President Rasoelbaks en CCJ-president Anderson bespreken toekomst van regionale justitiële samenwerking

Een hoge delegatie van het Caribbean Court of Justice (CCJ) onder leiding van president Winston Anderson bracht deze week een officieel bezoek aan het Hof van Justitie van Suriname.
Dit bezoek maakte deel uit van de Referral Sensitization Series die het CCJ uitvoert binnen de Caricom-regio, met als doel de bekendheid van verwijzingsprocedures te vergroten en de samenwerking tussen nationale en regionale rechtssystemen te versterken.
Tijdens het bezoek overhandigde president Anderson een exemplaar van de nieuw gepubliceerde handleiding verwijzingsprocedures aan president Iwan Rasoelbaks van het Hof van Justitie. Deze handleiding, die ook in het Nederlands is vertaald, beschrijft de regels en procedures waarmee nationale rechtbanken juridische vragen kunnen voorleggen aan het CCJ voor interpretatie van bepalingen uit het Verdrag van Chaguaramas. Dit mechanisme bevordert een uniforme toepassing van het Caricom-recht binnen de lidstaten.
Rasoelbaks sprak zijn grote waardering uit voor het bezoek en benadrukte het belang van samenwerking binnen de regio op het gebied van rechtspraak, met name in het kader van de originaire jurisdictie van het CCJ, waarbij Suriname reeds via het Verdrag van Chaguaramas is aangesloten.
Hij feliciteerde president Anderson met diens recente benoeming, beëdiging en installatie tot president van het CCJ en besprak kort de nationale gedachtevorming omtrent de invoering van een derde instantie (“third tier”) binnen het Surinaamse rechtssysteem. Daarbij werden twee mogelijkheden besproken: de oprichting van een Surinaamse Hoge Raad of – onder nader te bepalen voorwaarden – aansluiting bij het CCJ als hoogste rechtscollege.
Rasoelbaks informeerde president Anderson over het lopende onderzoek van het Hof naar best practices bij bestaande Supreme Courts in de regio en binnen vergelijkbare rechtsfamilies, waaronder de Hoge Raad der Nederlanden.
Deze inzichten zullen bijdragen aan de verdere versterking van de onafhankelijkheid en stabiliteit van het Surinaamse rechtssysteem.
President Anderson prees de actieve betrokkenheid van Suriname binnen de Caribische Gemeenschap (CARICOM) en het CCJ, en benadrukte het belang van kennisuitwisseling en samenwerking binnen de juridische gemeenschap van de regio.
Tot slot nodigde hij president Rasoelbaks uit voor deelname aan de conferentie ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van het CCJ, die van 26 tot en met 28 november zal plaatsvinden in Trinidad & Tobago.
Het bezoek symboliseert de voortdurende inzet van beide instellingen om de rechtsstaat, samenwerking en harmonisatie binnen de Caribische rechtssystemen te bevorderen.
Hugo Fernandes Mendes: bestaat het CHof nog wel? –

Terugkeer van het Constitutioneel Hof

Het Constitutioneel Hof van Suriname is op 31 oktober jl. tijdens de World Conference on Constitutional Justice (WCCJ) in Madrid toegelaten tot lid van dit prestigieuze mondiale platform van constitutionele rechters. De WCCJ heeft tot doel het promoten van constitutional justice as a key element for democracy, the protection of human rights and the rule of law. Op de agenda stond naast de onafhankelijkheid van constitutionele gerechten ook the preservation of natural resources and the environment, and preservation of humankind’s cultural heritage. Relevante onderwerpen voor Suriname in een periode dat president Geerlings-Simons door Time Magazine op het schild is gehesen als behorend tot de top 100 van de meest invloedrijke klimaatleiders van de wereld – een ongekende eer voor Suriname.
Het CH was opvallend afwezig bij de formele toelating tot de WCCJ. Kenners vragen zich al tijden af: bestaat het CH eigenlijk nog wel?
In mei dit jaar publiceerde het CH een inzichtelijk verslag over de eerste vijf jaar van zijn bestaan. Het CH zegt terecht zich als nieuw orgaan te hebben gepositioneerd als constitutionele waakhond van de Grondwet en als cruciaal voor de rechtsstaat Suriname. Een belangwekkende verdienste is dat de parlementaire verkiezing in 2025 de eerste verkiezing sinds 1987 is geweest die in overeenstemming was met de Grondwet. Verschillende regeringen, de Grondwetgever en politieke partijen erkenden decennialang de strijdigheid van de Kiesregeling met de Grondwet, zonder dat er iets veranderde. Partijpolitieke belangen verhinderden dat essentiële democratische waarden werden nageleefd.
Ook het besluit waarin de wetgever werd gedwongen de waarborgsom voor politieke partijen te verlagen, was spraakmakend. Minder bekend, maar wel belangrijk, zijn uitspraken over het recht van personen van hetzelfde geslacht om in het huwelijksregister ingeschreven te worden, en over de verstek- en verzetsprocedure in het strafprocesrecht.
Er lijkt sprake te zijn van een gefaseerde implosie. Al maanden liggen verschillende besluiten gereed die niet kunnen worden uitgesproken, zoals over de ‘legitieme portie’, waarin art. 940 BW en ook de Wet op het Auteursrecht zijn getoetst aan de Grondwet. De besluiten kunnen niet worden uitgesproken wegens ‘het ontbreken van een secretaris’. De problematiek van de secretaris is gedurende jaren onder de aandacht gebracht van de vorige regering.
Op 7 mei dit jaar verliep de termijn van de eerste voorzitter, evenals die van een aantal andere leden. De stand van zaken is dat het CH het zonder voorzitter en secretaris moet doen en nu bestaat uit twee of drie leden die niet kunnen werken aan klachten die op de plank liggen. Voorzitter Gloria Stirling heeft vaker de alarmklok geluid, zonder reactie van de regering. Die is ook niet overgegaan tot benoeming of herbenoeming van de leden, terwijl bekend was dat hun termijn zou verlopen.
Is deze omissie ernstig bureaucratisch onvermogen of bewuste laksheid en ondermijning van een gezaghebbend staatsorgaan dat bewezen verdiensten heeft voor de rechtsstaat en democratie? Het verontrustende resultaat is dat het CH stilzwijgend tot volledige stilstand is gebracht — dit in weerwil van de Grondwet, de Wet Constitutioneel Hof en de loos gebleken belofte instituten niet langer af te breken, maar te versterken.
De huidige president heeft op verschillende momenten kenbaar gemaakt instituten, en vooral ook de rechterlijke macht, te willen versterken. De forse signalen van eenvoudige daadkracht en doen wat beloofd is, zijn vertrouwenwekkend. Herstel van het CH in zijn constitutionele opdracht is niettemin complex. De Wet Constitutioneel Hof behoeft op belangrijke onderdelen aanpassing.
Er liggen bij DNA concrete voorstellen ter versterking van de rechterlijke macht, onder meer de introductie in eerste aanleg van meervoudige rechtspraak en hoger beroep in ambtenarenzaken. Ook wil de regering toevoeging van een derde instantie in de rechtspraak; bij uitvoering is het HvJ niet langer de hoogste rechter. Bij deze grootste renovatie van de rechterlijke organisatie sinds 1868 moet ook de positie van het CH worden betrokken — reeds ter versterking van de onafhankelijkheid en als garantie dat het CH niet op stilzwijgende wijze de nek wordt omgedraaid.
De ervaring leert dat democratie en rechtsstaat beschermd dienen te worden tegen de politieke waan van de dag.
Reactie op: De rechtsgeldigheid van de benoeming van de Procureur-generaal

Desgevraagd een reactie op: De rechtsgeldigheid van de benoeming
van de Procureur-generaal.
Met een inleiding die nergens naartoe leidt, met uitzondering van “de naleving van constitutionele waarborgen binnen het Surinaamse Rechtsstelsel”, hetgeen inderdaad essentieel is voor de beschouwing van het onderwerp, wordt getracht de ongrondwettelijke handeling waarbij de procureur-generaal in augustus 2023 door het hoofd van de regering president Santokhi werd benoemd, te rechtvaardigen.
Deze benoeming is middels wijziging van het Staatsbesluit van 6 november 1996, houdende Vormgeving van Wettelijke regelingen Staats- en Bestuursbesluiten (S.B. 1996 no. 54) tot stand gekomen. Vanaf de onafhankelijkheid in 1975 tot de laatste benoeming van de vorige procureur-generaal ergens in het jaar 2016 zijn alle benoemingsmissives door de Raad van Ministers goedgekeurd.
Bij Staatsbesluit van 13 juli 2023 (S.B. 2023 no. 106) is de wijziging doorgevoerd in een nieuw artikel 6 regelende “een regeringsbesluit”.
Door het benoemen van de artikelen 141 lid 2, 116 lid 1 van de grondwet blijkt dat de schrijfster van het artikel geen snars begrijpt van de materie met betrekking tot het proces van besluitvorming voor bestuursbeslissingen. Schandalig wordt het wanneer beweerd wordt dat een kennelijke omissie (dus over 48 jaren) bij Staatsbesluit van 13 juli 2023 (S.B. 2023 nr. 106) is hersteld.
Hoever kun je je verstand op nul zetten, voor zover aanwezig, ter verdediging van een ongrondwettelijke handeling van een despoot.
De totstandkoming van de regeringsvergadering
“Als wij hetgeen in artikel 110 lid d van de grondwet staat de revue laten passeren namelijk de president is bevoegd tot d. het desgewenst bijeenroepen en leiden van de vergaderingen van de Raad van Ministers, dan komen wij tot de conclusie dat er sprake is van twee typen vergaderingen die in regeringsverband gehouden worden.
De ene vergadering waarbij er sprake is van de Raad van Ministers voorgezeten door de vicepresident (voorzitter van de Raad) en een andersoortige vergadering die geleid wordt door de president waarbij de gehele regering aanwezig is te weten de president, de vicepresident en de Raad van Ministers, een regeringsvergadering dus.
Voorzitter Assemblee (gewezen vicepresident) dit zou u toch moeten weten? Het verschil tussen deze twee vergaderingen ligt bij het resultaat van de besluitvorming.
Bij de eerste vergadering is er sprake van een besluit van de Raad van Ministers dat nog de zegen moet krijgen van de President, wil er sprake zijn van een regeringsbesluit.
Bij de besluitvorming van de tweede vergadering is de zegen (goedkeuring) van de president tijdens de vergadering reeds gegeven, dus is er sprake van een regeringsbesluit”.
Uit het voorgaande blijkt dat wat ik eerder heb gesteld juist is, namelijk dat de toenmalige president ter voorkoming van een geschil in de vergadering met de vicepresident, die toen te kennen had gegeven dat hij geen voorstander was van de benoeming van deze vrouw tot procureur-generaal, een eigen regeringsvergadering met orde reglement is gaan opzetten, in strijd met onze constitutie.
De ontstane discussie is eerder het gevolg van de gebruikelijke middelmatigheid bij sommige van ons.
Zeggen stoort zich aan selectieve kritiek rond vervolgingsbeleid OM

De rechtsgeldigheid van de benoeming van de procureur-generaal
De recente controverse rond de benoeming van de procureur-generaal van Suriname roept fundamentele constitutionele vragen op over de rechtsgeldigheid van deze aanstelling. In het bijzonder staat ter discussie welk staatsorgaan volgens de Grondwet (Gw) bevoegd is tot benoeming en in hoeverre de gevolgde procedure voldoet aan de daaraan verbonden wettelijke en procedurele vereisten. Deze discussie raakt niet alleen de formele rechtsgeldigheid van de benoeming, maar werpt ook bredere vragen op over de werking van staatsmacht en de naleving van constitutionele waarborgen binnen het Surinaamse rechtsstelsel.
De Surinaamse Gw bepaalt in artikel 141, lid 2, dwingendrechtelijk dat de benoeming van de procureur-generaal geschiedt door de Regering, na advies van het Hof van Justitie. Deze bepaling is ondubbelzinnig in de toedeling van de bevoegdheid: niet de president individueel, maar de Regering als collectief staatsorgaan is exclusief benoemingsbevoegd. Artikel 116, lid 1, van de Gw verduidelijkt dat de Regering bestaat uit de president, de vicepresident en de Raad van Ministers. De benoeming van de procureur-generaal is derhalve niet gegrond op individuele presidentiële instructiebevoegdheid, maar een besluit dat tot stand komt door een collectief en democratisch besluitvormingsproces.
Wanneer het Hof van Justitie positief adviseert over de voordracht, dan volgt uit artikel 141, lid 2, van de Gw dat de Regering dit advies moet volgen. Een weigering tot benoeming na een positief advies, of een benoeming na een negatief advies, zou de werking van de rechtsstaat onder druk zetten.
Op grond van artikel 141, lid 2, van de Gw staat vast dat de benoeming van de procureur-generaal alleen kan plaatsvinden door een regeringsbesluit. Zo’n besluit valt, gelet op de bewoordingen, niet onder het bereik van het Besluit Vormgeving Wettelijke Regelingen, Staats- en Bestuursbesluiten (S.B. 1996 nr. 54).
Deze kennelijke omissie is hersteld bij Staatsbesluit van 13 juli 2023 (S.B. 2023 nr. 106), waarbij Staatsbesluit 1996 nr. 54 is aangevuld met een nieuw artikel 6. Deze bepaling definieert het begrip regeringsbesluit als een besluit van de Regeringsvergadering, “bijeengeroepen krachtens artikel 110 sub d van de Gw, ter uitvoering van een aan de Regering gegeven bevoegdheid in de Gw dan wel bij wet”. De president heeft het staatsbesluit aangepast op grond van zijn bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 110, 116, 117 jo. 99 van de Gw.
Het Staatsbesluit van 2023 schept geen nieuwe staatsrechtelijke figuur of bevoegdheid, maar codificeert bestaande constitutionele praktijk. De tekst van de bijbehorende nota van toelichting maakt duidelijk dat de wijziging uitsluitend strekt tot verduidelijking van besluitvormingstechniek en terminologie, en niet tot creatie of verschuiving van bevoegdheden. Dat betekent dat de wijziging geen invloed heeft op de grondwettelijke bevoegdheidsverdeling.
De benoeming van de procureur-generaal tijdens de Regeringsvergadering op 2 augustus 2023 heeft plaatsgevonden conform artikel 141, lid 2, van de Gw. De notulen van de vergadering geven aan dat het quorum was bereikt en dat het besluit collectief is genomen. Daarmee is voldaan aan de formele vereisten: de bevoegde instantie heeft beraadslaagd, beslist en door de president bekrachtigd. De ondertekening door de president geeft uitvoering aan het besluit van de Regering en meer niet.
De rechtsgeldigheid van het benoemingsbesluit volgt uit de dubbele constitutionele conformiteit: zowel de formele bevoegdheid als de procedurele vereisten zijn in overeenstemming met de Gw. Er is geen sprake van strijd met een hogere rechtsnorm. De stelling dat uitsluitend de president de procureur-generaal via een resolutie zou kunnen benoemen, miskent de expliciete systematiek van artikel 116, lid 1, en artikel 141, lid 2, van de Gw. Eveneens is de veronderstelling dat de benoeming van de procureur-generaal op grond van artikel 8 van S.B. nr. 54 via een resolutie kan plaatsvinden, onverenigbaar met het constitutionele stelsel. De Gw bepaalt immers dat de Regering als collegiaal orgaan optreedt bij besluiten omtrent benoeming en ontslag binnen de rechterlijke organisatie (artikelen 141 en 142 Gw).
De discussie die is ontstaan, lijkt vooral te berusten op misvattingen omtrent de werking van Staatsbesluit 2023 nr. 106 en het onderscheid tussen besluitvorming en ondertekening. Waar de besluitvorming een collectieve bevoegdheid betreft, is ondertekening een uitvoerende handeling die de rechtsgevolgen formaliseert. Het staatsbesluit regelt de vorm; de Gw bepaalt de bevoegdheid, en de resolutie d.d. 5 juni 2023 nr. 386/RP, houdende vaststelling van het Reglement van orde voor de Regeringsvergadering, doet hier niets aan af.
Conclusie: De benoeming van de procureur-generaal is rechtsgeldig tot stand gekomen. De procedure voldoet aan de grondwettelijke vereisten, het besluit is genomen door de bevoegde instantie, en er is geen sprake van strijdigheid met hogere of andere rechtsnormen, noch van misbruik van bevoegdheid. De ontstane discussie is eerder het gevolg van normatieve verwarring dan van een juridisch defect.
K. (Chinta) Ramdhan https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/88968
President Simons: ‘Versterking OM en rechterlijke macht is prioriteit, niet het wegsturen van de pg’

President Jennifer Simons zegt dat zij de procureur-generaal (pg) niet zomaar kan, en ook niet zomaar wil, ontslaan. “De pg kan ik niet zomaar ontslaan. Gelukkig ook, want dan zou je dat altijd kunnen hebben,” zei het staatshoofd woensdagavond in het programma TAKI. Tegelijkertijd vindt zij dat de Staat ook in staat moet zijn om zonder onnodige barrières een pg te benoemen.
Depositie van procureur-generaal Garcia Paragsingh ligt onder politieke en maatschappelijke druk. De Algemene Belangen Organisatie Suriname (ABOS), onder leiding van Martin Atencio, heeft eerder deze maand een petitie aangeboden aan De Nationale Assemblée (DNA). Daarin eist de organisatie, met een beroep op artikel 142 lid 2 van de Grondwet, het onmiddellijke ontslag van Paragsingh. ABOS stelt dat er sprake is van “toerekenbare achteloosheid en plichtsverzuim” bij de uitvoering van haar taak als hoogste leidinggevende van het Openbaar Ministerie (OM).
Simons reageerde niet inhoudelijk op de verwijten aan het adres van de pg, maar legde de nadruk op structurele versterking van het rechtsapparaat. Volgens haar moet de discussie niet alleen gaan over personen, maar over capaciteit. “We moeten kijken hoe het Openbaar Ministerie in Suriname verder kan worden versterkt door gewoon meer mensen,” aldus de president. Sterkere bezetting binnen het OM moet ervoor zorgen dat zaken die misgaan ook daadwerkelijk aangepakt worden.
Het staatshoofd zei verder dat er ook wordt gekeken naar verbetering binnen de rechterlijke macht. Zij heeft daarover gesprekken gevoerd met de president van het Hof van Justitie. Daarbij is onder meer gesproken over de mogelijkheid om te komen tot een derde hogere beroepsinstantie, waar burgers in cassatie kunnen gaan tegen uitspraken van het Hof. “We zijn begonnen te praten over hoe we dat gaan regelen. Wij hebben het ook gehad over de versterking en verbreding van verschillende vormen van rechtspraak die nog onvoldoende ontwikkeld zijn,” aldus Simons. Zij zegt tevreden te zijn dat de Hof-president die richting ondersteunt.
De roep om vertrek van de pg is volgens jurist mr. Hugo Fernandes Mendes onverenigbaar met een gezonde rechtsstaat. “Eisen om de pg te laten aftreden horen niet thuis in een democratie,” zei hij eerder in een interview. Volgens Fernandes Mendes is de felle toon in het debat mede aangewakkerd door een memorandum van inheemse organisaties, waarin wordt gewezen op kwesties rond grondenrechten, aantasting van leefgebied, concessies en houtkap.
De rechtsgeleerde zegt begrip te hebben voor de frustraties van inheemse gemeenschappen, maar plaatst de verantwoordelijkheid in de eerste plaats bij de politiek. Volgens hem is grondenrechtenbescherming een opdracht voor opeenvolgende regeringen. “De pg onderzoekt en vervolgt strafbare feiten; dat is zijn of haar grondwettelijke taak,” benadrukte hij.
President Simons: “De pg kan ik niet zomaar ontslaan”
31 oktober 2025

President Jennifer Simons vindt het goed dat zij procureur-generaal Garcia Paragsingh niet zomaar kan ontslaan. “De pg kan ik niet zomaar ontslaan. Gelukkig ook, want dan zou je dat altijd kunnen hebben.
Maar aan de andere kant is de pg de vertegenwoordiger van de Staat, dus moet de Staat de pg ook zonder te veel barrières kunnen benoemen. En we moeten kijken hoe het Openbaar Ministerie in Suriname verder kan worden versterkt door gewoon meer mensen”, zei het staatshoofd woensdagavond in het programma TAKI. De Algemene Belangen Organisatie Suriname (ABOS) onder leiding van Martin Atencio heeft eerder deze maand bij De Nationale Assemblée (DNA) een petitie ingediend waarin op grond van artikel 142 lid 2 van de Grondwet het onmiddellijke ontslag wordt geëist van pg Paragsingh. ABOS vindt dat er sprake is van toerekenbare achteloosheid en plichtsverzuim in de grondwettelijke uitvoering van haar ambt.
In het interview voerde het staatshoofd aan dat het belangrijk is om te kijken naar hoe het OM als vervolgingsapparaat verder kan worden versterkt. Hierdoor zullen die dingen die fout gaan ook werkelijk worden aangepakt.
Simons merkte op dat er ook gekeken wordt naar versterking van de rechterlijke macht. Er zijn gesprekken gevoerd met de president van het Hof van Justitie om te gaan richting een derde hogere beroepsinstantie waar mensen in cassatie kunnen gaan tegen uitspraken van het Hof. Zij is blij dat de Hof-president ook dezelfde mening is toegedaan. “Dus we zijn begonnen te praten over hoe we dat gaan regelen. Wij hebben het ook gehad over de versterking en verbreding van verschillende vormen van rechtspraak die nog onvoldoende ontwikkeld zijn”, aldus de politica. Rechtsgeleerde mr. Hugo Fernandes Mendes fileerde in een eerder interview deze politieke roep om vertrek van de pg. “Eisen om de pg te laten aftreden horen niet thuis in een democratie,” stelde hij. Volgens hem is de recente discussie mede aangezwengeld door een memorandum van inheemse organisaties.
Hij zegt hun frustratie te begrijpen over grondenrechten en aantasting van het leefgebied (concessies, houtkap), maar dat is een politieke opdracht: regeringen moeten daar eindelijk oplossingen voor bieden. De pg onderzoekt en vervolgt enkel strafbare feiten; dat is zijn of haar grondwettelijke taak.
https://www.waterkant.net/suriname/2025/10/31/president-simons-de-pg-kan-ik-niet-zomaar-ontslaan/
LIVE- LALA – JENNIFER VAN DIJK – SILOS I SUN WEB TV I

30 okt 2025 President Hof van Justitie gaat de PG beschermen

29 okt 2025 Fernandes Mendes: “wij moeten zuining zijn op onze rechterlijk

59:29
29 okt 2025 Surinamer Atencio Martin: PG moet met ontslag – Petitie

Officier van Justitie Reshmi Rathipal ontlast uit functie
29 oktober 2025

Het Openbaar Ministerie in Suriname (OM) heeft vandaag bevestigd dat een Officier van Justitie per heden is ontlast van haar werkzaamheden. Het OM achtte deze maatregel noodzakelijk in verband met aangelegenheden betreffende het functioneren van de functionaris. Verdere maatregelen in dit kader zijn voorbehouden aan het bevoegd gezag. Het OM zal in dit stadium volstaan met deze verklaring aldus de PR Unit van het OM.
Het OM heeft geen naam genoemd maar de redactie van Waterkant.Net heeft de bevestiging dat het gaat om Reshmi Rathipal.
Topjurist fileert politiek geroep om vertrek PG: ‘Rechterlijke macht is geen speelbal’
28 oktober 2025
De in Suriname verblijvende rechtsgeleerde mr. Hugo Fernandes Mendes is bij Radio Stanvaste ingegaan op de oproepen tot vertrek van de procureur-generaal (PG) Garcia Paragsingh.
Fernandes Mendes legde uit dat de PG volgens de grondwet bij uitsluiting verantwoordelijk is voor opsporing en vervolging van alle strafbare feiten, samen met officieren (en hoofdofficieren) van justitie en in samenwerking met de politie. Dat is de zogeheten zwaardmacht van de staat, maar streng gereguleerd in de rechtsstaat: vervolging is exclusief voorbehouden aan het Openbaar Ministerie; niet ieder orgaan kan dat. De PG staat als hoogste opsporingsautoriteit aan het hoofd van dat apparaat. Benoeming verloopt via de regering (de president speelt een rol), maar binnen de rechterlijke kolom met selectieprocedures die politieke beïnvloeding moeten weren. Leden van de rechterlijke macht – waar de PG toe behoort – zijn voor het leven benoemd en politieke interventie in opsporing en vervolging is grondwettelijk verboden.
“Eisen om de PG te laten aftreden horen niet in een democratie,” aldus Fernandes Mendes. Hij wijst erop dat veel instituties (Rekenkamer, Staatsraad, enz.) de laatste jaren zijn verzwakt, maar dat de rechterlijke macht relatief onbesmet bleef en dus beschermd moet worden.
Formeel kan de regering een lid van de rechterlijke macht (dus ook de PG) ontslaan, maar alleen bij uitzonderlijke gronden: bijvoorbeeld strafrechtelijke veroordeling, faillissement, onbekwaamheid (bijv. onder curatele), of evidente, langdurige misdragingen die de functie onverenigbaar maken. Dat is in Suriname nog nooit gebeurd. Dus niet omdat men het oneens is met vervolgingsbeslissingen. “Over individuele strafzaken zouden politici terughoudend moeten zijn; rechters vormen bovendien de check op het OM door onafhankelijk te oordelen. Op vragen over achterstanden en klachten dat zaken “blijven liggen”, zegt Fernandes Mendes dat het OM kampt met financiële en personele tekorten, bijvoorbeeld een gebrek aan financieel deskundigen in complexe fraude-dossiers. Zijn aanbeveling: meer transparantie en uitleg door OM en minister van Justitie, en capaciteitsversterking. Veel wordt reflexmatig “op het bord van de PG” gelegd, wat tot frustratie leidt, maar vervolgingskeuzes liggen primair bij officieren van justitie.
Waar kunnen burgers of organisaties terecht met klachten over de PG? Binnen de rechterlijke kolom zelf. In de praktijk kloppen mensen aan bij DNA of de president, maar politiek zou zich niet over individuele zaken moeten uitlaten. Over het idee van twee PG’s is hij helder: dat lost niets op; versterk liever de basis met meer officieren en specialisten. “In een leger heb je meer soldaten nodig dan generaals.” De recente discussie is mede aangezwengeld door een memorandum van inheemse organisaties, aldus Fernandes Mendes. Hij zegt hun frustratie te begrijpen over grondenrechten en aantasting van het leefgebied (concessies, houtkap), maar dat is een politieke opdracht: regeringen moeten daar eindelijk oplossingen voor bieden. De PG onderzoek en vervolgt enkel strafbare feiten; dat is zijn of haar grondwettelijke taak.

