De bijzondere positie van de president als gekozen lid van het parlement
5 okt 2025
Inleiding
In het Surinaams staatsrecht speelt de beëdiging van parlementariërs een cruciale rol bij de overgang van verkiezingen naar effectief bestuur. De beëdiging markeert niet alleen het moment waarop verkozenen hun mandaat daadwerkelijk kunnen uitoefenen, maar ook de continuïteit van de democratische orde. Deze procedure krijgt een extra dimensie wanneer een zittende president gekozen wordt tot parlementariër (bijv. Venetiaan, Wijdenbosch en Santokhi). Wat gebeurt er als een president tijd c.q. ruimte vraagt om op een latere datum beëdigd te worden?
Juridisch en theoretisch kader
Van belang is te weten welke wettelijke regelingen betrekking hebben op het lidmaatschap van DNA. In artikel 66 van de Grondwet (GW) is opgenomen dat het lidmaatschap van De Nationale Assemblée (DNA) wordt verkregen door aflegging van de eed of belofte. Zonder beëdiging is men wel verkozen, maar geen zitting hebbend lid. Verder is in artikel 77 GW bepaald dat DNA binnen 30 dagen na de officiële vaststelling van de verkiezingsuitslag bijeen moet komen. Indien een zittende president gekozen is als lid van DNA, is artikel 91 lid 1 van belang. Daarin is bepaald dat de president van de Republiek Suriname niet tegelijk lid kan zijn van DNA (er is dan sprake van een dubbelmandaat, en dat is verboden).
De artikelen van de Grondwet en de Kiesregeling (S.B. 1987 no. 62, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 2025 no. 8) moeten in samenhang worden gelezen. In dit kader is artikel 137 van de Kiesregeling van belang. Een kandidaat die gekozen is, moet zijn verkiezing schriftelijk aanvaarden. Pas daarna kan beëdiging plaatsvinden. Deze regeling bevat procedures voor opvolging: als een verkozene afstand doet of overlijdt, schuift de eerstvolgende op de lijst door.
In het geval van gewezen president Santokhi is er geen sprake van afstand doen of overlijden. Hij heeft uitstel gevraagd aan de voorzitter van het parlement om op een later tijdstip beëdigd te worden. Feit is dat zijn zetel leeg blijft totdat hij beëdigd is, en in die periode niet vervangen kan worden, tenzij hij definitief afstand doet. Hoelang de constitutionele termijn van uitstel kan of moet zijn, is niet formeel wettelijk vastgelegd. Een exorbitant lang uitstel zal zeker de rechtszekerheid van de democratische rechtsorde verstoren; er kan dan een spanningsveld ontstaan. Dit betekent dat een oud-president die tijd vraagt vóór beëdiging, feitelijk een lege zetel veroorzaakt en de werking van het parlement kan hinderen. In zo’n geval blijkt dat politieke druk en constitutionele termijnen ervoor zorgen dat beëdiging niet te lang kan worden uitgesteld.
Conclusie
Het ontbreken van een expliciete wettelijke termijn voor beëdiging geeft theoretisch ruimte voor uitstel. Toch wordt dit begrensd door:
– Artikel 77 GW – DNA moet binnen 30 dagen bijeenkomen. Dit impliceert dat leden uiterlijk dan beëdigd moeten zijn.
– Functionele noodzaak – DNA moet voltallig functioneren, o.a. om de president te kiezen.
– Politieke druk – Uitstel kan leiden tot politieke en maatschappelijke druk om de zetel alsnog in te vullen.
Het gevolg voor een oud-president die uitstel vraagt, is dat zijn zetel tijdelijk leeg blijft. Hij heeft geen stemrecht en kan DNA niet vertegenwoordigen totdat hij beëdigd is. Er is echter geen automatische sanctie of verlies van zetel bij uitstel; pas als hij formeel afstand doet, schuift de volgende kandidaat op de lijst door.
Het Surinaams staatsrecht toont hier een balans tussen formele regels en politieke praktijk: de wet biedt ruimte, maar de democratische noodzaak om DNA tijdig te installeren maakt langdurig uitstel praktisch onhoudbaar.
Mr. Kanhai Rakeshkoemar
https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/88548
Van der San veegt de vloer aan met de beweringen van critici
3 okt 2025
Bestuurskundige Eugène van der San laat zich niet onbetuigd in het debat rond de uitleg van de Grondwet.
In een reactie geeft hij zijn visie op de juridische en democratische betekenis van de bepalingen die de Kiesregeling en het staatsrecht raken. Met scherpe argumenten verdedigt hij zijn lezing en wijst hij kritiek resoluut van de hand.
Reactie op: Van der San leest de Grondwet verkeerd!
In het kader van vrije meningsuiting is een ieder vrij zijn/haar mening te ventileren echter wanneer het technische onderwerpen betreft wens ik niet dat mijn naam zondermeer wordt genoemd. Van der San weet de Grondwet in causaal verband te lezen. Een ongrondwettelijke handeling is een handeling in strijd met bepalingen in de Grondwet.
Wanneer er specifiek naar een artikel wordt verwezen dan moet op grond van het onderwerp wel naar het onderling verband worden gezocht. Vandaar dat het onderhavige onderwerp “Verkiezingen van leden van de Nationale Assemblee” te maken heeft met alle relevante artikelen daaromtrent.
Het begint bij artikel 137 lid 2 van de Kiesregeling wanneer een gekozene zijn verkiezing niet heeft aanvaard of de in artikel 136 lid 1 genoemde termijn heeft laten verstrijken. Die termijn is bepaald op 14 dagen. Voorts bepaald artikel 60 van de Grondwet dat alles wat verder het kiesrecht betreft etc. bij wet worden geregeld.
Reeds in de Kiesregeling geeft de wetgever de lijn aan die moet worden gevolgd met name na de uitslag van de verkiezing heeft de gekozene maximaal 14 dagen de tijd om te aanvaarden. Gebeurd dat niet dan komt de volgende niet gekozen kandidaat van de lijst daarvoor in de plaats.
Vanuit deze benadering bepaalt artikel 61 van de Grondwet dat de Nationale Assemblee uit 51 leden bestaat. In onderling verband met artikel 66 kan niet gesteld worden dat het een orderegeling betreft dat niet op alle leden van toepassing is.
Als dit een verkeerde lezing inhoudt dan hebben alle 51 leden dezelfde mogelijkheid om zich, buiten deze bepalingen om, aan te melden, wanneer zij zin hebben.
Wanneer wij vaststellen wat de schrijver zegt over artikel 61 (regelt hoe D.N.A. leden worden gekozen) en 66 (bevat voorwaarden en onverenigbaarheden) maar zeg nog iets belangrijks waaruit kan blijken hoe de bepalingen worden begrepen door hem.
De man zegt “Geen van beide bevat een bepaling dat een te late beëdiging het mandaat ongeldig maakt. De Grondwet kent hier eenvoudigweg geen sanctie”. Het staatsrecht is geen strafrecht waar in de bepaling bij overtreding de strafmaat uitdrukkelijk benoemd wordt.
Bij de toepassing van de bepalingen binnen het staatsbestel moet het bevoegd gezag ervoor zorgdragen dat de uitvoering correct plaatsvindt zonder tussenkomst van de onafhankelijke rechter.
Tenslotte: artikel 184 gaat namelijk over het moment waarop de nieuw gekozen Nationale Assemblee als geheel haar werkzaamheden moet aanvangen. Welnu bij de aanvang van een nieuw zittingsjaar dient D.N.A. uit 51 leden te bestaan en wel dejure, want defacto kan overmacht een rol spelen.
Ook voor de Quorum bepaling is het aantal grondwettelijke leden relevant.
Kan de heer Johan Blomhof één artikel in de Grondwet voor mij noemen waaruit blijkt dat Santokhi’s zetel onaantastbaar is?
Bij staatsrecht moet je ook een beetje democratisch- en rechtsstatelijk gevoel hebben om het soms te kunnen begrijpen.
Staatsrecht is Administratiefrecht geen Strafrecht. Ik hoop niet dat ik mijn tijd onnodig verspild heb.
Eugène van der San.
https://www.gfcnieuws.com/van-der-san-veegt-de-vloer-aan-met-de-beweringen-van-critici/
Van der San leest de Grondwet verkeerd: Santokhi’s zetel is onaantastbaar
De bestuurskundige Eugene van der San beweert dat de toelating van Chandrikapersad Santokhi tot De Nationale Assemblée ongrondwettelijk was.
Hij verwijst daarbij naar artikel 184 en stelt dat een gevaarlijk precedent is geschapen. Ook noemt hij de artikelen 61 en 66. Met alle respect: dit is een verkeerde lezing van de Grondwet.
Artikel 184 gaat namelijk over het moment waarop de nieuw gekozen Nationale Assemblée als geheel haar werkzaamheden moet aanvangen. Het is een collectieve bepaling, bedoeld om te waarborgen dat het parlement binnen dertig dagen na de verkiezingen aan het werk gaat. Het artikel heeft niets van doen met de individuele beëdiging van een volksvertegenwoordiger. De koppeling die Van der San maakt, mist dus juridische grond.
Zijn beroep op de artikelen 61 en 66 overtuigt evenmin. Artikel 61 regelt hoe DNA-leden worden gekozen, artikel 66 bevat voorwaarden en onverenigbaarheden. Geen van beide bevat een bepaling dat een te late beëdiging het mandaat ongeldig maakt. De Grondwet kent hier eenvoudigweg geen sanctie.
In het staatsrecht geldt dan het uitgangspunt: een termijn zonder sanctie is een ordetermijn. Juist daarom is de ophef rond Santokhi’s beëdiging overtrokken. De volkssoevereiniteit staat voorop: kiezersstemmen mogen niet door procedurele spitsvondigheden worden
geneutraliseerd. Het zou een democratische ramp zijn als duizenden stemmen verloren gaan omdat een lid niet binnen dertig dagen de eed heeft afgelegd. Dat heeft de grondwetgever nooit bedoeld.
Ook de parlementaire praktijk leert dat er eerder gevallen waren waarin beëdiging later plaatsvond, zonder dat dit tot uitsluiting leidde. Er is dus géén precedent geschapen: er is voortgebouwd op bestaande praktijk.
De conclusie is helder: Van der San’s interpretatie mist grondslag. Artikel 184 is hier niet van toepassing, en de artikelen 61 en 66 bieden geen basis om Santokhi’s zetel ter discussie te stellen.
De Grondwet is terughoudend, en dat is bewust: zij beschermt de stem van de kiezer tegen formalistische willekeur.
De commotie was daarmee niet alleen onnodig, maar ook schadelijk voor het vertrouwen in ons staatsrechtelijk bestel.
Johan Blomhoff (Albina)
https://www.gfcnieuws.com/van-der-san-leest-de-grondwet-verkeerd-santokhis-zetel-is-onaantastbaar/
Vijf uur toneel, nul inhoud

SERIEUS!? / Ivan Cairo
Wie maandag dacht een serieuze plechtigheid van De Nationale Assemblee te zullen beleven die te maken had met beleving van de democratie en behoorlijk bestuur, kwam bedrogen uit. In plaats daarvan kregen we met tussenpozen een vijf uur durende uitvoering van een slecht geregisseerde klucht, met NDP- en PL-parlementariërs in de hoofdrollen. Het script? “Hoe hou ik Chan Santokhi zo lang mogelijk op hete kolen.” Er werd gestrooid met woorden als ‘integriteit’, ‘misleiding, ‘volksbedrog’ en ‘ethische waarden en normen’, alsof men plots de morele autoriteit van het land was. Maar eerlijk, bij sommige sprekers dacht ik: ‘jij, van alle mensen, hebt het lef om dit woord in de mond te nemen?’ Het klonk als een prediker die tijdens de mis stiekem (uit) zijn eigen collectezakje rooft.
“Chan heeft met de waardigheid waarmee hij de ‘below the belt attack‘ heeft aangepakt, door er geen woord aan vuil te maken, bijgedragen aan het redden van de gedenkwaardige gebeurtenis”
De verontwaardiging over Chan, die eerst een vakantie in het buitenland nam, rook vooral naar jaloezie. Want zeg nou zelf: ‘wie van hen zou niet direct de koffers pakken, zodra het mocht?’ Kom op. Dat was geen principiële woede, dat was pure nijd. Je zag ze denken: “Waarom hij wel aan het strand en wij niet?” Het werd gegoten in de vorm van een pleidooi voor normen en waarden, maar klonk eerder als een koor van achterblijvers bij Zanderij die hun koffers zagen verdwijnen naar Miami. In plaats van een plechtige, halfuur-durende ceremonie, kregen we vijf uur lang gebazel, gekakel en ja … ongegeneerd gezeur.
Ironisch genoeg waren niet alleen Chan en zijn familie de pineut, maar ook NDP’er Le-Roy Doorson, die geduldig in de wachtkamer moest blijven zitten, terwijl zijn eigen partijgenoten theater speelden. In hun hartstocht om Chan een hak te zetten, hadden de NDP’ers er totaal geen moeite mee dat hun wangedrag de toelating van hun eigen partijgenoot overschaduwde.
Een grovere belediging aan de familie van Doorson, maar ook de naasten van Chan, die de toelating waren komen bijwonen, is ondenkbaar. Ronduit onbeschoft, die houding.
Alle maandag aanwezige assembleeleden wisten nog vóór aanvang van de vergadering bliksems goed dat niks, maar dan ook niks Santokhi’s toelating tot het parlement kon tegenhouden. Immers, hij had voldaan aan alle wettelijke verplichtingen en voorwaarden. Toch probeerde men de samenleving wijs te maken dat hier een principiële strijd werd gevoerd over normen en waarden. Spoiler alert: het ging niet om principes, maar om het even publiekelijk bespugen van een politieke tegenstander. Gelukkig waren er een paar nuchtere en verstandige mensen, die de schade beperkten: Jerrel Pawiroredjo, Ronnie Brunswijk, Ronny Asabina, Raymond Sapoen en Steven Reyme. Dankzij hen had de ceremonie nog een vleugje cachet.
En Chan zelf? Die zat er na zijn uiteindelijke toelating bij als iemand die vijf uur lang naar slechte cabaret had gekeken, maar toch glimlachte. Chan heeft met de waardigheid waarmee hij de ‘below the belt attack‘ heeft aangepakt door er geen woord aan vuil te maken, bijgedragen aan het redden van de gedenkwaardige gebeurtenis. Daarvoor mijn hartgrondige dank.
Het argument dat men ‘precedentwerking’ wilde voorkomen, sloeg als een tang op een troep magere varkens. Als er één instituut is dat zulke precedenten kan voorkomen, is het toch het parlement zelf?
Met een simpele wetswijziging waarin helder wordt vastgelegd binnen welke termijn een gekozen kandidaat, na aanvaarding van diens verkiezing, de zetel in het parlement moet innemen, is de kwestie opgelost. Die vergadering hoeft nog geen kwartier te duren. Ik zal in de gaten houden hoe snel diezelfde NDP’ers, die maandag zo hoog van de toren bliezen, met een initiatiefwet zullen komen om de geconstateerde manco’s te repareren. Tot die tijd houd ik toenmalig VHP-statenlid Jarien Gadden in gedachten, die ooit zei: “Ik lig op de loer.”
ivancairo@yahoo.com
