ECONOMIE VOLGENS IMF SURINAME ECONOMIC OVERSIGHT BOARD (SEOB), EN VERENIGING VAN ECONOMISTEN (VES)

ONDER DE LOEP – De ontwikkelingen rond het afgerond IMF herstructureringsprogramma.

IMF waarschuwt voor verslapping beleid Suriname

vrijdag 30 januari 2026

IMF waarschuwt voor verslapping beleid Suriname

De Raad van Bestuur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft de Artikel IV-consultatie met Suriname voor 2025 afgerond. Hoewel de economische groei op korte termijn naar verwachting solide blijft dankzij positief sentiment rond de oliesector, waarschuwt het IMF dat budgettaire en monetaire verslappingen in 2025 eerdere vooruitgang in het herstel van macro-economische stabiliteit hebben ondermijnd.

Volgens het IMF zijn kasbuffers afgenomen, is de Surinaamse munt verzwakt en is de inflatie opnieuw opgelopen tot dubbele cijfers. De bruto staatsschuld is gestegen tot naar schatting 106 procent van het bruto binnenlands product (bbp), voornamelijk als gevolg van een succesvolle schuldbeheeroperatie. Het tekort op de lopende rekening is naar verwachting boven 30 procent van het bbp uitgekomen, vooral door importen voor offshore-olieprojecten die grotendeels met buitenlandse directe investeringen (FDI) zijn gefinancierd.

Groei vertraagt, maar olie biedt perspectief

De economische groei vertraagt momenteel door een daling van de goudproductie. Voor 2026 wordt een groei van 4,7 procent in de niet-grondstoffensector verwacht, gesteund door optimisme rond olie-ontwikkelingen. De ontwikkeling van olievelden en een relatief stabiele goudproductie zouden de groei tot 2028 rond 4 procent kunnen houden. Wanneer de offshore-olieproductie daadwerkelijk op gang komt, kan de groei rond 2028 oplopen tot circa 30 procent.

Tegelijkertijd wijst het IMF op neerwaartse risico’s, met name als beleidsverslappingen aanhouden. Op langere termijn vormen nieuwe olie- en gasontwikkelingen juist een mogelijk opwaarts potentieel.

Oproep tot strakker beleid en hervormingen

IMF-directeuren erkennen de vooruitgang die Suriname heeft geboekt onder het in maart 2025 afgeronde IMF-programma, maar benadrukken dat recente verslappingen stabilisatiewinsten hebben aangetast, juist nu het land aan de vooravond staat van grootschalige olieproductie. Zij roepen op tot hernieuwde inzet voor prudent macro-economisch beleid, sterkere instituties en beter bestuur.

Het verbeteren van de begrotingsbalans is volgens het IMF cruciaal om druk op de wisselkoers en inflatie te beperken en buffers te herstellen. Voor 2026 wordt een aanzienlijke begrotingsaanpassing nodig geacht. Aanbevolen maatregelen zijn onder meer het hervatten van de afbouw van elektriciteitssubsidies, beheersing van de loonmassa, verbreding van de belastingbasis en digitalisering van de belastinginning.

Beheer olie-inkomsten en monetair beleid

Het IMF benadrukt dat sterke instituties nodig zijn om toekomstige olie-inkomsten goed te beheren. De onlangs aangenomen wetgeving rond public financial management en het Staatsolie-/Sovereign Wealth Fund moet volledig en tijdig worden uitgevoerd om transparant beheer van mijnbouwinkomsten te garanderen.

Monetair beleid moet volgens het Fonds duidelijk gericht zijn op prijsstabiliteit. Het terugbrengen van de reservegeldhoeveelheid naar de doelstellingen via open-marktoperaties is daarbij belangrijk. Ook wordt geadviseerd valutainterventies te beperken tot situaties van ernstige marktverstoring.

Daarnaast pleit het IMF voor versterking van de financiële sector, beter risicobeheer bij banken, intensiever toezicht — ook op niet-bancaire instellingen — en verdere hervormingen op het gebied van goed bestuur en corruptiebestrijding. Extra aandacht wordt gevraagd voor toezicht op staatsbedrijven en verbetering van dataverzameling.

De volgende Artikel IV-consultatie met Suriname staat gepland volgens de reguliere 12-maandencyclus.

https://sun.sr/nieuws/lokaal/imf-waarschuwt-voor-verslapping-beleid-suriname?id=41202

IMF waarschuwt: “Stabilisatie Surinaamse economie staat onder druk”

Luister

De Executive Board van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft vandaag de jaarlijkse economische beoordeling voor Suriname afgerond. De zogenoemde 2025 Article IV-consultatie toont dat de Surinaamse economie groeit, maar dat recente beleidsverslappen de vooruitgang in stabiliteit hebben ondermijnd.

Groei blijft, maar problemen tekenen zich af
Het IMF benadrukt dat de Surinaamse economie positieve groei laat zien, ondanks een langzamere toename van de productie in sectoren zoals goud. De groei wordt ondersteund door positieve verwachtingen rond offshore olieontwikkeling, maar er zijn duidelijke waarschuwingen.

Door hogere overheidsuitgaven en monetaire versoepeling zijn de kasreserves geslonken, de wisselkoers onder druk komen te staan en is de inflatie terug in de dubbele cijfers. Bovendien steeg de overheidschuld naar ongeveer 106 procent van het bbp, voornamelijk door schuldbeheeroperaties.

Belangrijke risico’s voor de toekomst
Het IMF waarschuwt dat zonder snelle beleidscorrecties de stabilisatie van de economie verder kan verslechteren. Belangrijke risico’s zijn onder meer:
– wisselkoersdruk en zwakke internationale reserves.
– hogere inflatie, wat koopkracht kan aantasten.
– groter tekort op de lopende rekening, mede door investeringen in olievelden.

IMF-aanbevelingen voor beleid
Om de economie weer op een stabiel pad te brengen, adviseert het IMF Surinaamse autoriteiten om:
– de fiscale balans te verbeteren en de doelstellingen voor reservegeld te halen.
– de belastingbasis te verbreden en de belastinginning te versterken.
– institutionele hervormingen door te voeren, zoals het versterken van transparantie en het Spaar- en Stabiliteitsfonds.
– het monetair beleid te richten op prijsstabiliteit met gecontroleerde interventies.

Het IMF blijft samenwerken met Surinaamse autoriteiten en benadrukt dat het benutten van de verwachte olie-inkomsten gepaard moet gaan met sterke institutionele kaders. Alleen zo kan duurzame groei en stabiliteit op de lange termijn worden verzekerd.

https://www.srherald.com/suriname/2026/01/28/imf-waarschuwt-stabilisatie-surinaamse-economie-staat-onder-druk/

SEOB waarschuwt: economische stabiliteit kwetsbaar ondanks sterke reserves

18 jan 2026

De economie blijft kwetsbaar, ondanks sterke internationale reserves en een stabiele bankensector. Dat blijkt uit Bulletin #26 van het Suriname Economic Oversight Board (SEOB), waarin recente macro-economische ontwikkelingen en de overheidsschuld worden geanalyseerd. De regering wordt opgeroepen tot strikte begrotingsdiscipline, meer transparantie en versnelling van structurele hervormingen. 

Volgens het SEOB bleef de inflatie in 2025 oplopen en kwam deze in oktober uit op 11,9 procent op jaarbasis. Tegelijkertijd deprecieerde de Surinaamse dollar in die maand met 0,5 procent ten opzichte van de Amerikaanse dollar en 0,4 procent tegenover de euro, wat de importkosten verder verhoogde en de koopkracht onder druk zette. 

Groei stokt door terugval goudsector

De economische bedrijvigheid stagneerde in juni 2025. De Monthly Economic Activity Index liet geen groei zien, vooral als gevolg van een scherpe terugval in de goudproductie en -export. Zowel de grootschalige als kleinschalige mijnbouw werden geraakt door lagere verwerkingscapaciteit en mindere ertskwaliteit. Positieve ontwikkelingen in handel, verzekeringen, hotels en restaurants konden deze terugval niet compenseren, wat de blijvende afhankelijkheid van de mineralensector onderstreept. 

Internationale reserves sterk, schuld blijft hoog
Een lichtpunt is de ontwikkeling van de internationale reserves. In oktober 2025 stegen deze met 1,7 procent tot USD 1,6 miljard, goed voor een importdekking van circa 7,5 maanden, ruim boven de internationale norm van drie maanden. Volgens het SEOB is deze reservepositie cruciaal voor wisselkoersstabiliteit en het opvangen van externe schokken.

Daartegenover staat een zorgwekkende schuldpositie. De overheidsschuld steeg naar 88,8 procent van het BBP, fors boven de wettelijke benchmark van 60 procent. Om tijdelijke ademruimte te creëren heeft de overheid in het vierde kwartaal van 2025 internationale obligaties uitgegeven ter waarde van USD 1,6 miljard, met rentepercentages tussen 8,0 en 8,5 procent. Deze lening verlengt de looptijd van bestaande schulden en stelt aflossingen uit tot na 2028, wanneer olie-inkomsten worden verwacht.

Olie-inkomsten bieden kansen én risico’s
Het SEOB waarschuwt dat deze strategie aanzienlijke risico’s met zich meebrengt. De economie blijft kwetsbaar voor schommelingen in olie- en goudprijzen, inflatie en wisselkoersvolatiliteit. Ook bestaat het risico op het zogeheten Dutch Disease-effect, waarbij toekomstige olie-inkomsten andere sectoren zoals landbouw en industrie verdringen. Het ontbreken van een volledig operationeel Spaar- en Stabilisatiefonds vergroot deze kwetsbaarheid.

Daarnaast wijst het SEOB op het gebrek aan transparantie rond de besteding van de nieuwe lening. Er is geen concreet uitgavenplan gepresenteerd en onduidelijkheid blijft bestaan over delen van de eerder geherstructureerde schuld. Volgens de organisatie is heldere communicatie over rente- en aflossingsverplichtingen essentieel om vertrouwen bij burgers en investeerders te behouden. 

Aanbevelingen: discipline, transparantie en diversificatie
Het SEOB pleit voor strikte fiscale discipline, versterking van anticorruptiemechanismen en het operationaliseren van cruciale instituties zoals het Spaar- en Stabilisatiefonds. Ook wordt gepleit voor een vijfjarig overheidsfinancieel plan met uitgavenplafonds en een houdbaarheidsdoelstelling voor de staatsschuld.

Verder benadrukt het SEOB het belang van economische diversificatie buiten de mijnbouw, met nadruk op landbouw, visserij, agro-processing, diensten en (eco-)toerisme, om duurzame groei en export te bevorderen. Alleen met consistent beleid, transparantie en sterke instituties kan Suriname de verwachte olie-inkomsten verantwoord benutten en de economische stabiliteit veiligstellen 

https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/90196

VES-voorzitter Debipersad: Economische kansen benutten, fouten niet herhalenn’

17 jan 2026

Voorzitter Steven Debipersad van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES) heeft opgeroepen 2026 vooral te zien als een jaar om economische kansen gericht te benutten. Volgens hem biedt dit jaar een belangrijk venster om groei productief te maken, zonder oude fouten te herhalen. “2026 is niet alleen een jaar van consolideren, maar ook een moment om kansen te grijpen — zonder te forceren,” stelde hij donderdag tijdens de nieuwjaarsreceptie van de organisatie.

Debipersad benadrukte dat Suriname in 2026 economisch gezien in een tweesporige realiteit zit. Enerzijds is er meer rust dan in de crisisjaren 2020 en 2021. Anderzijds blijft de sociale druk hoog door kwetsbare koopkracht en armoedestress. De uitdaging is om stabiliteit te laten doorwerken naar huishoudens en ondernemers. Groei moet volgens hem voortkomen uit investeringen, export en werkgelegenheid en niet uit consumptie of geldcreatie. Moreel en economisch ijkpunt

Voor de VES-voorzitter is 2026 een moreel en economisch ijkpunt. Het is het jaar waarin Suriname kan laten zien dat het lessen heeft getrokken uit het verleden en toekomstige rijkdom niet vooruit verteert. De keuzes van nu bepalen of olie-inkomsten een zegen of een valkuil worden.

Als we inkomsten koppelen aan goed beheer en kansen aan verantwoording, kan Suriname niet alleen economisch groeien, maar ook als samenleving sterker worden.’

Dat vraagt om leiderschap dat verder kijkt dan de korte termijn, beleid dat politieke cycli overstijgt en instituties die sterk genoeg zijn om verleidingen te weerstaan. “Laat 2026 het jaar worden waarin vertrouwen wordt verankerd: in beleid, in instituties en in elkaar,” zei hij. “Als we inkomsten koppelen aan goed beheer en kansen aan verantwoording, kan Suriname niet alleen economisch groeien, maar ook als samenleving sterker worden.” Terugblik op 2025
Debipersad noemde 2025 een jaar van transitie. Meerdere belangrijke momenten kwamen samen: het einde van het IMF-EFF-programma in maart, de verkiezingen in mei en de start van een nieuwe regering onder leiding van president Jennifer Geerlings-Simons. Economisch markeerde 2025 de overgang van crisisbeheer naar een fase waarin Suriname meer op eigen kracht beleid moet voeren.

Het IMF-programma droeg bij aan macro-economische stabiliteit, het terugdringen van monetaire financiering en schuldherstructurering. Tegelijkertijd werd duidelijk dat het einde van het programma geen eindpunt is, maar het begin van grotere eigen verantwoordelijkheid. Zorgelijk was volgens Debipersad dat in aanloop naar de verkiezingen het financieringstekort toenam, reserves daalden en inflatoire druk terugkeerde. Dat onderstreept hoe kwetsbaar stabiliteit blijft zonder sterke begrotingsdiscipline en institutionele verankering.
De les voor de toekomst is duidelijk, zei hij: als Suriname duurzaam wil profiteren van toekomstige olie-inkomsten, moet het leren omgaan met verkiezingsjaren zonder telkens macro-economische spanning te creëren. Met de nieuwe regering brak in de tweede helft van 2025 een nieuwe fase aan, met hoge verwachtingen maar beperkte begrotingsruimte. Positief is dat institutionele versterking, transparantie en investeringen in menselijk kapitaal breed worden gedragen. De uitdaging is nu om dit consequent vol te houden.

De schuldpositie vraagt blijvende aandacht, vooral als het gaat om transparantie. Debipersad wees op vragen rond de schuldherschikking met Bank of America, waaronder het aangepaste aflossingsschema en de besteding van de aangetrokken middelen. Economisch liet 2025 een gemengd beeld zien: groei en sterkere beleidskaders, maar ook nieuwe inflatiedruk en sociale spanning door traag koopkrachtherstel.

Kansen in 2026 benutten
Debipersad stelt dat 2026 ruimte biedt om economische kansen te benutten, vooral in aanloop naar olie- en gasproductie rond 2028. De investeringsdynamiek kan al eerder “spillovers” creëren in logistiek, bouw, zakelijke dienstverlening, toerisme en andere sectoren. Daarvoor is actief beleid nodig: sneller verlenen van vergunningen, betere ondersteuning van lokale ondernemers en gerichte ontwikkeling van vaardigheden.

Naast olie en gas moeten ook andere sectoren worden versterkt. Investeringen in landbouw en agroprocessing kunnen bijdragen aan voedselzekerheid, werkgelegenheid en export. De dienstensector – inclusief financiële en kennisintensieve diensten – kan Suriname beter positioneren in de regio. Op de arbeidsmarkt zijn praktijkgerichte opleidingen en publiek-private trainingen nodig om Surinamers voor te bereiden op nieuwe kansen.

Voor VES staat vast dat geloofwaardigheid alleen ontstaat wanneer duidelijk is hoe middelen worden beheerd, waarvoor ze worden gebruikt en welke maatschappelijke resultaten worden bereikt.

Debipersad vroeg speciale aandacht voor scholing en het upgraden van kleine en middelgrote ondernemingen. “Dat gaat niet automatisch. Het kost geld en inzet, maar als we het samen doen, kunnen we grote stappen vooruitzetten.”

Beheer van olie-inkomsten
Met het oog op 2028 moet één uitgangspunt leidend zijn: extra inkomsten vergroten niet de ruimte voor vrijblijvendheid, maar juist de verantwoordelijkheid. Internationale ervaring leert dat landen vaker falen door zwak beheer dan door gebrek aan middelen. Volgens Debipersad tonen recente berichten over parastatale bedrijven aan dat Suriname kampt met integriteitsproblemen. Daarom moet 2026 het jaar worden waarin de spelregels voor inkomstenbeheer, inclusief olie-inkomsten, ondubbelzinnig worden vastgelegd en nageleefd. Begrotingsdiscipline, transparantie en onafhankelijke controle vormen de kern van vertrouwen. Spaar- en stabilisatiemechanismen moeten niet alleen wettelijk bestaan, maar ook echt functioneren, met duidelijke stort- en onttrekkingsregels en openbare rapportage.

Voor VES staat vast dat geloofwaardigheid alleen ontstaat wanneer duidelijk is hoe middelen worden beheerd, waarvoor ze worden gebruikt en welke maatschappelijke resultaten worden bereikt. De economische beroepsgroep heeft volgens Debipersad de taak om kritisch te blijven, het publieke debat te voeden met feiten en een langetermijnperspectief te bieden.

https://dwtonline.com/ves-voorzitter-debipersad-economische-kansen-benutten-fouten-niet-herhalenn/

Wijnerman: “De kas was leeg, maar stilzitten was geen optie”

17 jan 2026

Na zes maanden regeren onder leiding van president Jennifer Geerlings-Simons schetst minister van Financiën en Planning, Adelien Wijnerman, een sober beeld van de financiële realiteit waarin de regering is gestart. Bij haar aantreden was er geen sprake van een klassiek begrotingstekort, maar van een acuut cashflowtekort, waardoor directe betalingen onder zware druk kwamen te staan.

Volgens Wijnerman trad de regering midden juli aan, precies in een periode waarin salarissen en vakantiegelden voor ambtenaren moesten worden uitbetaald. Tegelijkertijd lagen er achterstallige betalingen aan zorginstellingen, AOV’ers, sociale instellingen, subsidieontvangers en ondernemers die al jaren op hun geld wachtten. “De middelen die er waren, waren niet voldoende om alles te dekken. Toch moesten we direct handelen,” aldus de minister.

Zij benadrukt dat er geen ruimte was voor overleg of uitstel. De regering moest onmiddellijk keuzes maken om de meest noodzakelijke verplichtingen na te komen. Daarbij ging het om loonbetalingen, sociale uitgaven en urgente schulden. De situatie werd verder bemoeilijkt doordat in het voorafgaande verkiezingsjaar extra uitgaven waren gedaan, die eveneens betaald moesten worden.

Hoewel Wijnerman stelt dat zij positief blijft, erkent zij dat de situatie na zes maanden nog niet wezenlijk is verbeterd. De uitgaven zijn gelijk gebleven, terwijl structurele inkomstenvergroting tijd vergt. “We zijn er nog niet uit. Het tekort is niet ingelopen en de achterstanden uit het verleden zijn er nog steeds.”

https://www.srherald.com/suriname/2026/01/17/wijnerman-de-kas-was-leeg-maar-stilzitten-was-geen-optie/