NDP LEENCULTUUR EEN VICIEUZE CIRCEL (txt)

LEES OOK: ECONOMIE NA 2025

LEES OOK: ‘Wij willen ook niet dat de regering lam is’ 

ALARMISTISCH RAPPORT SEOB: SURINAAMSE ECONOMIE IN GEVARENZONE DOOR TORENHOGE STAATSSCHULD EN OPLOPENDE INFLATIE

Mar 2, 2026

De Surinaamse economie bevindt zich in een uiterst fragiele fase, die wordt gekenmerkt door een zorgwekkende stijging van de staatsschuld, een versnellende inflatie en een precaire financiële positie van de overheid. Dit blijkt uit het recente 27e bulletin van de Surinaamse Economische Oproepraad (SEOB), de onafhankelijke instantie die verantwoordelijk is voor het monitoren van macro-economische indicatoren en het adviseren van de regering.

Hoewel de commerciële banken er robuust voorstaan, luidt de toezichthouder de noodklok over het uitblijven van strikte fiscale discipline en de structurele kwetsbaarheid van de overheidsfinanciën. Het rapport schetst een beeld waarin de bereikte stabiliteit uit het IMF-programma snel wegebt door onbeheersbare uitgaven en een gebrek aan structurele hervormingen.

De economische bedrijvigheid vertoont een gemengd beeld. In juli 2025 groeide de economie licht met 0,4%, grotendeels gedragen door een sterke prestatie van de constructiesector, waar de verkoop van bouwmaterialen met 25% toenam. Ook de accommodatie- en voedingsdiensten droegen bij aan deze opleving. Echter, deze positieve cijfers verbloemen een zorgwekkende krimp in de industriële productie, die met 26% daalde, en een afname in de mijnbouw. Lagere goudverwerkingscapaciteit en verminderde ertskwaliteit hebben de goudertsproductie met 17% doen dalen, wat een aanzienlijke negatieve impact had op de totale economische groei.

Het meest alarmerende cijfer uit het rapport betreft de ontwikkeling van de staatsschuld. Deze schoot in november 2025 omhoog naar maar liefst 124,1% van het Bruto Binnenlands Product (BBP), een stijging van 26,5 procentpunt ten opzichte van de voorgaande maand. Dit percentage ligt ver boven de internationaal geaccepteerde norm van 60% voor vergelijkbare economieën. Deze extreme schuldenlast brengt grote risico’s met zich mee: de rentelasten stijgen, de inflatierisico’s nemen toe en de weerbaarheid tegen externe schokken is minimaal. De SEOB benadrukt dat deze fiscale verzwakking een negatieve impuls vormt voor de macro-economische stabiliteit en het vertrouwen in de economie ondermijnt.

Op monetair gebied is er sprake van aanhoudende druk. De inflatie op jaarbasis versnelde in november 2025 tot 11,6%, aangedreven door hogere prijzen voor voeding, wonen en nutsvoorzieningen. Importinflatie en wisselkoersschommelingen versterken deze prijsdruk, waardoor de koopkracht van de Surinaamse burger direct wordt aangetast. De Surinaamse dollar (SRD) apprecieerde in december licht ten opzichte van de Amerikaanse dollar (van SRD 38,8 naar SRD 38,7), maar verloor juist 1,3% van haar waarde tegenover de euro. De basisgeldhoeveelheid nam toe met 4,0%, ondanks pogingen van de Centrale Bank van Suriname (CBvS) om liquiditeit uit de markt te halen via openmarktoperaties en valutaveilingen.

De financiële positie van de overheid blijft precair met structureel aanhoudende tekorten. De primaire rekening noteerde in september 2025 een tekort van SRD 5,6 miljoen, terwijl het tekort op de totale rekening opliep tot SRD 271 miljoen. De SEOB waarschuwt dat door de seizoensgebonden eindejaarsuitgaven het risico groot is dat dit tekort in de laatste maanden van 2025 verder is opgelopen. De hoge overheidssubsidies, met name voor elektriciteit, blijven een zware wissel trekken op de begroting. Tegenover deze uitgaven staat onvoldoende productie, wat direct leidt tot inflatoire druk.

Te midden van de macro-economische onzekerheid is er positief nieuws vanuit de financiële sector. De commerciële banken zijn financieel sterk en beschikken over voldoende buffers. De solvabiliteitsratio nam in november toe naar 22,4%, wat ruim boven de vereiste 10% ligt. Bovendien daalde het percentage niet-renderende leningen (NPL’s) naar 2,9%, wat suggereert dat bedrijven en huishoudens hun schulden iets beter kunnen aflossen. De leenrentes daalden licht naar gemiddeld 14,3%, wat de kredietverlening aan de private sector, met name in de handel en woningbouw, heeft gestimuleerd.

De internationale reserves namen in december toe met 3,5% tot USD 1,6 miljard. Dit biedt een importdekking van 7,1 maanden, wat ruim boven de internationale benchmark van drie maanden ligt. De SEOB benadrukt echter dat het nauwlettend bewaken van deze reservepositie cruciaal blijft voor het waarborgen van wisselkoersstabiliteit en het opvangen van externe schokken. Om de cyclus van overheidstekorten, inflatie en wisselkoersdruk te doorbreken, pleit de toezichthouder voor een samenhangende strategie die fiscale consolidatie combineert met structurele hervormingen.

De SEOB doet een reeks dringende aanbevelingen. Strikte fiscale discipline is essentieel om de bereikte stabiliteit te behouden. Er moet worden ingezet op grotere fiscale transparantie, een duidelijke fiscale visie en het afstoten van niet-strategische, verlieslatende staatsbedrijven die enorme subsidies vereisen. Daarnaast pleit de raad voor de operationalisering van het Spaar- en Stabilisatiefonds (SSFS), de introductie van een vijfjarig overheidsfinancieel plan met strikte uitgavenplafonds en het actief beheer van de torenhoge staatsschuld. Ook moet de diversificatie van de economie, buiten de mijnbouw om, worden versneld met nadruk op de agrarische sector, toerisme en diensten, om zo nieuwe en stabiele vreemdevaluta-inkomsten aan te trekken.

https://unitednews.sr/alarmistisch-rapport-seob-surinaamse-economie-in-gevarenzone-door-torenhoge-staatsschuld-en-oplopende-inflatie/

Del Castilho: “Deze regering blijkt meester te zijn in het presenteren van mooie woorden zonder diepgang”

28 dec 2025

Archieffoto: Angelic Del Castilho

Volgens DA ’91 – voorzitter Angelic del Castilho blijkt de regering van president Jennifer Simons meester te zijn in het presenteren van mooie woorden zonder diepgang. Zij reageerde hiermee op de recente 1.6 miljard US dollar aan lening die Suriname recent heeft binnengehaald met verkoop van obligaties.

“Er is ontzettend veel vaagheid om de 1.6 miljard US dollar die geleend is. Er wordt aangegeven dat het gebruikt wordt om de schulden van Oppenheimer alvast af te betalen, zodat de aflossingen die volgend jaar zouden beginnen dan geen rol meer spelen. Echter klinkt het dat er meer geld is voor onderwijs en gezondheidszorg. Deze regering blijkt meester te zijn in het presenteren van mooie woorden zonder diepgang. Er wordt nergens duidelijk aangegeven hoe we dat geld gaan verdienen om deze lening terug te betalen. Het is een lening die betaald moet worden, dus hoe gaan we dit betalen? Dit geld is gehaald om het idee te creëren dat het goed gaat in Suriname”, stelde de politica in een interview op radio Tamara.

Volgens Del Castilho verwacht de regering dat er een zekere onrust gaat ontstaan vanwege het gebrek aan beleid. Zij vermoedt dat men met dit geld meer pakketten wil uitdelen en ‘fun projects’ wil gaan doen om de samenleving het idee te geven dat het beter gaat.

Ondertussen gaat de aflossing van leningen nog steeds een groter probleem gaat worden. “En we gaan het merken in 2028 wanneer we geld uit de oliesector gaan krijgen en we dan gaan horen dat het allemaal naar de aflossingen moet gaan”, aldus de politica. Ook bij de recente persconferentie van president Jennifer Simons stelt Del Castilho dat het staatshoofd uitblonk in vaagheid. “Voor niets is er nog een specifiek beleid. Alles gaan we doen, willen we doen. Ik luisterde ook naar de vicepresident die zei dat de lening is genomen, want ze willen die andere leningen aflossen. En dan willen ze gaan investeren en willen ze dat ondernemers opkomen. Maar er wordt niet specifiek gezegd hoe we dat gaan doen. Hoeveel van dat geld naar aflossingen? Hoeveel van de begrotingen komt exact vrij? Hoe gaat dat? Hoeveel miljoen gaat geïnvesteerd worden in onderwijs? Er worden geen committeringen eraan gegeven. Er wordt niet aangegeven: we berekenen dat wanneer we deze lening moeten aflossen dat we jaarlijks zoveel bij gaan verdienen en dan daarmee die aflossing gaan betalen. Er is gewoon geen duidelijkheid”, aldus de DA ’91 – voorzitter.

https://www.waterkant.net/suriname/2025/12/28/del-castilho-deze-regering-blijkt-meester-te-zijn-in-het-presenteren-van-mooie-woorden-zonder-diepgang/

Minister Wijnerman onthoudt zich van oordeel over uitspraken SEOB

15 dec 2025

Minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning heeft aangegeven zich vooralsnog te onthouden van een inhoudelijk oordeel over recente uitspraken van de Suriname Economic Oversight Board (SEOB), waarin wordt gesteld dat de bankensector in Suriname onder druk staat. Volgens de minister voert deze organisatie haar eigen analyses uit, soms in afstemming met de monetaire autoriteiten, maar in bepaalde gevallen ook zelfstandig.

Wijnerman benadrukte dat zij eerst een gedegen gesprek wil voeren met de Centrale Bank van Suriname (CBvS) voordat zij conclusies trekt of publieke uitspraken doet. “De bankensector valt onder het toezicht van de Centrale Bank,” aldus de minister.

Hoewel het orgaan heeft aangegeven onder druk te staan, heeft de CBvS hierover nog geen formele rapportage uitgebracht aan het ministerie van Financiën en Planning. Om die reden acht Wijnerman het niet verantwoord om vooruit te lopen op mogelijke conclusies.

De minister gaf aan zich daarom te willen onthouden van een oordeel over de gedane uitspraken, totdat er duidelijkheid is op basis van officiële informatie en overleg met de bevoegde autoriteiten.

https://www.srherald.com/suriname/2025/12/15/minister-wijnerman-onthoudt-zich-van-oordeel-over-uitspraken-seob/

SEOB: inflatie stijgt naar 10,8% en wisselkoersdruk neemt toe

11 dec 2025

De Suriname Economic Oversight Board (SEOB) waarschuwt in haar laatste verslag dat de economie kwetsbaar blijft. Inflatie en wisselkoersdruk nemen toe, terwijl de staatsschuld ruim boven het wettelijke plafond ligt. Tegelijk vraagt SEOB om strakkere fiscale discipline en meer transparantie.

De inflatie in Suriname is in augustus 2025 verder opgelopen naar 10,8%. Volgens SEOB wordt de prijsdruk vooral gevoed door groei in de geldhoeveelheid en een verdere verzwakking van de wisselkoers, versterkt door onzekerheid en na-ijleffecten van eerdere koersstijgingen.

Ook de koersontwikkeling baart zorgen. De Surinaamse dollar laat sinds eind 2024 een stijgende trend zien, met een girale koers rond SRD 38,4 per Amerikaanse dollar in september 2025, terwijl dit begin 2025 nog rond SRD 35 lag.

SEOB wijst erop dat deze combinatie van inflatie, koersdruk en structurele tekorten het herstel kwetsbaar maakt en vraagt om consequenter beleid om koopkracht en macro-economische stabiliteit te beschermen.


Inflatie en geldgroei

In het bulletin wordt uitgelegd dat de maandinflatie in augustus verder aantrok, mede door wisselkoersdepreciatie. In september 2025 deprecieerden de koersen verder, met een stijging van 0,5% voor de USD en 0,4% voor de euro ten opzichte van de SRD.

Monetair ziet SEOB eveneens een opwaartse beweging. De SRD-component van de basisgeldhoeveelheid (M0) groeide in augustus met 1,8%, terwijl de liquiditeitenmassa (M2) met 5,8% toenam. Als die ontwikkeling doorzet zonder monetaire verkrapping, kan dit leiden tot extra inflatoire druk en meer volatiliteit op de valutamarkt.

Reserves stabiel, maar staatsschuld blijft hoog

Aan de externe kant noemt SEOB de internationale reserves relatief solide: in augustus 2025 bleef de importdekking rond 7,2 maanden. Het totaal aan reserves, inclusief die van commerciële banken, bedroeg circa USD 1,55 miljard.

Daartegenover staat een hoge schuldpositie. SEOB meldt dat de staatsschuld als percentage van het BBP in augustus 2025 licht steeg; op basis van de internationale definitie kwam de schuldquote uit op 88,3%. Daarmee blijft de schuld ruim boven het wettelijk vastgestelde plafond van 60% van het BBP.

In de bankensector blijft de kapitaalpositie volgens SEOB sterk, maar neemt de kredietkwaliteit af. Niet-renderende leningen (NPL’s) stegen naar 6,6%. Tegelijk blijven lenen duur: de gemiddelde leenrente lag rond 14,5% en de spaarrente rond 6,5%.

Begrotingsbeleid en beleidsconsistentie

Naast de macro-economische update bevat het bulletin een analyse van de mate waarin beleidsprioriteiten uit de jaarrede zijn vertaald naar begrotingsprogramma’s. SEOB constateert dat bij meerdere ministeries de beleidsbegrotingsconsistentie sterk zichtbaar is, maar dat in andere sectoren de uitwerking nog fragmentair of beperkt concreet is.

SEOB plaatst daarbij ook het thema local content centraal, gekoppeld aan de voorbereiding op offshore olie en gas. In het bulletin wordt gewezen op doelen als lokale participatie, capaciteitsopbouw en certificering, transparante instituties en de voorbereiding op toekomstige olie-inkomsten.

SEOB: strengere discipline en meer transparantie nodig

In de aanbevelingen benadrukt SEOB dat Suriname een samenhangende strategie nodig heeft om de cyclus van tekorten, inflatie en wisselkoersdruk te doorbreken. Daarbij noemt de organisatie onder meer strikte fiscale discipline, meer fiscale transparantie en het verbreden van inkomsten via een modern investeringskader.

Verder pleit SEOB voor maatregelen die de overheidsfinanciën en het vertrouwen moeten versterken, zoals actief schuldmanagement, betere belastinginning en het bewaken van de afstemming tussen begrotings- en monetair beleid.

Ook het investeringsklimaat komt aan bod: SEOB verwijst naar het Argentijnse RIGI-model als voorbeeld van een wettelijk verankerd regime dat voorspelbaarheid en vertrouwen kan bieden voor grote investeringen, en stelt dat Suriname daar lessen uit kan trekken.

Economie aan het verslechteren door toenemende overheidsuitgaven: inflatie gestegen van 6% naar 12%

Paramaribo, 11 december 2025

IMF-hoofdonderhandelaar Karel Eckhorst waarschuwt in het tijdschrift Parbode dat de Surinaamse economie weer onder druk staat. Zijn analyse, gebaseerd op de recente Artikel IV-missie van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), laat zien dat de overheidsuitgaven sterk stegen, de financiële discipline verzwakte en de inflatie, die in februari nog 6% bedroeg, enkele maanden later opliep naar 12%. Deze inzichten vormen een belangrijke waarschuwing voor de regering en voor de bredere economische koers van het land.

Volgens Eckhorst begon de verslechtering vlak vóór de verkiezingen, toen de overheid “een beetje is gaan verslappen”. Door die verslapping nam de geldhoeveelheid in de economie snel toe, met directe gevolgen voor de wisselkoers. Dit toont volgens het IMF aan dat de economische stabilisatie van de afgelopen periode opnieuw wordt bedreigd. Het Fonds waarschuwt dat oplopende uitgaven zonder structurele dekking de fundamenten van de economie aantasten. Meer SRD’s in omloop drukken de waarde van de munt en jagen de prijzen verder omhoog.

Tijdens de recente Artikel IV missie sprak het IMF met vijftig beleidsmakers, technici en economische instellingen. De uitkomst was glashelder: de overheid heeft een uitgavenpiek veroorzaakt, zonder dat daar structurele inkomsten tegenover stonden. Het gevolg was een nieuwe ronde inflatoire druk en extra spanning op de wisselkoers. Eckhorst noemt de huidige uitgavenpatronen “niet houdbaar” en benadrukt dat Suriname opnieuw een cruciaal moment heeft bereikt. Terwijl het land net begon te herstellen van jaren van wanbeheer, dreigt een herhaling van fouten het recente herstel teniet te doen.

Het IMF pleit voor striktere begrotingsdiscipline, betere belastinginning, herziening van subsidies en versterking van economische instituten, vooral richting de verwachte olie en gasinkomsten vanaf 2028. Het Fonds wijst erop dat Suriname zijn financiële fundamenten moet verstevigen vóór de inkomsten uit de energiesector binnenkomen, om te voorkomen dat het land in een nieuwe welvaartsval terechtkomt. Eckhorst ziet dat op ministeries zoals Financiën & Planning en bij de Centrale Bank van Suriname sterk kader aanwezig is, maar benadrukt dat dit nog onvoldoende is om alle uitdagingen te dragen.

Ondanks de zorgwekkende trends wijst Eckhorst op enkele kleine lichtpuntjes. Zo sneed president Jennifer Simons recent de budgetten voor eindejaarsvieringen drastisch terug, een duidelijke poging om verspilling tegen te gaan. Maar volgens het IMF zijn veel grotere structurele ingrepen nodig om stabiliteit terug te brengen.

Eckhorst vertrekt na tien jaar bij het IMF, waar hij een sleutelrol speelde in de herschikking van de staatsschuld en in het EFF programma. Zijn analyse blijft echter relevant: Suriname staat op een economisch kruispunt. De inflatie stijgt, de SRD verzwakt en het begrotingstekort groeit. De vraag is nu of de overheid de adviezen zal volgen en kiest voor stabiliteit en hervormingen. Het IMF heeft de alarmbel geluid, het is aan Suriname om te reageren voordat de economische situatie verder verslechtert.

https://www.facebook.com/timeschronos

STAATSSCHULD SURINAME WEER GEHERSTRUCTUREERD

16 nov 2025

De regering-Santokhi had de ondankbare taak om de financiële puinhoop van de regering-Bouterse op te ruimen. Bouterse en zijn secondant Hoefraad leenden dat het een lieve lust was. Beide heren hadden elk zo hun reden om later op de vlucht te slaan. De regering-Santokhi ging onverdroten aan de slag en zou ervoor zorgen dat schuldeisers tot wel 70 procent van hun vordering op de staat Suriname zouden opgeven. Daar dachten de schuldeisers zelf anders over. Uiteindelijk toonde Santokhi zich uitermate tevreden met een haircut van 25 procent op de uitstaande schuld van de staatsobligaties, in de volksmond de Oppenheimerbonds. Ook dat bleek een overschatting van de prestaties te zijn.

De schuld onder de Oppenheimerbonds was door achterstallige betalingen opgelopen naar zo’n USD 880 miljoen. Deze werden geruild voor een obligatie met een nominaal bedrag van USD 650 miljoen. Voilà, een korting van USD 230 miljoen, dus ruim 25 procent haircut! Zo eenvoudig was het evenwel niet. Om de obligatiehouders tevreden te stellen kregen zij ook een zogenoemd value recovery instrument. De eerste USD 100 miljoen aan royalty’s uit offshore oliewinning in blok 58 zijn voor de staat Suriname. Van het meerdere gaat tot 31 december 2050 30 procent naar de obligatiehouders, tot een bepaald maximumbedrag. Met een beetje geluk voor de obligatiehouders is er dus helemaal geen sprake van een haircut en krijgen zij al hun geld terug. Het succes van Santokhi was beperkt tot een wat latere terugbetaling en wat lagere rente, die in 2024 en 2025 voor een deel niet werd betaald maar werd opgeteld bij de uitstaande schuld.

De regering-Simons was niet enthousiast over de nieuwe Oppenheimerbonds. De aflossing van de obligatie van USD 650 miljoen met een looptijd tot in 2033, zou plaatsvinden in veertien gelijke termijnen, de eerste al in januari 2027. Dat zou een enorme druk leggen op de beschikbare middelen. Suriname heeft jaar na jaar begrotingstekorten, die door de overheid worden gemaskeerd door toegezegde leningen op te nemen onder inkomsten. Deze faliekant onjuiste werkwijze wordt nota bene tegen beter weten in goedgepraat. ‘Het ministerie van Financiën en Planning benadrukt dat er geen sprake is van misleiding of “spelen met cijfers”.’ Hoe je het ook wil noemen, het is onjuist. De werkelijke begrotingstekorten zijn onverantwoord hoog en zouden door de betaling van rente en aflossing nog verder oplopen. Er is de regering-Simons alles aan gelegen om aflossing van de schuld weer uit te stellen. Er is veel verwarring in Suriname over wat daarna gebeurde. De regering wilde de Oppenheimer-obligaties, de gewone obligatie en kennelijk ook het value recovery instrument, in één keer aflossen om van de verplichting tot aflossing vanaf januari 2027 af te zijn. Maar dat gaat niet zomaar, daar is geld voor nodig. Voor dat doel zijn eerst nieuwe leningen afgesloten, met grotere omvang. Laten we de transacties stuk voor stuk bekijken.

Suriname zou in oktober twee obligatieleningen hebben geplaatst, een lening tegen 7,7 procent van USD 525 miljoen die in 2030 afloopt, en een lening tegen 8,5 procent van USD 1.050 miljoen met einddatum in 2035, in totaal USD 1.575 miljoen. Het doel van deze leningen is bestaande leningen te herschikken, waaronder de obligatie die in 2033 afloopt, en de tijd te overbruggen tot de royalty’s vanaf 2028 uit offshore oliewinning binnenstromen. Het opportunisme van beleggers draagt bij aan het succes van de leningen. Was Suriname tot voor kort nog een wanbetaler, waarvan de obligaties als junk bonds werden beschouwd, nu geven de olie-royalty’s die gloren aan de horizon, de beleggers een twinkeling in de ogen en het volste vertrouwen in de financiële toekomst van Suriname. De rating van de obligaties is volgens Moody’s Caa1 (‘poor standing and subject to very high credit risk’), dus beleggers weten dat investeren in Suriname, nog steeds risicovol is. De regering heeft de houders van de 7,95 procent obligatie in oktober dit jaar aangeboden om deze in één keer af te lossen, inclusief lopende rente, tegen een koers van USD 1.002,50, dus iets boven de nominale waarde. Dit is dus niet het value recovery instrument dat houders ervan recht geeft op royalty’s uit offshore oliewinning in blok 58. Ik benoem dat omdat president Simons zich verheugd toonde dat het intensieve werk met financiële experts heeft geleid tot een significante verlichting van de schuldenlast en een stabielere financiële positie. Dagblad De Ware Tijd citeert op 11 november de president: “Nu hebben we in elk geval de royalty’s vrij. Ze zitten niet meer vast en we kunnen 2027 met een iets geruster hart tegemoetzien.”

In de voorwaarden voor het value recovery instrument was bepaald dat Suriname te allen tijde en naar eigen goeddunken, de mogelijkheid heeft het value recovery instrument geheel of gedeeltelijk af te lossen, zonder boete of premie, met gebruikmaking van alle beschikbare middelen. Het was dus niet noodzakelijk om eerst een voorstel te doen aan de houders van de stukken. Van deze bepaling is klaarblijkelijk gebruik gemaakt, waarmee de 25 procent haircut, waar Santokhi zo tevreden over was, ook geheel of gedeeltelijk is tenietgedaan. Eind oktober heeft de regering laten weten dat het aanbod tot vervroegde aflossing door een deel van de houders van de gewone obligatie is geaccepteerd. Het uitstaande bedrag van de obligatie was toen USD 694 miljoen. Daarvan zal USD 420 miljoen (ruim 60%) in één keer worden afgelost. Er resteert dus nog USD 274 miljoen (40%). Het voornemen tot vervroegde aflossing is dus redelijk succesvol afgerond, maar niet alle obligatiehouders zijn erin meegegaan.

Het is niet duidelijk of de staatsschuld door deze transacties is toegenomen of niet. Een medium kopte: ‘Suriname haalt USD 1,6 miljard op via herfinanciering: ademruimte zonder extra schuld’. Dat is alleen juist wanneer de volledige opbrengst van de nieuwe leningen wordt gebruikt om andere schulden af te lossen. Dat is in dit stadium niet vast te stellen. De schuld uit hoofde van de Oppenheimerbonds was veel lager dan USD 1.575 miljoen. Op de gewone obligatie wordt dus USD 420 miljoen afgelost. Wanneer ook het value recovery instrument volledig wordt afgelost gaat het waarschijnlijk om USD 275,6 miljoen plus lopende rente. Dan is nog ruim de helft van de opbrengsten van de nieuwe leningen over om andere schulden af te lossen. Hopelijk geeft de regering hier binnenkort meer inzicht in.

Hans Moison LEES OOK: Hans Moison: Centrale Bank van Suriname in feite failliet 29 februari 2020

LEES MEER: Interview met Hans Moison van der Surinaamsche Bank

BESCHOUWING — Suriname terug op internationale kapitaalmarkt: Kansen en risico’s voor investeerders

maandag 3 november 2025

Suriname heeft vorige week nieuwe staatsobligaties aangeboden aan internationale investeerders, maar zoals de regering zelf aangeeft in het prospectus, zijn er aanzienlijke risico’s verbonden aan deze beleggingen. De regering gaf twee obligaties uit die respectievelijk in 2030 en 2035 vervallen. Het streven was volgens ingewijden om 1,5 miljard US dollar op te halen, maar beleggers hebben voor 1,6 miljard US dollar ingeschreven, meldden internationale financiële nieuwssites.

Tekst Ivan Cairo

“Investeren in de notes brengt risico’s met zich mee”, stelt het memorandum. “Wij zijn van mening dat de volgende risico’s en onzekerheden de marktwaarde van de notes of ons vermogen om onze verplichtingen onder de notes na te komen, nadelig kunnen beïnvloeden”, aldus een waarschuwing in het prospectus waar de Ware Tijd de hand op heeft weten te leggen.

“Hoge opbrengsten gaan gepaard met hoge risico’s”

Suriname, een opkomende markt die sterk afhankelijk is van natuurlijke hulpbronnen, probeert het vertrouwen van investeerders te herstellen na historische wanbetalingen. Analytici en beleggers wegen nu de potentiële opbrengsten van nieuwe investeringen af tegen een complexe mix van economische, politieke en milieu-uitdagingen. Economische risico’s

De Surinaamse economie is gevoelig voor wereldwijde ontwikkelingen. Het prospectus somt een breed scala aan risico’s op: “wijzigingen in economische of fiscale beleidsmaatregelen in Suriname; het vermogen van Suriname om belangrijke economische hervormingen door te voeren; algemene economische en bedrijfsomstandigheden in Suriname en de wereldeconomie; het opleggen van handelsbelemmeringen door de handelspartners van Suriname; en de impact van vijandelijkheden of politieke onrust in andere landen.”

Volatiliteit in grondstoffen, kapitaalmarkten en internationale investeerdersstemming kan de liquiditeit en marktprijs van de obligaties aanzienlijk beïnvloeden. Negatieve ontwikkelingen in andere opkomende markten kunnen Suriname treffen via een zogenoemd “besmettingseffect”, zelfs als lokale omstandigheden stabiel blijven. Erfenis van wanbetalingen

Suriname heeft in het verleden zijn staatsobligaties niet betaald, onder meer de notes van 2023 en 2026. “In november 2020 heeft Suriname geen betalingen gedaan op zijn notes die zouden vervallen in 2023 en 2026, en deze in juni 2021 door de houders van de notes als wanbetalingen (defaults) werden verklaard. Dit was de eerste geregistreerde default van Suriname ooit”, staat in het memorandum.

Na de wanbetaling trad Suriname in een IMF Extended Fund Facility-programma met financiering van ongeveer 620,5 miljoen US dollar onder voorwaarde van fiscale hervormingen en schuldsanering. Hoewel de herstructurering de druk heeft verminderd, waarschuwt het prospectus dat “eventuele verdere wanbetalingen door Suriname op zijn staatschulden de marktwaarde van de notes materieel nadelig kunnen beïnvloeden en het vermogen van de republiek om hoofdsom- en rentebetalingen te doen, vrij van het risico van beslaglegging, kunnen belemmeren”. Afhankelijkheid olie- en goudproductie

De toekomstige fiscale stabiliteit is sterk afhankelijk van het Granmorgu offshore oil project, ontdekt in 2019. Staatsolie produceert momenteel 16.000 tot 17.000 vaten olie per dag, terwijl GranMorgu vanaf 2028 naar verwachting 200.000 tot 220.000 vaten per dag zal produceren. Het prospectus benadrukt: “Naast directe fiscale voordelen voor de regering uit royalty’s op bruto productie-inkomsten en profit oil sharing, omvatten de verwachte indirecte voordelen hogere dividenden van Staatsolie, inkomstenbelasting op de belastbare winst van de aannemers en hogere inkomstenbelasting van werkgelegenheid, toeleveringsketens en gerelateerde sectoren.”

De verwezenlijking van deze voordelen is onzeker. Vertragingen in infrastructuur, technische storingen of milieu-incidenten kunnen de productie vertragen of verlagen. Ook geopolitieke spanningen, verschuivingen in energiebeleid of ongunstige weersomstandigheden kunnen impact hebben. “Elk van deze risico’s zou de fiscale positie van Suriname en de economische groeivooruitzichten materieel nadelig kunnen beïnvloeden en op zijn beurt het vermogen om aan zijn verplichtingen onder de Notes te voldoen, evenals de marktprijs van de notes”, waarschuwt het prospectus.

Goudproductie is eveneens cruciaal, goed voor bijna 80 procent van de exportopbrengsten tussen 2020 en 2024 en ongeveer een kwart van het overheidsbudget. Staatsolie heeft aandelen in belangrijke goudmijnen en de overheid bezit 5 procent van de Rosebel-mijn. Het memorandum stelt: “De regering ontvangt momenteel aanzienlijke fiscale inkomsten van het staatsoliebedrijf Staatsolie in de vorm van belastingen en dividenden en de verwachte offshore productie van het Granmorgu Oil Project zal naar verwachting aanzienlijke inkomsten genereren voor de regering”.

Dutch disease en fiscale uitdagingen

Suriname loopt risico op ‘Dutch disease’, waarbij resource windfalls leiden tot waardestijging van de lokale munt, inflatie en verzwakking van andere sectoren. Ondanks wetgeving om olie-inkomsten te beheren, waarschuwt het prospectus: “Niettegenstaande deze beleidsmaatregelen, kan Dutch disease leiden tot een appreciatie van de wisselkoers, waardoor lokaal geproduceerde concurrerende goederen en diensten niet-concurrerend worden en in het verlengde daarvan de kwetsbaarheid voor cycli in grondstoffen wordt versterkt”. Hoge schulden, afhankelijkheid van grondstoffen en marktvolatiliteit vergroten de kwetsbaarheid voor binnenlandse en internationale schokken.

Politieke en sociale onzekerheid

Politieke instabiliteit blijft een factor. Suriname heeft in de jaren tachtig en negentig sociale en politieke onrust gekend, met conflicten tussen etnische groepen, guerrillabewegingen, staatsgrepen en militaire dictaturen. “Verslechterende veranderingen in de politieke en sociale omgeving in Suriname zouden een destabiliserend effect op de regering kunnen hebben, wat de Surinaamse economie en het vermogen van Suriname om betalingen te doen op zijn uitstaande publieke schulden, inclusief de notes, nadelig zou kunnen beïnvloeden”, staat in het prospectus.

De verkiezingen van mei 2025 resulteerden in een gefragmenteerd parlement. De Nationale Democratische Partij vormde een coalitie en koos Jennifer Geerlings-Simons als eerste vrouwelijke president. Hoewel de overgang vreedzaam verliep, blijft politieke stabiliteit een aandachtspunt voor investeerders.

Valuta-, inflatie- en renterisico’s

De Surinaamse dollar heeft aanzienlijke depreciatie doorgemaakt. In oktober stond de koers op SRD 39,40 per US dollar, met een risico op lagere fiscale inkomsten en kapitaaluitstroom. Ook de inflatie is volatiel geweest, met pieken van 60,7 procent in 2020 en 2021, maar dalend naar 10,1 procent in 2024.

Wereldwijde rentestijgingen kunnen Suriname extra druk geven op schuldendienstkosten en financieringsmogelijkheden. Het prospectus merkt op dat een dergelijke situatie “het vermogen van Suriname om zijn uitstaande publieke schuld, inclusief de notes, te bedienen nadelig zou kunnen beïnvloeden”.

Juridische, markt- en structurele risico’s

Suriname is een soevereine staat, waardoor het moeilijk is buitenlandse rechtszaken af te dwingen. Buitenlandse investeerders zouden Surinaamse rechtbanken moeten inzetten, met beperkingen op beslaglegging. Bovendien is er geen gevestigde secundaire markt voor de notes. “We weten niet in welke mate de interesse van investeerders zal leiden tot de ontwikkeling van een actieve handelsmarkt voor de notes van beide series of hoe liquide die markt zal worden als ze zich ontwikkelt”, aldus het prospectus.

Daarnaast kunnen collectieve acties ertoe leiden dat een meerderheid van obligatiehouders de voorwaarden wijzigt, waarbij alle houders gebonden zijn. Extra uitgiften van notes kunnen de bescherming van bestaande investeerders verzwakken.

“Hoge schulden, afhankelijkheid van grondstoffen en marktvolatiliteit vergroten de kwetsbaarheid voor binnenlandse en internationale schokken”

Conclusie: hoge risico’s, potentieel hoge opbrengst

Hoewel de regering optimistisch is over de toekomstige olie-inkomsten en fiscale hervormingen, schetst het prospectus een waarschuwend beeld. Tussen de afhankelijkheid van grondstoffen, politieke onzekerheid, hoge schulden en marktschommelingen zijn de risico’s voor investeerders aanzienlijk. “Elk van deze factoren, evenals volatiliteit in de markten voor effecten die vergelijkbaar zijn met de notes, kan de liquiditeit van en de handelsmarkt voor de notes nadelig beïnvloeden”, waarschuwt het memorandum.

Voor beleggers biedt Suriname kansen in een rijke natuurlijke hulpbronnenmarkt, maar de waarschuwingen zijn duidelijk: hoge opbrengsten gaan gepaard met hoge risico’s.

https://dwtonline.com/beschouwing-suriname-terug-op-internationale-kapitaalmarkt-kansen-en-risicos-voor-investeerders/

VSB wil wettelijk ontwikkelingsplan om nieuwe schuldenval te voorkomen

De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) maakt zich ernstig zorgen over de recente ontwikkelingen rond de wijziging van de Wet op de Staatsschuld en de signalen uit het SEOB-bulletin van het ministerie van Financiën en Planning. Volgens de organisatie is het verruimen van de leenruimte zonder harde kaders en zonder koppeling aan een langetermijnstrategie “een gevaarlijk pad” dat Suriname opnieuw kan opzadelen met ondraaglijke schulden.

De VSB herinnert eraan dat het land al eerder de gevolgen heeft gevoeld van consumptief leengedrag. Het verruimen van het leenplafond in het verleden leidde tot economische recessie en noodgedwongen samenwerking met het Internationaal Monetair Fonds (IMF). “Grote delen van de samenleving zijn hierdoor wezenlijk verarmd, en een groot aantal bedrijven heeft de Covid-nasleep en de lokale economische recessie niet overleefd,” stelt de organisatie.

Volgens de VSB mogen schulden nooit een doel op zich zijn, maar moeten ze aantoonbaar bijdragen aan duurzame ontwikkeling. “Schulden zijn geen strategie. Leningen moeten ontwikkelingsfaciliterend zijn en leiden tot groei, werkgelegenheid en weerbaarheid,” benadrukt de organisatie.

De VSB waarschuwt dat de verwachte inkomsten uit de opkomende olie- en gassector geen vrijbrief mogen vormen voor roekeloos lenen. Integendeel, de organisatie ziet dit als een momentum om te investeren in de juiste randvoorwaarden: “onder meer in educatie, gezondheidszorg, infrastructuur en local content.”

Oproep aan regering en samenleving
De organisatie doet een dringende oproep aan de regering en andere maatschappelijke partners om gezamenlijk te werken aan een breed gedragen langetermijnontwikkelingsplan. Dat plan moet, volgens de VSB:
– tot stand komen in samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven, vakbeweging, wetenschap en maatschappelijk middenveld;
– wettelijk worden verankerd, zodat het niet wordt beïnvloed door politieke grilligheid;
– concrete doelen bevatten in lijn met de Sustainable Development Goals (SDG’s);
– en gepaard gaan met versterking van instituties als de Belastingdienst, Bureau voor de Staatsschuld, Rekenkamer, Planbureau en Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS).

Zonder visie en wettelijke borging dreigt de toekomst van Suriname opnieuw “gegijzeld te worden door schulden”, aldus de VSB. “Met een wettelijk geborgd ontwikkelingsplan kan Suriname de olie- en gasinkomsten van morgen omzetten in duurzame ontwikkeling.”

De organisatie sluit af met een oproep tot transparantie en brede participatie. “Alleen door openbaarheid van bestuur en actieve betrokkenheid van alle stakeholders kan het vertrouwen worden hersteld en de toekomst van Suriname veiliggesteld.”

