Droit de suite maakt gehakt van het intrekkingsbesluit van Leonsberg

Leonsberg, Paramaribo.
Stond de minister GBB nog wel in zijn recht om het grondhuurrecht van Sandiep Seemangal in te trekken “in het algemeen belang”, indien het publiek looppad naar de steiger al een bestaande of door langdurig gebruik ontstane erfdienstbaarheid vormde, die op grond van het droit de suite het perceel toch al belastte?
De discussie over de intrekking van Sandiep Seemangal grondhuur draait volgens de minister om één punt: het publiek moet toegang houden tot de steiger bij Leonsberg.
Maar wie het recht goed leest, ziet dat de minister precies dáár de plank misslaat — en het “algemeen belang”-argument juridisch in elkaar zakt.
Het pad naar de steiger bestaat al decennialang. Iedereen weet dat. Zelfs de overheid wist dat, lang vóór het
perceel op 14 mei 2025 aan Sandiep Seemangal werd uitgegeven.
Dat publieke, onafgebroken gebruik heeft een juridische betekenis die de minister gemakshalve negeert: het kan duiden op het ontstaan van een erfdienstbaarheid van weg, een beperkt zakelijk recht dat door bestendig en zichtbaar gebruik kan ontstaan.
En hier komt het belangrijke goederenrechtelijke principe in beeld: droit de suite — het zaaksgevolg. Een
erfdienstbaarheid “plakt” aan het perceel zelf. Het maakt dus niet uit wie de grondhuurder is: het recht van
doorgang blijft bestaan en moet worden gerespecteerd.
Als er al een erfdienstbaarheid rustte op het perceel, of eenvoudig had kunnen worden gevestigd, dan is het
publieke belang volledig te waarborgen zónder dat de overheid het zware middel van intrekking hoefde te
gebruiken. Dat maakt de intrekking disproportioneel en onnodig.
Het Decreet Uitgifte Domeingrond (S.B. 1982 no. 11) vereist dat de overheid alléén tot intrekking overgaat
wanneer er geen lichter, minder ingrijpend middel bestaat.
Dat staat niet expliciet in één artikel, maar volgt uit de systematiek van zorgvuldigheid, belangenafweging en het verbod van willekeur — allemaal kaders die de overheid binden.
Maar hier bestonden alternatieven in overvloed:
• erfdienstbaarheid van weg;
• gedeeltelijke aanpassing van perceelsgrenzen;
• contractuele afspraken;
• publiekrechtelijke aanwijzing van doorgang.
De minister koos desondanks voor het meest drastische middel. Dat is niet “algemeen belang”, dat is bestuurlijke gemakzucht. De minister ziet een probleem waar het recht al een oplossing bood.
Sandiep Seemangal wordt geslachtofferd voor iets dat juridisch al geregeld wás — en nog steeds geregeld kán zijn.
De conclusie is helder: hoe langer men kijkt, hoe zwakker het besluit wordt.
Waarom de intrekking van het perceel te Leonsberg juridisch wankel is

Leonsberg in Paramaribo
De minister van GBB heeft besloten het grondhuurrecht van de heer Sandiep Seemangal bij de aanmeersteiger te Leonsberg in te trekken “in het algemeen belang”.
Daarmee zouden zowel het perceel als het looppad naar de steiger weer volledig “terugkeren in de boezem van de Staat”.
Een forse ingreep, die direct raakt aan de rechtspositie van een burger. Maar wie dit besluit legt naast het Decreet Uitgifte Domeingrond (S.B. 1982 no. 11) ziet al snel dat deze intrekking juridisch op losse schroeven staat.
Laten we het eenvoudig houden. Het Decreet bepaalt duidelijk wanneer een grondhuurrecht kan worden
ingetrokken. Dat kan alleen als:
1. de grond niet wordt gebruikt overeenkomstig de voorwaarden;
2. de grondhuurder de wet of de uitgiftevoorwaarden schendt;
3. er sprake is van een zwaarwegend algemeen belang dat intrekking écht noodzakelijk maakt.
In het geval van Seemangal is geen van deze drie zaken aangetoond door deze minister. Seemangal heeft
geen regels overtreden, geen voorwaarden geschonden en geen schade veroorzaakt.
De enige reden die de minister geeft, is dat het publiek via zijn perceel over het looppad naar de steiger loopt. Maar dat pad bestaat al decennialang en was volledig bekend voordat de overheid het perceel op 14 mei 2025 – vlak voor de verkiezingen – aan Seemangal uitgaf.
Als de overheid het pad toen geen probleem vond, is het ongeloofwaardig dat het nu ineens een reden is
om het hele perceel terug te pakken. Dat noemen juristen willekeur, en dat is precies wat het Decreet wil
voorkomen.
Het Decreet verplicht de overheid bovendien eerst te onderzoeken of lichtere maatregelen
mogelijk zijn, zoals:
• een erfdienstbaarheid voor publiek gebruik,
• een alternatieve toegang tot de steiger,
• een gedeeltelijke wijziging van de grenzen.
Intrekking is het zwaarste middel, dat alleen mag worden ingezet als er geen andere optie meer is. Dat
onderzoek ontbreekt volledig.
Dan de vraag naar schadevergoeding. De intrekkingsbeschikking zegt dat Seemangal “geen recht heeft op
compensatie”. Dat lijkt stoer, maar is juridisch niet houdbaar.
Het Decreet Uitgifte Domeingrond verbiedt niet dat de overheid bij intrekking schade moet vergoeden. Sterker nog, volgens algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft een burger die zijn recht verliest door toedoen van de overheid vaak wél recht op compensatie — zeker wanneer hij geen fout heeft gemaakt en te goeder trouw heeft gehandeld.
De overheid kan dat recht niet zomaar met één zin wegstrepen.
Kortom: deze intrekking is slecht gemotiveerd, disproportioneel en in strijd met het Decreet Uitgifte Domeingrond. En ja — Seemangal heeft een sterke grond om schadevergoeding te eisen.
‘Het juridische op glad ijs begeven verhaal van Johan Blomhoff’

Eugene van der San
In een herhaalde uitleg wordt dezelfde methode door Blomhoff toegepast namelijk de andersdenkenden beschuldigen.
Het betreft een verschil van inzicht over een onderwerp waarover wij geen beslissingsbevoegdheid hebben en toch denkt de man zijn standpunt te kunnen doordrukken.
Het persisteren, met een voorbeeld van ene Sambo, is de essentie van het echte vraagstuk verleggen. Een bestaande beschikking met tekortkomingen waartegen bij de totstandkoming niet is geprotesteerd, blijft uiteraard met alle rechtsgevolgen bestaan.
Anders is het met een nietig besluit. Dat heeft nooit bestaansrecht gehad. Vandaar dat mijn eerste reactie op de verklaring van de minister belast met grondzaken over deze kwestie was, it is not that simple.
Wij propageren juist burgerbescherming temeer daar de belanghebbende geen schuld aan heeft, maar hier speelt de benadering van formele rechtskracht geen rol.
Natuurlijk weten wij dat het soms kan voorkomen dat het in het algemeen belang niet verantwoord is een besluit, dat de toets der kritiek niet kan doorstaan, nietig te verklaren. Dan kan de rechter in ambtenarenzaken in de meeste gevallen de nietigheid gedekt verklaren. Maar hier is dat niet relevant.
Ik werd toen door deze onbekende heer Blomhoff belaagd, van wie ik vermoed dat hij een zekere politieke figuur vol angst is die zit achter al dit geschrijf. Mijn mening heb ik nooit als standpunt of visie van president Simons gegeven en toch werd de discussie getild naar dat niveau.
Blijkbaar verkeerde de man achter Blomhoff in die positie, daarom wil hij koste wat het kost de rechterlijke macht erbij betrekken denkende daar nog invloed te kunnen uitoefenen.
Wat is de aanleiding weer geweest? Een Rekenkamer verslag over de afgelopen regeerperiode
Wij verdedigen geen presidentiële standpunten ook niet van de gewezen president. Wij geven onze eigen visie op basis van verworven kennis en opgedane ervaring.
De rechtsstaat begrijpen en de rechtsstaatgedachte manipuleren zijn twee verschillende benaderingen. Vandaar mijn eerdere oproep, dat de regering voor een bestuurlijke oplossing zal moeten zorgdragen ter voorkoming dat de overheid door nalatigheid van de voorgaande, ongewild een bestuurlijke chaos veroorzaakt.
Nu wij op dit punt zijn gekomen is mijn oplossingsmodel als volgt:
Om de kwestie op een ordentelijke wijze op te lossen kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid gegeven aan de president in artikel 110 lid g van de grondwet. Het schorsen van besluiten van de Raad van Ministers en van Ministers.
Na de collectieve opschorting van al deze nietige beschikkingen kan de regering onderzoeken welke van deze nietige beschikkingen, vanwege rechtvaardige gronden en omstandigheden, alsnog opnieuw kunnen worden gehonoreerd.
Daarna kan op grond van het administratiefrechtelijke verkeer tussen overheid en burgers krachtens het bestuursrecht met name de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, de status van de overgebleven nietige beschikkingen middels een DECLARATOIR (een recht vaststellende beschikking) bekend worden gemaakt althans worden uitgevaardigd.
Deze oplossing komt vanuit de regering. Er komt geen brief waarin nietigheid wordt verklaard. De belanghebbende krijgt een vervangende beschikking.
Een tweede oplossingsmodel regardeert De Nationale Assemblee, maar daarover heb ik geen publieke mening.
Ik hoop dat Chan dit nu begrijpt en sluit deze discussie hierbij af.
Waarom de regering juridisch ontspoort bij het uitroepen van nietige gronduitgiften

President Jennifer Simons
De verdedigers van het presidentiële standpunt van Jenny Simons, blijven volhouden dat de nietigheid van gronduitgiften “al in de wet staat”, en dat de overheid enkel hoeft te constateren wat de wetgever heeft bepaald.
Maar wie de rechtsstaat werkelijk begrijpt, weet dat dit een halfslachtige en gevaarlijke redenering is.
De wet kan iets “nietig” noemen, maar dat betekent nog niet dat de overheid die nietigheid zomaar, op elk willekeurig moment en zonder procedurele waarborgen, kan toepassen.
Waarom de fictieve casus van Zanderij Noord alles blootlegt
Om dat helder te maken, hoeven we slechts terug te grijpen op onze fictieve casus van Zanderij Noord. De heer Sambo ontving in 2021 een grondbeschikking van 15 hectare. Ja, er blijken jaren later fouten in de voorbereiding te zitten — de verkeerde instantie stelde het dossier op, documenten ontbreken, en er zijn vraagtekens bij belangenverstrengeling.
Maar er is één juridisch feit dat de gehele discussie verandert: Sambo’s beschikking bestond jarenlang zonder dat iemand haar heeft aangevochten.
En daarmee treedt een van de krachtigste en meest beschermende regels van het bestuursrecht in werking: de formele rechtskracht.
Formele rechtskracht betekent dat, zodra de termijn voor bezwaar en beroep is verstreken en niemand het besluit heeft aangevochten, het besluit wordt behandeld alsof het volledig rechtmatig is — óók als het in werkelijkheid fouten bevat. Het doel daarvan is rechtszekerheid.
De beschermende kracht van formele rechtskracht voor burgers
Burgers moeten kunnen vertrouwen op wat de overheid hun geeft. Zonder die zekerheid zou nooit iemand durven investeren in grond, bouwprojecten, landbouw of wonen.
In het geval van Sambo. staat vast:
• Zijn beschikking is drie jaar ongestoord blijven bestaan.
• Er is geen bezwaar gemaakt.
• Het ministerie heeft het besluit niet ingetrokken.
• Sambo. heeft op basis van dit besluit geïnvesteerd.
Met andere woorden: de beschikking is onaantastbaar geworden. De overheid kan dan niet jaren later alsnog roepen dat het besluit “nooit heeft bestaan”. Dat is juridisch onmogelijk, want formele rechtskracht sluit die route af.
Waarom de overheid geen jaren later kan terugkomen op een definitief besluit
En als Sambo. naar de rechter stapt tegen de brief van de minister waarin zijn beschikking “nietig” wordt verklaard? Dan is de uitkomst vrijwel zeker: de rechter vernietigt die brief. Want de nietigheid mag dan theoretisch in de wet staan, maar zij werkt niet meer als het besluit eenmaal definitief is geworden.
Dit alles toont pijnlijk duidelijk aan dat de verdediging van het presidentiële standpunt niet alleen juridisch onvolledig is, maar botst op de belangrijkste waarborg van de rechtsstaat: de bescherming van burgers tegen late, willekeurige ingrepen van de overheid.
Eugène van der San begeeft zich nooit op glad ijs

Reactie op het artikel van Johan Blomhoff, van der San begeeft zich nooit op glad ijs.
“Kan president Simons een generieke nietigheid uitspreken over een hele categorie grondbeschikkingen?” Het is blijkbaar een modus operandi geworden van de schrijver van het artikel. Middels deze tactiek mijn naam erbij te halen is hij gegarandeerd van een reactie.
Omdat het onderwerp zo belangrijk is voor het openbaar bestuur in de Republiek Suriname zal ik, met inachtneming van mijn tijdverspilling voor sommigen, dieper ingaan op de betreffende materie van nietigheid.
De perceptie over nietigheid
President Simons kan nooit hebben verklaard dat alle uitgiften van de laatste vijf jaren “nietig” zijn omdat zij daartoe niet bevoegd is. Wat wel gezegd is betrof de geconstateerde vaststelling in het rekenkamerverslag overeenkomstig haar grondwettelijke taak en bevoegdheid.
Wat van der San gezegd heeft is het volgende: “De vastgestelde nietigheid vloeit voort uit artikel 13 van de anticorruptie wet hetgeen betekent dat de nietigheid door de wet is ingebracht” wat inhoudt dat de wetgever dat bepaald heeft en niet de president in deze hoedanigheid.
Dan komen wij bij het niet voor een ieder vatbare gedeelte namelijk de uitgegeven beschikkingen die niet voldoen aan de wettelijke verplichting van verplichte publicatie.
Aan al deze beschikkingen kleeft een vormfout. Omdat een beschikking een eenzijdige wilsuiting van een daartoe bevoegd orgaan is op een concreet geval (dus een verzoek), bestaat die reactie op dat verzoek (dus de beschikking die geen rechtsgevolgen heeft) omdat het tot stand is gekomen in strijd met de wet.
Waarom de rechter dit niet meer hoeft vast te stellen is omdat de wetgever zelf op voorhand de nietigheid in de wet reeds heeft bepaald maar als je bestuurlijk inzicht niet verder reikt dan de constatering dan raak je in paniek. Een ieder is vrij in het adiëren van de rechter maar in het onderhavige geval kan de rechter slechts tot een niet ontvankelijke verklaring komen.
Door de bepaling in de wet is de nietigheid van rechtswege. Het verschil met vernietigbaarheid is dat bij nietigheid wordt geacht dat de rechtshandelingen nooit hebben plaatsgevonden.
De kern van Blomhoff zijn boodschap
Het is voor mij duidelijk dat hij geen snars van de werking van het systeem begrijpt.
Het feit dat het daartoe bevoegd orgaan, in deze de minister belast met de uitgifte van gronden, haar plicht heeft verzaakt, door zonder de verplichte publicatie van het uit te geven stuk grond de desbetreffende beschikking wel uit te vaardigen, heeft zij in strijd met artikel 54 lid e van de grondwet gehandeld namelijk politieke ambtsdragers zijn burgerrechtelijk en strafrechtelijk aansprakelijk voor hun handelen en nalaten.
Dat neemt niet weg dat de regering voor een bestuurlijke oplossing zal moeten zorgdragen ter voorkoming dat de overheid ongewild een bestuurlijke chaos creëert.
Kan president Simons een generieke nietigheid uitspreken over een hele categorie grondbeschikkingen?

De afgelopen maanden is veel te doen over het grondbeleid en de vraag of duizenden gronduitgiften wel rechtsgeldig zijn.
President Simons verklaarde onlangs dat alle uitgiften van de laatste vijf jaar “nietig” zijn. Een bekende bestuurskundige E. van de S. begaf zich op zelf op juridisch glad ijs op dit stuk. Maar: kan dat eigenlijk wel zomaar? Om dit begrijpelijk uit te leggen, schets ik een eenvoudige fictieve casus die veel lijkt op situaties die in de praktijk kunnen voorkomen.
Casus – Het perceel van Para (fictief)
Stel: in 2021 krijgt de heer Sambo. een perceel van 15 hectare toegewezen voor een landbouwproject. Later (in november 2025) ontdekt het ministerie dat de hele voorbereiding van die gronduitgifte is gedaan door een extern bureau, en niet door de officiële diensten van het ministerie.
Dat is vreemd, want de Anti-Corruptiewet zegt in artikel 13 dat alleen de bevoegde overheidsdiensten die voorbereiding mogen doen.
Daarnaast ontbreken er verplichte documenten, zoals het advies of het perceel niet al in gebruik was, en er duikt zelfs een mogelijke belangenverstrengeling op. Het lijkt dus allesbehalve netjes verlopen.
Wat is de juridische vraag?
Heel simpel gezegd: Is de beschikking van de heer Sambo. automatisch ongeldig door deze fouten, of moet iemand – een ministerie of een rechter – dat nog officieel vaststellen?
Waarom dit belangrijk is
Artikel 13 van de Anti-Corruptiewet zegt dat besluiten die in strijd met de wettelijke regels zijn genomen, “nietig zijn”. Dat klinkt alsof zo’n besluit automatisch verdwijnt. Maar in de rechtspraktijk werkt het zo helaas niet. Een besluit kan theoretisch “nietig” zijn, maar in de echte wereld blijft het bestaan totdat iemand bevoegd vaststelt dat het écht ongeldig is.
Waarom? Omdat burgers moeten weten waar ze aan toe zijn. Je kunt moeilijk van mensen verwachten dat ze zelf maar gaan raden of hun beschikking stilzwijgend vervallen is. Zo werkt een rechtsstaat niet.
Daarom: zelfs als een beschikking volgens de wet materieel nietig is (inhoudelijk ongeldig), moet dat in de praktijk nog formeel worden vastgesteld door een rechter.
Anders ontstaat er chaos: investeerders weten niet meer of hun grond van hen is, banken durven geen leningen meer te verstrekken, en niemand weet welke stukken nog rechtskracht hebben.
De kern van mijn boodschap
Nietigheid is geen politiek toverwoord dat met één persconferentie duizenden beschikkingen laat verdwijnen. Het is een juridisch instrument dat zorgvuldig moet worden toegepast, dossier per dossier.
Wie écht een einde wil maken aan misstanden in het grondbeleid, moet het recht volgen – niet omzeilen. Want de strijd tegen corruptie begint niet met grote woorden, maar met nauwkeurige, eerlijke procedures.
Essed: meningen Rekenkamer en president hebben geen rechtsgevolg

Advocaat Hugo Essed heeft kanttekeningen geplaatst bij de recente bevindingen van de Rekenkamer over de omstreden gronduitgiftes in 2023. Tijdens het actualiteitenprogramma Welingelichte Kringen op Radio ABC stelde hij dat het oordeel van de Rekenkamer – evenals dat van de president die zich hierover heeft uitgelaten – geen rechtsgevolg heeft. Volgens Essed is een uitgifte van grond pas daadwerkelijk ongeldig wanneer deze formeel wordt ingetrokken of nietig wordt verklaard.
“Pas dan ontstaat er een rechtsgevolg. Maar als je dat doet, heb je mogelijk tienduizenden rechtszaken,” waarschuwde Essed. De advocaat vraagt zich daarnaast af in hoeverre een overtreding van de Anti-corruptiewet daadwerkelijk kan leiden tot nietigheid van de uitgegeven gronden.
De bevindingen van de Rekenkamer en de daaropvolgende politieke reacties zorgen volgens Essed voor grote rechtsonzekerheid bij burgers die afgelopen jaar grond toegewezen kregen. Velen verkeren nu in twijfel over de geldigheid van hun rechten op de toegekende percelen.
“Waarom creëert men deze rechtsonzekerheid? Trek het dan in of verklaar het vervallen. Mijn inschatting is dat het een storm in een glas water is”, aldus de advocaat.
Minister Stanley Soeropawiro van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) heeft inmiddels laten weten dat alleen percelen waarbij de uitgifte niet volgens wettelijke procedures is gegaan, worden ingetrokken.
https://surinamenieuwscentrale.com/essed-meningen-rekenkamer-en-president-hebben-geen-rechtsgevolg
Nietigverklaring van gronden: juridische chaos in de maak

[INGEZONDEN] – Op 9 november 2025 verklaarde president Simons dat alle domeingronden die in de afgelopen vijf jaar zijn uitgegeven, nietig zijn. De reden: de regering zou zich niet hebben gehouden aan artikel 13 van de Anti-corruptiewet (S.B. 2017 no. 92). Dat klinkt daadkrachtig, maar juridisch is het een gevaarlijk en ondeugdelijk besluit, een maatregel die eerder paniek dan rechtvaardigheid zaait in de samenleving.
Wat zegt de wet
Artikel 13, lid 1 sub d, van de Anti-corruptiewet bepaalt dat de voorbereiding van gronduitgifte moet plaatsvinden door de bevoegde diensten van het ministerie dat belast is met het grondbeleid. Lid 4 van datzelfde artikel stelt dat besluiten die in strijd zijn met wettelijke voorschriften, waarbij het overheidsorgaan niet kan aantonen dat deze zijn nageleefd, van rechtswege nietig zijn. De kern van de zaak: er is momenteel geen rechterlijke uitspraak of administratief besluit waarin is vastgesteld dat deze voorschriften structureel zijn overtreden. De president kan dus niet eigenmachtig bepalen dat alle gronduitgiften van de afgelopen vijf jaar nietig zijn. Zo werkt de rechtsstaat niet, we zijn niet in de jaren ’80.
Verkeerde lezing van de Rekenkamer
De president verwijst naar het verslag van de Rekenkamer, waarin wordt gesteld dat er onregelmatigheden zijn bij gronduitgiften in 2023. Maar als zij artikel 13 werkelijk serieus neemt, zou ze moeten concluderen dat gronduitgiften sinds 2017, het jaar waarin de wet in werking trad, onrechtmatig zijn.
Sterker nog, wie consequent wil zijn, moet teruggaan tot 1982. Want in het Decreet Uitgifte Domeingrond (S.B. 1982 no. 11) staat al dat elke aanvraag moet worden gepubliceerd bij het Domeinkantoor en het districtscommissariaat van het betreffende ressort. De president beweert dat dit de afgelopen jaren niet is gebeurd, maar dat is feitelijk onjuist: publicaties zijn wél gedaan. De president heeft haar werk niet goed gedaan. Met andere woorden, als de redenering van de president klopt, dan zijn niet alleen de gronden van de afgelopen vijf jaar, maar ook die van de afgelopen acht, of zelfs drieënveertig jaar, verdacht. Dat is een absurde conclusie, die de juridische logica volledig op zijn kop zet. Een steekproef is geen vonnis. Tijdens een gesprek met de Rekenkamer op 10 november 2025, in het kader van de vaste commissie GBB, werd duidelijk dat de werkwijze van het ministerie sinds 2017 onveranderd is gebleven. Toch baseert men verstrekkende uitspraken op een minieme steekproef: slechts 97 dossiers uit een totaal van 6000, dat is nog geen 1%. Zo’n fractie kan onmogelijk representatief zijn voor het geheel.
Toen de Rekenkamer werd gevraagd waarom het onderzoek niet verder teruggaat tot 1982, antwoordde zij terecht dat de juridische gevolgen buiten haar bevoegdheid vallen. Alleen de rechter kan bepalen welke beschikkingen ongeldig zijn. Toch liet het instituut na om dat duidelijk te benadrukken, waardoor ruimte ontstond voor politieke interpretatie. Onzorgvuldig bestuur
De aankondiging van de president schendt het zorgvuldigheidsbeginsel, een van de kernwaarden van behoorlijk bestuur. Je kunt niet zonder diepgaand juridisch onderzoek duizenden beschikkingen nietig verklaren. Dat veroorzaakt rechtsonzekerheid voor burgers, bedrijven en investeerders, en schaadt het vertrouwen in de overheid. Recht vraagt om rust, niet om rumoer. Het is begrijpelijk dat de regering wil optreden tegen misbruik bij gronduitgifte. Maar rechtvaardigheid bereik je niet met algemene verklaringen, wel met zorgvuldige procedures en onafhankelijke toetsing. De president heeft nu vooral verwarring gezaaid en de deur opengezet voor talloze rechtszaken.
Suriname verdient leiders die het recht versterken, niet die het oprekken naar politieke opportuniteit. Want recht mag nooit een slagzin worden. Recht is een proces en bovenal een plicht. De president gooit alles in de war.
dr. Ameerani Jarbandhan, DNA-lid
Uitspraken president over nietig verklaren uitgegeven gronden zorgt voor angst en verwarring

Grondbeleid of grondverwarring? Simons zet de rechtszekerheid op losse schroeven
Als waakzame burger kan ik niet anders dan met zorg en verbazing kennisnemen van het besluit van president Jennifer Geerlings-Simons om alle gronduitgiften van de afgelopen vijf jaar “ongeldig” te verklaren.
Hoewel het begrijpelijk is dat de president de verontwaardiging deelt over de talloze onregelmatigheden binnen het grondbeleid, is haar reactie juridisch onhoudbaar en getuigt zij van een ernstig misverstand over het recht.
Laten we beginnen met een basisles uit het bestuursrecht. Een beschikking tot gronduitgifte is een rechtshandeling van het bestuur, die rechtsgevolgen schept zodra zij rechtmatig tot stand is gekomen. Zolang zo’n beschikking niet door een daartoe bevoegde instantie – doorgaans de rechter of, in sommige gevallen, het bestuursorgaan dat haar heeft afgegeven – is vernietigd of ingetrokken, blijft zij geldig en verbindend.
Geen enkele president, hoe welmenend ook, kan met een persverklaring de rechtsgevolgen van duizenden beschikkingen “ongedaan maken”. Daar komt bij dat de president termen hanteert die in het recht een precieze betekenis hebben.
“Nietig verklaren” betekent dat een rechtshandeling van rechtswege nooit rechtskracht heeft gehad, bijvoorbeeld omdat zij in strijd is met de openbare orde. “Ongeldig verklaren” daarentegen veronderstelt een formele handeling waarbij een bevoegd orgaan vaststelt dat een beschikking onrechtmatig tot stand kwam.
Beide begrippen zijn juridische instrumenten, niet politieke slogans. Het willekeurig gebruik ervan schept niet alleen verwarring, maar ondermijnt ook het vertrouwen in de rechtsstaat.
De president beroept zich op artikel 13 van het Decreet Uitgifte Domeingrond (SB 1982 no. 11). Dat artikel bevat inderdaad regels over de wijze van gronduitgifte, maar nergens verleent het de uitvoerende macht de bevoegdheid om achteraf alle uitgiften massaal ongeldig te verklaren.
Wanneer er sprake is van fraude, omkoping of grove procedurefouten, bestaat er een wettelijk traject: onderzoek per geval, en vervolgens intrekking of vernietiging volgens de geldende bestuursrechtelijke procedures. Wat nu dreigt, is juridisch wanbeheer verpakt als daadkracht.
Burgers die te goeder trouw grond hebben verkregen, kunnen plots hun rechten verliezen. Dat is niet de strijd tegen corruptie, maar een aanval op de rechtszekerheid, een van de pijlers van elke rechtsstaat.
President Simons zou er goed aan doen haar juridische adviseurs te raadplegen voordat zij de rechtspraak in de schaduw van de politiek plaatst. Want in een land dat het recht wil herstellen, begint rechtvaardigheid bij respect voor het recht zelf.
President Simons: “Alle gronduitgiften van de afgelopen vijf jaar zijn nietig”

President Jennifer Simons heeft gezegd dat alle gronduitgiften die in de afgelopen vijf jaar hebben plaatsgevonden, onwettig en daarmee nietig zijn. Volgens haar hebben de verantwoordelijke instanties zich niet gehouden aan de wettelijke voorschriften die vastgelegd zijn in de Anticorruptiewet.
“Alle stukken grond die zijn uitgegeven de afgelopen vijf jaar, zijn onwettig uitgegeven. Ik heb dit al jaren geleden via de media gezegd, maar misschien gelooft men het nu pas nadat ook de Rekenkamer dit heeft bevestigd,” zei de president.
Zij verwees naar artikel 13 van de Anticorruptiewet, waarin staat dat uitgiften die niet volgens de wet verlopen, automatisch ongeldig zijn. “Wat iemand heeft gekregen, is nietig. We gaan nu onderzoeken wat er precies is uitgegeven. Als blijkt dat een kleine Surinamer rechtmatig een perceel heeft gekregen om een huis te bouwen, dan zullen wij dat corrigeren en rechtmatig maken. Maar tot vandaag zijn alle uitgiften nietig.”
De president gaf aan dat er veel onregelmatigheden zijn vastgesteld bij uitgiften van grote percelen, waaronder terreinen van honderden tot duizenden hectares in onder meer het westen van het land. “Al die mensen die denken dat ze 3000 hectare of 300 hectare langs de weg naar Apoera hebben gekregen: het is niet correct uitgegeven,” benadrukte Simons.
