HOGE RAAD LAAT BESLAG OP 19,5 MILJOEN EURO UIT SURINAME IN STAND

Hoge Raad laat beslag op 19,5 miljoen euro uit Suriname in stand

10 febr 2026

De Hoge Raad heeft vandaag beslist dat het beslag op een geldzending van bijna 19,5 miljoen euro dat in april 2018 op Schiphol werd gelegd, in stand blijft. Daarmee blijft de beschikking van het gerechtshof Den Haag uit 2024 overeind en is de beklagprocedure over dit beslag – die al jaren loopt en inmiddels voor de derde keer bij de Hoge Raad lag – definitief afgerond.

De zaak gaat terug naar 17 april 2018, toen de FIOD op Schiphol een geldzending in beslag nam op verdenking van witwassen. De zending was enkele dagen eerder per vliegtuig uit Suriname aangekomen. Het geld is volgens de betrokken partijen eigendom van drie Surinaamse handelsbanken. De Centrale Bank van Suriname (CBvS) trad bij de verzending op als “shipper” (verzender). Vanaf het begin hebben de CBvS en de handelsbanken het beslag aangevochten via een klaagschrift- of beklagprocedure: een procedure waarin de rechter beoordeelt of het beslag mag blijven liggen of moet worden opgeheven. Zo’n procedure ziet dus op het beslag zelf en is niet hetzelfde als een inhoudelijke beoordeling van een eventuele verdenking in een strafzaak.

In augustus 2024 verklaarde het gerechtshof Den Haag het beklag ongegrond en bleef het beslag gehandhaafd. Dat oordeel kwam er nadat de Hoge Raad eerder al twee keer een beslissing tot teruggave had vernietigd. Het hof oordeelde onder meer dat de CBvS in dit verband geen beroep kan doen op immuniteit, omdat het in beslag genomen geld niet haar eigendom is maar dat van de handelsbanken. Verder zag het hof geen basis voor het oordeel dat het “hoogst onwaarschijnlijk” is dat een strafrechter later verbeurdverklaring van het geld zal bevelen. Met andere woorden: volgens het hof was er op dat moment onvoldoende grond om het beslag op te heffen.

De CBvS en de handelsbanken stapten daarna opnieuw naar de Hoge Raad met cassatieklachten. Cassatie is geen nieuwe ronde waarin de feiten opnieuw worden onderzocht, maar een toets of het recht juist is toegepast en of de beslissing voldoende begrijpelijk is gemotiveerd. De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat de klachten niet slagen. De afdoening is kort: de klachten zijn zonder inhoudelijke motivering verworpen, omdat ze niet tot vernietiging konden leiden en geen nieuwe juridisch belangrijke vragen opriepen. Het praktische gevolg is helder: het beslag blijft bestaan en de beschikking van het hof uit 2024 is definitief geworden. De advocaat van CBvS Aroon Gonesh, houdt zijn reactie beperkt. “We hebben kennisgenomen van de beslissing en zullen die zorgvuldig bestuderen,” aldus Gonesh. “Dit betreft de beklagprocedure over het beslag; het is geen inhoudelijk oordeel over de verdenking.” Over vervolgstappen wil hij niet vooruitlopen, behalve dat afstemming volgt: “We zullen dit op korte termijn bespreken met de raadslieden van de drie handelsbanken, zodat het vervolgtraject ordelijk en binnen het dossier kan worden bepaald.”

Met de uitspraak van vandaag komt er een einde aan de beklagprocedure over het beslag dat sinds 2018 op het bedrag rust. Dat betekent dat de rechtsstrijd over het al dan niet opheffen van dit beslag hiermee is uitgeprocedeerd, terwijl een inhoudelijke beoordeling van de verdenking buiten het bereik van deze beslagprocedure valt.

https://www.waterkant.net/suriname/2026/02/10/hoge-raad-laat-beslag-op-195-miljoen-euro-uit-suriname-in-stand/

Beslag op 19,5 miljoen euro van Surinaamse banken blijft in stand

10 februari 2026

De beslissing van het gerechtshof Den Haag van 6 augustus 2024 tot het niet opheffen van het in 2018 gelegde beslag op een geldzending uit Suriname van 19,5 miljoen euro in contanten, blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld. Daarmee is deze beslagkwestie na drie cassatieprocedures definitief afgerond.

De zaak

Op 17 april 2018 heeft de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) een geldzending van bijna 19,5 miljoen euro in beslag genomen wegens een verdenking van witwassen. Deze geldzending was een paar dagen daarvoor per vliegtuig uit Suriname aangekomen op de luchthaven Schiphol. Het geld is eigendom van drie Surinaamse banken (hierna: de handelsbanken). De Centrale Bank van Suriname (CBvS) was de ‘shipper’ van het geld. De handelsbanken en de CBvS hebben een klaagschrift tegen de inbeslagneming ingediend.

De gevoerde procedures

Het gerechtshof Den Haag verklaarde in augustus 2024 (nadat de Hoge Raad twee keer een rechterlijke beslissing tot teruggave van het beslag had vernietigd) het beklag van de handelsbanken en de CBvS ongegrond waardoor het beslag op het geld gehandhaafd bleef. Het hof oordeelde onder meer dat de CBvS geen aanspraak kan maken op immuniteit, omdat het in beslag genomen geld niet haar eigendom (‘property’) is, maar dat van de drie handelsbanken. De rol van CBvS bij de geldzending is alleen faciliterend geweest. Ook kwam het hof, anders dan door de handelsbanken was aangevoerd, niet tot het oordeel dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter het geld later zal verbeurdverklaren.

Tegen deze beslissing hebben de CBvS en de drie handelsbanken beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

Cassatieklachten

De advocaten van de CBvS en de handelsbanken vroegen de Hoge Raad de uitspraak van het hof te vernietigen. Er is onder meer geklaagd over het oordeel van het hof dat de CBvS geen immuniteit geniet. Ook is geklaagd dat het hof ten onrechte niet een minder streng criterium heeft gehanteerd dan de vraag of het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, zal overgaan tot verbeurdverklaring van het betreffende geldbedrag.

Advies advocaat-generaal (AG)

De AG adviseerde de Hoge Raad op 2 december 2025 de beslissing van het Haagse hof in stand te laten.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad is van oordeel dat de cassatieklachten niet slagen en heeft deze klachten zonder inhoudelijke motivering afgedaan omdat ze niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof kunnen leiden en geen juridische belangrijke nieuwe vragen oproepen die moeten worden beantwoord.

Met de uitspraak van de Hoge Raad is na bijna acht jaar een einde gekomen aan deze beslagprocedure.

Publicatie op rechtspraak.nl

ECLI:NL:HR:2026:49

https://www.hogeraad.nl/actueel/nieuwsoverzicht/2026/februari/beslag-19-5-miljoen-euro-surinaamse-banken-blijft-stand/