DE RECHTERLIJKE MACHT IS OPGESTAAN, WANT WIE WIL NOG ZAKEN DOEN MET EEN VEROORDEELDE MOORDENAAR EN ZIJN CRIMINELE MINISTER VAN FINANCIEËN.

Auteur: Angela Fernald

Mijn stellingen

1. Het is de Nationale Assemblee die de Rechtstaat compleet uitholt en ons volk afsnijdt van internationale leningen en internatioale geloofwaardigheid van de regering.

2. Als Robert van Trikt, voormalig Govenor van de Centrale Bank van Suriname,  al vanaf 6 februari 2020 in de gevangenis zit, dan kan het kabinet niet ongestoord verder gaan met de minister van Financieën maar af te dekken en de President af te schermen.  Immers, niets in Suriname gebeurt zonder goedkeuring en medeweten van de President. Soort zoekt soort!!

Vanaf het aantreden van President Bouterse in 2010 is deze uitholling gaande. De strijd in geculmineerd in een over en weer elkaars wetten negeren. De Nationale Assemblee dreigt in de zaak Hoefdraad wederom de PG (procureur-generaal bij het openbaar ministerie)in zijn hemd te laten zitten, zoals de minister van Justitie en Politie nu al getoond heeft inzake de zaak van Rodney Cairo. De minister gaf gewoon geen gehoor aan het verzoek van de PG. Met andere woorden, de uitvoerende macht bestrijdt haar eigen onderzoeksorgaan omdat de NDP kliek bepaald heeft dat de PG aan de VHP gelieerd is. Deskundigheid en onafhankelijkheid worden door de NDP kliek gelijkgesteld aan persoonlijke ambities van mensen. En het creoolse zittende bolwerk is niet van plan de in hun ogen hindoestaanse rechterlijke macht te gehoorzamen. Openlijke desavoeuringen, aanvallen en obstructies vinden constant plaats richting de PG en minder naar het Hof van Justitie, waar Iwan Rasoelbaks als waarnemend hofpresident de scepter zwaait. Het is een ware oorlog vanuit de NDP kliek tegen de rechterlijke macht. Een rechterlijke macht die altijd maar wordt verweten in een groot complot van politieke scenario’s te zitten wanneer zij de corruptie binnen de NDP gelederen wil aanpakken. Straffeloosheid en klassenjustitie is wat de NDP in ons land probeert door te drukken. Patronage handelingen vieren hoogtij, een hoge positie in ruil voor het door de vingers kijken wanner de NDP haar snode plannen uitvoert in het consolideren van haar macht. In het patronage heeft helaas iedereen zijn prijs, zeker omdat tot op heden de anti-corruptiewet nog niet eens is afgekondigd na aangenomen te zijn  in het parlement.

ALL IN ONE.

De bommetjes van Ma Dini over Diamantenroof, poging ontvoering Rodney Cairo door De Nationale Veiligheidsdienst(DNV), Verzoek PG aan DNA Minister van Financiën Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen, rechtszaak van de Surinaamse bank tegen de Centrale Bank van Suriname, rapportage aan de CFTF(carribean financial task force) over corruptie, witwasserij en drugstransporten, Verkiezingen 25 mei zonder Internationale waarnemers, Aflossingen rente op leningen.

DE LIJNEN

Robert van Trikt(voormalig Govenor CBvS), Gilmore Hoefdraad, minister van Financien, Adeline Wijnerman (bureau voor de staatschuld) Amzad Abdoel, commissie Financien in DNA en de hoogste baas de President.

Op basis van de wet Instaatvanbeschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers, moet het parlement Hoefdraad in staat van beschuldiging stellen, voordat de vervolging formeel kan worden ingezet door het parket.

De lijst van strafbare feiten van een minister van Financieën gaat natuurlijk de hele wereld rond. Nu de minister van Financieën in opspraak is kan de druk van de ketel bij de CBvS. Maurice Roemer wordt door de Surinaamse Bank aangeklaagd inzake de clausule van straffeloosheid. Een moment van timing om de rechter uitspraak te laten doen zodat de Govenor gevrijwaard wordt om  geen politieke zaak vanuit de overheid uit te lokken. De Govenor kon eerder moeilijk de politieke druk vanuit de regering en de “maffia-wereld” doorstaan inzake de straffeloosheid en met behulp van de Surinaamse Bank is de Govenor verlost geworden uit de politieke greep van de rovers binnen en buiten de regering. De acties tegen het  regiem volgen elkaar in rap tempo op. Toeslaan wanneer het rund gewond is, is de beste remedie om hem te kunnen doden. De regering is met haar rug tegen de muur.

Linksom wordt via de advocaat van Robert van Trikt de heer Kanhai, de govenor met zijn haren erbij gesleept omdat er zeer belastend materiaal is vrijgekomen waarmee de Procureur- Generaal Panday verder mee kan. En rechtsom wordt via De Surinaamse Bank de verduistering van de kasreserve bij de Centrale Bank van Suriname(CBvS) eveneens de minister Hoefdraad met de haren erbij gesleept omdat hij als minister doet wat zijn President wil om maar in het zadel te kunnen blijven zitten. Irvin Kanhai, de advocaat van Robert van Trikt, de voormalig Govenor van de CBvS en aan de andere kant de speler Steven Couthino van de Surinaamse Bank namens overige banken, die Hoefdraad laat aanpakken en zijn gehele clan binnen de overheid, de President incluis als hoofdverantwoordelijke voor het leegroven van de kasreserven.

De OKB voorzitter Jennifer van Dijk-Silos zal de CFATF moeten uitleggen hoe het zit met de corruptie binnen de overheid dat een structurele vorm heeft aangenomen om te kunnen overleven, de macht te behouden ten koste van alles en iedereen. Het is daarom niet uitgesloten dat Desi Bouterse zijn eigen minister opoffert om nog enigszinds een kleine kans te maken op voldoende zetelwinst bij de verkiezingen van 25 mei 2020. Want Bouterse weet dat hij de verantwoordelijkheid van de leencultuur en roof van de kasreserve op de schouders heeft gelegd van zijn minister. Dus valt de minister dan valt Bouterse ook, dat is de logische verdere gedachtengang. Robert van Trikt, Gilmore Hoefdraad en Desi Bouterse zijn alle drie de plegers en het is rechtsongelijkheid als alleen van Trikt moet boeten.

EUGENE VAN DER SAN VERSUS IRVIN KANHAI

Eugene van der San en Irvin Kanhai zullen wederom de degens kruisen, want als Kanhai via van Trikt en Hoefdraad heel dichtbij Desi Bouterse komt, dan moet de directeur van het kabinet van de President zijn baas verdedigen door de verkiezingen uit te stellen en zich van Kanhai te ontdoen. De degens tussen deze twee Boutisten liep op 22 januari al heel hoog op toen Desi Bouterse voor de Krijgsraad moest verschijnen. Van der San zijn standpunt was dat Desi Bouterse in persoon en niet in de functie van het ambt van President moest verschijnen voor de Krijgsraad. En Kanhai won de battle, want Desi Bouterse verscheen in de functie van ambtsdrager van het hoogste ambt van President. 

Het is nu weer de hoogste ambtsdrager de President, die op de valreep, volgens Eugene van der San bij staatsbesluit de verkiezingen kan uitstellen. De ambtsdrager is nu volop in functie, in tegenstelling tot het voorstel inzake verschijning voor de krijgsraad. En Desi Bouterse is verzot op macht, dus dit keer zal van der San volgen en Kanhai de pas afsnijden. De noodtoestand is in dit geval van uitstel van de verkiezingen niet eens meer nodig. COVID-19 is de redding voor Bouterse om zich boven wet en recht te begeven via staatsbesluiten in deze uitzonderlijke toestand en omstandigheid van een levensbedreigend virus. Maar covid-19 is tevens de ondergang van het regime Bouterse, daar de economie nog hardere klappen te verduren krijgt en de wanorde op alle gebieden nog sneller zichtbaar is geworden voor iedereen vanwege het geklungel in plaats van deskundigheid van de beleidsmakers. De lugubere gangsterpraktijken van de intelligence o.l.v. DNV heeft een kijkje gegeven in de keuken van de misdaad in Suriname, een misdaad horende bij het tijdperk Bouterse. Suriname is diep geschokt en de President geeft doodleuk op 24 april 2020 zijn TV praatje over Covid-19 en dat de lockdown met twee weken verlengd is. Geen woord over zijn minister van Financieën. Dat er binnen de NDP enorme strubbelingen zijn is vast en zeker. Het gedrag van DNV en de perikelen rondom de minister van Financien zijn niet langer te verdedigen. De NDP dreigt omver te vallen maar zal met het verzoek van de PG proberen overeind te blijven door Hoefdraad niet in staat van beschuldiging te stellen. De Rechtstaat is met de ondersteuning van de volksvertegenwoordiging dan verder aan diggelen getrapt. Dan is er nog altijd een uitweg om Hoefdraad wel te vervolgen, daar de strafklachten betreffen de Bankwet, de anti- corruptiewet en de strafwet. Strafrechtelijke vervolging hoeft niet met toestemming van de Nationale Assemblee ook als het om een ambtsdrager gaat. Als een ambtsdrager de strafwet overtreedt dan komt de PG direct in actie, ambtsdrager of niet. Slechts in het algemeen belang kan de vervolging gesabotteerd worden door de Nationale Assemblee. Wetende dat niet voor niets de Bankwet is overruled met de valutawet en de anti-corruptiewet opzettelijk niet is gesanctioneerd door de President, heeft dit regiem lak aan de rechtstaat en aan de wereld die meekijkt. Er wordt op hoog niveau geschaakt door het regiem Bouterse, de minister van Financieën heeft een opermachtige bescherming door de President dan een Govenor van een Centrale bank en een directeur DNV( directoraat nationale veiligheid). In een Presidentieel stelsel kunnen deze perikelen voorkomen, in een parlementair stelsel was de regering al lang gevallen. Daarom pleit ik voor een parlementair politiek stelsel in Suriname. De dictatoriale neigingen van een President en de arrogantie van de macht zijn ongeevenaard in het tijdperk Bouterse.De werkwijze van de inlichtingendienst eveneens. Alles past zich aan aan de aard van het beestje.

EN DRAAI HET WIELETJE NOG EENS OM

En als het scenario spaak dreigt te lopen, dan draait de as van het kwaad in Suriname alles gewoon weer om. Advocaat Kanhai die eerst vervolging van Hoefdraad een logische stap vond, pleit opeens dat toch alles binnen de bankwet gebeurd is. Intern is de advocaat natuurlijk teruggefloten want de President gaat dan ook niet vrijuit. Dus moeten de lijnen gelijkgetrokken worden. Maar als de bankwet Hoefdraad dekt, waarom zit van Trikt dan vast en wordt hij als voormalig Govenor van de Centrale Bank, niet gedekt door de bankwet?

 

AUDIO

  1. Brunswijk zegt dat DNA bijeen moet komen over kwestie Hoefdraad en keurt DNV optreden af.https://www.apintie.sr/v24196
  2. Hugo Essed: President wordt omringd door machtsdronken mensen https://www.apintie.sr/v24203
  3.  

Echtgenote opiniepeiler vreest voor zijn veiligheid

26/10/2020 10:01 – Wilfred Leeuwin

Echtgenote opiniepeiler vreest voor zijn veiligheidPARAMARIBO – Camille Ramsamooj, echtgenote van de in Suriname aangehouden Trinidadiaanse opiniepeiler Derek Ramsamooj, vreest voor de veiligheid van haar man en meer nog de fysieke toestand waarin hij mogelijk verkeert. In een exclusief interview met de Ware Tijd zegt de vrouw dat het enige dat de rechten en de veiligheid van haar man kunnen beschermen, de integriteit zal zijn van het justitieel onderzoek.

Haar man die in de regio bekend staat als opiniepeiler en diensten verleend aan politieke organisaties werd op 8 oktober in verzekering gesteld. Zijn aanhouding heeft te maken met het onderzoek naar malversatie bij de Surinaamsche Postspaarbank. In deze kwestie is eerder voormalig directeur Ginmardo Kromosoeto aangehouden.

Het parket van de procureur-generaal heeft intussen in een tweede beperking besloten dat alle contact ofwel vrije verkeer met de verdachte wordt verboden. De tweede beperking is ingegaan op 16 oktober voor een periode van acht dagen. In het telefonisch en e-mailcontact dat de Ware Tijd heeft met Camille Ramsamooj, zegt zij dat haar man, vanaf het moment dat hij in zijn hotel in Paramaribo werd opgezocht door de justitie, vrijelijk alle medewerking heeft verleend aan het onderzoek. Zij plaatst vraagtekens achter de aanhouding van haar man. “Mijn laatste contact met Derek was toen hij door de politie is gevraagd naar het bureau te komen en een verklaring af te leggen. Volgens mijn man hielp hij normaal mee aan een onderzoek van de politie, nadat die op 6 oktober hem had bezocht. De rechercheur vroeg hem om op 7 oktober naar het bureau te komen. Derek belde me op video WhatsApp en vroeg mij, in de aanwezigheid van de officier, mee te helpen door alle documenten waar de onderzoeker om vroeg, te scannen en te e-mailen. Ik stemde ermee in om volledig mee te werken en het proces te steunen”, zegt Camille Ramsamooj, die sindsdien geen contact meer heeft gehad met haar echtgenote.

Uit informatie blijkt dat Derek na het afleggen van zijn verklaring tot zijn verbazing werd aangehouden en in verzekering gesteld. In het eerste beperkingsbevel van het parket staat dat de verdachte op 8 oktober is aangehouden. Daarin wordt ook vermeld dat de advocaat Irene Lalji zich zou hebben gemeld als de juridische vertegenwoordiging van Ramsamooj. Echter, de officier van justitie belast met het onderzoek besliste dat op basis van de door Derek Ramsamooj afgelegde verklaringen, de noodzaak is ontstaan voor verder onderzoek, en getuigenverhoren van onder anderen ex-regeringsfunctionarissen.

Justitie zegt dat contact tussen Ramsamooj en Lalji er toe kan leiden dat hij kennis krijgt van andere informatie van getuigen en andere mogelijke verdachten en dat er ernstige vermoeden bestaan dat contact met de advocaat zal worden misbruikt om het onderzoek te belemmeren. “Ik betwist zeker het concept van een politiemacht om de toegang tot juridische vertegenwoordiging te weigeren en om familiecontact te verbreken voordat er een proces heeft plaatsgevonden. Ik betwist ook het idee dat een man die geen Nederlands spreekt, zichzelf alleen kan vertegenwoordigen onder technische ondervraging door een groep mensen wier eerste taal niet het Engels is. Het is de meest voorspelbare trend in de Caribische politiek, dat zodra een politieke groep aan de macht komt, zij zich richten op het in diskrediet brengen van mensen die zij als politieke rivalen beschouwen”, zegt Camille Ramsamooj.

De beschuldigingen tegen haar man noemt zij schandalig. “Maar ze zijn niet mijn grootste zorg; mijn grootste zorg is dat ze voor het eerst in Dereks dertigjarige carrière worden gemaakt in een omgeving zonder de context van een juridisch basisproces. Iedereen kan beschuldigingen uiten, maar in andere Caricom-landen kunnen mensen zichzelf verdedigen door middel van een transparant proces van bewijs verzamelen, juridisch advies inwinnen aan beide kanten en hun geschil voor een objectieve rechtbank brengen.” Camille zegt geen detailinformatie, die zij met de politie heeft gedeeld, openbaar te zullen maken. “Ik zal mijn deel blijven doen aan het respecteren van Dereks verzoek om volledig samen te werken met de onderzoekers.”

Zoekend naar hulp en informatie over haar man heeft zij gesproken met zijn collega’s in het Caribisch Gebied, Caricom-vertegenwoordigers en de Caribische Democratie Unit. Ook heeft zij een beroep gedaan op het ministerie van Buitenlandse Zaken op Trinidad en Tobobago. Haar is toegezegd dat de normale procedure zal worden gevolgd om een consulair bezoek aan Derek te bewerkstelligen, via honorair consul Rudie Tjong A Hung. “Het meest alarmerende aspect in de positie van Derek is dat hij lijdt aan medische aandoeningen die dagelijkse zorg nodig hebben. Zelfs ik als zijn vrouw kan niet weten of hij eten of schone kleding krijgt. Als dit is waar Surinaamse mensen mee leven, hebben ze mijn totale medeleven. Ik zal wat ik heb geleerd zeker delen met zakenmensen uit Trinidad die overwegen kantoren te openen om zaken te doen in Suriname”, zegt Camille Ramsamooj.

Bij het ter perse gaan van de Ware Tijd zondagavond vernam de redactie dat intussen de contactbeperking van Ramsamooj is opgeheven. Hij zou bezoek hebben ontvangen van de honorair consul van Trinidad in Suriname. Derek Ramsamooj zou ook een nieuwe advocaat hebben die hem ook heeft bezocht. Vernomen wordt dat de Trinidadiaanse opiniepeiler het naar omstandigheden goed maakt.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/10/26/echtgenote-opiniepeiler-vreest-voor-zijn-veiligheid/

Kwestie SPSB: Justitie wil partner opiniepeiler en ex-bewindslieden horen

25/10/2020 00:00 – Wilfred Leeuwin

Derek Ramsamooj, de opiniepeiler van Trinidad en Tobago, die in Suriname in verzekering is gesteld.

Derek Ramsamooj, de opiniepeiler van Trinidad en Tobago, die in Suriname in verzekering is gesteld. Foto: sunbelzz.wordpress.com  

PARAMARIBO – De justitie die onderzoek doet naar de malversaties bij de Surinaamse Postbaarbank (SPSB), vermoedt dat er veel meer personen betrokken zijn in deze kwestie. Dit zou blijken uit het verhoor dat is afgenomen van de Trinidadiaansse opiniepeiler Derek Ramsamooj. Hij zou de afgelopen twee tot drie jaar regelmatig opiniepeilingen hebben gedaan voor de voormalige regering van Desi Bouterse. Op 8 oktober werd hij aangehouden nadat hij vrijwillig zou hebben meegewerkt aan een verhoor.

In een tweede beperkingsbevel is op 6 oktober bepaald door de justitie dat Ramsamooj geen contact mag hebben met zijn advocaat Irene Lalji en dat zijn vrijheid verder wordt beperkt. In de beperking wordt vermeld dat het gaat om een vrij omvangrijk onderzoek. In dat verband moeten cruciale getuigen worden verhoord. Onder die getuigen behoren Camille Ramsamooj, de partner van de verdachte, alsook ex-bewindslieden van de regering Bouterse.

De justitie wil ook Ginmardo Kromosoeto, ex-directeur van de SPSB, nader aan de tand voelen. De ervaring leer namelijk dat bij zulke malversaties de verdachten alles in het werk zullen stellen om cruciale getuigen en of medeverdachten te beïnvloeden dan wel kennis te krijgen van wat die getuigen of medeverdachten hebben verklaard, om zodoende de eigen verklaringen aan te passen. Het belang van het onderzoek zou volgens de justitie in ernstig gevaar komen, alsook het proces naar waarheidsvinding.

Het tweede beperkingsbevel is uitgegeven op 16 oktober voor een periode van acht dagen. De komende week moet duidelijk worden als er een derde beperking komt. De Ware Tijd heeft de afgelopen dagen contact gehad met de echtgenote van Ramsamooj. In het interview, dat maandag wordt gepubliceerd in de Ware Tijd doet zij haar wederverhaal in deze kwestie. Zij maakt zich ernstig zorgen om de juridische maar ook mensenrechten van haar echtgenoot die volgens haar een gerespecteerde onderzoeker en opiniepeiler is in het Caribisch Gebied en in zijn dertigjarige carrière voor het eerst is beschuldigd van malversaties.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/10/25/kwestie-spsb-justitie-wil-partner-opiniepeiler-en-ex-bewindslieden-horen/

BREAKING: Hoefdraad spant kort geding aan tegen staat, DNA en OM

11/08/2020 15:12 – Wilfred Leeuwin

BREAKING: Hoefdraad spant kort geding aan tegen staat, DNA en OM

Gillmore Hoefdraad, ex-minister van Financiën, sleept de staat, het parlement en het Openbaar Ministerie voor het gerecht. Foto: Irvin Ngariman  

PARAMARIBO – Gillmore Hoefdraad, de gewezen minister van Financiën, die door De Nationale Assemblee (DNA) – op verzoek van procureur-generaal Roy Baidjnath-Panday – in staat van beschuldiging is gesteld, heeft dinsdag een kort geding aangespannen tegen de staat Suriname, DNA en het Openbaar Ministerie (OM). De Ware Tijd heeft de vordering in bezit. Het juridisch team – Irène Lalji, Frank Truideman en Murwin Dubois – van de ex-bewindsman zegt namens hem tegen de rechter dat het besluit van DNA om hem in staat van beschuldiging te stellen onwettig is.

Hoefdraad zal naast dit kort geding een rechtszaak aanhangig maken bij de kantonrechter. Volgens zijn advocaten heeft hij het recht en een zeer dringend spoedeisend belang dat in kort geding er al een uitspraak wordt gedaan, aangezien zijn rechten en vrijheden door het onrechtmatig genomen besluit ernstig worden aangetast. Maandag is tegen de ex-minister door het Korps Politie Suriname een intern opsporingsverzoek uitgevaardigd.

Het niet horen van een politieke ambtsdrager zou volgens de advocaten in strijd zijn met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en levert een onrechtmatig handelen op van staatsorgaan. Door hem niet te horen is het besluit van DNA nietig en mag het dus niet in stand blijven. Erger nog, de advocaten van Hoefdraad vinden dat door het nietig zijn van het DNA-besluit, geen enkel orgaan van de staat daarop een besluit mag nemen.

In het verzoek wordt verwezen naar de wet ‘In staat van beschuldiging stelling politieke ambtsdragers en gewezen politieke ambtsdragers’. Op elk vordering geldt dat de persoon in kwestie moet worden gehoord. Pas wanneer de persoon in kwestie niet zou verschijnen op de hoorzitting zou DNA ontslagen kunnen worden van de hoorplicht. Er wordt er verder op gewezen dat op 23 april, bij het eerste verzoek van de pg om Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen, hij toen conform de wet is opgeroepen en zich ook heeft verweerd. Aangezien het parlement toen op basis van zijn verweer met een duidelijke meerderheid afwijzend heeft beslist op de vordering van de pg, geldt nu nog dat hij niet in staat van beschuldiging is gesteld. Dat besluit is genomen op basis van artikel 58 van het reglement van orde van het parlement. Met het eindbesluit zou volgens het juridisch team van Hoefdraad een einde zijn gekomen aan de vordering van de pg.

In de vordering aan de rechter wordt verder erop gewezen dat volgens artikel 59 van het Ordereglement een eenmaal genomen besluit door het parlement of ander orgaan van de staat ten aanzien van een persoon of een ambtsdrager niet kan worden teruggeroepen. Anders zouden er gewichtige redenen in ‘s landsbelang moeten zijn of er zouden nieuwe omstandigheden moeten zijn die bij het nemen van het besluit niet bekend waren en wellicht tot een ander oordeel zouden hebben geleid. “Immers, de rechtszekerheid noodzaakt dat er niet teruggekomen kan worden op reeds genomen besluiten en dat er niet politiek opportuun gevist mag worden als er een andere constellatie is”, staat in de vordering.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/08/11/breaking-hoefdraad-spant-kort-geding-aan-tegen-staat-dna-en-om/

BREAKING: Opsporing ex-minister Hoefdraad ingezet

10/08/2020 17:00 – Ivan Cairo

BREAKING: Opsporing ex-minister Hoefdraad ingezet

 

PARAMARIBO – Met de lancering van een ‘interne opsporing’ is maandag formeel de opsporing van de verdachte Gillmore Hoefdraad, ex-minister van Financiën, aangevraagd door de Anti-Corruptie Unit van het Korps Politie Suriname. Dit wordt tegenover de Ware Tijd bevestigd door korpschef Roberto Prade. De ex-minister wordt verdacht van overtreding van de Bankwet, de wet Money Laundering, ambtsverduistering en oplichting.

“Indien de interne opsporing na enige tijd niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd volgt die algemene opsporing”, zegt de korpschef. Hoefdraad is één van de vier verdachten in het geruchtmakend corruptieschandaal bij de Centrale Bank van Suriname (CBvS), dat in februari geleid heeft tot het ontslag van toenmalig CBvS-governor, Robert van Trikt. In deze zaak gelden ook Van Trikt zijn zakenpartner Ashween Angnoe en Faranaaz Hausil, een van de directeuren van de centrale bank als verdachten.

Met uitzondering van Hoefdraad zijn alle overige verdachten gearresteerd en in verzekering gesteld. Vorige week donderdag stelde het parlement volgens de wet ‘In staat van beschuldiging stelling politieke ambtsdragers en gewezen politieke ambtsdragers’ de ex-minister in staat van beschuldiging. Zulks op basis van een hernieuwde vordering van de procureur-generaal. Een eerdere poging om Hoefdraad, toen nog minister, mislukte omdat de toenmalige coalitie in De Nationale Assemblee tegen de vordering stemde.

Volgens bronnen in justitiële kringen wordt eerst met een interne opsporing begonnen die naar alle afdelingen binnen het Korps Politie Suriname gaat. Mocht dit geen succes hebben volgt een algemene opsporing die in de media zal worden gepubliceerd. Als ook dan geen opsporing en aanhoudng plaatsvindt zal een internationale opsporing tegen Hoefdraad worden gelanceerd. Enkele weken geleden vaardigde de procureur-generaal een uitreisverbod uit tegen de ex-bewindsman. Het vermoeden bestaat dat hij in het buitenland, waarschijnlijk Guyana, is ondergedoken.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/08/10/breaking-opsporing-ex-minister-hoefdraad-ingezet/


BOUTERSE EN ADHIN MEDEPLICHTIG IN VERKOOP OVERHEIDSGEBOUWEN

De Nationale Assemblee (DNA) heeft de ex-minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad, gisteravond in staat van beschuldiging gesteld. 28 Assembleeleden hebben vóór gestemd, de leden van de NDP en BEP hadden de zaal verlaten. DNA-voorzitter Marinus Bee heeft ten aanzien van deze kwestie aangegeven,

De Nationale Assemblee (DNA) heeft de ex-minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad, gisteravond in staat van beschuldiging gesteld. 28 Assembleeleden hebben vóór gestemd, de leden van de NDP en BEP hadden de zaal verlaten. DNA-voorzitter Marinus Bee heeft ten aanzien van deze kwestie aangegeven, dat er geen inhoudelijke behandeling zou plaatsvinden, omdat het niet de taak is van de volksvertegenwoordiging om te oordelen of Hoefdraad schuldig is of niet. De hernieuwde vordering tot het in staat van beschuldiging stellen van Hoefdraad werd twee weken geleden door de procureur-generaal (PG) mr. Roy Baidjnath Panday naar DNA gestuurd. Volgens juristen bevat het strafdossier van de PG voor het in staat van beschuldiging stellen van de ex-minister van Financiën, voldoende bewijs voor mededaderschap of medeplichtigheid van de gewezen president Desiré Bouterse en de ex- vicepresident Ashwin Adhin.

Het document van de PG is toegelicht met onderliggende stukken. Ten aanzien van de ‘verkoop’ van de overheidsgebouwen zijn er zijn twee brieven van Hoefdraad gericht aan ex-governor Robert van Trikt, waarin hij aangeeft, overheidspanden “over te dragen” aan de Centrale Bank van Suriname (CBvS) voor een gedeeltelijke financiering of schuldverrekening. De verkoop van de overheidspanden is niet buiten de gewezen president Bouterse en ex-vicepresident Adhin om gegaan. De redactie had toen al uit het document van de PG kunnen achterhalen, dat Hoefdraad aan Van Trikt in een brief d.d. 20 november 2019 had laten weten, dat met verwijzing naar de bespreking met de President van de Republiek Suriname aan de ex-governor was medegedeeld: “De Staat wenst haar toebehorende onroerend goed in de staat zoals deze zich bevindt, over te dragen waarmede dan bewerkstelligd wordt dat er gedeeltelijk financiering of schuldverrekening kan plaatsvinden”, aldus Hoefdraad.

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft een paar weken terug een tweede directielid van de Centrale Bank, Faranaaz Alibaks Hausil, aangehouden en in verzekering gesteld. Zij beklede de functie Legal, Compliance & International Affairs. Naar verluidt is gebleken, dat Hausil verklaringen heeft afgelegd bij de politie die in strijd zijn met de waarheid. Zij is aangehouden in het kader van het onderzoek van het OM, waarbij Robert van Trikt en Gillmore Hoefdraad, ervan worden verdacht zich schuldig te hebben gemaakt aan overtreding van artikel 18 en 21 van de Bankwet en artikel 13 van de Anti-corruptiewet. Hoefdraad wordt ook ervan verdacht, zich schuldig te hebben gemaakt aan oplichting, waarbij hij zeventien panden heeft verkocht aan de CBvS voor euro 105 miljoen. Volgens het onderzoek van het OM heeft Hoefdraad tijdens zijn verhoor, verklaringen afgelegd die niet helemaal op waarheid berusten. Hausil heeft bij de politie min of meer hetzelfde verklaard, terwijl nu blijkt zij medeplichtig is bij de constructie van de ‘verkoop’ van de overheidspanden.

https://dagbladdewest.com/2020/08/07/bouterse-en-adhin-medeplichtig-in-verkoop-overheidsgebouwen/

Antoon Karg 7 augustus om 08:53 · Uit het strafdossier van de PG blijkt voldoende bewijs aanwezig voor mededaderschap of medeplichtigheid van Bouterse en Adhin.

Kaieteur News: ‘Hoefdraad gevlucht naar Guyana’

28 juli 2020

Hoefdraad wil wet aanpassen zodat hij niet meer aangeklaagd kan worden
Gillmore Hoefdraad, ex-minister van financiën in Suriname.
 

De ex-minister van Financiën in Suriname, Gillmore Hoefdraad, is mogelijk gevlucht naar buurland Guyana. Dat meldt de bekende Guyanese nieuwssite Kaieteur News vanmorgen. Bronnen zouden aan die site gemeld hebben dat Hoefdraad is overgestoken naar Guyana.

 

Volgens Kaieteur News reageerde de Guyanese minister van Openbare Veiligheid van Guyana, Khemraj Ramjattan, gisteren niet op vragen of de autoriteiten zouden zijn gewaarschuwd dat de voormalige minister waarschijnlijk illegaal in Guyana zou zijn.

De nieuwssite meldt dat andere hoge veiligheidsfunctionarissen in Guyana gisteren zeiden, dat ze niet op de hoogte zijn van de kwestie.

Ondertussen bespreekt De Surinaamse Nationale Assemblee (DNA) vandaag in een huishoudelijke vergadering de hernieuwde vordering van het in staat van beschuldiging stellen van de ex-bewindsman.

https://www.waterkant.net/suriname/2020/07/28/kaieteur-news-hoefdraad-gevlucht-naar-guyana/

De West: ‘Hoefdraad nergens te vinden’

Publicatie datum: 24 jul 2020 | Bron: Waterkant

De Surinaamse ex-minister van financiën Gillmore Hoefdraad is volgens de Surinaamse krant De West nergens te vinden. De deurwaarder zou al een paar dagen op zoek zijn naar Hoefdraad, maar heeft de ex-minister tot nu toe niet kunnen bereiken meldt De West donderdag.

In april dit jaar diende het Openbaar Ministerie in Suriname een verzoek in bij De Nationale Assemblée (DNA) om minister Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen, op grond van artikel 1 van de Wet in staat van beschuldigingstelling en vervolging politieke ambtsdragers. De procureur-generaal (pg) verdenkt hem van tien strafbare feiten. Een NDP meerderheid van de toenmalige DNA wees het verzoek toen af.

Afgelopen dinsdag heeft procureur-generaal (pg) Roy Baidjnath Panday een uitreisverbod uitgevaardigd tegen de ex-minister. Dit omdat er een hernieuwd verzoek is gedaan bij De Nationale Assemblee om Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen.

Hoefdraad werd door assembleevoorzitter Marinus Bee al wel op de hoogte gebracht van deze hernieuwde vordering van de pg.

De West schrijft verder dat de Surinaamse justitiële autoriteiten sinds dinsdag op zoek zijn naar de ex- minister, maar hem tot nog toe niet kunnen lokaliseren. “Uit betrouwbare bron is ons meegedeeld dat zijn telefoon ook uitgeschakeld is en dat leden van de regering Bouterse ook geen aanwijzingen kunnen geven waar Hoefdraad is” aldus De West donderdag.

https://surinamenieuwscentrale.com/content/de-west-%E2%80%98hoefdraad-nergens-te-vinden%E2%80%99

Kwestie Hoefdraad: Bij 2e vordering pg ook 28 producties

24 Jul, 2020, 00:00

foto
 In het dossier zijn er 28 producties overgelegd. Diverse documenten zijn toegevoegd waaruit blijkt dat de Staat onroerend goed heeft verkocht aan de CBvS. 


 
Het tweede proces-verbaal (pv) dat procureur-generaal (pg) Roy Baidjnath Panday heeft gestuurd naar De Nationale Assemblee met de hernieuwde vordering, heeft net als het eerste, 28 producties. De vordering omvat eveneens 17 pagina’s. Nieuw in de overwegingen van de pg is dat intussen drie verdachten in verzekering zijn gesteld. Het gaat om de gewezen governor van de Centrale Bank van Suriname (CBvS), Robert van Trikt, zijn zakenpartner Ashween Angnoe en Faranaaz Hausil, eveneens topper van de CBvS. Daarnaast heeft hij Gillmore Hoefdraad, ex-minister van Financiën, vanaf de eerste vordering in april, als verdachte aangemerkt.
 
De pg heeft herhaald dat Hoefdraad als gewezen politieke ambtsdrager van 11 strafbare feiten wordt beschuldigd. De strafbare feiten zijn gepleegd in zijn ambt als minister van Financiën. De pg wenst tegen Hoefdraad een gerechtelijk vooronderzoek in te stellen op basis van de Wet In Staat Van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers. Het hoofd van het Openbaar Ministerie vordert dat De Nationale Assemblee onverwijld overgaat tot het beraadslagen en het nemen van het besluit om de gewezen minister in staat van beschuldiging te stellen. 
 
De strafbare feiten waarvan Hoefdraad verdacht wordt, zijn:
1. Het tezamen en in vereniging met één of meer anderen medeplegen van opzettelijke overtreding van het bepaalde in artikel 21 leden 2 en 4 van de Bankwet. 
2. Uitlokking tot opzettelijke overtreding van het bepaalde in artikel 21 leden 2 en 4 van de Bankwet. 
3. Medeplichtigheid tot opzettelijke overtreding van het bepaalde in artikel 21 leden 2 en 4 van de Bankwet. 
4. Het tezamen en in vereniging met één of meer anderen medeplegen van niet-opzettelijke overtreding van het bepaalde in artikel 21 leden 2 en 4 van de Bankwet. 
5. Uitlokking tot niet-opzettelijke overtreding van het bepaalde in artikel 21 leden 2 en 4 van de Bankwet. 
6. Medeplichtigheid tot niet-opzettelijke overtreding van het bepaalde in artikel 21 leden 2 en 4 van de Bankwet. 
7. Het tezamen en in vereniging met één of meer anderen medeplegen van het handelen in strijd met een of meer  wettelijke voorschriften met name het aangaan van een of meer overeenkomsten ten behoeve of ten laste van de Staat of een staatsinstelling. 
8. Uitlokking tot het handelen in strijd met een of meer wettelijke voorschriften met name het aangaan van een of meer overeenkomsten ten behoeve of ten laste van de Staat of staatsinstelling. 
9. Het tezamen en in vereniging met één of meer anderen medeplegen van verduistering van geld of geldswaardig papier gepleegd door een ambtenaar. 
10. Uitlokking tot verduistering van geld of geldswaardig papier gepleegd door een ambtenaar. 
11. Het tezamen en in vereniging met één of meer anderen medeplegen van oplichting gepleegd door een ambtenaar, door het begaan van dat strafbaar feit een bijzondere ambtsplicht is geschonden of bij het begaan van dat strafbaar feit gebruik heeft/hebben zich schuldig gemaakt van macht, gelegenheid of middel van de/die ambtenaren door het ambt geschonken. 
 
Intussen heeft de pg ook een uitreisverbod uitgevaardigd tegen Hoefdraad. Gelet op het onderzoeksbelang acht de pg het noodzakelijk om het uitreizen van Hoefdraad met onmiddellijke ingang te verbieden. De grensposten en de douane zijn ook op de hoogte gesteld van het verbod. Starnieuws verneemt dat de advocaat van Hoefdraad intussen contact heeft opgenomen met het Openbaar Ministerie. De Nationale Assemblee zal zich komende week buigen over de hernieuwde vordering. 

HOEFDRAAD KAN INTERNATIONAAL WORDEN AANGEHOUDEN DOOR INTERPOL

Jul 23, 2020

Ex minister Gilmore Hoefdraad van Financiën mag het land niet verlaten. Hiertoe heeft het Openbaar Ministerie en uitreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De immigratiedienst die wordt gecontroleerd door de militaire politie en alle grensposten van het land zijn hiervan op de hoogte gebracht.

Procureur Generaal Roy Baidjnath Panday wil hiermee voorkomen dat de gewezen minister het land verlaat voordat De Nationale Assemblee DNA zich heeft uitgesproken over de vordering die het Openbaar Ministerie bij haar heeft ingediend om Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen. Hij wordt ervan verdacht zich schuldig te hebben gemaakt aan het ernstige benadelen van de staat, corruptie en frauduleuze handelingen in het schandaal rond de Centrale Bank van Suriname (CBvS).

Het uitreisverbod komt mede omdat Hoefdraad nergens bereikt kon worden om de vordering die hem per deurwaardersexploot moest worden aangereikt, in ontvangst te nemen. Woensdagavond gonsde het van geruchten dat d ex minister het land al zou hebben verlaten met en privé vliegtuig. Dit kon nergens worden bevestigd of hard worden gemaakt. Hoefdraad zelf is ook niet te bereiken voor journalisten die naar hem op zoek gingen.

Mocht de gewezen bewindsman het land verlaten hebben zal een internationaal opsporingsbevel tegen hem worden uitgevaardigd. Hoefdraad zal in dat geval kunnen worden aangehouden door elke politieman in een land dat lid is van Interpol.

Intussen heeft De Nationale Assemblee aangekondigd dat zij vrijdag de vordering van het Openbaar Ministerie in behandeling zal nemen. Deze vordering is de tweede tegen Hoefdraad. De eerste werd afgewezen door de toenmalige regeringscoalitie van de NDP in het parlement. Als reden voor het afwijzen zei onder andere de toenmalige fractieleider van de NDP Amzad Abdoel, dat Hoefdraad de handelingen waarvan hij verdacht wordt, gepleegd te hebben in ’s land belang.

https://unitednews.sr/hoefdraad-kan-worden-aangehouden-door-interpol/

Breaking: Pg vaardigt uitreisverbod tegen Hoefdraad uit

22 Jul, 2020, 15:35

foto

De procureur-generaal (pg), Roy Baidjnath Panday, heeft een uitreisverbod uitgevaardigd tegen ex-minister Gillmore Hoefdraad van Financiën. De commandant van de Militaire Politie, die ook belast is met immigratie, heeft een brief ontvangen van de pg. Asiskumar Gajadien, fractieleider van de coalitie, zegt aan Starnieuws dat het noodzakelijk was om een uitreisverbod uit te vaardigen. Alleen heeft de deurwaarder Hoefdraad sinds gisteravond nog niet bereikt, weet Gajadien. 
 
De pg heeft aangegeven dat er een hernieuwde vordering is gedaan bij De Nationale Assemblee om Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen. In het strafrechtelijke onderzoek tegen Robert van Trikt, de gewezen governor van de Centrale Bank van Suriname, is Hoefdraad medeverdachte. De pg laat de commandant van de Militaire Politie weten dat Assembleevoorzitter Marinus Bee hem bericht heeft dat de hernieuwde vordering in behandeling zal worden genomen. 
 
Hoefdraad is door de Assembleevoorzitter ook in kennis gesteld van de hernieuwde vordering van de pg. Gelet op het onderzoeksbelang acht de pg het noodzakelijk om het uitreizen van Hoefdraad met onmiddellijke ingang te verbieden. De grensposten en de douane moeten ook op de hoogte gesteld worden van het verbod. Gajadien vraagt de samenleving om ook waakzaam te zijn en ongeregeldheden rond deze kwestie te melden. 

DNA-voorzitter Bee zal hernieuwd verzoek pg behandelen

22 Jul, 2020, 00:00

foto
 Assembleevoorzitter Marinus Bee. (Foto: Raoul Lith) 

Assembleevoorzitter Marinus Bee heeft procureur-generaal (pg) Roy Baidjnath Panday dinsdag geantwoord over het besluit dat het college genomen had over de vordering om de toenmalige minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad, in staat van beschuldiging te stellen. De pg kreeg op 19 mei geen toestemming om de bewindsman te vervolgen. Het besluit is echter nooit formeel meegedeeld aan de pg. Deze omissie is nu goedgemaakt, zegt parlementsvoorzitter Bee om een reactie gevraagd aan Starnieuws. De hernieuwde vordering zal in behandeling genomen worden door De Nationale Assemblee (DNA). 
 
Bee zegt dat hij woensdag zal doornemen met de griffier wanneer de huishoudelijke vergadering wordt uitgeschreven. Daar zal beslist worden wat de verdere procedure zal zijn. Wanneer de vergadering gehouden wordt, kan de Assembleevoorzitter nog niet zeggen. Hij geeft aan dat het om een hernieuwde vordering gaat, die op de agenda geplaatst zal moeten worden. 
 
De brief is naar de pg gestuurd met het eerder genomen besluit. Daarmee wordt de eerste vordering afgesloten, laat Bee optekenen. Nu is er een hernieuwde vordering waar De Nationale Assemblee zich over moet buigen. In de huishoudelijke vergadering zal worden besloten of er een commissie zal worden benoemd. De ex-minister is via een deurwaardersexploot ook in kennis gesteld van de hernieuwde vordering van de pg.  
 
De coalitiefractieleider Asiskumar Gajadien zei aan Starnieuws dat Hoefdraad in staat van beschuldiging moet worden gesteld, waardoor het gerechtelijk vooronderzoek kan plaatsvinden. Dan zal blijken wat de juiste feiten zijn. Het onderzoek is noodzakelijk om te weten wat er is gebeurd. Het is aan de rechterlijke macht om te bepalen of de gewezen minister schuldig is of niet. 

OPENBAAR MINISTERIE VRAAGT PARLEMENT WEDEROM HOEFDRAAD IN STAAT VAN BESCHULDIGING TE STELLEN

Jul 22, 2020

Het Openbaar Ministerie denkt er niet aan op te geven in de grootschalig fraude zaak bij de Centrale Bank van Suriname (CBvS).

Nadat eerder op 23 april de coalitie van de toenmalige NDP-fractie een vordering van het openbaar ministerie om ex minister Gilmor Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen was afgewezen, heeft procureur generaal Roy Baidjnath Panday afgelopen mandag een nieuwe vordering gestuurd naar De nationale assemblee. Volgens het parket van de pg voorziet de wet ‘in staat van beschuldiging en vervolging politieke ambtsdragers in het opnieuw vorderen van de in staat van beschuldiging stelling. Volgens de pg zal een toewijzing van het parlement het de vervolging mogelijk maken om in een vooronderzoek klaarheid te brengen in de strafzaak waar Hoefdraad verdacht wordt van een aantal strafbare feiten.

Het Parlement heeft in de persoon van haar voorzitter Marinus Bee het openbaar ministerie laten weten dat de vordering, voor het in staat van beschuldiging stellen van Hoefdraad in behandeling zal worden genomen. Vandaag zal worden bepaald wanneer de behandeling van de vordering op de agenda van het parlement zal worden geplaatst. Zoals de regels het voorschrijven is ook Hoefdraad per deurwaarde exploot op de hoogte gesteld van de nieuwe vordering die het Openbaar Ministerie heeft ingediend bij De Nationale Assemblee.

In de strafzaak omtrent de fraude bij de centrale bank, zijn aangehouden, de voormalige governor Robert van Trikt zijn zakenpartner Ashween Angnoe, en de Legal, Compliance & International Affairs Faranaz Hausil van de bank.

Valt op te merken dat Hoefdraad in deze kwestie zelf het Openbaar Ministerie geeft aangeschreven een onderzoek te doen naar wat er op de CBvS heeft plaatsgevonden.

Het was Hoefdraad die over dit schandaal bij de moederbank in De Nationale Assemblee onthullingen heeft gedaan en alle schuld op van Trikt heeft gelegd. Echter wordt de ex bewindsman vanaf dag een ervan verdacht veel meer te weten en zelf betrokken te zijn geweest bij de gepleegde handelingen.

Intussen zijn er ruim zes maanden verstreken sinds van Trikt werd aangehouden. De rechtszaak in deze kwestie die al bij de rechter was beland is terugverwezen naar de rechter commissaris. Het Openbaar Ministerie heeft daartoe de rechter verzocht omdat er twee getuigen gehoord moeten worden die werkzaam zijn bij het Belgisch bedrijf Clairfield waarmee volgens het Openbaar Ministerie verdachte contracten zijn gesloten.

https://unitednews.sr/openbaar-ministerie-vraagt-parlement-wederom-hoefdraad-in-staat-van-beschuldiging-te-stellen/

Vijay Kirpalani mogelijk medeschuldig

Vijay Kirpalani. Beeld: ABC

Wij weten dat het Wetboek van Strafrecht niet voor iedereen hetzelfde werkt, ook al wordt ons dat van kinds af aan wel geleerd. Het is steeds de vraag waarom de ex-president-commissaris van de Centrale Bank van Suriname (CBvS), de heer Vijay Kirpalanii, ook niet onderworpen wordt aan een strafrechtelijk (voor)onderzoek door de procureur-generaal (pg). Een breed onderzoek naar de mate van vervolgingen in vergelijkbare zaken, maar met verdachten uit verschillende klassen zou dan ook zeer wenselijk zijn, omdat justitie niet klasse-gerelateerd mag zijn. Vijay Kirpalani bijvoorbeeld, zou dezelfde behandeling moeten krijgen als die awarra stelende kleine jongen die wel vervolgd wordt.

Op 3 december 2019 is er een besluit genomen door president Desi Bouterse dat de royalty’s van multinational Iamgold voor de duur van veertien jaar afgedragen worden aan de CBvS. Vijay Kirpalani als ex-president-commissaris van de CBvS, was hiervan op de hoogte.

In de dagen daarna begint de minister van Financiën, de heer Gillmore Hoefdraad, naar geld te zoeken om de achterstallige betalingen aan Suralco te kunnen voldoen, om zodoende de Afobakka-stuwdam te kunnen overnemen. Hoefdraad wilde daarvoor een deal sluiten met Oppenheimer voor een lening van US$ 125 miljoen. Om die deal te kunnen sluiten wilde Oppenheimer een onderpand hebben, als garantie voor terugbetaling van de lening. Hoefdraad bedenkt vervolgens een soort watervalconstructie. (Bron: Vordering van de pg, voor het in staat van beschuldiging stellen van Hoefdraad via De Nationale Assemblee)

Boevenwatervalconstructie
De watervalconstructie bleek achteraf een boevenwaterval-constructie te zijn. Ondanks het feit dat de royalty’s reeds gegeven waren aan de CBvS, werden ze als onderpand (pledge) gegeven aan Oppenheimer. Hoefdraad heeft iets als onderpand gegeven, wat niet meer van ‘hem’ was (Hoefdraad handelde namens de staat Suriname).

Hoefdraad had 90 dagen de tijd om te kunnen laten zien dat hij wel een onderpand heeft voor die lening. Om dit onderpand te bewijzen moest hij binnen de 90 dagen de royalty’s storten op een speciale rekening. Daarna zouden de royalty’s weer gestort worden bij de CBvS, maar dat wist Oppenheimer niet. Eigenlijk zou Oppenheimer dus daarna bedrogen worden. Indien Oppenheimer na de 90 dagen het onderpand niet meer zou krijgen, zou de rente op de US$ 125 miljoen met drie procent verhoogd worden. Dat is bijna US$ 4 miljoen extra schade voor Suriname, terwijl het volk hosselt voor elke één US$. In één van onze eerdere columns hebben wij beschreven waarom dit riekt naar oplichting (drie jaar gevangenisstraf!).

Het behoeft geen betoog dat een internationaal bekend zijnde instantie misleid is door Hoefdraad en daarmee de naam en geloofwaardigheid van Suriname te grabbel zijn gegooid. Bij volgende leningen zullen geldschieters hogere rentes kunnen eisen of extra onderpand willen hebben. Sterker nog, men kan Suriname een lening weigeren, omdat Hoefdraad de staat Suriname een boevenstatus heeft bezorgd met zijn misleidingen. Men gelooft en vertrouwt Suriname niet meer. Dit is ook een schade.

Wij komen terug bij Kirpalani, want deze column gaat over hem. Kirpalani begint vragen te stellen over het ‘dubbele’ onderpand met betrekking tot de royalty’s. Op 11 februari 2020 wordt Kirpalani door Hoefdraad, middels voicenote ingelicht dat er een pledge (onderpand) nodig was om de lening bij Oppenheimer te kunnen krijgen. Dit, terwijl Kirpalani vanaf 1 november 2019 wist dat de royalty’s reeds gepledged (verpand) waren aan de CBvS. Dit is de dubbele pledge.

Op 22 februari 2020 wordt Kirpalani nog eens via een WhatsAapp-bericht ingelicht over het pledgen (dit keer door de handlanger van Hoefdraad, de heer Bernhard Krockow). Precies hier ging Kirpalani de fout in. Hij wist of hoorde te weten dat de royalty’s toebehoorden aan de CBvS en dat dezen niet nog een keer aan Oppenheimer gegeven kunnen worden. Hij wist of hoorde te weten dat de staat Suriname een schade van bijkans US$ 4 miljoen zou kunnen oplopen door het niet (tijdig) geven van het onderpand aan Oppenheimer.

Kirpalani heeft verzuimd om een halt toe te roepen aan deze praktijken, want hij was wel in die positie. Hij heeft nagelaten om datgene te doen wat hij verplicht was te doen (in het strafrecht wordt dit aangeduid met “grove nalatigheid”). Deze nalatigheid is zo groot dat het zelfs lijkt op ‘opzettelijkheid’. Dit komt erop neer dat hij deze onoorbare praktijken oogluikend heeft toegestaan. Hij is medeplichtig, omdat hij een in de positie was dit te stoppen, maar niet gestopt heeft (één van de bestanddelen van medeplichtigheid in het kader van het strafrecht).

Er is nog meer aan de hand
Kirpalani wist of hoorde te weten dat de CBvS overheidspanden had gekocht die niet dienden ter uitoefening van haar taken, terwijl dit volgens artikel 18 van de Bankwet uitdrukkelijk verboden is. De CBvS heeft voor de aankoop van deze panden een bedrag van SRD 869,055,000.00 betaald. Dit bedrag is geen “chicken feed van Adhin”, waardoor het aan je aandacht ontsnapt zou kunnen zijn. Op de verkorte balans van de CBvS werden deze gebouwen vervolgens vermeld onder de post “Gebouwen en inventaris”. Redenen genoeg om aan te nemen dat hij op de hoogte was of had kunnen zijn van deze praktijken, die volgens de Bankwet verboden zijn.

In het debacle rond de gestolen kasreserves heeft Kirpalani de betreffende diefstal zelfs publiekelijk verdedigd. Hij kan nu niet zeggen dat hij niets geweten heeft van die diefstal. Het is niet uit te leggen dat hij niet medeplichtig is aan die diefstal.

Hoefdraad en ex-governor Robert van Trikt zijn als verdachten aangemerkt mede op basis van bovengenoemde feiten. Waarom Kirpalani niet, terwijl hij keihard medeplichtig schijnt te zijn?

Bovenstaande zaken zijn publiekelijk bekend. Het is van algemene bekendheid dat de heer Vijay Kirpalani tegenwoordig in grote delen van de samenleving gezien wordt als iemand van zeer bedenkelijke allooi. Desondanks is de VHP onlangs publiekelijk in de bres gesprongen voor haar prominent lid, de heer Vijay Kirpalani.

Think about it.

Sunil Sookhlall & Kries Mahabier

https://www.srherald.com/columns/2020/07/09/vijay-kirpalani-mogelijk-medeschuldig/

Hoefdraad derde verdachte in zaak Van Trikt: een terugblik

03 May, 2020, 06:42

foto

De Nationale Assemblee (DNA) ontving op 23 april het verzoek van de procureur-generaal (pg) Roy Baidjnath Panday om minister Gillmore Hoefdraad van Financiën in staat van beschuldiging te stellen. De minister is de derde verdachte in de strafzaak rond vermeende malversaties bij de Centrale Bank van Suriname (CBvS). Eerder zijn reeds twee verdachten aangehouden: Robert van Trikt en Ashween Angnoe. Hoe kwam het zover? 
 
Starnieuws zet in een terugblik de zaak Van Trikt op een rij. 
Iedereen is in hoerastemming op 24 december 2019: Suriname heeft de rechtszaak gewonnen, die was aangespannen na de inbeslagname van de 19,5 miljoen euro in Nederland in april 2018. De rechtbank Noord-Holland heft het beslag op en gelast de teruggave van het geld aan de CBvS. Van Trikt is blij en belegt dezelfde dag een persconferentie – het wordt zijn laatste publieke optreden als governor.
 
Journalisten stellen ook vragen over andere onderwerpen. Zo willen ze weten waar de ‘Chotelal-dollars’ vandaan komen, die ver onder de gangbare koers worden verkocht bij City Cambio aan de Hendrikstraat. “Die vraag moet u aan de president stellen”, zegt de governor. Daarmee bevestigt hij wat velen vermoeden: het monetaire beleid wordt niet alleen door de moederbank bepaald.
 
Een auto-kwestie
Terwijl Surinamers zich voorbereiden op owru yari, belt Hoefdraad op 27 december naar Vijay Kirpalani, regeringscommissaris van de CBvS: hij wil zorgpunten over Van Trikt bespreken. “Het begon met de kwestie van de auto”, vertelt Kirpalani tijdens een persconferentie op 7 februari. De gesprekken gaan door na de jaarwisseling. De aanschaf van een auto door Van Trikt en dubieuze bankovereenkomsten met derden worden onder een vergrootglas geplaatst. 
 
Al snel gonst het van de geruchten rond de CBvS-governor. Die worden sterker wanneer hij op 10 januari 2020 afzegt voor de keynote speech die hij vier dagen later zou houden tijdens de nieuwjaarsreceptie van de Vereniging van Economisten in Suriname. De mofokoranti draait overuren: ‘ontslagen’, ‘met verplicht verlof gestuurd’. 
 
Van Trikt met verlof
De raad van commissarissen (rvc) van de bank ontkent op 13 januari dat de governor is ontslagen, maar bevestigt een etmaal later dat zij de governor met verlof heeft gestuurd en intern onderzoek doet. Van Trikt werkt volledig mee aan alle onderzoeken, laat de raad weten.
 
Er is die dag een Assembleevergadering en de leden willen van de regering weten wat er aan de hand is bij de moederbank. Minister Soewarto Moestadja zegt namens de regering dat “er issues spelen” bij de bank en dat de regering het noodzakelijk vindt om een officieel onderzoek in te stellen. Het parlement wordt op een ander moment hierover geïnformeerd. Moestadja bevestigt dat de governor op verzoek van de rvc met verlof is. 
 
Bedankbrieven
Er volgen diverse vergaderingen en gesprekken, ook tussen de president en Van Trikt. Op 18 januari overhandigt Van Trikt zijn bedankbrief; er zou verschil in inzicht zijn met de regering. In de interne bankonderzoeken is ook de naam van waarnemend governor Ingeborg Nijman-Geduld naar boven gekomen. Een dag later neemt zij eveneens ontslag, maar komt hierop terug. Ruim tien maanden na zijn aantreden gaat Van Trikt op 21 januari formeel met ontslag.
 
Hoefdraad benadert de pg
Nog diezelfde dag belegt DNA een vergadering. Hoefdraad doet een boekje open over de gewezen governor. Er zou sprake zijn van overfacturering bij de aanschaf van een kogelvrije Lexus en een Range Rover die geïmporteerd zijn door de CBvS. Verder zou Van Trikt contracten voor miljoenen euro’s hebben gesloten met de Belgische dienstverlener Clairfield voor consultancydiensten. Hoefdraad vertelt verder dat er werd gedeald in cryptocurrency en dat de ex-governor ook diens eigen bedrijf Orion Assurance & Advisory consultancyklussen heeft toegeschoven. 
 
De ontslagaanvraag van Geduld is nog niet ingewilligd; zij is voorlopig met verlof. Alles wordt verder onderzocht en er is overleg met de pg, zegt Hoefdraad. “Het ingrijpen op de Centrale Bank geeft aan dat wij als regering serieus bezig zijn en dat wij zonder aanzien des persoons zullen werken”, verzekert hij het parlement.
 
Clairfield bevestigt betaling CBvS
Op 23 januari bevestigt Managing Partner Hans Buysse van Clairfield Belgium NV dat er geld is ontvangen van de CBvS. Buysse vertelt aan een verslaggever van de Belgische krant De Standaard dat Hoefdraad op de hoogte is van de contracten die door Van Trikt en de bankdirectie zijn getekend. In reactie op een vraag van Starnieuws zegt de minister: “Ik ontken ten stelligste dat wij op de hoogte zijn van deze wurgcontracten en astronomische bedragen”.
 
CBvS vraagt OM onderzoek te starten
Op 28 januari stuurt de CBvS de resultaten van het interne bankonderzoek naar de pg. Regeringscommissaris Kirpalani en de drie bankdirecteuren Michael Soeknandan, William Orie en Faranaz Hausil verzoeken formeel en “mede op instructie van de minister van Financiën” om een opsporingsonderzoek. 
 
OM start strafrechtelijk onderzoek
Op 3 februari maakt het OM bekend dat er strafrechtelijk onderzoek is ingesteld tegen Van Trikt. In een bericht naar de media laat het parket weten “dat op 28 januari, na de bespreking op het presidentieel paleis, via Naarendorp Advocaten een brief is ontvangen. De brief bevat een met redenen omkleed verzoek tot het instellen van een opsporingsonderzoek welk verzoek volgens opgave, mede op instructie van de minister van Financiën, heeft plaatsgevonden”, schrijft het OM. In overleg met justitieminister Stuart Getrouw is het rechercheteam samengesteld dat het onderzoek zal uitvoeren.
 
Verdachte Van Trikt aangehouden
De politie verhoort Van Trikt op 6 februari. Hij wordt gelijk aangehouden en in verzekering gesteld. Het OM geeft direct het bevel tot contactbeperking voor de duur van acht dagen: de verdachte mag geen bezoek ontvangen en niet met zijn raadsman praten. Op 10 februari verlengt de rechter-commissaris (rc) in strafzaken de aanhouding met 30 dagen. Op diezelfde dag vraagt het OM de rc om een gerechtelijk vooronderzoek (gvo) in de zaak Van Trikt te starten. 
 
Tweede verdachte aangehouden
De politie zit niet stil en verhoort op 10 februari de accountant Ashween Angnoe, managing partner bij Orion Assurance & Advisory – het bedrijf dat Van Trikt leidde tot hij governor werd. Orion mocht volgens een overeenkomst tussen de CBvS en Clairfield Benelux enkele werkzaamheden uitvoeren en kreeg daar dik voor betaald. Ook Angnoe wordt aangehouden en in verzekering gesteld. Hij is de tweede verdachte in de zaak Van Trikt.
 
Het OM verlengt op 13 februari telefonisch de contactbeperking van Van Trikt, tot woede van diens raadslieden Irvin Kanhai en John Kraag. Evenals het eerste bevel tot contactbeperking vechten zij dit aan bij het Hof van Justitie. 
 
Gerechtelijk vooronderzoek begint
Rechter-commissaris Ingrid Lachitjaran opent op 14 februari het gvo tegen Van Trikt. Hij wordt verdacht van overtreding van de Bankwet. Ook heeft hij zich volgens het OM schuldig gemaakt aan ettelijke misdrijven zoals genoemd in het Wetboek van Strafrecht, de Anti-corruptiewet en de Wet Strafbaarstelling Money Laundering. Onder leiding van de rc, verhoort het politieteam tal van getuigen onder wie Hoefdraad. 
 
Geen contactbeperking meer
Het Hof heft op 19 februari het opgelegde (tweede) bevel tot contactbeperking op en tikt het OM op de vingers omdat het niet de juiste wettelijke procedure heeft gehanteerd. En zo mag Van Trikt weer vrij contact hebben met de ‘buitenwereld’. Zijn raadslieden spreken hem bijna dagelijks over het ‘hoe en waarom’ van zijn daden. 
 
Aan de media laat Kanhai al snel weten dat zijn cliënt niet op eigen houtje heeft gehandeld; er zou hard bewijs zijn dat hij steeds heeft geopereerd in opdracht van en/of na afstemming met Financiënminister Hoefdraad. 
 
Roemer erin, Kirpalani eruit
Op 18 februari wordt wereldkundig gemaakt dat Maurice Roemer, directeur van verzekeringsbedrijf Self Reliance, Van Trikt zal opvolgen bij de CBvS. Roemer treedt op 22 februari in functie. 
Op 13 april bevestigt Kirpalani tegenover de media dat hij per 19 april opstapt als regeringscommissaris bij de moederbank. Dat doet hij “om persoonlijke redenen”; hij is niet langer in staat zich volledig beschikbaar te stellen.
 
Hoefdraad van getuige naar verdachte
In het opsporingsonderzoek en gvo in de zaak Van Trikt, komen steeds meer strafbare feiten naar boven, die de verdenking tegen Hoefdraad versterken. En medio april verandert de status van de bewindsman van getuige in verdachte. Hij moet 22 april voor de politie verschijnen om te worden verhoord. Hoefdraad laat via zijn raadsman Frank Truideman weten dat hij niet komt. Het OM stelt het politieverhoor uit.
 
OM wil Hoefdraad vervolgen
Intussen wordt op het kantoor van de pg een ander document voorbereid: een brief aan DNA-voorzitter Jennifer Geerlings-Simons. Uit verschillende documenten, getuigenverklaringen en de verhoren van de twee verdachten blijkt dat minister Hoefdraad de derde verdachte is in de zaak Van Trikt. Het OM wil hem vervolgen en een gvo instellen bij de rc. 
De minister heeft de vermeende misdrijven in functie gepleegd. En volgens de grondwet (verder geregeld in de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers) moet de pg een vordering indienen bij het parlement om Hoefdraad als politieke ambtsdrager eerst in staat van beschuldiging te stellen. 
Pas als het college het verzoek inwilligt, kan de pg doorgaan met zijn werk en de rc verzoeken een gvo te openen tegen de minister – en vanaf dat moment te leiden. 
 
Elf misdrijven
In de vordering naar het parlement noemt Baidjnath Panday de elf misdrijven waarvan Hoefdraad wordt verdacht. Volgens de wet moet de pg een korte feitelijke omschrijving meesturen met de vordering – het wordt een bijlage van meer dan 130 pagina’s. Het dossier bevat naast processen-verbaal waarin resumés van afgelegde verklaringen zijn verwerkt, ook bewijsstukken zoals brieven, WhatsAppberichten, missives van de Raad van Ministers, e-mails en delen van uitgeschreven geluidsbestanden. 
 
‘Laat de pg zijn werk doen’
Het OM stuurt de vordering op 23 april naar DNA. Op die dag zitten de verdachten Van Trikt en Angnoe al twee en een halve maand in de cel. De minister reageert nog die avond via het Nationaal Informatie Instituut. “Laat de pg zijn werk doen. Mijn main focus en prioriteit op dit moment is het volk van Suriname redden uit de acute nood”, zegt Hoefdraad. 
 
De Nationale Assemblee is nu aan zet. Het college zal zich buigen over de zaak die begon met een telefoongesprek over zorgpunten, na een intern bankonderzoek malversaties bij de bank blootlegde en vervolgens leidde tot een strafklacht bij het OM en de verdenking van Hoefdraad zelf.
Of de minister uiteindelijk voor de rechter komt, hangt af van een parlementaire meerderheid; het is nu afwachten of minimaal 26 parlementariërs vóór zullen stemmen.

Rudisa, Staatsbezoek China en Russische Helikopter betaald uit kasreserves

May 2, 2020

De overheid heeft over het jaar 2019 meer vreemde valuta uitgegeven dan zij heeft verdiend. Naar wij vernemen waren de vreemde valuta inkomsten in 2019 USD173, 162, 459.19 en de vreemde valuta uitgaven in 2019 waren USD 309, 906,128.13. Uit doorgaans zeer betrouwbare bron vernemen wij, dat de regering Bouterse het verschil heeft gehaald uit de vreemde valuta kasreserves van de commerciele banken. Uit documenten die de redactie onder ogen heeft gehad, heeft het bedrijf van Dilip Sardjoe, “RUDISA” vanaf februari 2019 een enorm bedrag t.w. USD 14.75 miljoen voor de aanschaf van o.a. voertuigen. Daarnaast heeft de regering USD 1.5 miljoen getrokken voor het staatsbezoek van president Bouterse aan de Volksrepubliek China. Ook vond er een overmaking plaats in December 2019 voor USD 1.4 miljoen voor de aanschaf van een Russische Helikopter. Opmerkelijk bij de aanschaf van de Russische helikopter, is dat er een factuur werd aangeboden van USD 1,390,000.-, maar op de bankovermakingen staat er rond USD1.4 miljoen. De vraag is nu, waar die USD 10.000 naar toe is gegaan. Hieronder een overzicht waar de kasreserves volgens onze bron deels aan zijn uitgegeven:
 
*Februari 2019; USD 2.75 miljoen RUDISA
*Maart 2019; USD 1miljoen RUDISA
*Mei 2019; USD 3.5 miljoen RUDISA
*Juni 2019; USD 1 miljoen RUDISA
*Juni 2019; USD 0.7 miljoen aan Coster Advocaten
*Juni 2019; USD 1 miljoen SPSB swingrekening lokale banken
*Juli 2019; USD 1.4 miljoen Vlatacom
*Juli 2019; USD 1.5 miljoen RUDISA
*Augustus 2019; USD 5 miljoen RUDISA
*September 2019; USD 1.1 miljoen aan Opec Fund
*Oktober 2019; USD 0.1 miljoen aan Opec Fund
*Oktober  2019; EURO 2.3 miljoen aan de Monte Desi Pashi
*November 2019; USD 1.5 miljoen China Staatsbezoek
*November 2019; USD 1 miljoen 23rd Metallurgical
*November 2019; EURO 2.3 miljoen aan Watergroep
*December 2019; USD 1.4 miljoen Russische Helikopter
*December 2019; USD 1.7 miljoen Freebalance
*December 2019; USD 1 miljoen Siemens

Hoefdraad huurde Private jet voor aanwezigheid ontslag Gersie

May 2, 2020

Op 11 februari 2019 vloog Gillmore hoefdraad met een Private jet vanuit Washington DC vergezeld van zijn rechterhand Donovan Bruijne terug naar Suriname, om het ontslag van de toenmalige governor van de Centrale Bank van Suriname drs. Glenn Gersie te finaliseren. De overmaking voor de betaling ad USD 86,430.- van deze private jet, met het nummer N651LS, werd op 8 februari 2019 gedaan via de Surinaamse Post Spaar Bank (SPSB), zodat Hoefdraad cito aanwezig kon zijn voor het ontslag van Gersie, dat op 12 februari verleend werd.  Aangezien wij beschikken over het document van de overmaking is deze transactie ook terug te vinden op de gelekte SPSB financiële staat van de rekening van het ministerie van Financiën. Dat Gersie als governor van de Centrale Bank heeft moeten aftreden, heeft volgens onze informatie alles te maken gehad met het opzeggen van het Memorandum of Under-standing (MoU) door de regering dat monetaire financiering van het overheidstekort onmogelijk maakte. Gersie heeft zich namelijk vanaf zijn aantreden altijd tegen de monetaire financiering van overheidstekorten gekeerd en was dus ook nu niet bereid aan hernieuwde geldschepping te doen. Voorts wilde Gersie als hoofdverantwoordelijke op de Centrale Bank, ook niet meewerken aan de versoepeling van het monetaire beleid, waarbij de regering eiste dat de kasreserve omlaag moest worden gebracht, waardoor er meer kredietfaciliteiten bij de banken zouden worden gecreëerd. In het begin zou door de regering zijn aangegeven, dat Gersie zelf is teruggetreden. Daarna werd beweerd, dat er onregelmatigheden onder zijn bewind waren ontdekt. Er zou volgens de regering sprake zijn van dubieuze transacties.  Gersie reageerde toen in een radioprogramma: “Ik heb een rein geweten en heb een goede staat van dienst. Ik heb mijn werk bij de Centrale Bank in alle eerlijkheid gedaan. Nu lijkt het alsof ik tegen de wet heb gehandeld”, aldus Gersie toentertijd. Hij liet weten dat het initiatief om hem te ontslaan genomen werd door de regering.
 

ABC Online Nieuw

Gisteren om 00:11   02-05-2020

 

Regering gebruikt speciale trekkingsrechten IMF voor rentebetaling Oppenheimer staatsobligatielening

De overheid heeft een week geleden circa USD 20 miljoen van haar bijzondere trekkingsrechten die worden aangehouden bij het International Monetair Fonds (IMF) opgenomen.

Uit de weekbalans van de Centrale bank van 24 april 2020 blijkt dat de speciale trekkingsrechten van Suriname bij het internationale monetaire fonds (IMF) waarschijnlijk grotendeels zijn aangewend voor de betaling van de halfjaarlijkse verplichte rente op de staatsobligatielening 2016 – 2026 van US$ 550 miljoen die via Oppenheimer fonds was afgesloten. Deze (coupon) betaling moest uiterlijk op maandag 27 april zijn voldaan. Indien dit niet zou gebeuren zou ons land in een zogenaamde ‘default’ situatie belanden wat funest zou zijn voor de economie.

SDR’s (Special Drawing Rights) zijn bijzondere trekkingsrechten voor lidlanden van het IMF. Een lidland kan deze rechten gebruiken om monetaire problemen op te lossen als gevolg van verminderde valuta-inkomsten. Het gaat dan om een lening die met rente terugbetaald moet worden. De trekkingsrechten zijn geen eigendom van ons land, maar van het IMF en mogen alleen in samenspraak met deze instelling in noodsituaties gebruikt worden. Ook in 2015 deed de overheid een beroep op deze bijzondere trekkingsrechten en kort daarna stonden wij op de stoep van het IMF om de economie te redden.

De Special Drawing Rights namen in de week van 17 – 24 april, door deze betaling, af met SRD 143,7 miljoen (circa US$ 20 miljoen) tot een bedrag van SRD 88,2 miljoen. Door de betaling is de monetaire- of deviezenreserve van Suriname verder afgenomen.

Het IMF heeft echter voorwaarden gesteld voor de lening, waaronder een verplichte devaluatie. Het is belangrijk dat de monetaire autoriteiten snel eerlijke informatie verstrekken zodat er niet over gespeculeerd hoeft te worden.
Dat de lening is genomen is zeker, want het is geboekt op de weekbalans van de Centrale Bank. Door deze handeling zijn toekomstige coupon betalingen, waarvan de eerst volgende al in juni, en andere schuldaflossingen een nog grotere uitdaging geworden.

Het IMF gaat spoedig additionele SDR’s alloceren voor lidlanden die door de Corona-crisis in ernstige economische problemen zijn geraakt.

PALU: Partijpolitieke overwegingen ontmaskert NDP

01 May, 2020, 12:37

foto

Met de vordering van de procureur-generaal (pg) om minister Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen wordt het nogmaals duidelijk hoe kwetsbaar onze jonge democratie is. Wetten zouden zijn overtreden door minister Hoefdraad. De partijpolitieke overwegingen om wetten bij gelegenheid te interpreteren en/of aan te passen ontmaskeren vele NDP-toppers die zeggen zich in te zetten in het algemeen belang. Uitlatingen vanuit de NDP-coalitie als “het is een politieke stap”, “waarom nu vlak voor de verkiezingen”, “de Bankwet zou niet van toepassing zijn op de minister” en “het dossier roept meer vragen op dan het beantwoordt” wijzen op een gevaarlijke zienswijze dat “alles kan, en alles mag”, zolang het om de belangen van slechts een kleine groep partij-toppers gaat.
 
De ex-governor heeft de Bankwet overtreden en zit geruime tijd in voorarrest als verdachte. Uit het dossier van de pg blijkt dat de minister Hoefdraad op de hoogte was, de daad zelfs zou hebben uitgelokt en daardoor dus ook medeplichtig voor het overtreden van de Bankwet. Waarom moeten dan plotseling andere regels gelden? Het wijst op standpunten die onze jonge democratie meer kwaad dan goed zullen doen. De PALU merkt op dat nu, meer dan ooit, het algemeen belang voor moet gaan in de kwestie van minister Hoefdraad, omdat het niet slechts gaat om de persoon, maar ook om de toekomst van onze jonge democratie.
 
Politieke ambtsdragers zijn niet de eerste, de beste in de samenleving. De pg moet de grootst mogelijke zorgvuldigheid betrachten met het vervolgen van een politieke ambtsdrager en daarom is een verzoek tot In Staat van Beschuldiging stellen goedkeuring vereist van De Nationale Assemblee (DNA). Op de eerste plaats gaat het bij deze stap niet om een veroordeling van de politieke ambtsdrager. Het gaat om een gerechtelijk vooronderzoek waarin de minister eerst als getuige onder ede is gehoord, waarin voldoende tegenstrijdige bewijzen op tafel zijn gekomen om de politieke ambtsdrager nu als verdachte te horen. Als de minister als verdachte is aangemerkt, gaat het dan om onder andere confrontatie van de minister met eerder afgelegde verklaringen, ook van andere getuigen en verdachten, en bewijzen. Hierna komt de volgende fase in het proces van vervolging waarbij het Hof van Justitie bepaalt of de verdachte schuldig is of vrijgesproken moet worden. Dit is de reden waarom een kopie van de vordering naar de president gaat omdat de minister misbruik kan maken van zijn ambt en bewijzen kan wegmaken. De minister ontheffen op de kortst mogelijke termijn is dan de enige garantie op een eerlijk onderzoek en om daarna een eerlijk proces te garanderen voor een politieke ambtsdrager. Met het laten van de minister in functie wekt de president de schijn van partijdigheid op en handelt hij daarmee tegen de Grondwet. Want ook de president als politieke ambtsdrager heeft de plicht om zijn taak uit te oefenen in het algemeen belang.
 
De wet is duidelijk over de taak van DNA in deze. Artikel 5 zegt namelijk, ‘de Nationale Assemblée treedt niet in de beoordeling van de gegrondheid van het aanmerken van de betreffende politieke ambtsdrager of gewezen politieke ambtsdrager als verdachte … doch beoordeelt uitsluitend of zijn of haar vervolging in politiek bestuurlijk opzicht in het algemeen belang moet worden geacht’. Met andere woorden, DNA beoordeelt niet inhoudelijk de gronden van de vordering van de pg. DNA moet slechts beoordelen of de vervolging van Hoefdraad in het algemeen belang in politiek bestuurlijk opzicht moet worden geacht: de minister Hoefdraad kan bewijzen wegmaken en daarom is het noodzakelijk om hem uit de functie te zetten. Afwijzen van de vordering door DNA nemen de verdenkingen niet weg. En dus kan de nieuwe DNA een nieuwe vordering wel toewijzen omdat de gronden van verdenking nog steeds aanwezig zullen zijn.
 
Ontheffen van Hoefdraad uit zijn functie zou ook juist nu meer rust brengen in politiek bestuurlijk “ethisch” opzicht. Hoe voert de minister in politiek bestuurlijk opzicht zijn taken uit nu hij als verdachte zal worden aangemerkt? Hoe kijken buitenlandse mogendheden en internationale organisaties nu naar Suriname waarmee de minister onderhandelingen en gesprekken voert? Hoe gaan staffunctionarissen van het ministerie van Financiën en van de Centrale Bank nu om met opdrachten die nu gegeven worden door deze minister terwijl we hem verdenken dat hij de Bankwet heeft helpen overtreden? Gaat hij met het instellen van het Covid-noodfonds weer functionarissen vragen om wetten te overtreden via telefoontjes en Whatsapp berichten? Het is in elk geval raadzaam dat ook de staffunctionarissen en de huidige governor alle telefoongesprekken opnemen met Hoefdraad, de rvc en mogelijk ook de president en alle e-mails en documenten zorgvuldig bewaren.
 

NDP-parlementariërs zijn makke schaapjes in dienst van baas

April 30, 2020

‘Abdoel en Misiekaba gaven eerder aan dat Hoefdraad moest oprotten’

Volgens politicoloog, Hans Breeveld, verbaast het hem niet dat de NDP aangeeft, massaal te zullen staan achter de minister van financiën en dat aantijgingen jegens hem aanvallen zijn om zijn imago te schaden, omdat hij zich herinnert dat in het verleden het dezelfde leden Abdoel en Misiekaba waren, die zich niet konden terugvinden in het beleid van de bewindsman. “We herinneren ons nog dat in 2015 het de leden Misiekaba en Abdoel waren die hebben gefulmineerd tegen het beleid van Hoefdraad, en toentertijd zelf aangaven dat hij kon oprotten”, aldus Breeveld. Deze uitspraken doet hij naar aanleiding van de verklaring die zou zijn uitgegeven door de NDP over de instaatstelling van beschuldiging van de minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad. De NDP doet een beroep op haar achterban, massaal te staan achter de regering, maar in het bijzonder de minister van Financiën. Volgens haar gaat het in deze om een laatste politieke aanval kort voor de verkiezingen. Volgens Breeveld gaat het zijn verstand te boven dat een oproep van de procureur generaal (PG) wordt gezien als een politieke aanval, omdat Hoefdraad vanaf 2015 op dezelfde voet door is gegaan. “Politici hebben sedert toen gewaarschuwd, maatschappelijke groepen hebben ook gewaarschuwd, echter heeft hij zich daar niet aan gestoord. Nu komt men uiteindelijk met een verklaring, terwijl men weet dat we financieel –op weg zijn naar een junkstatus”, zegt de politicoloog. Volgens hem wordt de rechterlijke macht steeds negatief belicht, wanneer het gaat om kwesties waarbij NDP leden in de beklaagdenbank staan. Echter is volgens de NDP de rechter wel correct bezig, wanneer het gaat om normale burgers. “Men schrijft in de verklaring dat alle klachten tegen de minister één voor één zullen worden ontzenuwd, dan is de plaats om dit te doen de rechtszaal, en niet in een verklaring of in een radioprogramma. Maar we merken dat deze minister gewoon zegt, dat hij geen tijd heeft voor het Openbaar Ministerie (OM), omdat hij het druk heeft”, aldus de politicoloog. Dit hoort volgens Breeveld niet in een democratische rechtstaat. Volgens hem zou de minister zijn functie gelijk neer moeten leggen en ertoe over moeten gaan, zijn onschuld te bewijzen. Hij merkt ook op dat het werk van een parlementariër verkeerd wordt opgevat. “Mensen proberen loyaal te zijn aan hun partij, waardoor ze één van de belangrijkste taken van het parlement, over het hoofd zien. En dat is het controleren van de regering. Je kunt niet loyaal zijn en tegelijker tijd controle willen uitoefenen”, zegt de politicoloog. Volgens hem zijn jonge politici binnen de NDP in de afgelopen jaren veranderd tot makke schaapjes in dienst van de baas. “Hij fluit en zij dansen”, aldus Breeveld.

CBvS heeft Euro 85 miljoen te veel betaald voor ‘overheidspanden’

April 30, 2020

‘Gebouwen laten ontruimen of huur innen’

De Centrale Bank van Suriname (CBvS) heeft onderleiding van ex- governor Robert van Trikt  zeventien (17) overheidspanden gekocht van de Staat Suriname. Hiervoor heeft de moederbank een enorm bedrag van Euro 105, – miljoen betaald. Naar wij vernemen zou de Centrale Bank per heden beslag kunnen leggen en de gebouwen laten ontruimen of huur innen van de overheid, die nog steeds de panden kosteloos gebruikt voor haar activiteiten. De verkoop van de 17 overheidsgebouwen werd gearrangeerd door Gillmore Hoefdraad, minister van Financien en de details van deze “overeenkomst”, staan uitgebreid vermeld in een lijvig document dat de Nationale Assemblee vorige week heeft ontvangen van de procureur-generaal (pg) mr. Roy Baidjnath Panday. Dit document bevat een aantal strafbare feiten gepleegd door minister Gillmore Hoefdraad van Financien en is uitvoerig toegelicht met onderliggende stukken. Het schrijven waarin de panden worden opgesomd, is onderverdeeld in twee brieven en daarin wordt aangegeven door Hoefdraad, dat deze panden een geschatte marktwaarde hebben van Euro 60 miljoen en Euro 45 miljoen (in totaal Euro 105 miljoen), maar uit nader onderzoek is gebleken, dat deze panden nimmer zijn getaxeerd. Bepaalde van de overheidsgebouwen staan op de UNESCO Werelderfgoedlijst en onze bron vermeldt, dat de “overheidsgebouwen” naar zijn kennis overgefactureerd zijn. “Als je de zaak dan ruim bekijkt, konden de panden voor maximaal Euro 20 miljoen worden verkocht. Dan is de volgende vraag, waar is het bedrag van Euro 85 miljoen naartoe”, aldus onze goed geïnformeerde bron. Verder is ook uit onderzoek gebleken, dat deze panden genoemd in de tweede brief (Euro 60 miljoen) niet in eigendom aan de Staat toebehoren, maar staan op naam van stichtingen en naamloze vennootschappen. Naar aanleiding van de brieven die moeten gelden als een “koopovereenkomst’ van de Centrale Bank, kan worden gesteld, dat zij aan hun betalingsverplichting hebben voldaan. Hierbij geldt dat de 8 panden uit de eerste brief (Ministerie van Financien (Tamarindelaan br. No3); Ministerie van Financien (oud gebouw afdeling Thesaurie Inspectie- Mr.Dr.J.C. de Mirandastraat br.no. 17); Ministerie van Financiën (oud gebouw afdeling Economische aangelegenheden- Onafhanklijkheidsplein); Ministerie van Justitie en Politie (oud KKF gebouw- Mr. Dr. J.C. Mirandastraat br.no.6); Ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting (Waterkant br.no 30-32); Ministerie van Regionale Ontwikkeling (Roseveltkade br.no.2); Ministerie van Ruimtelijke Ordening, Grondbeheer en Bosbeheer (Cornelis Jongbawstraat  10-12); Het gebouw van de Nationale Loterij aan de Keizerstraat) allemaal eigendom zijn van de moederbank, vanaf het moment dat zij de koopsom heeft betaald aan de overheid.

DA'91 niet onder indruk van vreesaanjaging NDP

30 Apr, 2020, 18:55

foto

DA’91 constateert dat zodra een prominente NDP’er door het Openbaar Ministerie, na de opsporingsfase door de politie, verdacht wordt van strafbare feiten, het vervolgingsapparaat onder vuur wordt genomen en de pg in het bijzonder bedreigd en bezoedeld wordt. De geschiedenis spreekt voor zich. Voorbeelden te over. Ook nu zien wij een enorme intimidatie vanuit de NDP niet alleen richting de pg, rechterlijke macht maar ook de totale samenleving. 
 
DA’91 is niet onder de indruk van deze vreesaanjaging. Integendeel benadrukt DA’91 des te meer dat zodra zij in het bestuurscentrum is na de verkiezingen van 25 mei a.s. zij de rechterlijke macht en al haar werkarmen zal versterken zodat wij onder andere de “gestolen gelden van het volk” terughalen en de boevenbende zonder pardon voor de rechter slepen.  
 
Het is duidelijk dat de NDP nooit eerbied en respect voor de rechtsstaat heeft gehad, toen niet en ook nu niet. De gezochte argumentatie in de NDP-verklaring onderstreept de minachting voor het OM. De wet biedt aan eenieder voldoende de mogelijkheid in eerste aanleg en daarop volgend in hoger beroep mogelijkheid om je onschuld te bewijzen. Desondanks kiest de partij ervoor de minister  die al jaren gekenmerkt  wordt door onsmakelijke en onverantwoordelijk praktijken in relatie tot o.a. de CBvS, in bescherming te nemen alvorens er ruimte is voor daadwerkelijk onderzoek. Uit de vordering blijkt overduidelijk dat het OM niet lichtvaardig is omgegaan maar er genoegzame gronden aanwezig zijn voor een vervolging. 
 
Deze coalitie ontbeert volledig de toetsing aan de ‘zedelijkheid en het staatsbelang’. De NDP fractie poogt wederom de berechtende instantie te zijn om zo hun corrupt beleid door laten gaan dat in dit enkel geval om honderden miljoenen aan buitenlandse valuta gaat. 
 
DA’91 zal wat in het huidige parlement niet lukt, in de nieuwe DNA na 25 mei 2020, onmiddellijk vorm geven namelijk de opheffing van de ministeriële immuniteit. Het huidige standpunt van de NDP is niets anders dan de zoveelste samenzwering tegen de ontwikkeling van ons volk. DA’91 zal hier een radicaal eind aan brengen!

VHP in zaak-Hoefdraad: NDP holt rechtszekerheid verder uit

30 Apr, 2020, 09:31

foto

 
Alle leden van het parlement moeten hun verantwoordelijkheid nemen en voorkomen dat de zaak Hoefdraad in de doofpot verdwijnt. Alle leden, dus ook de NDP-fractieleden, hebben zich te houden aan de wet en die is duidelijk. In zaken waar het Openbaar Ministerie (OM) ernstige verdenkingen heeft tegen een minister, moet het de ruimte krijgen om dit tot op de bodem uit te zoeken. Integer bestuur dicteert de enige weg: opheffing van de immuniteit van de minister zodat hij in staat van beschuldiging kan worden gesteld. Andere regeringen hebben dit ook gedaan door zich aan de wet te houden, zelfs als het ging op een minister uit de eigen partij. Dit zegt de VHP in een verklaring. 
 
Het kiezersvolk doorziet het gedraai van de NDP en zal dit ook kenbaar maken op 25 mei a.s. wanneer zij een einde maakt aan 10 jaar corrupt, incompetent en armoedebeleid van deze NDP regering. De NDP-fractie heeft zich de afgelopen jaren gedragen als een stelletje ja-knikkers. Ze hebben de rechtszekerheid steeds verder uitgehold. Ze hebben ingestemd met wetten die de rechtstaat ondermijnen, zoals bijvoorbeeld met terugwerkende kracht strafbare feiten van de minister van Financiën rond het schuldenplafond te ‘witwassen’. In het recente statement van de NDP neemt zij niet alleen het politiek standpunt in om de minister blindelings te beschermen, maar speelt de NDP zelf voor rechter door de minister bij voorbaat onschuldig te verklaren. Zij somt daarbij zaken op die niet ter zake doen bij het onderzoek; zaken die niets te maken hebben met de inhoud van het strafdossier. De dreigende taal van de NDP richting het OM keurt de VHP dan krachtig af.
 
DNA is geen rechter en velt geen oordeel
Het OM o.l.v. de procureur-generaal (pg) heeft het dossier over minister Hoefdraad naar DNA gestuurd, omdat dit de juiste procedure is bij een onderzoek tegen een bewindsman. Volgens artikel 140 van de Grondwet kan de pg niet zomaar tot vervolging van een politiek ambtsdrager (waaronder een minister) overgaan. De Nationale Assemblee moet de pg en de rechterlijke macht daartoe de ruimte geven. Het gaat dus niet om “de minister door tussenkomst van het parlement op te sluiten” zoals de NDP onterecht stelt, maar om het OM de ruimte te geven het onderzoek grondig te doen. DNA velt dus ook geen juridisch oordeel en is geen rechter, maar stelt de onafhankelijke rechterlijke macht (waartoe de pg behoort) in staat haar werk te doen. 
 
Indien de minister niets strafbaars heeft gedaan, zal dat blijken uit het onderzoek en dat hoort zo te zijn in een functionerende rechtsstaat. De NDP wil echter dat DNA nu al een oordeel velt door het onderzoek te stuiten en het Openbaar Ministerie te belemmeren haar werk te doen. Dat is politieke inmenging die niet toegestaan mag worden. Het is niet aan de NDP om de minister te oordelen of vrij te pleiten en ook niet aan de VHP of welke andere partij dan ook. Dat werk moeten wij aan de deskundigen overlaten die hiervoor zijn opgeleid en die de verantwoordelijkheid dragen.
 
De NDP ondermijnt vaker de rechtsstaat
Het is jammer te moeten constateren dat de NDP in de afgelopen jaren meerdere malen gepoogd heeft om de rechtsstaat en de onafhankelijke rechterlijke macht te ondermijnen. Dat is gebleken bij het 8 decemberproces, waarbij zelfs een amnestiewet werd aangenomen en het proces jarenlang gefrustreerd is. Ook na het overlopen van de DNA-leden Sapoen en Chitan is de terugroeping gefrustreerd middels ad hoc wetgeving en het niet naleven van het rechterlijke vonnis. Vaker is de rechterlijke macht en met name ook de pg onterecht beschuldigd en zelfs bedreigd. Dit  terwijl de regering zelf misbruik van macht maakt zoals onlangs weer is gebleken in de mislukte ontvoering van dhr. Cairo door de Nationale Veiligheidsdienst. Daarover zwijgt de NDP in alle talen of probeert via haar woordvoerders zaken bewust te verdraaien. Bestuurders hebben een voorbeeldfunctie en de minister heeft de kans het goede voorbeeld te geven. De NDP-fractie moet hem die kans niet onthouden.
 
Voortgang onderzoek
Het onderzoek naar minister Hoefdraad is niet pas een maand vóór de verkiezingen opgestart, maar is begonnen toen minister Hoefdraad zelf op 21 januari de inmiddels ex-governor van de Centrale Bank beschuldigde van frauduleuze handelingen in DNA. Uit correspondentie blijkt bovendien dat de minister zelf overleg heeft gevoerd met de pg over start. Eind januari is toen de pg ingeschakeld voor het doen van onderzoek. Gebleken is dat ex-governor Van Trikt zaken naar voren heeft gebracht die zijn uitgemond in het huidige dossier.  Het Openbaar Ministerie gaat gewoon door met zijn werk van de afgelopen maanden en dat heeft dus niets met de verkiezingen te maken. 
 
Uit het onderzoek tot nu toe blijken o.m. 17 overheidsgebouwen verkocht te zijn aan de Centrale Bank voor 105 miljoen euro, terwijl de bank die absoluut niet nodig had. Ook zijn royalty’s van de Iamgold meerdere malen aan financiers in onderpand gegeven. Kortom zaken die voldoende ernstig zijn om een gedegen onderzoek te rechtvaardigen. Geen wonder dat de NDP dit zo snel mogelijk wil stopzetten, net zoals de vele corruptiezaken, want als de beerput echt open gaat zal de stank veel groter worden. De VHP roept alle geledingen in de samenleving op om samen op 25 mei een einde te maken aan deze willekeur van de NDP. Het is tijd voor een andere regering die voor het volk werkt, corruptie aanpakt en rechtszekerheid biedt aan alle inwoners, ongeacht hun afkomst, geloof of politieke kleur. 

Parallelmarkt doet cambio’s de das om

April 30, 2020

Cambiohouders verklaren tegenover ons dat zij zich zorgen maken over de ontwikkelingen op valutagebied rond de parallelmarkt. Volgens hen is de koers op deze markt ook wel zwarte markt genoemd veel hoger, dan de koers die ze maximaal zouden mogen aanbieden. Bovendien mogen zij ook geen valuta meer verkopen, wat maakt dat ze niet langer in staat zijn, met deze markt te concurreren. Terwijl voor de aankoop van US-dollars bij de cambio’s een koers van SRD 11 wordt gehanteerd, de zwarte markt koers intussen al SRD15 is. Volgens de cambio’s wordt ze de das omgedaan door de vigerende wet valutaverkeer, die vermeld dat de koers wordt bepaald door de Centrale Bank van Suriname (CBvS).Verder mogen zij volgens de nieuwe wet, ook geen valuta meer verkopen en moeten alle aankopen doorverkocht worden aan de moederbank. “Niemand komt momenteel bij ons wisselen, omdat ze veel meer voor hun valuta krijgen op de zwarte markt”, zegt een bezorgde cambiohouder. Volgens hem is het valutaverkeer dusdanig vergemakkelijkt, dat mensen zich op sociale media voordoen als wisselkantoren. “De mensen bieden nu een hogere koers en worden tot aan huis benaderd”, zegt de cambiohouder. Dit maakt volgens hem, dat haast niemand meer gebruik maakt van de wisselkantoren. Een ander punt waarmee de cambiohouders zitten, is dat de hosselaars nu zelf voor de overmakingskantoren actief zijn. “Het moment dat de mensen valuta uit het buitenland hebben ontvangen, worden ze meteen benaderd door de illegale wisselaars, waardoor de mensen niet meer naar ons toe komen”, zegt een cambiohouder. Hij vertelt dat de CBvS wel heeft ingestemd met het verzoek om de koers aan te passen, echter heeft de zwarte markt daarop meteen ingespeeld door nog hoger te gaan. De cambiohouders zeggen dat indien de situatie ongewijzigd blijft, zij geen ander keus hebben dan hun deuren te sluiten of personeel af te vloeien. “Het lijkt alsof deze wet is gemaakt om de sector kapot te maken, echter vergeet men, dat ook wij arbeiders in dienst hebben en dat ook die groep eronder zal lijden als wij besluiten onze deuren te sluiten”, aldus een cambiohouder.

NDP staat vierkant achter Hoefdraad; oproep achterban

29 Apr, 2020, 16:17

foto
Alle rechtgeaarde NDP-ers en sympathisanten worden opgeroepen zich in deze uitdagende periode massaal te scharen achter de regering, en in het bijzonder, minister Gillmore Hoefdraad van Financiën. De laatste politiek gekleurde aanval op de regering (lees: de NDP) om deze NDP-minister te criminaliseren en te veroordelen, moet resoluut worden afgestraft!  Dit zegt de NDP in een verklaring. De kans is volgens de NDP groot dat De Nationale Assemblee niet ingaat op het verzoek van de procureur-generaal om de minister in diskrediet te brengen. Het strafdossier is volgens de partij misleidend. Door de minister aan de vooravond van de crisis en de aankomende verkiezingen te criminaliseren, is het scenario erop gericht de regering/NDP het regeren in de laatste maand onmogelijk te maken, en haar zodoende op 25 mei aanstaande naar huis te sturen. 
 
Minister Hoefdraad heeft de regering van meet af aan met raad en daad bijgestaan. In goede en gunstige tijden. Hij heeft bij de onverwachtse financiële crisis in 2015/2016 zonder aarzelen zijn internationaal netwerk ingeschakeld om Suriname boven water te houden. De bewindsman heeft op aangeven van de president ervoor gezorgd dat het sociaal akkoord van de NDP zoveel als mogelijk is uitgevoerd, en daarnaast duurzame kapitaalsinvesteringen in wegenbouw, huisvesting, mijnbouw, energie, gezondheidszorg en landbouw onverkort zijn voortgezet. Daarnaast is de Afobaka-dam in staatshanden gekomen, hetgeen een boost zal geven aan de economische ontwikkeling van het land. De leningen zijn ondertekend met gerenommeerde internationale organisaties en de besteding gebeurt op een verantwoorde en transparante manier. Er is een verantwoordelijk en professioneel team van experts dat ervoor zorgt dat de leningen die worden ondertekend in overeenstemming zijn met de wet en internationale best practices. Er mag geen twijfel over bestaan dat deze economische hervormingen en ontwikkelingsinvesteringen de basis leggen voor een welvarender Suriname.
 
Geen persoonlijk gewin
Minister Hoefdraad heeft te allen tijde de grondbeginselen van de partij in acht genomen en ervoor gezorgd dat de NDP haar beloften aan het Surinaamse volk, ook onder de meest moeilijke omstandigheden, nakomt. Vermeldenswaard is ook dat de minister geen enkele economische maatregel heeft gepleegd in eigen belang of financiële middelen van de staat heeft ontvangen of aangewend ten eigen bate. Alles is gedaan in belang van de staat Suriname, en niet om persoonlijk gewin.
 
De recente politieke aanval om de minister door tussenkomst van het parlement op te sluiten, moet daarom resoluut worden afgestraft. Het dossier aangeboden aan het parlement, zit vol misleidende verbanden en overhaaste conclusies. De kans is groot dat De Nationale Assemblee niet ingaat op het verzoek van de procureur-generaal om de minister in staat van beschuldiging te stellen. Niet uit politieke overwegingen, maar omdat nu reeds blijkt dat het Openbaar Ministerie met hagel schiet wanneer het gaat om de tenlasteleggingen. De daarin genoemde strafbare feiten worden een voor een ontzenuwd. 
 
Misleidende strafdossier
In het dossier dat naar het parlement is gestuurd, staat een opsomming van 11 strafbare feiten. De meeste punten zullen terstond vervallen, omdat artikel 21 van de Bankwet niet van toepassing is op de Minister van Financiën. Diverse feiten waarvan de minister wordt verdacht, zijn gebaseerd op uitlokking. Van uitlokking kan echter geen sprake zijn. De wet is daarover duidelijk. Het geeft precies aan wat de Centrale Bank governor mag en kan doen. Indien de governor een “opdracht” zou krijgen die niet strookt met de wet, geeft hij dat terstond aan. Dat de Financiënminister wordt verdacht van uitlokking, versterkt het vermoeden dat de pg niet bezig is met waarheidsvinding, maar zijn pijlen uitsluitend heeft gericht op het criminaliseren en verdacht maken van de bewindsman.
 
Massaal afwijzen
De partij doet een beroep op het parlement om voorbij te gaan aan het verzoek van de pg en de minister van Financiën zijn ambt voort te laten zetten. Het moment waarop dit plaatsvindt is ook zeer ongunstig, omdat op dit moment alle zeilen worden bijgezet Suriname te besparen van een ongekende gezondheids- en economische crisis. Het noodfonds waar specifieke groepen in de samenleving naar uitkijken, zal deze week ten uitvoer worden gebracht onder aanvoering van minister Gillmore Hoefdraad. De bewindsman zal wederom – en meer dan ooit – gebruikmaken van zijn internationaal financieel netwerk om Suriname door deze moeilijke periode heen te loodsen. Door hem aan de vooravond van de crisis en de aankomende verkiezingen te criminaliseren, is het scenario erop gericht de regering/NDP regeren in de laatste maand onmogelijk te maken, en haar zodoende op 25 mei aanstaande naar huis te sturen. 
 
Wij NDP-ers zullen dit massaal afstraffen door als 1 man te staan achter het parlement dat zich binnenkort moet uitspreken over deze case. In het verlengde daarvan gaan wij Suriname op 25 mei massaal PAARS kleuren en de kracht en eenheid van onze partij tonen. A bun wroko mus go doro. Gado na wi fesi man!, stelt de NDP in haar verklaring. 

Hoefdraad hield Oppenheimer en Kirpalani bewust voor de gek

April 29, 2020

De Nationale Assemblee heeft afgelopen week een lijvig document ontvangen van de procureur-generaal (pg) Roy Baidjnath Panday, waarin vermeende strafbare feiten ge-pleegd door minister Gillmore Hoefdraad van Financiën, zijn vastgelegd. Het document is uitvoerig aangegeven en toegelicht met onderliggende stukken. Door middel van handelingen vastgelegd in dit document, wordt aangetoond dat ex-governor Robert van Trikt te samen met Hoefdraad, in strijd hebben gehandeld tegen artikel 18 en 21 van de Bankwet, alsook artikel 386 jo 67 en 423 van het wetboek van Strafrecht (oplichting/ambtsverduistering). Zoals aangegeven in de onderliggende stukken in het document, heeft de Republiek Suriname bij Oppenheimer & Co. in december 2019 een lening afgesloten van USD 125,000,000 (honderd vijf en twintig miljoen USD/ het merendeel bestemd voor de overname van de Afobakkastuwdam) en daarin stond vermeld, dat Suriname binnen 90 dagen geregeld moet hebben, dat alle royalty betalingen van IAMGOLD naar een sociale rekening gaan als zekerheidstelling voor de lening. Indien, Suriname niet hieraan kan voldoen gaat de rente van de lening met 3% omhoog. Om te voldoen aan hetgeen overeengekomen is met Oppenheimer&Co. heeft Hoefdraad een zogeheten “Waterval constructie” toegepast. Met deze “ Waterval constructie” worden de royalty’s binnen 90 dagen op de speciale rekening geplaatst, om bij Oppenheimer te doen voorkomen, dat de Staat zich heeft gehouden aan de overeenkomst, waarna de royalty’s naar de CBvS gaan zoals overeengekomen op 01 november 2019. Ook de lokale banken kregen deze zelfde royalty’s en de goudreserves begin dit jaar door de CBvS als zekerheidstelling gegeven, na het schandaal van de “verdwenen” kasreserves. De regeling is opgenomen in het terugbetaalcontract van de ruim US$ 200 miljoen (ruim US$ 100 miljoen aan kasreserve en US$ 97 miljoen aan vreemde valuta termijndeposito’s). De “waterval constructie” legde Hoefdraad op 11 februari 2020 uit in een voice app aan de regeringscommissaris van de CBvS, Vijai Kirpalani. In deze voice app geeft Hoefdraad duidelijk aan, dat er tijdens de onderhandelingen met Oppenheimer een pledge nodig was om de lening te kunnen krijgen. Hoefdraad gaf hiermee willens en wetens aan de royalty’s, die aan de CBvS toebehoren te hebben gepledge (in strijd met de missive van de Raad van Ministers en in strijd met het besluit van de president van de Republiek Suriname) tijdens de onderhandelingen met Oppenheimer voor het veiligstellen van de lening van USD 125 miljoen. Hoef-draad wist vanaf het prille begin, dat het pledgen van de royalty’s van CBvS ongegrond was, omdat die juridisch toebehoren aan de moederbank. Door zo te handelen, heeft Hoefdraad onjuiste informatie verstrekt aan Kirpalani, toen die vragen begon te stellen over het dubbel pledgen van de royalty’s. Dat van het dubbel pledgen wordt ook door de adviseur van Hoefdraad, namelijk Bernard Krockow in een whatsappbericht van zaterdag 22 februari 2020 uitgelegd aan Kirpalani. Daaruit blijkt de verkeerde voorstelling, die bewust is gecreëerd voor Oppenheimer door Hoef-draad om de lening in December 2019 ad USD125 miljoen, mogelijk te maken.

Bouterse en Adhin wisten van verkoop ‘overheidsgebouwen’

April 29, 2020

De minister van Financien, Gillmore Hoefdraad heeft vorig jaar gebruik gemaakt van een bedenkelijke constructie om zeventien (17) overheidspanden “te verkopen” aan de Centrale Bank van Suriname (CBvS). De details van deze “verkoop” staan uitgebreid toegelicht in een lijvig document, dat De Nationale Assemblee vorige week heeft ontvangen van de procureur-generaal mr. Roy Baidjnath Panday. In dit document zijn de vermeende strafbare feiten van minister Gillmore Hoefdraad van Financien vastgelegd. In het document zijn deze strafbare feiten  uitvoerig aangegeven en toegelicht met onderliggende stukken. Ten aanzien van de “verkoop” van de overheidsgebouwen zijn er twee brieven van Hoefdraad gericht aan ex-governor Robert van Trikt, waarin hij aangeeft, de desbetreffende overheidspanden “over te dragen” aan de CBvS voor een gedeeltelijke financiering of schuldverrekening.  Deze tekst is in strijd met de werkelijkheid, omdat Van Trikt in de twee brieven aan Hoefdraad praat over het “aankopen van de overheidspanden”. Ten tweede heeft er nimmer een gedeeltelijke financiering of schuldverekening plaatsgevonden, integendeel heeft Van Trikt  aan Financien uitbetaald, met middelen van de CBvS, namelijk een totaal bedrag van Euro 105 miljoen( Euro 60 miljoen en Euro 45 miljoen, voor in totaal 17 panden). In de eerste brief van dd. 26 juni 2019 noemt Hoefdraad een bedrag van Euro 45 miljoen voor 8 gebouwen en in de tweede brief dd. 20 november 2019 noemt hij een bedrag van Euro 60 miljoen voor 9 gebouwen. De verkoop van de overheidspanden zijn niet buiten kennis van president Bouterse en vice-president Adhin omgegaan. De redactie heeft uit het document van de PG kunnen opmaken, dat Hoefdraad aan Van Trikt in een brief dd. 20 november 2019 heeft laat weten, dat met verwijzing naar de bespreking met de President van de Republiek Suriname aan de ex-governor had medegedeeld: “De Staat wenst zijn toebehorend onroerend goed in de staat zoals het zich bevindt, over te dragen, waarmede dan bewerkstelligd wordt dat er gedeeltelijke financiering of schuldverekening kan plaatsvinden”, aldus Hoefdraad. De Staat heeft de volgende onroerende goederen ter beschikking gesteld aan de Centrale Bank van Suriname nl.: Hoofdkantoor Ministerie van Financien- S.M. Jamaludinstraat 26; Directoraat Financien – J.D. Gomperstraat 03; Trainingscentrum Financien –Gongrijpstraat 51; Parking Trainingscentrum Financien – Gongrijpstraat 36; Directoraat Ontwikkelingdfinanciering – Henck A.E. Arronstraat 36; Gebouw t.o. Belastingkantoor (Advisuers MIN)- van Sommelsdijckstraat 34; Belastingkantoor- Van Sommelsdijckstraat 27; Directoraat Belastingen (Oud- BDO Gebouw)- Kerkplein 12; Het Nationaal Informatie Instituut (ABC- gebouw)- Mahonylaan 55. Bepaalde van de bovenstaande genoemde gebouwen staan op de UNESCO Wereld-erfgoedlijst.  In het schrijven waarin de panden worden opgesomd, wordt door Hoefdraad aangegeven, dat deze panden een geschatte marktwaarde hebben van Euro 60 miljoen. De minister van Financien heeft in samenwerking met Van Trikt de volledige geschatte marktwaarde van 17 overheidspanden ontvangen, alvorens de overdracht heeft plaatsgevonden en daardoor Van Trikt in strijd heeft laten handelen met artikel 18 en 21 van de Bankwet. Met betrekking tot de 9 panden die zijn genoemd in het tweede schrijven (d.d. 20 september 2019) van de minister van Financien ontbreekt er een missive van de Raad van Ministers, alsook een resolutie van de president van de Republiek Suriname. Uit dit onderzoek is gebleken, dat deze panden genoemd in die tweede brief niet in eigendom aan de Staat toebehoren, maar staan op naam van de stichtingen en naamloze vennootschappen. De 9 genoemde panden zijn nog niet overgedragen op naam van de CBvS terwijl de betalingen reeds hebben plaatsgevonden aan de minister van Financien ad Euro 105 miljoen voor 17 panden.

Hoefdraad hield Oppenheimer en Kirpalani bewust voor de gek

April 29, 2020

De Nationale Assemblee heeft afgelopen week een lijvig document ontvangen van de procureur-generaal (pg) Roy Baidjnath Panday, waarin vermeende strafbare feiten ge-pleegd door minister Gillmore Hoefdraad van Financiën, zijn vastgelegd. Het document is uitvoerig aangegeven en toegelicht met onderliggende stukken. Door middel van handelingen vastgelegd in dit document, wordt aangetoond dat ex-governor Robert van Trikt te samen met Hoefdraad, in strijd hebben gehandeld tegen artikel 18 en 21 van de Bankwet, alsook artikel 386 jo 67 en 423 van het wetboek van Strafrecht (oplichting/ambtsverduistering). Zoals aangegeven in de onderliggende stukken in het document, heeft de Republiek Suriname bij Oppenheimer & Co. in december 2019 een lening afgesloten van USD 125,000,000 (honderd vijf en twintig miljoen USD/ het merendeel bestemd voor de overname van de Afobakkastuwdam) en daarin stond vermeld, dat Suriname binnen 90 dagen geregeld moet hebben, dat alle royalty betalingen van IAMGOLD naar een sociale rekening gaan als zekerheidstelling voor de lening. Indien, Suriname niet hieraan kan voldoen gaat de rente van de lening met 3% omhoog. Om te voldoen aan hetgeen overeengekomen is met Oppenheimer&Co. heeft Hoefdraad een zogeheten “Waterval constructie” toegepast. Met deze “ Waterval constructie” worden de royalty’s binnen 90 dagen op de speciale rekening geplaatst, om bij Oppenheimer te doen voorkomen, dat de Staat zich heeft gehouden aan de overeenkomst, waarna de royalty’s naar de CBvS gaan zoals overeengekomen op 01 november 2019. Ook de lokale banken kregen deze zelfde royalty’s en de goudreserves begin dit jaar door de CBvS als zekerheidstelling gegeven, na het schandaal van de “verdwenen” kasreserves. De regeling is opgenomen in het terugbetaalcontract van de ruim US$ 200 miljoen (ruim US$ 100 miljoen aan kasreserve en US$ 97 miljoen aan vreemde valuta termijndeposito’s). De “waterval constructie” legde Hoefdraad op 11 februari 2020 uit in een voice app aan de regeringscommissaris van de CBvS, Vijai Kirpalani. In deze voice app geeft Hoefdraad duidelijk aan, dat er tijdens de onderhandelingen met Oppenheimer een pledge nodig was om de lening te kunnen krijgen. Hoefdraad gaf hiermee willens en wetens aan de royalty’s, die aan de CBvS toebehoren te hebben gepledge (in strijd met de missive van de Raad van Ministers en in strijd met het besluit van de president van de Republiek Suriname) tijdens de onderhandelingen met Oppenheimer voor het veiligstellen van de lening van USD 125 miljoen. Hoef-draad wist vanaf het prille begin, dat het pledgen van de royalty’s van CBvS ongegrond was, omdat die juridisch toebehoren aan de moederbank. Door zo te handelen, heeft Hoefdraad onjuiste informatie verstrekt aan Kirpalani, toen die vragen begon te stellen over het dubbel pledgen van de royalty’s. Dat van het dubbel pledgen wordt ook door de adviseur van Hoefdraad, namelijk Bernard Krockow in een whatsappbericht van zaterdag 22 februari 2020 uitgelegd aan Kirpalani. Daaruit blijkt de verkeerde voorstelling, die bewust is gecreëerd voor Oppenheimer door Hoef-draad om de lening in December 2019 ad USD125 miljoen, mogelijk te maken.

Strafrechtelijke vervolging van politieke ambtsdragers

27 Apr, 2020, 09:02

foto

Waarom moet De Nationale Assemblée (DNA) eerst toestemming geven, voordat het Openbaar Ministerie (OM) tot vervolging over kan gaan? Deze vraag is mij in het licht van recente actualiteiten meermaals gesteld. Reden om hier een korte bijdrage aan te wijden.  

 
In het Surinaams staatsrecht gelden (onder meer) de volgende twee basisprincipes:
– Politieke ambtsdragers hebben de plicht om hun taak uit te oefenen in het algemeen belang; en
– Politieke ambtsdragers zijn burgerrechtelijk en strafrechtelijk aansprakelijk voor hun handelen en nalaten.
 
Ten aanzien van de strafrechtelijke vervolging van zittende en voormalige politieke ambtsdragers, bevat de grondwet een speciale regeling, die verder is uitgewerkt in de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers. In de kern houdt deze het volgende in:
– Politieke ambtsdragers staan wegens misdrijven, in die betrekking gepleegd, ook na hun aftreden terecht voor het Hof van Justitie (HvJ); en
– De vervolging wordt ingesteld door de procureur-generaal (pg), nadat de betrokkene door DNA in staat van beschuldiging is gesteld.
 
Politieke ambtsdragers zijn volgens de wet: de president, de vicepresident, de (onder)ministers en de volksvertegenwoordigers (DNA-leden, DR-leden, RR-leden). 
Als de pg het noodzakelijk acht een politieke ambtsdrager te vervolgen ten aanzien van een misdrijf dat in de uitoefening van het ambt is gepleegd, dan vordert hij eerst dat DNA, de betreffende ambtsdrager in staat van beschuldiging stelt. Daarbij geeft hij een korte feitelijke omschrijving van de misdrijven en de strafbaarstelling daarvan. 
 
DNA dient vervolgens (in beginsel) binnen 90 dagen na de vordering van de pg, een besluit te nemen omtrent het in staat van beschuldiging stellen van de betreffende politieke ambtsdrager. Als DNA binnen deze termijn geen besluit neemt, dan wordt dit als een afwijzing aangemerkt.
 
Volgens de wet dient DNA te beoordelen of de vervolging, in politiek bestuurlijk opzicht, in het algemeen belang moet worden geacht. DNA zou, volgens de toelichting bij de wet, hierbij moeten toetsen of:
 
– bij vervolging van een zittende politieke ambtsdrager het politieke spectrum ernstig zal worden verstoord met alle negatieve gevolgen van dien voor het effectief besturen van de maatschappij; en
– bij vervolging van een gewezen politieke ambtsdrager de maatschappelijke rust ondergraven kan worden.
 
DNA beoordeelt niet of er zuiver strafrechtelijk bezien redenen zijn tot vervolging, of dat de betreffende politieke ambtsdrager als verdachte kan worden aangemerkt: die bevoegdheid ligt bij het Openbaar Ministerie. DNA beoordeelt ook niet of de betreffende politieke ambtsdrager zich werkelijk aan de feiten, waarvan hij verdacht wordt, heeft schuldig gemaakt: dat blijft uiteindelijk aan de rechter. Het in staat van beschuldiging stellen is niet gelijk aan een gerechtelijk onderzoek of een gerechtelijke veroordeling. Dienovereenkomstig, is het dus niet de bedoeling dat DNA een parlementair gerechtelijk proces voert. 
 
DNA kan direct besluiten op de vordering van de pg, of kan bepalen dat een nader onderzoek nodig is. In het laatste geval, stelt DNA een Commissie van Onderzoek (CvO) in die bestaat uit leden van DNA. Deze commissie roept de betreffende politieke ambtsdrager op zodat deze in de gelegenheid is om te worden gehoord. CvO brengt daarna verslag uit aan DNA van haar bevindingen.
 
Indien DNA besluit tot het in staat van beschuldiging stellen, dan wordt de desbetreffende politieke ambtsdrager van rechtswege in zijn functie geschorst en kan deze voor het HvJ worden vervolgd. De (reguliere) bepalingen van het Wetboek van Strafvordering ter zake de behandeling van strafzaken zijn van toepassing. HvJ beslist in eerste aanleg met drie rechters en eventueel in hoger beroep met ten minste vijf en ten hoogste negen rechters.
 
Een afwijzend besluit van DNA betekent dat (op dat moment) niet aan de vervolging wordt toegekomen. Een eventuele latere vervolging van de betreffende ambtsdrager – indien DNA (bijvoorbeeld in een andere samenstelling) na een nieuwe vordering van de pg daartoe, wel het besluit neemt tot in staat beschuldiging stellen – zou daarom niet in strijd zijn met het ne bis in idem beginsel. Curieus is dat een afwijzend besluit van DNA niet ertoe leidt dat de status van verdachte van de politieke ambtsdrager wordt opgeheven.
 
Ten slotte moet worden opgemerkt dat het in deze uitsluitend gaat om (verdenkingen van) misdrijven door (gewezen) politieke ambtsdragers, die in de uitoefening van hun ambt zijn gepleegd. Voor (verdenkingen van) misdrijven buiten de uitoefening van het ambt, is een in staat van beschuldiging stelling door DNA niet vereist en gelden de reguliere eisen van strafvervolging. 
 
Paramaribo, 26 april 2020 
mr. Prenobe Bissessur
 
Faya Pepre Nieuws
26-04-2020

LIVE OM 13:00u Te SRS:
Functioneren van de PG

In het programma “Ferstan Taki” zal de gemeenschap live kunnen luisteren naar diverse meningen over het Functioneren van de Procureur Generaal (PG) . Dit om 13u .
Er zal gebeld kunnen worden maar de studio van de SRS OP 490000 OF APPEN NAAR 8999109.

UW MENING TELT OOK !!!

In het programma “Ferstan Taki” zal de gemeenschap live kunnen luisteren naar diverse meningen over het Functioneren van de Procureur Genera
FPNOFFICIAL.ANYIMAGE.TOP
 
In het programma “Ferstan Taki” zal de gemeenschap live kunnen luisteren naar diverse meningen over het Functioneren van de Procureur Genera

Afbeelding kan het volgende bevatten: tekst

Is de positie van minister Hoefdraad nog houdbaar?

26 Apr, 2020, 01:01

foto

Op het eerste gezicht lijkt minister van Financiën Gillmore Hoefdraad, de man van de 92 leningen, 9 levens te hebben. Hij wurmt zich tot nu toe feilloos door de misstanden tijdens zijn ambtsperiode heen. Zelden heeft een minister van Financiën het zo bont gemaakt, dat zelfs de ogenschijnlijk inactieve pg niet meer om hem heen kan en hem in staat van beschuldiging heeft gesteld. Door zonder schroom vrijwel alle wettelijke bepalingen en regelingen aan zijn laars te lappen, bewijst deze minister dat misdaden begaan door een bestuurder nog steeds loont in Suriname. Er worden zelfs speciale wetten door het parlement aangenomen om deze kat met 9 levens uit het gevang te houden. De vraag is: ‘Hoelang lukt het nog om justitie een stap voor te blijven?’
 
De VHP was de eerste politieke partij die in 2017 een brief naar de pg stuurde om de misstanden van deze minister aan te kaarten. Toen deze zaak als niet ontvankelijk werd verklaard, heeft Maisha Neus, voorzitter van STREI!, een rechtszaak tegen Hoefdraad en Adeline Wijnerman aangespannen in augustus 2018, vanwege het overschrijden van het schuldenplafond in 2016. Na een lang proces heeft het Hof van Justitie bepaald dat het zich niet bevoegd achtte om deze zaak in behandeling te nemen. Neus was volgens het Hof geen benadeelde partij. Kort hierna heeft de VHP de pg weer benaderd, nu vanwege het overschrijden van het schuldenplafond over 2017. 
 
Hoefdraad, wetende dat de bewijslast aangaande het overschrijden van het schuldenplafond zich opstapelde, heeft toen alle zeilen bijgezet om het parlement te bewegen om de ‘Wet op de Staatsschuld’ aan te nemen. Zo kan niemand hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden voor financiële misstanden die tijdens zijn regeerperiode zijn begaan. Niet lang daarna was het weer raak en diende onder andere STREI! een verzoekschrift in bij de pg tot onderzoek van diverse vermeende malversaties, inzake de verdwijning van de kasreserves. 
 
Na de ontdekking van de verdwijning van de 197 miljoen aan kasreserves, kon het niet anders dan dat er eindelijk koppen zouden gaan rollen. Eerst werd het hoofd van de toenmalige governor Robert van Trikt van de CBvS opgeofferd. Nadat bleek dat deze onmogelijk alleen kon hebben gehandeld, kwamen de contouren van Hoefdraad weer in beeld. Eerst werd deze als getuige gehoord, maar al snel kwam het woord ‘verdachte’ boven drijven. Inmiddels is Hoefdraad in staat van beschuldiging gesteld door procureur-generaal Roy Baidjnath Panday over de verdwijning van de kasreserves van de commerciële banken. Ook de directeur van De Surinaamse Bank Steven Coutinho heeft de Centrale Bank van Suriname voor het gerecht gesleept vanwege verduistering.
 
Het is nu aan de volksvertegenwoordiging om te beslissen of Hoefdraad zal worden vervolgd. Minister Hoefdraad heeft het momentum niet aan zijn kant. Over ruim 4 weken zijn er verkiezingen, wie durft zijn vingers nu nog aan zijn zaak te branden? Voor veel parlementariërs kan dit nare gevolgen hebben, omdat de kiezer niet meer misleidt wil worden. Zal men het nog wagen om hem te beschermen met als consequentie een afstraffing door de kiezer? Of neemt men dit keer geen risico met Hoefdraad en offert men hem op voor politieke doeleinden? 
 
Hoefdraad zelf lijkt niets te deren. Hij beweert vol goede moed vooruit te kijken om Suriname te ‘redden’ uit het moeras. Let wel: het moeras waar hij ons zelf in geleid heeft. Hij mag wel doen alsof dit hem niet raakt. Toch weten vriend en vijand dat wanneer iemand in staat van beschuldiging wordt gesteld, het niemand ongemoeid laat. Hij weet dat als De Nationale Assemblee hem opoffert en hij schuldig wordt bevonden, hij dan vele jaren achter tralies kan verdwijnen. Wij trappen dus niet in het toneelspelletje van deze ongeloofwaardige minister. 
 
Wie wil deze man nog de hand boven het hoofd houden? Minister Hoefdraad, doe uzelf en de bevolking van Suriname een groot genoegen en stapt u op. Uw rol in het verdwijnen van de kasreserve is meer dan duidelijk en uw positie is door de diverse aanklachten onhoudbaar geworden. Al wordt u door het parlement gered, na de verkiezingen zult u zich nergens kunnen verschuilen om de dans te ontspringen. STREI! heeft u namelijk in het vizier!
 
Peter M. Wolff
#STREI!

Hoefdraad wist van contracten CBvS en Clairfield

27/04/2020 08:02 – Ivan Cairo

Rechercheurs concluderen dat Financiënminister Gillmore Hoefdraad tijdens zijn getuigenverhoor heeft gelogen.

Rechercheurs concluderen dat Financiënminister Gillmore Hoefdraad tijdens zijn getuigenverhoor heeft gelogen. Foto: dWT Archief  

 

PARAMARIBO – Minister Gillmore Hoefdraad van Financiën was, in tegenstelling tot zijn verklaring bij de politie en beweringen in het parlement, wel op de hoogte van de overeenkomsten tussen de Centrale Bank van Suriname (CBvS) en het Belgische Clairfield Benelux. Zo blijkt uit het onderzoeksdossier dat de procureur-generaal (pg) vorige week naar De Nationale Assemblee heeft gestuurd.

In het kader van het justitieel onderzoek naar malversaties bij de moederbank wordt Hoefdraad nu ook als verdachte aangemerkt door het Openbaar Ministerie (OM). De pg heeft het parlement formeel gevraagd de bewindsman in staat van beschuldiging te stellen zodat tegen hem het strafrechtelijke proces kan worden vervolgd.

De contracten met Clairfield blijken finan­cieel zeer nadelig te zijn voor de CBvS. Door deze overeenkomsten aan te gaan zou toenmalig governor Robert van Trikt in strijd met de Anti-corruptiewet hebben gehandeld, meent het OM. Het betreft zogenoemde non-refundable contracten waarbij de bank verplicht wordt betalingen te doen aan Clairfield ook wanneer de overeenkomsten voortijdig zouden worden ontbonden en de bedongen werkzaamheden niet zijn verricht. In één geval moet het Belgische bedrijf nog ruim zeshonderdduizend euro krijgen.

Uit door Van Trikt naar Hoefdraad verstuurde screenshots over de contracten concluderen rechercheurs dat de bewindsman tijdens zijn verhoor als getuige niet de waarheid heeft verteld toen hem daarnaar werd gevraagd. De ex-governor had tijdens politieverhoor aangegeven dat Hoefdraad op de hoogte was van alles. Rond eind vorig jaar had hij alle overeenkomsten aan de minister gegeven.

Eén van de projecten waarvoor Clairfield was aangetrokken, was om bezittingen van de staat te waarderen. “Uit het onderzoek blijkt dat Hoefdraad vóór 10 januari 2020 de beschikking had over de ondertekende overeenkomsten tussen Clairfield Benelux en CBvS, omdat hij op 10 januari 2020 foto’s of screenshots van deze overeenkomsten via Whatsapp heeft verzonden naar regeringscommissaris Kirpalani”, staat in het dossier.

Door de overeenkomsten heeft de bewindsman als uiteindelijk resultaat weten te bewerkstelligen dat bezittingen van de staat zodanig waren gewaardeerd met als gevolg dat hij gelden kon trekken bij de CBvS. Voorts heeft op basis van de contracten met het Belgische bedrijf, volgens rechercheurs, de onrechtmatige verkoop van overheidspanden en percelen door Hoefdraad aan de moederbank plaatsgevonden.

In twee brieven aan Van Trikt stelde de bewindsman dat zeventien overheidspanden als schuldvereffening of gedeeltelijke financiering van schulden van de staat aan de CBvS zouden worden overgedragen. In zijn antwoord daarop aan Hoefdraad sprak de governor van aankoop van de onroerende goederen. Uiteindelijk maakte de CBvS 105 miljoen euro over voor deze transacties: zestig om 45 miljoen euro. De governor en de minister hebben met deze transacties de artikelen 18 en 21 van de Bankwe­t en artikel 13 van de Anti-corruptie­wet overtreden.

Uit het onderzoek is verder gebleken dat een aantal van de panden geen eigendom van de staat zijn, maar op naam staan van enkele stichtingen en naamloze vennootschappen. De panden zijn nog niet overgedragen op naam van de CBvS, maar de bank heeft wel het volledige aankoopbedrag betaald. Met betrekking tot drie van de panden is er al een koop- en verkoopovereenkomst opgemaakt waarbij de directeur van het ministerie van RGB als verkoper optreedt en Van Trikt als governor de rol van koper heeft. Echter, deze overeenkomst is nog niet gefinalise­erd.

De gebouwen zijn eigendom van stichtingen waar ene Paul Putte­r, adviseur van Hoefdraad toen hij CBvS-govornor was, het enige bestuurslid is. De naam van Putter duikt ook op in het strafrechtelijke onderzoek naar frauduleuze handelingen bij de Surinaamse Postspaarbank. Hoefdraad was volgens het dossier onbevoegd de gebouwen te verkopen, omdat hij geen schriftelijke machtiging van de eigenaren had.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/04/27/hoefdraad-wist-van-contracten-cbvs-en-clairfield/




Gillmore Hoefdraad met een been in de cel

April 25, 2020

Het Openbaar Ministerie verdenkt de minister van Financiën Gillmore Hoefdraad van ernstige misdrijven. Eerder werden de inmiddels ontheven governor van de Centrale Bank van Suriname Robert van Trikt en zijn zakenpartner Ashween Angnoe achter slot en grendel gezet vanwege vermeende malversaties. Zij hebben tijdens het gerechtelijk vooronderzoek een boekje open gedaan over de betrokkenheid van Hoefdraad. Daarbij zou zijn gebleken dat Hoefdraad van vrijwel alle misstanden bij de Centrale Bank op de hoogte is geweest en de vermoedelijke pleger is van veel ernstigere wetsovertredingen. Waarom wordt de minister dan niet onmiddellijk gearresteerd? Omdat hij een politieke ambtsdrager is, moet De Nationale Assemblée daarvoor toestemming geven. De Procureur-Generaal mr. R. Baidjnath-Panday heeft daarom een ‘vordering tot het in staat van beschuldiging stellen van de heer Hoefdraad, Gillmore Andre, zijnde de minister van Financiën’ gestuurd aan De Nationale Assemblée, en vraagt om spoedige besluitvorming. Het document, dat inmiddels door de pers en via social media is verspreid, leest als een spannend boek, hoewel het een formeel juridisch document is. Het spreekt voor zich dat een rechter zich over de verdenkingen moet uitspreken. Tot die tijd is betrokkene onschuldig te houden. Van welke vermeende misdrijven wordt Gillmore Hoefdraad beschuldigd? Het gaat om overtreding van artikel 21 leden 2 en 4 van de bankwet, waarin staat dat het de Centrale Bank verboden is om meer dan 10% van de begroting aan de overheid voor te schieten,  overtreding van de anti-corruptiewetgeving, verduistering en ambtelijke oplichting. De minister wordt dus inmiddels net als Van Trikt en Angnoe als beklaagde aangemerkt. Van Trikt werd ervan beschuldigd, een wurgcontract te hebben gesloten voor dienstverlening door Clairfield Benelux. Een deel van de werkzaamheden werd uitgevoerd door het Surinaamse bedrijf Orion, waarvan Van Trikt directeur was. Clairfield adviseerde onder meer over de waarde en overdacht van royalties uit goudwinning. De Surinaamse overheid had geld nodig. Het voorstel was om deze royalties van de overheid tegen betaling voor meerdere jaren over te dragen aan de Centrale Bank. Hoefdraad beweert dat hij slechts beperkt op de hoogte was van dit project en dat Van Trikt in strijd met de wet heeft gehandeld door de overeenkomst te tekenen. Volgens Van Trikt was Hoefdraad wel degelijk volledig op de hoogte. Dat blijkt uit stukken van de Raad van Ministers en een overeenkomst waarin de overdracht van de royalties voor 15 jaar wordt vastgelegd, waarmee de schuld van de overheid aan de Centrale Bank van 2,3 miljard SRD werd afgelost. In de voorwaarden van de lening van Oppenheimer van 125 miljoen Amerikaanse dollar voor de overname van de Afobakkastuwdam, is vastgelegd dat de royalties en andere betalingen aan de overheid als zekerheid naar een speciale rekening moeten worden geboekt. Wanneer dat niet gebeurt zou de rente met 3% omhoog gaan. Hoefdraad bedacht een list waarbij de royalties die al zijn overgedragen aan de Centrale Bank op deze speciale rekening worden geboekt, zodat het lijkt alsof de overheid voldoet aan de voorwaarden. Dat kan natuurlijk niet want de overheid heeft geen recht meer op deze royalties die zijn verkocht aan de Centrale Bank. Dat zou in strijd zijn met de overeenkomst over de royalties en het besluit van de President daaropvolgend. Met deze valse voorstelling van zaken heeft Hoefdraad volgens de aanklacht meerdere betrokkenen, waaronder Oppenheimer, op het verkeerde been gezet en foutief geïnformeerd. Uiteindelijk wordt de rente van de lening van Oppenheimer dan ook met 3% verhoogd. Omdat het om lastige financiële materie gaat, lijkt het Hoefdraad regelmatig te lukken om andere personen te misleiden. Het dossier bevat een schriftelijke vastlegging van een voice note-bericht van Hoefdraad aan Vijay Kirpalani, de (inmiddels afgetreden) president-commissaris van de Centrale Bank, over de Oppenheimer-lening. De verbalisant had moeite om Hoefdraad te verstaan. Hoefdraad licht het stellen van de zekerheid ten gunste van Oppenheimer aan Kirpalani toe. Wanneer de royalties niet als zekerheid worden gesteld gaat de rente met 3% omhoog. De lening van 125 miljoen zou in maart 2020 moeten worden afgelost door een nieuwe lening, zonder zekerheden. De verbalisant begrijpt Hoefdraad niet en schrijft ‘een plain van de la bond’. Waarschijnlijk zei Hoefdraad ‘een plain vanilla bond’, waarmee in de financiële wereld een recht-toe-recht-aan lening zonder complexe voorwaarden wordt bedoeld, in analogie met het gewone ijsje. Uit de overlegde stukken blijkt dat de overheid eind 2019 toch weer kolossale bedragen opneemt bij de Centrale Bank, tot in totaal 2,2 miljard SRD. Dit is flagrant in strijd met de Bankwet en de afspraken over de aan de Centrale Bank afgedragen royalties. De overheid heeft het geld onder meer nodig om schulden bij de banken af te lossen. Omdat de Centrale Bank geen geld meer zou mogen uitlenen aan de overheid, worden de schulden op de verkorte balans van de Centrale Bank heel creatief geboekt onder ‘Diverse vorderingen’. Clairfield zou ook adviseren over de oprichting van ‘Surinaams Participatie en Investeringsmaatschappij’ en de waardering en overdracht van bezittingen van de overheid aan deze investeringsmaatschappij. Ook hier beweert Hoefdraad weinig af te weten van het project en niets van een getekende overeenkomst. Uit de overlegde stukken blijkt dat Hoefdraad regelmatig communiceerde over het project en daarbij informatie gebruikte uit de overeenkomsten met Clairfield. Hij moet dus goed op de hoogte zijn geweest, ook van de overeenkomst met Clairfield en de clausule waardoor het als wurgcontract werd aangemerkt. Ongeacht de uitkomst van het onderzoek moest de Centrale Bank het gehele bedrag van 2,5 miljoen Amerikaanse dollar aan Clairfield betalen. Van Trikt en Hoefdraad zouden hiermee in strijd met artikel 16 van de Bankwet hebben gehandeld, die de (beperkte) bevoegdheden van de Centrale Bank bepaalt. De overheid heeft alles uit de kast getrokken om de schulden bij de Centrale Bank af te bouwen of te herstructureren. De minister van Financiën heeft gebruik gemaakt van een constructie om 17 gebouwen van de Staat te verkopen aan de Centrale Bank. Het hoeft geen betoog dat de Centrale Bank geen gebouwen mag kopen, anders dan voor eigen gebruik. De Centrale Bank is geen belegger in onroerend goed. Toch gebeurde het en niet om de schuld aan de Staat af te bouwen. De Centrale Bank kocht de panden tegen betaling van 105 miljoen euro, de geschatte marktwaarde. Daarmee is weer in strijd met de Bankwet gehandeld. Uit onderzoek is gebleken dat de panden nimmer zijn getaxeerd, dus misschien kocht de Centrale Bank tegen een te hoge prijs. Schokkend is evenwel dat een deel van de panden niet toebehoort aan de Staat maar aan enkele stichtingen en naamloze vennootschappen. Deze panden zijn nog niet overgedragen aan de Centrale Bank terwijl er wel al voor betaald is aan het ministerie van Financiën. De panden staan op de verkorte balans van de Centrale Bank onder ‘Gebouwen en Inventaris’. Omdat geen missive van de raad van ministers beschikbaar is over deze verkoop, evenmin als een beschikking van de president, heeft Hoefdraad onrechtmatig gehandeld. Het handelen van Van Trikt wordt door het Openbaar Ministerie in strijd geacht met de Bankwet en de Anti-Corruptiewet. Uit het voorgaande blijkt een schokkend beeld van de competentie en integriteit van de minister van Financiën. Het spreekt voor zich dat in dit stadium slechts sprake is van verdenkingen en dat de juridische procedure hierover nog gevoerd moet worden. Dat neemt niet weg dat wanneer het beweerde waar blijkt te zijn, het imago van Gillmore Hoefdraad wordt bevestigd. Hij struint de hele wereld af om geld bijeen te harken om te voorzien in de onverzadigbare behoefte van de Surinaamse overheid aan geld. Wanneer het niet goedschiks gaat regelt de minister het kwaadschiks, waarbij hij niet schroomt om de wet te overtreden en anderen de schuld in de schoenen te schuiven. Het voorgaande doet niets af aan de verantwoordelijkheid van de andere spelers in dit schimmige spel van de Surinaamse overheidsfinanciering, zoals de governor van de Centrale Bank, de commissarissen van de Centrale Bank en de raad van ministers, maar Gillmore Hoefdraad lijkt hierin een hoofdrol te spelen. Het is aan de rechter om hierover een oordeel te vellen. Eerst is het woord aan De Nationale Assemblée om Gillmore Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen. Op grond van de vordering van de Procureur-Generaal en de daarbij overlegde stukken is geen ander besluit mogelijk. Gillmore Hoefdraad staat met een been in de cel.
Hans Moison, 25 april 2020
 

ROOK EN VUUR

April 25, 2020

Waar rook is is er natuurlijk ook vuur en dan denken we gelijk aan het schrijven van de procureur generaal bij het Hof van Justitie mr. Roy Baidjnath Panday aan mevrouw Geerlings Simons voorzitter van De Nationale Assemblee, waarin gevraagd wordt Gillmore Hoefdraad minister van Financiën in staat van beschuldiging te stellen en wel in verband met gepleegde ernstige strafbare handelingen gepleegd in zijn functie van bewindsman op financiën. Het door het Openbaar Ministerie klaargestoomde lijvige strafdossier dat uit wel 138 pagina’s bestaat bevat zeer interessante informatie en geeft naar onze mening genoeg aanleiding van de procureur-generaal, De Nationale Assemblee door tussenkomst van haar voorzitter mevrouw Geerlings-Simons, een vordering in te stellen tot het in staat van beschuldiging stellen van Gillmore Hoefdraad de huidige minister van Financiën. De vordering van de procureur generaal aan DNA is vergezeld van de opgave, bevattende een feitelijke omschrijving van de misdrijven, waarvan de minister wordt verdacht, alsmede van de wettelijke bepalingen waarbij voormelde misdrijven strafbaar zijn gesteld. Het besluit van De Nationale Assemblee op de vordering wordt door het Openbaar Ministerie afgewacht in verband met de instelling van een vordering tot gerechtelijk vooronderzoek bij de Rechter Commissaris belast met de behandeling van strafzaken in eerste aanleg. De procureur-generaal heeft op 23 april 2020 ook de president van de republiek in kennis gesteld van de ingestelde vordering, middels het aanbieden van een kopie van de documenten zoals aangeboden aan De Nationale Assemblee. De Nationale Assemblee zal met betrekking tot deze zeer ernstige zaak waarbij de minister van Financiën wordt verdacht, zich schuldig te hebben gemaakt aan zeer ernstige strafbare feiten, moeten uitlaten . De wetgevende macht zal voor de behandeling van deze zaak uit reces moeten treden. Inmiddels is bekend geworden dat verschillende fracties in DNA al hebben meegedeeld, geen bezwaar te hebben deel te nemen aan deze zo belangrijke vergadering. Ook de NDP heeft gesteld dat deze vergadering moet worden gehouden en wel op korte termijn. Het wachten is nu of de voorzitter van DNA de vergadering zal uitschrijven. Degenen die het strafdossier zoals toegezonden aan de voorzitter van De Nationale Assemblee hebben kunnen inkijken, zullen er unaniem over eens zijn, dat Hoefdraad zich in een zeer penibele positie bevindt en dat indien DNA toestemt tot zijn vervolging het niet goed voor hem zal aflopen. De aantijgingen zijn zeer ernstig en staan regelrecht in relatie met het schandaal dat zich heeft afgespeeld binnen de Centrale Bank van Suriname en waarvoor ex-governor Robert Gray van Trikt al geruime als schuldige is aangemerkt en ook voor in hechtenis verkeert. Uit het onderzoek van de justitie is gebleken, dat Van Trikt zeker niet alleen bij corrupte en frauduleuze zaken binnen de bank betrokken is geweest en dat Hoefdraad een medeplichtige rol zou hebben vervuld. Ook is uit het onderzoek reeds naar voren gekomen dat Van Trikt gedetailleerd heeft kunnen aangeven, dat Hoefdraad bij veel handelingen die zijn gepleegd tot in de finesses op de hoogte is geweest en ook fiat heeft verleend. De zaak stinkt van alle kanten en het zal ons heel vreemd voorkomen, als de NDP die de meerderheid heeft in het parlement, ook nu weer ervoor kiest, de man een hand boven het hoofd te houden. Doet ze dat wél dan zal de schade voor de partij alleen maar nog veel groter worden. En zal er vanwege de gemeenschap zeker het verwijt worden gemaakt, dat leden van de paarse partij ongestraft kunnen frauderen en stelen en dat voor hen de klassenjustitie zeker van toepassing is en blijft. Geeft de Nationale Assemblee fiat voor de verdere strafrechtelijke vordering van Hoefdraad, dan is het bewijs ook geleverd, dat er in de top van deze partij lieden zijn, die het plunderen van staatsmiddelen zeker eigen hebben gemaakt en dat eindelijk wordt toegegeven dat zich ernstige malversaties onder leiding en met goedachting van deze man hebben plaatsgevonden en dat vermoedelijk vele jaren achtereen. De Nationale Assemblee en vooral de NDP, heeft nu zo vlak voor de algemene verkiezingen de gelegenheid, de bevolking te tonen dat je als volksvertegenwoordigers er daadwerkelijk bent om haar belangen daadwerkelijk te behartigen en niet die van personen die de samenleving overduidelijk in de afgelopen jaren op zo schandelijke wijze en bij herhaling hebben benadeeld. Tot verbijstering van velen kwam er gisteren gelijk een reactie van de verdachte Hoefdraad van Financiën via het NII. De man had de euvele moed zijn grote schuif open te trekken, door te stellen, dat hij zich niet laat afleiden door de vordering van de procureur generaal. Hij zou zich momenteel bezig houden met zaken die betrekking hebben op de vorming van een noodfonds om zogenaamd de zwaarst getroffen groepen in onze samenleving te helpen. De man heeft duidelijk geen enkele schaamte en loopt over van arrogantie. In een goed functionerende democratie en leiders bezittende die als beschaafd kunnen worden aangemerkt, was zo een bewindsman gelijk afgetreden om het strafrechtelijk proces ongestoord voortgang te doen vinden. Maar deze man ontbeert elke vorm van beschaving en dat heeft hij deze week overduidelijk laten merken. In de afgelopen tien jaar, heeft hij in al zijn functies zeker geen bewonderingswaardige prestaties geleverd die hadden moeten resulteren in het welzijn van de bevolking en welvaart van ons geliefd land. Hij heeft eerder een dusdanig vernietigend beleid gevoerd waardoor we thans tegen kredietwaardigheden van CCC+ en B3 aankijken en te maken hebben met een wisselkoers die boven de SRD 12,- voor een dollar ligt. Als de NDP daadwerkelijk haar gezicht ten opzichte van deze samenleving zoveel mogelijk wenst te verschonen moet ze deze figuur laten vallen.

Santokhi: Hoefdraad ruïneert Suriname

25-04-2020

Minister Gillmore Hoefdraad van Financiën heeft als werk-arm van de regering Bouterse-Adhin Suriname geruïneerd en zal hiervoor strafrechtelijk verantwoordelijk gesteld worden, zegt VHP-voorzitter Chandrikapersad Santokhi.

De VHP heeft met verontwaardiging kennis genomen van de uitspraken van de minister die naarstig op zoek is naar een nieuwe lening om een ander gat in de nationale begroting te vullen. Met elke nieuwe lening maakt hij elke Surinamer weer een paar honderd SRD per jaar armer, terwijl de kosten van levensonderhoud steeds blijven stijgen.

 

“De minister demonstreert met zijn reactie precies dat wet en recht niet gerespecteerd worden. Het is dit gedrag dat resulteert in illegale praktijken en bestuurlijk wanbestuur. Niet a- typisch voor zijn hele optreden sinds zijn terugkeer naar Suriname maar de procureur-generaal en De Nationale Assemblee negeren markeert zijn ernstige tekortkoming om de ernst van zaken te kunnen inzien,” haalt Santokhi aan.

“Het verbaast hem derhalve niet dat onder zijn financieel-management de Surinaamse economie naar de afgrond is gebracht. Het is duidelijk dat niet alleen de minister van financiën verantwoordelijk is voor de huidige sociaal- economische en financiële malaise. De politieke en bestuurlijke leiding van dit land, de regering Bouterse-Adhin, zijn de primaire veroorzakers van negatieve ontwikkeling, verarming en geen perspectieven voor groei, veiligheid en stabiliteit. Hierop komt de VHP nog uitgebreid terug.”

“Hoefdraad heeft bewezen niet meer te kunnen zijn dan een slecht gekwalificeerde boekhouder, die via oneigenlijke en manipulatieve methodieken de financiële huishouding in balans wil brengen. Onder deze minister van Financiën zijn zuur verdiende gelden van de burgers verkwanseld, is het begrotingstekort toegenomen, is de belastingdienst volledig vastgelopen zonder structurele leiding en is er geen enkele productie op gang gekomen die broodnodige deviezen verdient om de vele leningen die hij heeft gesloten terug te kunnen betalen. Op deze manier kan elke 12 jarige scholier ook minister van Financiën zijn, als die vrij en ongelimiteerd kan lenen en dure reizen continu over de hele wereld kan maken.”

“Het verbaast de VHP dat de minister nu aangeeft dat hij de opdracht heeft om Suriname te redden uit de huidige crisis. Afgezien van het feit dat hij de VHP-terminologie gebruikt (Red Suriname) en daarmee de VHP visie ten aanzien van de huidige financieel economische malaise onderschrijft, vragen wij ons in gemoede af wat de minister daadwerkelijk bezielt. Immers, hoe kan iemand het land redden, oplossingen brengen, als hij zelf degene is die het land naar de afgrond heeft gebracht en de diepgaande crisis heeft veroorzaakt?”

“Publiekelijk vragen wij de minister openheid van zaken te geven over de leningen en andere financiële arrangementen die hij is aangegaan in de afgelopen vijf jaren en ook aan te geven hoe de geleende gelden zijn besteed. Dat is verantwoord en behoorlijk bestuur, niet het arrogante gedrag welke hij tentoonstelt. Op 25 mei zal het volk politiek met deze regering afrekenen”, aldus Santokhi.

https://www.gfcnieuws.com/santokhi-hoefdraad-ruineert-suriname/

Lijk met steekverwondingen gedumpt bij woning Assembleevoorzitter

25 Apr, 2020, 11:37

Lijk gedumpt aan de Magnesiumstraat

foto

 De brandweer bezig met het schoonwassen van de straat nadat het ontzielde lichaam van de man is afgevoerd. 
Een lijk van een man is vanmorgen gedumpt aan de Magnesiumstraat, zo’n 20 meter verwijderd van de woning van Assembleevoorzitter Jennifer Geerlings-Simons. Diverse politie-eenheden zijn bezig met het onderzoek.
 
Nadat het lijk gedumpt werd, reed het voertuig hard weg. Starnieuws verneemt dat de beveiliging van de Assembleevoorzitter de achtervolging heeft ingezet. De mensen konden echter wegkomen. De politie beschikt over gegevens van het voertuig en is er op zoek naar. 
 
Het lijk van de man vertoont steekverwondingen. Er zijn nog geen verdere details beschikbaar. 

Lijk met steekverwondingen midden op straat nabij woning DNA voorzitter Simons

25 april 2020

Lijk met steekverwondingen midden op straat nabij woning DNA voorzitter Simons
Het lichaam werd vanmorgen afgevoerd
 

In Suriname is vanmorgen een lijk midden op straat aangetroffen. De redactie van Waterkant.Net verneemt dat het stoffelijk overschot werd aangetroffen in het politieressort Flora. Het lichaam is van een man en vertoonde steekverwondingen. Het werd ongeveer 30 meter voor de woning van DNA voorzitter Jennifer Simons aangetroffen.

 

De man is waarschijnlijk door een misdrijf om het leven gekomen. Zijn lichaam is afgevoerd door een uitvaartbedrijf en in beslag genomen voor nader onderzoek. Het is nog niet bekend wie het slachtoffer is en wat er zich geeft afgespeeld. Later meer.

Een foto binnen gekomen via app:

https://www.waterkant.net/suriname/2020/04/25/lijk-met-steekverwondingen-midden-op-straat-nabij-woning-dna-voorzitter-simons/

Jogi over verdachtenstatus Hoefdraad: ‘Bonyo musu de ini a meti!’

 

Het Openbaar Ministerie moet volgens VHP-assembleelid Mahinder Jogi voldoende gronden hebben gehad om minister Gillmore Hoefdraad van Financiën nu als verdachte aan te merken in het strafrechtelijk onderzoek tegen de ex-governor van de Centrale Bank van Suriname, Robert Van Trikt. Procureur-generaal Roy Baidjanath Panday heeft De Nationale Assemblee schriftelijk op 23 april gevraagd om de minister in staat van beschuldiging te stellen. “Uit de brief die reeds de deur is uitgegaan, begrijp ik dat de pg wel termen aanwezig acht om door te gaan met het onderzoek. Bonyo musu de ini a meti!”, zegt de VHP’er aan Dagblad Suriname. De politicus voert aan dat de bewindsman eerder vaker manieren ofwel smoesjes heeft gezocht om de verhoren bij de politie als getuige te ontwijken. “Zogenaamd was hij in het parlement, dan op buitenlandse missies. Hierdoor heeft minister Hoefdraad mijns inziens ruimte genomen om zich juridisch te laten scholen over welke verklaring en hoe hij die verklaring zou moeten afleggen in deze zaak en wat hem het minste gaat schaden”, stelt Jogi. De volksvertegenwoordiger voert aan dat de Centrale Bank van Suriname ook fungeert als kassier van de Staat en hierdoor betalingen voor geleverde goederen en diensten ook in opdracht van de Staat moet doen. Opvallend genoeg is het dan de minister van Financiën die namens de Staat deze opdrachten aan de CBvS geeft. “De minister van Financiën kan dus niet vrijuit gaan”, aldus Jogi.

Nieuw parlement kan Hoefdraad ook in staat van beschuldiging stellen

Om Hoefdraad te kunnen vervolgen, moet het parlement hem in staat van beschuldiging stellen. Dat betekent dat de immuniteit die de minister geniet, dan wegvalt. De Nationale Assemblee is echter op reces. Jogi stelt dat eerder ook Errol Alibux in het kabinet Jules Wijdenbosch in staat van beschuldiging is gesteld. Dat gebeurde nadat de regering Wijdenbosch- Radhakishun was afgetreden en een nieuw parlement was aangetreden. “Na de verkiezingen van 25 mei 2020 treedt een nieuw parlement aan. Nu de brief van de pg naar het parlement is gestuurd, kan het verkiezingsreces worden onderbroken of het nieuw parlement zal de minister van Financiën, misschien dan de ex-minister, in staat van beschuldiging stellen”, aldus Jogi. Hij voegt eraan toe dat de wetgevende macht het OM niet mag belemmeren in het uitvoeren van haar werk.

Hoefdraad ontweek vervolging bij overschrijding leningenplafond

Het is echter niet de eerste keer dat de minister deze status heeft. Eerder was hij verdachte in het onderzoek naar overschrijding van het leningenplafond. Toen heeft de coalitie de Wet op Staatsschuld gewijzigd, waardoor Hoefdraad niet meer vervolgbaar was. Zijn status als verdachte is toen vervallen. Van Trikt heeft eerder bij de politie verklaard alsook bij de rechter-commissaris dat Hoefdraad van alle overeenkomsten op de hoogte was die de Centrale Bank heeft getekend met onder meer Clairfield Benelux NV en Orion Assurance & Advisory Services NV. Hoefdraad verklaarde dat hij inhoudelijk niet op de hoogte was van deze overeenkomsten. Hij ontkende volmacht te hebben verstrekt aan de ex-governor, noch aan de Belgische vertegenwoordiger Buysse van het bedrijf Clairfield om namens de staat te handelen. 

FR

https://www.dbsuriname.com/2020/04/25/jogi-over-verdachtenstatus-hoefdraad-bonyo-musu-de-ini-a-meti/?fbclid=IwAR3KibO3O0uImm9R6MOp2XQBqi3RVURkDJMV5-DGNygE7zdEP29qhzAy968

Minister Hoefdraad wordt corruptie, overtreding Bankwet, oplichting en ambtsverduistering verweten

Van Trikt heeft gezongen als een kanarie

Sedert het verzoek van 28 januari 2020 van de Centrale Bank van Suriname (CBVS) om een strafrechtelijk onderzoek te starten tegen haar governor Robert-Gray van Trikt is heel wat boven water gekomen. Dit komt voornamelijk door het feit dat Van Trikt, geconfronteerd met alle harde bewijsmiddelen, heeft gezongen als een kanarie. Uit het voorlopig onderzoek van het Speciaal Onderzoek Team is komen vast te staan dat alle strafbare feiten in nauwe en bewuste samenwerking met minister Gilmore Andre Hoefdraad zijn gepleegd.

In een overeenkomst, gedateerd 9 september 2019, werd aangegeven dat de CBVS  momenteel een mogelijkheid bekijkt om een waarderings- en billijkheidsadvies te verkrijgen van de royaltyrechten uit Rosebel Goldmines NV en ondersteuning heeft gevraagd van Clairfield Benelux NV Verder, dat CBVS in samenwerking met de Surinaamse overheid wil komen tot een schuldsanering. Voorgesteld werd om het royaltyrecht van 6,5% voor 10 jaren in zekerheid te plaatsen bij de CBVS.  Deze overeenkomst is op 18 september 2019 ondertekend door Van Trikt.  Bij de politie heeft Van Trikt verklaard dat deze overeenkomst in afstemming met Hoefdraad, is ondertekend. Alhoewel Hoefdraad ontkend heeft in zijn verklaring op de hoogte te zijn geweest van de afspraken tussen de CBVS en Clairfield Benelux, is dit klaarblijkelijk een leugen. Op 11 oktober 2019 werd een missive ondertekend door de voorzitter van de raad van ministers, vp Ashwin Adhin,  waarin aan de minister van Natuurlijke Hulpbronnen te kennen werd gegeven dat de regering heeft besloten dat de royalty’s, welke Rosebel Gold Mines NV afdraagt aan Grassalco en de 2% van het goud dat Iamgold Rosebel Goldmines afdraagt aan Grassalco, voor de duur van 15 jaren zal worden afgedragen aan de CBVS. Dit besluit is ingegaan op 1 oktober 2019 en eindigt op 1 oktober 2034. Hoefdraad was wel degelijk op de hoogte van deze overeenkomst, anders had hij geen goedkeuring kunnen verkrijgen van de RvM.

Op 01 november 2019 wordt er tussen Hoefdraad en Van Trikt een overeenkomst ondertekend, inhoudende dat de Staat ingaande 01 november 2019 voor de duur van 15 jaar en wel tot 01 november 2034 zijn royalty’s die Grassalco NV verkrijgt van Iamgold, voortvloeiend uit de Delfstoffenovereenkomst d.d. 7 april 1994, afdraagt aan de CBVS. In de overeenkomst zijn de verwachte inkomsten gecalculeerd tot een totaalbedrag van USD 300 miljoen. Deze overeenkomst is zogenaamd bedoeld om alle schulden die de Staat heeft bij de CBVS  aft te lossen, alsmede de overschrijding op lopende rekeningen.

Verstrekking valse informatie aan regeringscommissaris

Uit het onderzoek blijkt dat deze constructie is bedacht door Hoefdraad en dat hiermee in strijd is gehandeld met de Bankwet. Alhoewel Hoefdraad deze handelingen ontkend zijn er voice apps in het bezit van de politie, waarop Hoefdraad deze constructie haarfijn uitlegt aan regeringscommissaris van de CBVS, de heer Kirpalani Vidjai.  In deze voice app geeft Hoefdraad ook aan dat in de onderhandelingen met Oppenheimer een borgstelling nodig is om de lening te kunnen krijgen. Hoefdraad heeft toen de royalty’s, die rechtens de CBVS toebehoren, als borg gegeven voor een tweede lening. Dit gedrag is vooral verwerpelijk, omdat Hoefdraad vanaf het eerste moment wist dat deze tweede borgstelling vals was, aangezien de royalty’s de CBVS  toebehoren.  In dezelfde voice app laat Hoefdraad weten dat hij weer met Oppenheimer aan het onderhandelen is om midden maart 2020 een lening (zonder een borgstelling) aan te gaan, waarbij die van december 2019 meteen wordt afgelost. Hoefdraad heeft hierdoor doelbewust onjuiste informatie verstrekt aan Kirpalani, toen die vragen begon te stellen over het dubbel verpanden van de royalty’s.

Van Trikt beetgenomen door Hoefdraad

Op grond van de overeenkomst van 01 november 2019 heeft Hoefdraad op 5 verschillende dagen in totaal SRD 2,216,729,120.00 (miljard) getrokken van de CBVS. Deze trekkingen zijn door Hoefdraad geaccordeerd. Hieruit werd ook de lening van de overheid bij de Hakrinbank en de VCB afgelost. Het gaat om een totaalbedrag van Euro 80.536.666,67 omgerekend naar SRD tegen een koers van 8,359. Van Trikt heeft de betaling van deze 2 leningen van de Staat voortgang doen vinden, terwijl hij wist dat Hoefdraad de royalty’s van de CBVS voor een tweede borg had aangeboden en dat hij 90 dagen had om dit te corrigeren.  Van Trikt verklaart dat hij zich beetgenomen voelt door Hoefdraad.

Wurgcontract

Hoefdraad ontkent op de hoogte zijn van de afspraken betrekking hebbende op de overeenkomsten tussen Van Trikt en Clairfield Benelux, maar hij gebruikt wel informatie afkomstig van deze afspraken om de overeenkomst van 01 november 2019 te laten opmaken. Ook uit (whatsapp) voice berichten tussen Van Trikt en Hoefdraad blijkt dat hij wel degelijk op de hoogte was van de afspraken en aanwijzingen heeft gegeven om zaken zo geruisloos mogelijk te laten verlopen. De vergoeding aan Clairfield was Euro 2.500.000, waarvan bij de ondertekening gelijk Euro 1.250.000 is betaald met de voorwaarde dat ongeacht de uitkomst van de opdracht, de CBVS verplicht is tot betaling van het overeengekomen bedrag. Hier is dus duidelijk sprake van een wurgcontract. De CBVS  heeft hierbij in strijd met artikel 16 van de Bankwet gehandeld. Van Trikt blijft erbij dat zulks in nauwe en bewuste samenwerking met Hoefdraad is gedaan.

Verkoop van overheidsgebouwen

Op 10 mei 2019 is een overeenkomst “Project prodigy Valuation of the Assets of the Government of Suriname” getekend. Conform deze overeenkomst zal de CBVS mogelijkheden nagaan om een waardering te verkrijgen van alle belangrijke activa en participaties van de Staat, vallende onder het aandeelhoudersbeleid. Clairfield Benelux zou hierbij ondersteuning geven. Hoefdraad heeft hierbij bezittingen van de Staat zodanig hoog laten waarderen, dat hij daardoor gelden kon trekken bij de CBVS en daardoor heeft Van Trikt in strijd met artikel 18 van de Bankwet gehandeld. Hoefdraad gebruikte een strategie om 17 overheidspanden “te verkopen” aan de CBVS. In het schrijven waarin deze panden worden opgesomd, wordt er aangegeven door Hoefdraad dat deze panden een geschatte marktwaarde hebben van Euro 45 miljoen. Uit het onderzoek is gebleken dat deze panden nimmer zijn getaxeerd. Genoemde panden zijn ook nimmer overgedragen aan de CBVS, terwijl de betalingen reeds hebben plaatsgevonden aan Hoefdraad. Hoefdraad en Van Trikt hebben zich hiermede schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 18 en 21 van de Bankwet, alsook artikel 386 jo 67 en 423 van het Wetboek van Strafrecht (oplichting/ ambtsverduistering).

Voor 3 van de panden was er reeds een koop– en verkoopovereenkomst opgemaakt, waarbij mevrouw Woei L., in haar hoedanigheid van directeur van het ministerie van Ruimtelijke Ordening, Grond – en Bosbeheer is opgetreden als “verkoper” en Van Trikt als governor van de CBVS als koper. Met de aankoop van de panden hebben Van Trikt en Hoefdraad zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 18 lid 4 van de Bankwet, alsook artikel 13 van de Anticorruptiewet.

https://www.dbsuriname.com/2020/04/25/minister-hoefdraad-wordt-corruptie-overtreding-bankwet-oplichting-en-ambtsverduistering-verweten/?fbclid=IwAR0yFUHfWSbSi4Sj98O_uiofrLkO0xX13x3T8-hyrfk8v-0gE0DByh9dURE

Parlement kan vervolging Hoefdraad belemmeren

April 24, 2020

De procureur-generaal (PG) heeft De Nationale Assemblee gevraagd, om door tussenkomst van parlementsvoorzitter Jennifer Geerlings-Simons, minister Gillmore Hoefdraad van Financiën in staat van beschuldiging te stellen, omdat hij verdacht wordt van misdrijven, die bij wet strafbaar zijn gesteld. Advocaat Hugo Essed, om een reactie gevraagd, zegt dat het parlement kan bepalen of Hoefdraad wel of niet vervolgd wordt. Essed legt uit dat in de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers, is geregeld dat zaken waarbij politieke ambtsdragers in opspraak komen, deze een speciale afhandeling krijgen. “Ze verschijnen niet voor de kantonrechter zoals de gewone burgers. Hun zaak wordt door het Hof van Justitie afgehandeld. Het is een soort uitzonderingspositie voor politieke ambtsdragers”, zegt Essed. Echter is er een toevoeging opgenomen in deze wet, waarbij bepaald wordt dat het parlement bevoegd, te bepalen of zo een politieke ambtsdrager in het algemeen belang niet vervolgd wordt. “Ik verwacht dat dit gaat gebeuren. Met 26 stemmen kan het parlement bepalen dat Hoefdraad niet vervolgd wordt”, zegt Essed. Niet alleen de regering, maar ook de republiek Suriname zal dan een blamage treffen, met een dergelijk besluit. Echter zegt Essed, dat hij niet de indruk heeft, dat deze regering zich veel aantrekt van blamages. Minister Hoefdraad heeft intussen gereageerd en aangegeven, dat de PG zijn werk moet doen en dat zijn main focus is om Suriname te redden uit de acute nood. Essed huldigt de mening dat Hoefdraad niet weet hoe het hoort. “Hij zou per direct moeten aftreden”. Volgens Essed zou het Openbaar Ministerie de minister wel opsporingshandelingen kunnen opleggen om te voorkomen dat bewijsmiddelen weggemaakt worden. “De wet bepaalt dat het parlement mag beslissen over zijn vervolging, maar er staat niets over de opsporing”, aldus Essed. door Priscilla Kia

COMMENTAAR: Mag de Moor gaan?

25/04/2020 12:00

COMMENTAAR: Mag de Moor gaan?

DE PROCUREUR-GENERAAL heeft De Nationale Assemblee gevraagd om, zoals de wet voorschrijft, minister Gillmore Hoefdraad van Financiën in staat van beschuldiging te stellen. Dit zodat hij als verdachte kan worden aangemerkt in de zaak die de staat heeft aangespannen tegen de voormalig CBvS-governor Robert van Trikt.

Het is een bijzonder interessant ‘schaakspel’ dat zich voor de ogen van de burger aan het voltrekken is. De Nationale Assemblee en zeker de voorzitter, Jennifer Geerlings-Simons, heeft Hoefdraad namelijk de dans laten ontspringen. Zo had zij in eerste instantie streng aangegeven dat zolang de regering geen antwoord gaf op de vragen over de gestolen gelden onder Van Trikt, er niet vergaderd zou worden, om daarna zonder blikken of blozen over te gaan tot de orde van de dag.

Het was ook Amzad Abdoel, de fractieleider van de NDP, die het leningenbeleid van Hoefdraad faciliteerde door op stel en sprong de wet op de Staatsschuld aan te passen om vervolging van de bewindsman te voorkomen. Wat wel gebeurt de afgelopen maanden, is dat de publieke opinie zich door het falend financieel beleid van de regering heeft gekeerd tegen de minister. Opmerkelijk is dat de president die hoofdelijk verantwoordelijk is voor het beleid en ook gerechtigd is ministers te benoemen en te ontslaan zich van commentaar heeft onthouden over Hoefdraad.

Het kan best zijn dat publieke optredens waar de pers vragen mag stellen daarom al enige tijd angstvallig worden vermeden. Het stilzwijgen stelt Bouterse, van wie het beeld onterecht bestaat, dat hij zich soms als een mak lammetje laat leiden naar de slachtbank – weer eens in staat van het a-no-mi-scenario gebruik te maken. Dat zal dan het teken zijn voor DNA om de mantel der liefde abrupt af te trekken van Hoefdraad. De Moor heeft dan zijn werk gedaan en de Moor mag gaan.

De boodschap aan het electoraat wordt: we hebben ons ontdaan van het kankergezwel en kunnen dus weer in het machtscentrum komen. Maar dit scenario zal alleen werkelijkheid worden wanneer er geen geld meer nodig en te krijgen is naar de verkiezingen toe. Het wordt bovendien heel moeilijk invulling te geven aan het beleid op het ministerie van Financiën, omdat er in de afgelopen jaren geen ad-interim is geweest op die post.

And last but not least  … de belangrijkste pion – lees de koning: hoeveel weet Hoefdraad om hem zonder kleerscheuren in staat van beschuldiging te stellen. Na ruim tien jaar – eerst als governor en dan als Financiënminister – het geld onder deze machthebbers te hebben beheerd, kan het de regering meer kwaad dan goed doen, Hoefdraad te laten vallen. Dit is schaken op hoog niveau en Hoefdraad is een schaaktalent.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/04/25/commentaar-mag-de-moor-gaan/

 

OM corrigeert strategie na weigering Hoefdraad

25/04/2020 03:00 – Van onze redactie

OM corrigeert strategie na weigering Hoefdraad

Advocaat Frank Truideman zegt dat het OM geblunderd had door Hoefdraad als verdachte te willen horen zonder de wettelijke regels in acht te nemen.  

PARAMARIBO – Het Openbaar Ministerie (OM) is pas ertoe overgegaan een verzoek aan het parlement te richten om minister Gillmore Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen, nadat de bewindsman had geweigerd als verdachte gehoord te worden. Om formeel een justitieel onderzoek tegen een politieke ambtsdrager in te stellen moet die volgens de wettelijke regels eerst in staat van beschuldiging worden gesteld.

Het OM heeft haar blunder gecorrigeerd door De Nationale Assemblee zoals de wet voorschrijft te vragen zijn client in staat van beschuldiging te stellen, zegt advocaat Frank Truideman, die de minister juridisch bijstaat. Nu pas is de juiste procedure in acht genomen, zegt de advocaat tevens voormalige rechter tegen het NII. Truideman verduidelijkt door er op te wijzen dat reeds op 16 april Hoefdraad per brief door een politie-inspecteur in opdracht van de procureur-generaal was opgeroepen voor een verhoor als verdachte op woensdag 22 april.

Het gaat in deze om het justitieel onderzoek naar gepleegde malversaties bij de Centrale Bank van Suriname (CBvS). “In antwoord hierop heb ik de pg niet openlijk verwezen naar de te volgen procedure nu het in deze een politieke ambtsdrager betreft, maar volstaan met de mededeling dat wij deze stap van het Openbaar Ministerie niet begrijpen.” Het vervolgingsmonopolie van -gewezen- politieke ambtsdragers ligt op grond van de wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers niet bij het Openbaar Ministerie, maar bij De Nationale Assemblee, zegt de advocaat.

“Deze wet en het gezag van DNA worden ondermijnd, indien de daarin voorgeschreven procedure niet eerst wordt doorlopen alvorens mijn cliënt uit te nodigen voor een verhoor als verdachte of anderszins onderzoekshandelingen jegens hem te ondernemen”, aldus Truideman. De wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers vloeit rechtstreeks voort uit artikel 140 van de Grondwet en “met ernst moet worden afgevraagd of de procureur-generaal niet in aanvaring is gekomen met de rechtstaat, nu mijn cliënt formeel met terzijdestelling van de procedure via DNA per brief van 16 april 2020 is opgeroepen om als verdachte gehoord te worden”.

Dat het OM daarna de fout heeft gecorrigeerd door achteraf de juiste weg te volgen, doet niets af aan het gebeurde, zo betoogt Truideman. Hij merkt op dat het partlement niet bevoegd is te beoordelen of het aanmerken van een politieke ambtsdrager gegrond is. De Nationale Assemblée moet slechts bepalen of de vervolging van zo een functionaris ‘in politiek bestuurlijk opzicht in het algemeen belang moet worden geacht’. Indien De Nationale Assemblée oordeelt dat vervolging van de politieke ambtsdrager niet in het algemeen belang is dan is er volgens Truideman geen vervolgingsrecht.

De strafpleiter stelt Hoefdraad te hebben geadviseerd geen gevolg te geven aan de incorrecte oproep voor verhoor als verdachte op 22 april. De bewindsman heeft intussen verklaard zich niet druk te maken om de aanklacht. Hij zegt onverstoord door te gaan met de taak die hij van de president heeft gekregen. Uit het onderzoeksdossier komt naar voren dat Hoefdraad voor het plegen van elf strafbare feiten als verdachte wordt aangemerkt. Hij zou de Bankwet, de Antie-corruptiewet en het wetboek van Strafrecht hebben overtreden.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/04/24/om-corrigeert-strategie-na-weigering-hoefdraad/



Hoefdraad misbruikte royalty-overeenkomst voor Oppenheimer-lening

25/04/2020 05:55 – Ivan Cairo

Financiënminister Gillmore Hoefdraad gebruikte in december de goudroyalty als lokaas om de miljoenenlening bij Oppenheimer veilig te stellen.

Financiënminister Gillmore Hoefdraad gebruikte in december de goudroyalty als lokaas om de miljoenenlening bij Oppenheimer veilig te stellen. Foto: dWT  

PARAMARIBO – Minister Gillmore Hoefdraad van Financiën wordt door het Openbaar Ministerie (OM) beschuldigd van elf strafbare feiten die vallen onder de Bankwet, de Anti-corruptiewet en het wetboek van Strafrecht. Zo blijkt uit het proces-verbaal van rechercheurs van Kapitale Delicten waarin het resultaat van het justitieel onderzoek naar gepleegde vermoedelijke strafbare feiten bij de Centrale Bank van Suriname (CBvS) is samengevat.

In het onderzoeksdossier, inclusief bijlagen van bijna 140 pagina’s, worden 25 zaken, waaronder brieven, spraakberichten, contracten, credit- en debetnota’s van de CBvS, koop- en verkoopovereenkomsten, missieven en zelfs brieven van de president als bewijslast opgevoerd. In het onderzoek zijn er drie verdachten: voormalig governor Robert van Trikt, Ashween Angnoe, een zakenpartner van Van Trikt in advieskantoor Orion en Hoefdraad.

In het dossier komt naar voren dat handelingen die door de voormalige governor zijn gepleegd in nauw overleg, of op instructie van Hoefdraad hebben plaatsgevonden. Eén van de zware beschuldigingen is dat de minister een overeenkomst, die de overdracht van royalty’s van Iamgold aan de CBvS regelt, heeft misbruikt om een lening van 125 miljoen US dollar bij Oppenheimer los te krijgen.

De overeenkomst werd na goedkeuring van president Desi Bouterse op 1 november getekend tussen Van Trikt en Hoefdraad. In de overeenkomst staat dat uit de aan CBvS afgedragen royalty-inkomsten alle schulden die de staat heeft bij de CBvS worden afgelost, evenals de overschrijding op lopende rekeningen. De royalty-inkomsten waren zo voor veertien jaar tot 2033 vastgelegd.

Van Trikt heeft bij de politie verklaard dat bepaalde zaken die in de overeenkomst zijn opgenomen door Hoefdraad werden gehaald uit het resultaat van een project dat het Belgische Clairfield Benelux voor de Centrale Bank had uitgevoerd. Echter, de minister had als getuige bij de politie verklaard niet op de hoogte te zijn van enige afgeronde en getekende overeenkomsten tussen de CBvS en Clairfield.

In december gebruikte de Financiënminister de goudroyalty als lokaas om de miljoenenlening bij Oppenheimer veilig te stellen. Aan Oppenheimer werd voorgehouden dat binnen negentig dagen de gelden afkomstig van Iamgold op een speciale rekening zouden worden gestort. Indien dat niet gebeurde zou de rente op de lening met 3 procent omhoog gaan. Door Hoefdraad werd een zogenoemde ‘watervalconstructie’ toegepast. “Dat wil zeggen dat de royalty’s die op 1 november 2019 aan de CBvS zijn afgedragen ter aflossing van de lening die de staat heeft bij CBvS op 21 december 2019 nogeens zijn gebruikt bij de leenovereenkomst tussen de staat en Oppenheimer & Co”, staat in het dossier.

Uit het onderzoek is gebleken dat de watervalconstructie door de bewindsman werd bedacht. Op 11 februari heeft hij dat in een spraakbericht naar regeringscommissaris Vidjai Kirpalani uitgelegd. “In deze voice app geeft de minister duidelijk aan dat er tijdens de onderhandelingen met Oppenheimer een pledge nodig was om de lening te kunnen krijgen. Hoefdraad geeft hiermee aan willens en wetens de royalty’s, die aan de CBvS toebehoren te hebben ‘gepledged’ (in strijd met de overeenkomst van 1 november 2019 tussen hem en Van Trikt, in strijd met de ambtsbrief van de Raad van Ministers en in strijd met het besluit van de president van de Republiek Suriname) tijdens de onderhandelingen met Oppenheimer voor het veiligstellen van de lening.”

Volgens de rechercheurs wist de minister vanaf dat moment dat het toezeggen van de royalty’s van de bank ongegrond was, omdat die juridisch toebehoren aan de CBvS en dat de rente daardoor met 3 procent omhoog zou gaan. In het bericht aan Kirpalani gaf hij aan dat hij daarom weer met Oppenheimer onderhandelde om midden maart een lening te krijgen om die van december 2019 af te lossen. “Van deze onderhandelingen is er niets bekend geworden en van de beoogde lening in maart 2020 ook niet. Door zo te handelen heeft Hoefdraad met deze informatie Kirpalani onjuiste informatie verstrekt toen die vragen begon te stellen over het dubbel pledgen van de royalty’s”, wordt geconcludeerd door de rechercheurs.

Op 22 februari heeft de adviseur van Hoefdraad, Bernard Krockow, in een WhatsApp-bericht opnieuw aan Kirpalani uitleg gegeven over het “dubbel pledgen”. “Daarmee blijkt de verkeerde voorstelling die bewust is gecreëerd voor Oppenheimer door Hoefdraad om de lening in december 2019 ad 125 miljoen US dollar mogelijk te maken. Met de misleiding van Oppenheimer heeft de minister Suriname in diskrediet gebracht. Hiermee is bewust het risico genomen voor het omhoog brengen van de rente met 3 procent bij niet storten van de royalty’s binnen negentig dagen”, stellen de rechercheurs van Kapitale Delicten. Verder wordt aangegeven dat naar aanleiding van de overeenkomst van 1 november 2019, maar tegelijkertijd ook in strijd met deze overeenkomst, Hoefdraad in samenspraak met Van Trikt tussen 7 november en 26 februari vijf trekkingen van in totaal circa SRD 2,2 miljard bij de CBvS heeft gedaan.

Toen de vijfde trekking op 26 februari werd gedaan was de voormalige governor al aangehouden door de politie. “Deze trekkingen door Hoefdraad en gefiatteerd door Van Trikt zijn in strijd met artikelen 18 en 21 van de Bankwet”, staat in de aanklacht tegen de bewindsman. Met een deel van het geld werden leningen bij Volkscredietbank en Hakrinbank afgelost. Van Trikt heeft bij de politie verklaard de twee betalingen te hebben geautoriseerd, ondanks dat hij wist dat Hoefdraad de royalty’s van de bank als zekerstelling aan Oppenheimer had toegezegd. De minister had hem voorgehouden dat hij negentig dagen had om dit te corrigeren. “Hij voelt zich uiteindelijk beetgenomen door Hoefdraad.” Volgens het dossier was Hoefdraad zich ervan bewust dat hij de gelden niet mocht uitgeven omdat ze onrechtmatig tot zijn beschikking zijn gekomen.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/04/25/hoefdraad-misbruikte-royalty-overeenkomst-voor-oppenheimer-lening/

A20: Roep naar dienstbare leiders groter dan ooit te voren

25 Apr, 2020, 06:21

foto

 

De procureur-generaal (pg) heeft De Nationale Assemblee verzocht om de minister van Financiën in staat van beschuldiging te stellen conform de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers, wegens het vermoedelijk plegen van misdrijven. A20 is van mening dat het een positieve ontwikkeling is, dat de pg op basis van zijn taken en bevoegdheden wenst over te gaan tot de vervolging van vermoedelijk gepleegde misdrijven van voornoemde politieke ambtsdrager. 

 
Ten aanzien van de politiek in zijn algemeenheid, vindt A20 het onacceptabel, dat enkele vooraanstaande politieke ambtsdragers naar wie de jeugd en de samenleving in zijn totaliteit moeten opkijken, veroordeeld zijn of verdacht worden van het plegen van misdrijven. Dit is een nationale en internationale schande en op deze wijze wordt het imago van Suriname internationaal steeds meer geschaad. 
 
De afgelopen periode is er een ontwikkeling te constateren waarbij wetgeving wordt aangenomen welke onvoldoende draagvlak heeft, waarbij het duidelijk is dat het nationaal belang niet wordt gediend. Als voorbeelden hierbij gelden de onlangs aangenomen ‘valutawet’ en de Wet uitzonderingstoestand etc. 
 
Onze parlementariërs hebben nu de laatste kans om te tonen dat ze daadwerkelijk de vertegenwoordigers van het volk zijn en op basis van rechtvaardigheid zullen beslissen over het verzoek tot het in staat van beschuldiging stellen van de Minister van Financiën. Het is voor A20 vanzelfsprekend dat een leider onder deze omstandigheid per direct zijn functie neer dient te leggen, waardoor het ambt kan worden uitgeoefend op een wijze waarbij de betrouwbaarheid niet in twijfel hoeft te worden getrokken. 
 
A20 is ook van mening dat de ontwikkelingen van de afgelopen periode waarbij vooraanstaande politici in opspraak raken, de noodzaak voor dienstbare leiders die daadwerkelijk als rolmodellen kunnen dienen steeds groter en noodzakelijker maakt. Immers zijn dienstbare leiders personen die aan de ene kant integer zijn en aan de andere kant deskundig zijn om hun functies uit te oefenen, waardoor zij in staat moeten worden geacht het belang van het volk te kunnen dienen. Alles staat en valt met leiderschap en Suriname zal pas getransformeerd kunnen worden, wanneer dienstbare leiders het roer overnemen en Suriname op de eerste plaats zetten. 
 
Met het verzoek van de pg tot het in staat van beschuldiging stellen van de minister van Financiën, is het duidelijk dat het fundamenteel onrecht dat zich in Suriname plaatsvindt, immens is. Om te komen tot heropbouw van het fundament van Suriname, is het cruciaal dat leiders moeten worden gekozen die geen “track record” hebben van corruptie of het begaan van strafbare feiten. Immers is het niet realistisch dat personen corruptie zullen bevechten als zij er zelf deel van zijn of van hebben uitgemaakt. 
 
Wat Suriname nu nodig heeft is simpelweg een andere manier van politiekvoering, namelijk; dienstbare politiek. Dit is een nieuwe vorm van politiekvoering die zich kenmerkt door het dienen van de samenleving, in plaats van het dienen van partij- of eigen belang. Door middel van dienstbare politiek zullen wij kunnen komen tot een dienstbare samenleving waarbij we de cyclus van corruptie en een ‘zweef teki’ mentaliteit kunnen doorbreken. 
 
A20 roept de volksvertegenwoordigers dringend op om met spoed hun taak ter hand te nemen en overeenkomstig wet en recht te beslissen over het verzoek van de pg.
 
Het kan anders! 
Alternatief 2020

DA'91: DNA moet zo snel mogelijk bijeenkomen

25 Apr, 2020, 02:26

foto

 
DA’91 vindt dat De Nationale Assemblee zo snel mogelijk bijeen moet komen om de vordering van de procureur-generaal (pg) te behandelen. De politieke organisatie vindt dat elk DNA-lid, inclusief de voorzitter, die de eis van de pg niet inwilligt, medeplichtig is aan beroving van de Staat Suriname en zal daar door een DA’91 regering keihard verantwoordelijk voor gehouden worden.
 
Het nieuws dat het Openbaar Ministerie (OM) eist dat minister Gillmore Hoefdraad van Financiën in staat van beschuldiging wordt gesteld, bevestigt de vermoedens dat de minister Hoefdraad van Financiën en het kabinet Bouterse corrupt zijn. DA’91 verwijst ook naar haar talrijke publicaties hierover. Het verzoek van de onafhankelijke pg, de onafhankelijke en integere vervolgingsautoriteit, is volgens DA’91 als een bom ingeslagen in de samenleving. DA’ 91 stelt heel veel vertrouwen in de bezetting van het OM, en heeft dat vaker publiekelijk aangegeven. “Wij hebben ons respect ook steeds weer laten blijken zoals onze ongeconditioneerde ondersteuning bij de verschillende aanvallen vanuit de president en zijn regering op de pg, o.a. in het geval van het instrueren van de pg voor toepassing van artikel 148 ivm de 8 decembermoorden 1982, de amnestiewet 2012″. 
 
De aanhouding van de voormalige governor van de Centrale Bank, Robert van Trikt en de aanklacht van DA’91 en andere maatschappelijke groepen over ‘machtsmisbruik’ van de minister van Financiën, moet niet los gezien worden van het verzoek van de pg aan de DNA om art 140 van de grondwet van toepassing te laten zijn voor deze politieke ambtsdrager. DA’91 heeft herhaaldelijk, jarenlang, de misstappen geconstateerd, gewaarschuwd voor de ramp die onze samenleving te wachten stond en opgeroepen tot correctie. Meerdere malen is er een dringend beroep gedaan op De Nationale Assemblee om paal en perk te stellen aan het onverantwoordelijk en wetteloos gedrag van de minister van Financiën.
 
De NDP/BEP/DOE/PL en ABOP, later ook nog HVB coalitie in DNA stimuleerden en ondersteunden dit gedrag ten nadele van de samenleving door wetsproducten aan te nemen die juist straffeloosheid propageerden en ongecontroleerde financieel-economische vernietiging van deze generatie en alle generaties daarna. Met de beroving van de samenleving van bijkans 200 miljoen van haar vreemde valuta tegoeden, werd een absoluut dieptepunt bereikt en ook DA’91 voorzitter Angelic del Castilho diende een klacht in tegen de minister van Financiën bij het OM. 
 
De handeling en eis van de pg nu moet elke Surinamer volgens DA’91 trots doen voelen en overtuigen dat in ieder geval het OM de bescherming van de burgers tegen het boeventuig serieus neemt. Nu is het de vraag of DNA, inclusief de coalitie, ook de zijde van de samenleving zal kiezen en terstond bijeen zal komen om de eis van de pg in te willigen. “Geen enkel zichzelf respecterend DNA lid zou mogen toestaan dat onder welk voorwendsel dan ook een dergelijke oplichter van de Surinaamse samenleving, nog een dag langer die ruimte geboden werd. De oppositie roepen wij op terstond het uitschrijven van de noodzakelijke vergadering schriftelijk te eisen van de voorzitter DNA. Laat het opgetekend zijn dat u zich van uw taak en verantwoordelijkheid heeft gekweten,” betoogt DA’91. 

Abdoel: Dossier pg roept meer vragen op dan het beantwoordt

25 Apr, 2020, 00:00

foto
 Amzad Abdoel, fractieleider van NDP. 

“Na een globale bestudering van het dossier dat door de procureur-generaal naar De Nationale Assemblee is gestuurd, moet ik wel aangeven dat het schrijven meer vragen oproept dan het beantwoordt. Na ampele bestudering zit ik ten eerste mij af te vragen, wat de haast was achter het besluit van de pg om deze vordering in te stellen tegen minister Gillmore Hoefdraad van Financiën. Over de feitelijke omschrijving kan er best wel aangegeven worden dat de 11 punten tellende overwegingen zoals opgesomd door de pg, niet veel zegt als u nagaat hoeveel dossiers door de regering-Bouterse naar het Openbaar Ministerie zijn gestuurd met diezelfde strekking om onderzocht te worden. Ik zal niet toelaten dat minister Hoefdraad veroordeeld wordt alvorens een eerlijk proces te hebben gehad”. Dit zegt de NDP-fractieleider Amzad Abdoel in een eerste reactie aan Starnieuws. 
 
Abdoel zegt niet te begrijpen op basis waarvan en welke argumentatie, de pg dit onderzoek topprioriteit geeft. “In elk geval wil ik bij deze ook aangeven dat als parlementariër ik niet gediend ben van de gekozen bewoording in de vordering met name “De Nationale Assemblee, onverwijld overgaat tot het nemen van het besluit ter zake onderhavige vordering met betrekking tot het in staat van beschuldiging stellen van de minister van Financiën. De Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers beschrijft een duidelijk proces. Ik zou me aan dat proces willen houden. Indien na verdere bestudering blijkt dat de gevraagde vordering niet steekhoudend is, zal deze ook worden afgewezen door het parlement,” stelt Abdoel. 
 
De wet schrijft ook voor dat het parlement een onderzoekscommissie mag instellen om zelf onderzoek te doen. “Bij de bestudering valt het me vooral op dat het voornamelijk gaat om verdenkingen en vooral het trekken van conclusies op basis van eigen interpretaties. Bij de beschrijvingen wordt veelal gebruik gemaakt van delen van communicaties, die makkelijk uit haar context gehaald kunnen worden. Ook wordt veelal beleidsintenties beschreven als te zijn gepleegde handelingen zonder de achterliggende gedachten toe te lichten. Verder heeft nergens toetsing plaatsgevonden of de minister van Financiën binnen zijn wettelijke bevoegdheden heeft gehandeld, waarbij er formele stukken door hem zijn getekend die een onoorbare handeling staven. Hoewel in de vordering aangegeven wordt dat de minister zich schuldig zou hebben gemaakt aan misleiding, witwassen en corruptie, gaat u nergens in het dossier concreet lezen wie misleid is, hoeveel witgewassen is, wanneer dat gebeurd is en wie de klacht heeft ingediend tegen de minister,” voert Abdoel aan. 
 
“Wat u wel gaat lezen bij de overwegingen is dat het gaat om strafbare feiten die gepleegd zijn in overtreding van de Bankwet en daarmee verbonden/meegelezen andere wetten. Ik krijg snel het gevoel alsof het van levensbelang is voor de pg om de minister zo spoedig als mogelijk daarmee te linken. In elk geval worden woorden als uitlokking en tezamen en in vereniging ook vaker gebruikt. Om de andere verdachten te vervolgen heeft de pg geen goedkeuring van DNA nodig. Hij kan dus verder zijn werk doen en DNA de ruimte bieden om ook haar werk te doen. Of was de minister de enige andere verdachte? Verder wil ik op dit moment aangeven dat we de zaak nog diepgaand en juridisch technisch zullen en willen bekijken,” zegt de NDP-fractieleider. 

PG handelt niet in strijd met de rechtsstaat noch met de grondwet

Naar aanleiding van het bericht over de vordering van de procureur-generaal aan de voorzitter van De Nationale Assemblée tot het in staat van beschuldiging stellen van minister Gillmore Hoefdraad, stelt de advocaat van de minister, Frank Truideman dat nu pas zijdens het Openbaar Ministerie de juiste procedure in acht is genomen.

Truideman zegt dat op 16 april 2020 bij zijn cliënt een schrijven afkomstig van een Inspecteur van Politie werd bezorgd, waarin de minister in opdracht van de procureur-generaal wordt opgeroepen voor een verhoor als verdachte op woensdag 22 april jl. inzake het onderzoek naar gepleegde malversaties bij de Centrale Bank.

Truideman vraagt zich af of de procureur-generaal niet in aanvaring is gekomen met de rechtstaat, nu zijn cliënt met terzijdestelling van de procedure via DNA per brief van 16 april 2020 is opgeroepen om als verdachte gehoord te worden.

De advocaat zegt zijn cliënt geadviseerd te hebben om geen gevolg te geven aan de oproep voor verhoor als verdachte op 22 april jl.
In een reactie zegt advocaat Hugo Essed dat de PG het parlement pas kan vragen de minister in staat van beschuldiging te stellen nadat hij hem als verdachte heeft aangemerkt.

Zodra en doordat hij als verdachte is aangemerkt mag hij worden opgeroepen voor verhoor en zelfs worden aangehouden.
De wet in van beschuldigingstelling zegt niets over opsporingshandelingen maar slechts iets over de vervolging.
De PG handelt dus niet in strijd met de rechtsstaat noch met de grondwet.

Aldus een reactie van advocaat Hugo Essed.

ABC Online Nieuws – 24 april 2020 PG handelt niet in strijd met de rechtsstaat noch met de grondwet Naar aanleiding van het bericht over de vordering van de …
 
Over deze website
 
YOUTUBE.COM
 
ABC Online Nieuws – 24 april 2020 PG handelt niet in strijd met de rechtsstaat noch met de grondwet Naar aanleiding van het bericht over de vordering van de …
https://www.facebook.com/Surinamzegneetegenpaars/

Pg verdenkt Hoefdraad van meer dan 10 strafbare feiten

24 Apr, 2020, 12:55

foto
 Het lijvige dossier dat de procureur-generaal gestuurd heeft naar De Nationale Assemblee bevat diverse bewijsstukken. Dit is productienummer 26. 

Procureur-generaal (pg) Roy Baidjnath Panday heeft een lijvig document gestuurd naar De Nationale Assemblee waarin de strafbare feiten waarvan minister Gillmore Hoefdraad wordt verdacht, uitvoerig zijn aangegeven en toegelicht met onderliggende documenten. Het gaat om meer dan tien strafbare feiten die Hoefdraad in zijn ambt als minister zou hebben gepleegd. De pg vordert dat de bewindsman in staat van beschuldiging wordt gesteld, waardoor hij vervolgd kan worden. Intussen heeft Hoefdraad te kennen gegeven dat hij onverstoord doorgaat met zijn werkzaamheden, waaronder invulling geven aan het Covid-19 noodfonds. 
 
De pg schrijft De Nationale Assemblee dat er voldoende aanwijzing van schuld is. Het gaat om onder andere de volgende strafbare feiten:
1. Het tezamen en in vereniging met één of meer anderen medeplegen van opzettelijke overtreding van het bepaalde in artikel 21 leden 2 en 4 van de Bankwet. 
2. Uitlokking tot opzettelijke overtreding van het bepaalde in artikel 21 leden 2 en 4 van de Bankwet. 
3. Medeplichtigheid tot opzettelijke overtreding van het bepaalde in artikel 21 leden 2 en 4 van de Bankwet. 
4. Het tezamen en vereniging met één of meer anderen medeplegen van niet-opzettelijke overtreding van het bepaalde in artikel 21 leden 2 en 4 van de Bankwet. 
5. Uitlokking tot niet-opzettelijke overtreding van heet bepaalde in artikel 21 leden 2 en 4 van de Bankwet. 
6. Medeplichtigheid tot niet-opzettelijke overtreding van het bepaalde in artikel 21 leden 2 en 4 van de Bankwet. 
 
7. Het tezamen en in vereniging met één of meer anderen medeplegen van het handelen in strijd met een of meer  wettelijke voorschriften met name het aangaan van een of meer overeenkomsten ten behoeve of ten laste van de Staat of een staatsinstelling. 
8. Uitlokking tot het handelen in strijd met een of meer wettelijke voorschriften met name het aangaan van een of meer overeenkomsten ten behoeve of ten laste van de Staat of staatsinstelling. 
9. Het tezamen en in vereniging met één of meer anderen medeplegen van verduistering van geld of geldswaardig papier gepleegd door een ambtenaar. 
10. Uitlokking tot verduistering van geld of geldswaardig papier gepleegd door een ambtenaar. 
11. Het tezamen en vereniging met één of meer anderen medeplegen van oplichting gepleegd door een ambtenaar, door het begaan van dat strafbaar feit een bijzondere ambtsplicht is geschonden of bij het begaan van dat strafbaar feit gebruik heeft/hebben zich schuldig gemaakt van macht, gelegenheid of middel vaan de/die ambtenaren door het ambt geschonken. 
 
De pg vordert dat De Nationale Assemblee onverwijld overgaat tot het nemen van het besluit over de vordering voor het in staat van beschuldiging stellen van minister Hoefdraad. Op basis van het besluit van de volksvertegenwoordiging kan de rechter-commissaris starten met het gerechtelijk vooronderzoek. Het verzoek is gedaan op 23 april door de pg. Hij heeft in het lijvige dossier verhoren en onderliggende stukken toegevoegd. De pg wil zo snel mogelijk antwoord van het college. 

PALU: Hoefdraad te lang te veel ruimte gehad van president

24 Apr, 2020, 12:07

foto

Nu de procureur-generaal (pg) formeel het verzoek heeft gedeponeerd bij De Nationale Assemblee (DNA) om minister Gilmore Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen, moet hij per direct door de president worden ontheven om ruimte te geven aan het onderzoek van het Openbaar Ministerie (OM). Elke dag dat hij langer op die positie zit, betekent het dat hij met bewijzen kan rommelen. Meer nog, het financieel beleid van de regering dat het land aan de rand van faillissement heeft gebracht moet zo snel mogelijk omgegooid worden. De PALU had reeds ruim een maand geleden gepleit voor deze stap. De grote vraag die rijst nu, waarom heeft de president, die ministers benoemd en ontslaat, de klungelende minister Hoefdraad zoveel ruimte gegeven om zijn gang te gaan? Inmiddels is het land door de grof lenende minister sterk afhankelijk gemaakt van buitenlandse instituten zonder dat de productie noemenswaardig is toegenomen.
 
Minister Hoefdraad wordt nu verdacht medeplichtig te zijn aan de malversaties die hij afschoof op de voormalige governor Robert van Trikt. Van Trikt zou sommige besluiten in nauw overleg met hem en weer andere zelfs op instructie van hem genomen hebben. In DNA heeft de minister op diverse momenten ontkend op de hoogte te zijn geweest van de handelingen van de voormalige governor. Het vermoeden dat hij toen gelogen heeft wordt hiermee bevestigd.
 
Het was ook de NDP-coalitie in het parlement die de minister met hand en tand heeft verdedigd en ondersteund. Willens en wetens is de onafhankelijke functie van DNA ondergraven. Met een andere opstelling van de NDP-fractie had de liegende en vooral klungelende minister allang al ontheven kunnen zijn. De beschuldigingen waarvoor hij nu in staat van beschuldiging zal worden gesteld zijn slechts een topje van de ijsberg. De DNA‑voorzitter heeft geen keus dan zo snel mogelijk de openbare vergadering uit te schrijven.
 
Alle tekenen waren daar dat het financieel wanbeleid langzaam maar zeker het land in een sterk afhankelijke positie bracht van leeninstituten als Oppenheimer. Heel weinig van de leningen zijn geïnvesteerd in de productieve sfeer waardoor ook de inkomsten van het land niet zijn meegegroeid. Ondertussen bedraagt rente en aflossingen meer dan 30% van de overheidsinkomsten. Welke ideologische zienswijze van de NDP zou hieraan ten grondslag hebben gelegen? Of is die ideologie allang zoek en was het gewoon dat de NDP-fractie blindelings achter de arrogante minister Hoefdraad aangelopen is?
 
Het scenario van de ‘Economic Hitman’ doemt op. Financieel-economische consultants worden door de Amerikaanse intelligentie dienst CIA gestuurd naar arme landen die rijk zijn aan natuurlijke hulpbronnen. Met de adviezen van deze consultants lenen deze landen veel te veel geld om vooral organisatorische hervormingen door te voeren. Deze hervormingen kosten heel veel geld en maken vervolgens het land sterk afhankelijk van het buitenland. Moment het land dan in problemen komt om de leningen af te betalen, wordt vervolgens de greep direct of indirect op de natuurlijke rijkdommen vergroot. Ook wordt politieke beïnvloeding afgedwongen dat het land een voor de VS vriendelijk buitenlands beleid voert. Men schroomt daarbij niet om presidenten van die landen om te kopen en als ze tegenwerken, zelfs te vermoorden. Deze consultants worden Economic Hitmans genoemd. 
 
Inmiddels is bekend dat een dure Amerikaanse consultant door Hoefdraad is aangetrokken bij de Centrale Bank, die later is meegegaan naar het ministerie van Financiën. Deze consultant was ook de bedenker van de zeer slechte Wet Spaar- en Stabilisatiefonds. Is omkoping de reden waarom de president de minister zo lang de hand boven het hoofd heeft gehouden? Is hier de connectie waarom er zo een grote uitverkoop naar Suralco is gehouden? Komt daar het idee vandaan om de voor Suriname zo voordelige aandelen in Iamgold te verkopen? Gonst het daarom van de geruchten over verkoop van de olievondsten voor de kust?
 
Met het verzoek van de pg wordt het toekomstbeeld voor het volk van Suriname er niet beter op. De president staat inmiddels met de rug tegen de muur door het eigen financieel wanbeleid en moet nu ruim een maand voor de verkiezingen de minister van Financiën vervangen. Aanhouden van de minister zal slechts betekenen een voortzetting van het voor Suriname funest financiële beleid en wordt met argusogen gekeken naar de wijze waarop het Covid-noodfonds door hem zal worden opgezet.

Santokhi: Hoefdraad dient af te treden

24 Apr, 2020, 06:32

foto
 VHP-voorzitter Chan Santokhi 

Het beleid en de visie van de VHP is dat elke publieke functionaris die de status krijgt van verdachte, moet aftreden. Dus dient minister Gillmore Hoefdraad van Financiën af te treden nu de procureur-generaal De Nationale Assemblee gevraagd heeft hem in staat van beschuldiging te stellen. Zo reageert VHP-voorzitter Chan Santokhi om een reactie gevraagd, tegenover Starnieuws. 
 
De VHP-topman zegt dat het hier gaat om een gerechtelijk onderzoek op het hoogste justitiële niveau van een functionaris in een publieke functie die klaarblijkelijk strafrechtelijke handelingen heeft gepleegd. De kwestie is conform de wet voorgelegd aan De Nationale Assemblee en de VHP wacht het besluit van de Assembleevoorzitter af. 
 
De VHP-fractie is beschikbaar voor de parlementaire vergadering over de vordering van de pg, die aangegeven heeft dat de minister wordt verdacht van strafbare feiten. De VHP vindt dit een ernstige aangelegenheid, mede in het kader van de noodzaak om klaarheid te brengen in de vele financiële malversaties in de afgelopen periode en kijkt uit naar een spoedig besluit van het parlement. 

Advocaat minister Hoefdraad: “De PG lijkt in aanvaring te zijn gekomen met de rechtstaat

24-042020

Naar aanleiding van het bericht omtrent de vordering van de procureur-generaal aan de voorzitter van De Nationale Assemblée tot het in staat van beschuldiging stellen van minister Gillmore Hoefdraad, stelt de advocaat van de minister, de heer mr. Frank Truideman dat nu pas zijdens het Openbaar Ministerie de juiste procedure in acht is genomen. Mr. Truideman verduidelijkt één en ander door er op te wijzen dat reeds op 16 april 2020 bij zijn cliënt een schrijven afkomstig van een inspecteur van politie werd bezorgd, waarin de minister in opdracht van de procureur-generaal wordt opgeroepen voor een verhoor als verdachte op woensdag 22 april jl. inzake het onderzoek naar gepleegde malversaties bij de Centrale Bank van Suriname.
“In antwoord hierop heb ik de PG niet openlijk verwezen naar de te volgen procedure nu het in deze een politieke ambtsdrager betreft, maar volstaan met de mededeling dat wij deze stap van het Openbaar Ministerie niet begrijpen.”
Het vervolgingsmonopolie van -gewezen- politieke ambtsdragers ligt op grond van de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers van 18 oktober 2001 immers niet bij het Openbaar Ministerie, maar bij De Nationale Assemblee. “Deze wet en het gezag van DNA worden ondermijnd, indien de daarin voorgeschreven procedure niet eerst wordt doorlopen alvorens mijn cliënt uit te nodigen voor een verhoor als verdachte of anderszins onderzoekshandelingen jegens hem te ondernemen”, aldus mr. Truideman.
De Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers vloeit rechtstreeks voort uit artikel 140 van de Grondwet en met ernst moet worden afgevraagd of de procureur-generaal niet in aanvaring is gekomen met de rechtstaat, nu mijn cliënt formeel met terzijdestelling van de procedure via DNA per brief van 16 april 2020 is opgeroepen om als verdachte gehoord te worden. Dat het OM daarna de fout heeft gecorrigeerd door achteraf de juiste weg te volgen, doet niets af aan het gebeurde, zo betoogde minister Hoefdraad’s advocaat.
De bedoeling van deze wet is geenszins dat DNA treedt in de beoordeling van de gegrondheid van het aanmerken van een politieke ambtsdrager als verdachte. De Nationale Assemblée moet enkel bepalen of de vervolging van zo een functionaris ‘in politiek bestuurlijk opzicht in het algemeen belang moet worden geacht’. Indien de Nationale Assemblée oordeelt dat vervolging van de politieke ambtsdrager niet in het algemeen belang is dan is er volgens mr. Truideman geen vervolgingsrecht.
De advocaat zegt zijn cliënt geadviseerd te hebben om geen gevolg te geven aan de oproep voor verhoor als verdachte op 22 april jl. en zulks ook aan de procureur-generaal te hebben bericht, waardoor de PG de ruimte kreeg om de ingezette schending van artikel 140 van de Grondwet in te dammen

https://www.waterkant.net/suriname/2020/04/24/advocaat-van-hoefdraad-pg-lijkt-in-aanvaring-te-zijn-gekomen-met-de-rechtstaat/

Financiënminister Hoefdraad: “Ik laat mij niet afleiden”

24-04-2020

“Laat de pg zijn werk doen. Mijn ‘main focus’ en prioriteit op dit moment is het volk van Suriname redden uit de acute nood”, zegt minister Gillmore Hoefdraad van Financiën in een eerste reactie op het schrijven van het Openbaar Ministerie aan De Nationale Assemblee met het verzoek de bewindsman in staat van beschuldiging te stellen.

“Ik zal mij onder geen enkele omstandigheid laten afleiden van de belangrijke verantwoordelijkheid die op mijn schouders is gelegd door de president”, zegt de minister met verwijzing naar het COVID-19 Noodfonds dat in een recordtijd moest worden opgezet en uitgewerkt om de financiële en economische gevolgen van de coronacrisis te kunnen opvangen.

 

“We zijn behoorlijk opgeschoten en de verwachting is dat de president komende week uitkomt met concrete maatregelen om de zwaarst getroffen groepen tegemoet te komen. Zoals eerder aangekondigd is niet alleen gekeken naar kort termijn acties, maar ook naar maatregelen om de lokale productiesector een push te geven richting duurzame productie en importvervanging. Suriname heeft enorm veel potentie. En alhoewel deze crisis de zoveelste uitdaging is die in korte tijd op ons pad komt, heb ik er alle vertrouwen in dat we er sterker uit komen als land en volk. Het zal resulteren in de hoognodige diversificatie van onze economie en een nog creatievere en productievere samenleving.”

Opzettelijk storend en afleidend

De Financiënminister zegt uit zijn jarenlange ervaring bij en met internationale financiële instellingen waaronder het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Wereldbank, de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, de Islamic Development Bank (IsDB) te weten dat kleine landen als Suriname bij wereldcrises de zwaarste klappen krijgen, maar ook het snelst kunnen herstellen bij doordacht beleid. Dat Suriname binnen twee jaar al uit het diepe dal van de economische crisis van 2015/2016 kwam, is niet zonder meer gerealiseerd.

De bewindsman geeft toe dat de regering is overvallen door de COVID-19 crisis, met bijbehorende tegenvallers zoals het noodzakelijk sluiten van de grenzen en het kelderen van de aardolieprijzen. “Niemand had dit gedacht of gewild, maar het is wereldwijd een feit. Ook voor Suriname. En wij zullen er als Regering alles aan doen om ons volk te beschermen en tegemoet te komen.”

Dat hij uitgerekend op dit moment verdachtmakingen tegen zijn persoon moet aanhoren, ervaart de minister als “opzettelijk storend en afleidend”, maar niet als een zorgpunt. “Ik concentreer mij op het uitrollen van het noodfonds en intensiveren van het contact met bevriende naties en internationale instellingen die ons door deze moeilijke tijd heen willen helpen. Ook dit is tijdelijk. De vooruitzichten op middellange en lange termijn zijn zeer goed. Suriname komt er bovenop”, aldus Hoefdraad.

https://www.gfcnieuws.com/financienminister-hoefdraad-ik-laat-mij-niet-afleiden/

Van der San: “Omstandigheden rond COVID-19 gaan verkiezingen beïnvloeden”

24-04-2020

De omstandigheden die zich momenteel voordoen rond COVID-19 gaan sowieso de verkiezingen van 25 mei beïnvloeden, zegt Eugène van der San, directeur van het Kabinet van de President.

Hij benadrukt dat het niet gaat om beïnvloeding van het technisch of wettelijk geheel van de stembusgang, maar om de uitvoering. “Het stemgebeuren, dat gaat het zeker beïnvloeden,” verduidelijkt directeur Van der San. Hij meent dat men op grond hiervan een andersoortige organisatie zal moeten hebben voor die dag. De functionaris, die bij de organisatie van verschillende verkiezingen betrokken is geweest, geeft te kennen ook geen voorbereidingen gemerkt te hebben om de verkiezingen niet te laten doorgaan.

 

“Maar als men nog van plan is om de verkiezingen op 25 mei te houden dan wordt het wel tijd om duidelijkheid daarin te geven en te gaan afstemmen met de actoren hoe men op die dag de verkiezing gaat laten plaatsvinden.” Directeur van der San voegt eraan toe dat men namelijk niet aan het technische en wettelijk kader kan komen. “Maar wat betreft de organisatie zal men toch een aantal andere maatregelen moeten treffen omdat de verkiezing niet gaat kunnen worden gehouden op de normale wijze zoals dat plaatsvindt bij verkiezingen, gelet op de omstandigheden waarin we nu verkeren met betrekking tot COVID-19.”

Hij merkt op dat de administratieve processen naar de verkiezingen toe momenteel normaal plaatsvinden. Recentelijk hebben de terinzagelegging, indienen van de kandidatenlijsten en de kandidaatstelling plaatsgevonden. Een belangrijk aspect is het drukken van de stembiljetten. Al deze zaken in acht nemend is het volgens Van der San kort dag als men nu moet gaan vaststellen hoe op die dag de verkiezing gaan plaatsvinden. Hij kan zich tegelijkertijd ook voorstellen dat het te vroeg is omdat de huidige omstandigheden kunnen maken dat zelfs twee dagen voor 25 mei de verkiezing moet worden afgeblazen “omdat we een zodanige situatie met die COVID hebben in het land dat je op geen enkele wijze de mensen kunt laten gaan stemmen of in een rij kan laten gaan staan om te stemmen.”

Directeur Van der San: “Men moet gewoon constant rekening daarmee houden omdat de omstandigheden gaan bepalen en die omstandigheden vinden plaats tot de dag van die verkiezingen.” De kabinetsdirecteur constateert op dit punt een dilemma waardoor het bevoegde gezag niet direct zegt of de verkiezingen doorgaan op 25 mei. “Maar er worden momenteel geen maatregelen of voorbereidingen getroffen om het niet door te laten gaan,” voegt hij nadrukkelijk eraan toe.

De functionaris meent dat met de deelnemende partijen in ieder geval alvast een scenario zou moeten worden bespreken, waarbij wordt aangegeven hoe zaken zullen worden aangepakt en een eindbeslissing dat de stembusgang in het uiterste geval niet doorgaat.

Hij wijst erop dat het om ruim 300.000 kiezers gaat die in beweging gaan moeten komen. “Dus je zou bij wijze van praten een paar modellen moeten uitwerken.” Directeur Van der San noemt onder meer het langer laten duren van de uren van de verkiezing of deze uitgooien over twee dagen. Beslissingen zoals wijzigen van de tijd en datum van de verkiezing moeten volgens hem bij staatsbesluit gebeuren. “Dat is niet zo ingewikkeld, je hoeft niet perse naar de assemblee voor een wet, maar die dingen moeten bij staatsbesluit gebeuren. Maar je moet bespreken en in kaart brengen wat je precies moet doen,” aldus directeur Van der San.

https://www.gfcnieuws.com/van-der-san-omstandigheden-rond-covid-19-gaan-verkiezingen-beinvloeden/

Kanhai vindt vervolging Hoefdraad een logische stap

24 Apr, 2020, 04:54

foto

 Advocaat Irvin Kanhai 

 

Irvin Kanhai, raadsman van de gewezen governor van de Centrale Bank van Suriname, Robert van Trikt, vindt het logisch dat procureur-generaal (pg) Roy Baidjnath Panday minister Gillmore Hoefdraad van Financiën wil vervolgen. Kanhai merkt tegenover Starnieuws op dat hij vaak gezegd heeft dat zijn cliënt verklaard heeft dat Hoefdraad van alles op de hoogte was. 
 
Kanhai was wel verbaasd dat de vervolging aanvankelijk de minister wilde verhoren als verdachte zonder hem in staat van beschuldiging te stellen. In dat geval kon het Openbaar Ministerie zelfs niet ontvankelijk worden verklaard. Veel van de zaken die volgens het dossier hem verweten worden, zijn in het ambt gepleegd. Een politieke ambtsdrager moet eerst in staat van beschuldiging worden gesteld, tenzij het om zaken gaat die niets met zijn ambt te maken hebben. 
 
De minister kan onder andere valsheid in geschrifte, money laundering en verduistering worden verweten. Kanhai merkt op dat doorgegaan is met gebruik van de kasreserve toen Van Trikt geen governor meer was. Verder zouden royalty’s meerdere malen als onderpand zijn aangeboden. De Bankwet is volgens hem ook overtreden. Al deze zaken maakt hij op basis van verhoren waarin hij inzage heeft als raadsman van Van Trikt. Kanhai merkt op dat de gewezen governor in opdracht van de minister een aantal zaken heeft gedaan. 
 
Kanhai verwacht dat De Nationale Assemblee de minister in staat van beschuldiging zal stellen. Dit zijn de wettelijke regelingen van het land. Dit is ook al eerder gebeurt in de zaak tegen de ex-ministers Errol Alibux en Dewanand Balessar. In de zaak tegen ex-minister Siegfried Gilds ging het om strafbare feiten die buiten het ambt gepleegd zijn. De rechter moet een oordeel geven of de beschuldigingen terecht zijn, stelt Kanhai. 
 

PL wil spoedvergadering DNA in kwestie-Hoefdraad

24 Apr, 2020, 03:26

foto
 Paul Somohardjo, voorzitter PL. 

De Pertjajah Luhur (DNA) wil dat Assembleevoorzitter Jennifer Simons een spoedvergadering uitschrijft om de kwestie-Hoefdraad te bespreken. De partij doet een dringend beroep op minister Gillmore Hoefdraad van Financiën om onmiddellijk af te treden, nu procureur-generaal (pg) Roy Baidjnath Panday het parlement heeft gevraagd de bewindsman in staat van beschuldiging te stellen. 
 
“We leven in een democratische rechtsstaat en het recht moet haar beloop hebben. Als partij staan we volledig achter de PG”, stelt PL-voorzitter Paul Somohardjo. De pg heeft een vordering ingesteld over het in staat van beschuldiging stellen van Hoefdraad. Baidjnath Panday heeft de vordering vergezeld doen gaan van een document, waarin is opgenomen een feitelijke omschrijving van de misdrijven waarvan de minister wordt verdacht. Ook zijn daarin vervat de wettelijke bepalingen volgens welke de misdrijven strafbaar zijn gesteld. 
 
Somohardjo zegt dat keer op keer gevraagd is in het parlement om een onderzoek te laten instellen naar de ontoelaatbare handelingen van de bewindsman. Meermalen zijn diverse financiële stukken opgevraagd, maar de bewindsman heeft De Nationale Assemblee deze documenten nooit doen toekomen. 

Simons: Vordering pg volgens wettelijke procedures afhandelen

24 Apr, 2020, 00:36

foto
 Assembleevoorzitter Jennifer Geerlings-Simons 

Assembleevoorzitter Jennifer Geerlings-Simons om een reactie gevraagd, zegt aan Starnieuws dat volgens de wettelijke regels de vordering van het Openbaar Ministerie zal worden afgehandeld. Procureur-generaal (pg) Roy Baidjnath Panday vordert tot het in staat van beschuldiging stellen van minister Gillmore Hoefdraad van Financiën. 
 
Simons heeft de stukken donderdag thuis ontvangen. Vrijdag worden de stukken ingeboekt bij De Nationale Assemblee. Dan zullen ze ook ter beschikking zijn van de Assembleeleden. De Assembleevoorzitter bevestigt dat ondanks het verkiezingsreces, deze kwestie zal worden afgehandeld door het hoogste college van Staat. 
 
NDP-fractieleider, Amzad Abdoel, om een reactie gevraagd, zegt aan Starnieuws dat na bestudering van het pakket aan informatie die door de pg is gestuurd, het parlement een besluit zal nemen. “Uit het verleden hebben wij de bittere les geleerd dat vooral de minister van Financiën diverse malen politiek is aangevallen. Nog voordat onderzoeken en resultaten van onderzoeken bekend waren, was de minister al veroordeeld,” stelt Abdoel. 
 
“Ook de methode van onderzoek heeft ons in het verleden enorm veel zorgen gebaard. Organisaties die mijns inziens politiek gelieerd zijn, zijn voor adviezen benaderd. Dit hebben wij vooral mogen meemaken bij de beschuldigingen omtrent overtreding van de Wet op de Staatsschuld. Het ging in deze vooral om organisaties wiens meningen en standpunten eerder al publiekelijk bekend waren. Wij gaan dus de informatie goed bestuderen en op basis daarvan handelen. De wet schrijft duidelijk voor hoe er gehandeld zal moeten worden. Wij zullen als zodanig handelen,” stelt Abdoel. 

DSB sleept CBvS voor gerecht voor verduistering

24 Apr,2020,  01:42

foto

 Steven Coutinho, CEO van DSB. 
De Surinaamsche Bank (DSB) heeft een kort geding aanhangig gemaakt tegen de Centrale Bank van Suriname (CBvS) voor verduistering van vreemde valuta-kasreserve. Sinds 25 januari probeert DSB samen met andere banken tot overeenstemming te komen over de terugbetaling van de wederrechtelijk onttrokken vreemde valuta-kasreservemiddelen en de bij CBvS in beheer gelaten vreemde valuta-termijndeposito’s. De CBvS gaat niet tot ondertekening over omdat geëist wordt dat de banken geen strafrechtelijke actie mogen ondernemen tegen haar. De banken weigeren de vrijwaringsclausule te geven. 
 
Steven Coutinho, algemeen directeur van DSB, zegt aan Starnieuws dat er nog onvoldoende beweging is vanuit de minister van Financiën, noch vanuit CBvS om de liquiditeitsravage die is aangericht aan het bankwezen, te herstellen. “Het is voor ons onbegrijpelijk waarom wij nu bijna 3 maanden moeten vragen om uitvoering te geven aan de term sheet die door de CBvS en Financiën reeds is getekend. Op basis van deze term sheet zijn de banken akkoord gegaan om in het publiek te treden en te verklaren dat we een agreement hadden en hoe de gelden terugbetaald zouden worden. Bijna drie maanden na dato zien wij nog geen uitvoering hiervan. Wij, en met name onze klanten, hebben een simpele doch dringende eis: herstel van de situatie voor de ongevraagde onttrekkingen,” legt Coutinho uit. 
 
De bank vindt dat er een onrechtmatige daad is verricht door de CBvS om de in beheer gegeven vreemde valuta-kasreservemiddelen, wederrechtelijk aan hun bestemming te onttrekken. Dit is gebeurd geheel in strijd met de wettelijke plichten die de moederbank heeft. De voorwaarde die de CBvS stelt om contractueel vast te leggen dat er geen andere strafrechtelijke actie ondernomen zal worden, is voor DSB niet acceptabel. 
 
De CBvS wordt wanprestatie verweten op basis van de termijndeposito-overeenkomst. Door niet te voldoen aan het betalingsverzoek, lijdt DSB enorme schade. DSB stelt de CBvS hier aansprakelijk voor. Aan de rechter wordt gevraagd om de CBvS te veroordelen voor het wederrechtelijk onttrekken van de vreemde valuta-kasreservemiddelen. Het geld moet binnen vijf dagen worden teruggestort. De zaak dient op 30 april.

BREAKING: De Surinaamsche Bank spant kort geding aan tegen Centrale Bank

Afbeelding kan het volgende bevatten: de tekst 'DSB DE SURINAAMSCHE BANK'

De Surinaamsche Bank spant een kortgeding aan tegen Governor van de Centrale Bank, Maurice Roemer. De DSB eist ondertekening van het contract inzake de verdwenen kasreserves zonder vrijwaringsclausule. De Centrale Bank pleitte voor een vrijwaringsclausule in het contract, zodat de leidinggevenden van de bank niet strafrechterlijk vervolgd kunnen worden.

De Centrale Bank heeft vorig jaar het kasreservepercentage verhoogd van minder dan 20% naar 50% om daarna met een groot deel van de kasreserve te gebruiken voor andere doeleinden. Sinds januari proberen de handelsbanken met man en macht de Centrale Bank ertoe te bewegen een overeenkomst aan te gaan met het oog op de terugbetaling van de verduisterde kasreserves, maar zonder resultaat.

DSB vindt het kennelijk niet langer verantwoord om aan het lijntje gehouden te worden door de moederband en probeert nu via de rechter af te dwingen dat de verduisterde gelden worden terugbetaald.
Eerder deze week kwam het eerste contract, de zogenaamde ‘ringfencing’ in orde. Alle overgebleven kasreservemiddelen van de commerciële banken, zijn daarbij veiliggesteld. Echter zijn de gebruikte middelen van ruim $200 miljoen, nog niet teruggestort. Het contract dat dit moet regelen, is nog niet ondertekend.

Later meer hierover.

https://www.facebook.com/ABCSurinameOnline/

Surinaamse minister van Financiën aangeklaagd in witwasschandaal

PARAMARIBO – Het Surinaamse openbaar ministerie wil minister van Financiën Gillmore Hoefdraad strafrechtelijk gaan vervolgen.

Gillmore Hoefdraad op archiefbeeld uit 2015.

 

Hoefdraad zou betrokken zijn bij onder meer een witwasschandaal, waarvoor in februari van dit jaar ook al de president van de Surinaamse centrale bank werd opgepakt. Die zou verkeerde bedragen hebben gefactureerd bij de aanschaf van peperdure voertuigen en voor de bank nadelige contracten hebben afgesloten. Hem wacht een aanklacht voor onder andere overtreding van de anti-corruptiewet en witwassen.

Tijdens het onderzoek zou zijn verklaard dat de president van de bank handelde met medeweten of zelfs in opdracht van Hoefdraad.

Hoefdraad is sinds 2015 minister van Financiën in Suriname. Daarvoor was de 57-jarige Hoefdraad onder meer president van de Centrale Bank. Daarvoor werkte hij voor diverse internationale organisaties aan economische programma’s.

Na drie jaar nog steeds geen afkondiging Anticorruptiewet

April 23, 2020

Volgens DOE-parlementariër, Carl Breeveld, heeft er na ruim drie jaar, na aanname van de Anticorruptiewet, nog steeds geen afkondiging plaatsgevonden door president Bouterse. Hij zegt dat de president zelf zou hebben geweigerd om een commissie samen te stellen, omdat daarmee vele zaken van deze regering aan het licht zouden komen en belangrijke personen uit de NDP, vervolgd zouden kunnen worden. De Anticorruptiewet werd in augustus 2017 aangenomen met 40 algemene stemmen. Oppositionele partijen zouden vaker hebben aangedrongen op de afkondiging van de wet, echter bleef zulks vruchteloos. Breeveld betreurt het dat recent een aantal wetten na een marathonzitting werden aangenomen en afgekondigd, terwijl de Anticorruptiewet al jaren af is. “De president kondigt hem bewust niet af, omdat ze weten waarmee ze bezig zijn. Vele corruptieve handelingen van deze regering, komen mondjesmaat boven water en met de aanname van deze wet, zouden de daders allemaal achter slot en grendel verdwijnen”, zegt de parlementariër. Hij merkt juist op dat de wet is blijven steken bij de persoon, die in het begin van zijn regeringsperiode had aangegeven, een kruistocht tegen corruptie te beginnen. Breeveld verklaart dat vooral bij de komende verkiezingen van 25 mei, er bewust gestemd moet worden, omdat Suriname goed en integer bestuur nodig heeft. “Als deze wet niet wordt aangenomen, kan geen enkele regering beginnen met goed bestuur. Deze wet kan dienen als dwangmiddel voor elke regering om zich volledig in te zetten en niet te komen aan de middelen van het volk”, aldus Breeveld. De wetgever neemt het de regering kwalijk, dat zelfs nu haar regeertermijn bijna ten einde is, ze niets heeft gedaan om deze wet in werking te brengen. “De middelen van de staat zijn niet op de juiste manier besteed. Er zijn in vijf jaar 92 leningen genomen, waar zijn al de gelden naar toe. Waarom zou een regering zoveel geld nodig hebben?” zegt Breedveld. Volgens Breeveld wil hij zich in de volgende regeerperiode sterk maken om deze wet in werking te doen treden

Pg vraagt DNA Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen

23 Apr, 2020,15:19

foto

Procureur-generaal Roy Baidjanath Panday heeft De Nationale Assemblee gevraagd minister Gillmore Hoefdraad van Financiën in staat van beschuldiging te stellen. Hij heeft een vordering daartoe ingesteld vandaag. President Desi Bouterse is eveneens schriftelijk in kennis gesteld van de vordering. Hij heeft een kopie van de documenten zoals aangeboden aan DNA doen toekomen aan de president. 
 
De vordering is vergezeld gegaan van een opgave bevattende een feitelijke omschrijving van de misdrijven waarvan de minister wordt verdacht alsmede van de wettelijke bepalingen waarbij de misdrijven strafbaar zijn gesteld. Dit zegt het Openbaar Ministerie in een persbericht. 
 
Het besluit van DNA op de vordering wordt door het Openbaar Ministerie afgewacht in verband met de instelling van een vordering tot gerechtelijk vooronderzoek bij de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in eerste aanleg. 
 
U kunt het persbericht hier downloaden. 
 

Rusland: Minister Hoefdraad moet onmiddellijk bedanken

23 Apr, 2020, 16:53

foto
 NPS-fractieleider Gregory Rusland 

Gregory Rusland, fractieleider van de NPS, vindt dat minister Gillmore Hoefdraad van Financiën onmiddellijk zijn portefeuille ter beschikking moet stellen van de president. Nu de procureur-generaal (pg) formeel De Nationale Assemblee heeft geschreven, is er geen andere weg open. De rechterlijke macht moet haar werk ongestoord kunnen doen.  
 
Rusland hoopt zo snel mogelijk te kunnen beschikken over de onderliggende stukken die de pg heeft gestuurd naar De Nationale Assemblee. Hij is benieuwd naar de onderbouwing van het Openbaar Ministerie. De NPS-fractie hoopt dat zo snel mogelijk deze kwestie wordt besproken in het college, ook al is er nu verkiezingsreces. 
 
“We roepen al jaren om misstanden bij het ministerie Financiën te onderzoeken,” zegt Rusland in gesprek met Starnieuws. Hij merkt op dat de coalitie steeds wetten heeft gemaakt om de minister van Financiën, die in overtreding was, het hoofd boven water te houden. “We hopen niet dat de coalitie weer zaken gaat bedenken om deze issue niet te bespreken”, stelt Rusland. Zijn fractie is er klaar voor om ondanks de recesperiode elk moment te vergaderen om de vraag naar de instaat van beschuldiging stellen van de minister te bespreken. 

Voeg je koptekst hier toe

Wanneer maskers vallen!!
Na dagen de zaak in overweging te hebben genomen acht ik het nodig in deze te reageren
Ik doe dit omdat ik bewust althans daar is toe gepoogd bij bennbeteokken
In de onderste post op de STREI page is aangegeven dat men de oude post van 24 November 2018 beter moet doornemen .
Hier ben ik heeeeeel duidelijk op de foto te zien en wordt onderin de post voor alle duidelijkheid weer expliciet aangegeven waar ik op de foto sta.
1 .Hiermee wordt ik zonder zoveel woorden ,geïntroduceerd in het belangenspel van de partij nu
2. Wie kritisch het stuk leest zal met de feiten in handen snel doorhebben dat dit stuk is gepubliceerd binnen de 1e 24 u van mijn’ bijzonder verblijf ‘ bij de mp .
3. Zaken zijn verdraaid om het verhaal kennelijk sappiger te maken.
4 Ik had tot 24 Oktober 2018 nooit een verhaal of mijn verhaal gedaan bij STREI , a no kang want mie beng sroto!!! noch was er een communicatie over mogelijke toetreding tot strei geweest NOGMAALS A NO KANG WANT MIE BENG SROTO!!! foei toch!!
5. Dat ik nu pas kennis neem van het stuk is ook logisch nogmaals omdat ik toen niet vrij was
6. Dit is een stuk met namen en toenamen van derden . Een ieder die ooit mijn comm stijl heeft mogen ervaren WEET 1000 dat dit niet tot mijn MO hoort.
7 ik heb gepoogd dit ter sprake te brengen bij een adviseur van de partij . Ik heb hierbij aangegeven erstig mijn bedenkingen te hebben over het motief mij BEWUST weer in beeld te brengen!!!! Dit terwijl het bekend is dat ik voor NU een bijdrage lever mbt tot een nationale zaak!!!
8. Gelet op het bovenstaande distantieer ik mij van elk bericht of poging mij bij deze onsmakelijke zaak te betrekken .
En doe ik een beroep geen gebruik te maken van gefabriceerde zaken om een pol doel te bereiken!!!!!!
ps://www.facebook.com/1764680377171083/posts/2279638732341909/
Afbeelding kan het volgende bevatten: 3 mensen, staande mensen en buiten
 
 
 
Het Surinaams Leger: Rancune, Intimidatie en ‘Coupplegers’ anno 2018!
In Januari 2017 heeft Korporaal Rodney Cairo van het Nationaal Leger zich aangemeld bij het Hoofd G1 (Afdeling Personeelszaken) om het werk te hervatten, nadat hij voor een periode van 6 maanden thuis was geplaatst zonder behoud van salaris. Cairo krijgt medegedeeld dat hij zich bij zijn oude afdeling van de Commando-eenheid mocht aanmelden. Vervolgens heeft Cairo gesolliciteerd naar een openstaande vacature die ter beschikking kwam via Minister Hoefdraad, die op zoek was naar 60 specialisten uit de gewapende machten om het Ministerie van Financiën te beveiligen. De Commando is vervolgens officieel schriftelijk overgeplaatst naar het Ministerie van Financiën door Minister Benschop voor de desbetreffende functie. Naar het schijnt heeft Minister Benschop een ‘fout’ gemaakt door Cairo over te plaatsen en dus moest hij terstond terug naar de Commando-eenheid.
Cairo weigerde dat omdat hij niet onder de zittende kapitein Jahpsie (inmiddels Majoor) wilde werken vanwege de corruptieve handelingen die daar plaats vonden en omdat hij in zijn recht stond en zijn overplaatsing officieel was goedgekeurd.
Een voorbeeld van een corruptieve handeling betreft de vraag van Kapitein Jahspie om 100 USD te ontvangen per militair die een verzoek indient tot het opnemen van verlofdagen om beveiligingswerk in de binnenlanden te gaan doen omdat de militairen binnen het leger niet voldoende verdienen. Cairo stelt dat Jahspie hem voorhield dat het bedrag gelijkelijk tussen hem en Minister Benschop wordt verdeeld. Aan dit beleid waren alle militairen onderworpen die onder het commando van Kapitein Jahspie vielen. Naast Jahpsie maakte ook SCM Becker, Luitenant Dalger en Korporaal 1 Saidam zich hieraan schuldig en spanden zij samen om militairen te detacheren als bewakers op de goudvelden, aldus Cairo. Feitelijk zien wij dus hier het beeld opdoemen dat officieren in het Nationaal Leger een uitzendbureau runnen.
Vervolgens zijn er 5 Commando’s op bevel van Kapitein Jahspie naar Minister Benschop doorverwezen voor een gesprek over de situatie, maar Cairo was op dat moment 5 dagen met verlof met als reden studie voor het afleggen van een examen. Sindsdien werd zijn salaris door de Minister bevroren. Bij terugkeer moest hij zich aanmelden bij Majoor Kassels om het aanhouden van zijn loon te bespreken en heeft Cairo aangegeven dat zijn advocaat contact met Majoor Kassels zou opnemen omdat het niet rechtmatig is om gedurende een officieel goedgekeurde verlofperiode de uitbetaling van het reguliere loon te stoppen.
Sergeant-Majoor Mahangoe, vergezeld van een collega, is Cairo op gaan halen met een legerbus, met de mededeling dat hij naar de kazerne getransporteerd zou worden. Cairo had een redelijk vermoeden dat deze heren een alternatieve agenda hadden omdat ze bewust voor een afwijkende route naar de Kazerne kozen. Cairo die op de achterbank zat heeft direct contact gemaakt met DNA-voorzitter Jenny Simons om haar in te lichten hieromtrent omdat hij zich niet veilig voelde. De DNA-voorzitter heeft toen waarschijnlijk met het Kabinet van de President contact gemaakt om hen in te lichten dat Cairo was opgepakt. Vervolgens heeft iemand (vermoedelijk Dhr. Kenneth Slooten) Majoor Kassels gebeld met de mededeling dat als Cairo niet om half 2 bij de President op het kabinet aanwezig zou zijn, ze een groot probleem hadden. Terstond wijzigden de Sergeant-Majoors hun koers richting de kazerne.
Cairo: ‘Bij aankomst op de kazerne was Majoor Kassels al ter plaatste en heeft toen aan mij aangegeven dat ik zijn naam niet moest noemen bij de President, omdat hij in opdracht van Minister Benschop heeft gehandeld. Vervolgens ben ik getransporteerd naar het Kabinet van de President waar ik mijn verhaal heb gedaan. Het schijnt vaker voor te komen dat Minister Benschop buiten de President om handelt en dit vermoedelijk veelal corruptief en onrechtmatig’, aldus Cairo.
De Legercommando heeft dit geval persoonlijk voorgelegd aan DNA-Voorzitter mevrouw Simons, die hem heeft doorverwezen naar Melvin Linscheer, die op zijn beurt hem weer heeft doorgestuurd naar Mevrouw Veira, Hoofd van de Veiligheidsdienst. Uiteindelijk zijn de 5 Commando’s bij de President beland. ‘De President heeft tijdens het gesprek met de heer Benschop gebeld om aan te geven dat deze corruptieve handelingen en rancune per direct moest stoppen, maar helaas nam de rancune en intimidatie alleen maar toe.’
Minister Benschop heeft als tegenargument aangeven dat de Commando’s een coup wilden plegen en dat Cairo de leider was van de 5 Commando’s. De militairen werden 30 dagen thuis gezet om de situatie te kalmeren en het stof te doen neerdwarrelen, met behoud van salaris en de belofte dat alles opgelost zou worden. ‘Nadien werden wij constant van het kastje naar de muur gestuurd en konden maar niet terug aan het werk’ aldus de woorden van Cairo.
Na veel rancune en intimidatiepogingen is er abrupt ontslag aangezegd aan de 5 door Minister Benschop. Deze heeft de uitspraak in bijzijn van deze 5 Commando’s gedaan dat ‘…hij persoonlijk heeft geïnvesteerd in het leger en dus de besluiten van de President naast zich neerlegt. Daarbij gooide hij demonstratief enkele dossier in de prullenmand. Deze man leeft dus duidelijk in de waan dat het een privéleger van hem betreft dat hij kan manipuleren en verhuren zoals hij dat wenselijk acht. De jongens worden ingezet als lijfwachten -dus als goedkope arbeidskrachten- voor Ministeries en in het binnenland om de goudvelden van diverse concessiehouders te beveiligen.’
De heer Kenneth Slooten heeft als adviseur van de President de Commando’s geadviseerd om wegens hun onrechtmatige ontslag een rechtszaak aan te spannen tegen Minister Benschop. En deze rechtszaak loopt tot op heden.
Gisteren, dinsdag 23 oktober, is ex-Kapitein Jermain Day vermoedelijk onterecht opgepakt met als strafrede dat hij het Nationaal Leger negatief in het nieuws heeft gebracht. Dit terwijl de heer Day op 2 september met eervol ontslag is gegaan omdat hij ontevreden was over de gang van zaken binnen het leger. Hij kwam op voor een aantal militairen die zich onderdrukt en misbruikt voelen. Regel is dat militairen bijvoorbeeld aanspraak maken op vrije geneeskundige behandeling, de realiteit is echter dat zij de vele medische kosten zelf moeten betalen. Het duurt vaak maanden alvorens zij hun zelf bekostigde behandelingen terug betaald krijgen. Sinds zijn zelf aangevraagde ontslag is Day zeer maatschappelijk betrokken en laat hij zich via social media kritisch uit over de gang van zaken binnen het leger. Naar zijn zeggen heeft Minister Benschop de hem persoonlijk laten oppakken en buiten de reguliere gebruiken om laten plaatsen tussen zware criminelen met als doel hem te denigreren en te vernederen.
Het is een kwalijke zaak dat je anno 2018 als kritische ex-militair je stem niet mag laten horen in Suriname. Ja, de militaire wetgeving is zwaar en extreem en dat heeft zijn redenen, maar laten we ons wel even realiseren dat er in de jaren 80 een militaire coup is gepleegd met als hoofddoel het behartigen van de belangen van het militairenapparaat en het opzetten van een vakbond. Anno 2018 is die felbegeerde vakbond er nog steeds niet en zijn de militairen meer dan ooit pionnen in vieze spelletjes van privébelangen en rancune die intimidatie rechtvaardigen en de systematische onderdrukking van onze jongens als goedkope arbeidskrachten faciliteren.
Als we de woorden van STREI! leden Rodney Cairo en Jermain Day mogen geloven handelt Minister Benschop naar eigen inzichten om zo een huurleger in stand te houden en laat hij zich leiden door persoonlijk gewin. Nevenfuncties zouden voor alle militairen verboden moeten zijn. Want was dat het geval, dan had Kolonel Valk niet exact hetzelfde kunnen doen met de militairen van het leger in de jaren 80.
STREI!

Vervolging Hoefdraad is strafrechtelijk ingegeven

12 Mar, 2020, 13:40

foto

Een reactie op het artikel van mr. drs. Ashwin Gonesh lijkt mij op zijn plaats. Ten eerste wekt de auteur – wellicht onbedoeld – de indruk dat aangiftes tegen c.q. vervolging van minister Hoefdraad “politiek gemotiveerd” zouden zijn. Ten tweede heeft de auteur het lex mitior-beginsel heel eng geïnterpreteerd zonder medebeschouwing van de specifieke Surinaamse staatsrechtelijke context.
 
Voor degenen die de tel zijn kwijtgeraakt is het nuttig te vermelden dat er tot dusver drie aangiftes tegen minister Hoefdraad zijn gedaan. De eerste twee gingen over het overschrijden van het leenplafond. De aangifte door Maisha Neus/ Strei! werd recent door het Hof als niet ontvankelijk beoordeeld. Bij de aangifte door de VHP zag het Openbaar Ministerie af van vervolging omdat de strafbaarheid hangende het onderzoek werd afgeschaft. De derde aangifte, welke door verschillende personen werd gedaan, betrof de “verdwijning” van de kasreserves. Dit artikel heeft alleen betrekking op de eerste twee aangiftes.
 
Iedereen met uitzondering van niemand is vervolgbaar indien hij/zij een strafbaar feit begaat. Dat is de kern van de rechtsstaat: Niemand staat boven de wet en ook de minister niet. Als de wet het overschrijden van het leenplafond door de minister strafbaar stelt, dan mag elke burger daarvan aangifte doen. Dat maakt de aangifte geen politieke daad. Net zomin het een politieke daad zou zijn om aangifte te doen tegen een minister die zich schuldig heeft gemaakt aan bijvoorbeeld verkrachting.
 
De Wet op de Staatsschuld van 2002 bevatte een strafbepaling welke de minister van Financiën verbood om meer te lenen dan het wettelijke plafond. Deed hij dat toch, dan kon hij naar de gevangenis. Het doel hiervan was Suriname te behoeden voor een herhaling van de periode Wijdenbosch. Toen steeg de staatsschuld enorm, was de monetaire reserve op, en sloeg de koers op hol. De oplettende lezer zal wellicht een gevoel van déjà vu ervaren.
 
Het is een feit dat het leenplafond is overschreden. Sinds november 2019 is de strafbaarheid van overschrijding van het leenplafond echter opgeheven. Zo op het eerste gezicht lijkt het dus alsof de minister dus niet meer strafbaar is. Dit zou volgen uit het lex mitior beginsel dat vereist dat in geval de wet wordt gewijzigd, de voor de verdachte meest gunstige bepalingen worden toegepast.
 
Nu is het zo dat een wet ten doel heeft het algemeen belang te behartigen. In dit geval echter ging het om het voorkomen dat de minister werd vervolgd. Dit is geen algemeen belang maar een particulier belang van een toevallige minister. Dergelijke wetgeving om een verdachte de dans te laten ontspringen, is inmenging in zuivere vorm hetgeen door de Grondwet is verboden.
 
Het toetsen van de wetswijziging aan de Grondwet is in beginsel alleen voorbehouden aan het Constitutioneel Hof. Concludeert dit Hof dat er inmenging is, dan zal daarmee de wetswijziging nietig zijn en is de strafbaarheid hersteld. Daarna kan een nieuw strafrechtelijk onderzoek in gang worden gezet. Het is daarbij niet van belang of de betreffende minister nog in functie is. Bewindslieden blijven immers ook ná hun aftreden strafrechtelijk vervolgbaar.
Het wachten is nu nog op het Constitutioneel Hof.
 
dr.mr.ir. Viren Ajodhia

Vervolging Hoefdraad is politiek ingegeven

11 Mar, 2020, 08:24

foto

Vorige week deed het Hof van Justitie uitspraak in de zaak waarin het Openbaar Ministerie (OM) werd gevraagd om de minister van Financiën, de heer Gillmore Hoefdraad, te vervolgen ter zake overtreding van artikel 5 lid 2 van de Wet op de Staatsschuld. In mijn eerdere bijdrage gaf ik aan dat het strafrechtelijk onderzoek naar deze mogelijke overtreding, niet kan leiden tot het treffen van processuele maatregelen vanwege het lex mitior-beginsel. 
Daar komt nu bij dat het beklag bij het Hof van Justitie volgens het OM reeds op grond van politieke motieven van klaagster niet- ontvankelijk is. Hiermee komt voorlopig een einde aan een lange tijd van speculaties over de (strafrechtelijke) aansprakelijkheid van Hoefdraad.’
 
In deze zaak heeft het OM een (goed) onderbouwde weerspreking gegeven van de door klaagster geconstrueerde feiten en stelt op basis daarvan dat een “totaal verwarrend beeld” wordt geschetst en conclusies worden getrokken die “geheel onjuist” zijn. Bovendien is er in deze zaak geen “rechts normschending en zijn er derhalve geen of onvoldoende gronden voor het instellen van een strafrechtelijk onderzoek”. Wellicht de belangrijkste conclusie van de Procureur-Generaal (pg) betreft de aanwijzing dat de door klaagster aangevoerde punten kwalificeren “als politieke motieven om te ageren tegen het leenbeleid van de Regering”. “Klaagster dient geen eigen belang, maar een politiek belang”, aldus het OM. De uitspraak doet afleiden dat klaagster getracht heeft minister Hoefdraad als persoon (moreel) verantwoordelijk te maken voor gevoerd regeringsbeleid en probeert kennelijk aandacht te vragen voor de gevoelens die zouden leven binnen de maatschappij om de verantwoordelijkheid voor genomen beslissingen en begane daden toe te kennen aan één personage. 
 
Deze gevoelens gaan voornamelijk over een gevoel van rechtvaardigheid en houden zich niet zozeer bezig met de vraag welk soort verantwoordelijkheid nu precies genomen dient te worden. Gekeken naar de casus heeft de heer Hoefdraad altijd zijn ministeriële verantwoordelijkheid gedragen; het gaat hierbij om het uitleggen, motiveren en verdedigen van gevoerd regeringsbeleid. De conclusies die daar vervolgens aan verbonden worden – of de nationale assemblee nog wel of geen vertrouwen heeft in de bewindspersoon – zijn politieke conclusies; het wegsturen of handhaven van een minister is een politieke keuze en niet zozeer een ongeschreven regel die gekoppeld is aan het idee van ministeriële verantwoordelijkheid.
 
Het voorgaande betekent dat het Hof van Justitie in zijn gezaghebbende uitspraak, terecht tot de conclusie komt dat het geschil in de kern gaat over bezwaren met betrekking tot de uitoefening van de discretionaire bevoegdheid door het OM. Het Hof legt uit dat hoewel aangifte kan worden gedaan door een ieder die kennis draagt van een strafbaar feit, de mogelijkheid tot het doen van beklag als bedoeld in artikel 4 Sr. beperkt is tot “rechtstreeks belanghebbenden”.  Kort samengevat kwamen de stellingen van klaagster volgens het Hof erop neer dat zij opkwam tegen het door de regering gevoerde financieel beleid (r.o. 4.6). Het Hof overweegt dat zulks geen bijzonder belang is dat objectief bepaalbaar en redelijk is en daardoor is klaagster niet- ontvankelijk in haar beklag. Een volledig begrijpelijke motivering van het Hof, aangezien het strafrecht niet bedoeld is om politiek te bedrijven of om politieke doelstellingen te behalen. 
 
Belangrijk is dat deze casus ons leert dat strafrechtelijke aangiften tegen de minister van financiën, en in het algemeen het “bashen” van eigen instituties in Suriname, duidelijk niet de effectieve middelen zijn die bijdragen aan het creëren van bewustzijn en positiviteit, hetgeen de betrokkenen zouden moeten beogen. Het OM beslist over vervolging en heeft het vervolgingsmonopolie. Dat betekent dat alleen het OM beslist of er vervolging moet plaatshebben of niet. Daarbij beoordeelt het OM de zaak op de componenten haalbaarheid en opportuniteit. Bij de beoordeling van de opportuniteit gaat het in deze zaak, maar ook in andere zaken tegen Hoefdraad, om de vraag of van vervolging moet worden afgezien op gronden aan het algemeen belang ontleend. Dat laatste lijkt wel het geval, aangezien het systematisch publiekelijk in diskrediet brengen van de minister van financiën, maar ook het (indirect) ter discussie stellen van de integriteit van het OM, dan wel het in twijfel trekken van de bankiersvereniging, of het neerhalen van de Centrale bank van Suriname, in beginsel a- nationale handelingen zijn. 
 
Daardoor blijft de vertrouwenscrisis in Suriname sterk beïnvloed door zedenpreken over “schuld” en “boete”, terwijl het zou moeten gaan over “fundamentele hervormingen” en “economische groei”. Een dergelijke morele houding, instede van een pragmatische opstelling,  bemoeilijkt het vinden van oplossingen voor de diepe verdeeldheid die wordt gezaaid in alle lagen van de samenleving, en is als zodanig een serieus beletsel voor partij overstijgende samenwerkingen, vooral na 25 mei 2020, in het belang van de ontwikkeling van Suriname.
 
mr.drs. Ashvin G. Gonesh 
De auteur is (financieel) jurist en bedrijfskundige te Rotterdam. Hij is co-auteur van het boek ‘Grondlijnen voor een nieuwe financiële ethiek’ en auteur van Public Diplomacy: Improving Practice, uitgegeven door Clingendael – the Netherlands Institute of International Relations.

SRU-HVJ-2020-1

  • InstantieHof van Justitie
  • Zaaknummeronbekend
  • Uitspraakdatum28 februari 2020
  • Publicatiedatum03 maart 2020
  • RechtsgebiedBurger-overheid
  • Inhoudsindicatie

    Verzoek van klaagster tot instellen van strafrechtelijke vervolging tegen de Minister van Financiën en de Administrateur Generaal wordt niet ontvankelijk verklaard.

UITSPRAAK

HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME

Meervoudige raadkamer
Volgnummer:

Beslissing van 28 februari 2020
op het verzoek van [klaagster], klaagster, wonende te [district],

bijgestaan door haar raadsman, de heer drs. A. Biharie, om het Openbaar Ministerie te bevelen tot het instellen van strafrechtelijke vervolging tegen de Minister van Financiën, de heer H.E.G. Hoefdraad en de Administrateur Generaal, mevrouw drs. A.D. Wijnerman, hierna te noemen beklaagden.

1.Procesverloop

1.1 Klaagster heeft op 14 januari 2019 het beklagschrift ingediend, waarin zij heeft verzocht dat op basis van artikel 4 van het Wetboek van Strafvordering, het Openbaar Ministerie zal worden bevolen om de Minister van Financiën, de heer H.E.G. Hoefdraad, te vervolgen ter zake van overtreding van artikel 5 lid 2 van de Wet op de Staatsschuld en de Administrateur Generaal, mevrouw drs. A.D. Wijnerman, te vervolgen ter zake overtreding van artikel 424 van het Wetboek van Strafrecht.

1.2 Voormeld beklagschrift is in behandeling genomen op 11 februari 2019 en verder behandeld op 27 februari 2019, 13 mei 2019, 8 juli 2019, 5 augustus 2019 en 18 november 2019, waarbij de klaagster bijgestaan door haar raadsman en de Procureur-Generaal zijn gehoord, zijnde daarvan processen-verbaal opgemaakt welke zich onder de processtukken bevinden.

1.3 Vervolgens is bepaald dat in deze zaak beschikking zal volgen.

2. Het standpunt van klaagster

2.1 Klaagster heeft ter onderbouwing van haar beklag – samengevat – en onder overlegging van stukken/bijlagen het volgende aangevoerd:

  • De Staat heeft door tussenkomst van de Minister van Financiën, de heer H.E.G. Hoefdraad, de wettelijke verbodsbepalingen zoals is bedoeld in de Wet op de Staatsschuld overschreden (verwezen wordt naar bijlage II).
  • Klaagster heeft een aangifte, klacht en verzoek tot vervolging ingediend en mocht erop vertrouwen dat gegeven de aard van de daarin vervatte stellingen voorzien van onderliggend bewijsmateriaal, de Procureur-Generaal het vereiste opsporings- en vervolgingsonderzoek zou uitvoeren teneinde het voorziene resultaat te verkrijgen en de Staat, in casu de regering, bevrijd zou zijn van een onbekwame bestuurder die het land met vele sociaal -economisch nadelige gevolgen heeft opgezadeld.
  • Gegeven het besluit van de Procureur-Generaal en de daaraan ten grondslag liggende argumentatie stelt klaagster vast dat ze geen recht heeft gehad op een eerlijke behandeling van haar klacht. In dit verband stelt klaagster dat niet-vervolging van de beklaagden gegrond op de conclusie van het Openbaar Ministerie dat ‘vooralsnog niet is gebleken’ dat het obligoplafond is overschreden, terwijl de delictsbestanddelen van de Wet op de Staatsschuld naar het oordeel van klaagster bewijsrechtelijk zijn vervuld, het gevaar van willekeurige wetshandhaving – die in een rechtsstaat niet geduld kan worden – bloot komt te liggen.
  • Klaagster stelt dat zij met de aangifte, klacht en verzoek tot vervolging niet alleen bewijsbare strafbare handelingen in de zin van een doleus delict tegen de beklaagden heeft ingediend maar daarin ook sprake is van een ernstige beschuldiging jegens hen en dit roept de noodzaak op dat de Procureur Generaal een gedegen opsporingsonderzoek uitvoert en gehouden is – indachtig de algemene beginselen van behoorlijk bestuur – aan zijn beslissing een rechtens voldoende gemotiveerde argumentatie ten grondslag te leggen.
  • Klaagster stelt dat zij een voldoende objectief bepaalbaar redelijk belang heeft onderwerpelijk klaagschrift in te dienen en dat haar belangen zowel wettelijk alsook grondwettelijk zijn voorzien en derhalve rechtvaardigen dat haar beklag in rechte kan worden ontvangen. Kortom, klaagster stelt dat artikel 4 van het Wetboek van Strafvordering haar persoon als belanghebbende kwalificeert en dat haar klaagschrift ontvankelijk moet worden verklaard.

2.2 Klaagster stelt voorts dat ten laste van de Minister van Financiën, de heer H.E.G. Hoefdraad, de volgende strafbare feiten ex artikel 5 lid 2 juncto artikel 4 lid 1 van de Wet op de Staatsschuld, de navolgende verbodsbepalingen kunnen worden vastgesteld.
De overtredingen van de volgende rechtsnormen zijn verboden:

A. Artikel 3 lid 1 van de Wet op de Staatsschuld, namelijk het is verboden dat het totaal van de bruto binnenlandse staatsschuld het vigerende obligoplafond van maximaal 25 % te doen overschrijden;
B. Artikel 3 lid 2 van de Wet op de Staatsschuld, namelijk het is verboden dat de bruto buitenlandse staatsschuld het vigerende obligoplafond van maximaal 35 % te doen overschrijden;
C. Artikel 3 lid 4 van de Wet op de Staatsschuld, namelijk het is verboden dat de bruto totale staatsschuld het maximaal geldende obligoplafond van 60 % te doen overschrijden.

Klaagster stelt dat gegeven het feit dat de Minister van Financiën bij het aangaan van staatsschulden de na te leven wettelijk bepaalde verplichtingen zoals is bedoeld in artikel 4 lid 1, lid 2, lid 3, artikel 5 lid 1 en lid 2 van de Wet op de Staatsschuld, er sprake is van willens en wetens overschrijding van het obligoplafond en kan daardoor het verwijt van opzet (het subjectieve bestanddeel van het doleus delict) aan de Minister van Financiën worden tegengeworpen. Immers in voornoemde wetsartikelen is de bevoegdheid van de Minister bij het aangaan van schuldverplichtingen begrensd door het in acht nemen van de vigerende obligoplafonds (artikel 4 lid 1). Daarbij is de Minister gehouden de Administrateur Generaal te horen alvorens een schuldverplichting aan te gaan (Artikel 4 lid 2 en lid 3).
Met betrekking tot de hierboven genoemde strafbare feiten verwijst klaagster naar de basisfeiten als vermeld in het feitencomplex in de in het beklagschrift opgenomen tabel 2 (eerste rechtsnorm), tabel 3 (tweede rechtsnorm), tabel 4 (derde rechtsnorm) en naar enkele bijgevoegde bijlagen.

Citaat: “Aldus blijkt uit het onderzoek ter vaststelling van de materiële feiten dat vast is komen te staan dat de componenten van de totale bruto staatsschuld afwijken van hetgeen door de Minister van Financiën als data zijn gebruikt om zich te verantwoorden. Deze afwijkingen zijn materieel van aard, immers er is objectief een overschrijding van het geldend obligoplafond voor de totale bruto staatsschuld van 35% ontstaan dat feitelijk tot een materieel procentuele afwijking van het obligoplafond leidt van 58%. Met andere woorden de Minister heeft de toegestane maximale schuldratio met 58% overschreden, hij heeft meer schuldverplichtingen aangegaan dan waartoe hij bevoegd zou zijn’. Hij heeft deze overschrijding willens en wetens veroorzaakt en gegeven het feit dat hij geacht wordt kennis te hebben van de rechtsnormen die hij in acht behoort te nemen, heeft hij deze overschrijding dan ook met opzet gepleegd “(einde citaat).

2.3 Klaagster stelt dat aan de Administrateur Generaal van het Bureau voor de Staatsschuld, mevrouw drs. A.D. Wijnerman, het verwijt – mede in ogenschouw nemende de in voorgaande bewijsbaar vastgestelde feiten – kan worden gemaakt strijdig te hebben gehandeld met het verbod opzettelijk boeken en registers valselijk op te maken of te vervalsen die bedoeld zijn voor de controle van de staatsfinanciën zoals bedoeld in artikel 424 van het Wetboek van Strafrecht. Immers de door klaagster vastgestelde omvang van de diverse staatsschulden en daaruit resulterende schuldratio’s gebaseerd op brondocumenten opgesteld door het Bureau voor de Staatsschuld en op basis van het Rekenverslag van 2016 hebben in vergelijking met de door de Administrateur Generaal gerapporteerde omvang van de te onderscheiden staatsschulden afwijkingen getoond die slechts als verklaring kunnen hebben dat de basisdata afkomstig van de brondocumenten niet juist en volledig zijn verwerkt in de boeken en registers onder beheer van het Bureau voor de Staatsschuld vallende. De vastgestelde afwijkingen kunnen als verklaringsgrond slechts hebben dat – de Administrateur Generaal is een afgestudeerde econoom, jarenlang medewerkster geweest op het Ministerie van Financiën, is docent boekhouden in de privésfeer geweest en is de ex- Minister van Financiën – mevrouw drs. A.D.Wijnerman de boeken en registers met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid valselijk heeft opgemaakt of valselijk heeft doen opmaken.

3. De reactie van de Procureur-Generaal

3.1 De vervolging stelt zich op het standpunt dat op basis van het verricht onderzoek er geen sprake is van rechts normschending en derhalve geen of onvoldoende gronden zijn voor het instellen van een strafrechtelijk onderzoek naar de personen genoemd in het beklagschrift van de klaagster.

3.2 De vervolging vordert primair dat klaagster niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoek tot het instellen van een strafrechtelijk onderzoek tegen de personen van Gillmore Hoefdraad, Minister van Financiën en mevrouw Wijnerman, Administrateur Generaal. De klacht tegen Minister Hoefdraad is gebaseerd op het bepaalde in artikel 4 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 5 van de Wet op de Staatsschuld, terwijl de klacht tegen mevrouw Wijnerman is gebaseerd op artikel 424 van het Wetboek van Strafrecht.
Op grond van het bepaalde in artikel 4 van het Wetboek van Strafvordering (dat overeenkomt met het bepaalde in artikel 12 van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering en de aantekeningen 6 behorende bij artikel 12 van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering in het boek van Nijboer en Cleiren, jaargang 2015) kan klaagster niet worden aangemerkt als te zijn een rechtstreeks belanghebbende.
Klaagster wenst op basis van artikel 4 van het Wetboek van Strafvordering het leenbeleid en het beleid van de Regering te bekritiseren, hetgeen misleidend is. De vervolging wenst te verwijzen naar de punten 4 tot en met 9, 11, 12 en 14 onder 2 Inleidende opmerkingen van het klaagschrift van klaagster. Gelet op de inhoud van voormelde punten classificeert de vervolging die punten als politieke motieven om te ageren tegen het leenbeleid van de Regering. Klaagster dient geen eigen belang, maar een politiek belang, hetgeen in feite in strijd is met het bepaalde in artikel 4 van het Wetboek van Strafvordering. De vervolging wenst in dat kader ook te verwijzen naar twee berichten op het Mediacourant Starnieuws van respectievelijk 30 januari 2018 (klaagster gaat als nieuw activist in….) en 10 januari 2019 (als voorzitter van Strei geen genoegen nam met het antwoord van de Procureur – Generaal).
De vervolging verwijst naar punt 14 van het klaagschrift waarin klaagster heeft aangegeven dat klaagster erop mocht vertrouwen dat gegeven de aard van de daarin vervatte stellingen voorzien van onderliggend bewijsmateriaal, de Procureur Generaal het vereiste opsporings- en vervolgingsonderzoek zou uitvoeren teneinde het voorziene resultaat te verkrijgen en de Staat i.c. de Regering bevrijd zou zijn van een onbekwame bestuurder die het land met vele sociaal economisch nadelige gevolgen heeft opgezadeld.
Op grond van het voormelde wenst de vervolging primair te vorderen dat klaagster niet ontvankelijk wordt verklaard in haar klaagschrift.
De vervolging verwijst naar de wetten van 12 december 2016, SB 2016, 148 en 29 december 2016, SB 2016, nr 157 en overeenkomstig lid 3 van artikel 5 van de Wet op de Staatsschuld wordt toestemming gegeven aan de Minister van Financiën om af te wijken van het obligoplafond.
Klaagster refereert steeds naar het algemeen belang om zodoende bevrijd te raken van de Minister van Financiën. Mogelijk dat klaagster de kwetsbare groepen bedoelt, doch is het begrip algemeen doel te ruim geformuleerd. De taken van de Minister van Financiën zijn gestoeld op de wettelijke bepalingen. Het bepaalde in lid 3 van artikel 5 van de Wet op de Staatsschuld is om te behoeden en te beschermen.

3.3 Subsidiair vordert de Procureur-Generaal dat het beklagschrift van klaagster als ongegrond bestempeld dient te worden en dat het verzoek tot strafvervolging wordt afgewezen.
Vanuit het Openbaar Ministerie is er gedegen onderzoek geweest. Er is deskundig advies ingewonnen bij [deskundige 1] en hij heeft zijn advies op 03 september 2018 uitgebracht. Ook de persoon van [deskundige 2], als rechercheur verbonden aan het forensisch team heeft onderzoek verricht.

Klaagster schetst een totaal verwarrend beeld en trekt conclusies die geheel onjuist zijn.
Bij de waardering van de staatsschuld worden o.a. de volgende vier begrippen gehanteerd:

1. Cash basis/kasmethode. Hierbij worden alleen de opgenomen bedragen meegenomen, de nog niet opgenomen bedragen van gecontracteerde schuld worden er buiten gelaten. Dit is de thans geldende methode voor Suriname (SB. 2016 no. 63).
2. Accrual basis (klaagster hanteert de term “transactiebasis”). Hierbij worden ook de gecontracteerde schulden meegenomen, waarvan de gelden nog niet zijn opgenomen.
Het is evident dat toepassing van de ene methode een ander uitkomst zal bieden dan de andere, wanneer er sprake is van gecontracteerde maar nog niet opgenomen gelden. Volgens internationaal geaccepteerde standaarden kan de bruto staatsschuld zowel op de Cash basis als op de Accrual basis plaatsvinden.
3. Bruto staatsschuld. Het totaal van uitstaande rechtsgeldig tot stand gekomen schuldverplichtingen ten laste van de Staat, daaronder begrepen de uitstaande lopende schuld alsmede achterstallige renten en kosten, zowel van die welke een delgingsverplichting van de Staat  inhouden, als van die welke een waarborgingsverplichting van de Staat inhouden. (SB. 2016 no. 63 artikel IA)
4. Netto Staatsschuld. De bruto Staatschuld minus de geldende vorderingen van de Staat die in het lopende dienstjaar opeisbaar zijn, voor zover de vorderingen niet behoren tot de lopende inkomsten van de gewone dienst der Staatsbegroting. (S.B. 2016, no. 63 artikel IB)

Bij het lezen van de akte dient men erop bedacht te zijn dat klaagster in haar akte een contaminatie van bovenvermelde begrippen gebruikt, namelijk de woorden “netto schuldbegrip” en “bruto schuldbegrip”, waarmee zij kennelijk bedoelt aan te geven de waarderingsgrondslagen van de schulden, zijnde de Cash basis respectievelijk Accrual basis, omdat de uitleg die ze geeft aan de woorden “netto schuldbegrip” en “bruto schuldbegrip”, overeenkomen met definities van de Cash basis respectievelijk Accrual basis”.

In het deskundigenverslag welke de vervolging heeft overgelegd wordt ontkend dat een berekening van nieuw Binnenlandse Staatsschulden werd gemaakt. Enkel is geprobeerd aansluiting te maken van de bedragen in de tabellen, zoals opgenomen in de klacht, met de daarbij aangeleverde bijlagen door klaagster. Er is geen aansluiting te maken tussen de bedragen, die opgenomen zijn in de tabellen in de klacht, met de daarbij aangeleverde bijlagen. De deskundige kan de conclusies die door klaagster worden getrokken niet bevestigen noch ontkennen, aangezien er geen goede en sluitende onderbouwing is gegeven met het aangeleverde cijfermateriaal, zoals opgenomen in de bijlagen van de strafklacht.
De deskundige heeft de beweringen van klaagster, dat de “schuldmeting op kasbasis” (cash basis) methode onrealistisch en onjuist is en waarmee het volk misleid zou worden, weerlegd door te bewijzen dat de cash basis methode een internationaal geaccepteerde methode is. Suriname heeft bij de wetswijziging van 25 april 2016 gekozen om de methode van cash basis te hanteren. Wij verdedigen aldus niet het “netto schuldbegrip”, zoals klaagster dat stelt.
Tegen beter weten in hanteert de klaagster niet de wettelijke methode (cash basis), doch hanteert ze haar eigenzinnige interpretatie “bruto schuldbegrip” (lees Accrual methode) om te komen tot haar conclusies van overschrijding van het Obligoplafond.
Zowel klaagster als haar gevolmachtigde geven aan dat ze de door DNA aangenomen wet niet erkennen. Verder geeft klaagster aan dat de Europese en Nederlandse regelgeving van toepassing zouden moeten zijn in Suriname, derhalve niet een door DNA aangenomen wet.
Opmerkelijk is dat de definities die klaagster en haar gevolmachtigde geven aan de woorden “Bruto Staatsschuld” en “Netto Staatsschuld” in deze klachtprocedure ook niet terug te vinden zijn in de door hun begeerde Nederlandse en Europese regelgevingen.
Het Bureau voor de Staatsschuld van Suriname gebruikt voor haar publicaties de wettelijk voorgeschreven cash bases methode….”.
Het gevolg is dat door klaagster opgestelde cijfers (op basis van Accrual methode) niet als grondslag kan dienen om vast te stellen of er overschrijding van het obligoplafond heeft plaatsgevonden zoals geregeld in de Wet op de Staatsschuld.”
Bij wetswijziging op 25 april 2016 is de wettelijke definitie van het Bruto Staatsschuld gewijzigd. Dat het woord “Bruto Staatsschuld” nog steeds in de wet staat, grijpt klaagster aan om te betogen dat nog steeds de Accrual methode (klaagster spreekt van “bruto schuldbegrip” en “bruto verplichting” als synoniem voor de Accrual methode), terwijl de wet een geheel andere definitie geeft aan het woord “Bruto Staatsschuld”.
De contaminatie van woorden (…..) met verwante betekenissen worden door klaagster opzettelijk gebruikt om uw Hof te misleiden, omdat de woorden Bruto Staatsschuld en Netto Staatsschuld in onze wetgeving opgenomen zijn met andere definities dan wat onder Accrual basis dan wel onder cash basis wordt verstaan.
“In haar brief van 13 december 2018 (….) geeft klaagster expliciet aan dat de definitie van “Bruto Staatsschuld” gewijzigd is. De woorden “de nog niet opgenomen bedragen van gecontracteerde schuld” is in de nieuwe definitie van het woord Bruto Staatsschuld” eruit gehaald”.
Derhalve neemt klaagster opzettelijk een standpunt in, strijdig met de wet, door in de slotzin van sustenu 26 voor zichzelf vast te stellen dat een “bruto begrip” gehanteerd dient te worden en niet een “netto begrip”.
Wij hebben expliciet aangegeven dat bij de invoering van de Wet op de Staatsschuld geen rekening is gehouden met situaties van negatieve groei van de BBP en koersstijging. Het hoeft geen betoog dat de invoering is geweest in het jaar 2002.

4. De beoordeling

4.1 Nu klaagster een beroep doet op het bepaalde in artikel 4 van het Wetboek van Strafvordering is het Hof bevoegd kennis te nemen van het beklag.

4.2 Alvorens tot een inhoudelijke beoordeling van het beklag te komen, dient het Hof eerst te beantwoorden de vraag of klaagster ontvankelijk is in haar beklag. Ter beantwoording van deze vraag zal het Hof moeten beoordelen als klaagster rechtsstreeks “belanghebbende” is in de zin van artikel 4 voornoemd. Immers, indien blijkt dat klaagster geen rechtsstreeks belanghebbende is, zal zij niet ontvankelijk moeten worden verklaard in haar beklag. Het Hof verwijst hiervoor naar Corstens, Het Nederlands strafprocesrecht, 8e druk pagina 621.

4.3 Klaagster heeft ingevolge het bepaalde in artikel 4 van het Wetboek van Strafvordering het beklagschrift ingediend tegen het Openbaar Ministerie wegens het niet vervolgen van de Minister van Financiën, de heer H.E.G. Hoefdraad en de Administrateur Generaal, mevrouw drs. A.D. Wijnerman ter zake van in het beklagschrift vermelde strafbare feiten.
Op grond van door klaagster in het beklagschrift aangehaalde argumenten stelt klaagster dat zij een voldoende objectief bepaalbaar redelijk belang heeft onderwerpelijke klachtschrift in te dienen en dat haar belangen zowel wettelijk alsook grondwettelijk zijn voorzien en derhalve rechtvaardigen dat haar beklag in rechte kan worden ontvangen. Klaagster stelt dat artikel 4 van het Wetboek van Strafvordering haar persoon als belanghebbende kwalificeert en dat haar klaagschrift ontvankelijk moet worden verklaard. In de rechtsleer is volgens vaste rechtspraak erkend dat het begrip ‘belanghebbende’ het midden houdt tussen ‘benadeelde’ enerzijds en ‘belangstellende’ of ‘een ieder’ anderzijds. Slachtoffers worden dus in ieder geval beschouwd als rechtstreeks belanghebbende, aldus klaagster.
Grondwettelijk (artikel 22 lid 1) alsook wettelijk (artikel 149, artikel 151 lid 1 en artikel 152 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering) is bepaald dat een ieder bevoegd is aangifte, beklag en verzoek tot vervolging te doen van degene die strafbare feiten zal hebben begaan, bij het bevoegd gezag (ook hierin ligt besloten het belang van klaagster).

Ter nadere onderbouwing van klaagster dat zij belanghebbende is in de zin van artikel 4 van het Wetboek van Strafvordering stelt klaagster o.a.:

  • dat de Staat, door tussenkomst van de beklaagde, de Minister van Financiën, de heer H.E.G. Hoefdraad, strijdig handelt met de grondwettelijke plicht de bestaanszekerheid van de gehele bevolking en aldus van klaagster zoals onder andere is bepaald in artikel 4, letter b van de Grondwet. Klaagster is in financieel opzicht benadeeld en aldus slachtoffer van het tot uitvoering gekomen staatsschulden- en begrotingsbeleid.
  • De Staat, in casu de regering, mede door tussenkomst van de beklaagde, de Minister van Financiën, de heer H.E.G. Hoefdraad, is omvangrijke staatsschulden aangegaan dat ertoe heeft geleid dat de overheidsfinanciën in een deplorabele toestand is geraakt, de monetaire reserves dramatisch zijn afgenomen en dit alles heeft geleid tot een toename van de inflatie en devaluatie met als gevolg een verarming van de burgers in het algemeen alsook van de klaagster.
  • dat haar belang evenals van alle burgers in Suriname wordt geschaad sinds de Staat, door tussenkomst van de Minister van Financiën, de heer H.E.G. Hoefdraad, de wettelijke verbodsbepalingen zoals is bedoeld in de Wet op de Staatsschuld heeft overschreden (zie bijlage II) en daardoor een ondraaglijke schuldenlast heeft veroorzaakt, leidend tot onevenredig hoge lasten die zij in privé (onterecht hogere EBS- en SWM tarieven, extra brandstofheffing en hogere invoerheffingen en kosten vanwege de import van goederen noodzakelijk voor haar levensonderhoud) moet dragen.

4.4 In de visie van het Hof staat in de onderhavige beklagprocedure centraal een geschil over de uitoefening van een discretionaire bevoegdheid door het Openbaar Ministerie. De klaagster beweert dat het Openbaar Ministerie van zijn vervolgingsbevoegdheid gebruik moet maken, terwijl het Openbaar Ministerie stilzit.
Het Hof overweegt vooraf dat de achterliggende gedachte van artikel 4 van het Wetboek van Strafvordering is, dat aan de burger een middel in handen wordt gegeven ter controle van het optreden van de vervolgingsmonopolist te weten het Openbaar Ministerie. Het Hof verwijst hiervoor naar Corstens, Het Nederlands strafprocesrecht, 8e druk, pagina 619 waarin – zover van belang – het volgende is verwoord:
“Het in art…..geregelde beklag over de niet (verdere) vervolging van strafbare feiten is bedoeld als een correctiemodel tegen de nadelen die uit twee beginselen van onze strafrechtspleging kunnen voortvloeien: uit het opportuniteitsbeginsel en uit het beginsel dat de vervolging bij uitsluiting bij organen van de staat berust, het vervolgingsmonopolie. Die koppeling van vervolgingsmonopolie en opportuniteitsbeginsel verschaft de overheid een grote macht. Het opportuniteitsbeginsel legitimeert tot niet (verder) vervolgen……, terwijl een schuldigverklaring door de rechter wel haalbaar is. Het vervolgingsmonopolie verhindert de burger die meent dat vervolging wel opportuun of een schuldigverklaring wel haalbaar is, zelf de zaak aan de rechter voor te leggen…… Daarom diende de burger een middel in handen te worden gegeven ter controle van het optreden van de vervolgingsmonopolist.“

4.5 Volgens de memorie van toelichting bij het wetboek (het Hof leest: van strafvordering) zijn belanghebbenden degenen die door het feit ernstig in hun belangen zijn geschaad en voor de bevrediging van hun rechtsgevoel instelling van een strafactie wensen. In de memorie van antwoord schreef de minister dat belanghebbende is ‘een ieder die bij de instelling of voortzetting van de vervolging een redelijk belang heeft. Het begrip houdt dus het midden tussen “benadeelde” (te eng) en “belangstellende” of “een ieder” (te ruim……)’.
Volgens de Hoge Raad kan alleen iemand die door het achterwege blijven van een strafvervolging is getroffen in een belang dat hem bepaaldelijk aangaat, als belanghebbende worden beschouwd. Duidelijk is dat de direct benadeelde, het slachtoffer, in elk geval als belanghebbende is aan te merken. Diens belang bij vervolging kan van materiële of immateriële aard zijn. Het is begrijpelijk dat de wetgever niet zover is gegaan dat hij de belangstellende als benadeelde beschouwde.” (vide Corstens, 8e druk, pag 621/622).
“De klager moet zich van de belangstellende onderscheiden door het bijzondere belang dat hij bij de vervolging heeft. Dat belang moet bovendien …….objectief bepaalbaar zijn en het moet redelijk zijn.”
“De hierboven geformuleerde eis van het bijzondere belang, maar ook de erkenning van de mogelijkheid dat een rechtspersoon voor een collectief belang opkomt in een…..procedure, staat eraan in de weg een particulier die zich enkel beroept op zijn status van belastingbetaler, inwoner, Nederlander, zich verantwoordelijk voelend intellectueel of op een andere kwaliteit die hij met velen deelt dan wel op een combinatie van die hoedanigheden, als rechtstreeks belanghebbende in de zin van art. 12 aan te merken.” (vide Corstens, 8e druk, pag 623).

4.6 Het Hof neemt over de visie van Corstens zoals hiervoor is geciteerd, en wel in onderlinge verband en samenhang beschouwd.
Uit de stellingen van klaagster begrijpt het Hof dat zij, klaagster, als “inwoner van Suriname” opkomt tegen het door de regering (in de persoon van de Minister van Financien, dhr. Hoefdraad en de Administrateur Generaal van het Bureau voor de Staatsschuld, mevrouw drs. A.D. Wijnerman) gevoerde financieel beleid.
Naar het oordeel van het Hof heeft klaagster zich niet danwel onvoldoende kunnen onderscheiden door een bijzonder belang dat objectief bepaalbaar en redelijk is. Klaagster kan daarom niet worden worden aangemerkt als rechtstreeks “belanghebbende” in de zin van artikel 4 van het Wetboek van Strafvordering, en dient zij niet te worden ontvangen in haar verzoek.
4.7 Nu het daartoe strekkend niet-ontvankelijkheidsverweer van de Procureur-Generaal gegrond is gebleken komt het Hof niet toe aan een verdere bespreking van de stellingen en weren van partijen.

5. BESCHIKKENDE

Het Hof:

Verklaart klaagster niet ontvankelijk in haar beklag.

Aldus gegeven in Raadkamer te Paramaribo, op heden de 28e februari 2020 door mr. A. Charan, fungerend – president, mr. I.S. Chhangur-Lachitjaran en mr. S. Punwasi, leden, in tegenwoordigheid van de fungerend – griffier, mr. G. A. Kisoensing-Jangbahadoer Singh.

w.g. G.A. Kisoensingh – Jangbahadoer Singh w.g. A. Charan
w.g. I.S. Chhangur – Lachitjaran
w.g. S. Punwasi

De Griffier van het Hof van Justitie,

( mr. M.E. van Genderen – Relyveld)

https://rechtspraak.sr/sru-hvj-2020-1/

Beslissing PG niet vervolging Hoefdraad is rechtens juist

16 Feb, 2020, 10:40

foto

Er zijn in Suriname ten onrechte kanttekeningen geplaatst bij de beslissing van procureur-generaal Roy Baidjnath Panday (pg), dat het ingestelde strafrechtelijk onderzoek naar een mogelijke overtreding van de Wet op de Staatsschuld door minister Gillmore Hoefdraad van Financiën, niet kan leiden tot het treffen van processuele maatregelen. In deze bijdrage wordt toegelicht dat de pg, zonder het te noemen, zich heeft gebaseerd op het zogenaamde mildheidsgebod, ook wel het lex mitior-beginsel genoemd.
 
In het Surinaamse strafrecht geldt als hoofdregel dat de strafrechtelijke aansprakelijkheid in beginsel wordt bepaald door de regelgeving die geldt ten tijde van het plegen van het feit. Op deze hoofdregel wordt in art. 1 lid 2 Wetboek van Strafrecht een uitzondering gemaakt voor het geval de regelgeving in het voordeel van de verdachte nadien wordt gewijzigd. In dit wetsartikel ligt de lex mitior-regel besloten waarin is bepaald dat bij verandering in de wetgeving na het tijdstip waarop het feit is begaan de voor de verdachte gunstigste bepalingen, worden toegepast. De wetswijziging van 6 november 2019, houdende nadere wijziging van de Wet op de Staatsschuld (S.B. 2002 no. 27, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 2017 no 10) heeft tot gevolg gehad dat de strafbaarheidsstelling op overtreding van de Wet op de Staatschuld is komen te ontvallen.
 
Gelet op artikel 1 lid 2 Wetboek van Strafrecht en het daarin besloten lex mitior-regel is de beslissing van de pg dan ook juist.
 
De kritiek van de Stichting Centre for Public Affairs Suriname (CPAS) op de totstandkoming van de beslissing van de pg is misplaatst. De heer Anand Bihari verwijt de pg een juridische misstap omdat het oordeel gebaseerd zou zijn op een onrechtmatig tot stand gekomen gewijzigde Wet op de Staatsschuld. Deze visie is niet houdbaar nu het niet tot de taken van de pg behoort om wetten te toetsen. Die rol is uitsluitend weggelegd voor het Constitutioneel Hof als Juridisch toetsingsorgaan (Artikel 144 van grondwet van Suriname). De verdere denkbeelden van Bihari over een soort ‘dubbele onrechtmatigheid’ omdat de pg handelingen van Assembleeleden niet zou hebben getoetst aan de eis van ‘behoorlijke wetgeving’, zijn juridisch onjuist. Het is niet aan de pg om bestaande wetgeving of de totstandkoming daarvan ter discussie te stellen. De pg is namelijk geen wetgever.
 
Ook verwijzingen van andere critici naar Artikel 3 van Algemene Bepalingen der Wetgeving dat wettelijke regelingen alleen verbinden voor het toekomende, en geen terugwerkende kracht hebben, is een misslag. Het staat de wetgever in beginsel vrij om aan een wet terugwerkende kracht te verlenen en ook op grond van art. 15 lid 1, laatste volzin van het internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) waar Suriname partij bij is, blijkt dat indien, na het begaan van het strafbare feit de wet mocht voorzien in de oplegging van een lichtere straf, de overtreder daarvan dient te profiteren. Waar geldt dat nieuwe gunstigere wetgeving dient te worden toegepast op lopende zaken, geldt omgekeerd niet dat nieuwe ongunstigere wetgeving wordt toegepast op lopende zaken.
 
Wellicht de grootste kritiek wordt geuit op de wijziging van de Wet op de Staatsschuld zelf, die de schijn zou hebben van ‘gelegenheidswetgeving’.  Bij de wetswijziging heeft de wetgever mede betrokken de noodzakelijke behoefte van Suriname aan leningen om projecten en beleidsmaatregelen te kunnen continueren die noodzakelijk zijn voor de diversificatie en het draaiende houden van de Surinaamse economie.
 
Het motief van de wetgever voor het mitigeren van de strafbaarheidsstelling was dus erop gericht om het dwingend algemeen belang – het draaiende houden van de Surinaamse economie- te dienen. Daarmee is van gelegenheidswetgeving geen sprake, althans zulks kan uit de onderhavige situatie niet worden afgeleid. Zelfs indien sprake zou zijn van gelegenheidswetgeving dan nog is het (in beginsel) niet aan de pg om van artikel 1 lid 2 Wetboek van Strafrecht af te wijken.
 
Het voorgaande brengt met zich mee dat de conclusie van procureur-generaal Baidjnath Panday dus in lijn is met de wet en internationale verdragen, en daarom getuigt van de enige juiste rechtsopvatting. Bovendien is het maar de vraag of het verder afbreken van instituties als de Centrale bank en het ambt van de minister van Financiën zal leiden tot het herstel van vertrouwen in de staat Suriname.
 
mr.drs. Ashvin G. Gonesh
De auteur is (financieel) jurist en bedrijfskundige te Rotterdam. Hij is co-auteur van het boek ‘Grondlijnen voor een nieuwe financiële ethiek’ en auteur van Public Diplomacy: Improving Practice, uitgegeven door Clingendael – the Netherlands Institute of International Relations.

President Bouterse en minister Hoefdraad, hun rol is overduidelijk

President Bouterse en zijn minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad. Foto: Suriname Herald

Dat er zeer waarschijnlijk gestolen of verduisterd is uit de kasreserve, behoeft geen betoog hier. Daarover is er al genoeg geschreven. Desondanks zijn de autoriteiten van regeringszijde opvallend vaag in hun verhaal. Op negen van de tien vragen had Hoefdraad geen antwoord tijdens een openbare vergadering in De Nationale Assemblee (DNA).

In ons eerder geschreven artikel hadden wij gesteld: Het kan toch niet zo zijn dat die arme jongen die één awarra steelt, in de gevangenis belandt, maar iemand die miljoenen euro’s steelt (duizenden miljarden awarra’s) niet in de gevangenis belandt?

In deze hele kwestie wordt naar onzes inziens ex-governor Robert Van Trikt opgeofferd als de enige schuldige, terwijl er meerdere personen bij betrokken zullen moeten zijn. Van Trikt kan deze handelingen nimmer gepleegd hebben zonder medeweten van de regering.

De minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad, is de eerste persoon binnen de regering die kennis gedragen zal moeten kunnen hebben van deze vermeende diefstal of verduistering. Waarom?
– Gelet op artikel 6 van de Bankwet zou Hoefdraad zijn goedkeuring moeten hebben gegeven aan de onttrekking aan de kasreserve. Dit artikel luidt: “…. Stortingen in en onttrekkingen aan deze reserves behoeven de goedkeuring van de minister”.
– De regeringscommissaris (namens het Ministerie van Financiën) hoort de weekbalans elke week door te nemen. Die brieft vervolgens alles door aan zijn baas (Hoefdraad).
– Tevens hoort Hoefdraad alle uitgaven van de regering te autoriseren (zijn akkoord geven). Er zal een besluit genomen zijn vanuit regeringszijde dat Chotelal de Amerikaans dollars krijgt. Uit alle uitspraken van president Desi Bouterse viel af te leiden dat de Chotelal-dollar een project was/is van de regering. Minister Hoefdraad moet hebben geweten dat er geen dollars meer zijn om ze toe te kennen aan Chotelal (voor import van basisgoederen en valuta-interventie), maar hij heeft de uitgaven desondanks geaccordeerd. Als minister van Financiën weet hij altijd hoeveel geld in kas zit. Dus hij hoorde het te weten dat die uitgaven uit de kasreserves gehaald (lees: gestolen) zullen worden.
– Van Trikt heeft zelf gezegd dat hij wekelijks overleg heeft met Hoefdraad. Dus Hoefdraad moet geweten hebben waaraan de Centrale Bank van Suriname (CBvS) het geld uitgeeft en waar dat geld vandaan komt. Dit is tevens gebruikelijk, dus Van Trikt heeft niets nieuws gezegd.
– Alle besluiten met betrekking tot uitgaven van de Centrale Bank van Suriname gaan in afschrift naar Hoefdraad.

President Bouterse gaat zeker ook niet vrijuit
– Alle besluiten met betrekking tot uitgaven van de regering en de Centrale Bank van Suriname gaan ook in afschrift naar president Bouterse.
– Zowel president Bouterse als minister Hoefdraad hebben tot nu toe gezwegen over de herkomst van de Chotelal-dollars. Waarom zoveel geheimzinnigheid? Simpelweg, beide heren moeten hebben geweten dat de zaak stinkt.

Over de herkomst van de Chotelal-dollars verwees Van Trikt naar president Bouterse, maar Bouterse zweeg in alle talen. Bouterse prees wel de goedkope Chotelal-dollars op een partijvergadering. Volgens Bouterse is de Chotelal-dollar een project dat geplaatst kan worden in de rij van projecten die de regering initieert met als doel de sociaalzwakkeren te ondersteunen. Uit dit alles valt af te leiden dat de regering op de hoogte is geweest van de herkomst van de Chotelal-dollars en dat de regering deze stiekem verstrekt heeft aan Chotelal. Vicepresident Ashwin Adhin deelde mee dat de kasreserve mede gebruikt pleegt te worden ten behoeve van valuta-interventies (Chotelal-dolars). Aanwijzingen ten overvloede. In DNA heeft Hoefdraad eindelijk toegegeven dat er US$ 30 miljoen verstrekt is aan Chotelal.

De snelheid waarmee Hoefdraad de heer Van Trikt aan de schandpaal genageld heeft doet het vermoeden rijzen dat Hoefdraad met deze actie zijn eigen falen heeft willen verhullen en de aandacht van de vermoedelijk grotere diefstal (US$ 200 miljoen) heeft willen afleiden. Alle aandacht ging in het begin naar die enkele autootjes van Van Trikt, terwijl aan de andere kant US$ 200 miljoen gestolen of verduisterd is met mogelijk medeweten van Hoefdraad en president Bouterse.

Als Hoefdraad en president Bouterse niets geweten hebben van deze vermeende diefstal of verduistering, dan hebben zij hun plichten op grove wijze verzaakt en zijn zij niet berekend voor hun taak. In dat geval hebben zij zich schuldig gemaakt aan grove en opzettelijke nalatigheid in de uitoefening van hun functie. Hoefdraad en president Bouterse zouden zelfs als eerste op de hoogte moeten willen zijn van het reilen en zeilen binnen de kas en de kapitaalmarkt van Suriname. Hoe dan ook, zij zullen moeten hebben kunnen weten dat er gestolen is.

In onze staatsrechtelijke verhoudingen zijn Hoefdraad en Bouterse tevens politiek en hiërarchisch verantwoordelijk voor de CBvS.

Wij kijken ernaar uit dat de procureur-generaal (pg) het parlement vraagt om in ieder geval deze twee heren, namelijk minister Hoefdraad en president Bouterse in staat van beschuldiging te stellen, als opmaat naar een vervolging. Zij hebben als politieke ambtsdrager strafbare feiten gepleegd in de uitoefening van hun ambt. Beide heren kunnen in het kader van de wet vervolgd worden. Er is geen weg terug, de zaak stinkt tot buiten de grenzen van Suriname.

Sunil Sookhlall
Co-schrijver: Kries Mahabier

https://www.srherald.com/ingezonden/2020/02/16/president-bouterse-en-minister-hoefdraad-hun-rol-is-overduidelijk/?fbclid=IwAR1Il035nSIBznwTgqc8xbDYJBTmVfnsJFCKHnJNq-7VopVLCMLz0qvRrkk

Het Recht: Berechting Hoefdraad is onvermijdelijk

14 Feb, 2020, 03:46

foto
Het verzoekschrift voor een strafrechtelijk onderzoek naar vermeende misdrijven gepleegd door de minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad, afkomstig van de VHP-fractie in De Nationale Assemblee, heeft geresulteerd in een negatief besluit van het Openbaar Ministerie. De procureur-generaal (pg), mr. R. Baidjnath Panday, heeft naar aanleiding van het verzoek van de VHP-fractie tot het instellen van een strafrechtelijk onderzoek, geoordeeld dat minister Hoefdraad, gebaseerd op de  gewijzigde Wet op de Staatsschuld van 31 oktober 2019, geen strafbaar verwijt kan worden gemaakt. 
 
Stichting Centre for Public Affairs Suriname vindt, gegrond op de verplichting te erkennen, te vervullen, en het beschermen van de fundamentele grondrechten van de burgers van Suriname, het oordeel van de pg juridisch onhoudbaar. De pg oordeelde dat op grond van zijn onderzoek en daarbij ingewonnen advies van de Vereniging van Economisten Suriname, de overschrijding van het binnenlandse leningenplafond als bewezen verklaard kan worden aangemerkt. Echter, de gewijzigde Wet op de Staatsschuld verhinderd, naar het oordeel van de pg, dat minister Hoefdraad een strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.  
 
Welnu, het oordeel van de pg is onrechtmatig omdat het gebaseerd is op een onrechtmatig tot stand gekomen gewijzigde Wet op de Staatsschuld. De pg maakt een juridische misstap, omdat bij de handhaving van een wettelijke bepaling hij altijd moet nagaan of de wetsbepaling wel of niet toepassing kan vinden. Door te oordelen dat de gewijzigde wet toestaat dat het geoorloofd is dat Hoefdraad de begrote uitgaven ook onbeperkt met geleend geld mag dekken, veronachtzaamd de pg de rechtmatigheid van de bepaling te hebben vastgesteld. 
 
De pg had de handelingen van DNA-leden en hun motiveringen zoals vastgelegd in de Memorie van Toelichting van de wet moeten verifiëren aan het nageleefd hebben van de algemene beginselen van behoorlijke wetgeving. Het nalaten van de verificatie van het nageleefd hebben van de wetgevingstoets geeft blijk van een onjuiste opvatting van het recht en is daardoor juridisch onhoudbaar. De handelwijze van De Nationale Assemblee en van de pg leidt tot de conclusie dat er sprake is van een dubbele onrechtmatigheid.
 
De relevante bepalingen van de Wet op de Staatsschuld waarop de pg een beroep doet, missen rechtsgeldig omdat bij de totstandkoming van de wet De Nationale Assemblee in strijd heeft gehandeld met de algemene beginselen van behoorlijke wetgeving. Erkennende dat DNA de discretionaire bevoegdheid tot het maken van wetten heeft, vereist ook de erkenning dat DNA gehouden is de vereiste wetgevingstoetsen na te leven. Uit het aangehecht artikel blijkt dat de DNA-leden in het kader van het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel verzuimd hebben de toetsen te plegen en dat bij een consciëntieuze uitvoering van de toetsen zij nooit de wetswijzigingen van de wet zouden hebben doorgevoerd. 
Indien een zaak over de rechtmatigheid van een wetsbepaling bij de rechter aanhangig wordt gemaakt en waarbij sprake is van strijdigheid met de formele beginselen van behoorlijk bestuur, dan volgt de rechterlijke beslissing dat de regeling geen rechtswerking heeft gebaseerd op het oordeel dat het niet verenigbaar c.q. in strijd is met fundamentele grondrechten.
 
Het wetgevingsproces kennende en de ontstane gebreken bij de totstandkoming van de gewijzigde wet legitimeert dat de VHP-fractie voldoende gronden heeft bezwaar te maken tegen het besluit van de pg. Dat kan door een zogenaamd artikel 4-procedure (artikel 4 van het Wetboek van Strafvordering) bij het Hof van Justitie aanhangig te maken om een rechterlijk bevel tot strafrechtelijke vervolging van minister Hoefdraad te verkrijgen.
 
Vermeldenswaard is dat thans bij het Hof van Justitie een soortgelijke procedure tegen minister Hoefdraad en tegen ex-minister Adeline Wijnerman lopende is. Dit proces is gebaseerd op een aangifte, klacht en verzoek tot strafrechtelijke vervolging afkomstig van Maisha Neus én waarbij dit dossier door mij is opgesteld en eveneens door mij in rechte wordt bepleit. Ook in dit proces wordt ten aanzien van het oordeel van de pg het verwijt tegengeworpen een onjuiste opvatting van het geldende recht getoond te hebben. 
 
De feiten en omstandigheden laten overduidelijk zien dat De Nationale Assemblee, de regering van Suriname en het Openbaar Ministerie falen aan de burgers van Suriname rechtsbescherming te bieden. Dit falen rechtvaardigt te stellen dat Suriname als een ‘failed State’ kan worden aangemerkt. Immers, het overgrote deel van de Trias Politica, het gescheiden machtssysteem van het democratische rechtsbestel, is disfunctioneel wat betreft het erkennen, vervullen en beschermen van de belangen van de burgers van Suriname. Per vandaag is de Staat Suriname failliet…! 
Wanneer de genoemde staatsorganen falen de gevraagde rechtsbescherming te bieden dan heeft de burger het recht een beroep op rechtsbescherming te doen bij de rechterlijke macht. Dat recht geldt onverkort voor elke parlementariër, en daarom spreek ik de verwachting uit dat de VHP-fractie binnenkort een artikel 4-procedure bij het Hof van Justitie zal opstarten.
 
Voor een nadere onderbouwing van de onrechtmatigheid van de relevante wetsbepalingen uit de gewijzigde Wet op de Staatsschuld van 2019 en van de onrechtmatigheid van het besluit van de pg wordt verwezen naar aangehecht artikel.
 
Anand Biharie
Stichting CPAS

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *