DEA en OM versterken samenwerking met ondertekening MOU

Op heden, 29 oktober 2024 hebben de United States Drug Enforcement Administration (DEA) en het Parket van de Procureur-Generaal in Suriname een Memorandum of Understanding (MOU) ondertekend.
Het uitgangspunt van deze MOU is het wederzijdse belang om de illegale handel in verdovende middelen, witwassen en daaraan gerelateerde strafbare feiten, die vaak een grensoverschrijdend karakter hebben, tegen te gaan. Deze activiteiten vormen een ernstige bedreiging voor de gezondheid en het welzijn van de burgers van beide staten.
Beide organisaties hebben zich met de ondertekening van deze MOU bereid verklaard om samen te werken met in achtneming van het respect voor de Soevereiniteit van beide Staten.
De MOU werd ondertekend door Mw. Renita Foster van de U.S. Drug Enforcement Administration (DEA) en de Proucureur Generaal van Suriname, mr. Garcia Paragsingh.
https://politie.sr/dea-en-om-versterken-samenwerking-met-ondertekening-mou/

Corruptie, cocaïne en goud: interview met de president van Suriname, Santokhi
Suriname, het kleinste land van Zuid-Amerika, staat voor meerdere criminele uitdagingen. Het is een doorvoerroute voor cocaïne naar Europa, een illegale goudmijnhub en een frontlinie in de strijd tegen kleptocratie.
door: ALESSANDRO FORD AND DOUWE DEN HELD
President Chandrikapersad Santokhi trad in juli 2020 in functie na een historische campagne. Bij die verkiezing nam Santokhi, een oude politieagent en voormalig minister van Justitie tussen 2005 en 2010, het op tegen de toenmalige machtigste persoon van Suriname: veroordeelde drugshandelaar, vermeende moordenaar en tweevoudig president tussen 2010 en 2020, Desiré “Dési” Bouterse.
Bouterse had 40 jaar af en toe over Suriname geregeerd, onder meer als militaire dictator (1980-1987).
In 1982 zou hij opdracht hebben gegeven tot de moord op 15 politieke tegenstanders. In 1983 ontving hij Pablo Escobar in zijn presidentieel paleis. In 1999 werd hij door een Nederlandse rechtbank bij verstek veroordeeld voor het leiden van het ‘Suri-kartel’, een organisatie voor cocaïnehandel.
Santokhi versloeg Bouterse maar ternauwernood en dwong hem tot een coalitieregering met Ronnie Brunswijk, een voormalige guerrillaleider die Santokhi in de jaren tachtig als voortvluchtige opspoorde. Brunswijk, die in 1999 ook door een Nederlandse rechtbank werd veroordeeld voor drugshandel, is nu de vice-president van Suriname.
InSight Crime ging met president Santokhi om de tafel in zijn kantoor in Paramaribo, de hete en vochtige hoofdstad van Suriname, om erachter te komen hoe hij omgaat met de grote criminele dreigingen van Suriname.
InSight Crime (IC): Corruptie in Suriname was een centraal thema tijdens de presidentsverkiezingen van 2020. Welke successen heeft uw administratie geboekt bij het aanpakken van dit probleem?
Chandrikapersad Santokhi (CS): Nou, je moet begrijpen dat er gedurende de tien jaar van het bestuur Bouterse een systematische verzwakking van de rechtshandhaving was. Voordat Bouterse in 2010 aantrad, was ik minister van Justitie en Politie. Gedurende die tijd heb ik zwaar geïnvesteerd in het versterken van wetshandhaving, het rechtssysteem en gespecialiseerde diensten zoals SWAT (Special Weapons and Tactics), de inlichtingeneenheid en de doorgelichte eenheid die samenwerkte met de Amerikaanse autoriteiten.
De meeste van die eenheden werden vervolgens ontmanteld. Dus toen ik in juli 2020 aantrad, was de capaciteit van de onderzoeks- en vervolgingsautoriteiten zwak. Binnen zes maanden leverde ik meer dan 15 aanklagers aan het parket van de procureur-generaal en 12 rechters aan het Hooggerechtshof.
Ze onderzochten moeilijke zaken, waaronder de verduistering van meer dan $ 100 miljoen van de Centrale Bank van 2019 tot 2020 en de daaropvolgende veroordelingen van de voormalige gouverneur van de centrale bank, Robert van Trikt, en voormalig minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad.
In het geval van de centrale bank hebben we zojuist nieuwe wetgeving goedgekeurd om haar meer onafhankelijkheid te geven — in lijn met oproepen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de internationale gemeenschap. Dat gezegd hebbende, kijk eens wat er al gebeurde met minder onafhankelijkheid: de centrale bank werd beroofd. Dus we willen ook een beter checks-and-balances-systeem creëren om de raad van bestuur meer autoriteit te geven om te controleren wat de gouverneur doet.
We werken ook aan de oprichting van de allereerste Anticorruptiecommissie van Suriname, die de activa van meer dan 4.000 gekozen en aangestelde functionarissen van een bepaalde rang zal registreren en volgen. Dus over het algemeen verbeteren onze gerechtelijke en onderzoekscapaciteiten, maar ik zou meer snelheid willen.
IC: Hoe heeft dat gebrek aan capaciteit de strijd tegen de georganiseerde misdaad beïnvloed?
CS: We hebben verschillende soorten georganiseerde misdaad. De belangrijkste is de drugshandel. In april 2022 organiseerden we de eerste High-Level Security Conference (HLSC), waarbij alle landen die betrokken zijn bij de overslag van drugs door Suriname bijeenkwamen.
Ons verlangen naar sterke multilaterale samenwerking heeft al resultaten opgeleverd: de inbeslagname van verschillende drugsvliegtuigen, de vernietiging van verschillende illegale landingsbanen en de inbeslagname van meer dan 1,6 ton cocaïne van januari tot oktober 2022. Dat gezegd hebbende, terwijl we vaak informatie krijgen over de aankomst van drugsvliegtuigen hebben we soms maar een reactietijd van twee uur.
Onze strijdkrachten hebben slechts drie helikopters en hun vluchtcapaciteit is beperkt. Dat is waarom, toen ik in september 2022 de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken ontmoette, mijn verzoeken waren dat Washington zowel logistieke ondersteuning zou bieden als opnieuw een verbindingsbureau van de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA) in Suriname zou opzetten.
Hetzelfde verzoek werd gedaan aan de regeringen van Brazilië en Frankrijk, ook toen de Franse minister van Justitie in oktober 2022 naar Suriname kwam. Ze hebben al die helikopters in Frans-Guyana: ik heb de info, ik heb mijn mensen. Stuur gewoon je helikopter en ik kan ze gaan pakken.
Dan hebben we nog andere vormen van georganiseerde misdaad: illegale wapens en mensensmokkel. Die staan ook hoog op de politieke agenda. Maar wat zowel de economie als de gewone misdaad, zoals gewelddadige misdaad, ernstig treft, is de drugshandel.
IC: Hoe is de cocaïnehandel door Suriname veranderd tijdens uw regering?
CS: Ik geloof niet dat het aanzienlijk werd verstoord tijdens de COVID-19-pandemie. Deze netwerken voor cocaïnehandel zijn buitengewoon flexibel. Ja, tijdens de lockdownperiode was er een gebrek aan overslagmogelijkheden, maar dat betekende gewoon dat er een enorme hoeveelheid drugs werd aangelegd.
Ze planden hun toekomstige leveringen. Direct na het opheffen van de restricties zag je weer een enorme export. Het kostte mijn administratie tot begin 2022 om vast te stellen waar hun drugsvliegtuigen landden. Toen we dat eenmaal hadden, begonnen we die illegale landingsbanen te bombarderen. Onze volgende stap is het plaatsen van legercontrole-eenheden en helikopters op strategische posities in het binnenland.
Met de juiste ondersteuning kunnen we een zeer belangrijke rol spelen bij het ontmantelen van al deze criminele organisaties. Ze hadden zoveel jaren een vrije zone. Maar nu zijn we terug.
IC: Tijdens eerdere regeringen zouden de Surinaamse veiligheidstroepen de drugshandel hebben gefaciliteerd. Tijdens uw regering zijn verschillende leden van de veiligheidstroepen gearresteerd met honderden kilo’s cocaïne. Hoe groot is de dreiging van corruptie?
CS: Eigenlijk denk ik dat er in alle recente gevallen directe of indirecte banden waren met wetshandhavers of veiligheidstroepen. De hoogste rang was een politiecommissaris. Toen ik aantrad, was de georganiseerde misdaad er al in geslaagd om hun netwerken in bijna alle wetshandhavingsinstanties te krijgen.
Op dit moment maken de mensenhandelaars vooral gebruik van beveiligingseenheden voor bescherming, begeleiding, overslag, informatie enzovoort. Tegen de tijd dat mijn helikopters hun motoren starten, staan deze jongens al te wachten.
Daarom was een van mijn eerste verzoeken als president de oprichting van een gespecialiseerde anti-georganiseerde misdaadeenheid onder direct toezicht van de procureur-generaal. Dat is inmiddels gebeurd: het heet het Justitiële Interventie Team (JIT) en het doet goed werk.
IC: Laten we het hebben over vuil goud. Goud is goed voor 80% van de exportinkomsten van Suriname, maar de sector blijft kwetsbaar voor de georganiseerde misdaad. Is er enige vooruitgang daar?
CS: Het concessiesysteem is een uitdaging voor ons. De regering Bouterse deelde concessies uit over het hele binnenland, dus er is geen vrije ruimte meer. En op al die concessies zie je informele Surinaamse, Braziliaanse en Chinese goudzoekers opereren, hetzij met kwik, hetzij met cyanide. Er is veel gewelddadige criminaliteit. Er zijn vaak schietpartijen in deze gebieden.
We proberen een taskforce op te richten om deze goudoperaties te controleren. Op dit moment blaast het leger illegale goudzuigers op, maar dat zorgt voor veel onvrede in de lokale gemeenschap. We moeten dus een betere oplossing vinden.
Ik denk dat Frans-Guyana er beter voor staat: goudwinning zonder kwik. Dat is een gebied waarop ik graag met hen zou willen samenwerken, want kwik doodt niet alleen Suriname en zijn mensen, het doodt de hele planeet.
Suriname is ondertekenaar van de Minamata Conventie over Mercurius, dus het gebruik ervan is hier uiteraard verboden. Het wordt van buiten naar binnen gesmokkeld. Daarom heeft de regering in augustus 2022 besloten dat we binnen een jaar het gebruik van dreggen, kwik en cyanide gedwongen zullen afschaffen. De minister van Natuurlijke Hulpbronnen heeft al een brief geschreven aan alle baggereigenaren, aangezien sommigen van hen eerder een vergunning of concessie hadden.
IC: Historisch gezien betekenden lagere royalty’s op goudexport vanuit Suriname dat Guyanees vuil goud vaak over de grens werd gesmokkeld en hier werd ‘witgewassen’. Gebeurt dat nog steeds?
CS: Het is gevarieerd. Het is duidelijk dat als onze goudroyalty’s hoger zijn dan Frans-Guyana of Guyana, er uitgaande smokkel zal zijn. Toen we onze royalty’s verhoogden tot 4,5%, begonnen mensen goud naar Guyana te smokkelen. Daarom heb ik de royalty’s verlaagd om af te stemmen op onze buren. Op basis van het IMF-programma is het echter onze wens op middellange termijn om 7,5% royalty’s uit het goud te halen. Dat zal waarschijnlijk dezelfde uitdagingen met zich meebrengen.
IC: In juli 2022 braken er protesten uit in Suriname, onder meer over uw benoeming van familieleden in openbare functies. U gaf uw dochter een baan in het presidentiële kabinet, terwijl u uw vrouw, Mellisa Santokhi-Seenacherry, benoemde tot lid van de raad van bestuur van Staatsolie, het Surinaamse staatsoliebedrijf.
CS: Toen ik aantrad, werkten er vijf mensen in het presidentiële kantoor. Ik moest volledig opnieuw bemannen en nu hebben we ongeveer 250 medewerkers. Mijn dochter werd aangenomen op basis van haar beroepskwalificaties. We hadden ook problemen met strategische parastatals, zoals Staatsolie. Dus ik wilde iemand daar die ik kon vertrouwen. De First Lady was bereid: ze ging daarheen, ze kreeg kritiek en nu is ze weg. We luisteren naar de kritiek.
IC: Je bent ongeveer halverwege je termijn. Wat ziet u als de belangrijkste uitdagingen voor de georganiseerde misdaad in de toekomst?
CS: Ik verwacht dat Suriname in de tweede helft van mijn termijn beter in staat zal zijn om de georganiseerde misdaad te bestrijden, vooral nu we meer steun krijgen van de internationale gemeenschap. We moeten echter voorzichtig zijn met verschuivende prioriteiten en onverwachte uitdagingen. Natuurrampen, de gevolgen van de klimaatcrisis en de gevolgen van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne kunnen nationale middelen uitputten, waardoor de aandacht zou kunnen worden afgeleid van de strijd tegen de georganiseerde misdaad.
*Dit interview is bewerkt voor lengte en duidelijkheid.
BRON; InsightCrime \ Google Translate
DA 91
Goede analyse ![]()
— Stilte voor de storm–
Probleem:
Suriname profileert zich steeds vaker als een narco staat.
.
Oorzaak:
De machtsstructuur in Suriname is in handen van groepen die veelal een drugsverleden hebben waarvan ze niet zijn afgekomen, er is ook nooit met deze structuur afgerekend.
.
Symptomen:
Steeds vaker vinden cocaïnetransporten vanuit de zee en luchthaven van Suriname plaats naar Europa, de haven van Rotterdam, Schiphol en België in het bijzonder
.
Analyse:
Zowel binnen de regering van Suriname, het politie apparaat, het leger en de handhavende instanties bevinden zich direct of indirect exponenten die zich aan drugs delicten schuldig maken.
.
Casus 478 kg cocaïne aan de smaragd straat:
***Enkele Hoofdrollen:
1–Ruben Peiter: oud-commissaris van politie.
https://www.waterkant.net/…/beveiliger-vp-en-ex…
.
Op 1 sept. 2021 is aan de Smaragdstraat in Suriname 478 kg cocaïne aangetroffen. Dit gebeurde bij een inval die tegen 17.00u werd gepleegd op een adres in bovengenoemde straat in Paramaribo-Noord.
De drugs lagen in een busje op het erf min of meer grenzend aan dat van Ronnie Brunswijk die chef is van de veiligheidsman, Inspecteur van politie Dennis Esajas.
https://www.waterkant.net/…/grote-hoeveelheid-drugs…
Er is terplekke een 31 jarige Dominicaanse vrouw aangehouden en in bewaring gesteld. Deze mevrouw blijkt een waardevolle getuige te zijn geweest bij de aanhouding van de criminelen waar de pg gisteren haar zwaarste geschut voor in stelling heeft gebracht.
https://politie.sr/drugsinval-gepleegd-vrouw-in…
Op 30 aug. 1999 hebben de Belgische en Surinaamse justitie van een internationaal verdrag gebruikgemaakt voor de opsporing en vervolging van Ruben Peiter, de commandant van de Surinaamse mobiele eenheid. Op verzoek van België heeft Interpol enkele dagen daarna een internationaal arrestatiebevel tegen hem uitgevaardigd. Peiter wordt verdacht van de smokkel van 20 kilo cocaïne naar België. https://www.rd.nl/oud/990830home.html….
Peiter is daarna via Frans Guyana gevlucht naar Suriname die geen uitleveringsverdrag heeft met andere landen
.
Op de valreep van het vertrek van kabinet NDP-ABOP-PL op 29 april 2015 bevordert minister Edward Belfort van Justitie en Politie, de hoofdinspecteur Ruben Peiter tot commissaris van politie in Suriname. Peiter behoort daarmee tot een groep van vier hoofdofficieren met de op een na hoogste rang in het Korps Politie. Korpschef Humphrey Tjin Liep Shie, heeft de rang van hoofdcommissaris van politie, de hoogste rang in de Surinaamse politieorganisatie.
https://www.waterkant.net/…/ruben-peiter-bevorderd-tot…
nb: Edward wist van het crimineel verleden van Ruben Peiter, maar ook van dat van zijn baas Ronnie en Bordo maar dat weerhield hem er niet van om Ruben te promoveren.
Een tijd terug verkocht BELFORT nog auto’s vanuit zijn Perceel aan de Coesewijne straat: Peiter was de leverancier van alle auto’s aan BELFORT.
.
2–Dennis Esajas: Inspecteur van politie, beveiligingsman van Ronnie Brunswijk.
Dennis had aan de Hogestraat iemand doodgeschoten in een gelegenheid aan de Hogestraat. Hij beriep zich toen op noodweer en kwam ermee weg.
Vorige week is Dennis op voordracht van Atompai en Gentl, bevorderd tot inspecteur derde klasse. (Als Chan het doet mogen zij ook).
Tijdens de zitting van de onderraad voor personele aangelegenheden ontving bravo het nieuws:
Inspecteur en oud-commissaris van politie aangehouden in grote drugszaak.
Bronnen dichtbij het onderzoek melden aan de krant dat het gaat om inspecteur van politie Dennis Esajas. (foto) en oud-commissaris Ruben Peiter.
De mannen zouden zijn aangehouden door een speciaal team onder leiding van de Surinaamse Procureur-Generaal (pg).
De heren zijn gesommeerd door Linscheer en Ramlall zich te melden.
https://www.waterkant.net/…/inspecteur-en-oud…
VP Ronnie Brunswijk is boos weggelopen uit Ministersraad vergadering zonder een woord te zeggen nadat hij het nieuws binnenkreeg dat ZIJN EIGEN VEILIGHEIDSMAN Dennis Esajas en politie commissaris Ruben Peiter, Hoofd Sponsor van DNA lid BELFORT zijn aangehouden ivm de 478 kilogram coke zaak.
Bravo heeft zich teruggetrokken op Moengo ivm de aanhouding om zijn volgende stappen uit te zetten.
Dus na dit bericht ontvangen te hebben heeft Ronnie onverrichter zaken de bijeenkomst verlaten.
Vicepresident (vp) Ronnie Brunswijk heeft de vergadering geen voortgang laten vinden woensdag. Hij en ministers van de ABOP/PL waren eveneens niet aanwezig op de regeringsvergadering, die normaal voortgang heeft gevonden. De vp om een reactie gevraagd, zegt aan Starnieuws dat hij om persoonlijke redenen de vergadering van de RvM niet heeft gehouden en hij is eveneens niet geweest naar de regeringsvergadering onder leiding van president Chan Santokhi…
http://www.starnieuws.com/…/welcome/index/nieuwsitem/66989
Ronnie verschanst zich nu achter zijn palissaden in Moengo.
Stel je voor dat Ramlall en Linscheer hem ook sommeren om zich aan te melden voor een toelichting over hetgeen zich naast zijn erf afspeelt waarbij zijn directe beveiliger is betrokken.
.
Bij zijn vertrek merkte Brunswijk op vragen van journalisten het volgende op:
De zitting van de Onderraad is uitgesteld, omdat er wat onduidelijkheden waren. Hij wil hier verder niet op ingaan. “Ik ga niet aan journalisten vertellen waarom de RvM niet is doorgegaan. Ik ga geen informatie daarover geven. Ik zal pas vergaderen nadat ik de president heb gesproken over aanpak van zaken”, zegt de vicepresident. Hij vindt dat journalisten zelf moeten uitzoeken waarom er niet is vergaderd. “Ik ga geen commentaar geven”.
Hiermee gaf hij journalisten en onderzoekers de ruimte om zelf op onderzoek uit te gaan.
https://www.starnieuws.com/…/index/nieuwsitem/66989…
13-10-21: Het Openbaar Ministerie (OM) maakt melding van “nog twee aanhoudingen in de case Smaragdstraat”. De twee verdachten, oud-politiecommissaris Ruben Peiter en inspecteur van politie, Dennis Esajas, (beveiligingsman van vicepresident Ronnie Brunswijk) hebben beperkingen opgelegd gekregen.
Starnieuws heeft vernomen dat Peiter en Esajas het bestelbusje gereden hebben van Moengo naar de Smaragdstraat. Het spul is vermoedelijk afkomstig uit het uitgebrande vliegtuig dat ontdekt werd bij Adyumabergi. De piloten zijn niet achterhaald. Het bestelbusje met de hoge officieren reed probleemloos langs de checkpont van Stolkertsijver.
https://www.starnieuws.com/…/wel…/index/nieuwsitem/66990
3–Over Ronnie Brunswijk
Brunswijk is door de rechtbank van Haarlem, Nederland bij verstek veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor cocaïnehandel. Ook is Brunswijk in Suriname veroordeeld voor een bankoverval die hij gepleegd zou hebben tijdens de Binnenlandse Oorlog
In april 2012 stemde Brunswijk vóór de amnestiewet, die vervolging vanwege de zogeheten Decembermoorden, berechting onmogelijk moet maken.
.
Brunswijk krijgt 8 jaar voor cocaïnesmokkel.
Volgens de rechtbank in Haarlem is bewezen dat Brunswijk het brein was achter drie cocaïnetransporten in 1996 en 1997, waarbij in totaal 61 kilo coke naar Nederland werd gesmokkeld.
.
Maar was de drugskoenoe in de familie bij Ronnie een incident?
Zoon van Ronnie Brunswijk opgepakt met drugs staat in het Parool.
De zoon van de Surinaamse politicus Ronnie Brunswijk is gisteren op de Surinaamse luchthaven opgepakt met 5,5 kilo cocaïnepasta in zijn bezit. Dat heeft de Surinaamse politie vandaag bevestigd.
De 28-jarige Elton Brunswijk heeft de Nederlandse nationaliteit. Op de lokale nieuwssite Starnieuws zegt Brunswijk senior dat hij het erg vindt dat zijn zoon geprobeerd heeft drugs te smokkelen. Zoon Elton woont sinds zijn vierde jaar in Nederland en is dus niet dagelijks bij hem in de buurt, aldus Brunswijk.
https://www.parool.nl/…/zoon-ronnie-brunswijk…/…
‘Ik vind het jammer dat Elton geen rekening heeft gehouden met mijn functie”, aldus Brunswijk, die zegt zelf te gaan onderzoeken wie de drugs aan zijn zoon heeft gegeven.
4–Over Sergio Gentl:
14 mei 2019:
Tegen hoofdinspecteur van politie Sergio Gentle tevens hoofd Regio Bijstandsteam (RBT) Suriname is aangifte gedaan in de kwestie van de aangehouden sportende politiemannen. De hulpofficier heeft zich schuldig gemaakt aan huisvredebreuk. Dit meldt de Surinaamse krant Dagblad Suriname.
Volgens de krant is de inspecteur op de bewuste dag van vrijdag 25 april zonder toestemming van de woningeigenaar het huis binnengedrongen om een huisonderzoek te verrichten. Bovendien heeft hij van zijn optreden op die bewuste avond geen proces-verbaal opgemaakt, zoals het Surinaams Wetboek van Strafvordering voorschrijft.
Volgens de vrouw des huizes heeft Gentle haar gestoten, ondanks zij geen toestemming aan hem had geboden. Zij laat weten aan de krant dat de politie niets bij hen heeft aangetroffen. De politie van Uitvlugt heeft op het achtererf van de familie de voetbal, waarover deze hele ruzie is begonnen, aangetroffen.
https://dagonline.nl/…/aangifte-tegen-hoofd-rbt-suriname
5– Andere betrokkenen bij de cokehandel : de ex politieman(nen)
https://www.waterkant.net/…/tweede-verdachte…
Op 22 juli werden rechercheurs van de Narcotica Brigade ingeschakeld, nadat de douanerecherche eerder op die dag was gestuit op meer dan 230 kilogram cocaïne. Het verderfelijk spul bevond zich in een container tussen geschaafd hout dat gereed stond voor verscheping.
Op die dag werd volgens de Surinaamse politie ook al de 52-jarige truckchauffeur Frits S. aangehouden. Deze chauffeur bleek achteraf een ex-politieman te zijn. Het onderzoek in de zaak duurt voort.
De redactie van Waterkant.Net verneemt dat de douane na de vondst, de politie uren later pas in kennis stelde. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat belangrijke omstandigheden rondom het onderzoek zijn verstoord.
6– Militairen:
Romaneo Kalidien: Luitenant in het Nationaal leger
Ruim 900 kilogram cocaïne onderschept te Tafelberg
Woensdag 28 april 2021 is te Tafelberg een hoeveelheid van ongeveer 902 kilogram cocaïne onderschept en in beslag genomen door een gemengde eenheid, bestaande uit leden van het Korps Politie Suriname (KPS) en andere veiligheidsdiensten. Dat heeft de Communicatie Dienst Suriname woensdag bekend gemaakt.
Bij deze actie is een buitenlander, een Cubaan, die ter plekke aanwezig was, aangehouden.
https://www.waterkant.net/…/ruim-900-kilogram-cocaine…
Het RBT:
Voorlopig horen wij niets meer in de media of via het KPS over de voortvluchtige verdachte militair Romaneo Kalidien.
Of is hij zomaar van de aardbodem in Suriname verdwenen? Bronnen vermelden dat Romaneo na gevlucht te zijn in, de nabij gelegen bossen, samen met twee kompanen door het RBT is opgehaald en geholpen is bij zijn vlucht naar Guyana. Alleen ingewijden weten nu waar hij zich schuilhoudt. Bezoek zijn FB eens om te zien hoe groot hij leefde.
.
19 mei 2021 (crimesite Suriname).
De Surinaamse Militaire Politie heeft een opsporingsbericht verspreid voor de aanhouding van een 40-jarige militair van het Surinaamse leger.
De man wordt ervan verdacht betrokken te zijn bij de ruim 903 kilo cocaïne die vorige maand diep in het oerwoud van het binnenland werd gevonden, op de Tafelberg.
De verdachte is Romaneo Kalidien. Hij wordt verdacht van deelneming aan een criminele organisatie, overtreding van de Wet verdovende middelen en overtreding van de
Vuurwapenwet.
Het onderzoek wordt verricht door Surinaamse veiligheidsdiensten, in samenwerking met opsporings- en inlichtingendiensten van Suriname en Guyana en de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA).
https://www.starnieuws.com/…/wel…/index/nieuwsitem/64513
Conclusie:
De machtsstructuur in Suriname is:
Slecht georganiseerd en slecht gecoordineerd,
bovendien wordt de indruk gewekt: etnisch geconcentreerd,
hierdoor is het door en door verrot,
de orde en veiligheid is moeilijk te handhaven of te garanderen.
.
Aanbeveling:
Vervang de top van justitie, de minister, de VP,
Reorganiseer de diensten die de orde moeten handhaven,
Maak regelgeving waarbij de machtsconcentratie bij vakbonden wordt verlicht.
Ontzie niemand en stap af van nepotisme, een ander woord voor geaccepteerde corruptie.
Verder moet nog heel veel gebeuren, maar Keulen en Aken zijn niet op een dag gebouwd.
.
Opmerking:
–Het zal zeer zeker een optie zijn dat deze regering de pijp aan Maarten geeft.
— Dit mag geen belemmering zijn voor goed bestuur.
–De NPS moet weer haar verantwoordelijkheid oppakken en zich zo nodig vernieuwen met nieuw leiderschap.
— Weer een regering vormen met ABOP, of PL mag geen optie zijn.
–Het vormen van een regering met NDP mond uit in zelf moord van de Surinaamse samenleving.
–Zorg voor versterking van partijen als DA91.
nb: Andere partijen hebben noch leiderschap, noch beleidsrichting getoond.
F.M.
Inspecteur en oud-commissaris van politie aangehouden in grote drugszaak

Justitiële autoriteiten in Suriname hebben twee verdachten aangehouden in de zaak waarbij vorige maand 478 kg cocaïne aan de Smaragdstraat in Paramaribo-Noord werd aangetroffen. Bronnen dichtbij het onderzoek melden aan onze redactie dat het gaat om inspecteur van politie Dennis E. (foto) en oud-commissaris Ruben P.
De mannen zouden zijn aangehouden door een speciaal team onder leiding van de Surinaamse Procureur-Generaal (pg). Eerder was al bekend dat een beveiliger van vicepresident (vp) Brunswijk en een oud-commissaris van de Surinaamse politie bij deze zaak betrokken zijn. Eerstgenoemde is dus Dennis E. Ruben P. (foto onder) was eind jaren negentig ook al verdacht van cokesmokkel naar België:

Een speciaal team van de Narcotica Brigade van de Surinaamse politie deed op 1 september een inval bij twee naast elkaar gelegen woningen aan de Smaragdstraat. In een busje dat geparkeerd stond in de garage van één van de woning werd de 478 kilogram cocaïne aangetroffen.
De drugs met een straatwaarde van rond de 15 miljoen euro waren verpakt in witte zakken:
Surinarcos: hoe drugsbaas Bouterse van Suriname een narcostaat maakt
Een Colombiaans kartel bouwde in de Surinaamse jungle een haven voor drugsduikboten, terwijl president Desi Bouterse toekijkt. ‘Suriname is een criminele staat waar drugscriminelen tot de hoogste regionen van het landsbestuur zouden zijn doorgedrongen.’
:max_bytes(70000)/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2Fsource%2Frevu%2F2018%2Fnr35%2Fdrugsduikboot_suriname.png)
Op het eerste oog zou je die woensdagavond 28 februari 2018 maar weinig om hem geven. Het is een klein, ietwat gezet mannetje met donker haar, een lichtgetinte huid en bolle wangen. Zoals zovelen in tropisch Paramaribo is hij gekleed in een korte broek met daarboven een ruimvallend T-shirt. Op slippers en in straffe pas loopt hij langs de drukke Anton Dragtenweg. Zijn grijze Toyota heeft hij na een alarmerend telefoontje bij zijn woning laten staan. Hij moet onderduiken werd hem gezegd, zo snel mogelijk.
Qua uiterlijk doet hij in niets denken aan de levensgevaarlijke topcrimineel die de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA) sinds het onderzoek Operation Under the Sea uit 2011 in hem ziet. Toch hangt er in de Verenigde Staten tweemaal levenslang boven het hoofd van de 37-jarige voortvluchtige Colombiaan Fernando Pineda Jimenez, kopstuk binnen een omvangrijk Colombiaans drugskartel dat gespecialiseerd is in het bouwen van drugsduikboten. Hij wordt ver- antwoordelijk gehouden voor drie grootschalige cocaïnetransporten naar de VS van in totaal meer dan 20.000 kilo.
De alarmbellen gaan dan ook direct af op het DEA-kantoor in de Guyanese hoofdstad Georgetown, als duidelijk wordt dat deze Jimenez samen met zijn landgenoot Luis Riasco (34) vrijelijk door Paramaribo wandelt. Uit zeer betrouwbare bron binnen het justitiële apparaat van Suriname, nauw betrokken bij het onderzoek naar de drugsduikboot, verneemt Nieuwe Revu dat Jimenez in Suriname is om de finale fase van de bouw van een zogenoemde narco-sub te controleren. De duikboot staat op het punt om met ruim 700 kilo cocaïne aan boord koers te zetten richting Spanje of Afrika. Straatwaarde: tussen de 150 en 200 miljoen dollar. Jimenez moet als specialist en afgevaardigde van het kartel zijn fiat voor vertrek geven.
Hoewel men er vooralsnog van uitgaat dat de eind februari aangetroffen narco-sub de eerste is die in Suriname is gebouwd, beschikt de Surinaamse justitie over informatie dat eerdere niet in Suriname vervaardigde onderzeeërs het land hebben aangedaan voor transport van zeer grote hoeveelheden cocaïne. Geheel verrassend is dat niet. Drugsduikboten worden in de wereld van internationaal opererende drugssyndicaten al jaren geprezen vanwege hun vermogen om radar- en sonarsystemen te ontwijken.
Daarnaast zijn ze relatief goedkoop (de bouwkosten zijn zo’n 1 miljoen dollar), de bouwtijd is slechts een maand, eenmaal op zee zijn ze door het gebruik van lichte materialen als fiber niet te detecteren en in tegenstelling tot vissersboten en vliegtuigen kunnen ze vele duizenden kilo’s drugs tegelijk transporteren. Maar er zijn ook nadelen. De bouw van een narco-onderzeeër vergt specialistische kennis, een groot team aan arbeiders en kan alleen plaatsvinden op een locatie waar uit het zicht van de buitenwereld een omvangrijke productiefaciliteit gebouwd kan worden.
Het verklaart de keuze van het kartel voor Suriname. Het land is vier keer groter dan Nederland maar dunbevolkt, bestaat voor meer dan 80 procent uit oncontroleerbaar junglebos, heeft poreuze grenscontroles en het is internationaal bekend dat president Desi Bouterse vrijwel direct na zijn aantreden in 2010 alle drugsbestrijdingsdiensten van het land heeft uitgehold.
Het narcotica-bureau INCSR van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken publiceerde in maart dit jaar dan ook andermaal een vernietigend rapport over de drugsbestrijding in Suriname. Het noemt de instituties zwak, doorspekt van drugsgerelateerde corruptie en ziet vanuit de regering-Bouterse maar weinig politieke wil om op te treden tegen de ieder jaar toenemende drugsdoorvoer vanuit voornamelijk Colombia. Het Amerikaanse onderzoeksbureau Centre for a Secure Free Society deed er nog een schepje bovenop en noemde Suriname in de publicatie Global Dispatch uit maart 2017 een criminele staat waar (drugs)criminelen tot de hoogste regionen van het landsbestuur zouden zijn doorgedrongen. Ook zou er volop worden samengewerkt met buitenlandse criminele organisaties.
Al met al ideale omstandigheden voor een kartel dat, zo blijkt uit DEA-informatie in handen van Nieuwe Revu, het plan had om in het district Saramacca een permanente werf voor narco-subs te ontwikkelen. Uit diezelfde documenten blijkt dat de op zijn minst tien koppen tellende Colombiaanse organisatie van Jimenez eenmaal in Suriname voortvarend van start gaat. De dagelijkse leiding ligt in handen van de 56-jarige Colombiaan Quijano ‘Omar’ Lozada.
Kort na aankomst, het is dan november 2017, laat hij een Colombiaanse vrouw met Surinaamse nationaliteit voor 190.000 euro een perceel van tien hectare aan de oever van de Saramacca-rivier kopen. Het perceel is drie kilometer diep, bosrijk en de ligging nabij de monding van de Atlantische Oceaan is perfect.
Om een vaargeul te creëren waar de scheepswerf voor narco-subs moet komen, worden al snel grote aankopen gedaan. Er worden meerdere Toyota’s en graafmachines aangeschaft, net als telefoontoestellen, simkaarten, satelliettelefoons en gps-trackers. Zo snel mogelijk wordt er een communicatiesysteem opgezet voor zowel in Suriname als met het kartel in Colombia. De organisatie krijgt de beschikking over valse paspoorten, vrachtwagens, pontons, generatoren en vissersboten.
Er worden riante huizen gehuurd aan de Commissaris Roblesweg en de Ramdjanistraat in Paramaribo-Noord. Ten westen van de stad krijgt het kartel de beschikking over een riante villa met zwembad die ooit toebehoorde aan de man die namens de regering-Bouterse verantwoordelijk was voor de ordening van de goudsector. Voor vele tonnen in dollars worden bouwmaterialen aangeschaft. Een uit de Colombiaanse stad Caucasia afkomstige vrouw die al enkele jaren in Suriname woont en het Sranantongo machtig is, fungeert als tolk voor het kartel. Een vrouwelijke kok met de bijnaam Margarita levert op de bouwplaats meerdere maaltijden per dag af, zodat er non-stop gewerkt kan worden. Er wordt een keurige administratie bijgehouden; alles wordt cash afgerekend, de bonnetjes worden bewaard.
Omar gaat over de logistieke voorbereidingen en bivakkeert voornamelijk in de stad. Op de scheepswerf in het bos is Efrain Cardona Gonzales de hoofdverantwoordelijke, een zwaarlijvige 56-jarige Colombiaan die ook veel tijd steekt in het bepalen van de mogelijk te varen route naar Spanje of Afrika.
De Colombianen zijn Suriname per vliegtuig via Aruba binnengekomen en beschikken allen al snel over een legale status. Uit in beslag genomen documenten blijkt dat Gonzales na zijn aanvraag op 17 augustus 2017 zijn verblijfsvergunning twee weken later al binnen heeft, opvallend snel in het bureaucratische Suriname. Omar en Gonzales vieren in 2017 samen kerst in Paramaribo. In een Star Wars-agenda houdt Gonzales allerlei coördinaten bij. Uit deze coördinaten blijkt dat het kartel de beschikking heeft over een illegale landingsstrip in Tibiti, een gebied ten zuidwesten van Paramaribo dat alleen per boot of vliegtuig bereikbaar is. Vlakbij de Tibiti-rivier en de Coppename-rivier hebben de Colombianen een sober basiskamp ingericht. Er staan meerdere jerrycans met avgas gereed, brandstof geschikt voor propellervliegtuigen.
In dit omvangrijke stuk tropisch oerwoud vol met brulapen, ijsvogels en wilde zwijnen kunnen de Colombianen ongestoord duizenden kilo’s cocaïne het land invliegen. Het enige dat zij dan nog hoeven te doen is de drugs in de vissersboot laden en het stroomopwaarts naar de illegale scheepswerf of een geheime opslagplaats brengen. Het vermoeden is dat er tussen de tien en twintig drugsvluchten vanuit Colombia naar Tibiti hebben plaatsgevonden.
Eind januari 2018 wordt de eerste fase van het project afgerond. Met behulp van graafmachines, pontons, duizenden liters brandstof en de inzet van een handjevol Surinaamse loonwerkers is een aanzienlijk deel van het perceel ontbost. Ook is een kanaal gegraven waar uit het zicht van de Saramacca-rivier een duikbootwerf met kampement is gebouwd. De Colombianen pakken door. Een maand later, het is dan eind februari, is de bouw van de eerste duikboot vrijwel afgerond. Via de Nieuwe Haven in Paramaribo worden twee zware duikbootmotoren geïmporteerd. Fernando Pineda Jimenez is dan al in Suriname.
Een halfjaar eerder. Het is zondag 23 juli 2017 rond het middaguur als gemaskerde en zwaarbewapende leden van een arrestatieteam een islamitische slagerij aan de Van Idsingastraat in hartje Paramaribo binnenvallen. Het doelwit zijn de in Den Haag geboren en getogen broers Naser I. en Raoul A., allebei in het bezit van de Nederlandse nationaliteit en destijds respectievelijk 31 en 35 jaar oud. Onder toeziend oog van een zoontje van een van de mannen worden zij geboeid en gemaskerd meegenomen en in beperking gesteld. De verdenking is dat zij voor IS hebben geprobeerd mensen te ronselen in Suriname, Nederland en België. Daarnaast zouden zij een aanslag voorbereiden op de Amerikaanse ambassadeur in Suriname, Edwin Nolan.
Direct na de inval doen in Suriname hardnekkige geruchten de ronde dat er witte agenten betrokken waren bij de arrestaties. Fransen of Amerikanen, wordt beweerd. Hoewel het Openbaar Ministerie in Paramaribo diezelfde dag nog benadrukt dat van betrokkenheid van buitenlandse inlichtingendiensten geen sprake is, blijkt het tegen- deel waar te zijn. Nieuwe Revu weet dat de arrestaties plaatsvinden op basis van informatie die de FBI deelt met de hoogste OM-baas, procureur-generaal Roy Baidjnath-Panday. Omdat Suriname geen ervaring heeft met terrorismebestrijding richt hij een speciale taskforce op, de Counter Terrorism Intelligence Unit (CTIU), bestaande uit negen specialisten uit verschillende geledingen van het Surinaamse politieapparaat.
Zonder dat iemand het op dat moment weet, blijkt het de eerste stap te zijn naar het oprollen van het Colombiaanse drugskartel. Want hoewel op het DEA-kantoor in Georgetown niet veel later informatie binnenstroomt over het kartel, weigeren zij die te delen met de politieafdeling die daarvoor in Suriname bestemd is, de Narcotics Intelligence Unit (NIU). De angst is dat de inlichtingen eenmaal gedeeld met de autoriteiten op straat komen te liggen. Onze goed ingevoerde bron (naam bekend bij de redactie): ‘De DEA weet dat de NIU lek is. Ze hebben totaal geen vertrouwen meer in de top van de Surinaamse politie. Het hele apparaat is verziekt.’
Bij hoge uitzondering wil onze bron meewerken aan een verhaal over de wereld van cocaïnehandel in Suriname en de volgens hem doelbewust gebrekkige bestrijding daarvan. De voorwaarden die hij op tafel legt zijn helder: volledige anonimiteit. We spreken hem meerdere malen op een afgelegen locatie in Paramaribo, ergens waar geen toehoorders zijn. De gesprekken mogen worden opgenomen, maar pas na meerdere toezeggingen dat de opnames te allen tijde geheim blijven. Of hij gevaar loopt? ‘Ik loop constant gevaar. Niemand binnen de regering zit op een gedegen drugsonderzoek te wachten.’
Na maanden van intensieve samenwerking concluderen zowel de FBI als de CTIU dat de anti-terreuractie een succes is. De Amerikanen beschouwen het als een groot voordeel dat de CTIU rechtstreeks aan procureur-generaal Baidjnath-Panday rapporteert en geen deel uitmaakt van het in hun ogen corrupte politieapparaat. Baidjnath-Panday wordt gezien als een fatsoenlijke man waarvan bekend is dat hij op gespannen voet staat met de regering-Bouterse. Sterker nog: in juli 2017 zette Bouterse de OM-baas onder zware druk om ontslag te nemen. De president verweet Baidjnath-Panday dat hij de aanklager in het Decembermoorden-proces niet terugfloot toen hij de strafeis tegen Bouterse uitsprak.
https://revu.nl/artikel/1863/surinarcos-hoe-drugsbaas-bouterse-van-suriname-een-narcostaat-maakt
Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst stuurt eenheid naar Suriname
PARAMARIBO, 11 mrt – De Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst, DEA, strijkt weer neer in Suriname. Volgens minister Jennifer van Dijk-Silos van Justitie & Politie zal er weer een eenheid opgezet worden in Paramaribo. De betreffende besluitvorming heeft zich al voltrokken op het hoogste politieke niveau. President Desiré Bouterse heeft de nodige instructies gegeven voor de uitvoering.
De regering is al begonnen met de voorbereidingen voor de komst. “In opdracht van de president moeten de minister van Buitenlandse Zaken en ik het voorbereiden. De president heeft ook al gesproken met de Amerikaanse ambassadeur”, zei Van Dijk-Silos in het parlement. De Amerikaanse agenten krijgen een speciale accommodatie op het ministerie zelf. Dit is besloten na evaluatie van de oude samenwerking. De vorige DEA-eenheid was bij het Korps Politie Suriname gehuisvest. Maar volgens Van Dijk-Silos viel de samenwerking lelijk tegen. Bij het korps werden bepaalde ‘blokkades’ opgeworpen en was samenwerken vrijwel onmogelijk. De regering zet zich in om drugshandel in te dammen. Berichten van het tegendeel raken de waarheid niet. “Er zijn tot nu geen drugslijnen naar de regering of dicht bij de president”, aldus Van Dijk-Silos.
Zware kritiek VS op drugsaanpak Bouterse
‘Paramaribo zou strijd tegen internationale bendes saboteren’
PIETER VAN MAELEGepubliceerd op 22 mei 2013
PARAMARIBO – De Verenigde Staten leveren stevige kritiek op de manier waarop Suriname de drugssmokkel bestrijdt. De regering van president Desi Bouterse – in 1999 zelf veroordeeld voor drugshandel – wordt er zelfs van beschuldigd de strijd tegen internationale bendes moedwillig te saboteren.
Officieel wil de Amerikaanse ambassade in Paramaribo alleen kwijt dat het de samenwerking met Suriname ‘belangrijk’ vindt, maar anonieme bronnen vertellen een heel ander verhaal. Zo liepen de spanningen hoog op toen Bouterse de in Paramaribo gevestigde afdeling van de Drug Enforcement Administration (DEA) – de internationale drugsbestrijdingsarm van het Amerikaanse ministerie van justitie – wilde laten samenwerken met lokale agenten die door een leugendetector waren betrapt op liegen over hun verleden, vertellen diplomatieke bronnen aan Trouw. De benoemingen werden tegengehouden, maar het incident bekoelde de relatie tussen de DEA en Suriname flink. Maandenlang werd amper informatie uitgewisseld. Welke valse verklaringen waren afgelegd, is niet bekend.
Daarnaast zouden cruciale afdelingen van het Surinaamse politiekorps – zoals de justitiële dienst – tegenwoordig worden geleid door agenten die vertrouwelijke banden hebben met Bouterse. Rechercheurs die ’te integer’ waren, zijn overgeplaatst. “Enkele goede speurneuzen hebben nu een betekenisloze baan bij de parketwacht”, bevestigt oppositieleider Chandrikapersad Santokhi, voormalig minister van justitie.
Ten slotte stuit een nieuwe antismokkelbrigade, een half jaar geleden door het kabinet van Bouterse geïnstalleerd in de haven van Paramaribo, op Amerikaans wantrouwen.
De brigade valt officieel onder het ‘Office on Drugs and Crime’ van de Verenigde Naties (UNODC) en draait op fondsen van de VS. Vooralsnog lijkt de dienst een lege doos: nog geen enkele container die de haven verliet, werd doorzocht. De UNODC erkent het probleem, maar vindt het nog veel te vroeg het programma als mislukt te bestempelen. “In andere landen duurde de effectieve opstart eveneens vele maanden”, klinkt het.
Melvin Linscheer, directeur Nationale Veiligheid in het kabinet van Desi Bouterse, reageert geërgerd op de Amerikaanse kritiek. Hij zegt zich niet geroepen te voelen er inhoudelijk op in te gaan. “De Amerikanen laten hun leugenachtige rapporten vaak maken door buitenlandse consultants die statistieken mengen met roddels. Bewijzen hebben ze niet. Het incident met de DEA is mij trouwens volstrekt onbekend.”
Wel bevestigt hij dat de nieuwe drugsbrigade in de haven te kampen heeft met ‘kinderziektes’. Met de verplaatsing van politiemensen naar andere afdelingen is volgens hem niks mis. “Wij stellen toch evenmin eisen aan Amerika? Zélfs Nederland heeft zich nooit bemoeid met welke mensen we zouden mogen aanstellen voor onze drugsbestrijding.”
Toch delen andere ambassades de Amerikaanse zorgen. Ook daar wordt geklaagd over slechte uitwisseling van informatie en de verplaatsing van gedreven rechercheurs naar onschadelijke departementen. Santokhi: “Alleen de opsporing van bolletjesslikkers op de luchthaven loopt nog. De grote jongens blijven buiten schot. Zo werd drie jaar geleden een container vol cocaïne uit Paramaribo onderschept in Pakistan. In Suriname werd nooit een onderzoek ingesteld.”
Het is niet de eerste maal dat de VS hun ongenoegen over Bouterse laten blijken. Een in maart gepubliceerd rapport over drugshandel, afkomstig van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken, liet eerder weinig aan de verbeelding over. Daarin stelde Washington dat het bewijzen heeft van ‘drugsgerelateerde corruptie op regeringsniveau’ en zelfs van ‘opzettelijke belemmering van de politie bij het uitoefenen van haar werk’.
https://www.trouw.nl/nieuws/zware-kritiek-vs-op-drugsaanpak-bouterse~bbb6854b/
VS berispen Bouterse om drugsbeleid
28 mrt 2013
De Verenigde Staten laten zich kritisch uit over het antidrugsbeleid dat wordt gevoerd door de regering van Desi Bouterse, de president van Suriname.
Er zou bewijs zijn van drugsgerelateerde corruptie tot op het hoogste niveau, moedwillige belemmering van justitie en politie bij onderzoek naar drugszaken en gebrekkige wetgeving.
Dat stelt het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in een recent, jaarlijks rapport waarin het de drugsproblematiek wereldwijd in kaart brengt. Het werd voor publicatie goedgekeurd door het Amerikaans Congres.
Volgens de Amerikanen wordt vanuit Suriname op grote schaal drugs verscheept naar Europa, Afrika en – in mindere mate – de Verenigde Staten.
“De regering-Bouterse heeft publiekelijk verklaard drugssmokkel te zullen aanpakken. Drugsgerelateerde corruptie, bureaucratie en gebrekkige wetgeving zorgen er echter voor dat drugssmokkelaars amper worden opgespoord en vervolgd.”
Drugsveroordelingen
In het rapport – waarin geen bewijzen voor de beschuldigingen worden aangedragen – wordt ook gewezen op de drugsveroordelingen van zowel president Bouterse als van coalitiegenoot Ronnie Brunswijk.
Verder wordt de afwezigheid van zowel radarsystemen als een kustwacht aan de kaak gesteld. “De Verenigde Staten dringen er bij Suriname op aan om grote drugsorganisaties te ontmantelen en de internationale samenwerking te verbeteren”, besluit het document.
Oppositie
De oppositie reageert alvast scherp. “De ineffectieve bestrijding, slechte internationale samenwerking en corruptie zijn een heel zorgwekkende ontwikkeling. De afgelopen jaren werden wereldwijd grote drugsvangsten uit Suriname gedaan.
We wachten nog steeds op de eerste arrestatie. Alleen de kleine bolletjesslikkers worden actief opgespoord”, vertelt oppositielid en voormalig justitieminister Chandrikapersad Santokhi tegen Novum Nieuws.
Positief
Dat Suriname onlangs besloot te participeren in een antidrugsprogramma van de Verenigde Naties, wordt door Amerika wel als een eerste positieve stap gezien. Ook de aanname van een nationaal antidrugsplan door het parlement en nieuwe wetten die het witwassen van geld moeten tegengaan, worden toegejuicht.
Het kabinet van Desi Bouterse was niet bereikbaar voor commentaar. De ambassade van de Verenigde Staten in Paramaribo wil verder niet ingaan op de publicatie.
‘Het hele leger draaide om de cocaine’
Marcel Nelom was tien jaar lang veiligheidsagent van Desi Bouterse. En getuige van diverse moorden, cocainetransporten en financiele malversaties. In 1990 besloot hij te vluchten naar Nederland. Nog immer wordt hij met uitzetting bedreigd. Het relaas van een ongewenste kroongetuige.
17 augustus 1994 – verschenen in nr. 33
OP 30 JANUARI 1983, een maand nadat hij vijftien van de belangrijkste criticasters van zijn revolutie ritueel heeft laten folteren en vermoorden, verschuift de paranoide toorn van Desi Bouterse naar zijn eigen manschappen. Garnizoenscommandant Roy Horb, de linkse held van de revolutie, op handen gedragen door de belangrijkste vakcentrale De Moederbond en in die zin de belangrijkste concurrent voor de machtshongerige sergeant, moet het als eerste ontgelden. Beschuldigd van contacten met de CIA (er is opeens een brief gevonden waarin Horb de Amerikaanse inlichtingendienst om een invasie smeekt) wordt Horb gearresteerd en opgesloten in Fort Zeelandia in Paramaribo. Op 3 februari dat jaar wordt Horb dood aangetroffen in zijn cel. Officieel luidt de verklaring dat hij zichzelf heeft verhangen, zoals ook de vijftien slachtoffers van de decembermoorden op de vlucht neergeschoten heten te zijn.
In werkelijkheid kreeg Horb een dodelijke injectie toegediend. Marcel Nelom, sinds 1980 veiligheidsagent van het Surinaamse Nationale Leger, was er met eigen ogen getuige van. ‘Horb kreeg een spuitje van de legerarts, ik weet zijn naam niet meer maar het was een hindoestaan’, zegt Nelom. ‘Het gebeurde vlak na middernacht. Ik stond er zelf bij, in Horbs cel. Wat er precies in dat spuitje zat, weet ik niet, maar het was geen zacht inslapertje. Horb stierf onmiddellijk. Hij viel en was op slag dood. Misschien dat ze later nog de moeite hebben genomen om hem aan een koordje te hangen, maar daar heb ik niets van gezien.’
DE EXECUTIE van Roy Horb is een van de herinneringen die Marcel Nelom heeft overgehouden aan zijn tienjarige loopbaan als veiligheidsagent van Desi Bouterse. Herinneringen die hem vaak ‘s nachts overvallen, in de vorm van nachtmerries. De nu 33-jarige Nelom maakt een geslagen indruk, vertelt zijn verhaal in flarden, in een met Sranang-termen doorspekt Surinaams waarvan de zangerigheid in schril contrast staat met de vaak brute aard van het medegedeelde. Vaak lacht hij er bitter en ongelovig bij. Hij geeft te kennen dat hij een man zonder illusies is. Hij denkt niet dat het naar buiten brengen van zijn getuigenis zoden aan de dijk zal zetten. Dat deed het uiteindelijk ook niet toen hij in de zomer van 1990, vrijwel direct na zijn vlucht naar Nederland, zijn hele verhaal vertelde aan leden van de Binnenlandse Veiligheidsdienst.
‘IK GELOOF NIET meer in een happy end’, zegt hij, starend door de ramen van de Rotterdamse stationsrestauratie. ‘Ik denk niet dat Suriname ooit nog van Bouterse zal afkomen. Over een paar jaar is dat land veranderd in een tweede Haiti, en Nederland laat dat gewoon gebeuren. Alleen al het feit dat Nederland Suriname erkent als een rechtsstaat, omdat er verkiezingen zijn geweest en Bouterse als legerleider is teruggetreden, is een lachertje. De Assemblee (het parlement van Suriname – rz) zit geheel in Bouterse’s zak. Zelfs voorzitter Lachmon, dat weet ik zeker, zit in het cocainenetwerk van Bouterse. Lachmon was altijd aanwezig op geheime vergaderingen van de commandant, net als Fred Derby van de Surinaamse Partij van de Arbeid en Rufus Nooitmeer, nu minister voor het Binnenland. Die bijeenkomsten gingen altijd over cocaine, of, zoals het officieel werd geformuleerd, over de wijze waarop er financiele injecties konden worden gegeven aan de noodlijdende Surinaamse economie. Ik ben zelf bij die vergaderingen geweest.’
Voor de democratische gezindheid van het huidige Surinaamse leger, nu onder leiding van Arty Gorre, geeft Nelom evenmin een geen cent. ‘Gorre was een van de deelnemers aan de Decembermoorden. Ook dat heb ik met eigen ogen gezien. Ga me dus niet vertellen dat hij te vertrouwen is.’ Nelom is een van de tien naar Nederland uitgeweken ex- manschappen van Desi Bouterse die hun verhaal verteld hebben aan de BVD en/of het CoPa-team, de speciale Amerikaans-Nederlandse recherchedienst die bezig is aan een gerechtelijk vooronderzoek tegen Bouterse en Etienne Boerenveen. Net als de anderen wordt Nelom nog altijd met uitzetting naar Suriname bedreigd. Zijn aanvraag voor politiek asiel werd reeds verworpen, en in afwachting van zijn hoger beroep bij de Raad van State heeft hij op het nippertje een ‘schorsende werking’ van het uitzettingsbevel gekregen van het ministerie van Justitie. Ondertussen heeft het CoPa-team op basis van alle getuigenverklaringen afgelopen mei en juni op diverse plekken op de wereld huisinvallen gedaan en bankrekeningen geconfisqueerd, ter blootlegging van het drugsnetwerk rond de voormalige legerleider, die met zijn politieke partij NDP hoge ogen gooit voor de Surinaamse parlementsverkiezingen van 1996.
‘Eerst hebben ze me uitgehoord over Bouterse, en nu ze hem echt op de hielen zitten, willen ze me terugsturen naar Suriname’, zegt Nelom. ‘En dat alles omdat Bouterse schijnt te hebben gezegd dat wij als vrienden uit elkaar zijn gegaan. Niets is minder waar. Pas geleden vertelde iemand me dat Bouterse in een telefoongesprek heeft gezegd dat hij de boot zal opblazen waarmee ik naar Suriname terugkeer. Zo zal dat niet helemaal in zijn werk gaan. Er zijn honderden methoden om iemand in alle rust te vermoorden in Suriname, zonder dat er ooit nog iemand naar kraait. Je kunt ook altijd nog gewoon verdwijnen.’
Als persoonlijke lijfwacht van Bouterse heeft Nelom met eigen ogen kunnen zien hoe diep de voormalige legerleider in de cocainehandel zit. Volgens hem was dat al gaande voordat Bouterse dictator werd. Nelom: ‘Het hele leger draaide om cocaine, net zoals de politiek en het zakenleven. Bouterse ontving regelmatig adviseurs uit Colombia en Brazilie, in Blanche Marie-valle in 1986 en 1987, maar hij wist zelf ook heel goed hoe hij de zaken moest aanpakken. Hij werd daarbij gesteund door vele zakenlieden, van rijsthandelaar Mungra tot de architect Calor, die er later nog met een paar honderdduizend dollar vandoor gegaan is. Er werd gewerkt met talloze eendags-BV’tjes, die vaak stonden ingeschreven in Fort Zeelandia. De cocaine werd verpakt in vis, pompoenen, hout, noem maar op, en zo verscheept of gevlogen naar Miami of Nederland. Soms werden er van de opbrengsten levensmiddelen of gas gekocht, die dan weer in Suriname werden verkocht. Zo werd het geld witgewassen. Ook gebeurde het nogal eens dat ze iemand in ruil voor geld en een gratis vakantie uit Nederland haalden om bij terugkeer wat cocaine mee te nemen, zeg vijf kilo. Op hetzelfde vliegtuig ging dan iemand mee met vijftig kilo. Van tevoren werd de douana dan getipt over die Nederlander met vijf kilo op zak, en die werd dan aangehouden. De vijftig kilo kon zo ongemoeid het land uit.
Er was iedere week wel iets aan de hand met cocaine. Het hele leger werd er bij ingeschakeld. Het spul stond opgeslagen in de loodsen van de kazerne. Het gebeurde nogal eens dat er onderlinge concurrentie ontstond tussen de diverse hoge officieren. Zo heb ik een keer een ruzie meegemaakt tussen Bouterse en Marcel Zeeuw, omdat Zeeuw in een loods was geweest waar een partij van Bouerse stond. Een van de soldaten die Zeeuw had doorgelaten, werd later doodgeschoten teruggevonden op de weg tussen Paramaribo en Domburg.
Zelf heb ik de nodige BV’s mogen oprichten om die handel toe te dekken. Prachtige namen hadden die bedrijfjes. Allemaal vernoemd naar bloemen en zo. Ook was er iemand namens Bouterse in Nederland die de distributie van de cocaine verzorgde. Die kwam later in de problemen in Nederland, zijn Mercedes was opgeblazen, veilig was hij in ieder geval niet meer. Die heeft later een functie gekregen in het Surinaamse leger.’
NELOM KENT DE namen van degenen die betrokken zijn bij Bouterse’s drugshandel. Tegen de BVD heeft hij die allemaal genoemd, zegt hij. Tegenover De Groene wil hij niet zo ver gaan. Wel noemt hij als een van de belangrijkste zakenpartners van Bouterse de naam de de groenteimporteur Dassasingh. ‘Die kende ik nog uit de tijd dat-ie op blote voeten liep. Later droeg hij slangeleren laarzen en zo. Schatrijk is-ie geworden. Hetzelfde geldt voor de rijsthandelaar Mungra, hoewel die pas is vrijgesproken van een aanklacht wegens drugshandel. Die man werd met honderdduizend dollar in zijn koffer aangehouden op het vliegveld. En dan nog wordt er gezegd dat er niets tegen hem bewezen kan worden. Hij heeft nu zelfs een donatie gedaan aan de Surinaamse persvereniging, uit dankbaarheid dat ze zo discreet met zijn zaak zijn omgesprongen. Als ik dat hoor, moet ik van harte lachen. Mungra was degene die van de drugsgelden levensmiddelen insloeg, en die weer in Surinamse verkocht. Die man heeft zo miljoenen binnengehaald.
Toen in de Nederlandse pers de eerste verhalen verschenen over de drugshandel in Suriname, werden bladen als de Nieuwe Revu en Panorama gelijk verboden. Toch hebben we Bouterse wel eens gevraagd wat hij nu van die verhalen vond. Dan lachte hij en zei hij: “Als Nederland afwil van het cocaineprobleem dan kan dat. Dan moeten ze daar gewoon stoppen met het produceren en exporteren van de benodigde chemicalien.” Maar later maakte hij dan weer de opmerking dat Suriname het volste recht had om geld te verdienen aan de cocaine, omdat de rijkdom van Amerika en Italie er tenslotte ook op was gebaseerd.
In werkelijkheid werd Suriname er natuurlijk helemaal niet rijker van. Alleen die kleine groep van politici, militairen en zakenlieden. Bouterse zelf stopte veel kapitaal in zijn eigen partij, de NDP. En hij kocht twee van de mooiste villa’s in Paramaribo en eentje in Brazilie, de mooiste auto’s, speedboten, jet-ski’s, noem maar op. Die man leeft als een God. De politiek beschermt hem geheel. Niet voor niets weigert president Venetiaan momenteel het rechtshulpverdrag tussen Suriname en Nederland te ondertekenen. Op die manier kan er niemand aan de Nederlandse justitie worden uitgeleverd. Dat willen ze graag zo houden. Ik heb Bouterse trouwens ook een keer horen zeggen dat Nederland niet zo hoog van de toren moet blazen over drugs. “Het hoofdkwartier van de maffia zit in Nederland”, zei hij dan. “Ze moeten daar niet gaan klagen.”
OOK VAN DE aanvoer van de cocainepasta heeft Nelom het nodige gezien. Begin 1990 was Nelom aanwezig bij de landing van een Chesna-vliegtuig uit Colombia in de buurt van Apoera, in het uiterste westen van het land. Het vliegtuig voerde een zeer grote partij cocainepasta aan. Nelom: ‘De bevelhebber was er zelf bij toen de partij werd getransporteerd door Tucajana-indianen, die hij tegen die tijd steeds meer ging gebruiken als speciale cocaine-eenheid. De Indianen brachten de partij daarna naar het Bakhuysgebergte, waar in allerlei hutten provisorische laboratoria klaarstonden om de pasta te verwerken met chemicalien als ether, zodat er cocaine van kon worden gemaakt. Bouterse is zelf een halve Tucajana, hij spreekt hun taal en hij vertrouwt hen. Binnen het Surinaamse leger is zelfs een speciale Tucajana-eenheid, de Delta Force. Bouterse kwam altijd heftig voor de autonome rechten van de Tucajana’s op. Zeker omdat ze zo in alle rust konden werken aan de cocainetransporten.
Wel heeft hij in 1990 drie Tucajana’s laten executeren. Dat kwam omdat ze niet hadden geschoten op politieagenten onder leiding van inspecteur Hendrik Gooding, toen deze een partij cocaine in beslag wilden nemen. De Tucajana’s zaten opgesloten in Fort Zeelandia. Van daaruit werden ze meegenomen door luitenant-kolonel Marcel Zeeuw. Later hoorde ik dat ze op de vlucht waren neergeschoten.’
(Een lotgenoot van Nelom, Jacobus Frans man, was er volgens zijn advocaat mr. Adang te Utrecht in april 1992 getuige van hoe zes ‘krijgsgevangenen’, vermoedelijk ook Tucajana’s, in Fort Zeelandia werden doodgemarteld met kettingzagen. Dit gebeurde onder leiding van majoor Marto. Fransman gaf zijn ontsteldheid door aan zijn commandant Ruben Rozendaal, die hem vervolgens een reprimande gaf vanwege insubordinatie.)
Nelom: ‘Het grote voordeel van het werken met de Tucajana’s is voor Bouterse dat veel Indianen inmiddels zelf ook verslaafd zijn geraakt aan de coke. Die heeft hij dus geheel in zijn macht. Bij mijn weten gebruikt Bouterse zelf geen coke, zoals Henk Knol (de overleden PvdA-parlementarier – rz) heeft beweerd. Wel marihuana af en toe, om te relaxen. De Indianen zijn ook economisch zo afhankelijk geraakt van de cocaine, dat ze vrijwel alles van Bouterse accepteren. Dus ook dat er af en toe eentje wordt geexecuteerd, om de wind er goed onder te houden. Die actie van inspecteur Gooding had trouwens niet zo veel zin. Ik was er zelf bij toen Bouterse hoogstpersoonlijk de door Gooding in beslag genomen partij cocaine ging ophalen in het politiebureau. Daarbij werden we geholpen door een inspecteur van de narcoticabrigade, een zekere Jansen. We hebben gewoon het kantoor opengebroken en zijn er met de pakketten vandoor gegaan. De hele handel ging linea recta terug. Twee dagen later hoorde ik Bouterse een donderspeech houden op televisie, waarin hij opriep tot de teruggave van de gestolen cocaine.
Met inspecteur Gooding liep het niet goed af. Die werd op 4 augustus 1990 doodgeschoten in Paramaribo. Het was een van die mannen die dachten dat de wet weer een kans had gekregen, omdat er weer een parlement en verkiezingen kwamen. Gooding geloofde dat eerlijk het langst duurde. Zo werkt het dus niet. Ik heb gehoord dat Gooding nog heeft geprobeerd asiel aan te vragen in Nederland. Maar dat kwam dus te laat.’
(Gooding is niet de enige Surinaamse politieagent die het onderspit moest delven in de strijd tegen de cocainemaffia. Eerder deze maand kwam de commandant van de Surinaamse militaire politie, majoor Bhagwedpersad Ausan, onder mysterieuze omstandigheden te overlijden. Ausan was betrokken bij het politieonderzoek tegen Dino Bouterse, de onder verdenking van drugshandel staande zoon van de NDP-leider.)
Nelom was op het moment van Goodings executie al vertrokken. ‘Ik had er schoon ge noeg van. Ik kon er niet meer tegen. Suriname was zogenaamd weer bezig een rechtsstaat te worden, maar van binnenuit zag ik dat er werkelijk niets van klopte. Bouterse deed gewoon precies wat hij wilde. Omdat ik veel zaakjes voor Bouterse opknapte, ook in het buitenland, had ik een tamelijk grote bewegingsvrijheid. Ik vroeg een visum aan in de Nederlandse ambassade, en wilde zo vluchten. Tot mijn stomme verbazing werd dat visum geweigerd, en even later moest ik bij Bouterse op het matje geroepen. “Zo, Marcel, dus jij wil ons gaan verlaten?” vroeg hij me direct. Ik schrok me dood. Ik wist me er met een smoesje uit te praten, dat ik in het kader van een agrarisch project dat hij wilde starten op onderzoek uit moest in Nederland. Gelukkig accepteerde hij dat. Ondertussen was me wel duidelijk dat de Nederlandse ambassade helemaal niet te vertrouwen was. Later wist ik via bevriende connecties toch weg te komen.’
REEEL GEVAAR VOOR de handel van Bouterse ziet Nelom niet. ‘Tot aan 1990 heeft Bouterse af en toe fors in de rats gezeten. Het verzet van Ronnie Brunswijk in de binnenlanden in het oosten maakte hem het leven zuur. De grootste fout van Nederland is dat ze de steun aan Brunswijk in 1990 hebben gestaakt. Daar zat ondanks alle bezwaren die aan Brunswijk kleven toch echt gevaar voor Bouterse. In dat jaar hebben de Amerikanen ook nog geprobeerd om het vredesonderhandelingen tussen Bouterse en Brunswijk te ondermijnen. Toen landde er in maart opeens een vliegtuig met duizend kilo cocaine in de binnenlanden van oost. Ik weet nog dat Bouterse vreselijk nerveus was over die toestand. Het vliegtuig en de cocaine waren in handen van Brunswijk geraakt, maar Bouterse wist er al dezelfde dag van, dank zij zijn informanten bij het junglecommando. Er is die dag druk getelefoneerd door Bouterse en Herrenberg met het junglecommando. Niemand wist precies wat er aan de hand was, maar duidelijk was dat Bouterse verschrikkelijk met het probleem in de maag zat.’
In zijn boek Dossier Moengo beschrijft junglecommando-adviseur Frits Hirschland deze kwestie uitgebreid. Hij maakt zeer aannemelijk dat de actie het initiatief was van de CIA. De piloot van het gewraakte vliegtuig was Frank Castro, een CIA-agent die al regelmatig bij Brunswijk op bezoek was geweest. Aanvankelijk had Castro wapenleveranties aan het junglecommando toegezegd, maar het werd cocaine. Het mag gezien worden als de laatste poging om een wig te drijven tussen Bouterse en zijn belangrijkste opponent. Wellicht wilde de CIA, nadat senator Barry Goldwater een stokje had gestoken voor de Amerikaanse invasieplannen voor Suriname, Brunswijk zijn eigen cokehandel laten opzetten, om hem zo verder gemotiveerd te maken voor hervatting van de strijd tegen Bouterse. Getuige de crisis bij het hoofdkwartier van Bouterse zat er enige levensvatbaarheid in dit diabolische scenario. Overigens heeft ook kolonel b.d. Bas van Tussenbroek, gewezen militair attache van Nederland in Paramaribo, tegenover De Groene verklaard dat de cocainemissie een opzetje van de Amerikaanse inlichtingendienst moet zijn geweest. Het laatste woord over die actie is nog niet gesproken.
MARCEL NELOM WACHT ondertussen nog steeds op zijn politiek asiel. ‘Ik begrijp niet wat ik de heer Kosto heb misdaan’, zegt hij droevig. ‘Een tijdje geleden zag ik Poncke Princen op televisie, die Nederlandse deserteur die naar de Indonesiers is overgelopen. Vijftig jaar na dato mag die man nog steeds Nederland niet in, omdat zijn gewezen makkers in het leger hem nog steeds niet hebben vergeven en zijn veiligheid in Nederland niet kan worden gegarandeerd. Denkt Kosto dan echt dat ik in Suriname wel veilig ben?’
https://www.groene.nl/artikel/het-hele-leger-draaide-om-de-cocaine
De drugslijnen van Bouterse
Het ontstaan van het Suri-kartel
2 dec 2012
De Surinaamse president Desi Bouterse werd in 1999 in Nederland veroordeeld wegens cocaïnesmokkel. Maar Bouterse werd 15 jaar daarvoor al in verband gebracht met drugssmokkel. In 1986 was hij het belangrijkste doel van een undercoveroperatie in Miami. De Amerikaanse justitie arresteerde toen Etienne Boerenveen, de rechterhand van Bouterse. Boerenveen probeerde een drugslijn vanuit Paramaribo op te zetten. Bouterse kwam op het laatste moment niet zelf naar Miami. ‘The main target was Bouterse’, zegt een voormalige undercoveragent. Miami Vice in het echt
Voorover gebogen met de handen geboeid op de rug en zijn hoofd afgewend van de camera wordt Etienne Boerenveen afgevoerd na zijn arrestatie op 24 maart 1986. De tweede man van Suriname, de rechterhand van Desi Bouterse, is gearresteerd tijdens een undercoveractie van de Drug Enforcement Administration (DEA) op een jacht in Miami. Het gesprek tussen Boerenveen, de Surinaamse zakenmannen Cilvion en Ricardo Heijmans en DEA agent Kenneth Peterson is vastgelegd met een verborgen camera. Peterson herinnert zich de actie nog goed. “Het was Miami Vice. Zelfde plek, zelfde tijd, maar dan echt.” Op de video is te zien dat Boerenveen een drugslijn van Suriname naar de VS wil opzetten. Tegen Peterson vertelt hij op het dek en buiten het bereik van de camera dat hij alle mogelijkheden tot zijn beschikking heeft die Suriname kan bieden: “Het was de enige keer dat iemand mij zijn land aanbood”, zegt Peterson.

Bouterse bepaalt
De militair Etienne Boerenveen, dan pas 28 jaar, handelt niet op eigen houtje. Niemand binnen de leiding van Suriname handelt zonder toestemming van dé baas, Desi Bouterse. Majoor Koen Koenders, toentertijd werkzaam voor de Militaire Inlichtingen Dienst (MID) in Nederland, beaamt dat, “er gebeurt niets zonder dat hij zijn fiat eraan gegeven heeft.” Op het dek van de DEA jacht antwoordt Boerenveen op de vraag van Peterson wat hij met dat geld gaat doen: “Een deel gaat naar mij”, terwijl hij zijn linkerhand in zijn broekzak stopt, “en het andere deel gaat naar de regering”, waarbij de rechterhand in de andere broekzak verdwijnt.” Bouterse bepaalt.

Surikartel
De drugshandel is voor Bouterse en de zijnen een belangrijke bron van inkomsten. Na de Decembermoorden van 1982 is de geldstroom die Nederland na de onafhankelijkheid in 1975 toezegt abrupt stopgezet. De geruchten over Suriname als doorvoerland van de Colombiaanse cocaïne naar Europa en de Verenigde Staten, worden bij inlichtingendiensten na 1982 steeds hardnekkiger. Militairen en burgers die het land uit angst voor Bouterse ontvluchten, vertellen bij de Nederlandse vreemdelingendiensten over de activiteiten van de Surinaamse legerleiding. Al die verhalen worden doorgestuurd naar de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI). Daar komt op dat moment ook informatie binnen via een informant. Dick Stotijn (overleden in 2005) is volgens Gerrit de Gooyer, van 1985 tot 1987 hoofd Verdovende middelencentrale bij de CRI, een informant zoals ze die daarna nooit meer gezien hebben. In 1994 wijden Hans Buddingh’ en Marcel Haenen, journalisten van de NRC, een boek aan hem. In De Danser staat uitvoerig beschreven hoe Stotijn, door lepra aan een rolstoel gekluisterd, informatie over drugsdeals en transporten van over de hele wereld in zijn woonplaats Daarlerveen ontvangt en vervolgens deelt met de inlichtingendiensten.

Einde oefening
De informatie over de drugshandel van het Medellín-kartel van Pablo Escobar is van dien aard dat de CRI begint aan een actie om een aantal Colombianen op te pakken. Stotijn en zijn runner Anne Post spelen hierbij een belangrijke rol. Stotijn gaat zelfs naar Aruba om daar met de initiatiefnemers te onderhandelen. Maar uit de inlichtingen blijkt ook dat bij de ophanden zijnde ‘deal’ hooggeplaatste Surinamers betrokken zijn; vader en zoon Heijmans en Etienne Boerenveen zullen aan de gesprekken deelnemen. Het hoofd van de Verdovende middelen Centrale van de CRI, John Oosterbroek, krijgt het benauwd. Het is niet duidelijk of de CRI de bevoegdheid voor een dergelijke actie wel heeft, er is te weinig mankracht en vooral; politiek gezien ligt het te gevoelig. De actie wordt op het laatste moment afgeblazen. Post roept Stotijn snel terug, om diens identiteit te beschermen. Terugkijkend kan Anne Post nog boos worden. “Als we deze actie hadden doorgezet, dan waren we uiteindelijk bij Bouterse uitgekomen. Dan had Suriname er nu heel anders uitgezien.”

Het doel was Bouterse
Als Nederland geen actie kan en wil ondernemen, dan de Amerikanen maar. Anne Post weet dat er op de ambassade in Den Haag agenten van de DEA werkzaam zijn. Stotijn belt zelf en vertelt agent Dale Laverty wat hij allemaal weet. De laatste staat versteld van de hoeveelheid gedetailleerde informatie en wil, na aanvankelijke scepsis, graag met hem werken. Stotijn is nu ook informant voor de DEA. Een nieuwe actie wordt opgezet. Ditmaal is de Surinaamse legerleiding het doel.
Via Stotijn wordt er opnieuw contact gelegd met Cilvion Heijmans. In februari 1986 belt DEA agent Peterson vanuit de Verenigde Staten opnieuw met Heijmans. Desgevraagd geeft Heijmans aan dat hij zelf geen cocaïne kan leveren, maar dat Suriname wel als doorvoerland kan dienen. Dit kan hij omdat hij “connecties heeft met de grote baas van Suriname”. Afgesproken wordt dat ze elkaar zullen ontmoeten, dit keer in Miami. Vanaf dat moment is de DEA in de veronderstelling dat Heijmans vergezeld zal worden door de “grote baas van Suriname”. Peterson verwacht dat Bouterse zelf naar Miami zal komen, maar vlak voor de ontmoeting zegt Bouterse af. “We kregen te horen dat niet de nummer één zou komen, maar zijn rechterhand”. Ook Dale Laverty is stellig: “Het doel was Bouterse”. Maar het werd Etienne Boerenveen, kolonel in het Surinaamse leger. Na een eerste ontmoeting in een hotel, waarbij de afluisterapparatuur de DEA in de steek laat, volgt de ontmoeting op de jacht en lukken de opnames wel. Nadat Boerenveen Peterson belooft dat de cocaïne ongestoord via Suriname vervoerd kan worden, worden de drie Surinamers aangehouden.

Halsoverkop onderduiken
In september 1986 volgt het proces. Via de advocaten van de verdachten lekt de naam van informant Dick Stotijn uit. De officier van justitie in Miami Bill Norris belt naar Nederland om te waarschuwen. Stotijn moet halsoverkop onderduiken. Boerenveen wordt voor medeplichtigheid bij het opzetten van een drugslijn veroordeeld tot 12 jaar cel. Vader en zoon Heijmans, krijgen een veel lichtere straf van een jaar. Vijf jaar later, in 1991, staat ook Boerenveen weer buiten de poort. Dat hij uiteindelijk maar zo kort heeft gezeten, wekt vragen op. Er wordt gesuggereerd dat Boerenveen gepraat heeft met inlichtingendiensten en in ruil daarvoor strafvermindering heeft gekregen. Kenneth Peterson weet niet van een deal tussen Boerenveen en de DEA. Als DEA agent van dienst tijdens de undercover operatie bezoekt hij Boerenveen na zijn arrestatie zelf in zijn cel. Maar Boerenveen wil niet praten, aldus Peterson. “Hij was ofwel te trots, ofwel te bang”.
Samenstelling en Regie: Paul Ruigrok
Tekst en Research: Lizzy van Winsen
Uitzending: zo 2 dec 2012, 21.20 uur, Nederland 2.
https://anderetijden.nl/programma/1/Andere-Tijden/aflevering/131/De-drugslijnen-van-Bouterse
Strijdterrein Suriname
Uit: Opening van Zaken, buro Jansen & Janssen, 1993.
Door Tom Blickman
Iedere inlichtingendienst waarover Nederland beschikt is betrokken bij Suriname. De gebeurtenissen in de voormalige kolonie zijn complexer dan de departementale indeling van de Nederlandse inlichtingendiensten. Het gevolg is een overlap in aandachtsgebieden, competentie-geschillen en gevallen van landjepik. Onduidelijk is welke dienst zich met welk aspect bezighoudt. De samenwerking met Amerikaanse diensten is een complicerende factor. Overwegingen van hogere buitenlandse politiek en inmenging van de Verenigde Staten bevorderen de inzichtelijkheid ook niet.
Na de telefooncoup van eind 1990 lijkt ingrijpen onontkoombaar. Militaire interventie blijkt een onhaalbare kaart, er moet naar andere middelen worden gezocht. De drugsconnecties van de Surinaamse legerleiding zijn uiteindelijke het handvat om de zaak aan te pakken. Bouterse langzaam en omzichtig aan de kant schuiven lijkt het devies.
De bijzondere verhouding met Suriname en de stormachtige ontwikkelingen na de onafhankelijkheid zijn voor iedere inlichtingendienst aanleiding geweest zich met de voormalige kolonie te bemoeien. Sinds Suriname tot het buitenland behoort is het ministerie van Buitenlandse Zaken de eerst verantwoordelijke voor de betrekkingen met Suriname. Het ministerie beschikt niet zelf over een officiële inlichtingendienst. De Inlichtingendienst Buitenland (IDB) valt onder het ministerie van Algemene Zaken van de minister-president. Deze dienst maakt echter gebruik van ambtenaren op in het buitenland gevestigde ambassades – de ambassades rapporteren natuurlijk weer aan het ministerie van Buitenlandse Zaken.
De ontwikkelingen in Suriname hebben hun weerslag op de omvangrijke Surinaamse gemeenschap in Nederland. De politieke polarisatie na de coup van Bouterse in 1980 en de aanvankelijk linkse oriëntatie van de `revolutie’ is een aandachtsgebied voor de BVD. Pro-Bouterse en contra-Bouterse heten de groepen in het BVD-jargon. Het jaarverslag over 1991 meldt dat de pro’s hebben gedreigd met aanslagen en de contra’s bezig zijn met het voorbereiden van gewapend ingrijpen, wat door een chronisch gebrek aan geld maar niet wil lukken.
Uit van tijd tot tijd opduikende berichten in de pers blijkt dat ook de Militaire Inlichtingen Dienst (MID) gezien de militaire achtergrond van de machthebbers na de coup en de operaties van het Jungle Commando van Ronnie Brunswijk voortdurend van de partij is.(1) En tenslotte is door de betrokkenheid van de legerleiding bij drugshandel de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) van het ministerie van Justitie in het Surinaamse wespennest terecht gekomen.
DE BVD IN HET VAARWATER VAN DE CRI
De onderlinge verhoudingen tussen de Nederlandse diensten is niet altijd even harmonieus. Het einde van de Koude Oorlog leidt tot een heroriëntatie van taken. De BVD gaat op zoek naar nieuwe terreinen om de Dienst voort te laten bestaan. Meer dan ooit komt de Dienst in het vaarwater van de CRI. De BVD zoekt onder andere uitbreiding op het gebied van de georganiseerde misdaad en corruptie, traditioneel onderwerpen van de CRI. Opsporing en vervolging zijn nadrukkelijk voorbehouden aan politie en justitie. De CRI begint zich daarentegen steeds meer te gedragen als een inlichtingendienst door moderne pro-actievemethoden van opereren. Via misdaadanalyse en puur inlichtingenwerk probeert de CRI criminelen nog voordat zij een misdrijf hebben begaan in kaart te brengen. Door de BVD verzamelde informatie en materiaal mag door de rechter als bewijs worden geaccepteerd, stelde minister van Justitie Hirsch Ballin in 1992 formeel vast, al gebeurde dat al langer. De scheiding in bevoegdheden, terreinen en methoden van de beide diensten vervaagt hoe langer hoe meer.
Door de vermenging van politieke en criminele activiteiten van de legerleiding is Suriname bij uitstek een gebied waar de beide diensten hun competentie-geschil kunnen uitvechten. De minister en woordvoerders van de politieke partijen overtuigen elkaar tot vervelens toe dat Justitie en dus de CRI verantwoordelijk zijn wat betreft de vermeende drugshandel van de Surinaamse legerleiding. Zij moeten erkennen dat formeel gezien de BVD altijd via een achterdeurtje kan binnensluipen.
VVD-woordvoerder Dijkstal merkte over de relatie BVD-CRI bij corruptie en internationale drugscriminaliteit het volgende op: “Zij behoren tot de taak van politie en justitie, dus tot de taak van de CRI. De invalshoek van de wet is echter dat dit niet geldt als de belangen van de Nederlandse Staat, het democratisch functioneren en nog een aantal van dit soort begrippen in het geding zijn. Dan is er ook een taak voor de BVD. Ik heb het gevoel dat er in het rapport precies de omgekeerde redenering wordt gevolgd. De BVD zegt: dit zijn mijn terreinen. De Dienst sluit daarbij niet uit dat ook politie en justitie zich daarmee kunnen bemoeien.”(2)
De BVD bepaalt voornamelijk zelf wat zijn aandacht vereist. Tijdens een vertrouwelijk overleg in september 1991 na de onthullingen over de Surinaamse drugsconnectie bleek dat de BVD en de CRI elkaar hebben tegengewerkt bij onderzoek naar Surinaamse infiltratie van overheidsdiensten en drugshandel.(3)
LIAISON MET DE VS
Liaisons van Nederlandse diensten met het buitenland en de buitenlandse liaisons in Nederland zijn van betekenis voor de onderlinge verhoudingen. De BVD heeft inmiddels een vaste liaison in Washington.(4) De stationering van liaison-officier van de CRI in Washington en een gezamenlijke post met de Amerikaanse narcoticadienst DEA (Drugs Enforcement Administration) in Paramaribo werd in mei 1992 aangekondigd tijdens een bezoek van Hirsch Ballin aan de VS. Kamerleden raken het spoor bijster in de internationale relaties van de diensten. Het vermoeden wordt geuit dat de diverse diensten meer belangstelling hebben voor hun eigen lijntjes met de Amerikanen dan dat er sprake is van samenwerking op dat vlak.
Liaison met de Amerikaanse diensten is een tamelijk gecompliceerde aangelegenheid. Minister van Binnenlandse Zaken Dales waagt zich aan een uitleg tijdens het Kamerdebat in januari 1993: “Het is heel simpel en niet zo eenvoudig, als u mij wilt begrijpen. De BVD heeft inderdaad contact met zusterdiensten, terwijl de CRI contact heeft met de politie. Het probleem doet zich echter nu eenmaal voor dat een aantal buitenlandse diensten tegelijkertijd politiedienst en inlichtingendienst is, zoals het FBI en het DEA. Er is voortdurend afstemmingsoverleg tussen de BVD en de CRI. Zij kennen de moeilijkheden, weten waar die zich kunnen voordoen en stemmen dat in het werkoverleg goed af.”(5)
Dat laatste is maar de vraag. De BVD lijkt in het voordeel wat betreft de verhoudingen met de VS. Traditioneel onderhoudt de Dienst de contacten met de CIA en gezien het karakter van de DEA is het logisch dat de BVD relaties met deze dienst heeft. De DEA is van een heel ander karakter dan haar Nederlandse tegenhanger de CRI. De DEA is zowel een politieke inlichtingendienst als een criminele opsporingsdienst.
De CRI is in het nadeel omdat de Surinaamse drugsconnectie uitstijgt boven het politiële opsporingswerk vanwege de complicaties op het terrein van de buitenlandse politiek. Bovendien zijn door de opschorting van het rechtshulpverdrag tussen Nederland en Suriname na de Decembermoorden in 1982 politie en justitie tandeloos als het gaat om opsporing en vervolging. Uit angst dat de Surinaamse drugsbaronnen inlichtingen via de uitwisseling van informatie ten eigen bate aanwenden is het verdrag nog steeds niet hersteld.(6)
In september 1991 wordt bekend dat de dan nog actieve IDB in opdracht van premier Lubbers de Surinaamse drugslijnen moet onderzoeken. Kennelijk ligt de zaak te gevoelig om enkel en alleen aan politie en justitie over te laten. Intern was al langer bekend dat het IDB mogelijk werd opgeheven. Begin 1992 kondigt Lubbers de opheffing aan, het precieze tijdstip wordt later vastgesteld op 1 januari 1994. Het is onduidelijk wie het onderzoek overneemt. De taken van de IDB moeten worden verdeeld onder de resterende diensten. Aangezien de CRI in eerste instantie is gepasseerd lijkt de BVD de dienst te zijn om met de kwestie te belasten. Temeer daar er aanwijzingen zijn dat de samenwerking tussen CRI en DEA nogal stroef verloopt. De BVD is al betrokken bij het onderzoek van de IDB. In samenwerking met een team van de Haagse politie worden bankrekeningen van het Surinaamse drugskartel nagegaan.(7)
WAR ON DRUGS
Naast de moeizame samenwerking door wedijver en competentiegeschillen zijn er complicaties van buitenlandse politieke aard, met name uit de Verenigde Staten. Het beleid van Nederland inzake internationale drugsbestrijding botst herhaaldelijk met de VS. De Amerikanen kennen zichzelf het recht toe overal ter wereld drugszaken op te sporen en te vervolgen. Dit leidt regelmatig tot incidenten, met name omdat de Amerikaanse opsporingsmethoden (undercover-operaties en speciale behandeling van spijtoptanten) niet stroken met de Nederlandse opvattingen over rechtspleging. Recentelijk werden enkele `fruithandelaren’ door de DEA buiten Nederland ingerekend na een voor Nederlandse begrippen ongeoorloofde vorm van uitlokking.(8)
Dezelfde frictie speelde een rol in de zaak-Boerenveen. Deze kwestie wordt vaak aangehaald als het eerste bewijs van de Surinaamse drugsconnectie. De rechterhand van Bouterse wordt in 1986 te Miami tot acht jaar veroordeeld. Bij nadere beschouwing is de zaak niet zo duidelijk. Slechts met de grootste moeite weet een undercover-agent toezeggingen van Boerenveen los te krijgen over mogelijke medewerking aan drugstransporten. De DEA is in contact gebracht met Boerenveen door een informant van de CRI, nadat Nederland terugdeinsde de zaak zelf aan te pakken. Tijdens het proces bleek dat het niet ging om het onschadelijk maken van een bestaande smokkellijn. Zowel de officier van Justitie als DEA-chef Yout bevestigden dat de operatie ten doel had de mogelijkheden voor cocaïne-transporten te onderzoeken. `Uitlokking’ wilde Yout dat niet noemen, hij sprak liever van een `test’.(9)
De onduidelijkheid over de Nederlandse betrokkenheid is in het najaar van 1991 aanleiding tot vertrouwelijk overleg tussen kamerleden en Justitie. Er is sprake van niet tijdig geïnformeerde ministers en op eigen houtje opererende CRI-functionarissen die uit frustratie informatie doorspelen aan de DEA. Minister Hirsch Ballin is in verlegenheid gebracht. ‘Niet ten onrechte’, aldus een anoniem kamerlid in Elsevier, ‘Die zaak stinkt’.(10)
De aangekondigde gezamenlijke post van de DEA en de CRI in Paramaribo ketste eind februari 1993 plotseling af. Bezuiniging onder het nieuwe bewind van president Clinton zou opening van nieuwe filialen onmogelijk maken. De aangekondigde liaison-officier van de CRI in Washington is ook nog niet gearriveerd. Gesuggereerd wordt dat de VS na het opstappen van Bouterse als legerleider Suriname wat lager op de prioriteitenlijst heeft staan. De ophef rond de drugsconnecties van de Surinaamse militairen zou zijn bedoeld om Bouterse weg te werken.
Meerdere onderzoekers wijzen op het feit dat de DEA een instrument is in de Amerikaanse buitenlandse politiek, of althans vaak ondergeschikt aan hogere overwegingen van buitenlandse politiek.(11) Een gevaarlijke situatie aangezien vele narcoticadiensten zijn aangewezen op het mondiale informatie-netwerk van de DEA.(12) Ondanks incidentele botsingen werkt Nederland samen met de VS. In april 1992 reist Hirsch Ballin met een zware justitiële delegatie naar de VS om de samenwerking te intensiveren. `Nederland en VS voeren samen War on drugs‘, meldt het Algemeen Politieblad enthousiast.(13) Nederlandse mariniers op de Antillen helpen de VS om drugstransporten in het Caraïbisch gebied te onderscheppen. De betrokkenheid bij de Amerikaanse War on drugs dreigt het liberale drugsbeleid in Nederland aan te tasten, aldus de man die dat beleid jarenlang bepaald heeft, de topambtenaar bij WVC drs. E.L. Engelsman: “Het gevaar dreigt dat Nederland zich (…) ondergeschikt maakt aan, en dus afhankelijk wordt van de Amerikaanse drugspolitiek.”(14) WVC is bezorgd over de toenemende greep van Justitie op het drugsbeleid.
Naast het inlichtingenwerk en opsporing en vervolging heeft de DEA een propagandataak in de War on drugs. Via de media mengt de dienst zich in de politiek van andere landen ten aanzien van het drugsbeleid en aanverwante zaken als het witwassen van geld. Op het moment dat in 1992 in Duitsland een wetsontwerp tegen witwassen in voorbereiding is, schildert de DEA het land af als een witwasparadijs in het invloedrijke weekblad Der Spiegel. Een Zwitserse journalist viel het op dat dezelfde taktiek drie jaar eerder werd gevolgd in Zwitserland. Hoewel de journalist niet wil ontkennen dat het om een reëel probleem gaat, wordt het wel vreemd als de ene DEA-functionaris in Der Spiegel verklaart dat “Zwitserland de minst uitnodigende plek voor zwart geld is geworden”, terwijl ongeveer tegelijkertijd een ander van mening is dat “De Zwitserse banken nog steeds de voorkeur genieten van de Zuidamerikaanse kartels” om de Zwitserse minister van Justitie aan te sporen de strijd tegen het drugsgeld voor te zetten.(15)
Na de telefooncoup in Suriname van 24 december 1990, waarbij chef-staf Graanoogst met een telefoontje de regering naar huis stuurt, pakt de DEA uit in Nederland. Op basis van door de DEA aangebracht materiaal worden de drugsconnecties van de legerleiding gedetailleerd uit de doeken gedaan in de NRC. Opmerkelijk is dat de CRI niet door de DEA is ingelicht over het onderzoek in Nederland.
DE VS EN SURINAME
De lancering van het ‘drugsscenario’ is niet de eerste keer dat de Verenigde Staten zich met Suriname bemoeien. Bouterse c.s. zijn hen al jaren een doorn in het oog. Kort na de `revolutie’ is de flirt van Bouterse met Cuba en Grenada aanleiding tot bezorgdheid. In kringen van de CIA circuleren plannen om met huurlingen een coup te organiseren.(16) De plannen stuiten op weerstand in de Senate Intelligence Committee. Een deel van het Surinaamse verzet onder leiding van oud-president Chin A Sen blijft steun zoeken voor de militaire plannen van het Jungle Commando bij ultra-conservatieve organisaties in Amerika, een conglomeraat van fel anti-communistische clubs met als spreekbuis The Washington Times.(17)
Onder de presidenten Reagan en Bush bestaat een vruchtbare kruisbestuiving tussen de overheid en leden uit deze rechtse denk-tanks en fondsorganisaties. Zodanig dat soms niet meer uit elkaar valt te halen wie nou voor wie werkt. Dezelfde organisaties die het Jungle Commando adopteren, nemen de steunverlening aan de Nicaraguaanse Contra’s tegen de Sandinisten over, na het verbod door het Amerikaanse Congres. Met de stilzwijgende goedkeuring van Washington. De oorlog wordt als het ware uitbesteed aan particuliere organisaties.
De Senaatscommissie onder voorzitterschap van John Kerry heeft ook een andere geldbron – wapens voor drugs – meer dan aannemelijk gemaakt. De vliegtuigen die wapens voor de Contra’s naar Midden-Amerika vervoerden, namen op de terugweg drugs mee naar de VS. De DEA moest enkele zaken laten vallen omdat het operaties van de CIA betrof. Competentiestrijd tussen de diensten is een mondiaal verschijnsel. De DEA en de CIA komen herhaaldelijk met elkaar in botsing vanwege dit soort operaties.
Als gevolg van de schandalen in de VS is de optie van Reaganesque freedomfighters in diskrediet gebracht. In die tijd verdwijnt ook het Jungle Commando van Ronnie Brunswijk van het toneel. Het Jungle Commando wordt definitief `afgeschoten’ door de landing van een vliegtuigje met 1000 kilo cocaïne midden in het vredesoverleg tussen Bouterse en Brunswijk in maart 1990. Was Ronnie Brunswijk ook een Contra? De beschuldigingen voor wie de lading was bestemd gaan over en weer. In kringen van het Jungle Commando wordt de CIA ervan beschuldigd het vredesoverleg moedwillig te saboteren omdat de Amerikanen Bouterse onder druk willen houden. Het Jungle Commando begint kennelijk te begrijpen dat het nooit als serieuze optie is beschouwd, gezien de verdeeldheid in de Surinaamse oppositie. Het constante gebrek aan financiële middelen is veelzeggend.
Of is er sprake van wapens voor drugs? Het vliegtuigje zou wapens voor het Jungle Commando afleveren. De organisator van het transport, de Cubaanse balling Frank Castro, presenteerde zich bij het Jungle Commando als een man van de CIA. Dat wordt niet helemaal serieus genomen.(18) Gezien de weerstand in het Congres tegen operaties in Suriname, lijkt de steunverlening aan Brunswijk eerder een Contra-achtige operatie die zich afspeelt in het schemergebied van de CIA en particuliere free-lancers. Ten tijde van de zoektocht naar geld van Chin A Sen zijn de Cubaanse ballingen al van de partij. Frank Castro is een vooraanstaand figuur in de Cubaanse gemeenschap in Miami, die lange tijd door de CIA is gebruikt voor geheime operaties tegen Cuba. Hij is betrokken bij wapens voor drugs operaties ten behoeve van de Nicaraguaanse Contra’s.(19)
Bouterse beweert op oudejaarsavond 1990, vlak na de coup, dat het Jungle Commando gefinancierd wordt door de BVD. Hij zegt de beschikking te hebben over documenten die dat aantonen. Naar eigen zeggen wilde hij deze presenteren tijdens een tv-uitzending in Nederland. Doordat hem de toegang tot Nederland wordt ontzegd, gaat dat niet door. Daarna is er niets meer over vernomen. Binnenlandse Zaken ontkent. Als er al sprake is van steun aan het Jungle Commando zou dat eerder door de IDB gebeuren, denkt Dijkstal, al lijkt het hem onwaarschijnlijk.
DRUK OP DE KETEL
`Bouterse wil drugs-imperium volgens model van Noriega’, meldt Het Parool direkt na de vliegtuig-affaire.(20) De krant citeert uitspraken van Amerikaanse regeringsfunctionarissen in The Washington Times. De ultra-conservatieve supporters van het Jungle Commando voelen goed aan welke wind er in Washington waait. Na de val van het communisme is onder Bush de War on drugs steeds belangrijker geworden. De sterke man van Panama, Noriega, wordt vanwege zijn drugsconnecties met een grootscheepse invasie in december 1989 gearresteerd en in de VS voor de rechter gesleept.
Na de telefooncoup eind 1990 is de maat vol. Bouterse moet weg. Het Jungle Commando is nooit een echte oplossing geweest en de zachte diplomatie van Nederland is in de ogen van de Amerikanen onvoldoende. Zelfs in Den Haag gonst het van Gemenebest-plannen en sommige woordvoerders schemeren met militaire interventie. De al langer spelende drugsconnecties van de legerleider worden het breekijzer om Bouterse te verwijderen. In mei 1991 verklaart de Amerikaanse onderminister van Latijns-Amerikaanse Zaken, Bernard Aronson, vlak voor de verkiezingen in Suriname, dat de VS `geen enkele optie uitsluiten’.(21) Aronson kan zich wel vinden in de vergelijking Noriega-Bouterse. Het beeld wordt naderhand genuanceerd. De VS stellen zich nadrukkelijk achter de initiatieven van Nederland op. Toch blijft de indruk bestaan dat de VS af en toe de druk op de ketel opvoert om Nederlandse initiatieven te bespoedigen.
De publieke opinie mobiliseren, is de aanbeveling van de Amerikanen. Het zomeroffensief van de DEA in de NRC is daar een duidelijk voorbeeld van. `De in Amerikaanse ogen weifelende Nederlandse houding heeft er ook toe geleid dat agenten van de DEA de afgelopen maanden zonder medeweten van de Nederlandse justitie in Nederland informatie hebben verzameld’, aldus de krant. In de reeks artikelen verklaren hooggeplaatste ambtenaren van het State Department ronduit: “Nederland wacht teveel totdat wij besluiten in te grijpen, maar ze moeten zelf the lead in deze nemen”. En: “Wij zouden bij het Congres nooit geld van onze beperkte middelen kunnen vrijmaken om ook nog eens in Suriname acties uit te voeren”.(22)
De VS klagen over gebrek aan medewerking van Nederland in het onderzoek naar drugshandel in Suriname. Een Amerikaanse agent die door medewerkers van de BVD, CRI en de gemeentepolitie van Rotterdam werd ontvangen, kreeg geen inlichtingen terwijl hij zelf wel werd uitgehoord.(23) Wellicht wilden de diensten elkaar geen informatie verschaffen. `Volgens welingelichte Amerikaanse justitiële bronnen staat het vast dat er tegen een invloedrijke Surinamers strafrechtelijk kan worden opgetreden als Nederland bereid is inlichtingen over te dragen’, aldus het NRC in november 1991. De vraag is waarom. In de pers is Bouterse allang veroordeeld. Aanwijzingen gelden echter niet als juridisch bewijs.
Een mogelijke verklaring ligt in de moeilijk met elkaar te verenigen rechtsgang in beide landen, en juridische belemmeringen in Nederland. `Nederland wil bekijken of de Amerikanen bereid zijn (…) Bouterse in Amerika te vervolgen omdat dit juridisch eenvoudiger is’, verneemt het NRC uit justitiële bron, tijdens het bezoek van Hirsch Ballin aan Washington in april 1992.(24) Men wil weten welke conclusies de VS heeft getrokken uit de succesvolle vervolging van Noriega. In februari 1993 blijkt van de keiharde afspraken die tijdens Hirsch Ballin’s bezoek aan de VS zijn gemaakt niet veel terecht te komen.
Een andere mogelijkheid is dat het politiek niet opportuun is Bouterse regelrecht te vervolgen, althans niet in Nederland. Het blijft gissen waarom. Te veel repercussies in de Surinaamse gemeenschap vanwege het gevoelige koloniale verleden? Angst voor een nieuwe staatsgreep? Of zijn er teveel zaken die het daglicht niet kunnen verdragen? Vooralsnog wordt gekozen voor een afknijp-scenario. Bouterse moet langzaam worden teruggedrongen en de democratische krachten versterkt. Het al of niet verlenen van ontwikkelingshulp wordt gebruikt om de situatie te beïnvloeden. Ondertussen moet hij geïsoleerd worden van de Surinaamse gemeenschap in Nederland.
Kennelijk is hier een taak voor de BVD. Na de telefooncoup mag Bouterse Nederland niet in. In mei 1991 worden twee Surinaamse diplomaten uitgewezen op instingatie van de BVD. De speciale afgezant van Bouterse, Herrenberg, wordt in dezelfde maand gearresteerd om overleg in Nederland te frustreren. Het al eerder gestarte onderzoek naar infiltratie door Bouterse-aanhangers in Nederlandse overheidsdiensten en politie krijgt haast, wat leidt tot half werk en hear-say in de zaak-Sinester. Kamerleden worden gewaarschuwd voor contacten in een ongebruikelijk brief van de BVD tijdens een werkbezoek aan Suriname in september 1992.
Deze benadering van Bouterse en consorten draagt de nodige risico’s met zich mee. De legerleiding heeft haar macht inmiddels economisch geconsolideerd. Voormalige militairen hebben al een goed uitgeruste particuliere veiligheidsdienst opgebouwd.(25) Door Bouterse langzaam van het politieke toneel te schuiven is de macht van de voormalige legerleider nog niet gebroken.
(Tom Blickman is medewerker van buro Jansen & Janssen)
1. De onduidelijke rol van ex-militair attaché in Paramaribo, kolonel Van Tussenbroek, en zijn relaties met het Jungle Commando lijken in de richting van de MID of de IBD te wijzen. Zie o.a.: Vrij Nederland 5 januari 1991.
2. Behandeling van Het verslag van de Vaste Commissie voor Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (22463), 24 maart 1992.
3. NRC Handelsblad 13 september 1991.
4. Wat overigens de vraag oproept wat een binnenlandse dienst in het buitenland doet. Zie daarvoor Ontwikkelingen op het gebied van de Binnenlandse Veiligheidsdienst in dit boek.
5. Behandeling van Het verslag van de vaste Commissie voor inlichtingen- en veiligheidsdiensten (22890), 19 januari 1993.
6. Na de wisseling van de wacht bij de legerleiding en de aanstelling van A. Gorré als nieuwe bevelhebber, is de wederzijdse rechtshulp weer hervat (NRC Handelsblad 15 mei 1993).
7. NRC Handelsblad 15 april 1992.
8. NRC Handelsblad 27 februari 1993, en De Telegraaf 20 en 27 maart 1993.
9. NRC Handelsblad 11 september 1986.
10. Elsevier 21 september 1991.
11. Zie o.a. het rapport Drugs, Law Enforcement and Foreign Policy van de Subcommittee on Terrorism, Narcotics and International Operations onder voorzitterschap van Senator John Kerry van het Senate Foreign Relations Committee uit 1989. Verder enkele boeken die overvloedig gebruik maken van de gegevens van de Kerry-commissie: Mylène Sauloy & Yves Le Bonniec, A qui profitent la cocaïne?, Calmann-Lévy: Paris 1992; en Peter Dale Scott & Jonathan Marshall, Cocaine Politics, Drugs, Armies and the CIA in Central America, Un. of California Press: Berkeley 1991.
12. Zie voor de invloed van de DEA op de politie en justitie van andere landen, met name op het gebied van opsporings- en vervolgingsmethodes: Lode van Outrive & Jan Capelle, Twenty Years of Undercover Policing in Belgium, Katholieke Universiteit Leuven 1991. Onlangs onthulde de Belgische minister van justitie Wathelet dat de DEA ook deel uitmaakt van de STAR-groep (Standige Arbeidsgruppe Rauschgift), een in 1972 opgezet Europees anti-drugs netwerk. Duitsland, België, Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland, Luxemburg en Nederland zijn de andere deelnemers in dit netwerk. (Statewatch, volume 3 no. 2, March-April 1993)
13. Algemeen Politieblad 16 mei 1992.
14. NRC Handelsblad 2 juli 1992.
15. La Dépêche Internationale des Drogues Nº7, mei 1992.
16. Bob Woodward, Veil: The Secret Wars of the CIA 1981-1987, Simon & Schuster: New York 1987, p. 240-41.
17. NRC Handelsblad 26 en 28 maart 1987. De Times is niet te verwarren met de liberale Washington Post. De Times is gelieerd aan de fel anti-communistische Moon-sekte. Moon-organisaties als CAUSA en de World Anti-Communist League (WACL) van de voormalige CIA-commandant John Singlaub zijn betrokken bij de particuliere steunverlening aan de Contra. Singlaub coördineerde samen met Oliver North de operaties. The Washington Times schrijft vaker dan andere media over Suriname, en dan vanwege linkse signatuur Bouterse. Robert Gates, in 1987 nog onderdirecteur van de CIA en later directeur, heeft o.a. in de Times een artikel geschreven waar Suriname wordt genoemd als één van de landen die in aanmerking zouden kunnen komen voor geheime steun aan anti-communistische elementen.
18. Vrij Nederland 5 januari 1991.
19. Zie voor Frank Castro’s betrokkenheid bij operaties tegen Cuba, zijn positie in de Cubaans ballingengemeenschap in Miami, terroristische activiteiten, en voor wapens voor drugs-operaties ten behoeve van de Contra: Cocaine Politics, p. 25-30 117-121.
20. Het Parool 28 maart 1990.
21. De Volkskrant 1 juni 1991.
22. NRC Handelsblad 29 juli 1991.
23. NRC Handelsblad 23 november 1991.
24. NRC Handelsblad 15 april 1992.
25. Zie Vrij Nederland 14 en 28 november 1992
https://www.burojansen.nl/opening-van-zaken/strijdterrein-suriname/
