Essed: Als Bouterse niet verschijnt, is vonnis onherroepelijk

Terwijl advocaat Irvin Kanhai ervan overtuigd is dat hij twee rechtsmiddelen heeft tegen het vonnis van de Krijgsraad tegen zijn cliënt Desi Bouterse, zegt zijn collega Hugo Essed dat slechts het Openbaar Ministerie (OM) in hoger beroep kan gaan tegen een verstekvonnis. Bouterse is gedagvaard om voor de Krijgsraad te verschijnen op 22 januari 2020. Indien hij niet in persoon verschijnt, zal het vonnis van 29 november waarin hij voor 20 jaar gevangenisstraf is veroordeeld, onherroepelijk worden. Essed zegt in gesprek met Starnieuws dat er geen hoger beroep bij het Hof van Justitie kan worden ingediend. Volgens Kanhai kan dat wel. Beiden baseren zich op het Wetboek van Strafvordering. 
 
Tegen een bij verstek gewezen vonnis kan alleen het OM hoger beroep aantekenen (art. 369 lid 1). Van vonnissen bij verstek gewezen kan alleen het Openbaar Ministerie in hoger beroep komen. Dit beroep vervalt van rechtswege als de verdachte verzet doet binnen de bij artikel 364 voorgeschreven termijn, doch voor de aanvang van de terechtzitting in hoger beroep.
De veroordeelde kan tegen dat verstekvonnis slechts in verzet komen. Dat verzet schorst alleen de tenuitvoerlegging van het vonnis op, maar laat het verstekvonnis in stand. Essed haalt artikel 366 lid 1 aan. Indien degene die in verzet is gekomen, niet ten dienende dage in rechte verschijnt, wordt het verzet vervallen verklaard en het bij verstek gewezen vonnis ten uitvoer gelegd of verder uitgevoerd.  
 
Kracht van gewijsde bij niet verschijning
In dat geval wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis opgeheven en komt dat vonnis in kracht van gewijsde. Hoger beroep door de veroordeelde tegen dat in kracht van gewijsde gegane verstekvonnis blijft uitgesloten, zegt Essed. 
 
Indien degene die in verzet is gekomen, ten dienende dage in rechte verschijnt, wordt de zaak overeenkomstig de Derde en Vierde Titel van het Derde Boek behandeld, als  ware het gerechtsgeding bij verstek niet voorafgegaan. Artikel 284, eerste lid, is ten aanzien van de verklaringen van getuigen en deskundigen, tijdens het rechtsgeding bij verstek afgelegd, van toepassing (art.367 lid 1).
 
De rechter bekrachtigt de bij verstek gewezen uitspraak of doet met gehele of gedeeltelijke vernietiging van die uitspraak opnieuw recht” (art. 367 lid 2). Tegen een in verzet gewezen vonnis kunnen de veroordeelde en het OM hoger beroep aantekenen (art. 368).
 
Conclusies 
Essed trekt op basis van de artikelen in het Wetboek van Strafvordering de volgende conclusies: 
1. De veroordeelde kan tegen een bij verstek gewezen vonnis niet in hoger beroep.
2. De veroordeelde kan tegen een bij verstek gewezen vonnis slechts verzet aantekenen.
3. Het verzet schort alleen de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis op. 
4. Komt het verzet te vervallen, dan blijft de veroordeelde onbevoegd tegen het daardoor in  kracht van gewijsde gegane verstekvonnis, hoger beroep aan te tekenen.
5. Alleen tegen een in verzet gewezen vonnis kan de veroordeelde in hoger beroep.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *