SURINAME VAN DE REGEN IN DE DRUP.

Ook antecedentenonderzoek van (vice) presidentskandidaten

30 Jul, 2020, 09:37

foto

 
De Staat heeft geweldsmonopolie. Als de staatsmacht in verkeerde handen valt heeft dat desastreuze gevolgen. Ook Suriname weet dat uit eigen ervaring. Een onbevlekt blazoen wordt in fatsoenlijke landen als een basale voorwaarde gezien voor het bekleden van hoge staatsfuncties. Zonder integere bestuurders, blijft de integriteit van het openbaar bestuur op zijn best een verkiezingsbelofte. 
 
Met het oog op het waarborgen van die bestuurlijke integriteit worden in Suriname kandidaat-ministers onderworpen aan een antecedentenonderzoek. De term antecedent betekent voorgeschiedenis. Bij antecedentenonderzoek wordt onder meer gekeken of er sprake is van een relevant strafrechtelijk verleden en/of er incidenten of relaties zijn die betrokkene chantabel maken. Het onder ogen zien van het verleden is onmisbaar voor het onderbouwd beoordelen van de integriteit van de kandidaat, omdat het verleden de feiten herbergt. Wie wegkijkt van het verleden loopt grotere kans een verkeerd verleden te herhalen.
 
Artikel 92
In Artikel 92 van de grondwet staat een cruciale integriteitsbepaling geformuleerd. Om tot president of vicepresident te worden gekozen moet een kandidaat ‘geen handelingen hebben verricht strijdig met de Grondwet.’ De grondwet verplicht de overheid tot waarborgen en bevorderen van zulke fundamentele waarden en normen als de grondrechten, de democratie en internationale rechtsorde. Kandidaten die zich hebben schuldig gemaakt aan schendingen van de rechten van de mens, geweldpleging tegen de democratische rechtsorde en/of internationale misdrijven, zouden naar letter en geest van de grondwet niet tot president of vice-president mogen worden gekozen. 
 
De Nationale Assemblee kiest de president en vicepresident. Zij zou de rol van poortwachter die in artikel 92 besloten ligt moeten vervullen. Het merkwaardige verschijnsel doet zich voor dat anders dan het geval is bij de kandidaat-ministers, in het geval van de (vice-) presidentskandidaten g e e n antecedentenonderzoek wordt verricht. De Nationale Assemblee onderzoekt n i e t of de (vice-) presidentskandidaten voldoen aan de integriteitsvereisten zoals bepaald in artikel 92. Wat niet onderzocht is bestaat formeel niet en daar hoeft dan ook geen rekening mee te worden gehouden. 
 
De vraag rijst of vanuit het gezichtspunt van respect voor de constitutionele orde en de integriteit van het openbaar bestuur hier geen sprake is van lankmoedigheid, of erger, van ernstig plichtsverzuim. Om te weten of een kandidaat voor het (vice-) presidentschap geen handelingen heeft verricht strijdig met de grondwet lijkt een antecedentenonderzoek onmisbaar. De Nationale Assemblee zou daartoe een rechtmatige, transparante en toetsbare procedure in het leven moeten roepen. In organisaties spreekt men van de tone at the top, een verwijzing naar het cruciale belang voor de organisatiecultuur van de voorbeeldfunctie van leiding en toezicht. 
 
Als De Nationale Assemblee een deugdelijk antecedentenonderzoek organiseert dan is dat een krachtig signaal van geloofwaardigheid en een aanmoediging van de politieke partijen slechts (vice-)presidentskandidaten, die de toets der ethische kritiek kunnen doorstaan, voor te dragen. Artikel 92 maakt duidelijk dat de keuze van de kiezer door de volksvertegenwoordiging niet mag worden uitgelegd als keuze van partijpolitieke willekeur. Het volk van Suriname heeft recht op integere en betrouwbare bestuurders. Dat is de boodschap van artikel 92. 
 
Henry Does

ONDERNEMERS PAKKEN FLINK UIT VOOR NIEUWE REGEERDERS

Jul 29, 2020

Er zijn de afgelopen dagen opvallende momenten geweest waarbij particulieren apparatuur, materiaal en verbruiksartikelen aan regeringsautoriteiten hebben gedoneerd.

De donaties variëren van hotelkosten voor president-elect Chandrikapersad Santokhi tot computers ten behoeve van het Kabinet van de President nadat hij officieel in functie trad. Deze week mocht ook Marinus Bee, voorzitter van De Nationale Assemblee (DNA), honderd flessen handsanitizers en duizend mondkapjes in ontvangst nemen van ondernemers uit het binnenland. De DNA-voorzitter kreeg ook nog een printer en twee laptops overhandigd.

Sommige critici plaatsen vraagtekens bij de donaties: gevreesd wordt dat er een wederdienst verwacht wordt. Wat de regering betreft zegt financiënminister Armand Achaibersing niet de indruk te hebben dat de donaties met een bepaalde achterliggende bedoeling zijn gedaan. Specifiek verwijst hij naar de hotelkosten voor de president-elect om kantoor te houden. “De kosten hiervan zijn bijeengebracht door donaties van personen en bedrijven, waarbij Marriot Hotel ook nog eens een fikse korting gegeven heeft”, bevestigd de minister. Er zijn volgens hem ook geen grote bedragen door individuen of organisaties gegeven. Het betreft een collectieve sponsoring.

De minister zegt evenwel begrip hebben voor de argwaan in de samenleving over het vervolgtraject van deze opmerkelijke donaties en de druk die er eventueel zou kunnen komen voor wederdiensten. Hij geeft de verzekering dat het niet de intentie van de regering is om wederdiensten te verlenen voor schenkingen en donaties. “Er zijn een heleboel mensen die de transitie en het inkomen van een nieuwe wind zo snel als mogelijk hebben willen zien en een warm hart hebben willen toedragen. Het is dus daarom dat de mensen bereid zijn geweest om hun bijdrage te leveren. Alle kleine beetjes hebben geholpen.”

Voor president Santokhi komen de computers ten behoeve van het Kabinet als geroepen; hij trof op zijn eerste werkdag als staatshoofd geen enkele computer aan. De donaties die DNA-voorzitter Bee heeft ontvangen, zijn ten behoeve van het werk in het parlement.

https://unitednews.sr/ondernemers-pakken-flink-uit-voor-nieuwe-regeerders-2/

 

Teleurgestelde Jogi in regeerteam: Niets heeft geholpen

foto

  Assembleelid Mahinder Jogi (VHP)  

15 Jul, 2020, 00:01

“Ik wens degenen die deze regering hebben samengesteld, succes toe”, zegt een teleurgestelde VHP-topper, Assembleelid Mahinder Jogi in gesprek met Starnieuws. Hij vindt dat ondanks alle kritiek, gesprekken en ophef die gemaakt is, alle kandidaat-ministers toch zijn behouden. “Dat vind ik heel teleurstellend. Ik ga mijn werk gewoon doen en wat we beloofd hebben aan het volk proberen te realiseren”, zegt de politicus. 
Jogi vindt dat Prahlad Sewdien (Landbouw, Veeteelt en Visserij) en Amar Ramadhin (Volksgezondheid) niet in het regeerteam moesten worden opgenomen. Volgens de volksvertegenwoordiger is Sewdien omringd door NDP’ers en zij gaan het beleid helpen uitmaken. Over Ramadhin stelt de VHP’er dat er anderen in de partij zijn die hard gewerkt hebben. Een van die personen kon op deze post zijn geplaatst. 
Over ministerskandidaten van andere partijen wil Jogi helemaal niks zeggen. “Als het ons niet gelukt is om in eigen huis orde op zaken te stellen, kan ik niks zeggen over andere kandidaten”, meent Jogi. Hij voert aan dat hij gezien heeft dat mensen zichzelf, vrienden en sponsoren redden in plaats van het land. Santokhi heeft zich volgens Jogi laten omringen door allerlei mensen die meebepalen, terwijl in de verkiezingsstrijd zij in geen velden of wegen te zien waren. 
Meer dan 108.000 mensen hebben op de VHP gestemd, maar uiteindelijk blijkt kapitaal het te winnen van het gewone volk, vindt Jogi. “Liever was een kind van een landbouwer op LVV geplaatst, in plaats van iemand die belangen heeft in de sector.” De volksvertegenwoordiger zal zich kritisch opstellen, zoals hij dat altijd gedaan heeft en zijn ondersteuning geven om het land uit de crisis te helpen halen. “Maar blij ben ik niet met de gang van zaken en ik zal mij de mond ook niet laten snoeren,” belooft Jogi. https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/59635

Brunswijk in fotogalerij DNA als gewezen voorzitter

15 juli 2020 om 01:20

De foto van gewezen parlementsvoorzitter Ronnie Brunswijk prijkt nu ook in de fotogalerij van DNA. Foto: Suriname Herald    

Zijn verlangen was om in de fotogalerij van het hoogste orgaan van staat te komen en gisteren was dat een feit. Ronnie Brunswijk, gekozen vicepresident en voorzitter van de ABOP, staat in de fotogalerij van De Nationale Assemblee (DNA). Op 29 juni 2020 is hij bij acclamatie gekozen tot voorzitter van DNA.

Hij heeft precies zestien dagen de leiding gehad over het parlement. Hij gaat de geschiedenis in als kortst zittende parlementsvoorzitter. Nadat hij op 13 juli gekozen is tot vicepresident, heeft hij afstand genomen van de stoel. Partijgenoot Marinus Bee is vandaag gekozen tot opvolger van Brunswijk.

Weg plaveien
Tijdens zijn felicitatieboodschap aan de nieuwe voorzitter gaf Brunswijk aan, dat hij niet zomaar eerst voorzitter is geworden van het parlement. “Mi ben de bezig e krin a pasi gi yu,” zei hij tegen Bee. Volgens Brunswijk was hij bezig de weg te plaveien voor Bee, zodat er geen obstakel kon zijn.

Zijn foto hangt naast die van gewezen DNA-voorzitter Jennifer Simons. “Een dag, tien of honderd jaren, het maakt niet uit. Voorzitter blijft voorzitter. Brunswijk staat als eerste marron hier,” zei de nieuwbakken voorzitter Bee.

Brunswijk is bijzonder blij met deze ontwikkeling. “We hebben weer geschiedenis geschreven. Na vijf jaar zal mijn foto ook hangen als gewezen vicepresident van Suriname,” gaf een zeer trotse Brunswijk aan.https://www.srherald.com/suriname/2020/07/15/brunswijk-in-fotogalerij-dna-als-gewezen-voorzitter/

Mijn commentaar dat niet mag worden uitgezonden op Radio ABC

9 juli 2020 om 17:05

Julian With. Beeld: ABC    

Als een leider van een politieke partij bij twee verkiezingen achterelkaar zwaar teleurgesteld heeft, dan hoort hij zelf de handdoek in de ring te gooien. Helaas is dit niet de traditie in Suriname en dat is heel erg jammer. Maar hopeloos is de situatie het allerminst, want de partij kan nog altijd besluiten om hem de laan uit te sturen. Alsof de twee beroerde verkiezingsresultaten van de NPS niet genoeg zijn, bewijst Gregory Rusland dat hij geen haartje beter is dan de traditionele Surinaamse politici. Hij draagt iemand voor om minister van Onderwijs te worden die een leek is en dat doet hij omdat hij het bloed wel kan drinken van Ivan Fernald, de onderwijsspecialist binnen de partij.

Shanti Venetiaan, de dochter van de voormalige NPS-leider, Ronald Venetiaan, passeert hij met een onverschilligheid om u tegen te zeggen, ondanks het feit dat heel veel mensen op haar gestemd hebben en zij als minister van Onderwijs een veel betere keuze zou zijn dan de mevrouw die Gregory Rusland door de strot van de partij wenst te duwen. Haar vader was jaren minister bij dat departement en zij zit ook in de sector. Maar Gregory Rusland moet niets hebben van Shanti Venetiaan, want haar vader, Ronald Venetiaan had Fernald voorgedragen als zijn opvolger. De bitterheid die dat bij Gregory Rusland veroorzaakt heeft, is nog steeds niet verdampt.

Gelukkig kunnen we vaststellen dat de NPS-achterban niet lijdelijk toeziet hoe deze politieke dilettant de partij naar de schroothoop begeleidt; er is hevige weerstand. Mevrouw Nadia Becker heeft in niet mis te verstane bewoordingen in ABC Actueel van gisteren haar afkeuring over het voornemen van Gregory Rusland kenbaar gemaakt.

De kritiek van Arnold Kruisland was een olympisch schot in de roos. Kruisland stelt het magere resultaat van de NPS bij de laatst gehouden verkiezingen toe te schrijven is aan de beroerde samenstelling van de kandidatenlijst. Gregory Rusland heeft iedereen binnen zijn partij die electoraal tot de verbeelding spreekt, buiten de lijst gehouden en dacht dat hij met de nutteloze persberichten die hij al tien jaar produceert waarin gesteld wordt dat de NPS er klaar voor is, voldoende zijn, om succes te oogsten bij de verkiezingen van 25 mei, dus kon hij die mensen met meer electorale aantrekkingskracht buiten de deur houden. De NDP verloor tien zetels en als de NPS, die een alternatief zou moeten zijn voor de kiezers die de boevenpartij verlaten hebben, slechts een zetelwinst boekt, dan kan dat niet anders worden geïnterpreteerd dan dat Gregory Rusland een testimonium paupertatis heeft afgegeven, een bewijs van incompetentie.

Dat Gregory Rusland ongeschikt is om de NPS te leiden, wist ik al na enkele weken nadat hij gekozen werd tot partijleider. Ik belde hem op en adviseerde hem een wetenschappelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de redenen van de personen die vroeger op de NPS stemden, maar bij de verkiezingen van 2005 en 2010 hun heil bij de NDP zijn gaan zoeken. De centrale vraag bij dat onderzoek zou moeten zijn: waarom hebben jullie de partij de rug toegekeerd. Als je als nieuwe leider die informatie niet hebt, zal je nooit weten wat je moet doen om hen weer huiswaarts te laten terugkeren. Zijn botte reactie was dat hij pas voorzitter van de partij was geworden en dat mensen redelijkerwijs niet van hem mochten verwachten dat hij in een wip en een zucht historisch gegroeide fouten zal kunnen herstellen.

Daarna heb ik hem tijdens een lezing in het SPA-gebouw wederom opgeroepen zijn excuses tijdens een massameeting aan te bieden aan de teleurgestelde ex-NPS’ers voor de fouten die de partij gemaakt heeft en die geleid hebben tot hun vertrek, maar ook dit advies sloeg hij in de wind, want zijn redenering kwam erop neer dat hij geen excuses zal aanbieden voor fouten die niet door hem gemaakt zijn. Voor mij als psycholoog was dit het bewijs dat de man politiek een dilettant is. Nu hij van mening is dat hij zijn incompetentie niet langer hoeft te verbergen, denk ik dat de tijd aangebroken is om hem te dwingen op te stappen. Iedere politieke partij die een leider tolereert, die aan een angstneurose lijdt en daarom zich zoveel mogelijk laat omringen door jaknikkers, hoort orde op zaken te stellen.

In het geval van Gregory Rusland moeten de NPS’ers laten zien dat ze ballen hebben. Laten ze het na om hem weg te sturen, dan dragen ze allemaal de schuld dat deze partij ten grave gedragen wordt. Wordt hij weggestuurd, dan weet de volgende leider dat hem ook hetzelfde te wachten staat als hij zijn persoonlijke belangen boven die van de partij stelt. Het electoraat heeft op 25 mei genadeloos afgerekend met de boeven van de NDP; het is nu de taak van de NPS-aanhang om zijn huidige leider, Gregory Rusland, de weg naar de deur te wijzen.

Julian With https://www.srherald.com/ingezonden/2020/07/09/mijn-commentaar-dat-niet-mag-worden-uitgezonden-op-radio-abc/

Menke schrijft open brief aan Chan Santokhi

09 Jul, 01:31foto

  Jack Menke  

Haal volk uit greep van Populisme en Consensus democratie

Terwijl de molen voor kandidaatstelling en benoemingen in hoge ambtelijke functies op volle toeren draait, voelt het volk zich (wederom) gevangen tussen grondwet, kiesregeling, ingebeelde democratie en macht. Onze grootste uitdaging na 71 jaar algemene verkiezingen is het ontbreken van een passend en stevig politiek fundament voor integriteit, democratie en ontwikkeling voor en door het volk. De grootste uitdaging ligt niet in het ‘keren’ van de diepe financiële crisis, maar eerder in het vinden van een passend antwoord om een breed en stevig fundament te kunnen leggen voor een duurzame toekomst. i)Welke lessen moeten we samen leren? en ii) wat kunnen we doen om het tij te keren en onze inbeelding van democratie, ontwikkelingsvisie en beleidsdaden drastisch te wijzigen? Hoogleraar Jack Menke heeft een open brief geschreven aan presidentskandidaat Chan Santokhi. 
De resultaten van de afgelopen 17 verkiezingen in 71 jaar tijd tonen onomstotelijk dat Suriname electoraal enorm instabiel is, zowel voor de periode 1949-2020 als de periode 1949-1980. Electorale instabiliteit betreft verlies of winst, dan wel groei of afname van het percentage stemmen bij verkiezingen. Behaalden de Frontpartijen in 1987 liefst 87% van de landelijk uitgebrachte stemmen (40 zetels), in 2020 behaalden de de VHP en NPS tezamen 37% van de stemmen (en 23 zetels). Dat wil zeggen een electorale instabiliteit en verlies voor de VHP en NPS van 50%.  Omgekeerd zien we de NDP in 1987-2020 groeien van 9.3% naar 17.18%, van de uitgebrachte stemmen: een electorale winst van circa 8%.  
De overige partijen – die meestal buiten het regeercentrum hebben gezeten – behaalden een electorale winst van circa 42% in deze periode. De factoren die de electorale instabiliteit beïnvloeden – korte termijn denken in politieke partijen, geen of gebrekkige interne partijdemocratie, status zoekerij en ‘zweef teki’-  zien we ook terug in ons economisch en natuur beleid. De economische groei en welvaartsdeling gedurende 1949-2020, maar ook in de post-militaire periode (1987-2020) vertonen eveneens  een schommelende beweging die doorgaans dwars snijdt door regeringen en regimes die elkaar afwisselen.. 

PopulismeDe NDP regering (2015-2020) vormde met haar 26 zetels formeel een coalitie met de BEP en DOE (die uit de coalitie trad) en ontpopte zich tot een voor ons land ongekend populistisch regime. Het regeerakkoord van 10 augustus 2015 met de BEP en DOE met duurzaamheid als uitgangspunt was in eerste instantie goed bedoeld, maar in de praktijk werd helaas diametraal hiertegen ingegaan. In plaats van de fundamenten te leggen voor duurzaamheid heeft de NDP regering met populistische retoriek de duurzaamheid ondermijnd en geschaad. Dit geldt voor behoud van evenwichtige ecosystemen, onderwijs, wetenschap en cultuur, welzijn en economische sectoren met potentie voor duurzaamheid. Het populisme met de centralistische politieke machtsuitoefening benadrukte in haar propaganda en beleid de tegenstelling tussen ‘het volk’ en ‘de elite’, en heeft met het creëren van een ingebeelde indruk van volksbetrokkenheid en het smeden van een directe band tussen leider en volksmassa, de wandaden tegen duurzaamheid onder het tapijt proberen te vegen. Veel financieel-economische schandalen zijn boven water gekomen. Wat betreft het wanbeleid tegen de natuur en de culturele diversiteit in het binnenland, zijn vele wandaden onder het tapijt geveegd om straks in de politieke vergetelheid te belanden. 
Het consensus coalitiemodelHet consensus coalitiemodel met de grote nadruk op consensus tussen politieke leiders werd in de 60er jaren van de vorige eeuw en daarna gezien als de oplossing voor politiek Suriname. De politieke samenwerking tussen de etnische elites in een coalitie wordt hierbij verondersteld noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de vermeende explosieve situatie tussen etnische groepen tot conflicten leidt. In de politieke praktijk machtigen de politieke leiders zichzelf namens de achterban om te onderhandelen over de machtsdeling in de politiek en binnen het staatsapparaat, onder meer de verdeling van de knikkers: ministersposten en ander posities binnen het staatsapparaat. 
Terwijl het consensus coalitiemodel de rust en vrede predikt tussen de politieke leiders en via hun tussen de bevolkingsgroepen, kleven de volgende beperkingen aan deze manier van besturen en regeren.:• Vergt veel tijd en energie om coalitie bij elkaar te houden; • De sterke nadruk op consensus tussen leiders en verdeling van sleutelposten binnen het staatsapparaat werkt accommodatie van vaak ondeskundige partijloyalisten en opportunisten in de hand, wat weer verlammend werkt op efficiëntie, innovatie en ontwikkeling;• Houdt vast aan een achterhaalde ontwikkelingsstrategie (de plantage-economie strategie in een nieuw mineraal jasje). • Blokkeert ontwikkelingsinitiatieven, ondermijnt natievorming en nodigt uit tot instorting van het regime. Samenwerkingsverbanden zijn in wezen kleine tijdbommen die wachten om te exploderen. 
Het consensus coalitiemodel voldoet niet om de dimensies van eenheid en de positieve gemeenschappelijke waarden tussen (etnische) groepen te verklaren en te benutten voor een duurzaam beleid, voor ontwikkeling en een evenwichtige welvaartsdeling. Dit komt vooral door de te beperkte blik en nadruk op de rol van politieke leiders en hun elites, en de ongekende verambtelijking van DNA en het staatsapparaat. Het gegeven dat onze DNA historisch en ook als resultaat van de 2020 verkiezingen voor 60% bestaat uit leden afkomstig uit de ambtenarij en parastatalen schept in principe geen goede basis voor innovatief denken ter verwezenlijking van duurzaamheid. 
Ongeacht Consensus democratie of Populisme vormen politieke partijen doorgaans een probleem door de geringe interne democratie. De leden van lagere partijorganen van politieke partijen hebben doorgaans weinig of geen vertrouwen in de partij, vooral als het gaat om grotere ideële doelen en het algemeen belang. Velen sluiten zich uit eigen belang aan bij een kern of afdeling, waardoor het lidmaatschap ook sterk conjunctureel is: tijdens verkiezingscampagnes neemt het aantal leden van partijorganen enorm toe, om na de verkiezingen weer sterk af te nemen. Bij de grotere partijen blijven de leden soms langer lid van de lagere partijorganen, waarschijnlijk omdat deze partijen vaker in het machtscentrum zitten, en hierdoor meer perspectieven bieden voor het ‘regelen’ van leden uit (lagere) partijorganen.  
Wat in de gegeven situatie doen om het tij te keren?1. Politieke partijen zijn tot dominante machtsfactor geworden volgens de grondwet van 1987, de wet op politieke organisaties (1988) en de wet op het terugroeprecht (2005). Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat deze wettelijke machtsbasis in schril contrast staat tot de gebrekkige interne partijdemocratie, en het dalen van het vertrouwen bij kiezers in politieke partijen tot bijna het nulpunt, en de ontoereikende kennis voor ontwikkeling. Advies: Maak een crash en duurzaam programma voor het bijbrengen van kennis over ontwikkeling voor het kader van de coalitie- en oppositiepartijen.
2. Maak een indeling van de ministeries en parastatalen in clusters van beleidsgebieden- Sociaal-cultureel- Natuur- Economisch- Politiek-bestuurlijk
3. Stel een raad in van onafhankelijke deskundigen voor elk van de vier clusters van ministeries die ressorteert onder de president.
4. Gelet op de verzwakking van ministeries en kerninstituten van de Staat, alsmede de kwalitatieve ontoereikendheid van veel kader, dient een netwerk/denktank voor permanente kennisontwikkeling en ontwikkelingsvisie te worden opgericht. Deze dient tevens te upgraden de DNA leden en het ambtelijk/beleidskader per ministerie.
5. Ontpolitiseer Staat en Economie, en met name de staatsbedrijven en parastatalen en plaats overwegend onafhankelijk technisch kader in besturen, RvC’s, diplomatie en directies. 
6. Ontwerp een ontwikkelingsstrategie door onafhankelijke deskundigen met duurzaamheid als speerpunt, welke is  afgestemd op de Surinaamse en de regionale werkelijkheid;
7. Creëer een basis in een nieuwe grondwet, kiesregeling en het toekomstig regeringsbeleid om politieke partijen die begripsmatig zijn verworden tot dinosaurussen van de 21e eeuw, te maken  tot betrouwbare en vertrouwenwekkende partners voor integriteit, democratie en ontwikkeling.
Chan Santokhi wordt sterkte, wijsheid en vooral standvastigheid toegewenst  bij de moeilijke taken die hij als politiek leider nu en mogelijk  in de nabije toekomst op zijn schouders zal dragen.
U kunt de open brief hier downloaden.  OPEN_BRIEF_AAN_CHAN_SANTHOKHI.pdf  https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/59542

Kandidaatstelling Santokhi en Brunswijk een feit

08 Jul, 2020, 14:47

foto

previous Assembleelid Marinus Bee (ABOP), dient de kandidatuur van Chan Santokhi in als presidentskandidaat. De lijst wordt ondersteund door 33 coalitieleden. (Foto’s: René Gompers) next
https://www.youtube.com/embed/Zp3Y6ZRlVm4?modestbranding=1&showinfo=0&rel=0

De kandidaatstelling van VHP-voorzitter Chan Santokhi en ABOP-leider Ronnie Brunswijk is een feit. Assembleelid Marinus Bee heeft de voordracht gedaan van Santokhi namens 33 leden. VHP-fractieleider Asiskumar Gajadien heeft de voordracht van Brunswijk gedaan. 
De voordrachten zijn in ontvangst genomen door griffier Ruth de Windt. Assembleevoorzitter Ronnie Brunswijk sloeg het proces nauwlettend in de gaten. Hij zal de voorzittershamer verruilen voor het vicepresidentschap. 
Er is geen tweede lijst ingediend. De kandidaatstelling sluit om 15.00 uur. De verkiezing van de president en vicepresident vindt maandag 13 juli plaats. 

Assembleevoorzitter Ronnie Brunswijk kijkt toe. https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/59535

Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur; NPS, Quo vadis?

7 juli 2020 om 14:59

    

Terwijl eenieder in Suriname reikhalzend uitkijkt naar de personen die door partijen voorgedragen zullen worden om de zo moeilijke taak van minister te gaan vervullen na 17 juli 2020, krijgen we via Starnieuws de eerste twee namen te horen en wel de namen van niemand minder dan de Nationale Partij Suriname (NPS).

En het komt neer als een mokerslag op mijn hoofd, een donderslag bij heldere hemel.
Want terwijl wij verwachten dat de Nationale Partij Suriname op basis van haar altijd hooggekwalificeerde ministers voor met name het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (Minowc), als op basis van de wetenschap dat voor dit ministerie redding nodig is omdat in de afgelopen tien jaar er slechts sprake was van EHBO-beleid, moeten wij lezen dat gekozen is voor een kandidaat die geen directe affiniteit met onderwijs als zodanig heeft. Wel met het jongerenbeleid. Op Starnieuws wordt tegelijkertijd aangegeven dat er een team adviseurs zal klaarstaan voor de begeleiding van de ministers die de bagage voor het ministersambt niet hebben.

Terwijl na het EHBO-beleid het Minowc op de Intensive Care is terechtgekomen, presteert de Nationale Partij Suriname het, om een voordracht te doen van iemand die te licht is om het ambt te vervullen en wordt het volk gepresenteerd dat er support zal plaatsvinden van deze lichtgewichten.

De Nationale Partij Suriname heeft zich tijdens de verkiezingscampagne sterk gemaakt voor de vervulling van alle ambten tot zelfs het hoogste ambt toe. We weten dat de voorgedragen kandidaat-minister voor het Minowc een excellente job doet binnen het jongerenwerk. Onze complimenten daarvoor. Dit schrijven is dan ook niet bedoeld om haar onaangenaam te zijn. Dit schrijven is bedoeld om de NPS te vragen. Quo Vadis?

De voorzitter heeft de mondvol dat ruim 32.000 mensen landelijk op de NPS gestemd hebben. De reeds 72 jaar opererende partij heeft een wetenschappelijk bureau waar deskundigen zich buigen over de diverse beleidsgebieden in ons land. Hoe is het mogelijk dat het wetenschappelijk bureau van de NPS, geen enkele deskundige op onderwijsgebied heeft die de immense taak op dit ministerie moet gaan vervullen.

De NPS heeft tien jaar lang in de oppositie gezeten, wat heeft deze partij gedaan aan het klaarstomen van deskundigen voor alle beleidsgebieden, want daarvoor ben je een politieke organisatie. Is het moreel-ethisch verantwoord om een kandidaat naar voren te schuiven waarvan de partij zelf aangeeft dat deze kandidaat geen affiniteit met het onderwijs heeft. Heeft de NPS een analyse gemaakt van de huidige situatie binnen ons onderwijs en tot welke bevindingen is de leiding van deze partij gekomen.
Moest de NPS na haar analyse en het eventueel ontbreken van een geschikte kandidaat zich niet tot de andere partijen en organisaties wenden om een kandidaat van het juiste kaliber te rekruteren?

Waar is het nationale van De Nationale Partij Suriname waarbij getoond wordt dat de beste paarden van stal gehaald worden om de moeilijke job welke ons wacht te vervullen. Kiest de NPS wanneer je vraagt om een brood ervoor om je een steen te geven met een vals gebit ter ondersteuning bij het kauwen of wanneer er een gebroken been gezet moet worden, in plaats van een orthopedisch chirurg voor een tandarts die begeleid wordt door orthopedisch chirurgen? Het kan erbij mij niet in dat er binnen de Nationale Partij Suriname niemand rondloopt die voldoet aan het profiel van minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.

Wat is er in de afgelopen tien jaar binnen deze partij gedaan?
Of was alleen de functie van president interessant? Hoe zou deze president schitteren met ministers die door deskundigen begeleid moeten worden, waarom dan niet deze deskundigen in het ambt benoemen?

We verkeren thans in een situatie in het land waarin benoemingen voor publieke functies niet alleen het voorrecht zijn van een toevallige politieke partij, maar duidelijk het stempel van nationaal belang moeten dragen. De jonge activisten en anderen die dag en nacht onze democratie bewaakt hebben in de Anthony Nesty Sporthal verdienen het dat de mensen die met macht bekleed zullen worden dat doen vanwege hun deskundigheid op de gebieden waarvoor zij vooruitgeschoven worden.

De NPS hoefde niet voorop te lopen in het bekendmaken van de ministerskandidaten. De NPS had haar tijd moeten nemen en bedachtzaam intern en extern draagvlak moeten zoeken in plaats van op deze haastige wijze invulling te geven aan deze voor alle partijen zo moeilijke taak. Mij bekruipt het gevoel dat zulks niet het geval is op grond van het feit dat ik weet dat er binnen de NPS mensen zijn die wel affiniteit hebben met het onderwijs die zeker niet aangeduid zouden kunnen worden met “geen affiniteit met het onderwijs”.

Mijn laatste vraag is mijn begin vraag: NPS, Quo vadis? Moet ik besluiten met: “Alleen God weet het”?

N.L. Becker
NPS’er https://www.srherald.com/ingezonden/2020/07/07/ministerie-van-onderwijs-wetenschap-en-cultuur-nps-quo-vadis/

Dreamteam van Chan Santokhi, oog in oog met de VHP-mastodonten

19 juni 2020 om 08:00

Stanley Raghoebarsing. Beeld: Apintie Televisie    

De wil van het volk mag mij een worst wezen. Zo zal dit bij velen van de VHP-mastodonten (oudgedienden) omgaan in de donkere krochten van hun hersenen. Het Surinaamse electoraat heeft niet alleen de transformatie van Santokhi aangekondigd en bevestigd, maar ook massaal afscheid genomen van de oudgedienden van de VHP. Het gedrag van deze oud bestuurlijke elite, die Suriname inmiddels van verre bezien vanuit de hangmat, is uitgesproken minachtend en regentesk (arrogant): de mastodonten beginnen via hun lobbynetwerk weer een plaats voor hun vrienden, kennissen en families in het bestuurlijk apparaat op te eisen.

In een tijd dat de kiezer juist schreeuwt om directe en transparante zeggenschap, is het niet verstandig om de kiezer zijn keuze te ontnemen. In plaats daarvan moeten wij juist zoeken naar nieuwe vormen die de kiezer meer invloed en vertrouwen geven. Daarbij is het noodzakelijk dat jonge, getalenteerde bestuurders een kans krijgen.

De VHP wil steeds maar niet leren van het verleden, de fragmentatie (versplintering) van het kiezersvolk heeft gemaakt dat er zoveel nieuwe partijen hebben deelgenomen aan de verkiezing. De VHP kan steeds maar geen afscheid nemen van haar mastodonten met hun regenteske brutaliteit. Het feit dat de NDP in 2010 en 2015 de verkiezingen glansrijk heeft gewonnen is zeker aan de politieke arrogantie, het elitair, minachtend, en neerkijkend gedrag van de VHP-oudgedienden te wijten.

Zo zie je maar weer. In veel verhalen hoor je nog steeds diverse namen opduiken die zeker verantwoordelijk gehouden mogen worden voor de toenmalige neergang van de VHP (2010 en 2015). Ook voor de neergang van Suriname, veroorzaakt door de NDP, mogen deze mastodonten verantwoordelijk gehouden worden. Door hun toedoen is de NDP aan de macht gekomen en die heeft er op haar beurt een flink potje van gemaakt.

In de wandelgangen komen steeds de namen voorbij van families, vrienden, waaronder Sardjoe, Ajodhia, Urmila Ramlagansing, Rathipal, Randjietsingh, Kandhai, etc. Allen VHP-oudgedienden. Wat ons steeds merkwaardig voorkomt, is de naam van oud-minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV), Planning en Ontwikkelingssamenwerking (PLOS) en staatsraadlid Stanley Raghoebarsing.

Ter illustratie, een voorbeeld
Stanley Raghoebarsing: vijf jaar minister van LVV, vijf jaar minister van PLOS, vijf jaar lid van de Staatsraad. Een aantal jaar president-commissaris van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP).

In totaal heeft hij dus minimaal 15 jaar lang cruciale (politiek-bestuurlijke) functies bekleed namens de VHP. Er moet toch een moment zijn dat het genoeg is? Juist, in 2010 en 2015 had het volk gezegd dat het genoeg is; zij heeft massaal op de NDP gestemd.

Als wij kijken naar de prestaties van Raghoebarsing op de diverse ministeries, dan zien wij dat hij er niks van gebakken heeft. Hij heeft er een potje van gemaakt. Het rendement van zijn politiek-bestuurlijke functies is niet noemenswaardig succesvol geweest. Bijvoorbeeld: als minister van LVV had hij ervoor moeten zorgen dat de pluimveesector zou floreren. Het tegendeel bleek waar te zijn: Dilip Sardjoe importeerde meer plofkippen, waardoor het binnenlandse pluimvee kapot werd gemaakt.

Als dat niet genoeg is, heeft hij in de afgelopen periode flink geld verdiend als consultant in de rijstsector. De staat waarin de rijstsector zich bevindt, is mede een resultaat van zijn ‘consultancy’ en zijn ministerschap van LVV. Zijn periode als president-commissaris van het AZP is ook niet succesvol geweest.

Naar verluidt wordt zijn naam genoemd als aankomende minister van Financiën. De minister van Financiën bepaalt het financieel-economisch beleid in het land. Die beïnvloedt de portemonnee van de burgers. Dit is dus een zeer belangrijk ministerie welke je niet kunt toevertrouwen aan personen met een bewezen slechte staat van dienst.

Hiernaast wordt in één adem de naam van Raghoebarsing genoemd als mogelijke governor van de Centrale Bank van Suriname (CBvS). Het behoeft geen betoog meer, dat gezien zijn disfunctioneren in diverse functies, hij niet de persoon zou moeten zijn die in aanmerking zou moeten komen voor cruciale functies. Ergens moet er toch een moment van zelfreflectie zijn, dat de heer Raghoebarsing zegt: “ik pas niet in die functie”.

Het ministerie van Financiën kun je ook niet toevertrouwen aan personen die behoren tot het spinnenweb van verzekeraars, bankiers en anderen, die betrokken waren bij het dubieuze project Blauw Meer.

Cruciale bestuursfuncties kun je evenmin toevertrouwen aan mensen die behoren tot het spinnenweb van de geruchtmakende “15 procent-Sardjoe-regeling”. Het vervelende karakter van witteboordencriminaliteit is dat deze heel moeilijk bewezen kan worden, omdat het zich vaak afspeelt op het vlak van gelegaliseerde criminaliteit (ook corruptie). Wie de schijn tegen zich heeft, moet ver blijven van cruciale functies.

In het Wederopbouwplan van de VHP, dat mede door Raghoebarsing is geschreven, wordt er gesproken over “Politiek-bestuurlijke vernieuwingen”, “Goed bestuur”, etc. Precies op dit punt moet Raghoebarsing een spiegel voorgehouden worden, op basis van zijn eigen statement.

Verder wordt in het Wederopbouwplan van de VHP gesproken over transparantie. Chan Santokhi was enige minister die een jaarverslag van zijn ministerie liet opstellen, dat is pas transparantie. Raghoebarsing heeft in zijn tienjarige ministerschap nimmer een jaarverslag kunnen of willen produceren. Allen die in het verleden de transparantie niet in acht genomen hebben, dienen een spiegel voor zich te houden.

De mastodonten hebben ons wel eens in de wandelgangen laten blijken dat wij niets van politiek begrijpen. Neen, inderdaad niet; wij begrijpen deze politiek niet. Leg maar uit, zodat het kiezersvolk het ook begrijpt. Kunt of wilt u het kiezersvolk niet uitleggen, dan zal het kiezersvolk het u wel uitleggen bij de komende verkiezingen.

Sunil Sookhlall & Kries Mahabier https://www.srherald.com/columns/2020/06/19/dreamteam-van-chan-santokhi-oog-in-oog-met-de-vhp-mastodonten/

Santokhi over kritiek op Brunswijk: Niet in verleden vaststeken09 Jul, 03:18foto

  Presidentskandidaat Chan Santokhi vindt dat niet vastgehouden moet worden aan het verleden. Hij vraagt een kans voor het nieuwe regeerteam. (Foto’s: René Gompers)  

https://www.youtube.com/embed/TRf3JmbfRv8?modestbranding=1&showinfo=0&rel=0Er is heel veel kritiek op de ambitie van Ronnie Brunswijk om vicepresident te worden. Critici stellen dat onder andere zijn Jungle Commando verleden, veroordeling in Nederland, Frankrijk en verdachtmakingen in andere zaken, die functie zal bezwaren en beperken. Brunswijk stelt dat het volk heeft beslist en het kennelijk “moeilijk is om een marron te accepteren.” Presidentskandidaat Chan Santokhi voegt eraan toe dat alle wettelijke regelingen in acht zijn genomen en men “niet moet blijven vaststeken in het verleden.” 
Brunswijk heeft op een korte persconferentie, na de indiening van de kandidatenlijsten, gereageerd op vragen van journalisten over de kritiek op zijn voornemens.  “Wanneer het volk heeft gezegd dat ABOP en VHP de coalitie moeten gaan vormen… dan is dat al een groot signaal,” merkt hij op. “Wanneer je niet gedragen wordt door het volk wordt je niet gekozen. Het volk heeft gesproken en dat moeten we respecteren.”
“In 2010 vond men ook dat Bouterse geen president kon worden,” haalt Brunswijk aan. “Maar hij is het 10 jaren lang geweest. En iedereen was stil. Dus de acceptatie van een marron is moeilijk in deze gemeenschap. Dat zie ik. Terwijl het volk heeft gesproken; 20 zetels VHP en ABOP/PL 10 zetels. Het signaal is duidelijk. Het volk heeft beslist dat het regering Santokhi-Brunswijk wordt. Dat is het. De wil van het volk moeten we respecteren.” 

Brunswijk: “De acceptatie van een marron is moeilijk”. 

Ook Santokhi benadrukt dat “de keus van het volk” gerespecteerd dient te worden. “Aan de andere kant zijn er wettelijke regelingen waaraan wij tweeën zijn gebonden om uiteindelijk gekozen te worden,” stelt hij. “Ik kan u de garantie geven dat we allemaal hebben gekeken naar die wettelijke regelingen. Er komt nog een commissie om dat allemaal te onderzoeken dat er heel zorgvuldig naar is gekeken.”  Santokhi benadrukt dat alle coalitiepartners achter de kandidatuur van Brunswijk voor vicepresident staan. 
Santokhi wil niet achterom blijven kijken. “Laten we kijken wat voor ons ligt. De grote kansen en de grote uitdagingen. Het volk wacht dat we de problemen gaan oplossen, het uit de armoede gaan halen, de verschillende crises gaan aanpakken. Het enige wat ik vraag is een kans. We zijn bezig een regeerteam samen te stellen, ook met de procureur- generaal. We willen een sterk regeerteam. Hebt u vertrouwen, het komt goed.”  En terwijl hij zich tot Brunswijk richt: “Dat is datgene, Ronnie, wat we aan het volk beloofd hebben. Dat is wat we gaan realiseren.”
René Gompers https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/59545

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *