MENTALITEIT VAN DE “NDP” BLAKA MAN: POTVERTEREN IPV INVESTEREN, HERSTELBETALINGEN EN ROOFKAPITALISME

 

Auteur: Angela Fernald.

De initiatiefnemer Nederland en de trekker van het project m.b.t. roofkunstschatten is niemand minder dan Lilian Gonçalves- Ho Kang You,  de grootste tegenpool van Desi Bouterse en zijn links-socialistische handlangers als Armand Zunder en Sandew Hira. De echtgenoot van mevrouw Gonçalves, Kenneth Gonçalves behoort tot een van de slachtoffers van de 8 december moorden. Cynisch is dat uitgerekend de clan rondom Bouterse nu doet alsof het hun verdienste is dat de geroofde kunstschatten eventueel naar Suriname zullen worden verscheept. Logisch is dat deze bereikte mijlpaal door de commissie o.l.v. mevrouw Gonçalves niet onder het regiem Bouterse is afgerond, want anders had Bouterse hier misbruik van gemaakt.

Nieuw platform ‘Suriname verdient excuses en herstelbetaling’

8 dec 2020

De organisaties Grani, de Federatie van Rastafarians in Suriname, Fiti Fu Wini, de Nationale Reparatie Commissie Suriname en enkele individuele ondersteuners hebben de koppen bij elkaar gestoken om in deze complexe sociaal-economische tijd gezamenlijk te gaan werken aan het bewustzijn en de eenheid van mensen van Afrikaanse komaf in ons land.

De organisaties hebben gekozen om hiervoor een platform op te richten waar in het vervolg ook andere organisaties en personen zich kunnen aansluiten. De naam van het platform is: ‘Suriname verdient excuses en herstebetaling’.

 

Het eerste bestuur van het Platform bestaat uit: Agnitha Jozefzoon (voorzitter), Romeo Kotzebu (secretaris), Jacintha Vigilandzoon (secretaris) en de commissarissen: Muriёl Tuinfort, Peter Richelieu, Sakia Cotino, Nel Jamini, Elvira Waterberg en Armand Zunder.

Het platform gaat werken aan de vergroting van het historisch bewustzijn en aan het zelfbewustzijn van de doelgroep en zal zich in het bijzonder op de jongeren richten.

In het kader van het vergroten van het bewustzijn zal het platform werken aan het produceren van informatie en materiaal van vóór de periode van slavenhandel en slavernij en de periode daarna. De bewustwording zal ook betrekking hebben op het heden en op de toekomst.

De bewustwordingsprocessen en de acties zullen onder meer worden gekoppeld aan het initiatief van de Gemeente Amsterdam om op 1 juli 2021 openbare excuses aan te bieden voor haar slavernijverleden.

Op 23 juni 2019 heeft de meerderheid van de fracties in de gemeenteraad van de Gemeente Amsterdam het besluit genomen dat Amsterdam op 1 juli 2020 excuses zou aanbieden voor haar rol in het slavernijverleden van haar ex-koloniёn. Het initiatief is toentertijd ingediend door de fracties van DENK, GroenLinks, BIJ1, ChristenUnie, PvdA, SP en D66. Deze datum is vanwege de Covid-19-pandemie met een jaar verschoven naar 1 juli 2021.

 

De organisaties verenigd in het platform zijn de mening toegedaan dat er mede vanuit het vergroten van het historisch besef van hun doelgroep er vooral uit Suriname een antwoord moet worden gegeven op onder andere de volgende vragen: waarom wil Amsterdam nu (pas) excuses aanbieden voor hun slavernijverleden van honderden jaren?

Aan wie wensen de bestuurders van de Gemeente Amsterdam precies excuses aan te bieden? Beseft men wel dat de eerste personen die in ons land tot slaaf zijn gemaakt Inheemsen waren en dat er daarna genocide onder deze groep oorspronkelijke bewoners van ons land is gepleegd?

Beseffen de Amsterdamse bestuurders van nu welke pijn en verdriet hun voorouders in Suriname hebben veroorzaakt en hebben achtergelaten, waarom wil men in Amsterdam excuses aanbieden terwijl de slavernij in Suriname eeuwenlang heeft plaatsgevonden?

Zijn de Amsterdamse bestuurders zich er van bewust dat de gevolgen van de slavernij nog steeds voelbaar en zichtbaar zijn in Suriname en in hun andere ex-koloniёn?

De bewustwordingsprocessen zullen vooral worden gericht rond de thema: waarom excuses en waarom reparaties, met als basis eenheid, vooruitgang en ontwikkeling van de doelgroep.

https://www.gfcnieuws.com/nieuw-platform-suriname-verdient-excuses-en-herstelbetaling/

Roofkunst terug naar huis?

25/10/2020 22:33 – Van onze redactie

Diorama van Gerrit Schouten.

Diorama van Gerrit Schouten.  

PARAMARIBO – Momenteel is de teruggave van de ‘roofkunst’ die zich in Nederlandse musea bevindt, prominent in het nieuws. Het gaat over voorwerpen, die teruggegeven zouden moeten worden aan de landen van herkomst. In Suriname wordt de discussie langs twee sporen gevoerd, want indien de kunst terugkomt naar huis, hoe goed kunnen we die preserveren?

In Nederland is medio oktober 2020 het rapport ‘Koloniale collecties en erkenning van onrecht’ verschenen van de adviescommissie onder voorzitterschap van Lilian GonçalvesHo Kang You. Deze advocate heeft zich – na de decembermoorden – vooral gespecialiseerd in zaken betreffende mensenrechten en was onder andere voorzitter van Amnesty International. Gonçalves-Ho Kang You weet dus met gevoelige zaken om te gaan. Nadat bepaalde objecten soms eeuwenlang in depotcollecties van Nederlandse musea zijn beheerd, is er nu discussie over teruggave aan de landen van herkomst. Vaak ex-koloniale gebieden.

Wat is roofkunst?

Het begrip roofkunst staat nauwkeurig omschreven in het rapport. Dit is gedaan om te voorkomen dat er getouwtrek ontstaat over belangrijke objecten, waaruit rechtszaken kunnen voortvloeien. Met die wetenschap is het noodzaak om gedetailleerde en allesomvattende omschrijvingen te hanteren van relevante begrippen. En daar wordt dan beleid op gemaakt.

Een citaat uit het rapport, zodat ook hier geen verwarring kan ontstaan: ‘Als inzet voor deze gezamenlijke beleidsontwikkeling adviseert de commissie om richting de landen waar Nederland koloniaal gezag uitoefende, de bereidheid uit te spreken tot een onvoorwaardelijke teruggave van alle cultuurgoederen waarvan met een redelijke mate van zekerheid kan worden aangetoond dat de herkomstlanden deze indertijd onvrijwillig zijn kwijtgeraakt en die vervolgens in bezit van de Nederlandse staat zijn gekomen. Dit vanzelfsprekend voor zover het land van herkomst deze teruggave ook wenst.’

Het rapport is een uitgebreid, prettig leesbaar stuk met veel achtergrondinformatie, en bij nader inzien gaat het niet alleen over roofkunst. Ook het culturele belang van de objecten, en daarbij de omstandigheden in het land van herkomst spelen mee in de besluitneming over teruggave.

Internationale bewegingen

De discussie is niet a priori iets tussen Nederland en zijn voormalige koloniën. Teruggaaf is geen zaak van nu, of van hier. Al lang staat een groep Griekse beelden van de Acropolis ter discussie. In 1816 heeft het British Museum deze ‘Elgin Marbles’ aangekocht van Lord Elgin. Om de zaak voor de Grieken te bepleiten was Amal Cloony aangetrokken. De overheid nam in 2015 haar advies om een rechtszaak te beginnen tegen de Engelse overheid, echter niet over. Ook speelt de oude discussie met Frankrijk, waar in het Louvre veel roofkunst is opgeslagen. Twee jaar geleden beloofde president Emmanuel Macron dat 26 geroofde schatten permanent zouden worden geretourneerd aan het Afrikaanse Benin.

In Frankrijk werd toen een rapport opgemaakt over teruggave van roofkunst. Dit zond schokgolven door de internationale museumwereld. Inmiddels is men meer gewend aan het idee, en zijn de reacties een stuk genuanceerder. De druk vanuit de niet-westerse gemeenschap neemt ook toe, zoals bleek uit de actie van Franse activisten, onder wie Mwazulu Diyabanza. Zij wandelden op 10 september het Afrikamuseum te Berg en Dal binnen en liepen er met een antiek Afrikaans beeld uit. Een symbolische actie, met een ietwat lachwekkende afloop. Op sociale media zien we hoe Diyanbaza wordt gearresteerd en een ijverige politieagente roept dat hij zich rustig moet houden en zijn armen spreiden, terwijl hij haar overduidelijk niet verstaat. Later bleek dat hij in Frankijk terecht moet staan voor een eender vergrijp.

Cultuur van wie?

Ook de discussie over wiens cultuur het eigenlijk is, speelt een rol. Een voorloper in dat debat is Kwame Anthony Appiah, docent van gemengde GhaneesEngelse oorsprong, verbonden aan de Amerikaanse Princeton Universiteit. Hij is weinig bekend in Suriname, jammer genoeg, want hij heeft heldere ideeën over cultuur gerelateerde zaken. Hij zoekt naar gezamenlijke kenmerken van het mens-zijn en het verband met culturele claims. Moeten we vanuit de herkomst van objecten anderen uitsluiten, en zeker als dat over nationale grenzen heen gaat? Hij staat een wereldwijde uitwisseling van kennis en culturele producten voor. In zijn artikel ‘Who’s culture is it’ haalt Appiah voorbeelden aan van omstreden erfgoed. Het denken over grote internationale verzamelaars is niet langer positief, ze zijn nu handelaren in gestolen goed. En de grote musea, eens behoeders van culturele topstukken, zijn nu bunkers van plundering.

Relevantie voor Suriname

Suriname is van 1651 tot 1975 een kolonie van Nederland geweest en zou daarom ook in aanmerking komen voor teruggave van cultureel erfgoed. De discussie hierover loopt langs twee lijnen. De eerste is, dat er aan de gestelde voorwaarden moet worden voldaan. Nina Jurna rapporteerde voor de NOS en het NRC en vroeg Roseline Daan, nieuwbakken directeur van het directoraat Cultuur van het ministerie van Onderwijs en Cultuur, om een reactie. Deze was enthousiast en zei dat alles terug moest naar Suriname. In dit verband wordt een banjo getoond, nu in een Leids museum. John Gabriel Stedman reisde in 1776 terug naar Nederland, na een verblijf van bijna vijf jaar in Suriname. Zijn verslag ‘Narrative of a five years expedition against the revolted negroes of Suriname’, is wereldbekend, vooral vanwege de afbeeldingen van slavenstraffen. Stedman nam muziekinstrumenten mee, bedoeld voor een rariteitenkabinet, privécollecties waarin ook objecten uit de tropen. Musea bestonden toen nog maar amper. De banjo is een van die muziekinstrumenten.