Hugo Essed: “Pg is een rechterlijke autoriteit; daar kan je geen petitie indienen”
Advocaat Hugo Essed stelt dat de personen, waaronder de NDP’er Marcel Oostburg, die afgelopen vrijdag een petitie wensten in te dienen bij het Openbaar Ministerie (OM) in Suriname, gewoonweg op het verkeerde adres waren met hun actie. “Ze moeten zijn bij het Hof van Justitie met een gemotiveerd verzoekschrift. Want alleen die instantie kan de … Meer lezen over Hugo Essed: “Pg is een rechterlijke autoriteit; daar kan je geen petitie indienen”
BT MAANDAG 27 OKT 2025 || ABOS EIST VERTREK PG

27 okt 2025 Fernandes Mendes: “Simons kan PG niet ontslaan”

Het Inheems Platform Eenheid Solidariteit Alliantie en Vooruitgang (ESAV) heeft donderdag een petitie aangeboden aan president Jennifer Simons met het dringende verzoek om de vijf Inheemse mannen die betrokken zijn bij de Pikin Saron-strafzaak “onmiddellijk vrij te laten, of gratie te verlenen indien zij alsnog schuldig worden bevonden”.
Hogerberoepszaak Pikin Saron wordt 4 november hervat; ontevredenheid bij ESAV
24 OKTOBER 2025
De hogerberoepszaak Pikin Saron wordt op 4 november hervat. Dan zullen 4 van de 15 getuigen die de advocaten hebben op de lijst hebben geplaatst worden gehoord. Dinsdag zijn 3 getuigen aan het woord gekomen.
J.A., J.H., G.Z., R.M. en M.W., worden vervolgd voor misdrijven gepleegd te Pikin Saron. De advocaten van de verdachten vroegen om invrijheidstelling van hun cliënten. Zij stelden dat de mannen ten onrechte zijn veroordeeld, dat er geen sprake zou zijn van vluchtgevaar en dat zij geen strafbare feiten zouden hebben gepleegd. Het Hof wees dit verzoek af, omdat er nog altijd sprake is van ernstige bezwaren tegen de verdachten en het getuigenverhoor nog niet is afgerond.
Het Inheems Platform Eenheid Solidariteit Alliantie en Vooruitgang (ESAV) heeft donderdag een petitie aangeboden aan president Jennifer Simons met het dringende verzoek om de vijf Inheemse mannen die betrokken zijn bij de Pikin Saron-strafzaak “onmiddellijk vrij te laten, of gratie te verlenen indien zij alsnog schuldig worden bevonden”. ESAV wil ook een onafhankelijk onderzoek naar de dood van Martinus Wolfjager en Ivanildo Dijksteel.
https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/88862
Verzoek invrijheidstelling verdachten Pikin Saron afgewezen

16 november 2024: Met gebalde vuisten zwaaien verdachten in de bus en hun nabestaanden die zich bij de rechtszaal bevonden elkaar uit. Een verzoek om hen dinsdag in vrijheid te stellen werd dinsdag afgewezen. [Foto: still]
Tijdens de verdere behandeling van het hoger beroep in de strafzaak Pikin Saron heeft het Hof van Justitie (HvJ) het verzoek tot invrijheidstelling van Jonathan A., Joshua H., Guilliano Z., Rodney M. en Martin M. afgewezen. Als reden werd opgegeven dat er nog ernstige bezwaren tegen de veroordeelden bestaan, meldt de Communicatie Unit van het HvJ vrijdag. Een andere reden is dat alle getuigen nog niet zijn gehoord.
Het vijftal werd op 18 januari door kantonrechter Duncan Nanhoe elk een onvoorwaardelijke straf van acht jaar opgelegd. De mannen hadden zich schuldig gemaakt aan onder meer poging tot moord, zware mishandeling met voorbedachten rade, diefstal met geweldpleging, brandstichting, vernieling, openlijke geweldpleging, wederrechtelijke vrijheidsberoving en overtreding van de Vuurwapenwet. De advocaten van de vijf veroordeelden hadden het verzoek tot invrijheidstelling ingediend, omdat naar hun mening hun cliënten onterecht zijn veroordeeld. Door het raadsteam werd voorts aangevoerd dat er geen sprake is van vluchtgevaar en dat het vijftal geen strafbare feiten heeft gepleegd.
Tijdens de zitting van dinsdag was er getuigenverhoor. De advocaten hadden op 18 augustus namelijk aangegeven vijftien getuigen te willen horen, die volgens de verdediging tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd. Er werd een aanvang gemaakt met drie ‘getuigen a décharge’. Op 4 november, wanneer de zaak weer dient, worden vier andere getuigen gehoord op verzoek van de verdediging.
https://dwtonline.com/verzoek-invrijheidstelling-verdachten-pikin-saron-afgewezen/
NDP voert druk op om ontslag procureur-generaal — juridische basis ontbreekt, politieke spanning loopt op

24 okt 2025 | snc.com | Door: Redactie
De Nationale Democratische Partij (NDP) voert al geruime tijd druk op om procureur-generaal (PG) Garcia Paragsingh uit haar functie te zetten. Volgens goed ingevoerde bronnen zou zelfs Sergio Akiemboto, Chief of Staff op het kabinet van president Jennifer Geerlings-Simons, actief aan het dossier trekken.
Geen wettelijke grond voor ontslag
Juristen benadrukken dat er geen juridische basis bestaat voor het ontslag van de PG. Het ambt is grondwettelijk beschermd: een procureur-generaal wordt voor het leven benoemd en kan slechts worden ontslagen of geschorst via een procedure die uitgaat van het Hof van Justitie. De regering-Simons heeft dus geen bevoegdheid om daar zelfstandig in te grijpen.
Paragsingh trad in 1986 in dienst bij het Openbaar Ministerie en bouwde in bijna vier decennia een indrukwekkende loopbaan op. Na de pensionering van toenmalig PG Soebhaas Punwasi benoemde president Desi Bouterse in 2014 advocaat-generaal Roy Baidjnath Panday als diens opvolger. Paragsingh, destijds hoofdofficier van justitie, volgde hem later op en werd in 2023 officieel benoemd tot PG.
Framing en politieke druk
Hoewel haar carrière nooit partijpolitiek gekleurd is geweest, wordt Paragsingh in NDP-kringen tegenwoordig weggezet als “VHP’er” — een kwalificatie die volgens waarnemers neerkomt op etnische framing. Het idee dat iemands afkomst of vermeende politieke voorkeur een grond voor ontslag kan zijn, druist in tegen de wet én de kern van de rechtsstaat.
De situatie doet denken aan eerdere pogingen tot politieke beïnvloeding, zoals in de periode rond het 8 December-proces, toen artikel 148 van de Grondwet werd gebruikt om druk uit te oefenen op het vervolgingsbeleid. Ook toen werd die inmenging ongrondwettig verklaard. Constitutionele experts zien nu dezelfde tendens terugkeren: partijpolitiek mag nooit het vervolgingsbeleid sturen.
Politieke motieven in DNA
De NDP probeert volgens insiders publieke druk te creëren door in De Nationale Assemblee (DNA) dossiers aan te kaarten die juridisch correct zijn afgehandeld, maar politiek gevoelig liggen. Ook de zogeheten zaak-Bronto wordt ingezet om de PG te framen als “VHPG”. Opvallend is dat Paragsingh juist onder de NDP in 2018 tot hoge functies werd benoemd en zelfs werd ingezworen door toenmalig waarnemend president Ashwin Adhin.
Politicologen wijzen erop dat een motie van wantrouwen tegen de PG in DNA juridisch zonder effect zou zijn. De PG is immers geen minister en valt niet onder parlementaire vertrouwensregels. Zo’n motie heeft enkel symbolische waarde en benadrukt vooral het politieke karakter van de aanval.
Rechtsstaat onder druk
De kern van de kwestie blijft helder: het Openbaar Ministerie moet onafhankelijk kunnen functioneren. Pogingen om de procureur-generaal via politieke druk of framing te ondermijnen, tasten de rechtsstaat aan en schaden het vertrouwen in lopende onderzoeken.
Wie werkelijk zegt de wet te respecteren, hoort de PG niet te bestrijden met frames en partijbelang, maar met feiten en recht.
Loopbaan van Garcia Paragsingh
2025 – Onder vuur vanuit politieke hoek; NDP probeert haar ontslag te forceren, ondanks het ontbreken van wettelijke grondslag.
1986 – Begint haar loopbaan bij het Openbaar Ministerie (OM)van Suriname.
Jaren 1990–2000 – Bekleedt diverse functies binnen het OM en bouwt reputatie op als vakbekwaam jurist met specialisatie in strafrecht en vervolgingsbeleid.
2014 – Na de pensionering van PG Soebhaas Punwasi benoemt president Desi Bouterse advocaat-generaal Roy Baidjnath Pandaytot opvolger. Paragsingh wordt benoemd tot advocaat-generaal (AG), de tweede hoogste positie binnen het OM.
13 april 2021 – Wordt benoemd tot plaatsvervangend procureur-generaal na het vertrek van Baidjnath Panday.
2023 – Wordt officieel procureur-generaal van de Republiek Suriname.
Macknack het volk kan den pg ontslaan?

Organisaties stellen ultimatum: binnen 45 dagen maatregelen of publieke acties

De Algemene Belangen Organisatie Suriname (ABOS) en de Bezorgde Burger Organisatie Suriname (BBOS) hebben een rappel-petitie overhandigd aan Ashwin Adhin, voorzitter van De Nationale Assemblee (DNA).
Het betreft een hernieuwde indiening van een eerder aangeboden petitie op 19 september 2025, aangezien er volgens de organisaties nog geen inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden.
In de petitie worden ernstige zorgen geuit over de huidige staat van de rechtsbescherming en het functioneren van toezichthoudende instituties in Suriname. De organisaties stellen dat de bevolking het vertrouwen in de rechtsstaat dreigt te verliezen wanneer structurele misstanden niet worden aangepakt.
De belangrijkste verzoeken in de rappel-petitie zijn:
• Ontslag van Procureur-Generaal Garcia Paragsingh vanwege vermeend plichtsverzuim en nalatigheid. • Formele erkenning van het Volks Tribunaal Suriname (VTS) als laagdrempelig orgaan voor mensenrechtenbescherming.
• Actief optreden tegen mensenrechtenschendingen en verbetering van instituties die grondrechten moeten garanderen.
• Versnelling van procedures rondom domeingronduitgiftes, landtitels en lopende grondrechtenkwesties.
• Onderzoek en maatregelen tegen gevallen van machtsmisbruik, ambtsmisdrijf, politieke vervolging, financiële onregelmatigheden en straffeloosheid.
Volgens de organisaties moet De Nationale Assemblée binnen 45 dagen reageren, een parlementair overleg organiseren en concrete stappen zetten om vertrouwen in de democratische rechtsorde te herstellen.
“Het is tijd om een einde te maken aan straffeloosheid, partijdigheid en wegkijken,” aldus een citaat uit de petitie.
Indien geen reactie volgt, overwegen de petitionarissen de situatie voor te leggen aan internationale parlementaire en mensenrechtenorganisaties en binnen Suriname via vreedzame publieke acties aandacht te blijven vragen voor misstanden die burgers treffen.
DNA-voorzitter Adhin nam de stukken in ontvangst en benadrukte dat de stem van het volk serieus genomen wordt.
“U mag erop rekenen dat het parlement het vertrouwen van het volk waarborgt. Wij zullen zeker uw advies opvolgen om een zitting te beleggen waarin alle feiten worden besproken. U zult een reactie van mij ontvangen,” aldus Adhin.
Het independent indienen van de petitie dat vraagt om.ONTSLAG VAN DE ..PARTIJDIGE P.G.maak

Surinaamse Recktspraak..Mafia Rechtspraak..

BT DONDERDAG 23 OKT 2025 || BENOEMING PG IN 2023 IN STRIJD MET

Waardevolle ontmoeting tussen hoogste vervolgingsautoriteiten van Suriname en het Caribisch gebied

De Procureur-Generaal van Suriname, Garcia Paragsingh, heeft haar ambtgenoot Guilliano Schoop, Procureur-Generaal voor Curaçao, Sint Maarten en Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba), ontvangen voor een kennismakingsgesprek bij het Openbaar Ministerie van Suriname.
De ontmoeting markeert een belangrijk moment van regionale samenwerking en kennisuitwisseling tussen de hoogste vervolgingsautoriteiten van het Caribisch gebied.
Beide procureurs-generaal bespraken onderwerpen van gemeenschappelijk belang, waaronder grensoverschrijdende criminaliteit, versterking van de justitiële samenwerking en uitwisseling van expertise tussen de verschillende parketten. Paragsingh benadrukte het belang van een sterk netwerk tussen de Caribische landen om gezamenlijk te werken aan veiligheid, rechtszekerheid en efficiënte opsporing.
Zij gaf aan dat de samenwerking tussen Suriname en de omliggende eilanden verder uitgebouwd zal worden, met het oog op effectieve rechtshandhaving en wederzijdse ondersteuning in complexe strafzaken.
Het kennismakingsbezoek verliep in een open en constructieve sfeer. Beide partijen spraken hun waardering uit voor de mogelijkheid om de bestaande banden te versterken en afspraken te maken voor verdere samenwerking op justitieel en operationeel niveau.
Bestuurskundige Eugène van der San eist herziening van benoeming procureur-generaal

Bestuurskundige Eugène van der San heeft een nieuwe open brief aan DNA-voorzitter Ashwin Adhin gestuurd, ter publicatie bij GFC Nieuws.
Daarin betoogt hij dat de benoeming van de procureur-generaal in augustus 2023 in strijd is met de grondwet, doordat het Staatsbesluit over resoluties onjuist is toegepast en gewijzigd.
Van der San waarschuwt dat deze fout de democratische rechtsorde ondermijnt en roept op tot herziening van de benoeming. Nog een open brief aan de voorzitter van De Nationale Assemblee in het kader van de rechterlijke macht!
Waarom de benoeming van de P.G. opnieuw moet? Kort na de benoeming van de huidige Procureur- Generaal in de maand augustus 2023 verscheen het hoger aangehaalde artikel waarvoor ik wederom uw aandacht vraag.
De recentelijke benoeming van de procureur-generaal van de Republiek Suriname moet opnieuw plaatsvinden ter voorkoming van een ernstige verstoring van onze democratische rechtsorde als fundament. De afgelopen periode ben ik steeds meer tot het besef gekomen dat democratie en rechtsstaat niet vanzelfsprekend zijn.
Vanaf het aantreden van deze regering hebben wij op verschillende momenten kunnen vaststellen dat besluiten worden genomen die niet in overeenstemming zijn met vigerende wettelijke regelingen.
Daarbij is op verschillende momenten en door diverse personen die kennis van zaken hebben daarop gewezen, vaak zonder resultaat. U kunt zelf enkele gevallen benoemen waarbij de overheid desondanks ongestoord tot de uitvoering is overgegaan.
Met deze benoeming en beëdiging van het hoofd van het Openbaar Ministerie die met uitsluiting van elk ander orgaan verantwoordelijk is voor de opsporing en belast met de vervolging van alle strafbare feiten, kunnen wij niet toestaan dat de regering wederom een scheve schaats gaat rijden.
Krachtens het Staatsbesluit van 6 november 1996, houdende Vormgeving van Wettelijke Regelingen, Staats- en Bestuursbesluiten (S.B. 1996 no. 54) is om redenen van de behoefte aan duidelijkheid en uniformiteit in wetgevings-technisch opzicht het volgende in overeenstemming met de grondwet vastgesteld:
In dit besluit luidt artikel 7 als volgt:
1. Een door de president genomen bestuursbesluit, ter
uitoefening van een bij een wettelijke regeling aan hem toegekende bevoegdheid, wordt als “resolutie” aangeduid.
2. De ondertekening van een resolutie geschiedt uitsluitend door de president.
3. In de resolutie wordt door de president aangegeven welke minister of ministers met de uitvoering van de betreffende resolutie is/zijn belast.
Bij Staatsbesluit van 13 juli 2023 (S.B. 2023 no. 106) ter wijziging van het Staatsbesluit van 6 november 1996 (S.B. 1996 no. 54) is in artikel I bepaald dat in het Besluit vormgeving, wettelijke regelingen, staats- en bestuursbesluiten (S.B. 1996 no.54 ) de volgende wijzigingen worden aangebracht:
A. Na artikel 5 wordt een nieuw artikel 6 toegevoegd, luidende als volgt:
Artikel 6
1. Een Regeringsbesluit is een besluit door de Regering in de Regeringsvergadering, bijeengeroepen krachtens artikel 110 sub d van de grondwet, ter uitvoering van een aan de regering gegeven bevoegdheid in de grondwet dan wel bij wet.
2. De ondertekening van een Regeringsbesluit geschiedt uitsluitend door de President.
Door het onzinnige standpunt dat bij de benoeming van de P.G. de hele regering de resolutie moet tekenen is deze dwaling ontstaan en is het Staatsbesluit (S.B. 1996 no. 54) onnodig gewijzigd met alle gevolgen van dien.
Nu hebben wij twee vormen van resoluties (regeringsbesluiten) die voorkomen in het Staatsbesluit Vormgeving Wettelijke Regelingen, Staats- en Bestuursbesluiten en geen grondslag vinden in de grondwet, omdat artikel 110 de bevoegdheden van de president met betrekking tot andere organen regelt.
Het desgewenst bijeenroepen en leiden van de vergadering van de Raad van Ministers zoals artikel 110 d bepaalt, behoort tot een normale taak van de president en daarvoor is artikel 7 van het Staatsbesluit m.bt. de resolutie (S.B. 1996 no. 54) toereikend.
Door een totaal verkeerde perceptie en anticiperend op een disfunctionerende ministerraad, bij de besluitvorming voor de benoeming van de procureur-generaal, wordt in strijd met de grondwet een resolutie d.d. 5 juni 2023 no. 386/RP, houdende vaststelling Reglement van Orde voor de Regeringsvergadering tot stand gebracht.
Summa summarum kan het Hof van Justitie de betrokkene/ belanghebbende op grond van de verkeerde toepassing van regels niet tot procureur- generaal installeren, voordat de benoeming en beëdiging in heroverweging zijn genomen.
Wij moeten beschermd worden tegen machtsmisbruik of détournement de pouvoir, willen wij pretenderen nog in een rechtsstaat te wonen.
Eugène van der San https://www.gfcnieuws.com/bestuurskundige-eugene-van-der-san-eist-herziening-van-benoeming-procureur-generaal/
BREAKING — Hof van Justitie verklaart ex-minister Hoefdraad niet-ontvankelijk
door Ivan Cairo
PARAMARIBO – Het Hof van Justitie heeft voormalig minister van Financiën Gillmore Hoefdraad niet-ontvankelijk verklaard in de civiele procedure die hij had aangespannen tegen de staat Suriname. In deze zaak betwistte Hoefdraad de rechtmatigheid van zijn in-staat-van-beschuldigingstelling door De Nationale Assemblee (DNA). De ex-bewindsman had de civiele rechter verzocht te oordelen dat zijn vervolging in de zogenoemde corruptiezaak onrechtmatig was. Echter, volgens de vijfkoppige kamer van het Hof van Justitie heeft DNA rechtmatig gehandeld bij het besluit om Hoefdraad, als voormalig politiek ambtsdrager, in staat van beschuldiging te stellen. Deze procedure is vereist om strafrechtelijke vervolging door het Openbaar Ministerie mogelijk te maken.
Verweer
Hoefdraad, die sinds zijn aftreden in juli 2020 voortvluchtig is, voerde via zijn advocaten aan dat DNA niet bevoegd was om in de zittingsperiode 2020-2025 een nieuw besluit over zijn vervolging te nemen. Immers, volgens zijn raadsman, Murwin Dubois, had het vorige parlement (2015-2020) al rechtsgeldig besloten Hoefdraad niet te doen vervolgen. Een herziening van dat besluit zou slechts mogelijk zijn bij nieuwe of gewijzigde informatie, die volgens de verdediging ontbrak. Dubois verwees tevens naar de beslissing van Interpol om Hoefdraad van de internationale opsporingslijst te verwijderen. Volgens de internationale politieorganisatie zou de vervolging politiek gemotiveerd zijn, waarna Suriname werd verboden gebruik te maken van Interpols communicatiesysteem in deze zaak. CBvS-corruptiezaak
De strafzaak tegen Hoefdraad maakt deel uit van een omvangrijk corruptieonderzoek waarin ook Ginmardo Kromosoeto (voormalig directeur van de Surinaamse Postspaarbank), Robert-Gray van Trikt (oud-governor van de Centrale Bank van Suriname/CBvS), Faranaaz Alibaks-Hausil (voormalig juridisch directeur van de CBvS) en Ashween Angnoe (zakenpartner van Van Trikt) werden vervolgd en veroordeeld. Alle veroordeelden tekenden na hun vonnis hoger beroep aan.
Hoefdraad startte daarnaast een civiele procedure tegen de staat Suriname, gericht tegen De Nationale Assemblee en het ministerie van Binnenlandse Zaken. Met de uitspraak van het Hof van Justitie is nu vastgesteld dat de vervolging van Hoefdraad op rechtmatige wijze is ingesteld.
https://dwtonline.com/breaking-hof-van-justitie-verklaart-ex-minister-hoefdraad-niet-ontvankelijk/
BT DONDERDAG 16 OKT 2025 || MIN JUSPOL HELPEN BESCHERMEN

Ik spreek de PG eind deze maand
16 okt 2025

organisatie ABOS wil vervanging Procureur-generaal (Suriname)

https://www.youtube.com/watch?v=bgtEYg2FEwA
Waarom moet de PG weg?
Filters

Van der San: “Wet Rechtspositie Rechterlijke Macht geen initiatief van Gajadien en Jordan; dat ding is bij de rechter zelf gemaakt”

Oud-kabinetsdirecteur Eugene van der San stelt dat de Wet Rechtspositie Rechterlijke Macht geen initiatief is geweest van de parlementariërs Asiskumar Gajadien en Genevievre Jordan. Volgens de bestuurskundige zou deze wet door de rechterlijke macht zelf zijn opgesteld, waarna de twee voornoemde volksvertegenwoordigers hun handtekening daaronder hebben geplaatst en die hebben ingediend. Gajadien, Jordan, Cheryl Dijksteel en Marinus Bee hebben recent een plakkaat als blijk van waardering voor de initiëring en aanname van deze wet van het Hof van Justitie in Suriname ontvangen. In het programma Bakana Tori voerde Van der San aan dat hij vorig jaar door De Nationale Assemblee (DNA) werd uitgenodigd om zijn licht te laten schijnen op de Wet Rechtspositie Rechterlijke Macht, Wet Geldelijke Voorzieningen President en Vicepresident van de Republiek Suriname, Wet Geldelijke Voorzieningen Ministers en Onderministers en de Wet Geldelijke Voorzieningen leden en gewezen leden van De Nationale Assemblee.
“Tijdens mijn aanwezigheid daar heb ik de opmerking gemaakt: hoe komen de initiatiefnemers van dit ding aan deze inzichten? Toen heeft in die vergadering, Jogi zat er ook bij, één van de parlementariërs gezegd: ‘dat ding is gemaakt bij de rechter zelf en zij hebben het naar hier gebracht. Toen hebben deze mensen hun handtekening gezet’. En als de griffier correct is, dan moet dit ook zijn opgenomen in die notulen van die vergadering,” zei Van der San.
Volgens de oud-kabinetsdirecteur had hij al het gevoel dat de voornoemde twee parlementariërs dit initiatief nooit zelf hadden kunnen maken. Bovendien is dit gevaarlijk, aangezien dit in strijd is met de Grondwet. Hij vraagt zich af of de mensen die dit initiatief hebben opgesteld wel of niet bewust waren hiervan. “En je geeft het aan De Nationale Assemblee en die kunnen dat inzicht daar ook niet ontwikkelen, terwijl we ze erop wijzen. Of ze hebben het wel ontwikkeld, maar Chan ben seti a sani kon kba. Want na Chan seti a sani. Chan e switi den man moro. A koop a heri rechterlijke macht om, dus e switi den man moro. Dus seti a san kon, dan den man teki eng over en keur eng bun,” aldus Van der San.
Nu er een andere regering is, hoopt hij dat deze wet niet in stand blijft. “Want als we in een geciviliseerde staat wonen, dan mag zoiets niet in stand blijven. Dan zou tenminste het Constitutioneel Hof, als het functioneert, dit ding onverbindend moeten verklaren. Maar we zijn echt in een bakba winkri hier. Dit ding is toch een schande!”, aldus Van der San, die ook Bee als oud-DNA-voorzitter kwalijk neemt dat hij deze wet in behandeling heeft genomen.
De bestuurskundige merkte op dat hij tijdens het overleg in DNA ook zijn inzichten gaf over de Wet Geldelijke Voorzieningen President en Vicepresident van de Republiek Suriname, Wet Geldelijke Voorzieningen Ministers en Onderministers en de Wet Geldelijke Voorzieningen leden en gewezen leden van De Nationale Assemblee. Ten aanzien van deze wetten gaf hij mee dat, aangezien deze gaan over de politieke ambtsdragers, hij het aan de prudentie van de politiek overlaat om te beslissen of ze zoveel geld willen nemen.