De VSB benadrukt haar bereidheid om samen met de regering te werken aan een evenwichtig beleid “dat gedragen wordt door alle segmenten van de samenleving.”

https://www.srherald.com/suriname/2025/10/13/vsb-wil-wettelijk-ontwikkelingsplan-om-nieuwe-schuldenval-te-voorkomen/

Gevaarlijk spel met schuldenplafond

09 OKTOBER 2025

In De Nationale Assemblée (DNA) is een nieuwe wetswijziging aangenomen die het schuldenplafond van de overheid moet verhogen. De initiatiefnemers van deze wetswijziging, afkomstig uit de coalitie, stellen dat de maatregel noodzakelijk is om de begroting enigszins sluitend te krijgen en de lopende verplichtingen van de overheid na te komen.

Achter deze redenering schuilt echter een groot gevaar: schulden kunnen worden aangewend om consumptieve uitgaven te financieren, zoals salarissen, toelagen en andere vergoedingen, evenals de aanschaf van auto’s, het betalen van buitenlandse reizen en de inkoop van diverse goederen. Dit is een zorgwekkende ontwikkeling, omdat schulden op die manier niet bijdragen aan economische groei, maar enkel de toekomstige lasten van de samenleving vergroten.

Volgens de meest recente cijfers van het Bureau voor de Staatsschuld bedraagt de totale overheidsschuld inmiddels 94,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp), oftewel SRD 138,3 miljard. Ter vergelijking: in 2020 bedroeg de schuld zelfs 125 procent van het bbp. Door prudent beleid van de vorige regering is de staatsschuld afgenomen, maar nu gaan we weer de andere kant op.

Het nieuwe wetsvoorstel heeft als doel deze overschrijding achteraf te legaliseren en de regering opnieuw de ruimte te geven om extra leningen aan te gaan. Daarmee wordt feitelijk een vrijbrief gecreëerd voor onbeperkt lenen. Burgers hebben de afgelopen jaren aan den lijve ondervonden wat de gevolgen zijn van een hoge staatsschuld: het levensonderhoud wordt steeds duurder.

De rol van het Bureau voor de Staatsschuld is in dit proces bijzonder opmerkelijk. Als operationeel orgaan van het ministerie van Financiën is het Bureau niet onafhankelijk, maar fungeert het als uitvoerende arm van de overheid. Toch is het advies van dit Bureau medebepalend geweest voor de totstandkoming van de wet. Dit betekent dat de regering in feite haar eigen controlemechanisme adviseert en legitimeert. In een goed functionerende democratie zou een dergelijk orgaan juist onafhankelijk moeten opereren om belangenverstrengeling en politiek opportunisme te voorkomen.

Volgens berekeningen zal de overheid in 2026 alleen al USD 400 miljoen moeten betalen aan rente en aflossingen — bijna één derde van alle overheidsuitgaven. Elke dollar die naar rente gaat, is een dollar minder voor een school, een ziekenhuis of een weg.

Het Suriname Economic Oversight Board (SEOB) heeft al gewaarschuwd voor de gevolgen van deze wetswijziging. Volgens het SEOB vergroot de nieuwe wet het morele risico aanzienlijk: ze maakt het te gemakkelijk voor regeringen om nieuwe leningen aan te gaan zonder voldoende parlementaire controle.

De gevolgen van een te hoge staatsschuld zijn desastreus. Naarmate de schulden stijgen, verliezen geldschieters — zoals Oppenheimer en andere investeerders — het vertrouwen en eisen zij hogere rentetarieven als compensatie voor het grotere risico. Hierdoor stijgen de kosten van toekomstige leningen nog verder, waardoor een steeds groter deel van de begroting opgaat aan het betalen van rente, in plaats van aan productieve uitgaven.

Het verlies aan vertrouwen in de Surinaamse dollar (SRD) is een tweede, even dodelijk effect. Wanneer de overheid steeds meer geld leent of creëert, daalt de waarde van de SRD. De wisselkoers ten opzichte van harde valuta’s zoals de Amerikaanse dollar en de euro verzwakt, waardoor importgoederen – brandstof, voedsel, medicijnen – duurder worden. Dit wakkert de inflatie verder aan en vergroot de druk op gezinnen die toch al moeite hebben om rond te komen.

Om de schuldenlast te kunnen dragen, blijven de overheid vaak slechts twee pijnlijke opties over: belastingen verhogen of uitgaven verlagen. Beide maatregelen remmen de economische groei af en treffen vooral de zwakkeren in de samenleving. De combinatie van inflatie, hogere belastingen en bezuinigingen zorgt voor een dramatische daling van de koopkracht. De middenklasse verarmt, en steeds meer gezinnen zakken onder de armoedegrens.

Suriname heeft de afgelopen jaren met veel moeite en offers stappen gezet richting herstel en stabiliteit. Die vooruitgang mag niet worden opgeofferd aan kortetermijnpolitiek en onverantwoorde leningen. De voorgestelde wetswijziging is niet zomaar een technische aanpassing – het is een gevaarlijke sprong terug richting financieel slecht bestuur.

Als dit beleid doorgaat, zal de schuldenberg niet alleen onze economie, maar ook het vertrouwen van het volk in zijn eigen toekomst verpletteren. Suriname heeft geen nieuwe schulden nodig. Het heeft nieuw beleid, discipline en integriteit nodig. Alleen dan kan het land zich bevrijden van de ketenen van schuld en de weg inslaan naar gezonde, duurzame groei.

David Dewdath MSc

https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/88605