Jurna interviewde ook Marsha Mormon van Plantage Bakkie. Zij sprak over een diorama van Gerrit Schouten. Er is gesteld dat de verwervingswijze wellicht onbekend is. Maar schouten maakte diorama’s op verzoek van Rechter François Lammens, die aan de Waterkant 1 woonde. Deze invloedrijke man fungeerde als mecenas, wat betekende dat hij opdrachten binnenhaalde en Schouten een gestaag inkomen bezorgde. De kunstenaar maakte kijkkastjes op bestelling. In de kast was alles geboetseerd van papier maché en beschilderd, zoals de inheemse figuurtjes in hun kampoe, of de slaven tijdens het baljaren. Deze prachtige objecten zijn vooral etnografisch zeer interessant, omdat ze weergeven hoe diverse groepen begin 1800 leefden. Het Rijksmuseum exposeert enkele tableaus van plantages, het gouverneurshuis op het plein, en de Waterkant.

Een nationaal museum

Abusievelijk wordt de Stichting Surinaams Museum in het rapport het Nationaal Museum van Suriname genoemd. Weliswaar fungeert het momenteel als dusdanig, en heeft in het buitenland ook die status. Toen Martijn de Ruijter, docent en conserveringsspecialist van de Rheinward-academie (museologie) te Amsterdam hier colleges gaf over depotbeheer en conserveringstechnieken, beoordeelde hij het Surinaams Museum met een 8, en daar mag het land trots op zijn. Het is sowieso een compliment dat vaak gegeven wordt door toeristen, bij de rondleidingen in Fort Zeeelandia. In 2006 werd het depot van de Stichting Surinaams Museum aan de Commewijnestraat te Zorg en Hoop met fondsen vanuit Nederland gerestaureerd. Heel belangrijk voor de verzameling antiquarische boeken en ander vergankelijk materiaal. Bij de officiële oplevering van het depot werd de ‘Sticusa-collectie’ overgedragen. De Stichting Culturele Samenwerking had kunst opgekocht als stimulans voor beeldend kunstenaars, en de Surinaamse stukken werden in het Tropenmuseum opgeslagen. Uitgangspunt hierbij was, dat zodra het Surinaams Museum over een professioneel depot beschikte de collectie zou worden overgedragen. Deze bestond uit 48 schilderijen en beelden. Een van de topstukken in die tentoonstelling ‘Uit en thuis’ is het bekende schilderij ‘Maxi Linder’ van Nic Loning.

Lokale omstandigheden

De tweede discussielijn over de teruggaaf van belangrijke historische voorwerpen aan Suriname, loopt via de voorwaarden waaronder ze moeten worden gehuisvest. Die moeten natuurlijk van dien aard zijn, dat de objecten goed geconserveerd bewaard kunnen blijven en dat ze nog lang meegaan. Dat kost veel geld. In een samenleving die op allerlei gebied bezig is het hoofd boven water te houden in een economische malaise, vervalt cultuur tot een margegebied. De effecten daarvan waaieren uit over het gehele culturele veld. De kunstopleidingen gaan achteruit, schilderijen worden minder verkocht, schrijvers eten droog brood en boeken worden te duur om te (ver)kopen. Dit is een neerwaartse spiraal waarin ook erfgoedinstellingen worden meegezogen. Vanaf 2000 zagen we een opleving van het museumwezen, met de oprichting van verschillende kleine bedrijfsmusea, zoals het MAS-museum, het Numismatisch museum van de Centrale Bank, het Rumhuis en het Telesurmuseum te Nieuw Amsterdam. Deze musea, deels voortgekomen uit deeltentoonstellingen in Fort Zeelandia, houden alleen het hoofd boven water zolang het bedrijfsleven zich om het onderhoud bekommert. Dan is het mogelijk schoolkinderen en toeristen te ontvangen voor rondleidingen. Later kwamen daar nog het Lalla Rookhmuseum, het Kotomuseum en het museum te Pikin Slee bij. De overheid zelf kijkt sinds jaar en dag amper om naar het nationale erfgoed van Suriname, of de culturele instellingen.

Laddy van Putten van de Stichting Surinaams Museum beaamt dit: “Natuurlijk is het mooi om belangrijke voorwerpen in je museum ten toon te stellen, maar veel mensen staan er niet bij stil wat het collectie-onderhoud allemaal omvat.” In 2005 kreeg Suriname van premier Jan Peter Balkenende drie diorama’s cadeau ter gelegenheid van 30 jaar staatkundige onafhankelijkheid. Van Putten: “Om ze recht te doen werd er in Fort Zeelandia een speciale ruimte ingericht. De zaal moest extra worden geïsoleerd en geklimatiseerd: airco’s die dag en nacht draaien. En speciale verlichting zonder UV of infrarood licht. Er is dure folie op de ramen geplakt. In het depot moeten antiquarische boeken, de enige collectie in zijn soort in Suriname, volgens bepaalde regels opgeslagen worden. Daar moet de lucht permanent ontvochtigd en gekoeld zijn, om de ideale klimatologische omstandigheden te creëren voor het behoud van tere voorwerpen, zeker die van papier. Dat kost heel veel geld.”

Rol van de overheid

Van Putten is kritisch over de overheid, die maar mondjesmaat inkomt: “Normaliter ontving het museum op jaarbasis gemiddeld 10.000 euro aan subsidie, maar die is vanaf 2014 niet meer uitgekeerd. We draaien dus volledig op donaties en verkoop van toegangskaarten, en dat ligt vanwege corona nu volledig stil. Jaren terug organiseerden we goedbezochte culturele bijeenkomsten op de eerste zondag van de maand. Maar de overheid eiste dat er belasting werd geheven op de toegangskaarten, en de hele rompslomp werd te veel. Jammer, maar zo word je ontmoedigd om iets te ondernemen.”

Personeelskosten drukken als een zware last op de uitgaven, en de overheid komt in met slechts enkele uitgeleende krachten. Dat aantal is veruit onvoldoende om zo’n belangrijke nationale collectie goed te beheren en te presenteren. “Het beleid van de overheid is helaas niet transparant. In zijn inaugurele speech gaf president Chandrikapersad Santokhi recentelijk aan dat er twee leerstoelen voor culturele zaken zullen worden geïnstalleerd op de universiteit. Maar we zien dat de kennis die in huis is, onvoldoende wordt ingezet. Er zijn wel degelijk kenners en specialisten, en ook stagiaires dragen kennis over op het gebied van moderne conserveringstechnieken.”

In dit artikel gaat het over het beheer en behoud van cultureel erfgoed in de vorm van roerende goederen, terwijl ook de monumentale panden lijden onder de economische situatie. Maar dat is een ander hoofdstuk. Als afsluiting een overweging die nog weinig klinkt in de discussies: op dit moment is er veel gaande over de slavernijgeschiedenis in Nederland, zowel in de Oost als in de West. Daarom zou het goed zijn als er voorwerpen (of kopieën daarvan), gerelateerd aan het slavernijverleden een plaats blijven behouden in exposities, zelfs in meerdere musea. Zodat het licht breder mag schijnen op deze donkere bladzij van de Nederlandse geschiedenis. De kustzinnige voorwerpen, zoals de diorama’s, kunnen daarnaast de beeldvorming over de gekoloniseerde mens in positieve zin beïnvloeden.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/10/25/roofkunst-terug-naar-huis/

 

Geschiedenis Ma Seri draagt bij aan identiteitsvorming

Foto: Tascha Aveloo  

23/10/2020 22:49 

SINABO – De Feydrasie fu Afrikan Srananman heeft vrijdag voor de dertiende keer stilgestaan bij de wrede dood van de tot slaaf gemaakte Ma Seri. Volgens districtscommissaris Mohammedsafiek Radjab van Commewijne zouden jongeren zich op deze memorabele dag meer dan ooit bewust moeten zijn van de Surinaamse geschiedenis en haar helden. “Als de minister van Onderwijs aanwezig was, zou ik haar vragen om deze gebeurtenis op te nemen in het huidige curriculum. We leren zoveel over de geschiedenis van andere landen. De jongeren moeten weten hoe hun voorouders hebben gestreden met bloed, zweet en tranen, zodat zij nu in vrijheid kunnen leven.”

De burgervader stelde zelfs dat “wie zijn geschiedenis niet kent, praktisch geen burger kan zijn van een land”. “Ik stel dit scherp, omdat ik geloof dat de jongeren blij moeten zijn met hun cultuur en afkomst. Ze moeten erover leren om die door te kunnen geven aan de volgende generaties. Alleen door elkaars cultuur te kennen, zullen we met meer waardering en respect voor elkaar het land kunnen opbouwen.”

Dat niet eenieder bekend is met deze geschiedenis is duidelijk. De bekende apintispeler Frans Malonti geeft aan dat hij helemaal niet bekend was met dit verhaal. “Mi no ben sabi. Ma mi taki den grantangi dat mi kan leri fu so wan bigi uma.Taki a ben libi en a gi en libi gi wi.” Het is ruim 277 jaar geleden dat Ma Seri weigerde te liegen over de doodsoorzaak van slaven op plantage Sinabo in Commewijne. Het was toen verboden om slaven zomaar te doden. Zij werd door haar slavenmeester, Benjamin Posset, gegeseld, doodgeschoten en onthoofd.

Iwan Wijngaarde, voorzitter van de Feydrasi fu Afrikan Srananman, stond ook stil bij de onthoofding van twee loweman, namelijk een andere Seri en Flora. Deze twee vrouwen hebben het leven moeten bekopen, omdat zij niet wilden vertellen waar de tot slaafgemaakten naartoe waren gevlucht. “Ze hebben Seri eerst de tong afgehakt en later hebben ze beide vrouwen onthoofd. Hun hoofden werden naar de stad gebracht om er wat geld voor te krijgen.”

Deze viering met veel minder mensen dan voorheen, vanwege de heersende coronacrisis werd luister bijgezet door het bezoek van vicepresident Ronnie Brunswijk. Hij stond in zijn speech stil bij de geschiedkundige feiten en wees er ook op dat vrouwen uit de geschiedenis meer waardering moeten krijgen, maar ook die in de huidige maatschappij. “Behalve dat ze ons hebben gebaard, zijn zij het die ervoor moeten zorgen dat iedereen eet en dat we er verzorgd bij lopen. Zij waren heldhaftige, moedige vrouwen. Laten we vrouwen daarom eren en hen de plaats geven, die ze waard zijn.”

Wijngaarde beschouwde het bezoek van de vicepresident als een goed voorteken voor een progressievere samenwerking om zodoende de doelen van de organisatie te behalen. “Ik heb in het verleden met meerdere regeringsleiders gesproken, maar ik heb vaak het gevoel gehad dat ze niet helemaal begrijpen hoe diep het probleem zit. Gedurende honderden jaren zijn onze identiteit en cultuur ons systematisch ontnomen. En daarom zeg ik ook niet dat het de schuld is van nazaten, omdat ze het ‘nog niet’ helemaal begrijpen”, stelde Wijngaarde die volgend jaar al 25 jaar aan de weg timmert. “Alles wat zich in het duister ontwikkelt, is vaak negatief. Er zijn heel wat negatieve elementen die zich binnen onze cultuur hebben ontwikkeld, waardoor we in feite nu pas aan het begin van het bewustwordingsproces zijn. Zo’n volk beseft niet dat ze wat mist. Het zijn leiders die moeten opstaan om hen de weg te wijzen en dat heb ik in het verleden gemist.”

Hij stelde dat Brunswijk wellicht als nakomeling van de marrons, de doelstellingen van de organisatie beter begrijpt. “Na zo lang geen eigen cultuur te hebben gekend, gaat men nu ook nog studeren in het buitenland. Ook onze leiders zijn nog zwaar gekoloniseerd en kennen de waarde niet van het hebben van een eigen culturele identiteit. Daarom is die ombuiging, die bewustwording een proces. Het gebeurt dus ook niet in deze korte tijd.”

