DE ANTAGONISTISCHE TEGENSTELLING TUSSEN DE DEMOCRATISCHE RECHTSSTAAT EN HET DOOR PATRONAGE OPGEBOUWDE PIRAMIDALE STELSEL VAN HET NDP KRIJGSHEERSCHAP MET COMPLEET SOCIAL EN REGULIERE MEDIA NETWERKEN VAN SABOTEURS EN VALSE SCRIBENTEN MET EEN ERNSTIG CHAN SANTHOKI SYNDROOM. CORRUPTIE IS INHERENT AAN DIT STELSEL. HUN PATRONAGE STELSEL ONTPLOFT WANNEER DE NDP DE FEITEN EN DE WETENSCHAP VOOROP STELT EN DUS HET ALGEMEEN BELANG LAAT PREVALEREN. ALLEEN HET VOLK KAN IN 2030 DEZE STRIJD BESLECHTEN IN HAAR VOORDEEL!
(founder/owner website)
Aanslag van de NDP en Simons op de rechtstaat is niet nieuw, Simons is een recidivist (OPINIE)
Het zou niemand mogen verbazen om te zien dat Simons de rechtstaat weer naar hand wil zetten. Dit is een gewoonte van de NDP en haar voorlopers en van Simons. Simons is een recidivist. Wie goed luisterde naar haar voor de verkiezingen kon al horen dat zij de rechters en het OM zou willen kortwieken en hen willen onderwerpen aan haar wil.
Trackrecord NDP en Simons
De rechtstaat is vanaf 1980 op diverse momenten door de voorloper van de NDP, de NDP en ook onder aanvoering van Simons als DNA-voorzitter onder druk gezet.
1. Staatsgreep in 1980 (onder leiding van Bouterse)
2. Telefooncoup in 1990 (onder leiding van Bouterse)
3. Amnestie wet doorgedrukt (onder leiding van Simons)
4. Hoefdraad niet in staat van beschuldiging stellen (onder leiding van Simons)
Het is overduidelijk dat de NDP een ‘trackrecord’ heeft om alleen te willen heersen, als het niet met laarzen en echte uzi’s kan dan maar via wetten en manipulaties. Dat is dan de ‘digitale uzi’, dat is net als ‘criminaliteit in smoking’, dat is het hetzelfde als de bank beroven met digitale inbraak in plaats van een ramkraak. In deze moderne tijd heeft zo’n digitale uzi als wapen een groter effect dan de uzi’s van vroeger. Het volk moet bedachtzaam zijn. De digitale uzi lijkt onschuldig maar het is erger dan de precisie van een sluipschutter.
NDP heeft die manipulaties en digitale uzi al uitgeprobeerd en gedemonstreerd. Op weg naar de verkiezingen van 2020 hebben zij alle politieke partijen geprobeerd te neutraliseren door een zogeheten pre-electorale combinatie te verbieden. Dit allemaal om hun machtspositie te willen behouden. Dat was een greep naar de macht middels digitale uzi. Gelukkig voor het land, het mocht niet baten in 2020. Vijf jaren later vielen zij zelf in hun zwaard en vluchtten zij in een lijst waarin zij partijen willen opslokken. De HvB is in deze alvast gewaarschuwd. Blijf kijken op het schaakbord zeg ik dan maar in navolging van Bouterse.
Dezelfde digitale uzi probeerde de NDP met de amnestie wet. Dankzij goed geharnaste rechters bleek dat wapen nutteloos te zijn.
Alles wijst erop dat de vervolging en berechting van Bouterse, van Hoefdraad, van Van Trikt, van Kromosoeto en van Hew a Kee, de paarsen tot woede en wrok heeft geleid jegens de rechters en het OM en in het bijzonder de huidige PG.
Dat de NDP uit woede en wrok tot onbezonnen acties kan over gaan hebben wij recentelijk nog gezien bij OWRO waarvan het arme volk het gelag moet betalen. Misiekaba gaat onbezonnen het hoger beroep van Nurmohamed in trekken en Tsang ontslaat een heleboel mensen ten onrechte. De prijs is betaald door het volk en niet door Misiekaba en Tsang.
Simons had al gehint dat zij vindt dat rechters en het OM gecontroleerd moeten worden. Dit heel ‘ding’ wat nu afspeelt is al voorgekookt in Ocer nog voor 25 mei 2025. De handlangers hebben maandenlang een show opgevoerd en een probleem opgeblazen en het accent verlegd naar de PG zodat Simons na verkiezingswinst met grote voortvarendheid kan ingrijpen. Dit is vergelijkbaar met een opstand in scène zetten, de boel opjutten zodat de junta kan ingrijpen. Een beproefde methode van de NDP, zij hebben ervaren hierin. Dit is recidive gedrag. Dit is herhaling van zetten in een moderne jas, de digitale uzi.
Noodzaak voor meerdere PG’s
Waar is meerdere PG’s als oplossing voor? Het is opvallend en bijna bizar dat Jones als trekker, vanuit de NDP, van de wet niet helder kan uitleggen welk probleem opgelost wordt met de oplossing van meerdere PG’s.
De klacht dat aangiftes, strafzaken en processen lang, te lang duren kan helemaal waar zijn maar dan moet je kijken waar het aan ligt. De klacht dat alleen hoger beroep bij het Hof niet voldoende voor de rechtszekerheid is en dat er nog een instantie moet zijn kan ook waar zijn. Maar dan moet je een goede analyse maken van de problemen en daar eerst een goed proces (organisatie proces) ontwerp wat integraal is van maken om dan wetgeving daarvoor te bedenken.
Overigens, een saillant detail is dat vooral de paarsen steeds in strafzaken zijn verzeild geraakt waarvoor alleen zij steeds verder dan het Hof willen op zoeken. Tot nu toe zie je deze behoefte niet bij anderen dan paarsen als Bouterse, Hoefdraad, Van Trikt en misschien straks anderen die in de ‘pijplijn’ zitten en de bui al zien hangen.
Maar terug naar de analyse. Als je de keten van, eenvoudig gezegd, vervolging en berechting beschouw, zoals in onderstaand plaatje, dan valt het volgende op.

Als er vertraging is vanwege drukte en overbelasting dan kan het in de keten zijn bij:
1. De Politie: dat los je op door meer mankracht en meer materieel. Niet door meer ministers van JusPol te benoemen toch? Je benoemt ook niet meerdere korpschefs toch?
2. Het OM: dat los je op door meer mankracht en betere faciliteiten, door meer officieren en AG’s. Niet door meer PG’s immers meer ‘bazen’ en nog steeds weinig ‘medewerkers’ lees officieren en AG’s lost het probleem niet op. Dus waarom hier wel meerdere PG’s willen?
3. De rechters: dat los je op door meer rechters en betere ondersteuning zoals onder andere digitalisering. Dat los je toch niet op door meerdere presidenten van het Hof te benoemen? Overigens het beperkt aantal rechters wordt ‘afgeleid’ door de grote hoeveelheid civiele zaken die Surinamers graag elkaar aansmeren immers men sleept elkaar door het minste en geringste naar de groene tafel zoals zij dat in Suriname zo graag noemen.
Na deze beschouwing van de keten en het probleem van vertraging en verstopping is het heel merkwaardig dat alle problemen heel creatief zonder enige onderbouwing toegeschreven wordt aan een 1-hoofdig PG. Er is totaal geen rationale daarvoor te vinden, het is totaal onlogisch en ook inconsistent met de problemen bij de politie en rechters en bij de brede overheid zoals ministers en zelfs president.
Hier zie je de verdenking op de valse motieven voor het willen benoemen van meerdere PG’s. Voeg hieraan de maandenlange openlijke hetze tegen de huidige PG vanwege haar etnische achtergrond en je hebt de ‘smoking uzi’ van Simons en haar kameraden gevonden. De machtsgreep is aanstaande.
Prioriteiten
Tenslotte een ander invalshoek om in te zien dat het Simons en haar kameraden alleen gaat om macht en machtsgreep. Het land stond volgens hun in aanloop naar de verkiezingen in vuur en vlam, ze zongen in koor ‘we dede in a film’ en na het aantreden van Simons is haar hoogste prioriteit om meerdere PG’s te benoemen in plaats van hard te werken aan meer inkomsten en verlaging van de kosten om zo de economie te verbeteren. Mooi niet. Eerst de PG kaltstellen en dan is de wrok en wraak gestild en dan is de weg vrij om straks ook de economische macht te grijpen want de grote oliedollars lonken.
Rol van de overige coalitie partijen
Nu komt het erop aan wat de andere 17 zetels van de 34 zetels gaan doen. Dansen naar de pijpen van Simons met haar 17 zetels (de NDP heeft maar slechts 17 en geen 18 zetels want 1 zetel is van de HvB). De coalitiepartijen zijn gewaarschuwd. Zij kunnen straks hun handen niet in onschuld wassen. Zij dreigen nu weer medeplichtig te worden aan de machtsgreep van Simons en haar NDP net als toen de PL en ABOP ingeluisd waren met het aannemen van de amnestiewet. Vader Somohardjo zei daags na aanname dat hij spijt had. Wel de PL is hopelijk geen ezel die aan dezelfde steen voor de 2e keer gaat stoten. Dominee Reyme kan hierna niet meer met droge ogen in de kerk beschaving prediken en de NPS is bijna gedecimeerd door de NDP. Meedoen met de NDP zal het genadeschot zijn uit de digitale uzi.
Het volk heeft ook wat te zeggen. Het volk is meer dan de verzamelde herrieschoppers als handlangers van de NDP op social media. Het volk is nu gewaarschuwd.
Caribbean Court of Justice stelt een ‘Surinaamse Hoge Raad’ binnen CCJ-structuur voor

BRUNSWIJK WAARSCHUWT PARLEMENT
“Hervorming zonder visie ondermijnt rechtsstaat”
Parlementariër Ronnie Brunswijk heeft in De Nationale Assemblee een indringend betoog gehouden…
Times of Suriname

tegen de voorgestelde hervormingen van de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie (OM). Volgens Brunswijk raken de wetsvoorstellen niet slechts technische aspecten van het rechtssysteem, maar vormen zij een directe ingreep in de kern van de Surinaamse rechtsstaat.
“Hervorming is noodzakelijk”, stelde Brunswijk, “maar hervorming zonder constitutionele visie is gevaarlijk”. Hij waarschuwde dat de voorgestelde wijzigingen leiden tot een verschuiving van macht, waarbij bestaande waarborgen juist worden verzwakt in plaats van versterkt.
Brunswijk benadrukte dat Suriname nooit een diepgaand parlementair debat heeft gevoerd over de fundamenten van het staatsrechtelijk bestel. De Grondwet van 1987 kwam tot stand zonder memorie van toelichting en zonder systematische doordenking van de trias politica. Juist daarom, zo stelde hij, is uiterste zorgvuldigheid geboden bij elke wijziging van de rechterlijke macht. Een belangrijk punt van kritiek betrof de positie van de procureur-generaal. Volgens Brunswijk is het huidige model – met één hiërarchisch geleid OM en een voor het leven benoemde pg – bewust gekozen om politieke beïnvloeding van vervolgingsbeslissingen te voorkomen. Het schrappen van institutionele voordracht en advisering ondermijnt volgens hem de legitimiteit en interne stabiliteit van het OM.
Ook het voorstel om de pensioenleeftijd van leden van het Openbaar Ministerie te verlagen van 70 naar 65 jaar noemde hij staatsrechtelijk onjuist en organisatorisch onverstandig. Ervaring is volgens Brunswijk geen luxe, maar een noodzakelijke waarborg voor kwaliteit en continuïteit binnen een kleine rechtsorde als die van Suriname.
Verder uitte hij zorgen over het invoeren van fatale termijnen voor het Hof van Justitie om advies uit te brengen over benoemingen. Het risico dat benoemingen doorgaan zonder rechterlijk advies acht hij funest voor het institutionele evenwicht. “In geen enkel volwassen rechtsstelsel wordt de rechterlijke macht onder druk gezet door eenzijdige termijnen van de uitvoerende macht”, aldus Brunswijk. Hoewel hij de invoering van cassatierechtspraak inhoudelijk steunt, waarschuwde hij dat cruciale aspecten van de hoogste rechter worden overgelaten aan gewone wetgeving, terwijl grondwettelijke beperkingen toekomstige flexibiliteit juist blokkeren. Dat is volgens hem riskant voor een kleine rechtsorde die gebaat is bij internationale samenwerking.
Het voorstel dat volgens Brunswijk de grootste risico’s met zich meebrengt, is de instelling van een college van procureurs-generaal. In Suriname, met één parket en één hof, leidt een collegiale leiding volgens hem tot onduidelijkheid, vertraging en vervaging van verantwoordelijkheid. “Strafrecht verdraagt geen patstellingen”, waarschuwde hij.
Brunswijk verwees daarbij naar ervaringen in Nederland en het Caribisch gebied, waar politieke invloed op vervolging slechts onder zware waarborgen wordt toegestaan. Suriname dreigt volgens hem een tegengestelde koers te varen: minder bescherming waar juist meer nodig is. Hij sloot zijn betoog af met een duidelijke oproep aan het parlement om niet te vervallen in automatisme. “Wij zijn hier niet om jaknikkers te zijn”, zei Brunswijk. “De rechtsstaat leeft niet van goede bedoelingen, maar van structuren die machtsmisbruik voorkomen.”
Volgens Brunswijk staat bij deze wetsvoorstellen niet alleen juridische hervorming op het spel, maar het vertrouwen van de samenleving in recht en democratie. Dat vertrouwen, zo benadrukte hij, verdient maximale bescherming.
https://www.surinametimes.com/artikel/hervorming-zonder-visie-ondermijnt-rechtsstaat
Brunswijk: Jones is handlanger van de regering

ABOP-fractieleider Ronnie Brunswijk
De interruptieronde na het betoog van Ronnie Brunswijk (ABOP) over de hervorming van de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie (OM) mondde uit in een zichtbare aanvaring tussen Brunswijk en mede-parlementariër Ebu Jones (NDP). De spanning draaide vooral om de vraag wie politieke verantwoordelijkheid draagt voor de voorstellen, die als initiatiefwet bij het parlement zijn ingediend. Brunswijk verweet Jones handlanger te zijn van de regering. Hij speelt volgens Brunswijk ‘regering’. Brunswijk waarschuwde voor uitholling van de onafhankelijkheid van de procureur-generaal.
Brunswijk niet eens met wijze hervorming Openbaar Ministerie
Tijdens de vragenronde werd Brunswijk onder meer bevraagd over mogelijke politieke invloed op vervolging, de benoeming van de procureur-generaal en de checks-and-balances. Brunswijk herhaalde in zijn reactie dat hij niet tegen hervorming is, maar dat het om een zwaarwichtig dossier gaat dat volgens hem door de regering zelf moet worden verdedigd en toegelicht. Hij sprak zijn ongenoegen uit dat het traject volgens hem “ineens” via een initiatiefwet bij De Nationale Assemblee terechtkwam en waarschuwde dat men geen “misbruik” moet maken van de mogelijkheid om initiatiefwetten in te dienen.
‘Regering spelen’
Het moment waarop het debat escaleerde kwam toen Brunswijk in scherpe bewoordingen suggereerde dat Jones “regering wil spelen” door met een initiatiefwet te komen. Jones reageerde fel en maakte een persoonlijk feit, waarbij hij benadrukte dat de indieners grondwettelijk bevoegd zijn om initiatiefwetten in te dienen en dat het “niemands recht” is om hen weg te zetten als mensen die de regering zouden “spelen”. Hij stelde bovendien dat Brunswijk zichzelf tegensprak door eerst te zeggen dat hij als parlementariër sprak, maar tegelijk te verwijzen naar bespreking in regeringsverband.
Brunswijk nam zijn formulering deels terug, maar de toon bleef gespannen. In het vervolg van de woordenwisseling viel Brunswijk Jones meerdere keren in de rede. Assembleevoorzitter Ashwin Adhin greep herhaaldelijk in, riep op tot orde en maakte duidelijk dat punt-van-orde en interrupties niet bedoeld zijn om elkaar te blijven bestrijden. Hij benadrukte dat Assembleeleden het recht hebben om initiatiefwetten in te dienen.
Na het tumult werd het debat kort gekalmeerd en kreeg Brunswijk de ruimte om af te ronden. Hij zei dat hij eerst de toelichting van de initiatiefnemers en later ook van de regering wil horen voordat hij zijn definitieve oordeel vormt. Hij onderstreepte dat hij kritisch blijft en dat parlementariërs geen “jaknikkers” moeten worden: als de voorstellen volgens hem onrust veroorzaken in de samenleving, kan hij daar niet in meegaan.
https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/90445
Brunswijk: “Regering moest mans genoeg zijn om wetten zelf in te dienen”

ABOP-DNA-lid Ronnie Brunswijk
De debatten in De Nationale Assemblee (DNA) omtrent de initiatiefwetten om hervormingen te brengen in de rechterlijke macht en wijziging van de Grondwet heeft vandaag een nieuwe wending genomen, nu de ABOP-fractieleider Ronnie Brunswijk in duidelijke woorden heeft aangegeven niet overtuigd te zijn omtrent de hervormingen die de initiatiefnemers willen doorvoeren. Hij betichtigde de regering ervan haar verantwoordelijkheden af te schuiven naar het parlement. “We waren bezig met gesprekken hierover in coalitieverband. De ene op de andere dag is het afgeschoven naar het parlement. De regering moet zulke zwaarwichtige wetten zelf indienen en hier komen verdedigen. De regering moet mansgenoeg zijn om de wetten zelf in te dienen”, zei de ABOP-topman. “Collega Jones (Ebu Jones…red.) wil regering spelen en dient een initiatiefwet in.”
Hervormingen niet los van instituties
Volgens Brunswijk kunnen hervormingen niet plaatsvinden los van de bestaande instituties. “Het Openbaar Ministerie (OM) heeft vervolgingsmonopolie onder leiding van de procureur-generaal (pg). Daarom wordt de pg ook voor het leven benoemd. Niet om macht te verzamelen, maar om de onafhankelijkheid van het instituut te waarborgen. Politieke beïnvloeding op het vervolgingsbeleid is aanvaardbaar onder zware waarborging of helemaal niet. Deze initiatiefvoorstellen verzwakken de waarborging”, merkte Brunswijk op. Volgens de ABOP-voorzitter is tijdens het congres Modernisering Rechterlijke Macht brede tegenstand geweest tegen de voorgestelde wijzigingen van onder andere de Surinaamse Orde van Advocaten (SOVA), vereniging van notarissen en ook de Anton de Kom Universiteit van Suriname (Adekus).
Terugbrengen pensioenleeftijd OM staatsrechtelijk onjuist
DNA-lid Brunswijk is het ook niet mee eens dat de pensioengerechtigde leeftijd van leden van het OM, waaronder de pg, teruggebracht wordt van 70 jaar naar 65 jaar. “Dat is staatsrechtelijk onjuist en organisatorisch onverstandig. Het is eerder verhoogd om de continuïteit van het instituut en behoud van ervaren functionarissen om het complex werk voort te zetten.”
Volgens Brunswijk is het ook niet ideaal om de termijn waarbinnen het Hof van Justitie advies moet uitbrengen, tot 30 dagen terug te brengen. “Je kan de rechterlijke macht niet onder druk zetten middels termijnen.”
Wie is eindverantwoordelijke bij college van pg’s
Brunswijk heeft ook zijn kanttekeningen bij het instellen van een college van pg’s. “Colleges van pg’s komen voor in grote landen met meerdere parketten en complexe regionale structuren. Daar kan het functioneel zijn. In Suriname kennen we 1 parket en 1 Hof, met een overzichtelijke rechtsorde. Als je een college hebt, wie gaat de leiding hebben, wie gaat de eindverantwoordelijke zijn, wie zal het opsporingsbeleid uitzetten. Het strafrecht verdraagt dat niet. Met deze voorstellen zie ik geen versterking van de waarborging, maar verschuiving van de macht.”
Straks willen we 2 presidenten en 2 DNA-voorzitters
Brunswijk waarschuwde dat er rekening gehouden moet worden met een aantal aspecten, voordat je verandering gaat brengen in de rechterlijke macht. “Je dient rekening te houden met het recht van de burgers. Daarmee kan je niet lichtzinnig mee omgaan. Omdat er een nieuwe generatie nu opkomt, kunnen we straks ook zeggen dat we 2 presidenten willen in de Republiek Suriname of 2 voorzitters van De Nationale Assemblee (DNA)”, gaf Brunswijk een voorbeeld aan.
Niet tegen hervormingen
“Ik ben niet tegen hervormingen, maar laten we zaken eerst goed bekijken. Ik kijk na mijn opmerkingen nu uit naar de antwoorden van de initiatiefnemers om mij wederom te oriënteren over deze materie. De initiatiefnemers moeten mij nu overtuigen, omdat dit geen eenvoudige zaak is.” Volgens Brunswijk moet men geen jaknikker zijn in het parlement. Niet alles moet ja en amen zijn. “Ik ben zeer kritisch. Als jullie me kunnen overtuigen, ga ik mee”, aldus Brunswijk.
Brunswijk: onafhankelijkheid pg mag niet worden uitgehold

ABOP-fractieleider Ronnie Brunswijk vandaag in DNA.
Vicevoorzitter van De Nationale Assemblée en ABOP-fractievoorzitter Ronnie Brunswijk waarschuwt dat voorgestelde hervormingen van het Openbaar Ministerie (OM) de onafhankelijke positie van de procureur-generaal (pg) onder druk zetten. Als lid van de commissie van rapporteurs stelde hij tijdens het parlementaire debat vandaag dat bestaande waarborgen rond benoeming, gezag en continuïteit van de pg dreigen te worden verzwakt.
Volgens Brunswijk is het OM bewust ingericht als één ondeelbaar en hiërarchisch orgaan onder leiding van een voor het leven benoemde pg, juist om vervolgingsbeslissingen af te schermen van politieke invloed. Het schrappen van institutionele filters bij de benoeming van de pg noemde hij zorgwekkend, omdat dit vragen oproept over legitimiteit, gezag en interne stabiliteit binnen het Openbaar Ministerie.
De politicus benadrukte dat hervorming van de rechterlijke macht en het OM noodzakelijk is, maar dat deze niet los van elkaar en niet via versnipperde wetsvoorstellen mag plaatsvinden. Zonder samenhang en constitutionele zorgvuldigheid dreigt volgens hem een verschuiving van macht in plaats van versterking van de rechtsstaat.
Ook uitte Brunswijk kritiek op het verlagen van de pensioenleeftijd van leden van het OM en op voorstellen die het Hof van Justitie onder tijdsdruk zetten bij advisering over benoemingen. Zulke maatregelen ondermijnen volgens hem de continuïteit, ervaring en het institutionele evenwicht.
Hoewel Brunswijk de invoering van cassatierechtspraak ondersteunt, waarschuwde hij dat essentiële keuzes over toezicht, samenstelling en bevoegdheden onvoldoende zijn verankerd. Daarnaast plaatste hij vraagtekens bij de instelling van een college van procureurs-generaal, dat volgens hem niet past bij de schaal van Suriname en kan leiden tot onduidelijke verantwoordelijkheden.
Brunswijk riep op om bij hervormingen lessen te trekken uit andere rechtsstelsels, met respect voor onafhankelijkheid, politieke terughoudendheid en heldere bevoegdheidsverdeling als fundamenten van de rechtsstaat.
https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/90444
Brunswijk kritisch over hervormingen rechterlijke macht; ‘het is een verschuiving van macht’
2 febr 2026

Stichting 8 December 1982: Vertrouwen in pg blijft
De Stichting 8 December 1982 heeft kennisgenomen van de uitlatingen van assembleelid Michael Marengo tijdens het debat over de hervorming van het Openbaar Ministerie.
Als volksvertegenwoordiger heeft hij uiteraard het recht om namens het volk te spreken. De Stichting spreekt echter uitsluitend voor zichzelf en behoudt het vertrouwen in de procureur-generaal.
Het is belangrijk te onderstrepen dat er al geruime tijd doelbewuste pogingen worden ondernomen om het gezag van de procureur-generaal (pg) te ondermijnen. Dergelijke uitlatingen dragen bij aan het verzwakken van de rechtsstaat en het vertrouwen in de onafhankelijke instituties die haar dragen.
De Stichting 8 December 1982 blijft pal staan voor de versterking van de rechtsstaat en voor het respecteren van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie, staat in een vandaag uitgegeven verklaring.
https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/90437
Heftig interruptie debat hervorming OM: ‘Er is geen vertrouwen in de pg’

Assemblee lid Michael Marengo (NDP)
Tijdens de interrupties na de spreekbeurt van assembleelid Raymond Sapoen (NDP) vrijdag in De Nationale Assemblee is een fel debat losgebarsten over de voorgestelde grondwetswijzigingen rond de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie. Meerdere leden spraken zich scherp uit, waarbij fractielid Michael Marengo (NDP) ronduit stelde dat er in de samenleving geen vertrouwen is in de procureur-generaal (pg) en dat het land volgens hem in een “vertrouwenscrisis” verkeert. De behandeling van de initiatiefwetten wordt vandaag voortgezet.
Assembleelid Ann Sadi (NDP) zei de kernvraag van Sapoen te herkennen — “is er recht zonder aanzien des persoons?” — en verwees naar eerdere voorbeelden die volgens haar het vertrouwen in de rechtsgang aantasten. Zij sprak zich ook uit tegen het idee van toetreding tot het Caribbean Court of Justice (CCJ), omdat cassatie volgens haar dan vooral bereikbaar zou worden voor “rijke Surinamers” door de hoge drempel en kosten. Sapoen is voorstander van de gang naar het CCJ als alternatief voor een eigen Hoge Raad. De NDP-fractie pleit juist voor een eigen derde rechtsprekende instantie, terwijl de oppositie (VHP) kiest voor CCJ.
VHP-Assembleelid Krishna Mathoera vroeg Sapoen om concreet te maken welke onderdelen van de rechtsstaat door een college van pg’s zouden worden versterkt, hoeveel leden het college zou tellen en hoe de organisatie in de praktijk vorm zou krijgen. Zij stelde ook vragen over waarborgen tegen politieke beïnvloeding. Aan de andere kant klonk steun van onder meer Jennifer Vreedzaam (NDP) en haar fractiegenoot Tashana Lösche, die stelden dat hervorming nodig is en dat het niet gaat om personen, maar om het institutioneel versterken van het systeem. Zij suggereerden dat een taakverdeling binnen een college van pg’s de kwetsbaarheid voor druk en selectiviteit kan verminderen.
Felle afwijzing door Jogi
Het scherpste verzet kwam van Assembleelid Mahinder Jogi (VHP), die stelde dat een college van pg’s juist politieke druk op het Openbaar Ministerie (OM) zou vergroten. Volgens hem is het voorstel een vorm van “politieke inmenging” en past het niet binnen de Surinaamse context. Jogi verwees daarbij naar eerdere presentaties en vond dat het concept in Suriname niet zal werken.
Marengo ging een stap verder en benoemde openlijk de vertrouwenskwestie rond de pg. Hij zei dat het feit dat het parlement deze wetten behandelt, al wijst op een probleem binnen het systeem. Volgens hem leeft in de samenleving het gevoel dat er selectief wordt gehandeld en dat het vertrouwen ontbreekt. “Er is geen vertrouwen,” stelde hij. Hij waarschuwde dat het land een groot probleem heeft als het volk geen geloof meer heeft in de rechterlijke macht. Tegelijk pleitte hij ervoor om instituties en functionarissen binnen de rechterlijke macht te beschermen tegen verdere polarisatie en onveiligheid.
‘Één pg werkt niet meer’
Sapoen reageerde na de interrupties dat emoties begrijpelijk zijn, maar dat grondwetswijzigingen een zakelijke benadering vereisen. Hij benadrukte dat volksvertegenwoordigers signalen uit de samenleving niet mogen negeren als er vragen leven over de betrouwbaarheid van de rechtsgang. Tegelijk stelde hij nadrukkelijk dat het debat niet gaat om het “weghalen” van personen, maar om modernisering en herstructurering van het systeem.
Volgens Sapoen is het huidige model met één PG niet meer werkbaar en “niet meer van deze tijd”, waarbij hij waarschuwde dat woorden niet verdraaid moeten worden alsof hij de persoon van de PG diskwalificeert. Hij gaf verder aan dat de concrete inrichting van een college van pg’s — taken, aantal leden en interne organisatie — later bij wet moet worden uitgewerkt, en dat nu vooral wordt gewerkt aan de grondwettelijke mogelijkheid voor de toekomst.
https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/90424
Van der San reageert op Johan Blomhoff
DE MAN MET HET GROOTSTE CHAN SANTHOKI SYNDROOM

Eugene van der San
Masterclass strafrecht: checks & balances zitten al in het wetboek van strafvordering, aldus Blomhoff.
De constitutionele positie van de procureur-generaal (PG) en het Openbaar Ministerie in het staatsbestel van Suriname tegenover de voorgestelde hervormingen.
“Maak van de procureur- generaal één college, dan is er minder macht bij één persoon en dus minder politisering” aldus de kritische burger Johan Blomhoff, meer bekend als Chandrikapersad Santokhi, gewezen president van de Republiek Suriname.
Over politieke beïnvloeding van de PG, daar weet deze man alles van. Je moet het kunnen organiseren.
Het is veel eerder begonnen, maar met de “Wet Rechtspositie Rechterlijke Macht” zijn er twee vliegen in een klap geslagen.
Gedreven door politieke hebzucht is de grondwet misbruikt om de PG die geen politieke ambtsdrager is wel te politiseren.
Met de checks & balances in de wet waarnaar wordt verwezen is gemanipuleerd en er is inderdaad een interne stoelendans van gemaakt.
In strijd met de grondwet is de toepassing van artikel 141 lid 3 gehanteerd met als resultaat het volgende:
Het openbaar bestuur werd bewust met vier wetten: S.B. 2024 no. 159, S.B. 2024 no. 160, S.B. 2024 no. 161 en S.B. 2024 no. 158 een jaar voor de algemene verkiezingen geconfronteerd.
Nu komt een wet tot stand tussen De Nationale Assemblee en de regering, maar als de president het niet bekrachtigt kan het geen rechtsgevolgen hebben.
De rechtsgevolgen van de “Wet Rechtspositie Rechterlijke Macht” vormen nu een probleem binnen het rechtsstatelijk verkeer tussen de drie machten te weten de uitvoerende-, wetgevende- en rechterlijke macht.
De artikelen 2, 4, 5 lid 2, 5 lid 3 in samenhang met art. 31, 8, 14, 17, 22, van de onderhavige wet kunnen niet worden gehandhaafd.
In deze wet wordt de basis bezoldiging van de procureur-generaal vastgesteld op 95% van de Executieve, de President van de Republiek Suriname en de President van het Hof van Justitie, terwijl in een eerdere regeringsbeslissing welke gebaseerd was op artikel 141 lid 3 van de grondwet was reeds bepaald dat de bezoldiging hooguit 90% van de Executieve zou bedragen.
In tegenstelling tot al de artikelen in strafvordering genoemd die door Johan Blomhoff worden opgesomd, had hij in zijn andere hoedanigheid, maar één doel artikel 145 van de grondwet te politiseren, althans het hoofd daarvan.
Uit de vele handelingen van de afgelopen 3 tot 4 jaar van deze procureur- generaal in concrete opsporings- en vervolgingsgevallen van strafbare feiten, heeft De Nationale Assemblee terecht kunnen concluderen dat “er geen vertrouwen in de PG” is.
Het vertrouwen moet door de wijze van functioneren worden gewonnen en dat kan alleen door kennis van zaken van deze functionaris. Ook moet deze sterke, positieve karaktereigenschappen bezitten. Integriteit moet betrokkene op de eerste plaats stellen.
Een hoge mate van democratisch gehalte en rechtsstatelijk gevoel bezitten en niet manipuleerbaar zijn.
Als door het invoeren van een college deze functie-eisen kunnen worden bereikt…we benne benieuwd.
Masterclass strafrecht voor NDP’ers: checks & balances zitten al in het wetboek van strafvordering
Het klinkt aantrekkelijk: “maak van de Procureur-Generaal een college, dan is er minder macht bij één persoon en dus minder politisering.” Maar als kritische burger moet ik dat corrigeren. Checks & balances zijn geen interne stoelendans.
Echte tegenmacht komt van buiten het OM: rechters, rechtsmiddelen, motiveringsplichten en inzagerechten. En die waarborgen zitten al ruim in het Surinaamse Wetboek van Strafvordering (afgekort “Sv’).
Om te beginnen: de Sv zet de toon met het legaliteitsbeginsel. Artikel 1 Sv zegt dat strafvordering alleen
plaatsvindt “op de wijze bij de wet voorzien”. Dat is de eerste rem op willekeur.
Vervolging
De vervolging zelf staat bovendien niet “vrij”: Artikel 4 Sv geeft burgers een zwaar middel: beklag bij het Hof van Justitie als een strafbaar feit niet (verder) wordt vervolgd—en het Hof kan vervolging bevelen of weigeren in het algemeen belang. Dát is externe controle op het vervolgingsmonopolie.
Vervolgens: waar de verdediging (of het OM) vindt dat de procedure stil moet staan, eist de Sv transparantie.
Artikel 10 Sv laat de rechter vóór een schorsingsbeslissing getuigen en deskundigen horen.
Artikel 11 Sv verplicht dat schorsingsbeslissingen “met redenen omkleed” zijn én aan de verdachte worden betekend. En Artikel 12 Sv geeft zowel de vervolgingsambtenaar als de verdachte hoger beroep tegen schorsingsbeschikkingen, waarbij het Hof “zo spoedig mogelijk” beslist en motiveert. Dat is checks & balances in actie, zonder één extra PG-stoel.
Ook inzage en tegenspraak zijn wettelijk afgedwongen. Artikel 22 Sv verplicht dat verdachte (in verschillende
fasen) inzage in processtukken kan vragen.
Wordt inzage onthouden, dan geeft Artikel 24 Sv een bezwaarschrift bij het Hof. En Artikel 25 Sv stelt een harde grens: na een bepaald moment mag inzage niet meer worden onthouden. Dat zijn waarborgen tegen “geheim dossierbeleid”.
Artikel 54
Zelfs bij vrijheidsbeneming en dwangmiddelen zitten remmen. Artikel 54 Sv beperkt de beperkingen voor
inverzekeringgestelden tot wat strikt noodzakelijk is.
Artikel 67 Sv eist dat een verdachte in voorlopige hechtenis snel (binnen 24 uur) wordt gehoord, met proces-verbaal. Artikel 60a Sv legt een maximum op de duur van voorlopige hechtenis vóór de zitting.
Bij inbeslagname/teruggave geldt rechterlijke controle: artikel 106 Sv verplicht een schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris of rechter voor bepaalde OMbevoegdheden.
De conclusie is simpel en belerend: wie beweert dat een college PG’s “de” oplossing is voor checks & balances,
doet alsof ons strafproces geen waarborgen kent.
Die waarborgen zijn er al—zwart op wit. Een college voegt vooral extra topbenoemingen, extra interne politiek en extra onduidelijkheid toe.
Als je transparantie en verantwoording wilt: publiceer richtlijnen, versterk toezicht, eis motivering, en laat rechters hun controlerende rol doen. Dat is rechtsstaatwerk. NDP, jullie zoeken checks & balances op de verkeerde plek.
DNA ontvangt rapport over modernisering rechterlijke macht

Rapport congres rechterlijke hervorming aangeboden aan Assembleevoorzitter
De voorzitter van De Nationale Assemblée (DNA), Michael A. Adhin, heeft een gestructureerd rapport in ontvangst genomen uit handen van Simone Koole, directeur van het Centrum voor Democratie en Rechtspleging (CDR).
“Wij hebben een degelijk document ontvangen. De inzichten uit dit rapport worden meegenomen in de eerste ronde van de parlementaire behandeling, waarbij wij zorgvuldig, stap voor stap werken aan duurzame vernieuwing die rechtszekerheid, voorspelbaarheid en vertrouwen biedt aan alle Surinamers,” aldus Adhin bij de overhandiging.
Resultaten van congres modernisering rechterlijke macht
Het rapport bevat de uitkomsten, inzichten en aanbevelingen die zijn voortgekomen uit het Congres Modernisering Rechterlijke Macht, dat op 22 januari 2026 werd gehouden in de Ballroom van Royal Torarica.
Tijdens het congres stonden de versterking van de rechtsstaat en de verdere modernisering van de rechterlijke macht centraal.
Daarbij werd bijzondere aandacht besteed aan de mogelijke instelling van een derde gerechtelijke instantie en de modernisering van het Openbaar Ministerie (O.M.).
Praktische handvatten voor wetgeving
Met dit verslag beschikt De Nationale Assemblée over concrete handvatten en beleidsadviezen voor het verder uitwerken van wetgeving gericht op de hervorming en versterking van de rechterlijke macht.
Het document vormt daarmee een belangrijke bouwsteen voor het wetgevend traject dat in de komende periode zal worden voortgezet.
Naast DNA-voorzitter Adhin ontvingen ook de president van het Hof van Justitie (HvJ), Iwan Rasoelbaks, en de hoofdofficier van justitie, Claudia Bruining, een exemplaar van het rapport.
Het congres werd georganiseerd door De Nationale Assemblée, het Hof van Justitie en het Openbaar Ministerie, met inhoudelijke en organisatorische ondersteuning van het Centrum voor Democratie en Rechtspleging (CDR).
https://www.gfcnieuws.com/dna-ontvangt-rapport-over-modernisering-rechterlijke-macht/
Atompai fileert rechtssysteem: roep om structurele hervormingen wordt luider

Mielando Atompai
NPS-DNA-lid Poetini Atompai heeft in het televisieprogramma D-TV Express scherpe kritiek geuit op het functioneren van het Surinaamse rechtssysteem.
Daarbij verwees hij onder meer naar de strafzaken van gewezen politiefunctionarissen, Raoul Hellings en Sergio Gentle, die volgens hem inmiddels al ruim drie jaar slepen zonder definitieve afronding.
Volgens Atompai illustreren deze zaken een structureel probleem binnen het rechtssysteem. “Wanneer strafzaken van dit kaliber zo lang blijven hangen, kunnen we niet meer spreken van een goed functionerend systeem,” stelde hij.
De trage rechtsgang tast volgens hem niet alleen het vertrouwen van burgers aan, maar ondermijnt ook het fundament van de rechtsstaat.
Concentratie van macht bij Openbaar Ministerie ter discussie
Een belangrijk punt van kritiek betrof de huidige inrichting van het Openbaar Ministerie (OM). Atompai wees erop dat Suriname werkt met één procureur-generaal, die als dominus litis optreedt en daarmee een zeer geconcentreerde machtspositie inneemt.
Volgens het parlementslid is deze constructie niet meer van deze tijd. Hij pleitte daarom nadrukkelijk voor de instelling van een College van Procureurs-Generaal, zoals dat in meerdere rechtsstaten bestaat.
“Het argument dat het altijd zo is geweest, is geen rechtvaardiging om een systeem in stand te houden dat aantoonbaar tekortschiet,” aldus Atompai.
Hervorming rechterlijke macht al langer onderwerp van debat
De opmerkingen van Atompai sluiten aan bij een breder maatschappelijk en institutioneel debat dat de afgelopen jaren steeds nadrukkelijker wordt gevoerd.
Zowel juristen, maatschappelijke organisaties als internationale partners hebben vaker gewezen op de noodzaak van:
snellere rechtspleging, betere checks and balances binnen het Openbaar Ministerie en modernisering van de rechterlijke organisatie, inclusief betere doorstroming van zaken.
Ook de discussie over cassatierechtspraak – het recht om uitspraken door een hoogste rechterlijke instantie te laten toetsen – komt steeds terug als gemis binnen het Surinaamse rechtssysteem.
Cassatierechtspraak als ontbrekende schakel
Suriname mist zonder cassatierechtspraak een cruciale waarborg voor rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. In veel landen fungeert cassatie als correctiemechanisme bij juridische fouten en draagt het bij aan eenheid in de rechtspraak.
Het ontbreken daarvan leidt volgens critici tot ongelijke rechtsontwikkeling en beperkte mogelijkheden om structurele juridische fouten te corrigeren.
Parmessar over kritiek op de 4 initiatiefwetten: ‘Het is alleen politieke stemmakkerij’

DNA-lid Jogi uit kritiek op versterking college van PG’s

Sapoen: ‘Ik ben geen voorstander van een eigen Surinaamse Hoge Raad’ – Tbn Prime Alert 31 Jan 2026

Van Samson: ‘Ze hebben gezworen om deze PG weg te krijgen’

Mathoera: ‘Ze willen politieke inmenging binnen de rechterlijke macht

Debat over rechterlijke macht: Gajadien waarschuwt voor ‘constitutionele sprongen in het duister’

Asiskumar Gajadien donderdagavond tijdens zijn betoog in De Nationale Assemblee
In De Nationale Assemblee heeft Asiskumar Gajadien (VHP), lid van de commissie van rapporteurs, donderdag zijn ernstige bezorgdheid geuit over de voorgestelde wijzigingen in de Grondwet en de rechterlijke organisatie. Volgens het assembleelid staat de Surinaamse rechtsstaat op een kruispunt waarbij gekozen moet worden tussen doordachte modernisering of ondoordachte systeemwijzigingen die de fundamenten van de rechtspleging kunnen doen wankelen.
Beeld DNA-TV
Hij gaf aan dat de VHP-fractie eensgezind voorstander is van modernisering en rechtsontwikkeling, maar resoluut niet te vinden is voor constitutionele experimenten die geen draagvlak hebben. Voorkomen moet worden dat de rechtsstaat wordt gebruikt voor prestigeprojecten die de stabiliteit in gevaar brengen.
“Voorkomen moet worden dat de rechtsstaat wordt gebruikt voor prestigeprojecten die de stabiliteit in gevaar brengen”
Gajadien benadrukte dat het huidige debat de kern van de rechtsstaat raakt. Er liggen momenteel twee fundamenteel verschillende visies op tafel. Aan de ene kant staat een pakket wetsontwerpen dat pleit voor ingrijpende constitutionele veranderingen, waaronder de oprichting van een nationale Hoge Raad en een College van Procureurs-Generaal. Aan de andere kant staat initiatiefwetgeving die volgens Gajadien uitgaat van realisme: het versterken van wat reeds bestaat zonder de risico’s van institutionele prestigeprojecten. Tijdens zijn presentatie hield Gajadien het parlement voor dat de rechtsstaat geen machine is die men ongestraft uit elkaar kan halen. In een kleine rechtsorde zoals de Surinaamse is stabiliteit cruciaal. Hij verwees naar de lessen van het vorige week gehouden Nationaal Congres over Modernisering van de Rechterlijke Macht, waar experts unaniem stelden dat kwaliteit niet wordt bepaald door het aantal instanties, maar door de feitelijke capaciteit en onafhankelijkheid van de zittende macht. Het assembleelid waarschuwde voor de creatie van instituten die slechts op papier bestaan. Hij haalde het voorbeeld van het Constitutioneel Hof aan, dat jarenlang een papieren tijger bleef door gebrek aan financiële en organisatorische randvoorwaarden. “Modernisering zonder uitvoeringskracht leidt tot institutionele leegte,” stelde hij resoluut.
Versterking Hof en OM
Gajadien brak een lans voor de reeds ingediende Initiatiefwet Hof van Justitie. Deze wet is ontworpen om de enorme groei aan complexe rechtszaken op te vangen door de interne structuur te moderniseren. In plaats van een extra rechterlijke laag, stelt deze wet voor om meerdere vicepresidenten aan te stellen en een duidelijke portefeuilleverdeling in te voeren. Dit moet de president van het Hof ontlasten en bestuurlijke rust creëren zonder een onnodige kostenexplosie.
Ten aanzien van het Openbaar Ministerie (OM) waarschuwde hij fel tegen de invoering van een College van Procureurs-Generaal. Het huidige stelsel van één procureur-generaal biedt helderheid en duidelijke democratische controle. Een collegiaal bestuur in een kleine samenleving vergroot volgens Gajadien juist de kwetsbaarheid voor politisering en verwaterde verantwoordelijkheid. Hij stelde de retorische vraag wie er nog aanspreekbaar is bij controversiële vervolgingsbeslissingen als de verantwoordelijkheid over meerdere personen verdeeld is.
Cassatie rechtspraak
Een cruciaal onderdeel van het debat betreft de introductie van cassatierechtspraak. Hoewel Gajadien het belang van rechtsontwikkeling erkent, zet hij grote vraagtekens bij de oprichting van een eigen nationale Hoge Raad. Cassatie vereist een enorme juridische massa en zeer ervaren rechters, die in Suriname schaars zijn Hij presenteerde een alternatief dat volgens hem direct beschikbaar en veiliger is: de Caribbean Court of Justice (CCJ). Volgens Gajadien biedt dit college een robuuste, internationaal erkende structuur die onafhankelijkheid waarborgt, juist doordat de rechters niet afhankelijk zijn van nationale politieke constellaties. Door zich aan te sluiten bij de CCJ krijgt Suriname toegang tot hoogwaardige rechtspraak zonder de nationale rechtspraak te ‘cannibaliseren’ door de weinige toprechters uit de eerste en tweede aanleg weg te trekken.
Crisis in de basis
Gajadien onderbouwde zijn standpunt met harde cijfers van de president van het Hof van Justitie. Het aantal rechters is gegroeid naar 31, maar is dit nog steeds slechts de helft van de internationale norm van 60 rechters voor de Surinaamse bevolkingsomvang. Bovendien dreigt er binnen tien tot vijftien jaar een enorme uitstroom door pensionering.
“De primaire uitdaging ligt niet aan de top, maar aan de basis,” concludeerde het lid. Hij vindt het onverantwoord om middelen te alloceren aan een nationale derde instantie terwijl burgers in de eerste en tweede aanleg kampen met lange doorlooptijden en een tekort aan rechters. Hij benadrukte dat de pensioenleeftijd van 70 jaar voor rechters strikt gehandhaafd moet blijven om politieke willekeur bij verlengingen te voorkomen.
Conclusie en toekomstvisie
Gajadien sloot zijn betoog af met een oproep tot staatsrechtelijke discipline. Hij stelde dat zijn fractie volmondig ‘ja’ zegt tegen modernisering en rechtsontwikkeling, maar een resoluut ‘nee’ laat horen tegen constitutionele experimenten zonder draagvlak. De rechtsstaat mag niet gebruikt worden voor prestigeprojecten die de stabiliteit in gevaar brengen.
Volgens het assembleelid moet de volgorde van handelen zijn: eerst een integrale visie, dan versterking van de bestaande structuur en pas in laatste instantie, indien strikt noodzakelijk, wijziging van de Grondwet. De focus moet nu liggen op het versterken van het fundament waar de burger dagelijks mee te maken heeft.
Gajadien: VHP kiest nu voor CCJ als derde instantie, niet voor eigen Hoge Raad

VHP-fractieleider Asis Gajadien, lid van commissie van rapporteurs.
De VHP kiest in deze fase nadrukkelijk voor aansluiting bij het Caribbean Court of Justice (CCJ) als derde rechtsinstantie voor Suriname en wijst de invoering van een eigen nationale Hoge Raad op korte termijn af. Fractieleider Asis Gajadien, tevens lid van de commissie van rapporteurs, stelde donderdag in De Nationale Assemblee dat Suriname eerst de basis van de rechtspraak moet versterken. Volgens hem is het CCJ bovendien bereid een aparte Suriname-kamer in te richten, waardoor hoogwaardige cassatierechtspraak mogelijk is zonder grote institutionele risico’s en kosten.
Tijdens de behandeling van de initiatiefwetten en grondwetswijzigingen over de modernisering van de rechterlijke macht heeft Gajadien scherpe kanttekeningen geplaatst bij plannen om nu al een eigen Hoge Raad op te richten. Volgens hem raakt het debat de kern van de rechtsstaat en gaat het niet om technische details, maar om keuzes die decennialang doorwerken in het vertrouwen van burgers, investeerders en rechtszoekenden.
Hoge kosten en infrastructuur
Gajadien benadrukte dat cassatierechtspraak op zichzelf waardevol kan zijn voor rechtsontwikkeling en rechtszekerheid, maar waarschuwde dat een nationale Hoge Raad enorme structurele kosten met zich meebrengt. Het gaat daarbij niet alleen om rechters, maar ook om gespecialiseerde griffiers, juridische onderzoekers, ondersteunend personeel, huisvesting en digitale infrastructuur. In een kleine rechtsorde als die van Suriname kan dat volgens hem leiden tot een gevaarlijke verschuiving van schaarse deskundigheid weg van de eerste en tweede aanleg.
De VHP-fractie kiest daarom voor aansluiting bij het Caribbean Court of Justice, dat reeds beschikt over ervaren rechters, moderne procedures en een sterke institutionele inbedding. Hij wees erop dat het CCJ heeft aangegeven bereid te zijn een eigen kamer voor Suriname te vormen, afgestemd op het Surinaamse rechtsstelsel. Dit maakt cassatierechtspraak mogelijk zonder een langdurige opbouwfase en zonder extra druk op de nationale rechtspraak.
Volgens Gajadien ligt de grootste uitdaging van de Surinaamse rechtsstaat niet aan de top, maar aan de basis. Hij verwees naar de aanhoudende capaciteitsproblemen in de rechtspraak en het feit dat binnen afzienbare tijd een aanzienlijk aantal rechters met pensioen zal gaan. Zolang de internationale norm voor rechterlijke capaciteit bij lange na niet is gehaald, acht de VHP het onverantwoord om nieuwe lagen aan de top van het stelsel toe te voegen.
Geen meerdere pg’s
Naast zijn kritiek op een nationale Hoge Raad sprak Gajadien zich ook uit tegen het voorstel om het Openbaar Ministerie te laten leiden door een College van Procureurs-Generaal. Volgens hem vereist het vervolgingsbeleid juist heldere eindverantwoordelijkheid. Een eenhoofdige procureur-generaal zorgt voor duidelijke gezagslijnen, aanspreekbaarheid en democratische controle. In een kleine samenleving zou collegiaal bestuur eerder leiden tot diffuse verantwoordelijkheid en verhoogde kwetsbaarheid voor politisering.
De VHP pleit daarom voor een duidelijke volgorde in de hervorming van de rechtsstaat: eerst versterking en modernisering van de eerste en tweede aanleg, parallel daaraan een expliciet debat over de rol van het CCJ als derde instantie, en pas daarna – indien de omstandigheden dat rechtvaardigen – een eventuele heroverweging van een nationale Hoge Raad.
Donderdag kwamen slechts twee commissieleden aan het woord. Vandaag wordt de vergadering voortgezet.
https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/90391
Parmessar bepleit Hoge Raad en College van PG’s
NDP-fractieleider Rabin Parmessar, als voorzitter van de commissie van rapporteurs, heeft donderdag uitgebreid toegelicht waarom de initiatiefnemers grondwetswijzigingen voorstellen die moeten leiden tot twee ingrijpende institutionele hervormingen: de instelling van cassatierechtspraak en de herstructurering van het Openbaar Ministerie (OM). Volgens Parmessar beogen de voorstellen niet alleen modernisering, maar ook het versterken van de rechtsstaat, met oog voor kwaliteit, bemensing en controleerbaarheid van macht.
Parmessar zette uiteen dat in de ontwerpwet tot wijziging van de Grondwet aanpassingen zijn voorgesteld voor de artikelen 133, 139, 140, 141 en 146, met toevoeging van een nieuw artikel 139a. Artikel 134 wordt volgens hem uitsluitend om taalkundige redenen aangepast.
In hoofdlijnen draaien de wijzigingen om twee fundamentele onderwerpen:
● De instelling van een derde rechtsinstantie (cassatie): de Hoge Raad van de Republiek Suriname.
● De herstructurering van het Openbaar Ministerie, waarbij de leiding in de toekomst kan komen te berusten bij een College van Procureurs-Generaal.
Hoge Raad als derde instantie: cassatie en rechtsontwikkeling
Parmessar legde uit dat het huidige artikel 139 een belemmering vormt omdat daarin het Hof van Justitie als hoogste instantie wordt genoemd. Daarom wordt voorgesteld artikel 139 zo aan te passen dat:
● de belemmering wordt weggenomen;
● en tegelijk een grondslag wordt gelegd voor de Hoge Raad als hoogste instantie met rechtspraak belast.
In de kern komt het voorstel erop neer dat de Hoge Raad belast wordt met cassatie van rechterlijke uitspraken wegens schending van het recht, binnen bij wet vast te stellen grenzen. Cassatie is daarbij geen feitelijke herbeoordeling van een zaak, maar een toets op juiste toepassing en uitleg van het recht.
Breed draagvlak voor ‘derde instantie’, discussie over invulling
Parmessar wees erop dat tijdens hearings en in publieke reacties de komst van een derde instantie in het algemeen wordt verwelkomd, ook vanuit het Hof van Justitie. Waarover wel discussie bestaat, is de invulling: kiest Suriname voor een eigen Hoge Raad, of sluit het land aan bij een internationale/regionale oplossing, zoals het Caribbean Court of Justice (CCJ).
Parmessar stelde dat hij het uitgangspunt van de initiatiefnemers deelt: Suriname moet op termijn een eigen Hoge Raad hebben als volwassen natie. Tegelijk noemde hij de voorgestelde aanpak gefaseerd, zodat regering en rechterlijke macht tijd krijgen om de benodigde institutionele en wettelijke voorzieningen te treffen.
Kwaliteit en bemensing: cruciale randvoorwaarde
Een belangrijk punt in Parmessars betoog is dat het succes van een derde instantie niet vanzelfsprekend is. Hij benadrukte dat de Hoge Raad alleen vertrouwen kan versterken als zij:
● zorgvuldig wordt ingericht;
● bemenst wordt door integere juristen met uitstekende kwalificaties;
● en geen twijfel oproept over kwaliteit en onafhankelijkheid.
Daarbij wees de politicus op een reëel knelpunt: de beschikbare capaciteit binnen de zittende magistratuur. Om die reden moet volgens hem serieus worden gekeken naar mogelijkheden voor internationale inbedding en – zeker in een opstartfase – ook naar ruimte voor internationale participatie.
Ruimte voor internationale invulling: voorstel artikel 139a
Parmessar bepleitte dat, naast het uitgangspunt van een eigen Hoge Raad, de Grondwet ook ruimte moet bieden om de cassatietaak tijdelijk of aanvullend te laten uitvoeren door een buitenlandse of internationale gerechtelijke instantie, onder voorwaarden die bij wet worden vastgelegd. Dat past volgens hem bij de realiteit van menskracht en bij het belang van internationale worteling, ook met het oog op vertrouwen van investeerders in de rechtspraak.
Belemmering in artikel 141: nationaliteit en woonplaats
Parmessar maakte ook het punt dat de huidige Grondwet (artikel 141) eisen stelt zoals Surinaamse nationaliteit en woonplaats/werkelijk verblijf in Suriname voor leden van de rechterlijke macht. Als de Hoge Raad onderdeel wordt van de rechterlijke macht, werken die eisen door. Dat kan, zo betoogde hij, een praktische belemmering vormen voor het aantrekken van expertise, vooral bij de opstart.
Om die reden stelde hij voor om – specifiek voor leden van de Hoge Raad – uitzonderingsruimte te creëren voor de vereisten van Surinaamse nationaliteit en verblijf, zodat internationale bemensing of deelname niet bij voorbaat wordt geblokkeerd.
Herstructurering Openbaar Ministerie: naar een College van PG’s
Het tweede grote hervormingsspoor betreft het OM. Parmessar legde uit dat de ontwerpwet, via onder meer artikel 146 (en samenhang met 133, 141 en 142), grondslagen beoogt te creëren voor een toekomstige structuur waarbij de leiding van het OM niet langer per definitie in één hand ligt, maar kan worden ondergebracht in een College van Procureurs-Generaal.
Parmessar schetste dat vooral vanuit het OM en andere critici wordt gewezen op de historische positionering van de eenhoofdig procureur-generaal als hoofd van de vervolging, met een vervolgingsmonopolie dat onafhankelijk van de regering wordt uitgeoefend. Daarbij wordt ook gewezen op het constitutionele karakter van de functie en de benoeming voor het leven.
Tegelijk wees Parmessar erop dat er ook stevige steun bestaat voor het college-model, juist vanuit het idee van checks and balances: besluitvorming aan de top van het vervolgingsapparaat zou minder persoonsafhankelijk worden en beter toetsbaar. Kernvraag volgens Parmessar: is het huidige model nog toereikend? Volgens hem ontbreekt in veel reacties een directe confrontatie met de kernvraag van deze tijd: is het huidige systeem, met sterke concentratie van vervolgingsmacht in één functie, nog passend bij de rechtsstaat die Suriname wil zijn?
De politicus betoogde dat geschiedenis relevant is, maar niet als rem mag dienen op noodzakelijke vernieuwing. De rechtsstaat vraagt volgens hem om deconcentratie van macht en controleerbaarheid. In dat licht moeten structuren die macht bundelen, kritisch tegen het licht worden gehouden.
‘Klein land’ is geen rechtsstatelijk argument
Parmessar ging ook in op het argument dat Suriname als kleine samenleving te klein zou zijn voor een collegiale vervolgingsleiding. Hij stelde dat bevolkingsomvang geen doorslaggevend rechtsstatelijk criterium is. De belangrijkste vragen zijn:
● hoeveel macht bij één functionaris wordt geconcentreerd;
● hoe transparant en controleerbaar vervolgingsbesluiten tot stand komen;
● en hoe consistent beleid kan worden geborgd.
Volgens Parmessar kan een collegiale leiding bijdragen aan interne tegenspraak, kwaliteitscontrole en gedeelde verantwoordelijkheid, juist in een samenleving met korte lijnen. Randvoorwaarden: geen politisering, geen verlamming
Tegelijk erkende Parmessar dat een College van PG’s zorgvuldig moet worden vormgegeven. Hij noemde als risico’s onder meer:
● bureaucratische vertraging;
● onduidelijke bevoegdheidsverdeling;
● en het gevaar van informele politieke benoemingen.
Daarom moeten benoemingscriteria, besluitvormingsprocedures en verantwoordelijkheden helder worden vastgelegd. Die detaillering hoort volgens hem vooral thuis in de uitwerking via wetgeving, nadat de Grondwet de noodzakelijke ruimte heeft geboden.
Memorie van Toelichting moet steviger
Parmessar concludeerde dat zowel bij de Hoge Raad/cassatie als bij de herstructurering van het OM één punt telkens terugkomt: de Memorie van Toelichting is op onderdelen onvoldoende. Hij bepleitte dat de toelichting inhoudelijk wordt aangescherpt en uitgebreid, zodat duidelijker wordt:
– waarom de wijziging nodig is;
– welke rechtsstatelijke doelen worden nagestreefd;
– en hoe kwaliteit, onafhankelijkheid en uitvoerbaarheid worden geborgd.
Met zijn bijdrage plaatste Parmessar de initiatiefwetten in een breder kader: Suriname moet, stelde hij, institutionele keuzes maken die passen bij moderne eisen van rechtsbescherming, rechtsontwikkeling en vertrouwen in de rechtsstaat, maar zonder de praktische realiteit van capaciteit, bemensing en implementatie uit het oog te verliezen.
De Assembleevergadering waar de initiatiefwetten worden behandeld wordt vrijdag voortgezet.
https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/90390
29 JANUARI 2026 – OPENBARE VERGADERING VAN DE NATIONALE ASSEMBLEE

1:04:00
260128 TO THE POINT – SERENA ESSED


