GEEN ENKEL OVERHEID DIENT HET VOLKSBELANG.

Auteur: Angela Fernald

DE POLITIEK DIENT DE ECONOMIE VAN HET GROOTKAPITAAL EN NIET HET VOLK.

Mijn uitgangspunten:

 

  1. De Surinamer is medeplichtig aan zijn eigen ondergang
  2. “When business needs to get done, talk all you want, but cash money is what makes things happen”

     

    WIJ SURINAMERS MOETEN LEREN STRIJDEN VOOR ONS EIGEN PERSOONLIJKE DOELEN, DE REST VOLGT DAN VANZELF, NAMELIJK VERNIETIGING VAN HET PATRONAGE SYSTEEM MET EEN OVERHEID ALS WATERHOOFD ALS POLITIEKE BACKING VAN POLITIEKE PARTIJEN EN HET DAAROPVOLGENDE KRIJGSHEERCSHAP VAN DESI BOUTERSE MET HETZELFDE WATERHOOFD EN EEN NIEUW FENOMEEN VAN STAATSROOF EN STAATSTERRORISME.

  3. Daarom moeten Surinamers zichzelf leiden wat dat is het enige waaraan een mens sturing kan geven en dus vrij kan zijn. 
  4.  

     Suriname is een standenmaatschappij, met aan de onderste ladder de Indianen en Marrons. Dan de arme stadscreool en overige bevolkingsgroepen. Dan de heersers, groot kapitaal (VHP) en vervolgens de politieke klasse dwars door alle bevolkingsgroepen heen, een gekleurde en gemelleerde middenklasse

De overheid, de regering  dient niet het volk. Nergens ter wereld. De overheid staat aan de andere kant van de lijn en het individu moet zien zichzelf te redden. Een wij-zij samenleving ligt aan de basis van ons bestaan. Noch het kapitalistisch systeem, noch het socialistisch systeem is er voor de belangen van het arme volk. Beide systemen zijn er voor de kapitaalkrachtige klasse van de elite. Het socialistisch systemen is slechts een instrument van misleiding geweest om de kapitalisten te vervangen en zelf aan de macht te komen om vervolgens precies te doen wat de kapitalisten deden. Lood om oud ijzer dus, met het verschil dat het socialistische instrument en taalgebruik moest aanslaan bij de bevolking, voornamelijk het lagere volksdeel. Het vijandbeeld tegen de kapitalisten moest wortel schieten, wat ook gebeurde onder het bewind van Desi Bouterse (2010-2020)

In Suriname zagen wij de voorzichtige poging van het socialisme als instrument om het lagere volksdeel te bereiken eerder gebeuren bij Johan Pengel, Eddy Bruma en vervolgens Desi Bouterse. Inspelen op het gemoed van het “hoi-poloi”( deze term is door mij overgenomen van Walther Donner, zie mijn gepubliceerd artikel in ………………………………… onder de kop…………………………….) zou de machtsverschuiving teweeg moeten brengen. Wie het gewone volk, “rapalje” (synoniem voor schorriemorrie, gepeupel, aso’s, tokkies, tuig van de richel) achter zich kon krijgen door hen te bespelen had de staat macht, zo dachten de politici van de jaren zestig, zeventig, tachtig en negentig. Propagandisten van de NPS zijn vanwege hun inzet hierom beroemd geworden. Het “hoi-poloi” is al die jaren misbruikt geworden. Maar onder Desi Bouterse kwam er een giftig ingrediënt van normvervaging en ontwaarding van deugd en waarden erbij. Dat ging allemaal gepaard met geweld, brutale corruptie, infiltratie van de onderwereld in de bovenwereld en een allesvernietigende  vriendjespolitiek.  Letterlijk uithollen van de staat en de oude machthebbers. ” De elite die geld en informatie beheerst, die liefdadige instellingen en universiteiten bestuurt, die de culturele producties en het publieke debat in de hand heeft was van zijn sokkel geschoten door Desi Bouterse. Het land werd letterlijk verdeeld, waarbij een groot deel van de middenklasse zich achter Desi Bouterse schaarde en de onderklasse van het “hoi-polloi” ondersteunde.

 Om het helemaal af te maken, letterlijk het uitschakelen door het elimineren van de elite, gebeurde op 8 december 1982. In Suriname was het dus niet de elite die de democratie verraadde, maar het volk zelf die de zogenaamde revolutie ondersteunde. De onderklasse bracht de rechtsstaat en de democratie om zeep.