HET 40 JARIG TIJDPERK BOUTERSE: VAN COUPPLEGER, DICTATOR NAAR KRIJGSHEER EN PRESIDENT.

Auteur: Angela Fernald

Aan de hand van onze lijn der geschiedenis valt op te maken dat de ex-kolonisator het denken van de Surinamer goed kende. En met name het denken van de afstammelingen van de slaven en de Marrons. Het politieke bestuur in Suriname werd door de ex-kolonisator niet voor niets overgedragen aan Surinamers van Afrikaanse afkomst, die al lang voor de onafhankelijkheid baas in eigen huis wilden zijn. Dit sterk nationalistisch gevoel culmineerde in de onafhankelijkheid van ons land. Het onderbuik gevoel van vrij te willen zijn, had een zeer hoge prijs waar ons land tientallen jaren later letterlijk nog de zware rekening van betaald. Een nationale ontwikkelingsvisie na de onafhankelijkheid ontbrak totaal. Suriname was stuurloos en dobberde in kringetjes van economische stilstand en enorme ontevredenheid onder de bevolking. In dit klimaat van uitzichtloosheid en onderlinge verdeeldheid tussen bevolkingsgroepen als gevolg van de doorgedrukte onafhankelijkheid en de uittocht van Surinamers naar Nederland, moest een doorbraak worden geforceerd. Immers, de revolutionaire wind dreigde vanuit het Zuid-Amerikaanse Bolivariaanse El Libertad denken in Nicaragua en El Salvador over te waaien naar Suriname. De volkspartij onder leiding van Ruben Lie Pau Sam was een reeële dreiging voor de ex-kolonisator dat de ex-kolonie Suriname voorgoed uit handen van Nederland kon glippen, zowel vanwege democratische verkiezingen als wel vanwege guerilla verzet zoals dat in Nicaragua en El Salvador plaats vond. Nederland nam geen enkel risico en herontdekte een denken vanuit de slavernij waarbij broeders onderling elkaar verlinkten en tegen elkaar vochten, aangezet door de ex-kolonisator voor een bordje linzensoep. Opstandigheid en insubordinatie van militairen was aanleiding van de coup van 1980. De illegale afzetting ging over in een illegitiem bestuur onder gezag van militairen. Een zittende democratisch gekozen regering en de (ceremoniële) eerste president van de republiek Suriname de heer Johan Ferrier en de regeringsleider, de minister-president Henk Arron werden gewelddadig afgezet. De eerste stap in het krijgsheerschaps denken en handelen was genomen. De volgende stap kon alleen maar erger worden en overgaan in dictatuur, nu het leger en de wapens in handen waren gevallen van een militaire krijgsheer die hiermee een land had overgenomen. Ook hier was er geen sprake van een ontwikkelingsvisie. Inmiddels woedde de guerilla oorlog in Zuid-Amerika en de krijgsheer Bouterse doopte zijn coup om tot revolutie. De socialistische terminologie vond ingang met de regering Chin A Sen en de totale omvorming van de staat werd aangekondigd in de 4 zuilen van de revolutie: (1.) Vernieuwing van de politiek-bestuurlijke orde.(2) vernieuwing van de sociaal-maatschappelijke orde,(3) vernieuwing van de educatieve orde, (4) vernieuwing van de sociaal-economische orde.

Waar Nederland dus eerst bang voor was, gebeurde uiteindelijk met Desi Boutere die een land in de schoot kreeg geworpen en zowel het linkse als het rechtse kamp tegen elkaar uitspeelde om zijn macht te consolideren. Nederland had zich verkeken en moest corrigeren, want het was van kwaad tot erger geworden. Bouterse had macht geroken. De middenklasse en hogere klasse verzetten zich tegen de militaristische linkse onderwerping en al op 30 april 1980 werd door Wilfred Hawker, een van de coupplegers, een tegencoup beraamd die eindigde in zijn standrechtelijke executie. De krijgsheer Bouterse die inmiddels een burger regering had gevormd op 15 maart 1980 o.l.v. Henk Chin A Sen, die had in feite niets te vertellen. Krijgsheer Desi Bouterse had zowel politiek-militaire invloed als ook de feitelijke macht. Toen zijn macht op 11 en respectievelijk 15 maart 1982 op het randje sneuvelde met de Rambocus/Hawker coup nam de krijgsheer geen enkel risico. De tegenstand vanuit het volk tegen de krijgsheer zwelde steeds meer aan en op 8 december 1982 met de moord op 15 Surinamers, rekende de krijgsheer af met de tegenstand tegen zijn onderdrukking en opgelegde socialistische revolutie. De dictatoriale periode die al vroeg na de coup werd ingezet ging gestaag door, evenals het verzet tegen de dictatuur. Opnieuw werd het verdeel-en heers instrument als overlevering uit de slaventijd van verraad en broedermoord uit de kast gehaald, en dit keer tegen een illegitiem regiem onder leiding van de couppleger, krijgsheer en dictator. Niet vanuit Nederland zoals in 1980, maar vanuit het hart van de natie zelf, het binnenland, werd de gewapende strijd tegen de dictator in 1986 gestart. De tafel was gedraaid, Surinamers in Suriname namen de wapens op, gesteund door Surinamers in Nederland met een financieel en materieel aandeel van de ex-kolonisator. Het verzet tegen de dictatuur was dit keer zeer breed en in 1987 zwichtte het illegitieme regiem met de aankondiging van democratische verkiezingen, niet eerder dan dat er goedkeuring was gegeven aan een nieuwe grondwet, hetwelk in 1987 ook een feit werd. Surinamers verlangden naar modern denken in moderne sterke instituten en democratisch leiderschap in plaats van krijgsheerschap. De verkiezingen van 25 november 1987 werden grandioos gewonnen met 40 zetels door het Front voor democratie en ontwikkeling, waarvan Jaggernath Lachmon vorzitter van was. Ingenieur Ramsewak Shankar(VHP) werd op 25 januari 1988 president en vice-president werd Henk Arron. Tot die tijd, vanaf 8 februari 1982 tot 25 januari 1988 was de waarnemend president Ramdat Misier. De door Desi Bouterse opgerichte NDP behaalde slechts 3 zetels. Maar de krijgsheer Bouterse gaf niet op. Een ander instrument, de laagopgeleide volksklasse werd ingezet om het volk verder te verdelen ter wille van zijn comeback. Op 24 december 1990 werd door middel van een “telefooncoup” president Shankar uit zijn macht gezet omdat die de banden met Nederland aanhaalde, tegen de zin van de krijgsheer Bouterse die zelf eerder op 22 december 1990 zijn ontslag als legerleider had ingediend bij de president. Het leger dat in feite nog steeds de macht had, stelde Ivan Graanoogst aan als interim-President, om op 29 december 1990-16 september 1991 de macht over te dragen aan president Johan Kraag. De VHP president maakte plaats, totdat in 2020 wederom een VHP president gekozen werd. En weer zien wij hetzelfde liedje van voor af aan zich afspelen, een denken van krijgsheerschap dat ons land onderling blijft verdelen in rassen “koeli tegen blaka man” en alle rijkdommen slechts voor een kleine kapitalistische elite onder hen wil behouden, dit alles onder leiding van een krijgsheer, welke niet binnen VHP gelederen te vinden is.

 

 

Nieuw boek van André Haakmat

17 Jan, 2021, 04:47

foto
 Late Oogst, politiek-staatkundige en economische beschouwingen, van André Haakmat. 


 
Eind december verscheen Late Oogst, politiek-staatkundige en economische beschouwingen, van André Haakmat, oud-minister en vicepremier in de beginjaren van de revolutie van Desi Bouterse.  In 17 hoofdstukken worden diverse onderwerpen besproken die los van elkaar staan en die volgens Haakmat zeker nog het komende decennium alle aandacht zullen blijven opeisen in Suriname.
 
Het is na bijkans 25 jaar dat de veel besproken, haast historische André Haakmat (80) – je mag hem of niet – weer met een boek van zich laat horen. In het publieke debat over Suriname is hij nauwelijks meer aanwezig maar Haakmat volgt nog steeds alles op de voet. In 1987 verscheen De Revolutie uitgegleden en aan de vooravond van de verkiezingen van mei 1996 publiceerde hij Herinneringen aan de toekomst van Suriname. Dit is zijn derde boek.

Vp Brunswijk
Dat voormalig Jungle Commandoleider Ronnie Brunswijk nu vicepresident is en met zijn ABOP nu de derde grootste partij van Suriname is, claimt Haakmat indirect als succes van het door hem opgerichte Amsterdams Volks Verzet, (AVV). Hij verwijst naar de historicus Peter Meel die in zijn biografie van Henck Arron ‘na grondig omvangrijk onderzoek’ constateert dat het Jungle Commando een creatie was van het AVV. Onduidelijk is of er nog contact met Brunswijk is, maar hij kan in elk geval zijn politiek-historische kennis verrijken met dit boek van zijn oude vriend uit Amsterdam.
 
Haakmat blikt terug op Brunswijks voorganger Ashwin Adhin – hoe hij handelde in de kwestie Hoefdraad – en oordeelt dat het de primaire taak van de vicepresident is om de eenheid van het regeringsbeleid te bewaken en te bewaren. De vicepresident hoort daarom ook het beheer van Binnenlandse Zaken in handen te hebben omdat bij dit departement ‘alle draden samen komen’. Ministers die het gezag van de vicepresident ondergraven, moet hij zonder aarzeling uit zijn team zetten. ‘Zo zorgt hij ervoor dat het staatsrecht, geschreven en ongeschreven, het kader wordt waarbinnen de politieke strijd gevoerd wordt.’ Jammer dat Haakmat de rol van de president, zeker als boegbeeld van de slogan ‘eenheid van bestuur en beleid’ hierbij buiten beschouwing heeft gelaten.  

Nationale ideologie
Bijzondere aandacht vraagt Haakmat voor het tweede hoofdstuk – een maatstaf voor politiek/maatschappelijke analyse. Het is een oproep voor een nationale discussie over de hogere doelen voor Suriname, als grondgebied dat ons gemeenschappelijk bindt omdat we uit verschillende werelddelen zijn gekomen. Als instrument voor natievorming als hoger doel werd in de jaren ’60 en ’70 het nationalisme gepredikt. Daarna kwam de filosofie van ‘eenheid in verscheidenheid’ maar dit past niet meer in het huidig tijdsgewricht. Het nationalisme overigens ook niet omdat het nog steeds wordt geassocieerd met de Creoolse bevolkingsgroep.
 
Haakmat stelt voor dat wij ‘moeten gaan werken aan een samenbindende, groepsoverstijgende, nationale ideologie die tevens de in Suriname aanwezige verscheidenheid aan rassen, talen en culturen alsook de rijke biodiversiteit aan planten, dieren en de natuur als rijkdom van het land tot uitgangspunt neemt.’ De auteur vindt dat DNA, die het Surinaamse volk vertegenwoordigt, het initiatief neemt voor een nationale discussie waarvan Haakmat ook de contouren schetst hoe die gevoerd kan worden.

8 december 1982
Late Oogst’ staat eigenlijk voor gerijpte inzichten over ontwikkelingen in de rechtsstaat Suriname waar wel iets mee moet gebeuren. De hoofdstukken gaan over: gratie en amnestie, het Constitutioneel Hof, is Suriname een rechtsstaat of een machtsstaat (naar aanleiding van de Amnestiewet en hoe hiermee om te gaan), het wel en wee van de grondwetten na 1975 en over de toekomstige politieke constellatie denkt Haakmat dat Suriname een ontwikkeling zal opgaan – mogelijk al in 2025 – van groeps- naar nationale belangenbehartiging. Slechts één hoofdstuk (3) gaat over de economische ontwikkeling waarin ook nog twee feiten bij de volgende editie gecorrigeerd moeten worden. De spoorlijn in het West-Surinameplan loopt niet van Paramaribo maar vanaf het Bakhuysgebergte naar Apoera en de CONS werd na 1975 operationeel en niet daarvoor.
 
Haakmat rekent nu eens eindelijk af met de voormalige Cubaanse ambassadeur in Suriname, Osvaldo Cardenas, die eerst in een Spaanstalige uitgave op Cuba en daarna in een Nederlandse vertaling die in 1988 verscheen, Haakmat neerzet als ‘het brein van een duister gezelschap dat gedurende de tweede helft van 1982 de macht in de Republiek Suriname gewelddadig wilde overnemen, met als onderdeel van het plan om de legerleiding en hun aanhang te liquideren en dat dat heeft geleid tot de Achtdecembermoorden waarbij de reactionaire krachten steun ondervonden van de Amerikaanse CIA’. Zeer gedetailleerd met uitgebreide aanhalingen uit Cardenas’ boek weerlegt Haakmat alle beschuldigingen met ‘zijn getuigenis naar waarheid!’

roy.khemradj@gmail.com


Late Oogst, politiek-staatkundige en economische beschouwingen (178 pagina’s) – André Haakmat kost €15,90 en is te bestellen via www.novumpublishing.nl

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *