugsdoorvoerland, maar ook een drugsproducerend land. Er werd gezegd dat cocaïnepasta Suriname binnenkwam via vliegtuigen en in het Bakhuysgebied werd verwerkt tot de bekende cocaïne in poedervorm.
‘Het hele leger draaide om de cocaine’
Marcel Nelom was tien jaar lang veiligheidsagent van Desi Bouterse. En getuige van diverse moorden, cocainetransporten en financiele malversaties. In 1990 besloot hij te vluchten naar Nederland. Nog immer wordt hij met uitzetting bedreigd. Het relaas van een ongewenste kroongetuige.
17 augustus 1994 – verschenen in nr. 33Delen
OP 30 JANUARI 1983, een maand nadat hij vijftien van de belangrijkste criticasters van zijn revolutie ritueel heeft laten folteren en vermoorden, verschuift de paranoide toorn van Desi Bouterse naar zijn eigen manschappen. Garnizoenscommandant Roy Horb, de linkse held van de revolutie, op handen gedragen door de belangrijkste vakcentrale De Moederbond en in die zin de belangrijkste concurrent voor de machtshongerige sergeant, moet het als eerste ontgelden. Beschuldigd van contacten met de CIA (er is opeens een brief gevonden waarin Horb de Amerikaanse inlichtingendienst om een invasie smeekt) wordt Horb gearresteerd en opgesloten in Fort Zeelandia in Paramaribo. Op 3 februari dat jaar wordt Horb dood aangetroffen in zijn cel. Officieel luidt de verklaring dat hij zichzelf heeft verhangen, zoals ook de vijftien slachtoffers van de decembermoorden op de vlucht neergeschoten heten te zijn.
In werkelijkheid kreeg Horb een dodelijke injectie toegediend. Marcel Nelom, sinds 1980 veiligheidsagent van het Surinaamse Nationale Leger, was er met eigen ogen getuige van. ‘Horb kreeg een spuitje van de legerarts, ik weet zijn naam niet meer maar het was een hindoestaan’, zegt Nelom. ‘Het gebeurde vlak na middernacht. Ik stond er zelf bij, in Horbs cel. Wat er precies in dat spuitje zat, weet ik niet, maar het was geen zacht inslapertje. Horb stierf onmiddellijk. Hij viel en was op slag dood. Misschien dat ze later nog de moeite hebben genomen om hem aan een koordje te hangen, maar daar heb ik niets van gezien.’
DE EXECUTIE van Roy Horb is een van de herinneringen die Marcel Nelom heeft overgehouden aan zijn tienjarige loopbaan als veiligheidsagent van Desi Bouterse. Herinneringen die hem vaak ‘s nachts overvallen, in de vorm van nachtmerries. De nu 33-jarige Nelom maakt een geslagen indruk, vertelt zijn verhaal in flarden, in een met Sranang-termen doorspekt Surinaams waarvan de zangerigheid in schril contrast staat met de vaak brute aard van het medegedeelde. Vaak lacht hij er bitter en ongelovig bij. Hij geeft te kennen dat hij een man zonder illusies is. Hij denkt niet dat het naar buiten brengen van zijn getuigenis zoden aan de dijk zal zetten. Dat deed het uiteindelijk ook niet toen hij in de zomer van 1990, vrijwel direct na zijn vlucht naar Nederland, zijn hele verhaal vertelde aan leden van de Binnenlandse Veiligheidsdienst.
‘IK GELOOF NIET meer in een happy end’, zegt hij, starend door de ramen van de Rotterdamse stationsrestauratie. ‘Ik denk niet dat Suriname ooit nog van Bouterse zal afkomen. Over een paar jaar is dat land veranderd in een tweede Haiti, en Nederland laat dat gewoon gebeuren. Alleen al het feit dat Nederland Suriname erkent als een rechtsstaat, omdat er verkiezingen zijn geweest en Bouterse als legerleider is teruggetreden, is een lachertje. De Assemblee (het parlement van Suriname – rz) zit geheel in Bouterse’s zak. Zelfs voorzitter Lachmon, dat weet ik zeker, zit in het cocainenetwerk van Bouterse. Lachmon was altijd aanwezig op geheime vergaderingen van de commandant, net als Fred Derby van de Surinaamse Partij van de Arbeid en Rufus Nooitmeer, nu minister voor het Binnenland. Die bijeenkomsten gingen altijd over cocaine, of, zoals het officieel werd geformuleerd, over de wijze waarop er financiele injecties konden worden gegeven aan de noodlijdende Surinaamse economie. Ik ben zelf bij die vergaderingen geweest.’
Voor de democratische gezindheid van het huidige Surinaamse leger, nu onder leiding van Arty Gorre, geeft Nelom evenmin een geen cent. ‘Gorre was een van de deelnemers aan de Decembermoorden. Ook dat heb ik met eigen ogen gezien. Ga me dus niet vertellen dat hij te vertrouwen is.’ Nelom is een van de tien naar Nederland uitgeweken ex- manschappen van Desi Bouterse die hun verhaal verteld hebben aan de BVD en/of het CoPa-team, de speciale Amerikaans-Nederlandse recherchedienst die bezig is aan een gerechtelijk vooronderzoek tegen Bouterse en Etienne Boerenveen. Net als de anderen wordt Nelom nog altijd met uitzetting naar Suriname bedreigd. Zijn aanvraag voor politiek asiel werd reeds verworpen, en in afwachting van zijn hoger beroep bij de Raad van State heeft hij op het nippertje een ‘schorsende werking’ van het uitzettingsbevel gekregen van het ministerie van Justitie.
Nieuwsbrief
Ontvang de selectie van de dag, met op zondag een terugblik op onze belangrijkste verhalen
Ondertussen heeft het CoPa-team op basis van alle getuigenverklaringen afgelopen mei en juni op diverse plekken op de wereld huisinvallen gedaan en bankrekeningen geconfisqueerd, ter blootlegging van het drugsnetwerk rond de voormalige legerleider, die met zijn politieke partij NDP hoge ogen gooit voor de Surinaamse parlementsverkiezingen van 1996.
‘Eerst hebben ze me uitgehoord over Bouterse, en nu ze hem echt op de hielen zitten, willen ze me terugsturen naar Suriname’, zegt Nelom. ‘En dat alles omdat Bouterse schijnt te hebben gezegd dat wij als vrienden uit elkaar zijn gegaan. Niets is minder waar. Pas geleden vertelde iemand me dat Bouterse in een telefoongesprek heeft gezegd dat hij de boot zal opblazen waarmee ik naar Suriname terugkeer. Zo zal dat niet helemaal in zijn werk gaan. Er zijn honderden methoden om iemand in alle rust te vermoorden in Suriname, zonder dat er ooit nog iemand naar kraait. Je kunt ook altijd nog gewoon verdwijnen.’
Als persoonlijke lijfwacht van Bouterse heeft Nelom met eigen ogen kunnen zien hoe diep de voormalige legerleider in de cocainehandel zit. Volgens hem was dat al gaande voordat Bouterse dictator werd. Nelom: ‘Het hele leger draaide om cocaine, net zoals de politiek en het zakenleven. Bouterse ontving regelmatig adviseurs uit Colombia en Brazilie, in Blanche Marie-valle in 1986 en 1987, maar hij wist zelf ook heel goed hoe hij de zaken moest aanpakken. Hij werd daarbij gesteund door vele zakenlieden, van rijsthandelaar Mungra tot de architect Calor, die er later nog met een paar honderdduizend dollar vandoor gegaan is. Er werd gewerkt met talloze eendags-BV’tjes, die vaak stonden ingeschreven in Fort Zeelandia. De cocaine werd verpakt in vis, pompoenen, hout, noem maar op, en zo verscheept of gevlogen naar Miami of Nederland. Soms werden er van de opbrengsten levensmiddelen of gas gekocht, die dan weer in Suriname werden verkocht. Zo werd het geld witgewassen. Ook gebeurde het nogal eens dat ze iemand in ruil voor geld en een gratis vakantie uit Nederland haalden om bij terugkeer wat cocaine mee te nemen, zeg vijf kilo. Op hetzelfde vliegtuig ging dan iemand mee met vijftig kilo. Van tevoren werd de douana dan getipt over die Nederlander met vijf kilo op zak, en die werd dan aangehouden. De vijftig kilo kon zo ongemoeid het land uit.
Er was iedere week wel iets aan de hand met cocaine. Het hele leger werd er bij ingeschakeld. Het spul stond opgeslagen in de loodsen van de kazerne. Het gebeurde nogal eens dat er onderlinge concurrentie ontstond tussen de diverse hoge officieren. Zo heb ik een keer een ruzie meegemaakt tussen Bouterse en Marcel Zeeuw, omdat Zeeuw in een loods was geweest waar een partij van Bouerse stond. Een van de soldaten die Zeeuw had doorgelaten, werd later doodgeschoten teruggevonden op de weg tussen Paramaribo en Domburg.
Zelf heb ik de nodige BV’s mogen oprichten om die handel toe te dekken. Prachtige namen hadden die bedrijfjes. Allemaal vernoemd naar bloemen en zo. Ook was er iemand namens Bouterse in Nederland die de distributie van de cocaine verzorgde. Die kwam later in de problemen in Nederland, zijn Mercedes was opgeblazen, veilig was hij in ieder geval niet meer. Die heeft later een functie gekregen in het Surinaamse leger.’
NELOM KENT DE namen van degenen die betrokken zijn bij Bouterse’s drugshandel. Tegen de BVD heeft hij die allemaal genoemd, zegt hij. Tegenover De Groene wil hij niet zo ver gaan. Wel noemt hij als een van de belangrijkste zakenpartners van Bouterse de naam de de groenteimporteur Dassasingh. ‘Die kende ik nog uit de tijd dat-ie op blote voeten liep. Later droeg hij slangeleren laarzen en zo. Schatrijk is-ie geworden. Hetzelfde geldt voor de rijsthandelaar Mungra, hoewel die pas is vrijgesproken van een aanklacht wegens drugshandel. Die man werd met honderdduizend dollar in zijn koffer aangehouden op het vliegveld. En dan nog wordt er gezegd dat er niets tegen hem bewezen kan worden. Hij heeft nu zelfs een donatie gedaan aan de Surinaamse persvereniging, uit dankbaarheid dat ze zo discreet met zijn zaak zijn omgesprongen. Als ik dat hoor, moet ik van harte lachen. Mungra was degene die van de drugsgelden levensmiddelen insloeg, en die weer in Surinamse verkocht. Die man heeft zo miljoenen binnengehaald.
Toen in de Nederlandse pers de eerste verhalen verschenen over de drugshandel in Suriname, werden bladen als de Nieuwe Revu en Panorama gelijk verboden. Toch hebben we Bouterse wel eens gevraagd wat hij nu van die verhalen vond. Dan lachte hij en zei hij: “Als Nederland afwil van het cocaineprobleem dan kan dat. Dan moeten ze daar gewoon stoppen met het produceren en exporteren van de benodigde chemicalien.” Maar later maakte hij dan weer de opmerking dat Suriname het volste recht had om geld te verdienen aan de cocaine, omdat de rijkdom van Amerika en Italie er tenslotte ook op was gebaseerd.
In werkelijkheid werd Suriname er natuurlijk helemaal niet rijker van. Alleen die kleine groep van politici, militairen en zakenlieden. Bouterse zelf stopte veel kapitaal in zijn eigen partij, de NDP. En hij kocht twee van de mooiste villa’s in Paramaribo en eentje in Brazilie, de mooiste auto’s, speedboten, jet-ski’s, noem maar op. Die man leeft als een God. De politiek beschermt hem geheel. Niet voor niets weigert president Venetiaan momenteel het rechtshulpverdrag tussen Suriname en Nederland te ondertekenen. Op die manier kan er niemand aan de Nederlandse justitie worden uitgeleverd. Dat willen ze graag zo houden. Ik heb Bouterse trouwens ook een keer horen zeggen dat Nederland niet zo hoog van de toren moet blazen over drugs. “Het hoofdkwartier van de maffia zit in Nederland”, zei hij dan. “Ze moeten daar niet gaan klagen.”
OOK VAN DE aanvoer van de cocainepasta heeft Nelom het nodige gezien. Begin 1990 was Nelom aanwezig bij de landing van een Chesna-vliegtuig uit Colombia in de buurt van Apoera, in het uiterste westen van het land. Het vliegtuig voerde een zeer grote partij cocainepasta aan. Nelom: ‘De bevelhebber was er zelf bij toen de partij werd getransporteerd door Tucajana-indianen, die hij tegen die tijd steeds meer ging gebruiken als speciale cocaine-eenheid. De Indianen brachten de partij daarna naar het Bakhuysgebergte, waar in allerlei hutten provisorische laboratoria klaarstonden om de pasta te verwerken met chemicalien als ether, zodat er cocaine van kon worden gemaakt. Bouterse is zelf een halve Tucajana, hij spreekt hun taal en hij vertrouwt hen. Binnen het Surinaamse leger is zelfs een speciale Tucajana-eenheid, de Delta Force. Bouterse kwam altijd heftig voor de autonome rechten van de Tucajana’s op. Zeker omdat ze zo in alle rust konden werken aan de cocainetransporten.
Wel heeft hij in 1990 drie Tucajana’s laten executeren. Dat kwam omdat ze niet hadden geschoten op politieagenten onder leiding van inspecteur Hendrik Gooding, toen deze een partij cocaine in beslag wilden nemen. De Tucajana’s zaten opgesloten in Fort Zeelandia. Van daaruit werden ze meegenomen door luitenant-kolonel Marcel Zeeuw. Later hoorde ik dat ze op de vlucht waren neergeschoten.’
(Een lotgenoot van Nelom, Jacobus Frans man, was er volgens zijn advocaat mr. Adang te Utrecht in april 1992 getuige van hoe zes ‘krijgsgevangenen’, vermoedelijk ook Tucajana’s, in Fort Zeelandia werden doodgemarteld met kettingzagen. Dit gebeurde onder leiding van majoor Marto. Fransman gaf zijn ontsteldheid door aan zijn commandant Ruben Rozendaal, die hem vervolgens een reprimande gaf vanwege insubordinatie.)
Nelom: ‘Het grote voordeel van het werken met de Tucajana’s is voor Bouterse dat veel Indianen inmiddels zelf ook verslaafd zijn geraakt aan de coke. Die heeft hij dus geheel in zijn macht. Bij mijn weten gebruikt Bouterse zelf geen coke, zoals Henk Knol (de overleden PvdA-parlementarier – rz) heeft beweerd. Wel marihuana af en toe, om te relaxen. De Indianen zijn ook economisch zo afhankelijk geraakt van de cocaine, dat ze vrijwel alles van Bouterse accepteren. Dus ook dat er af en toe eentje wordt geexecuteerd, om de wind er goed onder te houden. Die actie van inspecteur Gooding had trouwens niet zo veel zin. Ik was er zelf bij toen Bouterse hoogstpersoonlijk de door Gooding in beslag genomen partij cocaine ging ophalen in het politiebureau. Daarbij werden we geholpen door een inspecteur van de narcoticabrigade, een zekere Jansen. We hebben gewoon het kantoor opengebroken en zijn er met de pakketten vandoor gegaan. De hele handel ging linea recta terug. Twee dagen later hoorde ik Bouterse een donderspeech houden op televisie, waarin hij opriep tot de teruggave van de gestolen cocaine.
Met inspecteur Gooding liep het niet goed af. Die werd op 4 augustus 1990 doodgeschoten in Paramaribo. Het was een van die mannen die dachten dat de wet weer een kans had gekregen, omdat er weer een parlement en verkiezingen kwamen. Gooding geloofde dat eerlijk het langst duurde. Zo werkt het dus niet. Ik heb gehoord dat Gooding nog heeft geprobeerd asiel aan te vragen in Nederland. Maar dat kwam dus te laat.’
(Gooding is niet de enige Surinaamse politieagent die het onderspit moest delven in de strijd tegen de cocainemaffia. Eerder deze maand kwam de commandant van de Surinaamse militaire politie, majoor Bhagwedpersad Ausan, onder mysterieuze omstandigheden te overlijden. Ausan was betrokken bij het politieonderzoek tegen Dino Bouterse, de onder verdenking van drugshandel staande zoon van de NDP-leider.)
Nelom was op het moment van Goodings executie al vertrokken. ‘Ik had er schoon ge noeg van. Ik kon er niet meer tegen. Suriname was zogenaamd weer bezig een rechtsstaat te worden, maar van binnenuit zag ik dat er werkelijk niets van klopte. Bouterse deed gewoon precies wat hij wilde. Omdat ik veel zaakjes voor Bouterse opknapte, ook in het buitenland, had ik een tamelijk grote bewegingsvrijheid. Ik vroeg een visum aan in de Nederlandse ambassade, en wilde zo vluchten. Tot mijn stomme verbazing werd dat visum geweigerd, en even later moest ik bij Bouterse op het matje geroepen. “Zo, Marcel, dus jij wil ons gaan verlaten?” vroeg hij me direct. Ik schrok me dood. Ik wist me er met een smoesje uit te praten, dat ik in het kader van een agrarisch project dat hij wilde starten op onderzoek uit moest in Nederland. Gelukkig accepteerde hij dat. Ondertussen was me wel duidelijk dat de Nederlandse ambassade helemaal niet te vertrouwen was. Later wist ik via bevriende connecties toch weg te komen.’
REEEL GEVAAR VOOR de handel van Bouterse ziet Nelom niet. ‘Tot aan 1990 heeft Bouterse af en toe fors in de rats gezeten. Het verzet van Ronnie Brunswijk in de binnenlanden in het oosten maakte hem het leven zuur. De grootste fout van Nederland is dat ze de steun aan Brunswijk in 1990 hebben gestaakt. Daar zat ondanks alle bezwaren die aan Brunswijk kleven toch echt gevaar voor Bouterse. In dat jaar hebben de Amerikanen ook nog geprobeerd om het vredesonderhandelingen tussen Bouterse en Brunswijk te ondermijnen. Toen landde er in maart opeens een vliegtuig met duizend kilo cocaine in de binnenlanden van oost. Ik weet nog dat Bouterse vreselijk nerveus was over die toestand. Het vliegtuig en de cocaine waren in handen van Brunswijk geraakt, maar Bouterse wist er al dezelfde dag van, dank zij zijn informanten bij het junglecommando. Er is die dag druk getelefoneerd door Bouterse en Herrenberg met het junglecommando. Niemand wist precies wat er aan de hand was, maar duidelijk was dat Bouterse verschrikkelijk met het probleem in de maag zat.’
In zijn boek Dossier Moengo beschrijft junglecommando-adviseur Frits Hirschland deze kwestie uitgebreid. Hij maakt zeer aannemelijk dat de actie het initiatief was van de CIA. De piloot van het gewraakte vliegtuig was Frank Castro, een CIA-agent die al regelmatig bij Brunswijk op bezoek was geweest. Aanvankelijk had Castro wapenleveranties aan het junglecommando toegezegd, maar het werd cocaine. Het mag gezien worden als de laatste poging om een wig te drijven tussen Bouterse en zijn belangrijkste opponent. Wellicht wilde de CIA, nadat senator Barry Goldwater een stokje had gestoken voor de Amerikaanse invasieplannen voor Suriname, Brunswijk zijn eigen cokehandel laten opzetten, om hem zo verder gemotiveerd te maken voor hervatting van de strijd tegen Bouterse. Getuige de crisis bij het hoofdkwartier van Bouterse zat er enige levensvatbaarheid in dit diabolische scenario. Overigens heeft ook kolonel b.d. Bas van Tussenbroek, gewezen militair attache van Nederland in Paramaribo, tegenover De Groene verklaard dat de cocainemissie een opzetje van de Amerikaanse inlichtingendienst moet zijn geweest. Het laatste woord over die actie is nog niet gesproken.
MARCEL NELOM WACHT ondertussen nog steeds op zijn politiek asiel. ‘Ik begrijp niet wat ik de heer Kosto heb misdaan’, zegt hij droevig. ‘Een tijdje geleden zag ik Poncke Princen op televisie, die Nederlandse deserteur die naar de Indonesiers is overgelopen. Vijftig jaar na dato mag die man nog steeds Nederland niet in, omdat zijn gewezen makkers in het leger hem nog steeds niet hebben vergeven en zijn veiligheid in Nederland niet kan worden gegarandeerd. Denkt Kosto dan echt dat ik in Suriname wel veilig ben?’
https://www.groene.nl/artikel/het-hele-leger-draaide-om-de-cocaine
35 jaar na moord op inspecteur Gooding: nieuw vooronderzoek gestart
1 augustus 2025

Bijna 35 jaar na de moord op inspecteur Herman Eddy Gooding, lijkt er opnieuw beweging te komen in één van de meest beladen moordzaken uit de Surinaamse geschiedenis.
Het Openbaar Ministerie in Suriname (OM) heeft deze week de vordering tot het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek (GVO) in deze zaak ingediend bij de Rechter-Commissaris. Inspecteur Gooding, destijds hoofd van de afdeling Bijzondere Delicten, werd op 5 augustus 1990 dood aangetroffen nabij Fort Zeelandia. De omstandigheden rond zijn dood riepen destijds veel vragen op en zijn nog altijd onderwerp van maatschappelijke en juridische aandacht. Met de stap naar een GVO komt de zaak nu in een officiële gerechtelijke fase. Onder leiding van de Rechter-Commissaris zal diepgaander onderzoek worden verricht naar de feiten en achtergronden van de moord. Het OM noemt het GVO essentieel in het kader van de waarheidsvinding.
Over de inhoud en voortgang van het lopende onderzoek doet het OM momenteel nog geen nadere uitspraken. De hernieuwde focus op de zaak-Gooding geeft in elk geval aan dat het streven naar gerechtigheid ook na bijna 35 jaar nog leeft.
Aantal personen verhoord in het onderzoek Gooding en Moiwana

https://www.youtube.com/watch?v=IYclbP00tfc

