DE HELE DISCUSSIE OVER SLAVERNIJVERLEDEN EN HERSTELBETALINGEN

‘Er is getracht mij de mond te snoeren’, zegt Zunder over bijeenkomst met koning – ABC

Slavernij was geen eenzijdig project van de witte man

 4 december 2025

Opinie

Het gangbare beeld van slavernij is dat de witte Europeaan Afrika binnendrong en miljoenen zwarte mensen naar Amerika verscheepte. Dat beeld is begrijpelijk, maar historisch onvolledig.

Afrikaanse elites, koninkrijken en handelaren waren zelf actief betrokken bij het verhandelen van hun medemensen.

Dit artikel wil dat beeld nuanceren: niet om Europese verantwoordelijkheid te verkleinen, maar om te laten zien dat slavernij een complex systeem was waarin ook Afrikaanse actoren een cruciale rol speelden.

Slavernij vóór de Europeanen

Slavernij bestond al eeuwen in Afrika. Oorlogsbuit en krijgsgevangenen werden tot slaaf gemaakt en verhandeld binnen Afrikaanse en Arabische netwerken.

Toen Europeanen in de 15e eeuw de Afrikaanse kust bereikten, troffen zij samenlevingen waar slavernij al ingebed was. Zij schaalden deze praktijk op en maakten er een mondiaal systeem van.

Afrikaanse koninkrijken waren niet slechts slachtoffers, maar ook leveranciers. Het koninkrijk Dahomey en de Ashanti verhandelden krijgsgevangenen aan Europeanen. Ook het rijk Oyo en het koninkrijk Kongo leverden grote aantallen slaven. Lokale handelaren fungeerden als schakels tussen het binnenland en de kustforten. Zij profiteerden van wapens, textiel en alcohol en versterkten hun macht door de handel.

De Europese schaalvergroting

Europeanen brachten de handel naar een ongekende schaal. Via de driehoekshandel werden miljoenen Afrikanen verscheept naar Amerika.

Naar schatting 12 miljoen mensen werden tussen 1525 en 1867 gedeporteerd. Europese staten en compagnieën, zoals de Nederlandse WIC, maakten slavernij tot een georganiseerd economisch systeem.

Het ongemakkelijke antwoord: Afrikanen verkochten Afrikanen. Vaak ging het om krijgsgevangenen uit rivaliserende stammen, soms zelfs eigen onderdanen. Zonder de actieve rol van Afrikaanse elites was de trans-Atlantische slavenhandel niet mogelijk geweest.

Waarom blijft vooral het Europese beeld hangen?

De schaal en gruwelijkheid van de Europese handel waren ongekend. De middenpassage kostte miljoenen levens.

Bovendien domineerden Europese staten de wereldorde en schreven zij de geschiedenis vanuit hun perspectief.

Omdat zij slavernij tot een economisch systeem maakten, ligt de nadruk op hun schuld. Maar dat betekent niet dat Afrikaanse betrokkenheid genegeerd mag worden.

Suriname en de selectieve roep om excuses

In Suriname klinkt vooral de roep om excuses en herstelbetalingen van Nederland. Dat is begrijpelijk: Nederland was kolonisator en profiteerde van de plantages.

Maar het is selectief om uitsluitend de Europese landen verantwoordelijk te houden. Afrikaanse elites en handelaren hebben zelf actief bijgedragen aan het leed van Surinaamse voorouders. Toch klinkt er nauwelijks een oproep richting die Afrikaanse samenlevingen.

Wie werkelijk rechtvaardigheid wil, moet erkennen dat de keten van slavernij niet begon in Amsterdam of Rotterdam, maar vaak in Afrikaanse dorpen en koninkrijken waar mensen werden gevangen en verkocht.

Het is dus hypocriet om alleen naar Nederland te wijzen en Afrika buiten schot te laten.

Als excuses en herstelbetalingen gaan over erkenning van pijn, dan zou die erkenning ook van Afrikaanse zijde gevraagd moeten worden. Alleen dan ontstaat morele consistentie.

Het benoemen van Afrikaanse betrokkenheid verkleint de Europese schuld niet. Nederland en andere koloniale machten dragen een enorme verantwoordelijkheid. Maar het is historisch onjuist én maatschappelijk oneerlijk om de Afrikaanse rol buiten beeld te laten.

Reflectie op heden en toekomst

Het debat over slavernij gaat niet alleen over het verleden, maar ook over het heden. Racisme, ongelijkheid en koloniale erfenissen zijn nog steeds voelbaar. Maar een eerlijk gesprek vraagt om een volledige historische basis.

Door te erkennen dat slavernij een systeem was van samenwerking en uitbuiting, waarin zowel Afrikaanse als Europese partijen hun eigen belangen nastreefden, kunnen we de erfenis beter begrijpen. Alleen dan kunnen we rechtvaardige keuzes maken over hoe we met die erfenis omgaan.

Slavernij was geen eenzijdig project van de witte man. Het was een systeem waarin Afrikaanse elites en Europese handelaren elkaar vonden in een dodelijke samenwerking.

Suriname doet er goed aan dit te erkennen in haar huidige debatten.

Zolang men uitsluitend naar Nederland wijst en de Afrikaanse rol negeert, blijft de discussie selectief en mist zij de morele consistentie die nodig is om werkelijk recht te doen aan de geschiedenis.

Richard Bruins

Gezamenlijke verklaring leiders Inheemse en tribale gemeenschappen in Suriname voor Nederlandse excuses

 17 december 2024

De hoogste leiders van de nazaten van Inheemse en Afrikaanse gemeenschappen in Suriname hebben zich verenigd onder de naam Fiti Makandra. 

Dit overlegplatform, bestaande uit granmans, de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS) en de Federatie van Paraplantages (FPP), is in het leven geroepen om gezamenlijk op te treden bij onderwerpen die de gemeenschappen aangaan.

Een van de huidige prioriteiten is het formuleren van een officiële reactie op de excuses van Nederland voor haar slavernijverleden. 

De excuses werden door premier Mark Rutte op 19 december 2022 aangeboden en later versterkt door koning Willem-Alexander, die op 1 juli 2023 niet alleen zijn excuses uitsprak, maar ook om vergiffenis vroeg aan de nazaten van de tot slaaf gemaakten.

Intentie tot samenwerking en harmonie

De leiders benadrukken dat hun gemeenschappen in het verleden door koloniale machthebbers verdeeld werden, maar dat eenheid de sleutel is tot het doorbreken van deze historische verdeel-en-heersstrategieën.

Zij streven naar duurzame ontwikkeling met behoud van soevereiniteit, traditionele waarden en harmonie met de natuurlijke omgeving.

Voorzitter kapitein Muriel Fernandes (VIDS) benadrukt dat deze eenheid essentieel is:
“We erkennen dat gezamenlijk optreden de enige weg is om een breed gedragen toekomstvisie voor onze gemeenschappen te realiseren.”

Reactie in voorbereiding: Grankrutu/Konparsi in 2025

Na de officiële excuses hebben de leiders op 5 augustus 2023 in een brief aan koning Willem-Alexander en premier Rutte aangegeven dat zij de excuses hebben “(aan)gehoord”. Echter, voordat een officiële reactie kon worden gegeven, was uitgebreid intern overleg binnen de gemeenschappen noodzakelijk.

De voorbereidingen hiervoor zijn in volle gang. Er wordt toegewerkt naar een grote Grankrutu/Konparsi in maart/april 2025, waar leiders en genodigden bijeenkomen om een gezamenlijke en breed gedragen reactie te formuleren.

Ter voorbereiding hierop worden er intensieve dialogen gevoerd binnen de gemeenschappen:

Lokale krutu/konparsi: Kleinschalige bijeenkomsten binnen de leefgemeenschappen.
Grote Grankrutu/Konparsi: Centrale bijeenkomst in 2025 met een gezamenlijke verklaring als resultaat.
Deze bijeenkomsten worden gefinancierd met middelen die door Nederland beschikbaar zijn gesteld.

Het overlegplatform Fiti Makandra bestaat uit de volgende leiders:

Kapitein Muriel Fernandes, voorzitter Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS)
Wilgo Ommen, voorzitter Federatie van Paraplantages (FPP)
Granman Albert Aboikoni van de Saamaka
Granman Jimmy Toeroemang van de Trio
Granman Ipomadi Pelenapin van de Wayana
Granman Remon Clemens van de Kwinti
Granman Simeon Glunder van de Aluku
Granman Leslie Valentijn van de Matawai
Granman Jozef Forster van de Paamaka

https://www.gfcnieuws.com/gezamenlijke-verklaring-leiders-inheemse-en-tribale-gemeenschappen-in-suriname-voor-nederlandse-excuses/

Ghana’s Asantehene Osei Tutu II aanwezig bij Surinames 50ste Onafhankelijkheidsjubileum

Tijdens de inauguratieceremonie werd aangehaald dat zowel Zijne Majesteit Otumfuo Osei Tutu II als de president van Ghana waren uitgenodigd voor de inauguratie. Door omstandigheden konden zij echter niet aanwezig zijn. De uitnodiging vloeide voort uit de persoonlijke en symbolische band van de president met de Ashanti-koning. Otumfuo Osei Tutu II, geboren als Nana Barima Kwaku Duah, is sinds 26 april 1999 de 16e Asantehene van het Ashanti-koninkrijk. Hij is een directe opvolger van de legendarische Otumfuo Osei Tutu I, stichter van het Ashanti-rijk in de 17e eeuw. Zijn leiderschap is wereldwijd erkend vanwege zijn inzet voor onderwijs, vrede en ontwikkeling in Ghana en daarbuiten.

Winti-organisatie vraagt Ashanti-koning publieke excuses voor rol in slavernij

27 nov 2025

De organisatie Tata Kwasi ku Tata Tinsensi, de eerste wintireligieuze organisatie in Suriname (opgericht op 5 mei 2005), wijst erop dat er in het Surinaams Burgerlijk Wetboek belangrijke verworvenheden zijn vastgelegd: wintibelijders mogen trouwen volgens het huwelijksrecht, Wintigeestelijken worden door de overheid bezoldigd en gedetineerden en slachtoffers van huiselijk geweld kunnen via erkende Winticounselors geestelijke begeleiding ontvangen. De organisatie heeft daarnaast tal van publicaties uitgebracht om de wintigedachte zo breed en correct mogelijk uit te dragen.

Tata Kwasi ku Tata Tinsensi zegt via de media te hebben vernomen dat de koning van het Ashanti-rijk in Ghana, Otumfuo Osei Tutu II, op maandag 24 november in Suriname is aangekomen. Hoewel de organisatie de historische ontmoeting tussen heden en verleden waardeert, stelt zij dat er een pijnlijk stuk geschiedenis is dat niet onuitgesproken mag blijven.

Volgens de organisatie hebben de Ashanti, samen met de Nederlandse koloniale machthebbers, eeuwenlang een actieve rol gespeeld in slavernij en slavenhandel. Dat de Ashanti de belangrijkste handelspartners waren van de Nederlanders is volgens hen historisch vaststaand. Daarom kan, aldus de organisatie, de Ashantehene niet opnieuw Suriname bezoeken zonder dat hem als leider van zijn volk wordt gevraagd zich publiekelijk uit te spreken over deze rol.

De organisatie vindt dat de koning zijn diepe spijt moet betuigen aan de nazaten van tot slaaf gemaakte mensen in Suriname, en zich samen met hen moet willen “reinigen van de innerlijke ballast” die voortkomt uit de daden van zijn voorouders. Deze geschiedenis kan, stelt de organisatie, niet worden ontkend of weggewuifd.

In de verklaring wordt uitvoerig stilgestaan bij de gruwelijke omstandigheden waaronder mensen vanuit de binnenlanden naar forten zoals Elmina werden afgevoerd, vaak door hun eigen stam- en dorpsgenoten. Huizen werden verbrand, mensen verwond, families uiteengerukt, waarna overlevenden bij de poorten van Elmina werden verhandeld en tegen betaling naar slavenschepen werden gebracht. Volgens de organisatie zijn veel Afrikaanse machtsstructuren in die periode schatrijk geworden over het bloed van hun eigen soortgenoten.

Omdat Surinaamse nazaten eisen dat de Nederlandse staat en koning hun aandeel in het slavernijverleden erkennen, vindt de organisatie het redelijk en billijk dat dezelfde maatstaf wordt aangelegd voor Afrikaanse leiders van volkeren die actief deelnamen aan deze handel.

De organisatie benadrukt dat zolang hierover geen publieke erkenning en heling heeft plaatsgevonden, “de moedersbuik van Afrika” geen rust zal vinden. De Ashantehene mag zich niet te groot voelen om deze verantwoordelijkheid te dragen, stelt de organisatie, en moet erkennen dat zijn voorouders de menselijke waardigheid van hun eigen volk hebben geschonden.

Tot slot meldt Tata Kwasi ku Tata Tinsensi dat zij eveneens werkt aan een brief aan het Vaticaan. In 1452 gaf paus Nicolaas V immers aan Spanje en Portugal toestemming om Afrikanen als handelswaar te verhandelen. Volgens de organisatie vormde dit besluit het begin van eeuwenlange ellende waarin miljoenen mensen zijn verminkt, vermoord en van hun menszijn zijn beroofd.

Tata Kwasi ku Tata Tinsensi
Juliën A. Zaalman
(Voorzitter)

Controverse over ontvangst Afrikaanse koningen in Suriname

 27 november 2025

ashanti koning

Otumfuo Osei Tutu II.

In Suriname is een felle discussie ontstaan over het bezoek van Afrikaanse koningen aan het land. Momenteel verblijven koning Denis Assongba van Benin (voormalig Dahomey) en Otumfuo Osei Tutu II, de zestiende koning van het Ashanti-koninkrijk.

De ontvangst van deze leiders als eregasten, onder meer bij ceremonies rond de viering van de onafhankelijkheid, heeft vragen doen rijzen over de historische rol van sommige Afrikaanse koningen in de trans-Atlantische slavernij.

Critici wijzen erop dat bepaalde Afrikaanse leiders in de 17e en 18e eeuw actief betrokken waren bij de verkoop van hun eigen volk aan Europese slavenhandelaren.

Volgens historici zijn miljoenen mensen vanuit West-Afrika naar de Nieuwe Wereld gedeporteerd. Voor velen onder hen – en hun nazaten – heeft deze geschiedenis nog steeds maatschappelijke en culturele gevolgen.

Reacties vanuit de samenleving

“Het is pijnlijk om te zien dat leiders die historisch hebben bijgedragen aan het lijden van onze voorouders, tegenwoordig als eregasten worden ontvangen zonder erkenning of excuses voor hun rol in de slavernij,” wordt aangevoerd.

Voor veel Surinamers blijft dit een gevoelige kwestie die raakt aan identiteit, geschiedenis en gerechtigheid.

Voorstanders van de bezoeken benadrukken het belang van culturele en diplomatieke banden tussen Suriname en Afrikaanse landen.

Zij stellen dat het ontvangen van koningen bij officiële ceremonies bijdraagt aan het versterken van relaties en het vieren van gedeelde Afrikaanse wortels.

Vragen over gepaste erkenning

Toch vragen velen zich af of het gepast is om deze leiders te eren terwijl de pijn en historische verantwoordelijkheid rondom de slavernij nauwelijks worden besproken.

“Het is essentieel dat er openlijk over het verleden wordt gesproken,” klinkt het, “anders blijft een belangrijk hoofdstuk van onze geschiedenis onverwerkt en wordt het gevoel van onrecht voortgezet.”

De discussie heeft inmiddels ook in de media en op sociale platforms de aandacht getrokken. Activisten en burgers debatteren over de vraag hoe Suriname een balans kan vinden tussen het vieren van culturele banden met Afrika en het erkennen van de diepe wonden van het slavernijverleden.

https://www.gfcnieuws.com/controverse-over-ontvangst-afrikaanse-koningen-in-suriname/