In het verleden zijn er weleens ministers of directeuren van Onderwijs geweest, maar het bezoek van de vicepresident ervaart hij als een bekroning op het werk van de organisatie. Wijngaarde hoopt dat deze regering erkent dat er bewuster gewerkt moet worden aan het wegwerken van de achterstand, die deze groep heeft in de maatschappij vanwege het verleden. Na een plengoffer door Malonti, werd de kranslegging gedaan, waarbij de vicepresident ook een dankwoord deed aan de voorouders voor de strijd die zij hebben gevoerd.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/10/23/geschiedenis-ma-seri-draagt-bij-aan-identiteitsvorming/

‘Stop met protestacties en stakingen, werk aan vorming en opvoeding van Surinamers’

Geplaatst op oktober 19, 2020

Van noord naar zuid, van oost naar west, tussen hemel, de aarde en daaronder, is Paramaribo, de hoofdstad van de Republiek Suriname bevlekt en besmet. “Het is een nationale schande dat pietluttige vraagstukken, schijnbaar kleine gebreken die worden gekweekt en opgestapeld, uitgroeien tot kankergezwellen. Het is een ellende die het land ontsiert en verteert”, aldus een landgenoot, die zich tekort gedaan voelt.

Het nalatenschap van ontaarde politici

“De machtige lui, de gedoodverfde bestuurders, die zich op kosten van de gewone man hebben verrijkt, rijden nu in luxe voertuigen en een vette portemonnee, schaamteloos rond tussen de puinhopen, het nalatenschap van de NDP.”

Hoe uit de zwamp te geraken?

“Inmiddels heeft een regering met een ander signatuur het stuur in handen. Suriname is opgelucht, maar niet uit het slop. Het vertrouwen in leiders, politici en de economische elite moet hersteld worden voor het land op gang kan worden gebracht. Er wordt door de Santokhi-Brunswijk-regering voornamelijk gedacht aan geldinjecties om de economie aan te zwengelen. Het volk dat de oranje regering in het zadel heeft geholpen, is door verkeerde denkbeelden, opvattingen, handelen en optreden een blok aan het been van het land.”

Lanti is geen gudu p’pa

“De samenleving zet zich onvoldoende in om orde op zaken te stellen. Het volk eist verzorging van wieg tot graf. Er wordt hoofdzakelijk een baan bij de overheid, een perceel, voorzieningen, salarisverhoging, voedselpakketten, Covid-pakketten, schoolpakketten en andere tegemoetkomingen verwacht en geëist. Wanneer men zijn/haar zin niet krijgt, wordt op de eerste plaats gedacht aan protestdemonstraties, stakingen en andere acties. Dit, terwijl aangevoeld kan worden dat zij zelf in veel opzichten tekortschiet in het naleven van goedburgerschap en dat lanti geen gudu p’pa is.”

Vorming en scholing

“Waarom en met welk doel worden protestdemonstratie gevoerd en gestaakt? Waarom wordt niet gedacht aan zelfcorrectie? Waarom gaat men niet aan de slag in de eigen woonomgeving om de samenleving bij te brengen dat zij ook het hare moet doen om het land te verheffen, hun omgeving rein en leefbaarder te maken? Waarom worden de mensen niet gemotiveerd om wettelijke bepalingen en regels na te leven en activiteiten te ontplooien die de moeite waard zijn?” Tot zover de volkswijsheid van een bezorgde burger.

HD

https://www.dbsuriname.com/2020/10/19/stop-met-protestacties-en-stakingen-werk-aan-vorming-en-opvoeding-van-surinamers/

CLO-Collectief zet voorzitter Hooghart af via motie

19 Oct, 2020, 13:36

foto
 Michael Miskin, trekker van het CLO-Collectief staat journalisten te woord na de vergadering met besturen van lidbonden in KOB. (Foto: René Gompers) 

Het CLO-Collectief onder leiding van Michael Miskin, heeft voorzitter Ronald Hooghart afgezet. Althans, de 18 lidbonden hebben een motie ingediend waarin de afzetting van Hooghart is vervat. Een andere motie geeft aan het Collectief de opdracht om de gesprekken met de regering voort te zetten. De moties zijn vandaag op een vergadering van het Collectief in het KOB-gebouw, ingediend en aangenomen. 
 
Op de vergadering zijn besproken de laatste ontwikkelingen over de breuk in CLO, het gedrag van Hooghart, de onderhandelingen over loonreeksen en verhogingen. De breuk in CLO bemoeilijkt de voortgang van de gesprekken. Miskin geeft aan dat de regering in januari weer wil beginnen met de gesprekken over de verhogingen. Het Collectief wil dat de onderhandelingen nu voortgang vinden. 
 
De vergadering raakte op een bepaald moment verhit. Men is erg boos op Hooghart. De kern van de zaak is dat het Collectief de gesprekken met de regering moet voortzetten, enkele projecten van CLO moet onderzoeken, en dat Hooghart is afgezet. “De moties zijn een reactie op het handelen van Hooghart op vrijdag,” geeft Miskin aan. De andere CLO vergadering onder leiding van Hooghart op vrijdag, heeft geresulteerd in het royement van Miskin en de leden die hem ondersteunen. “Wij laten zien dat wij dat ook kunnen doen. De lidbonden die hier aanwezig zijn willen meneer Hooghart niet meer als voorzitter. Its a message we send.”
 
Dat besluit van de vergadering onder leiding van Hooghart om de leden van het Collectief te royeren, is niet rechtsgeldig volgens advocaten die in de arm zijn genomen. Maar het besluit om Hooghart af te zetten is ook niet rechtsgeldig. “Volgens de statuten is het niet rechtsgeldig,” antwoord Miskin op vragen. “Maar het geeft een signaal naar meneer Hooghart toe; dat deze 18 bonden hem niet meer willen hebben. Daar zit de rechtsgeldigheid die je zoekt.”
 
René Gompers

Hooghart geeft regering ultimatum tot 15 november

16 Oct, 2020, 16:59

foto
previousCLO-voorzitter Ronald Hooghart luistert naar klachten van landsdienaren op het terrein van de vakcentrale.next


 
Tientallen ambtenaren hebben gehoor gegeven aan de oproep van Centrale van Landsdienaren Organisaties (CLO) voor een spoedvergadering. 75 procent loonsverhoging, onmiddellijk inlopen van achterstallige twk en het royeren van Michael Miskin en zijn groep uit de CLO, zijn de hoofdonderwerpen geweest. De regering krijgt tot 15 november de tijd om de achterstallige twk te betalen anders wordt het land platgelegd. “If den no gi un dis’ mun…m’o gi den te lek 15 november, dan w’o tap a her’ kondre,” kondigt CLO-voorzitter Ronald Hooghart aan. Het publiek reageert wild enthousiast.
 
Bij de vergadering op het terrein van CLO, zijn twee petities ingediend. De eerste is van de personeelsbond van ‘s Landshospitaal. Deze bond wil 75% loonsverhoging voor ambtenaren. Benadrukt werd dat de mensen niet meer rondkomen met het salaris. Lasten van SWM, EBS, Telesur, aflossingen in valuta, huishuur en benzine zijn zwaarder geworden, wordt er aangehaald. “Tweede helft fu a mun a moni keba! We verkeren in een onhoudbare situatie en eisen dat de regering ons salaris verhoogd met tenminste 75%!” wordt er voorgelezen. De korting op belasting moet worden gehandhaafd. 
 
De mensen willen ook hun Covid-toelage hebben. “We hebben sinds de Covid-situatie onder grote lichamelijke, emotionele en psychische druk moeten werken in het ziekenhuis” wordt er aangegeven. “Un wan a Covid-moni want w’e wroko nanga ala risico. Het gaat niet alleen om zusters maar om alle verplegend personeel.” Hooghart krijgt twee weken om met een “positieve reactie” te komen. Hij gaat er direct aan werken, zegt hij.
 
CLO-voorzitter Ronald Hooghart wil het land platgooien als de regering niet over de brug komt. 
 
Hooghart benadrukt een paar keren dat hij achter de eis staat. Hij drukt de leden op het hart om “alvast te nemen wat er is”. Hooghart heeft uitgelegd dat met de regering al is afgesproken voor een verhoging en twk. Die twk is sinds juli niet gestort. Er liggen moeilijke maanden voor de boeg. Hij stelt voor om de regering tot 15 november de tijd te geven om dat geld te betalen. Het publiek is het roerend eens “fu go na strati” als het moet. Hooghart zegt dat het niet de eerste keer zal zijn “fu yagi den.” 
 
In een tweede  petitie krijgt het hoofdbestuur de opdracht om “de breuk in CLO” weg te maken voordat de regering er “gretig misbruik van zal maken”. Besloten werd om dat vandaag nog te doen door een spoed assemblee van de Ledenraad te houden. De oplossing die werd voorgesteld, is het royeren van de ‘opstandige groep’ onder leiding van Michael Miskin: “Weg met Miskin!” Dit stuk is ondertekend door 11 lidbonden. Hooghart heeft ter plekke beslist dat de Assemblee direct na de bijeenkomst wordt gehouden, waarbij Miskin en zijn groep geroyeerd werden. 
 
René Gompers

Zunder: Teruggave roofkunstschatten voorbeeld reparaties

11 Oct, 2020, 04:41

foto

De Surinaamse juriste Lilian Gonçalves Ho Kang You heeft woensdag in haar hoedanigheid als voorzitter van een Adviescommissie van de Raad voor Cultuur  aan de Nederlandse minister Van Engelshoven van Cultuur een adviesrapport aangeboden. Hierin staat centraal dat de Nederlandse regering de in de koloniale tijd door haar onderdanen gestolen kunstschatten teruggeeft aan de landen van herkomst, met name aan Suriname.
 
Schoolvoorbeeld van repararies
De Nationale Reparatie Commissie Suriname, NRCS en haar werkarm, het Kennisinstituut voor Onderzoek naar Genocide en Reparaties ziet  de voorstellen van de Adviesommissie Ho Kang Yuo als een schoolvoorbeeld van reparaties (in het klein). Reparaties houdt namelijk vanuit het perspectief van de Caricom-lidlanden in dat de ex-koloniale landen goedmaken/herstellen/repareren, wat zij in het koloniale verleden behoorlijk verkeerd in hun koloniёn hebben gehandeld. In dit specifieke geval hebben hun onderdanen talrijke kunstschatten uit de door hun gekoloniseerde landen geroofd en in hun musea of kunstmagazijnen weggezet. Zo stelt de Adviescommissie in haar rapport: ’Historisch onrecht dat in het koloniale verleden heeft plaatsgevonden, kan niet ongedaan worden gemaakt. Maar wel kan het herstel van onrecht een bijdrage worden geleverd door bij de omgang met koloniale objecten verantwoordelijkheid voor dat verleden te nemen’. 
 
Aan de andere kant hadden de Surinaamse beleidsvoerders van na de staatkundige onafhankelijkheid van Suriname al vanaf 1975 de eis van de teruggave van gestolen kunstwerken aan de vroegere koloniale landen moeten stellen. De tweede kans die de Surinaamse politici ook voorbij hebben laten gaan was toen Ambassadeur Wim Udenhout namens de toenmalige Surinaamse regering in 2001 in Durban-Zuid Afrika reparaties van de ex-kolonisator reparties heeft geёist. Ook toen is er helaas niets gebeurd. De huidige situatie is dat het ethisch en moreel kompas van de ex-kolonisator nu zodanig is ontwikkeld dat de kunnstvoorwerpen nu zelf worden aangeboden.
 
Voorwaarden voor teruggave
Het bestuur van de NRCS zal binnenkort in een gesprek met de ministers van Buitenlandse Zaken, International Business en Ontwikkelingssamenwerking en Onderwijs en Cultuur haar opinie en advies geven over dit in het kader van reparaties (Reparotary Justice) gerezen vraagstuk. De opinie en het advies bij deze derde kans zullen er in een groot stappenplan als volgt uitzien: 
1. Laat het adviesrapport van de commissie Gonçlaves Ho Kang You op korte termijn door een adviesgroep va Surinaamse terzake deskundigen bestuderen en rapporteren naar de eerder genoemde ministers;
 
2. Laat de Nederlandse minister van Cultuur binnen twee weken weten dat Suriname de door Nederlanders in de koloniale tijd gestolen kunstschatten terug wenst te krijgen;
 
3. Informeer de Caricom Regeringsleiders en Staatshoofden over deze materie en trek als Caricom-lidlanden gezamenlijk op tegen de ex-koloniale landen Frankrijk, Engeland, Nederland, Zweden, Denemarken, Duitsland. Spanje en Protugal; 
 
4. Laat de regeringen van de ex-koloniale landen gedigitaliseerde en beschreven bestanden maken van de honderd duizenden kunstschatten die in de koloniale tijd zijn gestolen;
 
5. Stel duidelijke deadlines aan de ex-koloniale landen voor de geïdentificeerde processen om de gestolen kunstwerken terug te krijgen;
 
6. Dring aan bij de ex-koloniale landen dat in het kader van reparaties in de landen waar veel artefacten gestolen zijn musea en professionele opslagruimten worden opgezet om de kunstschatten, nu en voor de komende generaties op professionele wijze op te slaan en te beheren.
 
Welnu er zijn grote uitdagingen weggelegd voor de Surinaamse en andere bestuurders in de Caricom-lidlanden om de geroofde kunstschatten terug te krijgen.. 
 
Directeur van het Kennisinstituut voor onderzoek naar Genocide en Reparaties;
Voorzitter van de Nationale Reparatie Commissie Suriname;
 
Armand Zunder

Geroofd koloniaal erfgoed moet terug naar Suriname

9 oktober 2020

Geroofd koloniaal erfgoed moet terug naar Suriname
Foto (c) Volkenkunde Museum – Banjo uit Suriname (ca. 1775) die door John Stedman naar Nederland is gebracht.
 

In Nederland heeft een speciale commissie van de Raad voor Cultuur onder leiding van Lilian Gonçalvez-Ho Kang You, woensdag het advies gegeven om geroofd koloniaal erfgoed ‘onvoorwaardelijk’ terug te geven. Het gaat om kunststukken die zijn veroverd tijdens koloniale oorlogen of toen Nederland Indonesië en Suriname in handen had.

 

Bij verschillende grote musea in Nederland, zoals het Rijksmuseum en het Tropeninstituut, bevindt zich ook geroofde kunst uit Suriname schrijft het NRC Handelsblad vandaag. Het gaat volgens de krant om kunstwerken en ook objecten, waaronder een achttiende-eeuwse banjo (FOTO) die naar Nederland gebracht werd door de Schots-Nederlandse officier John Stedman en nu te zien is in de collectie van het Volkenkundig museum in Leiden.

Omdat die kunststukken vaak niet eerlijk verkregen zijn, is het nodig om in gesprek te gaan met de landen over het teruggeven van de kunstwerken, vindt de Raad. Ook is het advies om dit beleid af te stemmen met de landen waar Nederland koloniaal gezag uitoefende, waaronder in ieder geval Indonesië, Suriname en de Caribische eilanden.

De directeur Cultuur bij het Surinaamse ministerie van Onderwijs zegt tegen het NRC over de Surinaamse objecten dat deze kunst in de musea in Suriname thuis hoort.

Advies: koloniale roofkunst moet onvoorwaardelijk terug

Advies De honderdduizenden stukken uit voormalige koloniën in rijksmusea moeten terug zodra een land van herkomst dat verzoekt. Dat adviseert de Raad voor Cultuur de minister. Ook andere musea en particulieren zouden dat moeten doen.

Voorbeelden van koloniale kunst uit de collectie van Nederlandse rijksmusea: lansenrek (links), hindoegod Ganesh, diamant en banjo
Voorbeelden van koloniale kunst uit de collectie van Nederlandse rijksmusea: lansenrek (links), hindoegod Ganesh, diamant en banjoFoto’s Rijksmuseum, Museum Volkskunde 

Nederlandse musea moeten bereid zijn om in voormalige koloniën buitgemaakte cultuurgoederen onvoorwaardelijk terug te geven als het land van herkomst hierom vraagt. Dat staat in een adviesrapport van de Raad voor Cultuur, dat woensdagmiddag aan minister Van Engelshoven (Cultuur, D66) is overhandigd en dat op haar verzoek werd opgesteld.

Erken dat Nederlandse handelaren, kolonisten en bezetters zich schuldig hebben gemaakt aan uitbuiting, geweld, racisme en onderdrukking en toon de bereidheid om dit onrecht zoveel mogelijk te herstellen. Dat moeten de uitgangspunten zijn van het restitutiebeleid van koloniaal erfgoed, aldus de adviescommissie onder leiding van juriste Lilian Gonçalves-Ho Kang You. Sinds de zeventiende eeuw zijn veel cultuurgoederen onder dwang verkocht, of simpelweg gestolen.

Lees het interview met Lilian Gonçalves-Ho Kang You:‘Waar het om gaat is schoon schip te maken met het verleden’

De commissie adviseert om over het teruggavebeleid uitgebreide afspraken te maken met de landen waar Nederland langere tijd koloniaal gezag uitoefende: met Indonesië, Suriname en de Caribische eilanden. Want alleen een gezamenlijk gedragen beleid kan voor alle partijen tot bevredigende uitkomsten leiden. De adviseurs waarschuwen voor „een neokoloniale herhaling van het verleden waarin vooral eigen opvattingen, gevoelens, normen en waarden leidraad zijn voor het handelen”.

Niet alleen rijkscollectie

Het advies heeft niet alleen betrekking op de circa 300.000 koloniale voorwerpen in de rijkscollectie, onder meer in beheer bij het Nationaal Museum van Wereldculturen, Museum Bronbeek en het Rijksmuseum. Het voorgestelde teruggavebeleid kan volgens het rapport ook richtinggevend zijn voor lokale overheden, provincies, universiteiten, stichtingen en particulieren die koloniaal erfgoed in eigendom hebben. Voor particuliere eigenaren die bereid zijn te goeder trouw verkregen cultuurgoederen terug te geven, wordt een financiële compensatieregeling voorgesteld.

Ook cultuurgoederen waarvan de herkomstgeschiedenis niet kan worden vastgesteld of die vrijwillig zijn overgedragen, komen voor teruggave in aanmerking als ze voor de herkomstlanden een bijzonder cultureel, historisch of religieus belang vertegenwoordigen. Dat geldt ook voor cultuurgoederen van landen die door andere mogendheden dan Nederland gekoloniseerd waren.

Expertisecentrum

Een onafhankelijke commissie moet de minister van Cultuur gaan adviseren over teruggaveverzoeken van rijksbezit. Voor de verificatie van de herkomst van cultuurgoederen bepleit de adviescommissie de oprichting van een Expertisecentrum Herkomst Koloniale Cultuurgoederen. Ook dient de minister musea te wijzen op hun verantwoordelijkheid voor het doen van onderzoek naar de herkomstgeschiedenis van hun koloniale cultuurgoederen en hun kennis daarover toegankelijk te maken voor de herkomstlanden.

Volgens de commissie-Gonçalves is de omgang met teruggaveverzoeken vooral een ethische kwestie. Eigendomsgeschillen zijn juridisch gezien immers verjaard en de voor koloniale cultuurgoederen relevante internationale verdragen kennen geen terugwerkende kracht.

Als kompas voor het teruggavebeleid adviseert de commissie daarom de normen en principes van het internationale humanitaire recht en de ethische codes van internationale maatschappelijke organisaties. Die bepleiten coulance: wat gestolen is, wordt in principe teruggegeven. Anders dan in een aantal andere Europese landen het geval is, verzet de Nederlandse wet zich niet tegen teruggave door de Staat van koloniale cultuurgoederen aan herkomstlanden.

De voorstellen van de Adviescommissie Nationaal Beleidskader Koloniale Collecties liggen in lijn met de spelregels voor de teruggave van roofkunst die het Nationaal Museum van Wereldculturen begin vorig jaar bekendmaakte. Het museum gaf toen aan claims niet af te wachten en zelf op zoek te gaan naar de eigenaren van roofkunst in de collectie.

VIER VOORBEELDEN UIT DE RIJKSCOLLECTIE

1. Diamant

De diamant van BanjarmasinFoto Rijksmuseum

Oorlogsbuit in de collectie van het Rijksmuseum Amsterdam: de diamant van Panembahan Adam, de sultan van Banjarmasin (Kalimantan). In 1859 veroverden Nederlandse troepen met geweld Banjarmasin en hieven eenzijdig het sultanaat op. De ruwe diamant van Banjarmasin werd naar Nederland gestuurd, waar hij werd geslepen tot een rechthoek van 36 karaat.

2. Lansenrek

LansenrekFoto Rijksmuseum

Lansenrek uit de collectie van het Rijksmuseum Amsterdam, in 1834 tijdens een inspectiereis over Java en Madoera door ‘Indische Groten’ aan gouverneurgeneraal Jean Chrétien Baud cadeau gegeven. Tijdens deze reis ontving Baud meerdere geschenken van lokale vorsten. Deze objecten kunnen vrijwillig zijn geschonken, maar kunnen ook getuigen van een afgedwongen loyaliteit aan de Nederlandse overheid.

3. Banjo

Banjo uit Suriname (ca. 1775)Foto Volkenkunde Museum

Deze banjo uit de collectie van Museum Volkenkunde in Leiden is omstreeks 1775 door John Gabriel Stedman verzameld in Suriname. Deze Schots-Nederlandse officier beschreef in Narrative of a Five Years’ Expedition against the Revolted Negroes of Surinam de veldtochten tegen Marrongemeenschappen en de wandaden die door plantagehouders werden gepleegd jegens de tot slaaf gemaakte bevolking. Hoewel van de objecten die Stedman verzamelde niet met zekerheid te zeggen valt dat zij allemaal onvrijwillig zijn afgestaan, zijn zij ontegenzeggelijk verworven in een koloniale context.

4. Beeld

Stenen beeld van de hindoegod Ganesha (1222-1292, Oost-Java).Foto Museum Volkenkunde

Dit beeld van de hindoegod Ganesh, nu in de collectie van het Volkenkunde Museum, is in 1803 meegenomen door Nicolaus Engelhard, de Nederlandse gouverneur van Java’s Noordoosthoek. Het beeld stond in de enige overgebleven tempel van het Singhasari-koninkrijk (1222-1292). Engelhard liet drie beelden uit de overwoekerde tempel overbrengen naar zijn tuin. Zestien jaar later werden ze naar Amsterdam verscheept.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *