HOE DE RECHTSSTAAT IN ELKAAR STEEKT.

Advocaat Best: Wet of besluit kan een vonnis niet teniet doen

 

  

“Een vonnis en de rechtsgevolgen daarvan kunnen alleen worden teniet gedaan door een rechter. De wetgever of de uitvoerende macht kunnen een vonnis van de rechter en de rechtsgevolgen daarvan nooit teniet doen. Een vonnis kan niet bij wet of besluit worden gecorrigeerd door de wetgevende macht respectievelijk de uitvoerende macht. Een wet of besluit, daarentegen, kan wel bij vonnis worden gecorrigeerd. Zo steekt de rechtsstaat in elkaar”. Zo antwoordt de jurist Gaetano Best op een vraag van Starnieuws over de opvatting van de NDP dat het vonnis van 20 jaar celstraf tegen partijvoorzitter Desi Bouterse tevens president van Suriname, niet geldig zou zijn. De NDP vindt dat de Amnestiewet recht overeind staat en dient te worden toegepast. 

 
Best is er ook verbaasd over dat de regering van de Republiek Suriname zich laat leiden door adviezen van de persoonlijke advocaat van de hoofdschuldige aan de moord op 15 weerloze burgers. “Dat is regelrecht in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Van de regering zou namelijk verwacht mogen worden dat zij haar standpunten baseert op advies van onafhankelijke en onpartijdige partijen, zoals, bijvoorbeeld, de procureur-generaal,” voert de advocaat aan. Gelet op het feit dat de procureur-generaal, enerzijds, aan het hoofd staat van het Openbaar Ministerie en, anderzijds, de Republiek Suriname in rechte vertegenwoordigt, ligt het ook het meest voor de hand dat de regering van de Republiek Suriname zich door de procureur-generaal laat adviseren als het gaat om (i) de status van het vonnis van de Krijgsraad; (ii) de status van de persoon die terecht stond; en (iii) de gevolgen van het verzet.
 
Het in het schrijven van de regering genoemde artikel 365 Sv luidt als volgt: ‘Binnen twee maanden nadat verzet is gedaan, wordt de zaak door een dagvaarding vanwege de vervolgingsambtenaar aan de veroordeelde betekend, aanhangig gemaakt ter terechtzitting van het gerecht, dat het vonnis bij verstek gewezen heeft’. Uit artikel 364 Sv blijkt verder dat alleen een veroordeelde verzet kan aantekenen. De regeling van verzet is dus geschreven voor veroordeelden, niet voor verdachten.
 
Dat de persoon die terecht staat gedurende een strafproces wordt aangeduid met de term van verdachte, doet verder niets af aan de juridische werkelijkheid, te weten dat de persoon is veroordeeld voor moord. Die veroordeling kan niet teniet worden gedaan door het aanwenden van een rechtsmiddel, benadrukt Best. De veroordeling kan slechts worden vernietigd door een andersluidend oordeel van de verzetsrechter of de appelrechter. De term verdachte is niet meer dan dat: een term om procespartij aan te duiden die terecht staat. De term verdachte zegt dus net zo min iets over de juridische status van die persoon als dat de term rechter of auditeur-militair zegt over de juridische status van die procespartijen. Het is slechts een aanduiding, niets meer en niets minder.
 
Verder blijkt volgens de jurist nergens in de wet dat een vonnis van rechtswege wordt geschorst wanneer er verzet wordt aangetekend daartegen. “Dat is ook volkomen onlogisch. De bedoeling van het verzet is slechts om de verdachte in de gelegenheid te stellen om door middel van zijn persoonlijke aanwezigheid in de rechtszaal een actieve bijdrage te leveren aan de waarheidsvinding in zijn strafzaak. Hangende het verzet blijft de eerdere veroordeling echter volledig in stand”. Uit artikel 366 lid 1 Sv blijkt verder overigens dat het enige rechtsgevolg van het aanwenden van het rechtsmiddel van verzet is dat het vonnis hangende het verzet niet ten uitvoer mag worden gelegd.
 
Maar om voor eens en voor altijd een einde te brengen aan deze discussie, zou volgens Best het parlement aan de regering moeten vragen om een verklaring omtrent het gedrag van de hoofdschuldige te overleggen. Deze verklaring bevat een samenvatting van het justitiële verleden van een persoon. Indien een dergelijk document van de hoofdschuldige wordt overgelegd, zal daarin zonder enige twijfel moeten staan dat hij wegens moord is veroordeeld. Het aanwenden van het rechtsmiddel van verzet heeft daar geen enkele invloed op. Het is dus pertinent onjuist dat het vonnis hangende het verzet geen enkel rechtsgevolg heeft. Het belangrijkste rechtsgevolg van het vonnis is dat de toenmalige hoofdverdachte, sedert 29 november 2019, de status heeft van wegens moord veroordeelde.
 
Verder staat amnestie in de weg aan strafrechtelijke vervolging, meent de jurist. “Nu de strafrechtelijke vervolging reeds plaats heeft gehad, kan amnestie dus geen enkele rol meer spelen, ook niet bij de beoordeling of een veroordelend vonnis ten uitvoer moet worden gelegd. Amnestie kan, uit de aard der zaak, niet in de weg staan aan de tenuitvoerlegging van een straf. Dat kan, gelet op het systeem van de wet, alleen door middel van gratie,” betoogt Best. 
(Bron: Starnieuws 23-12-2019)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *