ONDERWIJS SURINAME

IsDB-topman naar Suriname

 

door Gerold Rozenblad

PARAMARIBO — Muhammad Al Jasser, de president van de Islamitische Ontwikkelingsbank (IsDB), wordt dinsdagavond aan het hoofd van een vijfmansdelegatie in Suriname verwacht. De bankpresident is op wat door de IsDB wordt aangemerkt als een “historisch bezoek” aan Guyana en Suriname. Eén van de hoogtepunten van het tweedaagse bezoek aan Suriname wordt de deelname van Al Jasser aan de inauguratie van één of beide campussen in verband met het Secondary and Technical Education Support Project van met ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.

Het besluit om Guyana en Suriname te bezoeken volgt na afronden van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waar cruciale ontwikkelingskwesties met betrekking tot het behalen van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) werden besproken. De IsDB meent dat onder meer het onderwijs en grote voorwaarde is voor het bevorderen van de SDG’s.

Al Jasser zal ook gesprekken voeren met regeringsfunctionarissen. Zijn bezoek onderstreept volgens de bank de niet-aflatende inzet van de organisatie om de sociaal-economische ontwikkeling van Latijns-Amerikaanse landen te ondersteunen. 

https://dwtonline.com/isdb-topman-naar-suriname/

Meer dan vierhonderd bezwaarschriften van leerjaar tien ontvangen

 

Tekst en beeld Valerie Fris

PARAMARIBO — Het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (OWC) heeft meer dan vierhonderd bezwaarschriften van ouders van scholieren van leerjaar tien ontvangen. Ouders willen niet dat hun kind uitstroomt van de mulo naar het lager beroepsonderwijs. Dat bleek gisteren tijdens een persconferentie.

Minister Henry Ori zei dat niet is gebleken dat leerlingen ‘gratis’ overgaan. “We hebben slechts de toets van de zesde klas oftewel leerjaar acht verschoven met twee jaar. Als het kind veertien is, kan het betere keuzes maken”, stelde de bewindsman.

“Elk systeem heeft manco’s en wij zijn in een proces waarbij wij constant analyseren wat beter kan en waarbij wij ook bijstellen”

Directeur Sherida Zalman-Bergraaf

Resultaten

Uit voorlopige resultaten blijkt dat van de tienduizend examenkandidaten voor leerjaar tien op dit moment van slechts 5.972 het schooladvies is geregistreerd bij het ministerie. Sherida Zalman-Bergraaf, directeur Algemeen Vormend Onderwijs, zei dat sommige scholen het advies nog moeten opsturen. Een commissie zal de bezwaarschriften tegen het schooladvies opnieuw beoordelen. Zalman-Bergraaf voegde er wel aan toe dat het grootste deel wel hetzelfde zal blijven.

Van het aantal examenkandidaten van wie het schooladvies bekend is, stroomt 51 procent door naar het beroepsgericht onderwijs. Ori legde uit dat de focus van het onderwijssysteem nu beter zal zijn gericht op beroepsonderwijs omdat niet alleen academisch onderwijs belangrijk is.

Zalman-Bergraaf is zich ervan bewust dat het nieuwe systeem nog niet vlot verloopt. “Elk systeem heeft manco’s en wij zijn in een proces waarbij wij constant analyseren wat beter kan en waarbij wij ook bijstellen.” De norm voor het slagen naar de A-, B- of C-richting is afhankelijk van het landelijke gemiddelde. Scoren boven het landelijke gemiddelde leidt tot een voldoende voor het leervak.

Nieuwe leerboeken

Er zijn voor leerlingen 35 nieuwe schoolboeken ontwikkeld en voor leerkrachten 37 handleidingen. Bij de start van het nieuwe schooljaar in oktober zullen ten minste 43 boeken al worden gebruikt in leerjaar zes, zeven en acht. De overige zullen daarna gefaseerd worden afgeleverd op de scholen. Er zijn in totaal 550.000 oplages gedrukt. Het gaat om rekenen, taal, geschiedenis, kunst, cultuur en educatie en bewegingsonderwijs.

De nieuwe leerboeken die vanaf het nieuwe schooljaar zullen worden geïntroduceerd voor leerjaar 6, 7 en 8.

Omdat het lesmateriaal is gebaseerd op de Surinaamse situatie zal het herkenbaar zijn voor de leerlingen. Om de leerkrachten enigszins vertrouwd te maken met de boeken organiseert het ministerie inkijkdagen waarbij het onderwijzend personeel kennis kan nemen van de inhoud van de boeken en de lesmethode.

Etienne Joemai, die dit project coördineert, vertelde dat in zes districten een pilot is gedraaid en dat de reacties “enorm goed” zijn  vooral voor de reken- en geschiedenisboeken.

Onderwijscongres

Er is vanwege de onderwijsvernieuwingen die worden doorgevoerd een tweejarig actieplan ontwikkeld dat tijdens een onderwijscongres op 6 en 7 oktober zal worden behandeld, waarbij workshops zullen worden verzorgd. Het doel zal zijn ervoor zorgen dat de toekomst van het onderwijssysteem in stand wordt gehouden.

Tijdens het congres zullen de belangrijkste belanghebbenden binnen de educatie- en cultuursector met elkaar overleggen. De coördinator van het congres, Randy van Zichem, zei dat het ook de bedoeling is dat de focus om het onderwijssysteem samen te voegen met cultuur wordt vergroot.

De minister ging kort in op de ontheffing van de directeuren Gracia Ormskirk en Dorethy Hoever. “Ik heb gehoord dat er een aantal zaken zijn gebeurd en ik heb de dames gevraagd zich terug te trekken. Dat is gebeurd tijdens een goed gesprek met de betrokken.” Ormskirk krijgt een andere functie. Binnen vier tot zes weken zal worden beslist waar Hoever wordt geplaatst. 

https://dwtonline.com/meer-dan-vierhonderd-bezwaarschriften-van-leerjaar-tien-ontvangen/

MINISTER ORI ONTHEFT DIRECTEUR EN ONDERDIRECTEUR OP ZIJN MINISTERIE

 
 

Foto: Op de voorgrond ontheven directeur Beroepsonderwijs, Gracia Ormskirk, onderdirecteur Technische Diensten, Dorothy Hoever en op de achtergrond Minister Henry Ori van Onderwijs | Auteur: Wilfred Leeuwin.

Minister Henry Ori van het Ministerie van Onderwijs Wetenschap en Cultuur heeft zijn directeur Beroepsonderwijs, Gracia Ormskirk en zijn onderdirecteur Technische Diensten, Dorothy Hoever uit hun functies ontheven. Dit gebeurde afgelopen dinsdag.

Directie staf en personeel zijn intussen geïnformeerd. De minister heeft echter niet aangegeven wat de reden is geweest voor het ontheffen van de beide functionarissen uit hun functies.

Volgens bronnen op het ministerie is de handeling van Ori puur rancune en politiek. Zowel Ormskirk als Hoever, zijn beide leden van de Nationale Partij Suriname (NPS). Vanuit die partij, die eerder deel uit maakte van de regeercoalitie, zou er veel kritiek zijn op de manier waarop Ori, beslissingen van zijn voorgangster, NPS-minister Mari Levens bekritiseerd en door haar genomen besluiten terug draait. De ontheven directeur en onder directeur zouden hun mening daarover hebben geuit. Hoever is lid van het Hoofdbestuur van de NPS en Ormskirk is lid van de adviesraad.

Van Hoever is bekend dat zij publiekelijk minister Ori heeft uitgedaagd, nadat hij in het parlement had aangegeven dat op het directoraat Technische diensten en wel de afdeling vervoer, frauduleuze handelingen zich hebben voorgedaan met betalingen voor schoolvervoer.

Hoever heeft in het programma abc-actueel de bewindsman uitgedaagd om met het bewijsmateriaal te stappen naar het Openbaar Ministerie. Zelf zei Hoever niet te vrezen voor haar baan, omdat zij niets verkeerd zou hebben gedaan. De uitlatingen van minister Ori over de frauduleuze handelingen, ervoer Hoever dan ook als een beschuldiging naar haar persoon en de rest van de ambtenaren op die afdeling.

Vanuit de NPS is nog niet gereageerd op deze nieuwe ontwikkeling. Intussen heeft Ori twee andere functionarissen belast met de waarneming van de vacante functies. Onderdirecteur Arwind  Moerli van Financieel beheer zal waarnemen in de functie van Hoever. De directeur algemeen Vormend Onderwijs Sherida Zalman Berggraaf zal waarnemen in de functie van Ormskirk. 

https://unitednews.sr/minister-ori-ontheft-directeur-en-onderdirecteur-op-zijn-ministerie/

VERONTWAARDIGING OVER STUDIEREIS NEDERLANDSE SCHOOLLEIDERS NAAR SURINAME

 
 

Een achtdaagse studiereis van Rotterdamse schoolleiders naar Suriname zet kwaad bloed bij de Rotterdamse politiek. Leefbaar vindt de trip ‘erg merkwaardig’. Volgens de politieke partij lijkt de 1800 euro kostende reis meer op een vakantie.

Slechts twee van de acht dagen worden nuttig besteed, zegt Leefbaar-gemeenteraadslid Simon Ceulemans. “De andere dagen is er veel vrije tijd en wordt veel tijd besteed aan leuke trips en uitstapjes.” Volgens hem kunnen dit soort reizen niet de bedoeling zijn bij een onderwijsinstelling. Hij onderstreept dat de scholenorganisatie subsidie krijgt van de gemeente en het Rijk.

De studiereis is een vast onderdeel van de opleiding voor schoolleiders bij de Rotterdamse Rooms-katholieke scholenkoepel RVKO. Afgelopen zaterdag vertrokken dertig schoolleiders in spe naar Suriname. De kosten van 1.800 euro per persoon betaalt de RVKO. Op het programma staan excursies naar scholen, bezoek aan een oude suikerplantage en een slangenworkshop. De studiereizen zijn jaarlijks. Eerder was Marokko de bestemming.

Volgens de RVKO is de opleiding voor schoolleiders pittig. “Ze zorgt voor grote verbetering in het onderwijs van onze scholen, de studiereizen zijn daar een onderdeel van”, zegt een woordvoerder van de scholenkoepel. “Tijdens de reis wordt wel degelijk veel tijd besteed aan het opleiden van schoolleiders.”

 

Leefbaar heeft schriftelijke vragen gesteld aan de wethouder van onderwijs in Rotterdam. Volgens de grootste partij in de gemeenteraad is de studiereis niet op z’n plaats ‘in een tijd waarin scholen met vele lerarentekorten en leerachterstanden kampen’. “Rotterdam besteedt graag geld aan de verbetering van het onderwijs”, zegt Ceulemans. “Maar niet aan deze zogenaamde studiereizen.”

Als Rotterdamse schoolleiders zo nodig naar het buitenland gaan, kunnen ze beter naar voorbeeldscholen in Scandinavië gaan dan naar Suriname en Marokko, zegt Ceulemans. “Waar het schoolniveau lager ligt dan in Nederland.”

https://unitednews.sr/verontwaardiging-over-studiereis-nederlandse-schoolleiders-naar-suriname/

METEN IS WETEN (1): DE HAVO-RESULTATEN 2020

13/04/2021 17:28

Meten is weten (1): De havo-resultaten 2020

ONDERZOEK – IN EEN SERIE van vijf artikelen pleegt Ivan Fernald, auteur van het boek ‘Het roer moet om – Actieplannen voor beter onderwijs’, exclusief voor de Ware Tijd een cijfermatige doorlichting van de onderwijsresultaten van 2020.

Tekst: Ivan Fernald

ONDANKS LANGDURIGE SLUITING van de scholen is er een aanzienlijke toename van het slaagpercentage te constateren, terwijl de toetsvorm en het examenprogramma in 2020 ongewijzigd zijn gebleven. De stijging van het resultaat is bij havo het grootst en wel 31 procent. De toename van het slaagpercentage is opmerkelijk ten opzichte van 2019, want je zou verwachten dat langdurige lesuitval een nadelig effect zou hebben op de leerprestaties.

Nieuw tijdperk

Met minister Levens aan het roer wordt er een nieuw tijdperk ingeluid. De toetsen verliezen hun selectieve waarde en de doorstroming zal aanmerkelijk verbeteren. Er zullen geen zittenblijvers meer zijn en ook de drop-outs in het primair onderwijs zullen tot het verleden behoren. Het aantal leerlingen per klas zal niet groter dan vierentwintig mogen zijn. De mulo wordt uitgebreid met meerdere richtingen. Vanaf komend schooljaar, zal er ook een C-, en mogelijk een D- en E-richting toegevoegd worden. De ingrijpende maatregelen vinden hun grondslag in een nieuwe opvatting over ons onderwijs. Uit het hoofd leren (reproductie) moet plaatsmaken voor probleemoplossend en competentiegericht onderwijs.

In de nieuwe situatie zal de manier van toetsing fundamenteel worden gewijzigd. Een cijfer zegt namelijk nog niet welk onderdeel van het vak een leerling wel of niet snapt. Daarom wordt voorgesteld te werken met een voortgangsrapport (portfolio).

Cijfermatige doorlichting

Het is echter interessant om de resultaten van 2020, waarbij dezelfde traditionele en uniforme meetinstrumenten zijn gehanteerd, aan een analyse te onderwerpen. Dit is belangrijk omdat wij in de nieuwe situatie niet meer in staat zullen zijn om dezelfde meetinstrumenten te gebruiken. In 2021 betreden wij een nieuw tijdperk. Toetsen en examens zullen inhoudelijk veranderen en niet meer als enige kwaliteitsindicator worden gebruikt. Dit maakt deugdelijke vergelijkingen met voorgaande jaren vrijwel onmogelijk.

 

Grafiek Havo Slaagpercentages

Een fikse toename van 31,5 procent in 2020

Havo scoort 31 procent hoger

De onderwijsresultaten zijn een bron van zorg omdat de gemiddelde slaagpercentages voor havo in de afgelopen tien jaar amper boven 60 procent uitkwamen. Het gemiddeld eindresultaat van de jaren 2014-2019 was 56.8 procent. Wat waren de resultaten in 2020?

Facts en figures

Het landelijk eindresultaat havo 2020 stijgt in 2019 naar 85 procent. Dat is een forse toename van 31.5 procent ten opzichte van 2019. In 2018 was het resultaat 52 procent waarna het in 2019 met 1,5 procent toenam naar een resultaat van 53,5 procent.De twee scholen met de laagste slaagpercentages in 2019 laten de grootste vooruitgang zien in 2020. Havo-3 had in 2019 een eindresultaat van 46,7 procent en scoort in 2020 met een percentage van 82,9 beduidend hoger. Dat is aanzienlijke stijging van 36,2 procent en dit is de hoogste toename van alle havoscholen in 2020.

Een overeenkomstig beeld zien wij bij Ad Fontes Havo. Deze school die in 2019 het één na laagste resultaat behaalde (48,4 procent) presteert het om een stijging te bewerkstelligen van 28,3 procent, naar een resultaat van 76,7 procent in 2020. Dat is na Havo-3 de grootste toename van het slaagpercentage.De havoscholen met het beste resultaat in 2019 dat zijn SG Nickerie (83,6 procent) en SG Sanatan Dharm (79,5 procent) hebben respectievelijk een geringe terugval en de minste toename in slaagpercentages gerealiseerd. SGN is de enige school die in 2020 een daling liet zien. De terugval was minimaal: 0,3 procent ten opzichte van 2019. SGS had het twee na beste resultaat in 2019 en vertoont met 88,1 procent een stijging van 8,6 procent in 2020. Dat is de minste stijging van alle havoscholen in 2020.In 2019 had alleen SGN een resultaat boven 80 procent. In 2020 scoorden slechts twee van de dertien havodagscholen onder 80 procent. Dat gold voor de Henri Dahlbergschool (Havo-2) en Ad Fontes Havo met respectievelijk 77,1 en 76,7 procent. Het laagste percentage in 2020 was 76,7, terwijl dat in 2019 slechts 48,4 bedroeg.

Toename

Met uitzondering van de SGN gaan alle havoscholen flink vooruit. 

*Havo-4 is ontstaan uit een afsplitsing van Havo-1 en levert in 2020 de eerste groep geslaagden af

 Verklaring

Is er een verklaring voor dat scholen met hoge slaagpercentages in nominale zin minder groeien? Het is niet verwonderlijk dat scholen (leerlingen) die al hoog scoren (en dus dicht liggen aan de absolute norm van 100 procent), minder ruimte hebben voor groei dan scholen die er ver vanaf liggen. Naarmate de school (leerling) dichter ligt bij de absolute norm zal er sprake zijn van de verminderde meeropbrengst, omdat de toename in kwantitatieve zin beperkt blijft.

In augustus 2020 verscheen van Ivan Fernald het boek ‘Het roer moet om – Actieplannen voor beter onderwijs’. Op onderwijsgebied was Fernald twintig jaar directeur van het Instituut voor Middelbaar Economisch en Administratief Onderwijs (IMEAO). In de periode 2013-2017 was hij coördinator van het wetenschappelijk bureau van NPS (Japin). Momenteel is Fernald docent op het Instituut voor Opleiding van Leraren (IOL).

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2021/04/13/meten-is-weten-(1)-de-havo-resultaten-2020/


Schoolcampus Para moet katalysator voor ontwikkeling zijn

 

De schoolcampus op Hanover in het district Para moet een spin-off effect naar overige gebieden teweegbrengen en tevens een katalysator zijn voor de ontwikkeling van het district. Zo blikte president Chandrikapersad Santokhi vooruit voordat hij op zondag 7 maart 2021 op de eerdergenoemde plantage in het zuidelijk gelegen district de eerste steen legde voor de bouw van het woon- en leef scholencomplex. Het staatshoofd zegt, dat zijn regering voor alles een planning heeft. Daarnaast worden issues die spelen ook aangepakt. Het project is dan wel geïnitieerd door de vorige regering, maar wordt thans uitgevoerd met deels financiering van de huidige regering.

Het betreft een financiering van 2 miljoen US-dollars die dankzij besparing door het ministerie van Financiën en Planning kon worden vrijgemaakt. De overige financiering komt van de Islamic Development Bank (IsDB). President Santokhi noemt onderwijs de katalysator voor de ontwikkeling van het land en het instrument voor het realiseren van strategische doelen. Volgens hem moet het onderwijscurriculum aangepast worden vooral met het oog op de olie- en gasontwikkeling. De start van het scholencomplex moet gezien worden in kader van wat wij van Suriname én Para willen maken. Het district heeft, aldus de president, veel potentie voor wat betreft toerisme, natuurlijke hulpbronnen en de agrarische sector. Hij verwacht een spin-off effect naar andere districten. In het project is meteen ook de renovatie van het internaat voor studenten op Atjoni meegenomen.

Onderwijsminister Marie Levens zei, dat er voorafgaand aan dit moment vele discussies zijn geweest met belanghebbenden, bewoners en ouders over de grond waar de campus komt te staan alsook over het ontwerp. Dit is meerdere keren gewijzigd voornamelijk omdat het ministerie een praktische campus, waarvan het onderhoud niet duur moet zijn. Vanuit het ministerie zijn twee groepen belast met het project: een die zich bezighoudt met de bouwkundige werkzaamheden en het administratief gedeelte. De andere groep is belast met het onderwijsgedeelte. Verder zijn spelers uit binnen en buitenland betrokken. De campus krijgt een zwembad, medische post en winkels. Er zal onderwijs op basis van ondernemend en probleemoplossend denkend onderwezen worden. De bewindsvrouw legde de nadruk op technologische ontwikkelingen, bestrijden van armoede en wegwerken van ongelijkheid.

Vicepresident Ronnie Brunswijk prees de regering voor het uitvoeren van haar onderwijsplan in Para. Hij zei dat dit plan ook behelst het opleiden van jonge mannen en vrouwen om te werken aan de verdere ontwikkeling van Suriname. Volgens de vp is de regering zich doordrongen van het belang van voortgezet onderwijs in Para en omstreken. Hij sprak de hoop uit, dat de bouw zonder onderbrekingen wordt gecompleteerd. Met de bouw van het scholencomplex wordt, aldus parlementsvoorzitter Marinus Bee, het startsein geven voorhet decentralisatieproces van onderwijs naar de districten. Leerlingen worden in de gelegenheid gesteld om onderwijs in eigen omgeving te volgen. Dit zal leiden tot het brengen van kader en ontwikkeling in hun eigen gebied waardoor urbanisatie wordt voorkomen. De parlementsvoorzitter ziet graag dat de begroting voor onderwijs in ’s landsbegroting wordt opgevoerd van 4% naar boven 10%. “Als we in onze mensen willen investeren moeten we geld erin stoppen”, aldus voorzitter Bee, die de regering ook opriep tot een goed onderhoudsplan zodat de campus lang mee kan gaan. 

https://cds.gov.sr/de-boodschap/schoolcampus-para-moet-katalysator-voor-ontwikkeling-zijn/

President en vicepresident leggen eerste steen schoolcampus Moengotapu

 
 

Een heuglijk moment voor het district Marowijne: op Moengotapu in het voormelde district hebben president Chandrikapersad Santokhi en vicepresident Ronnie Brunswijk de eerste steen gelegd voor de bouw van de Schoolcampus Moengotapu. Het gaat in eerste instantie om zes lokalen en het streven is reeds in oktober met onderwijs te starten. De schoolcampus zal er zijn voor secundair en technisch onderwijs.

Minister Marie Levens van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur spreekt van een fantastische stap in de ontwikkeling van alle kinderen uit het gebied die naar de middelbare school willen. Het geeft haar een prettig gevoel dat de leerlingen straks niet meer van Albina naar Tamanredjo hoeven om onderwijs te genieten. Het project bestaat uit twee delen. Het ene deel betreft een donatie waarvoor vicepresident Brunswijk zich persoonlijk heeft ingezet. Voor het andere deel, dat uiteindelijk tot afronding van het scholencomplex moet leiden wordt er onderhandeld met de Islamic Development Bank (IsDB). “Het wordt een groot complex waar we verschillende middelbare scholen zullen onderbrengen”, aldus de onderwijsminister. Ze spreekt van beroepsonderwijs, een pedagogische opleiding, VWO, HAVO en mogelijk ook AMTO. Voor wat het laatste betreft, wordt nog nagegaan of dit op Moengotapu of Moengo komt.

Vicepresident Brunswijk is ingenomen met het moment. Het is er een waar, volgens hem jaren op is gewacht in zijn geboortedistrict. Het stemt hem nog meer goed dat dit tijdens zijn periode als vicepresident gebeurt. “Ik ben blij voor de totale gemeenschap van Marowijne.” Hij kijkt net als minister Levens uit naar de opening van de school in oktober. Net als de onderwijsminister is ook de VP van mening dat leerlingen die de verre afstand naar Tamanredjo moesten afleggen, nu dichtbij huis onderwijs kunnen genieten. Voor wat Tamanredjo betreft zegt de VP dat er ook daar ontwikkeling komt. Hij kondigde alvast de start van het drinkwaterproject aldaar aan, namelijk over twee weken.

Zowel de vicepresident als president Santokhi benadrukt dat voor de start van het middelbaar onderwijs in Marowijne alles in place gebracht moet worden, te weten: schoolvervoer, het docentenkorps, voorbereiden van de leerlingen, het curriculum en ICT. Volgens het staatshoofd wordt met de bouw een belofte gedaan tijdens de verkiezingscampagne ingelost. Hij zegt dat ondanks de crisis projecten die moeilijk zijn om uit te voeren, uitgevoerd zullen worden. Indien het budget van de regering niet toereikend is, dan zal dat met donaties of steun van de private sector gebeuren. De eerste steen voor de bouw is volgens de president tevens de hoeksteen voor ontwikkeling van het land én de bouwsteen die wordt aandragen voor de ontwikkeling van het district Marowijne. Hij gaf aan dat er extra geïnvesteerd zal worden in gebieden en groepen die een achterstand hebben. 

https://cds.gov.sr/de-boodschap/president-en-vicepresident-leggen-eerste-steen-schoolcampus-moengotapu/

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *