17. WIJ ZIJN EN KRIJGEN ALS VOLK ZOALS WIJ DENKEN

Auteur: Angela Fernald

4 oktober 2020 5:54 am

De Internationale norm, die ook Suriname onderschrijft voor het bekleden van hoge ambten door gezagsdragers is maatgevend. Anders was de VS minister van buitenlandse zaken Mike Pompeo niet naar Suriname gekomen indien onze autoriteit dit standpunt niet huldigde! Toen was er geen stampij. Alleen een wildernis heeft geen regels. Gelukkig toont ons volk in meerderheid begrip voor dit standpunt. Ambassadeurs opereren op een ander en lager maar vrijer bestuursniveau dan regeringsfunctionarissen. Buitenlandse regeringsautoriteiten komen juist naar Suriname omdat ze het internationale standpunt onderschrijven en dus respect hebben voor onze ambten en instituten .Wij zijn juist degenen die hebben aangetoond geen respect te hebben voor onze eigen hoge ambten en instituten, dus moeten wij niet de zaak omdraaien, appels met peren vergelijken en de vinger naar anderen wijzen, dat is up-side down denken. Feit is dat voorheen de bemensing van ons presidentschap en nu ons vice-presidentschap niet voldoen aan de nationale en internationale norm. En dat is niet de schuld van het buitenland.

Er zijn twee tegengestelde denkwijzen: (1.) nemen wij zelf de verantwoordelijkheid voor ons handelen, ons gedrag, onze keuzes, dus steken wij de hand in eigen boezem( dus nuchter en zakelijk denken) of ( 2.) leggen wij onze foute keuzes steeds bij een ander neer?(dus emotioneel en subjectief denken). Laten wij voor ons gemak oorzaken maar weg en bekritiseren wij alleen de gevolgen door naar de ander te wijzen? De waarheid is universeel, objectief en doorslaggevend en duldt geen leugens, wij zijn het zelf die telkens weer door verkeerde emotionele keuzes onszelf tot slachtoffer maken, vanaf 1980 al. Het is daarom ook niet waar dat uit ons volk een revolutie is ontsproten, noch minder dat Desi Bouterse democratisch tot leider en latere tot president gekozen is, net zoals het ook niet waar is dat de huidige vice-president door het volk gekozen is. Vanwege te grote ego’s zitten wij opgezadeld met staatsrechtelijke problemen. Prive belangen de doorslag geven is een feit gebleken bij de bemensing van de twee hoogste ambten van staat in 2010 en 2020. Dit is een interne Surinaamse aangelegenheid en een partijpolitieke zaak waar het buitenland niets mee te maken heeft. Sommige mensen in ons land begrijpen niet dat onze problemen voor zeker 70%/80% aan onze eigenschappen en keuzes liggen. Het is onze wil, instelling en gedrag die de persoonlijke en politieke wegen opent of begrensd. Het regiem Bouterse heeft enorm veel wegen begrensd die president Santhoki weer heeft opengegooid. Zich achter ambten, instituten, instellingen, het socialisme en nu zelfs marronstammen te verschuilen, ondermijnt het centrale staatsgezag en de internationale gemeenschap trapt hier niet in. De controversiële bemensing is de issue en blijft altijd het probleem.
Het weldenkende kiezersvolk, wars van socialistische en neo-koloniale retoriek en kretologie heeft fundamentele verandering in denken en besturen van ons land ingezet. Hoewel elke verandering begint bij onszelf wordt er veel gemort om offers te brengen. Suriname is bankroet gemaakt door het regiem Bouterse, dat kan niet genoegzaam benadrukt worden. Veertig jaar wanorde wis je niet in 3 maanden of 3 jaren uit want de verloedering zit diep ingeworteld in de samenleving!

Hoewel de NDP in alle districten zetels heeft weten te behalen, is de kwaliteit met name van de VHP toch doorslaggevend geweest. Want soms is minder beter, kwaliteit overstijgt altijd inhoudsloze kwantiteit want getallen zijn geen absolute waarheden. Soms is gezien de omstandigheden het mindere toch meer. Het is de kwaliteit die de staatsstructuur en staatshuishouding verdedigd. Een andere universele waarheid is dat niemand sterker is dan de staat of de wet. Wie denkt aan de organisatie en instituten van de staat te komen of zich daarachter te verschuilen, komt aan de fundamenten van de macht. Het tarten van macht heeft grenzen. Dat vertaalde zich op 25 mei 2020 in de uitslag van de verkiezingen. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Mike Pompeo en de Nederlandse minister van buitenlandse zaken Stef Blok hebben ons weer duidelijk herinnerd aan het internationale gezag en de internationale grenzen van tolerantie. Wij moeten leren begrijpen dat wij niet bepalen voor de wereld en ook niet kunnen doen wat wij willen met macht en gezag omdat ambten en instituten geen eigendom zijn van personen. De wereld tikt ons terecht op de vingers. Onze kop in het nationalistische zand blijven steken is verkeerd. Onze vice-president heeft 2 vonnissen op zijn naam. Hoe wij met deze sores omgaan is regeringsprobleem. De wereld buigt echter niet voor Suriname die zich niet aan de regels wenste te houden. De regering heeft haar handen vol aan een gecorrumpeerde overheid, een kapotte economie en een verloederde samenleving. Populisme, destabilisatie, rassenhaat, stakingen en obstructie werken alleen maar tegen onszelf. Ons land is nu op weg naar de volwassen kwalitatieve democratie. Wij moeten nu roeien met de riemen die wij hebben of juist niet hebben. Want wanneer de kwaliteit eenmaal heeft overgenomen is de domheid voor goed op achterstand gezet. Met andere woorden de valse retoriek van het nep revolutie en nep socialisme dat ons land totaal te gronde heeft gericht mag nooit meer aan bod komen in het machtscentrum. Intussen is Suriname wakker, woedend en huilt vanwege de zware offers maar met het volle besef dat de ingeslagen weg van nuchter denken onze enige optie is.Neemt niet weg dat wij onszelf en de regering kritisch blijven volgen en begeleiden.

Mevr. A. Fernald

afernald34@gmail.com

Twee regeringen en een assistent-president

25 Oct, 2020, 00:59

foto
 President Chan Santokhi geflankeerd door zijn wederhelft Melissa en vicepresident Ronnie Brunswijk. (Foto: CDS) 
De bespreking van de beroemde eerste honderd dagen van de regering Santokhi-Brunswijk kwam dinsdag voorbij op Starnieuws in de wekelijkse column van Nita Ramcharan, ‘First lady geen ondergeschikte van president’ en gisteren publiceerde DWT de analyse ‘Tussen hoop en vrees’ van Armand Snijders. Ik deel de bevindingen van deze twee collega’s. Mijn gevoel: Suriname tussen zorg en hoop. Dat laatste omdat ik waardering heb voor de enorme drive die de president aan de dag legt om meters te maken zijn verkiezingsbelofte ‘Wo set’ en’ waar te maken. Waar hard gewerkt wordt – de president doet dit 24/7 – worden natuurlijk ook fouten gemaakt, maar sommige doen pijn en beschadigen het vertrouwen en het imago van het staatshoofd. 
 
First lady
Wat ik bij de start van de nieuwe regering gemist heb, is een fatsoenlijke presentatie van de first lady. Een portretterend interview door de CDS zodat de bevolking kennis met haar kon maken. De CDS kan overigens inspiratie putten bij de collega’s in Guyana. Het kabinet is ook niet via kennismakingsinterviews gepresenteerd aan de bevolking. Van de meeste ministers weet ik niet wat hun achtergrond is – opleiding werkervaring enz. – en wat hun visie is op een aantal vraagstukken van hun departement. Nu de eerste honderd dagen voorbij zijn, is misschien nu het moment om hier alsnog werk van te maken. 
 
Sinds haar benoeming in de RvC van Staatolie, let wel, als echtgenote en niet als first lady, en haar aanstelling als algemeen directeur op het kabinet van de president, is de first lady verworden tot een kop van Jut op sociale media. De verklaring van het kabinet van de president over de laatste ‘vrijwillige’ aanstelling, leidde tot meer olie op het vuur. De lachende derde is de vicepresident. Wie stoort zich nog aan de vele commissariaten van Leo Brunswijk? 
 
Ik hoop dat de president een passende gelegenheid vindt om de benoeming bij Staatsolie terug te draaien. Het gaat niet om haar diploma’s of competenties, maar mevrouw Santokhi zal in een RvC-vergadering door haar collega’s ervaren worden als ‘de ogen en oren’ van de president, waardoor ze voorzichtig zullen zijn in hun woordkeuze. Ik weet niet of de RvC-leden een geheimhoudingsplicht hebben, maar mevrouw Santokhi zal haar man wel vertellen wat de vergadering heeft besloten. 
 
Eenheid van beleid
Dit adagium van de regering wordt op de proef gesteld door activiteiten van de vicepresident, die zelfs zijn eigen directoraat Volkscommunicatie, heeft opgericht, naast de bestaande Communicatie Dienst Suriname, die wat mij betreft liever RVDS, Regeringsvoorlichtingsdienst of NVD, Nationale voorlichtingsdienst als naam had kunnen hebben. Er is niets mis mee dat de vicepresident een persoonlijke woordvoerder heeft, maar de CDS is er al voor alle overheidscommunicatie – over eenheid van beleid gesproken. Een van die activiteiten is dat de vicepresident te pas en te onpas zijn privéportefeuille opentrekt en met forse bedragen sociale noden helpt verlichten. Daar is niets mis mee, als hij dit maar doet als ABOP-voorzitter, maar niet als vicepresident van Suriname. Overigens ben ik benieuwd of de zakelijke belangen van deze grootondernemer in de goud- en houtsector en van eventuele andere bewindslieden inmiddels in een stichting zijn ondergebracht, over clean government gesproken.
 
Lening van Oppenheimer
Transparantie van bestuur heb ik node gemist bij het besluit om met het Franse bureau Lazard in zee te gaan voor de herschikking van de rente- en aflossingsverplichting aan Oppenheimer. Aan de werkzaamheden door dit bureau dat in 40 hoofdsteden kantoren heeft, hangt gegarandeerd een forse prijskaart. Lazard heeft ook in Amsterdam aan het Amstelplein 54 een kantoor. Waarom moesten de ministers Ramdin en Achaibersingh helemaal naar het kantoor in Parijs? Parijs had ook naar Amsterdam kunnen komen. De president had nog een presidentiele commissie kunnen benoemen – ik ben de tel kwijt – bijvoorbeeld onder leiding prof. dr. Anthony Caram en enkele heel deskundige economen die Suriname heeft, om met Oppenheimer te gaan onderhandelen. 
 
Toen de Oppenheimer-lening rond was, bedankte ex-president Bouterse op een persconferentie Vijay Kirpalani buitengewoon openhartig zijn inspanningen, anders was die U$ 500 miljoen niet losgekomen. Als dit zo is, waarom wordt dezelfde Vijay Kirpalani niet van stal gehaald om in hetzelfde landsbelang als toen, opnieuw de gang naar Oppenheimer te maken? De pijn die de bevolking nu voelt van deze desastreuze lening, en de verantwoordelijkheid voor een aflossing waaraan niet voldaan kan worden, had op de schouders van de regering Bouterse moeten rusten, die de dans ontsprongen is met het aantreden van de regering Santokhi.
 
Het Schildpad
De huidige financieel-economische omstandigheden, inclusief Covid-19-gevolgen, waaronder president Santokhi een bewonderenswaardige werkijver aan de dag legt om zijn doel ‘Wo set’ en!’ te bereiken, roept herinneringen op aan oud-VHP-voorzitter Lachmon, die op weg van militaire dictatuur naar democratie betoogde dat hij geen hert is maar een schildpad; je moet geen haast hebben in de politiek. Van A naar B, moet je alles wikkend en wegend in landsbelang een afgewogen besluit nemen. Santokhi zou dit credo van zijn voorganger moeten omarmen. Anders is de kans groot dat hij ook kan belanden in een andere theorie van Lachmon, namelijk die van het buigend riet.
 
roy.khemradj@gmail.com

Antikoloniale retoriek en zelfinzichte

16 Oct, 2020, 09:36

foto

Door de jaren heen is het deficiënte moreel-ethisch normbesef van integriteit een permanent manco gebleken in de Surinaamse politiek getuige de historisch veel voorkomende overloop- en corruptiepraktijken door politici-regeerders van uiteenlopende politieke partijen alsmede de benoeming van veroordeelde gezagsdragers. Indien dan in de  internationale betrekkingen de vinger op de wonde wordt gelegd, zou je van politieke leiders op dit punt enige terughoudendheid  mogen verwachten in plaats van het weer als een dolle bezigen van de bekende antikoloniale retoriek, in dit geval richting Nederland. 
 
De voorgaande regering onder leiding van de in Nederland veroordeelde en van moord verdachte ex-president en quasi nationalistische, zich volksleider noemende Bouterse heeft aangetoond hoe zij het arme Surinaamse volk zonder enige scrupules volledig heeft bestolen en verarmd.
 
Het te constateren blote feit daarbij  is dat de Palu bewust deelnam aan deze regering onder de kennelijk in haar ogen ‘integere’ leiding van deze uiterst niet integere veroordeelde ex-president. Met haar linkse retoriek (invloed van de Palu) is het arme volk (de mofina wan) een rad voor de ogen gedraaid en is daarbij letterlijk een corruptieve kaalslag van enorme omvang gepleegd op gemeenschapsgelden en eigendommen door de beide voorgaande van ieder normbesef gespeende regeringen Bouterse. Zichtbaar en kenmerkend in deze periode was het morele verval en verloedering van grote delen van de samenleving ingezet door de corruptie en slechte voorbeeldfunctie van deze twee laatste corrupte regeringen.
 
De vraag ter beantwoording aan de Palu is: wie deugt er hier, wie heeft fatsoen en wie leert ons het fatsoen? Uitzonderingen daargelaten hoeven we het antwoord veelal niet te zoeken bij onze eigen leiders. Te constateren is dat het interne referentiekader helaas van een uiterst povere kwaliteit is.

Bovendien heeft in deze periode een andere imperialist (China) zich aangediend en zich meester gemaakt van het land en die op behoorlijk agressieve wijze huis houdt (roof van hardhout) in de binnenlanden van Suriname. Dat dit niet op verbale tegenstand en veroordeling stuit van de Palu zal mogelijkerwijs verband houden met de gemeenschappelijke politieke ideologie met de nieuwe koloniaal/ imperialist.

Indien Nederland nu (bij monde van de minister van Buitenlandse zaken Stef Blok) de bekende statement maakt en de consequente lijn volgt met wie zij niet om de tafel wil zitten, is dat een duidelijke en ook een terechte positiebepaling van Den Haag. Het ego en de arrogantie van de politieke elite verhindert echter op ingetogen wijze dit als een leermoment te zien teneinde herhaling en vergrijpen jegens het eigen volk in de toekomst te voorkomen. Het gebrek aan zelfrespect heeft ertoe geleid dat de kiezers zich steeds weer hebben laten leiden en vertegenwoordigen door ook leiders van wie de integriteit zwaar in het geding is.

Daar waar gezonde en normale interstatelijke verhoudingen zijn gestoeld op wederzijds respect en acceptatie, zal deze niet per definitie onvoorwaardelijk zijn. Dat is het geval als de integriteit van een leider sterk in het geding is. Dat de huidige president Santokhi in deze kwestie geen tegengeluid heeft laten horen aan Den Haag, houdt verband met het gegeven dat feiten aangaande vicepresident Brunswijk (drugsveroordeling, signalering op de Interpollijst) simpelweg niet weg gepraat kunnen worden. Hij onderkent daarmee de Achilleshiel van zijn kabinet. Bovendien heeft de regering Santokhi/ Brunswijk het normbesef ook niet hoog zitten waar zij nepotisme en vriendjespolitiek actief blijft bedrijven. Ook hier ontbreekt het de president aan elk referentiekader om op te treden.    

Het is onjuist van de Palu eigen mensen te kwalificeren als onderdanig indien deze mensen de feiten onder ogen zien en daarmee de manco’s van hun eigen leiders onderkennen. Dat is pas fatsoenlijk gedrag, alle antikoloniale en linkse retoriek ten spijt. Voor menigeen echter is de lastige weg naar zelfrespect middels zelfinzicht onbegaanbaar, omdat de barrières van koloniale frustraties te sterk in hen aanwezig zijn.
 
‘In the end you should always do the right thing even if it’s hard’

Roberto Manniesingh

... Den Haag leert ons wat fatsoen is, wij missen dat...

14 Oct, 2020, 13:30

foto
De Nederlandse regering weigert met vicepresident Brunswijk om de tafel te zitten, omdat hij niet fatsoenlijk genoeg zou zijn. Tenminste, dat is wat sommige Surinamers daarvan maken. Hun vertaling van de Nederlandse houding is dat Den Haag ons in feite leert dat wij fatsoenlijke mensen als onze vertegenwoordigers moeten aanwijzen en dat wij daar best blij mee mogen zijn. Dat vindt onder andere ook mw J. Vaseur die dat kenbaar maakte in een reactie op het artikel van PALU-voorzitter Jim Hok enkele dagen terug, getiteld Het gaat niet om de persoon van Brunswijk
 
Uit die reactie blijkt hoe belangrijk ‘fatsoen’ kennelijk is en dat het ons moet worden bijgebracht. De schrijfster zegt onder andere: “…Den Haag leert ons wat fatsoen is omdat we zelf hebben laten zien dat we dat fatsoen missen…” . Als Den Haag ons leert wat fatsoen is dan mag het niet vreemd zijn dat Den Haag beoordeelt of en wie intussen zover is gevorderd dat die met hun aan tafel mag zitten. Als ik aan alle Surinamers één advies mag geven, dan is het dat zij zich door geen enkele Nederlandse politicus moeten laten vertellen wat ‘fatsoen’ is, of zoals ze dat in Den Haag zo vaak zeggen, wat ‘goed fatsoen’ is. Misschien deugen wij Surinamers niet in Haagse ogen, maar neemt u van mij aan, het begrip ‘fatsoen’ is zeker ook niet in Den Haag uitgevonden. Ze zijn daar niet beter dan elders. Misschien zijn ze ook niet slechter dan elders, maar tegenover Suriname (en de Nederlandse Antillen) hebben zij wel het gevoel, en dat willen ze ons ook geven, dat zij beter zijn dan wij. Dat belerende vingertje … En wanneer wij ons de les laten lezen, dan zullen we op een bepaald moment ook moeten vragen (en dat doen wij steeds) of men daar in Den Haag tevreden is over ons gedrag.
 
Van een heel populaire Surinamer die op YouTube erg actief is, een echte blood brother met veel liefde voor ons land, begreep ik ook zoiets als wat mw Vasseur zegt. Hij zegt het ongeveer zo “...In de basis stuurt de Nederlandse regering ons om te gaan denken over de mensen die we op het paard zetten om het land te regeren. En daarom zeg ik, Nederlandse regering, bedankt. Wij moeten ons huiswerk doen, zodat we u niet nog eens de kans geven om zo een opmerking te maken…” Het is akelig, gewoon gruwelijk om te moeten zeggen, maar onderdaniger kan het bijna niet, hoe deze 100%-Surinamer de tevredenheid, de goedkeuring van de Nederlandse regering zoekt. En dat moeten wij aanzien en aanhoren in een land dat 45 jaar geleden onafhankelijk werd van datzelfde Nederland!
 
Maar, als de goedkeuring van Den Haag zo belangrijk voor ons is, dan zouden we toch een manier moeten vinden om te voorkomen dat men daar steeds ontevreden over ons wordt. Wat zou u zeggen over het volgende. Waarom dienen wij voortaan bij algemene verkiezingen, voorafgaand aan de kandidaatstelling, de kandidatenlijsten, inclusief de kandidaten voor president, vp en ministers, niet eerst ter goedkeuring in op de Nederlandse ambassade? En pas na verkregen goedkeuring kunnen de lijsten naar het Centraal Hoofdstembureau. Dan kunnen we weer rustig slapen, want Den Haag zal tevreden zijn over ons…!
 
Zijn wij wel serieus met elkaar en of we de gevolgen van onze opstelling wel voldoende doordenken. Wat we nu in elk geval moeten vaststellen met deze hele discussie, is natuurlijk dat Den Haag er opnieuw in is geslaagd om ons te verdelen. Wij hier die deze discussie voeren, maar ook de Surinaamse regering. Immers, ook de regering, met de president voorop had duidelijk moeten maken aan Den Haag, dat zij zich niet op zo een manier kan uitlaten over onze vp. De Nederlandse regering had voldoende andere mogelijkheden om de Tweede Kamer in te lichten over de relatie met Suriname, zonder vicepresident Brunswijk daar met de haren bij te slepen. Maar minister Stef Blok doet het natuurlijk bewust wel op deze manier, zodat hij zeker weet dat iedereen het kan horen. Hij zoekt, nee hij eist de onderdanigheid van de Surinaamse regering in ruil voor herstel van de relatie. En Paramaribo reageert zoals hij had kunnen voorspellen. We laten onze vp vallen en gooien daarmee ook de Surinaamse waardigheid te grabbel. Wanneer we dit alles bekijken, dan moeten we ons afvragen hoe de relatie die wij nu aan het ‘herstellen’ zijn, hoe die relatie er feitelijk uitziet, en wat voor goeds het in deze vorm zal kunnen brengen. 
 
Jim Hok 
Voorzitter PALU

Column: Verkiezingscampagne, de vp en Nederland

14 Oct, 2020, 00:59

foto
 Hans Breeveld 

Recentelijk las ik de volgende opmerkingen in een App: “Bouta mocht niet lenen, deze regering wel
Bouta mocht niet naar imf … Bouta mocht niets verpanden…” Jammer dat de schrijver niet inziet dat het in de afgelopen 10 jaar om één man ging en enkele personen daaromheen. Er was toch zelfs een predikant die het volk vroeg bereid te zijn om voor één man te willen sterven?
 
Nu gaat het om een regering met de kennelijke intentie te corrigeren wat het volk in die 10 jaar heeft moeten ontberen. Maar heeft de huidige regering zichzelf geen valse start bezorgd door uitspraken gedaan tijdens de verkiezingscampagne? Hoe vaak zei de huidige president toen niet: “Geef mij uw vertrouwen en ik geef u daarvoor een prachtig land terug”. Maar bovendien voerde de president in spe steeds weer zijn diaspora vrienden op als panacee; als oplossing voor alle mogelijke problemen. Als het nu ging om het herschikken van schulden, om investeringen, you name it. Die diaspora vrienden hadden alles voor ons over als wij maar het vertrouwen zouden geven aan Chan. 
Terwijl velen dachten slapend in het paradijs te zullen komen blijkt nu dat zij het geld voor herstel van onze economie moeten ophoesten. Het is catastrofaal wat de kleine man overkomt. En die kleine man vormt het grootste deel van de bevolking. 
 
De huidige regering geniet nog vertrouwen van het volk. Vertrouwen mag echter niet te veel en te lang op de proef worden gesteld. Een van de gevleugelde uitdrukking van de afgelopen jaren is zeker: Don’t push a peaceful man too far. Voor deze periode geldt: Don’t push a peaceful people too far. De Bijbel leert ons dat Mozes het Israëlische volk uit Egyptische slavernij had gevoerd. Het duurde niet lang of het volk gaf aan liever terug te willen keren naar de ‘vleespotten’ van Egypte dan te dolen in de woestijn.  Mensen zijn bereid offers te brengen als het perspectief die offers waard is.
 
En toen was er plotseling heisa om een brief die een Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken naar zijn Tweede Kamer stuurde. In verband met het aanstaande bezoek van een Nederlandse delegatie aan Suriname werd in die brief gesteld dat de Nederlandse regering geen contact zal hebben met vicepresident Ronnie Brunswijk, tenzij functioneel. Vp Brunswijk repliceerde: “Een volk kiest zijn leiders …”. Hij vindt dat die gewraakte zinsnede ingaat tegen: “de vrije wil van het volk”.
 
Maar klopt dat wel? In Suriname verkrijgen de president en de vicepresident hun legitimiteit niet direct van het volk. We weten dat de ABOP, waar Ronnie Brunswijk de voorzitter van is 24.956 stemmen bij de recente verkiezingen behaalde. Dat is 9.08% van het totaal aantal uitgebrachte stemmen. Vanwege ons kiesstelsel vertaalde dat zich in 15.69% van het aantal zetels in DNA. Maar daarnaast is bekend dat de heer Brunswijk tijdens de verkiezingscampagne had aangegeven geen belangstelling te hebben voor een politieke functie. Na de verkiezingen veranderde hij van mening. 
 
De heer Brunswijk heeft net als de heer Bouterse, die 10 jaar president van Suriname was in Nederland een strafblad. In tegenstelling tot de partij van Brunswijk had de NDP van Bouterse in 2015 maar liefst 117.751 stemmen wat 45.46% van het electoraat vertegenwoordigde en 50.98 % van het aantal DNA-zetels. Ondanks Bouterse duidelijkere electorale ondersteuning genoot bleven de Nederlandse deuren ook voor hem gesloten. Het zou mij niet verbazen dat Nederland met die brief wil aangeven t.a.v. Brunswijk geen toleranter beleid te willen voeren dan t.o.v. Bouterse.
 
Maar ik weet dat aardig wat Surinamers zich schamen, dat leidinggevende van Suriname vanwege hun verleden door een bevriende staat worden gedesavoueerd om redenen waarmee zij het volkomen eens zijn. Natuurlijk zijn er ook landgenoten die vinden dat Nederland op de gelijkwaardigheid en soevereiniteit van staten gewezen moet worden. Maar ook in het interstatelijk verkeer wijkt gelijkwaardigheid weleens voor gelijkheid c.q. ongelijkheid van staten. Overigens is de volgende Latijnse uitspraak al eeuwen bekend: ‘‘Quod licet Jovi non licet bovi’ of “Wat Jupiter vermag, vermag de os nog niet”. Het lijkt mij dat staten die tot de kleinere behoren geen extra obstakels moeten opwerpen op de weg naar hun ontwikkeling. 
 
In 1991 was ik samen met nog 15 politicologen uit de rest van de wereld op uitnodiging van de American University voor een training in het Amerikaanse politiek systeem, in Washington. De colleges van een docente maakte zoveel indruk op ons dat haar gevraagd werd of zij het niet overweegt zich ooit kandidaat te stellen voor het presidentschap van de VS. “No” zei ze “I have some secrets to hide”. Het Amerikaanse systeem dwingt zelfs uitzonderlijk briljante personen bij hun ambities rekening te houden met hun moreel ethische maatschappelijke beperkingen, zodat de natie niet de dupe wordt van het verleden van één man of één vrouw.
 
Hans Breeveld
 

Reactie op artikel van Jim Hok

12 Oct, 2020, 08:32

foto

Ik ben het eens met de heer Hok dat het in deze kwestie niet gaat om de persoon Ronnie Brunswijk, maar om de bezetting van de positie van vp. Als mens en persoon, mag hij best aardig zijn maar weet wie je op de stoel plaatst van de vp. Een fatsoenlijk mens had niet zijn ego geplaatst boven fatsoen. Ik schaam me dat iemand van buitenaf ons erop moet wijzen wat fatsoenlijk of onfatsoenlijk is. Dat moet een fatsoenlijk land geheel zelf aanvoelen en vooral uitstralen. 
 
De heer Blok geeft alleen aan wat fatsoenlijk is in een democratie. We hebben de fout al gemaakt met Bouterse om een crimineel, een drugsveroordeelde en verdachte van de 8 decembermoorden als president te accepteren. Elk fatsoenlijk land heeft deze benoeming veroordeeld en nu accepteren we weer een veroordeelde als vp. We moeten juist laten zien dat we van die fout hebben geleerd en die fout niet meer zullen maken. Geen enkel land mag een veroordeelde crimineel in een topfunctie handhaven. Elk land moet er juist naar streven om in de top, voorbeeldfiguren te plaatsen. In plaats van toe te geven dat zijn benoeming als president niet kan en niet mag, heeft Bouterse als reactie Nederland de oorlog verklaard en het volk tegen Nederland opgezet. Hiermee heeft hij het fatsoensniveau van Suriname gedegradeerd. Zijn ego was belangrijker dan de goede naam van ons land. Ik hoop op een andere reactie van Brunswijk. Een fout maken is menselijk dus kan hij zijn fout toegeven en aan het volk vragen hem een kans te geven om zich te bewijzen. Of hij kan het net als Bouterse negeren, stoer doen en Nederland tot vijand te verklaren. In het eerste geval laat hij het welzijn en de goede naam van het land spreken en in het tweede geval zijn ego.
 
Het is geen kwestie van Den Haag bepaalt wat er in Suriname moet gebeuren. Den Haag heeft het recht om aan te geven met wie ze wel of niet aan de onderhandeltafel willen zitten omdat ze zelf het goede voorbeeld geven. Een politicus in Nederland met een smet op zijn naam, haalt het niet in zijn hoofd om naar een topfunctie te dingen. En als hij tijdens zijn zittingsperiode in de fout gaat, moet hij onmiddellijk aftreden. Dat is fatsoen op hoog niveau. Dus minister Blok geeft alleen aan wat fatsoenlijk is, hij wil met fatsoen aan de onderhandeltafel zitten. Hij heeft Santokhi en de minister van Financiën aan de onderhandeltafel geaccepteerd en gerespecteerd. De Surinamer kan dit naast zich neerleggen of ervan leren.
 
Het is geen kwestie van dat we lummels zijn en dat Den Haag met ons kan doen wat ze willen. Nee, Den Haag leert ons wat fatsoen is omdat we zelf hebben laten zien dat we dat fatsoen missen. De vorige regering heeft onze waarden en normen vernietigd. We wisten niet meer wat fatsoen was. Het is de plicht van deze regering om het fatsoen te herstellen. Of een land groot of belangrijk is, is niet van belang, wat telt is het fatsoensniveau van een land. Het wordt hoogtijd dat de Surinaamse politiek fatsoen uitstraalt. We moeten niet kiezen voor ego maar voor fatsoen.
 
J.Vasseur

BRIEF STEF BLOK AAN TWEEDE KAMER

Geachte voorzitter,

Naar aanleiding van de recente verkiezingen in Suriname en het op 23 juni aangevraagde overleg met uw Kamer over Suriname informeer ik u, mede namens de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, als volgt over de actuele ontwikkelingen in het land en de inzet van het Kabinet.

I De Republiek Suriname

Recente politieke ontwikkelingen

Op 25 mei 2020 werden in Suriname parlementsverkiezingen gehouden. De uitslag leidde tot een significante verschuiving in de zetelverdeling. De Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP), onder leiding van Chandrikapersad (Chan) Santokhi, boekte een grote overwinning en behaalde 20 van de 51 zetels. Ook de Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelings Partij (ABOP) van Ronnie Brunswijk behaalde winst.

De verkiezingen van 2020 verliepen in tegenstelling tot voorgaande verkiezingen minder goed georganiseerd. Hoewel reeds op 29 mei 99,4% van de stemmen was geteld, maakte het Centraal Hoofdstembureau pas op 16 juni de definitieve uitslag bekend. Vertraging in het verificatieproces op het Hoofdstembureau van kiesdistrict Paramaribo was daartoe de oorzaak. Dit leidde tot een kritische noot van o.a. de waarnemingsmissie van de Organisatie van Amerikaanse Staten in hun rapport.

Op 13 juli koos De Nationale Assemblee met algemene stemmen en zonder tegenkandidaten Chan Santokhi (VHP) tot President en Ronnie Brunswijk (ABOP) tot Vice-President. Op 16 juli jl. trad de nieuwe Surinaamse regering aan. Deze bestaat uit een coalitie van vier partijen: de VHP (20/51), de ABOP (8/51), Nationale Partij Suriname (NPS – 3/51) en Pertjajah Luhur (PL – 2/51).

Met het aantreden van de regering-Santokhi is een eind aan tien jaar Regering Bouterse gekomen. De Nationale Democratische Partij (NDP) verloor 10 zetels en is nu met 16 zetels de tweede partij van het land. Als grootste oppositiepartij met vertakkingen in de gehele Surinaamse samenleving blijft de NDP een kracht om rekening mee te houden. Bij de afgelopen verkiezingen werd Bouterse gekozen als lid van het parlement, maar hij besloot zijn zetel over te dragen aan een partijgenoot. Op 29 november 2019 veroordeelde de Krijgsraad Desi Bouterse voor zijn rol in de Decembermoorden. Momenteel loopt de verzetsprocedure die Bouterse naar aanleiding van de uitspraak heeft gestart. Na een uitspraak in deze procedure is er nog de mogelijkheid tot beroep. Vooralsnog is de verwachting dat de verzet- en beroepsprocedures in het Decembermoordenproces nog jaren zullen duren.

In het op 13 juli jl. gesloten Regeerakkoord is de regeertermijn van in totaal vijf jaar opgedeeld in drie fases: een urgentiefase van negen maanden, een stabilisatiefase van 24 maanden en de daarop volgende ontwikkelings-/moderniseringsfase. Goed bestuur, een kleinere overheid, corruptiebestrijding en diversificatie van de economie vormen belangrijke pijlers van het regeerakkoord. Ook voor het buitenlands beleid, dat meer in het teken zal komen te staan van economische diplomatie, is aandacht. Het herstel van diplomatieke betrekkingen op ambassadeursniveau met Nederland wordt in het regeerakkoord als prioriteit genoemd. De beleidsvoornemens worden begin oktober 2020 in een regeerprogramma aan het Surinaamse parlement gepresenteerd.

De financieel-economische situatie in Suriname

De regering-Santokhi is aangetreden onder uitdagende financieel-economische omstandigheden. De meest recente IMF (april jl.) en Wereldbankraming (juni jl.) gaan uit van een economische krimp in 2020 van ca. 5%. Het lopende rekeningtekort wordt door het IMF geschat op -12% dit jaar en -11% in 2021. De staatskas is nagenoeg leeg en het begrotingstekort bedraagt dit jaar volgens de nieuwe regering 23% van het BBP. Als gevolg hiervan kampt de regering met acute tekorten en heeft het geld moeten lenen bij lokale banken om de salarissen van ambtenaren te kunnen betalen. De staatsschuld fluctueerde de afgelopen jaren tussen de 70-80% BBP. Laatste officiële ramingen van het IMF (december 2019) indiceren een toename van de staatsschuld tot 87,4% in 2024. Met de verwachte krimp van 5% zal de staatsschuld de komende jaren harder stijgen.

De nieuwe regering stelt in overleg met schuldeisers en internationale financiële instellingen een plan op voor herschikking en herprofilering van de schulden. Ook zijn vergaande kostenbesparende maatregelen aangekondigd waarmee het gat op de begroting moet worden gedicht. Voorts zal de regering trachten goedkoop kapitaal aan te trekken uit de private sector, waarbij onder meer zal worden gekeken naar de Surinaamse diaspora in Nederland.

De recente ontdekking van drie significante olievelden in Surinaamse territoriale wateren zal mogelijk op middellange termijn een positieve impact hebben op de (staats)inkomsten. De ontwikkeling van deze olievelden zal naar verwachting nog ongeveer vijf jaar in beslag nemen.

COVID-19 in Suriname

Suriname heeft de verspreiding van COVID-19 lange tijd kunnen beperken. In de tweede helft van mei begon het virus zich echter in grotere mate te verspreiden onder de Surinaamse bevolking. De Surinaamse regering heeft verschillende maatregelen genomen om de verspreiding tegen te gaan.

Net als in veel andere landen hebben COVID-19 en de getroffen maatregelen ook in Suriname een grote maatschappelijke en economische impact. COVID-19 heeft geleid tot een aanzienlijke verdieping van de reeds bestaande economische crisis in het land, met dalende koopkracht en bedrijfsinkomsten tot gevolg. Veel Surinaamse gezinnen zijn aangewezen op steun van de overheid, die onder meer in de vorm van uitkeringen en voedselpakketten wordt verleend.

II Een bijzondere relatie

Het Koninkrijk en Suriname hebben een bijzondere relatie als gevolg van de meer dan 300 jaar gedeelde geschiedenis, de gemeenschappelijke taal en de grote diasporagemeenschap in Nederland. Op 25 november van dit jaar viert Suriname 45 jaar onafhankelijkheid. De Surinaamse diaspora in Nederland, die ongeveer 356.000 personen telt, is over het algemeen nauw betrokken bij de ontwikkelingen in Suriname. Vanwege de historische verbondenheid en hun geografische nabijheid voelt ook de bevolking in het Caribische deel van het Koninkrijk zich sterk betrokken bij de ontwikkelingen in Suriname. Er zijn vele familie- en vriendschapsrelaties met Suriname, met name op de Benedenwindse Eilanden. Er is hierdoor intensief personenverkeer tussen de landen binnen het Koninkrijk en Suriname.

Bij de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 heeft Nederland omgerekend €1,58 miljard aan hulp toegezegd, de zogeheten Verdragsmiddelen. Deze middelen vormden lange tijd het fundament van de bilaterale relatie. In 2005 kwamen Nederland en Suriname overeen de brede OS-relatie af te bouwen waardoor ruimte ontstond voor een andere relatie. Eén die uitging van zakelijkheid, betrokkenheid en gelijkwaardigheid en waarin een verdere vermaatschappelijking van de onderlinge contacten centraal stond.

De Twinningfaciliteit – een in 2008 in het leven geroepen fonds dat de samenwerking tussen maatschappelijke organisaties uit Nederland en Suriname faciliteert en financiert – heeft de relatie van maatschappij tot maatschappij versterkt. Ook is het recente ‘NL4SU’ initiatief waarbij er in Nederland geld werd opgehaald om Suriname te helpen bij de bestrijding van COVID-19, een mooi voorbeeld van Nederlandse maatschappelijke betrokkenheid bij Suriname.

Het einde van de afbouw van de OS-relatie is weliswaar in zicht maar nog altijd niet voltooid. In 2012 schortte de Nederlandse regering de Verdragsmiddelen op in reactie op de amendering van de Amnestiewet waardoor de wet ook toepasbaar werd voor de periode waarin de Decembermoorden zijn gepleegd. Onlangs heeft de Nederlandse regering besloten de resterende middelen van circa € 17 mln. vrij te geven vanuit het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Nederland heeft met het vrijgeven van deze middelen een signaal van steun willen geven aan de nieuwe regering Santokhi. Op korte termijn zal met de Surinaamse autoriteiten worden gesproken over de (her)besteding hiervan. Suriname en Nederland hopen de OS-relatie spoedig af te kunnen sluiten en samen te bouwen aan een vruchtbare samenwerking op basis van vriendschap, wederzijds vertrouwen en respect.

 III Toekomstige relatie Koninkrijk-Suriname

Het kabinet hecht waarde aan de historische, culturele, economische en persoonlijke banden die de Nederlandse en Surinaamse samenleving met elkaar verbinden. Met de nieuwe regering in Suriname kan de bilaterale relatie weer zo ingericht worden dat deze recht doet aan deze banden en waarmee de belangen van beide landen gediend kunnen worden. President Santokhi heeft de wens tot nauwere samenwerking met het Koninkrijk diverse malen, ook publiekelijk, uitgesproken.

Bij de gewenste betrekkingen met Suriname hoort een moderne en brede samenwerking alsook ruimte voor een open dialoog. Onlangs hebben Nederland en Suriname de eerste stappen hiertoe gezet: Minister-President Rutte had op 14 juli jl. een telefonisch onderhoud met president-elect Santokhi. Minister Blok had op 17 juli jl. een telefonische kennismaking met Albert Ramdin, de minister van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking en zij ontmoetten elkaar in augustus van dit jaar in Nederland. Minister Kaag had ook in augustus een onderhoud met minister Ramdin. In navolging van de gesprekken zal een Interdepartementale Hoogambtelijke Missie onder leiding van Buitenlandse Zaken later dit jaar, en onder voorbehoud van ontwikkelingen op het vlak van COVID-19, in nauwe samenspraak met Suriname de terreinen van samenwerking nader gaan uitwerken.

Nederland wil de banden met Suriname weer bestendigen en versterken. Normalisering van de diplomatieke betrekkingen is hierbij een belangrijke stap. Tijdens het bezoek van minister Ramdin aan Nederland is afgesproken dat Nederland en Suriname vóór de viering van 45 jaar onafhankelijkheid van Suriname op 25 november a.s. op ambassadeursniveau in elkaars landen zullen zijn vertegenwoordigd.  

De gemeenschappelijke taal, het gedeelde cultureel erfgoed, de uitgebreide sociale netwerken die beide landen met elkaar verbinden en de wederzijdse belangen vormen bepalende uitgangspunten voor het beleid ten aanzien van Suriname. De economische bedrijvigheid tussen de landen, de bevordering van de rechtstaat en veiligheid, cultuur en erfgoed, gezondheidszorg en milieu, water en klimaat zijn belangrijke gebieden van samenwerking waar de Nederlandse regering graag op zou willen inzetten. De samenwerking met de Surinaamse overheid zal niet beperkt zijn tot de bilaterale sfeer.

De positie van Vice-President Brunswijk is een aandachtspunt in de relatie met de nieuwe regering. Ronnie Brunswijk is in 1999 door de rechtbank Haarlem bij verstek veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor cocaïnehandel. De Nederlandse regering zal geen contact met Vice-President Brunswijk onderhouden, behalve als hier een functionele noodzaak voor is. Ook voormalig president Bouterse, die in zijn hoedanigheid als president diplomatieke onschendbaarheid genoot, moet nog een straf in Nederland uitzitten. Hij werd in 2000 bij verstek veroordeeld door het Gerechtshof in Den Haag tot 11 jaar gevangenisstraf voor de handel in cocaïne. Suriname levert geen onderdanen uit.

Rechtsstaat en veiligheid

Het kabinet streeft naar intensivering van de samenwerking op justitie- en politieterrein. Intensief personenverkeer en uitdagingen op het gebied van georganiseerde (drugs-) criminaliteit en witwassen maken dat een goede samenwerkingsrelatie van belang is en blijft. Met betrekking tot het tegengaan van corruptie en witwassen gaat Nederland graag met Suriname in gesprek. Al geruime tijd zetten het ministerie van Justitie en Veiligheid en ketenpartners zich in om de capaciteit van de Surinaamse juridische en veiligheidssector te verstevigen en daarbij de samenwerking tussen beide landen te vergroten. De Raad voor de Rechtspraak, het Openbaar Ministerie, politie en douane zijn hierbij betrokken partners. De lopende samenwerking betreft training en toerusting van het zogenaamde BID-team (bestrijding internationale drugshandel) van de Surinaamse politie, hetgeen uit HGIS-middelen wordt gefinancierd. Het ministerie van Justitie en Veiligheid werkt met ketenpartners aan een capaciteitsopbouwproject in Suriname om de Surinaamse partnerorganisaties te ondersteunen met trainingen en expertise. Het project vindt plaats in het kader van een regionaal EU-programma en moet in 2021 van start gaan.

Het is tevens wenselijk dat personen met de Surinaamse nationaliteit die zich zonder geldige verblijfstitel in Nederland bevinden terug kunnen worden gestuurd naar Suriname. Op basis van een Memorandum of Understanding (MoU) uit 2008 is een gemengde commissie opgericht waarin beide landen aanvullende afspraken hebben gemaakt en elkaar op regelmatige basis over dit dossier spraken. Sinds geruime tijd ligt deze samenwerking echter stil. Het kabinet en de Surinaamse regering zetten in op een hernieuwde en effectieve terugkeersamenwerking.

Als onderdeel van de bredere veiligheidssamenwerking tussen Nederland en Suriname, beziet het kabinet tevens de mogelijkheden rondom defensiesamenwerking. In het verleden werd onder andere op trainings- en opleidingsgebied effectief samengewerkt. Eventuele hervatting van deze samenwerking kan beide krijgsmachten versterken. Een nauwere defensiesamenwerking met Suriname is tevens van belang in het kader van stabiliteit en veiligheid in de regio, waar het Koninkrijk ook onderdeel van uitmaakt.

Handelsrelaties

Het Koninkrijk is een belangrijke handelspartner van Suriname; tegelijkertijd is de handelsrelatie momenteel beperkt. Het Nederlandse bedrijfsleven heeft van oudsher een goede economische uitgangspositie in Suriname, mede dankzij de gemeenschappelijke taal en de intensieve netwerken tussen beide landen. De afgelopen periode heeft Suriname echter aantrekkingskracht verloren op het Nederlandse bedrijfsleven vanwege de slechte economische situatie en het onaantrekkelijke investeringsklimaat. Voor (MKB-)ondernemers binnen het Koninkrijk die kansen op de Surinaamse markt willen benutten is het handelsinstrumentarium beschikbaar.

Het kabinet zal zich inzetten voor versterkte en duurzame handels- en investeringsrelaties met Suriname, hetgeen tevens een prioriteit is van de Surinaamse regering. Op termijn starten verkenningen voor een (zodra COVID-19 het toelaat) Koninkrijksbrede handelsmissie naar Suriname. Ter voorbereiding op de uiteindelijke handelsmissie zal er op korte termijn alvast een digitale handelsmissie worden georganiseerd, om de meest kansrijke niches en bijbehorende Surinaamse en Nederlandse/Koninkrijkspartners te identificeren.

 Economie en Financiën

Zoals beschreven kampt Suriname met een zware economische en financiële crisis. Ondersteuning van internationale financiële instellingen zal naar verwachtingen gepaard gaan met benodigde hervormingen om het land weer op een duurzaam economisch pad te brengen. Het kabinet is bereid desgevraagd te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor (kleinschalige) technische assistentie (TA) die goed aansluit op de prioriteiten van de Surinaamse regering en de inspanningen van de internationale financiële instellingen. Ook kan worden gedacht aan TA ter verbetering van wet- en regelgeving en kennisoverdracht gericht op versterking van economische en overheidsinstituties. Er zal ook breder gekeken worden op welke manier Nederlandse expertise ingezet kan worden om de Surinaamse economie te versterken.

De verwachting is dat er nog de nodige verbeteringen zullen moeten plaatsvinden in de financiële sector, met name op het vlak van toezicht en versterkte anti-witwasmaatregelen. De Nederlandsche Bank (DNB) heeft regulier contact met de Centrale Bank van Suriname (CBvS) en heeft eerder al technische assistentie geboden. DNB is bereid om de TA opnieuw te overwegen. Ook vanuit andere Nederlandse instanties is er bereidheid ondersteuning te bieden op dit terrein.

Gezondheidszorg

De COVID-19-pandemie heeft ook Suriname hard geraakt. De reeds fragiele gezondheidszorg kwam hierdoor onder zware druk te staan. In reactie op een oproep van de Vereniging van Surinaamse Medici en later ook de regering, heeft de Nederlandse regering in juni en juli voor ca. 2,5 miljoen euro aan medische goederen geleverd. De leveringen, die waren afgestemd op de Surinaamse behoeften, bestonden uit persoonlijke beschermingsmiddelen, medicijnen, COVID-19 testkits en beademingsapparatuur. Daarnaast bieden Nederlandse artsen en verpleegkundigen assistentie in Suriname. Op 19 augustus heeft Suriname de Nederlandse regering opnieuw om hulp gevraagd bij de aanpak van COVID-19. In reactie hierop heeft Nederland tijdens het bezoek van minister Ramdin een steunpakket van 3,5 miljoen euro voor de bestrijding van COVID-19 toegezegd, bestaande uit o.a. beademingsapparatuur, patiëntmonitoringssystemen, persoonlijke beschermingsmiddelen en medicijnen.

Er zullen naar verwachting door de nieuwe regering hervormingen worden doorgevoerd in het gezondheidssysteem in Suriname, waarbij er gekeken zal worden naar de financiering en efficiëntie van de zorg. Het kabinet is bereid om, indien Suriname dit wenst, mogelijkheden voor ondersteuning te onderzoeken.

 Culturele- en erfgoedsamenwerking

Suriname behoort al geruime tijd tot de landen die prioriteit hebben binnen het Nederlandse internationale cultuurbeleid. Ook in de periode 2021-2024 behoort Suriname tot die 23 landen. Culturele samenwerking richt zich op uitwisseling, vernieuwing, en netwerkontwikkeling. De focus ligt hierbij op jonge cultuurmakers, op contacten met de diaspora in Nederland en op de totstandkoming van banden en samenwerking tussen Nederlandse en Surinaamse instellingen. Een uitdaging is de povere culturele infrastructuur in Suriname en het ontbreken van financiële middelen (zowel bij de Surinaamse overheid als bij private partijen). Culturele inzet draagt in thematiek ook bij aan het onderkennen en verwerken van het koloniale verleden. Ook het creëren van bewustzijn en draagvlak voor het erfgoed – materieel en immaterieel – dat beide landen met elkaar delen vormt een belangrijke pijler van de culturele samenwerking.

Milieu, water en klimaat

Suriname is rijk aan natuurlijke hulpbronnen. Het is het dichtst beboste land ter wereld; meer dan negentig procent van het grondgebied bestaat uit tropisch regenwoud. Ook staat het land in de top-3 van de landen met de grootste zoetwatervoorraden. Desondanks neemt de druk op het milieu door afgifte van grote buitenlandse kapconcessies, ongereguleerde mijnbouw en goudwinning toe. Ook is het laaggelegen kustgebied kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering en zeespiegelstijging. De nieuwe regering zal zich meer gaan richten op de doelen uit de Overeenkomst van Parijs. In het kader van de Interdepartementale Hoogambtelijke Missie willen Nederland en Suriname gezamenlijk verkennen hoe de uitvoering van de Surinaamse klimaatagenda beter kan aansluiten bij internationale fondsen en initiatieven, zoals het NDC Partnership, zodat de implementatie van de Overeenkomst van Parijs door Suriname alsmede het duurzame bosbeheer in het land worden versterkt.

Personenverkeer

Suriname heeft een lang gekoesterde wens voor EU-visumliberalisering. Om hiervoor in aanmerking te komen zal Suriname aan een aantal voorwaarden moeten voldoen, waaronder medewerking met terug- en overname. De Nederlandse regering heeft de wens van Suriname meerdere malen overgebracht aan de Europese Commissie. Het uiteindelijke standpunt van Nederland zal afhangen van het eventuele voorstel dat de Europese Commissie na onderzoek zal doen.

Sinds 1 november 2002 is een sociaal zekerheidsverdrag tussen Nederland en Suriname van kracht. Met Suriname is in 2017 op ambtelijk niveau een akkoord bereikt over aanpassing van dit verdrag in lijn met het huidige nationale beleidskader van bilaterale sociale zekerheidsverdragen. Dit kader ziet op afspraken over stopzetting export kinderbijslag en toepassing van het woonlandbeginsel. Nederland zal in contact treden met de Surinaamse regering om het vervolgtraject rondom de aanpassing van het verdrag ter hand te nemen.

Internationale en Europese samenwerking

Ook in internationale fora zal afstemming en samenwerking met de Surinaamse regering worden gezocht, bijvoorbeeld in het multilaterale kader, op het vlak van gedeelde waarden zoals mensenrechten en ten aanzien van duurzaamheid en klimaat. Op het gebied van regionale samenwerking is Suriname een belangrijke partner aangezien de Caribische delen van het Koninkrijk onderdeel uitmaken van dezelfde regio en in regionale samenwerkingsverbanden samen kunnen werken met Suriname aan gedeelde uitdagingen en kansen.

Het is tot slot relevant om oog te hebben voor de Europese Unie als partner voor Suriname. Suriname maakt deel uit van de groep van ACS-landen (Afrika, Caribische regio en Stille Oceaan). Het Verdrag van Cotonou, dat de relatie tussen de EU en ACS landen regelt, loopt eind 2020 af. Onderhandelingen over een vervolgverdrag zijn gaande. Eventuele financiële EU-steun aan Suriname zal in de periode van het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK; 2021-2027) afkomstig zijn uit het nieuwe Neighbourhood, Development and International Cooperation Instrument (NDICI). In lijn met de Nederlandse inzet in de onderhandelingen is er in het NDICI bijzondere aandacht voor Small Island Developing States, waartoe ook Suriname behoort.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Stef Blok

 

Brunswijk: Houding Nederland tegen soevereiniteit Suriname

09 Oct,2020,  00:57

foto
 Vicepresident Ronnie Brunswijk op een persconferentie van de regering donderdag. (Foto: René Gompers) 

Vicepresident Ronnie Brunswijk maakt zich niet druk om het voornemen van de Nederlandse regering om geen contact met hem te hebben. Hij merkt op dat het om een interne aangelegenheid van Nederland gaat. Pas als officieel de Surinaamse regering wordt ingelicht, zal hij op de kwestie ingaan, deelt Brunswijk mee. Hij stelt dat deze houding van Nederland indruist tegen de soevereiniteit van Suriname. 
 
De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok heeft in een brief aan de Tweede Kamer onder andere laten weten dat de Nederlandse regering geen contact zal hebben met vicepresident Brunswijk, behalve als er een functionele noodzaak is. Brunswijk is in 1999 veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf voor cocaïnehandel. De vicepresident stelt dat het Surinaamse volk heeft bepaald dat hij in de regering zit. 
 
Een volk kiest zijn leiders, een volk vertrouwt de staatsmacht toe aan een gekozen regering, voerde Brunswijk aan. “Wanneer gekozen personen subtiel of openlijk niet geaccepteerd worden door een natie, of een bevriende natie of iemand die namens een bevriende natie spreekt, druist dat rechtstreeks in tegen de soevereiniteit, tegen de vrije wil van het volk.” Brunswijk verwijst naar artikel 116 en 98 van de grondwet. 
 
“We hebben het besproken in regeringskringen en persoonlijk heb ik er niet zoveel moeite mee,” reageert Brunswijk op vragen van journalisten. “Het is een interne aangelegenheid van de Nederlandse regering en hun parlement. Wanneer Suriname een brief krijgt van de minister van Buitenlandse Zaken, zullen we daarop reageren.” Brunswijk voegt eraan toe: “In de politieke wereld zijn alle gesprekken die gevoerd moeten worden, functioneel. Daarom zeg ik dat Suriname niet zo zwaar tilt aan wat minister Blok aan zijn parlement heeft gezegd.” 
 
René Gompers
 

'Het gaat niet om de persoon van Ronnie Brunswijk'

08 Oct, 2020, 22:46

foto
 Jim Hok, voorzitter van de PALU. 

Jim Hok, voorzitter van de PALU, stelt dat in de kwestie van de brief van de Nederlandse minister Blok het niet gaat om de persoon van Ronnie Brunswijk, maar om de vicepresident van het land. Dit, in reactie op opmerkingen van zowel vicepresident Brunswijk zelf, de reacties van de president Santokhi en minister Ramdin van Buitenlandse Zaken. 
 
Hok benadrukt dat waar het om gaat in de brief van de Nederlandse minister aan de Tweede Kamer, niets te maken heeft met de persoon van Ronnie Brunswijk. Minister Stef Blok geeft aan dat de vicepresident Brunswijk in de Surinaamse regering een probleem vormt voor de Nederlandse regering. Dat men strikt genomen geen zaken met hem wil of zal doen. De reden die men heeft aangehaald, is dat de persoon van Ronnie Brunswijk in Nederland een drugsveroordeling op zijn naam heeft. “De persoon van Ronnie Brunswijk kan over deze opstelling van de Nederlandse regering gerust zijn schouders ophalen of het stofje van zijn schouders afkloppen. Maar vicepresident Brunswijk, president Santokhi en de hele regering moeten, nee, kunnen dit niet zo afhandelen”, meent de politicus. 
 
“Iemand kan niet in je huis komen en bepalen wie wel en wie niet mee aan tafel mag zitten. Hou dan je mond als je niet weet wat je moet zeggen! Maar vanuit Den Haag wil men dit juist WEL nadrukkelijk zeggen, om de verhoudingen duidelijk te maken, Den Haag bepaalt, punt uit! En het feit dat onze regering dit nu slikt, bevestigt dat men met ons kan doen en laten wat men wil en wij gaan het slikken ook. Let maar op”, zegt de PALU-topman. 
 
PALU heeft al in een eerdere reactie te kennen gegeven dat “men dit alleen maar doet omdat men daar in Den Haag de overtuiging heeft dat ze met ons kunnen doen en laten wat ze willen. Omdat wij lummels zijn, die het over ons heen laten komen. Let er trouwens ook op dat het eigenlijk alleen Surinamers zijn die de Nederlandse houding proberen te rechtvaardigen. Hebben we ooit gehoord dat men vanuit Den Haag een dergelijke opmerking, zoals nu over onze vicepresident Brunswijk is gemaakt, heeft gemaakt over welke andere autoriteit in welk land dan ook? Dat doen regeringen niet tegenover landen die men respecteert! Omdat Den Haag ons niet respecteert doet men dit wel met ons.”
 
En wie vindt dat de PALU hier spoken ziet, die moet de ontwikkelingen maar goed in de gaten houden, zegt Hok. “Men plast straks nog openlijk op ons (voor zover dat hier niet al is gebeurd) en wij Surinamers, met de regering voorop zullen ons haasten om te zeggen dat het regent, ‘want zoiets zou Den Haag toch niet doen?! Hoe kom je op het idee?’ Alleen, tegen de tijd we erachter komen in wat voor situatie wij onszelf zullen hebben gemanoeuvreerd, dan zullen de onderlinge verhoudingen waarschijnlijk al zeer, zeer onplezierig zijn geworden, zegt de voorzitter van de PALU.
 
Frankrijk, dat vele malen groter is en vele malen belangrijker is dan Nederland in Europa en in de wereld, ziet tot nog toe kennelijk geen belemmeringen om met de vicepresident te werken, uitgaande van het gemeenschappelijke belang van beide landen, concludeert de politicus. 

MINISTER ALBERT RAMDIN: " BRIEF BLOK WAS NIET AAN ONS GERICHT MAAR TWEEDE KAMER"

“Ik ben zakelijk, doe geen waardeoordeel”

Minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business & Ontwikkelingssamenwerking zegt desgevraagd in gesprek met Dagblad Suriname dat de brief van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok, aan de Tweede Kamer was gericht en niet aan Suriname. De Tweede Kamer is te vergelijken met De Nationale Assemblee in Suriname. In die brief geeft de Nederlandse minister een uitgebreide uiteenzetting van het Nederlands beleid naar Suriname toe. Over de vicepresident van de Republiek Suriname, Ronnie Brunswijk, wordt het standpunt ingenomen dat contact tot het noodzakelijke zal worden gehouden. De brief heeft voor veel controverse gezorgd in Suriname.

Bezig met herstarten relatie

Minister Albert Ramdin heeft na het openbaar worden van de brief aan lokale media gezegd verrast te zijn. Dat deed bij velen de wenkbrauwen fronsen, gelet op het feit dat minister Ramdin nog eind augustus geweest is Nederland voor een formele bespreking met zijn Nederlandse collega’s. Tegenover Dagblad Suriname geeft de minister aan dat deze kwestie geen onderdeel van de formele agenda tijdens zijn bezoek aan Nederland is geweest. “We bezig zijn met het opbouwen, weer opstarten van een relatie. Dan hoop je dat er geen zaken zijn die dat proces onnodig anders beïnvloeden.”

Gericht naar Tweede Kamer

Verder stelt de bewindsman dat de brief niet aan ons was gericht, maar aan de Tweede Kamer. “Het is een standpunt van de Nederlandse regering. In de brief wordt ook aangegeven dat de heer Ronnie Brunswijk bij de verkiezingen winst heeft bepaald en als vicepresident is gekozen. Aan onze kant is de realiteit dat beleid in eenheid wordt geformuleerd, onder leiding van de president en met input van de president. Zoals u weet ligt de verantwoordelijkheid voor het buitenlands beleid in eerste instantie bij de president”, stelt minister Ramdin. “Het beleid wordt geformuleerd door de president met input van de regering. We leven in een democratisch land en respecteren de uitkomst van de verkiezingen en de verkiezing van de vicepresident.” Op de vraag van Dagblad Suriname hoe de minister het standpunt van zijn Nederlandse collega ervaart, en of hij via diplomatieke kanalen zijn misnoegen kenbaar zal maken aan politiek Den Haag is de minister kort. “Ik ben zakelijk met dit soort zaken. Ik doe geen waardeoordeel”, stelt de minister.

Gesprekken met minister Stef Blok

Eerder gaf de minister aan Dagblad Suriname te kennen dat na het aantreden van de nieuwe regering, president Chan Santokhi en de Nederlandse premier Mark Rutte gesproken hadden. Die gesprekken worden voortgezet. “Bij mijn bezoek aan mijn Nederlandse collega zullen wij een paar uren van gedachten wisselen over belangrijke kwesties tussen de twee landen. De gesprekken moeten ertoe leiden dat de relatie hersteld wordt en dat er geen spanningen zijn tussen de twee landen. De relatie moet gebaseerd zijn op goede intenties. We willen deze relatie goed maken.” Ramdin stelde verder dat het belang van Suriname centraal staat. Dat is het leidraad van het bezoek van de minister aan Nederland. Ramdin, een ervaren diplomaat, gaf aan dat in de afgelopen 10 jaar er zeker sprake is geweest van een verslechtering wat betreft het beeld van Suriname in Nederland. 

Perceptie verbeteren

Minister Ramdin stelde dat de perceptie van Suriname in Nederland moet verbeteren. Dat is een van de doelen die de minister gesteld heeft. “Het beeld van Suriname als drugsland en vol van corruptie moet gaan veranderen. Je kan Suriname niet zo kwalificeren, want lang niet eenieder is zo. Er is een duidelijke boodschap voor Nederland: er waait een nieuwe wind in Suriname. Wij willen op een serieuze manier gaan werken en de band aansterken.” Over de gewraakte uitspraak van de Nederlandse minister Blok, waar hij Suriname een failed state noemde, zegt minister Ramdin: “Kijk ik ben persoonlijk tegen het plaatsen van labels. Elk land is in een bepaald opzicht een failed state. Soms zijn er uitzichtloze situaties en dan zegt men in dat opzicht failed state. Maar ook de goed ontwikkelde landen hebben grote problemen, bijvoorbeeld discriminatie. Dus dat zou men niet moeten doen.”

Asad Mushtaq

https://www.dbsuriname.com/2020/10/08/minister-albert-ramdin-brief-blok-was-niet-aan-ons-gericht-maar-tweede-kamer/

 
 MENING VAN BURGERS
 

Suriname: de ene ‘boef’ gaat, de andere ‘boef’ komt, zeggen critici

 

Desi Bouterse draagt deze week de macht over aan de nieuwe president Chan Santokhi. Oud-rebellenleider Ronnie Brunswijk wordt vicepresident. Met hem heeft Suriname weer een man aan de top met een strafblad, maar ook de eerste marron op zo’n belangrijke positie.

 
Ronnie Brunswijk.BEELD ANP

De ene ‘boef’ gaat, de andere ‘boef’ komt ervoor in de plaats, zeggen critici. Waar de vertrekkende president wordt verguisd vanwege veroordelingen voor drugshandel en zijn rol bij de Decembermoorden, fronsen anderen nu de wenkbrauwen bij de benoeming van Brunswijk tot de op een na belangrijkste man van Suriname.

 

Ronnie Brunswijk (59) won met zijn Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelingspartij (Abop) 9 zetels bij de Surinaamse verkiezingen eind mei. De Abop gaat een regering vormen met de Vooruitstrevende Hervormingspartij (VHP) van Chan Santokhi, met 20 zetels de grote winnaar. De Nationale Democratische Partij (NDP) van Bouterse, die sinds 2010 aan de macht was, werd weggevaagd.

Maandag koos het parlement Santokhi en Brunswijk tot president en vicepresident. Twee weken geleden werd Brunswijk nog benoemd tot parlementsvoorzitter. Een partijgenoot neemt dat stokje over. Brunswijk had zich voor de zekerheid ook voor deze post kandidaat gesteld, omdat hij vermoedde dat zijn cv nog voor problemen zou kunnen zorgen bij een benoeming tot vicepresident.

Bij verstek veroordeeld

Brunswijk is in Nederland bij verstek veroordeeld tot zes jaar cel vanwege cocaïnehandel. Ook in Frankrijk is hij veroordeeld voor drugshandel. Hij staat om die reden op de opsporingslijst van Interpol. Daardoor is internationaal de bewegingsruimte van Brunswijk aan banden gelegd.

Brunswijk en Bouterse waren ooit gezworen vijanden. Na de staatsgreep van Bouterse in 1980 sloot Brunswijk zich eerst aan bij het leger. Hij volgde een commando-opleiding in Cuba en werd lijfwacht van de legerleider. In 1984 nam hij na een ruzie ontslag.

Brunswijk leidde een junglecommando en kwam in verzet tegen Bouterse, met financiële en materiële steun van Nederland. Na de Binnenlandse Oorlog verzoende hij zich wel met Bouterse. Hij steunde de NDP zelfs na de verkiezingswinst in 2010 en stemde vóór de omstreden amnestiewet die verdachten van de Decembermoorden vrijpleitte.

Als eigenaar van een profvoetbalclub bedreigde hij tijdens een wedstrijd ooit de voorzitter van een tegenstander met een vuurwapen. De voetbalbond schorste hem.

Bovenal groeide Brunswijk uit tot een succesvol zakenman in de goudindustrie. In 2012 noemde tijdschrift Parbode hem de machtigste en invloedrijkste man in de goudwereld. Die belangen moet Brunswijk volgens de grondwet nu afstaan. Sommigen twijfelen of hij dat doet.

Alle coalitiepartners staan achter de keuze voor Brunswijk. De oppositie heeft geen tegenkandidaten voorgedragen. Santokhi voerde onlangs op een persconferentie aan dat Bouterse tien jaar president is geweest, ondanks een veroordeling.

Trots op afkomst

De aankomende president vindt dat men niet in het verleden moet blijven hangen. “Laten we kijken wat voor ons ligt. De grote kansen en de grote uitdagingen. Het volk wacht dat we de problemen gaan oplossen, het uit de armoede gaan halen, de verschillende crises gaan aanpakken. Het enige wat ik vraag is een kans. Hebt u vertrouwen, het komt goed.”

Brunswijk wordt vooral in het binnenland op handen gedragen onder de marrons, nazaten van vrijgevochten slaven. Brunswijk is de eerste marron op zo’n belangrijke positie. Omdat hij opkomt voor de rechten van de armere bevolking in het binnenland wordt hij ook wel de ‘Robin Hood van Suriname’ genoemd.

Hij is trots op zijn afkomst. “Het is kennelijk moeilijk om een marron te accepteren,” beet Brunswijk onlangs van zich af. “Het volk heeft gesproken en dat moeten we respecteren.”

Chan Santokhi is de nieuwe president van Suriname.BEELD ANP 
https://www.parool.nl/wereld/suriname-de-ene-boef-gaat-de-andere-boef-komt-zeggen-critici~bac2a5b5/

Suriname, de Nederlandse kolonie!?

05 Oct, 202, 09:27

foto
 Claudie Doornkamp-Sabajo 
Met stijgende verbazing vernam ik uit de media dat het voormalig moederland, Nederland, aangaf niet in conclaaf te willen treden met de op democratische wijze gekozen vicepresident van ons land. Dit, terwijl zowel Suriname als Nederland hebben aangegeven de banden, als gelijkwaardige partners, te willen verstevigen. 
 
Gelijkwaardige partners?
Het is meer dan duidelijk dat deze term slechts gebezigd wordt op theoretisch vlak. Aan de praktische kant riekt het steeds meer en meer naar een baas-knecht verhouding.
 
Marinus Bee
DNA-voorzitter heeft al zijn moed bijeengeraapt en heeft terecht gereageerd op de uitspraak van Nederland. Echter wordt in het bericht welke is verschenen op Starnieuws, nog op zachte toon aangegeven dat de uitspraak en het standpunt van het voormalig moederland, niet door de beugel kunnen.
 
President Santhokhi/Minister Ramdin
De directe functionarissen waar het hoofd naartoe gewend moet worden in deze kwestie zijn of de President of de Minister van Buitenlandse Zaken. Echter zwijgen beide functionarissen als het graf. Laten zij hun coalitiepartner c.q. vicepresident in de steek? Natuurlijk doen ze dat. Immers, het wordt met de dag duidelijker dat Nederland een deel van de touwtjes in handen heeft en een deel van onze regering als wayang poppen fungeert.
 
Acceptatie
Als rechtgeaarde Surinamer waar het Surinaamse bloed door de aderen stroomt, kan dit in geen enkel opzicht geaccepteerd worden. We zijn partners of geen partners als land. Niemand kan toch half zwanger zijn. Je bent het of je bent het niet! 
 
Wie heeft nu het beste voor met ons land? Het begint met respect. Waar is onze DNA om fel hiertegen uit te komen? Is Suriname al zodanig verkocht dat wij ook dit zullen accepteren en met de mantel der liefde bedekken? Is dit de Shanti-politiek? Is dit geen belediging naar de vicepresident, voorzitter van de Raad van Ministers en de tweede man van het land? 
 
Claudie Doornkamp-Sabajo
DNA-lid NDP
 

PALU: Roep de Nederlandse zaakgelastigde op het matje

05 Oct, 2020, 18:06

foto
 Jim Hok, voorzitter van de PALU. 

“Onze minister van Buitenlandse Zaken, Albert Ramdin, zou terstond de Nederlandse Zaakgelastigde in Paramaribo op het matje moeten roepen en opheldering moeten vragen over de Nederlandse opstelling naar vicepresident Brunswijk. Onze minister moet een onmiddellijke correctie eisen en onze regering zou tot dan alle gesprekken met Nederland moeten bevriezen”. Dat is de reactie van PALU-voorzitter Jim Hok op het schrijven van de Nederlandse regering aan de Tweede Kamer. Daarin stelt de regering dat zij geen zaken wenst te doen met vicepresident Brunswijk omdat hij in Nederland een veroordeling voor drugs op zijn naam heeft. “Als je ze nu hun zin geeft, lopen ze straks weer over je heen in die herstelde relatie”, stelt Hok. 
 
“Terwijl men in Den Haag de mond vol heeft van het willen verstevigen van de relatie met Suriname, maakt datzelfde Den Haag ons direct weer duidelijk dat men daar zelf wel zal bepalen onder welke voorwaarden dat zal geschieden. En omdat in Suriname, om wat voor reden dan ook, het herstel van de relatie met Nederland bijna dwangmatig hoog op de regeringsagenda staat, is de regering geneigd om hierover te zwijgen. Laat men tot zaken komen, als dat dan zo nodig moet, maar laat men niet het heilig boontje spelen, terwijl Nederland zelf het grootste drugsland van Europa en mogelijk zelfs van de wereld is”. Volgens de PALU-voorzitter is Nederland ook nooit zo kieskeurig geweest met wie men wel of niet zakendoet. Het is dat ze denken dat ze dit met jou kunnen doen, ze zien je niet voor vol aan, daarom doen ze het. 
 
Uit de opstelling van de Nederlandse regering blijkt overigens dat men niet afgestapt is van het gebruiken en misbruiken van mensen. Toen Bouterse in 1980 in opdracht van Den Haag de coup pleegde was hij goed. Hij kreeg zelfs ook nog Nf 500 miljoen om te besteden. Toen bleek dat hij de macht niet terug wilde geven aan Nederland-gezinde politici, toen was hij ineens niet meer goed en moest hij bestreden worden. Toen Brunswijk voor Nederland hier de Binnenlandse Oorlog moest leiden, toen was hij goed. Toen hij met Bouterse ging samenwerken, toen was hij ineens niet meer zo goed. Zelfs het feit dat Brunswijk eens heeft geroepen dat wij ons niet moeten schamen om Suriname aan Nederland terug te geven wanneer wij het land niet kunnen ontwikkelen, heeft hem ook niet volwaardiger gemaakt in Nederlandse ogen. 
 
“Uit het schrijven van de Nederlandse regering wordt overigens wel duidelijk dat men in Den Haag het huiswerk al heeft gemaakt. Of ’t nou gaat om het kunnen uitzetten van Surinamers zonder geldige verblijfsvergunning, het trainen van Nederlandse militairen in onze jungle, kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven en handel etc. Zij zijn gereed. Is Suriname ook gereed, of gaat ‘t ons alleen om de hoop op nieuwe ontwikkelingshulp.”
 
Hoe dan ook, in Den Haag is men kennelijk nog niet zover om Suriname met het nodige respect te behandelen, vindt de politicus. “Dat is waar de PALU het onder andere steeds over heeft, want het gaat niet om de persoon van Brunswijk, Bouterse, Venetiaan of wie dan ook. Misschien moeten wij ons dan ook niet zo willen haasten om de bilaterale relatie te herstellen. Want omwille van de haast slikken we deze respectloze houding nu, en daarmee is de toon voor de nieuwe relatie weer gezet. We moeten ook uitkijken dat de drugsveroordeling van Brunswijk, nu VP Brunswijk, niet wordt ingezet als ruilmiddel om druk op hem uit te oefenen om dingen te doen die niet in het Surinaamse belang zijn. Want dat kennen we intussen ook al. Maar tot dan, handen af van vicepresident Brunswijk,” zegt Jim Hok.

DNA-voorzitter Bee: Nederland moet instituten respecteren

04 Oct, 2020, 00:58

foto
 De Nederlandse Zaakgelastigde, Henk van der Zwan, en Assembleevoorzitter Marinus Bee begroeten elkaar. Zij nemen de Covid-19 regels in acht. (Foto: DNA) 
Assembleevoorzitter Marinus Bee had een goed gesprek met de Nederlandse zaakgelastigde Henk van der Zwan, die een kennismakingsbezoek heeft gebracht aan hem.  Bee heeft aangegeven dat de focus is om de relatie met de Tweede Kamer te herstellen, ondanks de politieke verschillen. Assembleevoorzitter Bee om een reactie gevraagd over de houding van de Nederlandse regering naar vicepresident Ronnie Brunswijk toe, zegt aan Starnieuws dat deze kwestie niet aan de orde is geweest tijdens het gesprek donderdag. De brief van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok, is vrijdag bekend geworden. Nederland wenst geen contact te onderhouden met Brunswijk, die een veroordeling heeft van 11 jaar wegens cocaïnehandel. 
 
“De relatie die wij wensen met Nederland als voormalig moederland is één van wederzijds respect. Daarmee wil ik aangeven dat we geen instituten kunnen uitsluiten in de relatie die we met elkaar hebben,” benadrukt Bee. Hij wijst erop dat het volk van Suriname de leiders van het land heeft gekozen. In De Nationale Assemblee zijn de president en vicepresident gekozen. De Assembleevoorzitter verwacht dat Nederland de keuze van het volk zal respecteren. 
 
Op politiek niveau zijn er reeds gesprekken gevoerd tussen de nieuwe regering en Nederland. De zaakgelastigde heeft verder aangegeven, dat er een Nederlandse ambtelijke missie is samengesteld die technische assistentie wil verlenen aan Suriname. Als het fysiek niet mogelijk is, zal dat voorlopig virtueel moeten gebeuren, meldt de afdeling Communicatie en Informatie van De Nationale Assemblee (DNA). 
 
De ambassade is nu bezig een nota samen te stellen, waarin de contouren worden uiteengezet voor een debat in de Tweede Kamer gezien de grote belangstelling voor herstel van de relatie tussen beide landen van niet alleen de Surinamers in Nederland maar de totale Nederlandse gemeenschap. Suriname wil zo snel als mogelijk de bilaterale
samenwerking met Nederland oppakken. Met Curaçao, Aruba, Sint Maarten en Guyana zijn er reeds bilaterale betrekkingen.

Minister Blok hoort excuses aan te bieden aan vicepresident Brunswijk

Minister Blok. Foto: AFP

In de Tweede Kamer heeft minister Stef Blok verklaard dat de Surinaamse vicepresident (vp) Ronnie Brunswijk een veroordeelde crimineel is. De samenwerking van Nederland met deze vp is daarom enkel gebaseerd op functionele noodzaak. Deze werkwijze is zeer ongepast, beledigend en getuigt van geen respect hebben voor zijn Surinaamse collega en nog minder voor de regering.

De Surinaamse regering is in een team met deze vp omdat zij dat wil en omdat het volk hem heeft gekozen. Zoiets zeg je niet in het openbaar tegen een minister die door het volk wordt gedragen. Als je toch met hem gaat moeten werken wanneer het nodig is dan heb je bij voorbaat een ongezonde samenwerking gecreëerd. Dit is zo huichelachtig en past niet bij een minister die hiermee ook een precedent heeft geschapen.

De minister denkt in een rechtszaak te zitten en wil wel werken met een crimineel wanneer er een noodzaak is, dit zegt hij zelf. Zo behandel je een bevriende natie niet. Minister Mike Pompeo uit Amerika zal misschien ook zo een houding hebben gehad bij zijn bezoek jongstleden, maar die heeft er intern voor gezorgd om vicepresident Brunswijk te ontwijken. Zo heeft hij de vp niet in het openbaar beledigd en heeft hij met gezag en respect gehandeld naar de regering toe.

De houding van minister Blok is verwerpelijk. Je kunt niet met een land in zee gaan en zeggen dat je met de een na belangrijkste man alleen gaat werken wanneer jij het functioneel noodzakelijk acht. Het is evenmin onacceptabel om een brief te accorderen en zeggen dat je niet eens bent met de eerste alinea. Je tekent omdat je het volledig eens bent anders niet. Wil minister Blok werken met de Surinaamse regering dan kan hij de vicepresident niet zo behandelen en noch minder publiekelijk zo een standpunt innemen.

Een dergelijk standpunt is mengen in interne aangelegenheid en stoken binnen de Surinaamse regering. De positie van de vicepresident is aangetast. Hoe moeten de andere Surinaamse ministers nu nog respect tonen voor de vp door deze inbreuk. Moeten zij deze vp ook kennen indien functioneel noodzakelijk?

Moet De Nationale Assemblee ook deze houding aannemen? Moet de Nederlandse handelsmissie straks ook de vicepresident negeren als hij aanschuift, terwijl de missie op dat moment de vp niet nodig acht in het gezelschap? Wat als nu andere landen ook zo een uitlating gaan doen door dit precedent? Deze reacties zijn geïnitieerd door minister Blok en daarom is zijn standpunt niet te handhaven. Er is hiermee aan de stoel van de vp gezaagd door een bevriende natie, hoe bevriend?

Nederland hoort met Suriname een relatie aan te gaan op basis van wederzijds voordeel en respect. Wij begrijpen wel dat minister Blok de Tweede Kamer in Nederland dit verhaal heeft moeten verkopen voor het geval hij op een foto met de vp zou verschijnen. Naar een zichzelf respecterende Suriname toe helaas onverteerbaar.

Vicepresident Brunswijk zoiets laat u toch niet over u slingeren want u bent een respectabele man in de samenleving. Handelsmissies horen uw positie niet te erkennen pas wanneer zij het een functionele noodzaak achten. Minister Blok, het bovenstaande in acht nemend ga ik van uit dat uw standpunt een vergissing is en siert het u per direct uw verontschuldigingen aan te bieden aan vicepresident Brunswijk en aan de natie Suriname omdat ….dit een functionele noodzaak is.

Hein Taus

https://www.srherald.com/ingezonden/2020/10/03/minister-blok-hoort-excuses-aan-te-bieden-aan-vicepresident-brunswijk/

Blok: € 17 miljoen als signaal steun regering-Santokhi

03 Oct, 2020, 00:58

foto

 De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok. (Foto: government.nl) 

De Nederlandse regering heeft met de resterende verdragsmiddelen circa € 17 miljoen vrijgeven als een signaal van steun aan de nieuwe regering onder leiding van president Chan Santokhi. Op korte termijn zal met de Surinaamse autoriteiten worden gesproken over de (her)besteding hiervan. Suriname en Nederland hopen de ontwikkelingssamenwerkingsrelatie spoedig af te kunnen sluiten en samen te bouwen aan een vruchtbare samenwerking op basis van vriendschap, wederzijds vertrouwen en respect. Dit schrijft de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok, in een brief aan de Tweede Kamer. 

 
Het Nederlandse kabinet hecht waarde aan de historische, culturele, economische en persoonlijke banden die de Nederlandse en Surinaamse samenleving met elkaar verbinden. Met de nieuwe regering in Suriname kan de bilaterale relatie weer zo ingericht worden dat deze recht doet aan deze banden en waarmee de belangen van beide landen gediend kunnen worden. President Santokhi heeft de wens tot nauwere samenwerking met het koninkrijk diverse malen, ook publiekelijk, uitgesproken, zegt Blok. Over vicepresident Ronnie Brunswijk zegt Blok dat er alleen noodzakelijk contact met hem zal worden onderhouden. Hij is in 2000 veroordeeld tot 11 jaar cel voor handel in cocaïne. 
 
Het koninkrijk is een belangrijke handelspartner van Suriname; tegelijkertijd is de handelsrelatie momenteel beperkt. Het Nederlandse bedrijfsleven heeft van oudsher een goede economische uitgangspositie in Suriname, mede dankzij de gemeenschappelijke taal en de intensieve netwerken tussen beide landen. De afgelopen periode heeft Suriname echter aantrekkingskracht verloren op het Nederlandse bedrijfsleven vanwege de slechte economische situatie en het onaantrekkelijke investeringsklimaat. Voor (MKB-)ondernemers binnen het koninkrijk die kansen op de Surinaamse markt willen benutten, is het handelsinstrumentarium beschikbaar.
 
Het Nederlandse kabinet zal zich inzetten voor versterkte en duurzame handels- en investeringsrelaties met Suriname, hetgeen tevens een prioriteit is van de Surinaamse regering. Op termijn starten verkenningen voor een (zodra Covid-19 het toelaat) koninkrijksbrede handelsmissie naar Suriname. Ter voorbereiding op de uiteindelijke handelsmissie zal er op korte termijn alvast een digitale handelsmissie worden georganiseerd, om de meest kansrijke niches en bijbehorende Surinaamse en Nederlandse/Koninkrijkspartners te identificeren, deelt Blok mee. 
 
Suriname heeft te kampen met een zware economische en financiële crisis. Ondersteuning van internationale financiële instellingen zal naar verwachtingen gepaard gaan met benodigde hervormingen om het land weer op een duurzaam economisch pad te brengen. Het Nederlandse kabinet is bereid desgevraagd te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor (kleinschalige) technische assistentie die goed aansluit op de prioriteiten van de Surinaamse regering en de inspanningen van de internationale financiële instellingen. Ook kan worden gedacht aan assistentie ter verbetering van wet- en regelgeving en kennisoverdracht gericht op versterking van economische en overheidsinstituties. Er zal ook breder gekeken worden op welke manier Nederlandse expertise ingezet kan worden om de Surinaamse economie te versterken, legt de Nederlandse minister uit aan de Tweede Kamer.
 
De verwachting is dat er nog de nodige verbeteringen zullen moeten plaatsvinden in de financiële sector, met name op het vlak van toezicht en versterkte anti-witwasmaatregelen. De Nederlandsche Bank (DNB) heeft regulier contact met de Centrale Bank van Suriname (CBvS) en heeft eerder al technische assistentie geboden. DNB is bereid om de technische assistentie opnieuw te overwegen. Ook vanuit andere Nederlandse instanties is er bereidheid ondersteuning te bieden op dit terrein. 
 
U kunt de brief van de Nederlandse minister hier downloaden. 

 

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4 Den Haag DWH Rijnstraat 8 2515 XP Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl

Onze Referentie BZDOC-1852455046-43 Bijlage(n)

Datum 2 oktober 2020

Betreft Recente ontwikkelingen Suriname

Geachte voorzitter,

Naar aanleiding van de recente verkiezingen in Suriname en het op 23 juni aangevraagde overleg met uw Kamer over Suriname informeer ik u, mede namens de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, als volgt over de actuele ontwikkelingen in het land en de inzet van het Kabinet. I De Republiek Suriname Recente politieke ontwikkelingen Op 25 mei 2020 werden in Suriname parlementsverkiezingen gehouden. De uitslag leidde tot een significante verschuiving in de zetelverdeling. De Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP), onder leiding van Chandrikapersad (Chan) Santokhi, boekte een grote overwinning en behaalde 20 van de 51 zetels. Ook de Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelings Partij (ABOP) van Ronnie Brunswijk behaalde winst. De verkiezingen van 2020 verliepen in tegenstelling tot voorgaande verkiezingen minder goed georganiseerd. Hoewel reeds op 29 mei 99,4% van de stemmen was geteld, maakte het Centraal Hoofdstembureau pas op 16 juni de definitieve uitslag bekend. Vertraging in het verificatieproces op het Hoofdstembureau van kiesdistrict Paramaribo was daartoe de oorzaak. Dit leidde tot een kritische noot van o.a. de waarnemingsmissie van de Organisatie van Amerikaanse Staten in hun rapport. Op 13 juli koos De Nationale Assemblee met algemene stemmen en zonder tegenkandidaten Chan Santokhi (VHP) tot President en Ronnie Brunswijk (ABOP) tot Vice-President. Op 16 juli jl. trad de nieuwe Surinaamse regering aan. Deze bestaat uit een coalitie van vier partijen: de VHP (20/51), de ABOP (8/51), Nationale Partij Suriname (NPS – 3/51) en Pertjajah Luhur (PL – 2/51). Onze Referentie BZDOC-1852455046-43 Met het aantreden van de regering-Santokhi is een eind aan tien jaar Regering Bouterse gekomen. De Nationale Democratische Partij (NDP) verloor 10 zetels en is nu met 16 zetels de tweede partij van het land. Als grootste oppositiepartij met vertakkingen in de gehele Surinaamse samenleving blijft de NDP een kracht om rekening mee te houden. Bij de afgelopen verkiezingen werd Bouterse gekozen als lid van het parlement, maar hij besloot zijn zetel over te dragen aan een partijgenoot. Op 29 november 2019 veroordeelde de Krijgsraad Desi Bouterse voor zijn rol in de Decembermoorden. Momenteel loopt de verzetsprocedure die Bouterse naar aanleiding van de uitspraak heeft gestart. Na een uitspraak in deze procedure is er nog de mogelijkheid tot beroep. Vooralsnog is de verwachting dat de verzet- en beroepsprocedures in het Decembermoordenproces nog jaren zullen duren. In het op 13 juli jl. gesloten Regeerakkoord is de regeertermijn van in totaal vijf jaar opgedeeld in drie fases: een urgentiefase van negen maanden, een stabilisatiefase van 24 maanden en de daarop volgende ontwikkelings- /moderniseringsfase. Goed bestuur, een kleinere overheid, corruptiebestrijding en diversificatie van de economie vormen belangrijke pijlers van het regeerakkoord. Ook voor het buitenlands beleid, dat meer in het teken zal komen te staan van economische diplomatie, is aandacht. Het herstel van diplomatieke betrekkingen op ambassadeursniveau met Nederland wordt in het regeerakkoord als prioriteit genoemd. De beleidsvoornemens worden begin oktober 2020 in een regeerprogramma aan het Surinaamse parlement gepresenteerd. De financieel-economische situatie in Suriname De regering-Santokhi is aangetreden onder uitdagende financieel-economische omstandigheden. De meest recente IMF (april jl.) en Wereldbankraming (juni jl.) gaan uit van een economische krimp in 2020 van ca. 5%. Het lopende rekeningtekort wordt door het IMF geschat op -12% dit jaar en -11% in 2021. De staatskas is nagenoeg leeg en het begrotingstekort bedraagt dit jaar volgens de nieuwe regering 23% van het BBP. Als gevolg hiervan kampt de regering met acute tekorten en heeft het geld moeten lenen bij lokale banken om de salarissen van ambtenaren te kunnen betalen. De staatsschuld fluctueerde de afgelopen jaren tussen de 70-80% BBP. Laatste officiële ramingen van het IMF (december 2019) indiceren een toename van de staatsschuld tot 87,4% in 2024. Met de verwachte krimp van 5% zal de staatsschuld de komende jaren harder stijgen. De nieuwe regering stelt in overleg met schuldeisers en internationale financiële instellingen een plan op voor herschikking en herprofilering van de schulden. Ook zijn vergaande kostenbesparende maatregelen aangekondigd waarmee het gat op de begroting moet worden gedicht. Voorts zal de regering trachten goedkoop kapitaal aan te trekken uit de private sector, waarbij onder meer zal worden gekeken naar de Surinaamse diaspora in Nederland. De recente ontdekking van drie significante olievelden in Surinaamse territoriale wateren zal mogelijk op middellange termijn een positieve impact hebben op de (staats)inkomsten. De ontwikkeling van deze olievelden zal naar verwachting nog ongeveer vijf jaar in beslag nemen. Onze Referentie BZDOC-1852455046-43 COVID-19 in Suriname Suriname heeft de verspreiding van COVID-19 lange tijd kunnen beperken. In de tweede helft van mei begon het virus zich echter in grotere mate te verspreiden onder de Surinaamse bevolking. De Surinaamse regering heeft verschillende maatregelen genomen om de verspreiding tegen te gaan. Net als in veel andere landen hebben COVID-19 en de getroffen maatregelen ook in Suriname een grote maatschappelijke en economische impact. COVID-19 heeft geleid tot een aanzienlijke verdieping van de reeds bestaande economische crisis in het land, met dalende koopkracht en bedrijfsinkomsten tot gevolg. Veel Surinaamse gezinnen zijn aangewezen op steun van de overheid, die onder meer in de vorm van uitkeringen en voedselpakketten wordt verleend. II Een bijzondere relatie Het Koninkrijk en Suriname hebben een bijzondere relatie als gevolg van de meer dan 300 jaar gedeelde geschiedenis, de gemeenschappelijke taal en de grote diasporagemeenschap in Nederland. Op 25 november van dit jaar viert Suriname 45 jaar onafhankelijkheid. De Surinaamse diaspora in Nederland, die ongeveer 356.000 personen telt, is over het algemeen nauw betrokken bij de ontwikkelingen in Suriname. Vanwege de historische verbondenheid en hun geografische nabijheid voelt ook de bevolking in het Caribische deel van het Koninkrijk zich sterk betrokken bij de ontwikkelingen in Suriname. Er zijn vele familie- en vriendschapsrelaties met Suriname, met name op de Benedenwindse Eilanden. Er is hierdoor intensief personenverkeer tussen de landen binnen het Koninkrijk en Suriname. Bij de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 heeft Nederland omgerekend €1,58 miljard aan hulp toegezegd, de zogeheten Verdragsmiddelen. Deze middelen vormden lange tijd het fundament van de bilaterale relatie. In 2005 kwamen Nederland en Suriname overeen de brede OS-relatie af te bouwen waardoor ruimte ontstond voor een andere relatie. Eén die uitging van zakelijkheid, betrokkenheid en gelijkwaardigheid en waarin een verdere vermaatschappelijking van de onderlinge contacten centraal stond. De Twinningfaciliteit – een in 2008 in het leven geroepen fonds dat de samenwerking tussen maatschappelijke organisaties uit Nederland en Suriname faciliteert en financiert – heeft de relatie van maatschappij tot maatschappij versterkt. Ook is het recente ‘NL4SU’ initiatief waarbij er in Nederland geld werd opgehaald om Suriname te helpen bij de bestrijding van COVID-19, een mooi voorbeeld van Nederlandse maatschappelijke betrokkenheid bij Suriname. Het einde van de afbouw van de OS-relatie is weliswaar in zicht maar nog altijd niet voltooid. In 2012 schortte de Nederlandse regering de Verdragsmiddelen op in reactie op de amendering van de Amnestiewet waardoor de wet ook toepasbaar werd voor de periode waarin de Decembermoorden zijn gepleegd. Onlangs heeft de Nederlandse regering besloten de resterende middelen van circa € 17 mln. vrij te geven vanuit het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Nederland heeft met het vrijgeven van deze middelen een signaal van steun willen geven aan de nieuwe regering Santokhi. Op korte termijn zal met de Surinaamse autoriteiten worden gesproken over de (her)besteding hiervan. Suriname en Nederland hopen de OS-relatie spoedig af te kunnen sluiten en samen te bouwen aan een Onze Referentie BZDOC-1852455046-43 vruchtbare samenwerking op basis van vriendschap, wederzijds vertrouwen en respect. III Toekomstige relatie Koninkrijk-Suriname Het kabinet hecht waarde aan de historische, culturele, economische en persoonlijke banden die de Nederlandse en Surinaamse samenleving met elkaar verbinden. Met de nieuwe regering in Suriname kan de bilaterale relatie weer zo ingericht worden dat deze recht doet aan deze banden en waarmee de belangen van beide landen gediend kunnen worden. President Santokhi heeft de wens tot nauwere samenwerking met het Koninkrijk diverse malen, ook publiekelijk, uitgesproken. Bij de gewenste betrekkingen met Suriname hoort een moderne en brede samenwerking alsook ruimte voor een open dialoog. Onlangs hebben Nederland en Suriname de eerste stappen hiertoe gezet: Minister-President Rutte had op 14 juli jl. een telefonisch onderhoud met president-elect Santokhi. Minister Blok had op 17 juli jl. een telefonische kennismaking met Albert Ramdin, de minister van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking en zij ontmoetten elkaar in augustus van dit jaar in Nederland. Minister Kaag had ook in augustus een onderhoud met minister Ramdin. In navolging van de gesprekken zal een Interdepartementale Hoogambtelijke Missie onder leiding van Buitenlandse Zaken later dit jaar, en onder voorbehoud van ontwikkelingen op het vlak van COVID-19, in nauwe samenspraak met Suriname de terreinen van samenwerking nader gaan uitwerken. Nederland wil de banden met Suriname weer bestendigen en versterken. Normalisering van de diplomatieke betrekkingen is hierbij een belangrijke stap. Tijdens het bezoek van minister Ramdin aan Nederland is afgesproken dat Nederland en Suriname vóór de viering van 45 jaar onafhankelijkheid van Suriname op 25 november a.s. op ambassadeursniveau in elkaars landen zullen zijn vertegenwoordigd. De gemeenschappelijke taal, het gedeelde cultureel erfgoed, de uitgebreide sociale netwerken die beide landen met elkaar verbinden en de wederzijdse belangen vormen bepalende uitgangspunten voor het beleid ten aanzien van Suriname. De economische bedrijvigheid tussen de landen, de bevordering van de rechtstaat en veiligheid, cultuur en erfgoed, gezondheidszorg en milieu, water en klimaat zijn belangrijke gebieden van samenwerking waar de Nederlandse regering graag op zou willen inzetten. De samenwerking met de Surinaamse overheid zal niet beperkt zijn tot de bilaterale sfeer. De positie van Vice-President Brunswijk is een aandachtspunt in de relatie met de nieuwe regering. Ronnie Brunswijk is in 1999 door de rechtbank Haarlem bij verstek veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor cocaïnehandel. De Nederlandse regering zal geen contact met Vice-President Brunswijk onderhouden, behalve als hier een functionele noodzaak voor is. Ook voormalig president Bouterse, die in zijn hoedanigheid als president diplomatieke onschendbaarheid genoot, moet nog een straf in Nederland uitzitten. Hij werd in 2000 bij verstek veroordeeld door het Gerechtshof in Den Haag tot 11 jaar gevangenisstraf voor de handel in cocaïne. Suriname levert geen onderdanen uit. Onze Referentie BZDOC-1852455046-43 Rechtsstaat en veiligheid Het kabinet streeft naar intensivering van de samenwerking op justitie- en politieterrein. Intensief personenverkeer en uitdagingen op het gebied van georganiseerde (drugs-) criminaliteit en witwassen maken dat een goede samenwerkingsrelatie van belang is en blijft. Met betrekking tot het tegengaan van corruptie en witwassen gaat Nederland graag met Suriname in gesprek. Al geruime tijd zetten het ministerie van Justitie en Veiligheid en ketenpartners zich in om de capaciteit van de Surinaamse juridische en veiligheidssector te verstevigen en daarbij de samenwerking tussen beide landen te vergroten. De Raad voor de Rechtspraak, het Openbaar Ministerie, politie en douane zijn hierbij betrokken partners. De lopende samenwerking betreft training en toerusting van het zogenaamde BID-team (bestrijding internationale drugshandel) van de Surinaamse politie, hetgeen uit HGIS-middelen wordt gefinancierd. Het ministerie van Justitie en Veiligheid werkt met ketenpartners aan een capaciteitsopbouwproject in Suriname om de Surinaamse partnerorganisaties te ondersteunen met trainingen en expertise. Het project vindt plaats in het kader van een regionaal EU-programma en moet in 2021 van start gaan. Het is tevens wenselijk dat personen met de Surinaamse nationaliteit die zich zonder geldige verblijfstitel in Nederland bevinden terug kunnen worden gestuurd naar Suriname. Op basis van een Memorandum of Understanding (MoU) uit 2008 is een gemengde commissie opgericht waarin beide landen aanvullende afspraken hebben gemaakt en elkaar op regelmatige basis over dit dossier spraken. Sinds geruime tijd ligt deze samenwerking echter stil. Het kabinet en de Surinaamse regering zetten in op een hernieuwde en effectieve terugkeersamenwerking. Als onderdeel van de bredere veiligheidssamenwerking tussen Nederland en Suriname, beziet het kabinet tevens de mogelijkheden rondom defensiesamenwerking. In het verleden werd onder andere op trainings- en opleidingsgebied effectief samengewerkt. Eventuele hervatting van deze samenwerking kan beide krijgsmachten versterken. Een nauwere defensiesamenwerking met Suriname is tevens van belang in het kader van stabiliteit en veiligheid in de regio, waar het Koninkrijk ook onderdeel van uitmaakt. Handelsrelaties Het Koninkrijk is een belangrijke handelspartner van Suriname; tegelijkertijd is de handelsrelatie momenteel beperkt. Het Nederlandse bedrijfsleven heeft van oudsher een goede economische uitgangspositie in Suriname, mede dankzij de gemeenschappelijke taal en de intensieve netwerken tussen beide landen. De afgelopen periode heeft Suriname echter aantrekkingskracht verloren op het Nederlandse bedrijfsleven vanwege de slechte economische situatie en het onaantrekkelijke investeringsklimaat. Voor (MKB-)ondernemers binnen het Koninkrijk die kansen op de Surinaamse markt willen benutten is het handelsinstrumentarium beschikbaar. Het kabinet zal zich inzetten voor versterkte en duurzame handels- en investeringsrelaties met Suriname, hetgeen tevens een prioriteit is van de Surinaamse regering. Op termijn starten verkenningen voor een (zodra COVID-19 het toelaat) Koninkrijksbrede handelsmissie naar Suriname. Ter voorbereiding op de uiteindelijke handelsmissie zal er op korte termijn alvast een digitale Onze Referentie BZDOC-1852455046-43 handelsmissie worden georganiseerd, om de meest kansrijke niches en bijbehorende Surinaamse en Nederlandse/Koninkrijkspartners te identificeren. Economie en Financiën Zoals beschreven kampt Suriname met een zware economische en financiële crisis. Ondersteuning van internationale financiële instellingen zal naar verwachtingen gepaard gaan met benodigde hervormingen om het land weer op een duurzaam economisch pad te brengen. Het kabinet is bereid desgevraagd te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor (kleinschalige) technische assistentie (TA) die goed aansluit op de prioriteiten van de Surinaamse regering en de inspanningen van de internationale financiële instellingen. Ook kan worden gedacht aan TA ter verbetering van wet- en regelgeving en kennisoverdracht gericht op versterking van economische en overheidsinstituties. Er zal ook breder gekeken worden op welke manier Nederlandse expertise ingezet kan worden om de Surinaamse economie te versterken. De verwachting is dat er nog de nodige verbeteringen zullen moeten plaatsvinden in de financiële sector, met name op het vlak van toezicht en versterkte antiwitwasmaatregelen. De Nederlandsche Bank (DNB) heeft regulier contact met de Centrale Bank van Suriname (CBvS) en heeft eerder al technische assistentie geboden. DNB is bereid om de TA opnieuw te overwegen. Ook vanuit andere Nederlandse instanties is er bereidheid ondersteuning te bieden op dit terrein. Gezondheidszorg De COVID-19-pandemie heeft ook Suriname hard geraakt. De reeds fragiele gezondheidszorg kwam hierdoor onder zware druk te staan. In reactie op een oproep van de Vereniging van Surinaamse Medici en later ook de regering, heeft de Nederlandse regering in juni en juli voor ca. 2,5 miljoen euro aan medische goederen geleverd. De leveringen, die waren afgestemd op de Surinaamse behoeften, bestonden uit persoonlijke beschermingsmiddelen, medicijnen, COVID19 testkits en beademingsapparatuur. Daarnaast bieden Nederlandse artsen en verpleegkundigen assistentie in Suriname. Op 19 augustus heeft Suriname de Nederlandse regering opnieuw om hulp gevraagd bij de aanpak van COVID-19. In reactie hierop heeft Nederland tijdens het bezoek van minister Ramdin een steunpakket van 3,5 miljoen euro voor de bestrijding van COVID-19 toegezegd, bestaande uit o.a. beademingsapparatuur, patiëntmonitoringssystemen, persoonlijke beschermingsmiddelen en medicijnen. Er zullen naar verwachting door de nieuwe regering hervormingen worden doorgevoerd in het gezondheidssysteem in Suriname, waarbij er gekeken zal worden naar de financiering en efficiëntie van de zorg. Het kabinet is bereid om, indien Suriname dit wenst, mogelijkheden voor ondersteuning te onderzoeken. Culturele- en erfgoedsamenwerking Suriname behoort al geruime tijd tot de landen die prioriteit hebben binnen het Nederlandse internationale cultuurbeleid. Ook in de periode 2021-2024 behoort Suriname tot die 23 landen. Culturele samenwerking richt zich op uitwisseling, vernieuwing, en netwerkontwikkeling. De focus ligt hierbij op jonge cultuurmakers, op contacten met de diaspora in Nederland en op de totstandkoming van banden en samenwerking tussen Nederlandse en Surinaamse instellingen. Een uitdaging is de povere culturele infrastructuur in Suriname en het ontbreken van financiële middelen (zowel bij de Surinaamse overheid als bij Onze Referentie BZDOC-1852455046-43 private partijen). Culturele inzet draagt in thematiek ook bij aan het onderkennen en verwerken van het koloniale verleden. Ook het creëren van bewustzijn en draagvlak voor het erfgoed – materieel en immaterieel – dat beide landen met elkaar delen vormt een belangrijke pijler van de culturele samenwerking. Milieu, water en klimaat Suriname is rijk aan natuurlijke hulpbronnen. Het is het dichtst beboste land ter wereld; meer dan negentig procent van het grondgebied bestaat uit tropisch regenwoud. Ook staat het land in de top-3 van de landen met de grootste zoetwatervoorraden. Desondanks neemt de druk op het milieu door afgifte van grote buitenlandse kapconcessies, ongereguleerde mijnbouw en goudwinning toe. Ook is het laaggelegen kustgebied kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering en zeespiegelstijging. De nieuwe regering zal zich meer gaan richten op de doelen uit de Overeenkomst van Parijs. In het kader van de Interdepartementale Hoogambtelijke Missie willen Nederland en Suriname gezamenlijk verkennen hoe de uitvoering van de Surinaamse klimaatagenda beter kan aansluiten bij internationale fondsen en initiatieven, zoals het NDC Partnership, zodat de implementatie van de Overeenkomst van Parijs door Suriname alsmede het duurzame bosbeheer in het land worden versterkt. Personenverkeer Suriname heeft een lang gekoesterde wens voor EU-visumliberalisering. Om hiervoor in aanmerking te komen zal Suriname aan een aantal voorwaarden moeten voldoen, waaronder medewerking met terug- en overname. De Nederlandse regering heeft de wens van Suriname meerdere malen overgebracht aan de Europese Commissie. Het uiteindelijke standpunt van Nederland zal afhangen van het eventuele voorstel dat de Europese Commissie na onderzoek zal doen. Sinds 1 november 2002 is een sociaal zekerheidsverdrag tussen Nederland en Suriname van kracht. Met Suriname is in 2017 op ambtelijk niveau een akkoord bereikt over aanpassing van dit verdrag in lijn met het huidige nationale beleidskader van bilaterale sociale zekerheidsverdragen. Dit kader ziet op afspraken over stopzetting export kinderbijslag en toepassing van het woonlandbeginsel. Nederland zal in contact treden met de Surinaamse regering om het vervolgtraject rondom de aanpassing van het verdrag ter hand te nemen. Internationale en Europese samenwerking Ook in internationale fora zal afstemming en samenwerking met de Surinaamse regering worden gezocht, bijvoorbeeld in het multilaterale kader, op het vlak van gedeelde waarden zoals mensenrechten en ten aanzien van duurzaamheid en klimaat. Op het gebied van regionale samenwerking is Suriname een belangrijke partner aangezien de Caribische delen van het Koninkrijk onderdeel uitmaken van dezelfde regio en in regionale samenwerkingsverbanden samen kunnen werken met Suriname aan gedeelde uitdagingen en kansen. Het is tot slot relevant om oog te hebben voor de Europese Unie als partner voor Suriname. Suriname maakt deel uit van de groep van ACS-landen (Afrika, Caribische regio en Stille Oceaan). Het Verdrag van Cotonou, dat de relatie tussen de EU en ACS landen regelt, loopt eind 2020 af. Onderhandelingen over een vervolgverdrag zijn gaande. Eventuele financiële EU-steun aan Suriname zal in de periode van het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK; 2021-2027) afkomstig Onze Referentie BZDOC-1852455046-43 zijn uit het nieuwe Neighbourhood, Development and International Cooperation Instrument (NDICI). In lijn met de Nederlandse inzet in de onderhandelingen is er in het NDICI bijzondere aandacht voor Small Island Developing States, waartoe ook Suriname behoort. De Minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok

Nederland wil geen contact met vicepresident Brunswijk

03/10/2020 09:57 – Ivan Cairo

Omdat Ronnie Brunswijk (m) in 1999 door de rechtbank van Haarlem bij verstek werd veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor cocaïnehandel zal de Nederlandse regering geen contact met hem onderhouden tenzij noodzakelijk.

Omdat Ronnie Brunswijk (m) in 1999 door de rechtbank van Haarlem bij verstek werd veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor cocaïnehandel zal de Nederlandse regering geen contact met hem onderhouden tenzij noodzakelijk. Foto: CDS  

PARAMARIBO – De Nederlandse regering wil de banden met Suriname weer aanhalen en versterken, maar met vicepresident Ronnie Brunswijk eigenlijk niets te maken hebben. Den Haag wil alleen contacten met de vicepresident onderhouden “als hier een functionele noodzaak voor is”, stelt de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok, in een acht pagina’s tellende notitie over de betrekkingen met Suriname die vrijdag naar de Tweede Kamer is gestuurd.

“De positie van vicepresident Brunswijk is een aandachtspunt in de relatie met de nieuwe regering. Ronnie Brunswijk is in 1999 door de rechtbank Haarlem bij verstek veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor cocaïnehandel”, aldus Blok. De Nederlandse regering zal geen contact met Brunswijk onderhouden tenzij dat noodzakelijk is. Ditzelfde standpunt was ook ingenomen door Den Haag toen Desi Bouterse in 2010 bij democratische verkiezingen als president van Suriname werd gekozen. Bouterse, die in zijn hoedanigheid als president diplomatieke onschendbaarheid genoot, moet nog een straf in Nederland uitzitten. Hij werd in 2000 bij verstek veroordeeld door het gerechtshof in Den Haag tot elf jaar gevangenisstraf voor de handel in cocaïne.

Blok voert verder aan dat Nederland waarde hecht aan de historische, culturele, economische en persoonlijke banden die de Nederlandse en Surinaamse samenleving met elkaar verbinden. Met de nieuwe regering in Suriname kan de bilaterale relatie weer zo ingericht worden dat deze recht doet aan deze banden en waarmee de belangen van beide landen gediend kunnen worden. President Santokhi heeft de wens tot nauwere samenwerking met het koninkrijk diverse malen, ook publiekelijk, uitgesproken, zegt de bewindsman.

Bij de gewenste betrekkingen met Suriname hoort een moderne en brede samenwerking alsook ruimte voor een open dialoog. Onlangs hebben Nederland en Suriname de eerste stappen hiertoe gezet: minister-president Rutte had op 14 juli een telefonisch onderhoud met president-elect Santokhi. Blok had op 17 juli een telefonische kennismaking met Albert Ramdin, de minister van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking en zij ontmoetten elkaar in augustus in Nederland. Minister Sigrid Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking had toen ook een onderhoud met Ramdin.

In navolging van de gesprekken zal een interdepartementale hoogambtelijke missie onder leiding van Buitenlandse Zaken later dit jaar, en onder voorbehoud van ontwikkelingen op het vlak van Covid-19, in nauwe samenspraak met Suriname de terreinen van samenwerking nader uitwerken in Paramaribo. Afgesproken is alvast dat nog vóór de onafhankelijkheidsviering van Suriname op 25 november beide landen weer ambassadeurs zullen aanstellen als hun diplomatieke vertegenwoordigers. De gemeenschappelijke taal, het gedeelde cultureel erfgoed, de uitgebreide sociale netwerken die beide landen met elkaar verbinden en de wederzijdse belangen vormen, aldus Blok, bepalende uitgangspunten voor het beleid ten aanzien van Suriname.

De economische bedrijvigheid tussen de landen, de bevordering van de rechtsstaat en veiligheid, cultuur en erfgoed, gezondheidszorg en milieu, water en klimaat zijn belangrijke gebieden van samenwerking waar de Nederlandse regering graag op zou willen inzetten. De samenwerking met de Surinaamse overheid zal niet beperkt zijn tot de bilaterale sfeer, benadrukt de bewindsman.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/10/03/nederland-wil-geen-contact-met-vicepresident-brunswijk/

 

Nederland onderhoudt slechts noodzakelijk contact met Brunswijk

02 Oct, 2020, 18:26

foto
 De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok. (Foto: Government.nl) 
De Nederlandse minister van  Buitenlandse Zaken, Stef Blok, heeft in een uitgebreide brief aan de Tweede Kamer de ontwikkelingen in Suriname beschreven. Ook is aangegeven dat de relatie met Suriname zal worden aangehaald. Ook de positie van vicepresident Ronnie Brunswijk is een aandachtspunt in de relatie met de nieuwe regering. De Nederlandse regering zal geen contact met vicepresident Brunswijk onderhouden, behalve als hier een functionele noodzaak voor is, laat Blok de Tweede Kamer weten. 
 
Brunswijk is in 1999 door de rechtbank Haarlem bij verstek veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor cocaïnehandel.  Ook voormalig president Desi Bouterse, die in zijn hoedanigheid als president diplomatieke onschendbaarheid genoot, moet nog een straf in Nederland uitzitten. Hij werd in 2000 bij verstek veroordeeld door het Gerechtshof in Den Haag tot 11 jaar gevangenisstraf voor de handel in cocaïne. Suriname levert geen onderdanen uit. 
 
Het Nederlandse kabinet streeft naar intensivering van de samenwerking op justitie- en politieterrein. Intensief personenverkeer en uitdagingen op het gebied van georganiseerde (drugs-) criminaliteit en witwassen maken dat een goede samenwerkingsrelatie van belang is en blijft. Over het tegengaan van corruptie en witwassen gaat Nederland graag met Suriname in gesprek. Al geruime tijd zetten het ministerie van Justitie en Veiligheid en ketenpartners zich in om de capaciteit van de Surinaamse juridische en veiligheidssector te verstevigen en daarbij de samenwerking tussen beide landen te vergroten. De Raad voor de Rechtspraak, het Openbaar Ministerie, politie en douane zijn hierbij betrokken partners. De lopende samenwerking betreft training en toerusting van het zogenaamde BID-team (bestrijding internationale drugshandel) van de Surinaamse politie, hetgeen uit HGIS-middelen wordt gefinancierd. Het ministerie van Justitie en Veiligheid werkt met ketenpartners aan een capaciteitsopbouwproject in Suriname om de Surinaamse partnerorganisaties te ondersteunen met trainingen en expertise, deelt Blok mee. 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *