Sranan San E Psa Episode 131 (17-12-2025)
Filters

In ongeveer minuut 10:00 gaat het over racisme van Jennifer van Dijk-Silos

Jennifer van Dijk-Silos, de architect van etnische vergiftiging
ByRedactie
Er zijn publieke figuren die onhandig formuleren. Er zijn publieke figuren die soms ontsporen. En dan is er Jennifer van Dijk-Silos, iemand voor wie etnische polarisatie geen misstap is, maar een vaste werkmethode. Haar optredens in Bakana Tori bevestigen opnieuw wat al jaren zichtbaar is: Van Dijk-Silos opereert niet als jurist, niet als criticus, maar als beroepsprovocateur met etnische munitie. Ze bouwt geen bruggen; ze sloopt vertrouwen. En dat doet ze doelbewust.
Tijdens een uitzending koos zij ervoor om de weigering van het Openbaar Ministerie om een petitie in ontvangst te nemen, niet te benaderen via feiten of recht, maar via de etnische route: ‘veel Hindoestanen’ zouden bij het OM te werk zijn. Dat was geen verspreking. Dat was geen analyse. Dat was een doelgerichte insinuatie die slechts één functie dient: etniciteit injecteren in iedere institutie die ze wil aanvallen. Het patroon is zo oud als het is doorzichtig.
Toen ze in 2015 als minister van Justitie en Politie sprak over ‘geboefte marrons op Juspol‘, was dat geen incident. Het was een voorproefje van wat zou volgen. Toen ze twee rechters in het 8 decemberproces ‘2 x Channes’ noemde, liet ze al zien dat ze geen enkele schroom heeft om professionele integriteit te reduceren tot een karikatuur op basis van afkomst.
En nu herhaalt zij het recept: waar feiten ontbreken, vult ze het vacuüm op met etnische verdachtmakingen.
Hoe moet men iemand noemen die dit al tien jaar doet? De samenleving heeft haar inmiddels een passende titel gegeven: ‘de koningin van rassenpolitiek’. Niet omdat ze die titel verdient vanwege haar statuur, maar omdat ze hem afdwingt door iedere discussie omlaag te trekken naar het gifputje van etnische insinuatie. Het is een troon gebouwd op verdeeldheid.
Het meest ontluisterende is dat Van Dijk-Silos haar racialisering verpakt als ‘bezorgdheid om de rechtsstaat’. Maar wie goed luistert, merkt: ze heeft geen rechtsstaat om zich zorgen over te maken, slechts een permanent vijandbeeld dat ze voedt zolang het aandacht oplevert. Haar bewering dat het OM ‘aan het leibandje van de president loopt’ zou op zichzelf een politieke kritiek kunnen zijn. Maar wanneer ze meteen daarna de etnische kaart trekt, valt haar werkelijke strategie bloot: vervangend argumenten inruilen voor etnische agitatie.
Dat Van Dijk-Silos ooit minister van Justitie en Politie was, maakt haar optreden des te schokkender. Iemand die ooit de hoeder van recht en orde was, gebruikt nu haar platform om de fundamenten van vertrouwen in diezelfde instituten te ondermijnen. Haar woorden zijn kegels die opzettelijk tegen de pilaren van institutionele stabiliteit worden gegooid. Niet om te bouwen, maar om te beschadigen. Daarom is ze als minister van JUSPOL door oud-president Bouterse weggejaagd.
Suriname is een land dat al decennia vecht tegen etnische breuklijnen. Een land dat telkens opnieuw probeert te bewijzen dat diversiteit geen bedreiging hoeft te zijn. Maar terwijl de samenleving zoekt naar rust, duwt Van Dijk-Silos haar voet op het gaspedaal van polarisatie. En daarom is de vraag niet óf haar retoriek schadelijk is? Haar etnische uitspraken zijn meer dan ooit schadelijk!

