SURINAAMSE ONTWIKKELING & DE WERELDECONOMIE: CHINA, BRAZILIE, INDIA, NEDERLAND EN DE VS

Aanzet nationale discussie spaarfonds

10/12/2020 22:22 – Ivan Cairo

Bibis-minister Albert Ramdin (l) vindt dat er zekerheden omtrent het beheer van het Spaar- en Stabiliteitsfonds moeten worden ingebouwd.

Bibis-minister Albert Ramdin (l) vindt dat er zekerheden omtrent het beheer van het Spaar- en Stabiliteitsfonds moeten worden ingebouwd. Foto: Irvin Ngariman  

PARAMARIBO – Teneinde opbrengsten uit natuurlijke hulpbronnen van het land ook voor komende generaties veilig te stellen moet zo snel mogelijk inhoud worden gegeven aan het in 2017 bij wet ingestelde Spaar- en Stabilisatiefonds. Daarom moeten nu al instrumenten worden gecreëerd die regeringen overstijgen en dat ook waarborgen. Echter zal niet aan de regering moeten worden overgelaten te bepalen welk deel van de opbrengsten in het fonds gaan en hoeveel van de middelen voor welk doel zullen worden besteed, zegt minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking.

Hij gaf vrijdag de aanzet om te komen tot een nationale discussie hierover via een seminar waar behalve president Chandrikapersad Santokhi vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de vakbeweging, maatschappelijke groepen, ministers en assembleeleden aan hebben deelgenomen. Deskundigen van het Spaar- en Stabilisatiefonds van Noorwegen hebben een presentatie gehouden. De verwachting is dat voornamelijk inkomsten uit de aardoliesector de eerstkomende jaren een substantiële inbreng zullen hebben in het fonds. “De olieopbrengsten zijn van het volk, niet van de staat of de regering. Ze zijn voor de welvaart van het volk ongeacht welke politieke wind waait”, zegt Ramdin.

Hoewel het fonds bij wet al is ingesteld en ook een bestuursraad heeft, zal een aantal zaken nog goed moeten worden gedefinieerd. De input daarvoor zal via consultatieronden moeten komen vanuit de bevolking. Belangrijk bij de invulling van het spaarfonds, aldus Ramdin, is “vertrouwen”. Evenzo zijn belangrijk transparantie, openheid en verantwoording. Als deze zaken ontbreken zal duurzame ontwikkeling niet gerealiseerd kunnen worden. De autoriteiten zijn vooral geïnteresseerd in de wijze waarop het Noorse spaarfonds functioneert, maar ook naar soortgelijke fondsen van andere landen wordt gekeken. De minister legt uit dat het niet de intentie is om het fonds van Noorwegen, dat beschikt over triljoenen aan middelen, te kopieren.

Met medewerking van Marcel Meyer, honorair-consul van Noorwegen in Suriname, is een deskundige aan Suriname beschikbaar gesteld. Deze zal informatie presenteren hoe het Noorse fonds werkt, wat de beleggingsopties zijn, maar ook wat de uitdagingen en gevaren zijn. De volgende stap is dat er in januari 2021 weer een sessie wordt gehouden gevolgd door het samenstellen van een werkplan om met de diverse groepen in de samenleving te praten om draagvlak te scheppen. Volgens Ramdin moeten ook zekerheden omtrent het beheer van het spaarfonds worden ingebouwd. Voorkomen moet worden dat regeringen zomaar middelen uit het fonds kunnen trekken. Er dienen dus fiscale maatregelen te komen, maar ook de discipline zal er bij machthebbers moeten zijn “om niet aan het geld te komen”. “Dat is niet altijd even makkelijk. We moeten dit niet onderschatten.” De bewindsman vindt dat Suriname vaart moet zetten achter alles wat met de olie- en gassector te maken heeft.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/12/10/aanzet-nationale-discussie-spaarfonds/

 

Elias: “Wij krijgen nog meer van zulke momenten”

11-12-2020 09:41

Staatsolie-directeur Rudolf Elias

“Ik ben ontzettend blij. Dit betekent dat wij nog meer van zulke momenten krijgen. Voor Suriname is dit fantastisch.” Zo reageert Staatsolie-directeur Rudolf Elias op het nieuws over een vierde olieput. De oliemaatschappijen Petronas en ExxonMobil hebben de vierde grote olievondst in het Surinaamse kustgebied gedaan. Petronas Suriname E&P B.V. (PSEPBV) heeft op vrijdag 11 december 2020 melding gemaakt van de ontdekking na het succesvol boren van de Sloanea-1 exploratieput, in Block 52.

Wat deze vondst ook bijzonder maakt voor directeur Elias is dat deze put niet ligt in Blok 58, waar de eerdere ontdekkingen werden gedaan. De Staatsolie-topman zegt vervolgens dat het ongebruikelijk is dat er zo kort achter elkaar vier olievondsten worden gedaan. Hij zegt met volle overtuiging positieve verwachtingen te hebben over de ontwikkelingen in het Surinaamse offshore gebied. “Er zijn een aantal bedrijven bezig boringen te verrichten.” Ten aanzien van de olieput Kes Kesi, alwaar Total en Apache boringen verrichten, zegt directeur Elias dat het mogelijk in januari of februari 2021 bekend zal zijn wat er daar is. Ook zal er naar verwachting voor het einde van 2020 resultaat binnen zijn van boringen bij drie andere exploratieputten.

De Staatsolie-topper roept wederom alle stakeholders om de ontwikkelingen op het gebied van de offshore oliesector niet op hun beloop te laten. Hij doelt daarmee op het formuleren van beleid en het ondernemen van acties om ervoor zorg te dragen dat Suriname optimaal profiteert van de ontwikkelingen binnen de sector. Belangrijk is volgens hem ook het aspect van het verduurzamen van de economie met kapitaal dat zal voortvloeien uit de verdiensten van de sector. Hij juicht vervolgens het initiatief toe, dat minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking, op zich heeft genomen om de maatschappelijke discussie op te starten hoe om te gaan met deze ontwikkelingen. (CDS)

https://www.sun.sr/Details/6019_KXJaFaFaYb1fJpNkgio7P9spBp48PF6VuWMRuOSvnF4GD0mMjOfoUAZuQrw1P5v44L6owgfIeFcM774anE57KKyLJgcFcFccFcFc_rudolf.jpg

Petronas meldt succesvolle boring in Blok 52

11 december 2020

Petronas meldt succesvolle boring in Blok 52
De Maersk Developer-rig.
 

De Maleisische oliemaatschappij Petronas heeft zojuist via haar dochteronderneming Petronas Suriname E&P B.V. (PSEPBV) aangekondigd dat het zijn eerste ontdekking van Hydrocarbon (koolwaterstof) in Suriname heeft gedaan met de succesvolle boring van de Sloanea-1 exploratieput in Blok 52.

 

Het gaat dus om koolwaterstof welke afkomstig is van fossiele, ruwe olie die uit de aarde wordt gehaald. Veel koolwaterstoffen die ontstaan uit aardolie zijn brandbaar. Deze koolwaterstoffen zitten bijvoorbeeld als brandstof in aanstekervloeistof, benzine, diesel, kerosine, lampolie, paraffineolie, petroleum en stookolie.

Emeliana Rice-Oxley, vicevoorzitter van Exploratie, Upstream van PETRONAS, zei: “We zijn tevreden met de positieve resultaten van de put. Het zal Petronas de drive geven om door te gaan met het verkennen van Suriname, een van onze focusbekkens in Amerika. We kijken uit naar een verdere succesvolle samenwerking met onze partner ExxonMobil en een verdere versterking van onze relatie met de regering van de Republiek Suriname, als oplossingspartner, die vorderingen maakt met het leveren van schone en betrouwbare energie op de markt.”

Blok 52, dat een oppervlakte van 4.749 km² beslaat, ligt ten noorden van de kust van Paramaribo, de hoofdstad van Suriname, en bevindt zich in het toekomstige stroomgebied van Suriname en Guyana, waar verschillende grote ontdekkingen van koolwaterstoffen zijn gedaan.

De Sloanea-1-exploratieput is met succes geboord tot een totale diepte van 4.780 meter met behulp van de Maersk Developer-rig (foto).

https://www.waterkant.net/suriname/2020/12/11/petronas-meldt-succesvolle-boring-in-blok-52/

Suriname praat met EU over visumvrij reizen naar Schengenlanden

Publicatie datum: 27 nov 2020 | Bron: Dagblad Suriname | Door: Redactie

President Chandrikapersad Santokhi en minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking hebben donderdag in het presidentieel paleis een werkbespreking gehouden met de vertegenwoordiger van de Europese Unie (EU), ambassadeur Fernando Ponz Cantó, zo bericht het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Na afloop van de ontmoeting heeft minister Ramdin gezegd, dat volledige visumliberalisatie naar de Schengenstaten besproken zal worden in het vervolgtraject. De minister ziet in de EU een belangrijke bondgenoot, omdat er vele projecten via EU in uitvoering zijn. 

De minister zegt blij te zijn, dat de president heeft kunnen vernemen wat de visie is van de EU-vertegenwoordiger. ‘Wij gaan dat gebruiken in dat vervolgtraject.’ In het geval van de EU zal gesproken worden over volledige visumliberalisatie naar de Schengenstaten. ‘Dat is belangrijk voor onze bevolking, zeker wanneer het gaat om het binnentreden van Nederland. Dat je dan geen visum hoeft te hebben.’ Er moet dan wel een aantal wetten worden aangepast in Suriname. Hij noemt als voorbeeld de wet inzake biometrische paspoorten. ‘Wij hopen voor het einde van het jaar de wet aan het parlement te doen toekomen.’

De minister zegt verder, dat er nog andere specifieke zaken zijn die moeten gebeuren om ervoor te zorgen dat Surinamers gemakkelijk de wereld in kunnen en dat burgers uit andere werelddelen gemakkelijk naar Suriname toe kunnen reizen. 

Ambassadeur Ponz Cantó: ‘Wij zijn ons ervan bewust, dat Suriname over veel potentie beschikt. De EU is een partner van het land. We zijn voorstander van ontwikkelingssamenwerking, als onderdeel van beleid voor armoedebestrijding.’

Hij ziet mogelijkheden om de samenwerking verder te versterken, op verschillende gebieden, inclusief op het gebied van handel. Hetgeen erin zal moeten resulteren dat er meer van Suriname in alle lidstaten te zien zal zijn en omgekeerd. ‘Ik ben ervan overtuigd dat het zal gebeuren.’

https://surinamenieuwscentrale.com/content/suriname-praat-met-eu-over-visumvrij-reizen-naar-schengenlanden

Suriname wenst weer permanente EU-vestiging Paramaribo

Suriname wenst weer permanente EU-vestiging Paramaribo

27/11/2020 07:59 – Ivan Cairo

Een onderonsje van de EU-delegatie vóór aanvang van de reguliere Artikel 8-consultatie.De regering ziet graag dat de Europese Unie (EU) opnieuw een permanent kantoor in Suriname vestigt. Minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (Bibis) heeft dat verzoek donderdag gedaan bij aanvang van de reguliere Artikel 8-consultatie met de Europese Unie (EU).

Tijdens het overleg zullen een aantal zaken worden besproken. Ramdin merkte op dat de relatie met de EU als een strategische wordt beschouwd en dat de regering hierover uitgebreid met Brussel wil praten. “Het is voor ons van cruciaal belang dat we deze relatie versterken en verdiepen. Als we met meer projecten tot een sterkere relatie kunnen komen, zou dat ook weer een aanwezigheid van de EU in het land betekenen.”

Hoewel de besluitvorming in Europa traag verloopt, kijkt Suriname uit naar het moment waarop deze zaak kan worden besproken. “Het hebben van een delegatie van de Europese Unie in Suriname zou niet alleen die sterke relatie symboliseren, maar ook de behoefte aan sterkere samenwerking opnieuw kaderen”, aldus de bewindsman. In reactie daarop stelde EU-delegatieleider Fernando Ponz Canto dat Suriname mag rekenen op ondersteuning en samenwerking van de EU.

De organisatie en Suriname hebben een langdurige band op diverse gebieden waaronder de ontwikkelingsagenda van het land. De afgelopen jaren heeft de EU meer dan 35 miljoen euro beschikbaar gesteld. Voorts zijn Suriname en de EU ook “politieke partners” geworden en de Europese organisatie wil ook op economisch, financieel en multilateraal gebied hechtere banden met Paramaribo.

Ponz Canto zegt Surinames verzoek voor een permanente vestiging van de EU in Paramaribo aan het hoofdkwartier in Brussel te zullen voorleggen. Hij stelde daarbij dat hoewel er geen kantoor meer is in Suriname “de EU nooit is weggegaan”. “De EU-vestiging werd inderdaad gesloten en ik hoop dat het zo snel als mogelijk wordt heropend”, aldus de delegatieleider.

Ramdin bedankte de EU-delegatie voor de steun die de voorbije jaren via verschillende projecten is ontvangen. Hij wees erop dat de afgelopen periode Suriname met individuele EU-landen zaken heeft besproken waaronder het schuldenvraagstuk, de financieel-economische crisis en de onderhandelingen met het IMF en hoe die landen Suriname daarbij kunnen assisteren.

Paramaribo hoopt nauwer met de EU samen te werken om de impact van de coronapandemie te beperken, maar ook om de schuldenlast te verlichten en de financieel-economische crisis het hoofd te bieden. “We hopen dat we op een gegeven moment meer steun kunnen krijgen als het gaat om Covid-19, vooral als het gaat om het vaccin, en als we als klein land die ondersteuning kunnen krijgen, zal dit ons vermogen om Covid-19 beter te beheren vergroten.”

Dit zal het land in staat stellen naar een zekere mate van normalisatie van de economie te gaan wat als impact zal hebben dat er meer inkomsten zullen zijn, werkgelegenheid zal toenemen en de economie kan teruggaan naar een zeker niveau van herstel. “Maar het is van cruciaal belang dat we op dat spoor komen in plaats van Covid-19 alleen vanuit een medisch perspectief aan te pakken”, stelde Ramdin.

Ponz Canto merkte op dat de delegatie zeer ingenomen is met de verschillende beleidslijnen op het stuk van verzoening, behoorlijk bestuur, mensenrechten en democratie die president Chandrikapersd Santokhi haar tijdens een kennismakingsbezoek had voorgehouden. De EU hecht ook enorm veel waarde aan de diversificatie van de economie wat Santokhi naar voren had gebracht. Volgens de delegatieleider wenst de EU hechtere economische samenwerking met Suriname zodat meer Europese bedrijven in het land kunnen investeren, maar omgekeerd ziet de EU ook gaarne meer Surinaamse producten op de Europese markt. “I know that it can happen”, aldus Ponz Canto.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/11/27/suriname-wenst-weer-permanente-eu-vestiging-paramaribo/

Braziliaanse regering wil samenwerken; Bolsonaro volgend jaar naar Suriname

De Braziliaanse president Jair Bolsonaro en zijn minister van Buitenlandse Zaken, Ernesto Araújo. Foto: AFP

De Braziliaanse regering is er gereed voor om samen te werken met de regering van Suriname. Deze boodschap heeft de Braziliaanse minister van Buitenlandse Zaken, Ernesto Araújo, namens president Jair Bolsonaro van het zuiderbuurland overgebracht aan president Chan Santokhi.

Araújo vertegenwoordigde president Bolsonaro bij de herdenking van 45 jaar staatkundige onafhankelijkheid van Suriname. Hij gaf aan dat de regering van zijn land er reeds twee jaar aanzit. Dit voelt echter nog steeds als nieuw aan, aangezien het kabinet nog vol energie is om het land te transformeren. Hij ziet dit ook terug bij de pas aangetreden Surinaamse regering en meent dat het dan ook het moment is om samen te werken.

In dit kader heeft Bolsonaro alvast met minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS) van gedachten gewisseld om voorbereidingen te treffen voor het bezoek van president Bolsonaro volgend jaar aan Suriname.

Het Braziliaanse staatshoofd komt dan om de hernieuwde relatie tussen de twee landen te consolideren. Namens president Bolsonaro bracht hij alvast de felicitaties voor niet alleen 45 jaar staatkundige onafhankelijkheid, maar ook de hernieuwde relatie over.

Araújo zegt dat de vriendschap verder gaat dan nabuurschap alleen. “We willen een hechtere relatie met meer diepgang.” Het gaat om samenwerking op het gebied van ondernemerschap c.q. investeringen hierin, transport en infrastructuur, olie en gas.

Bolsonaro noemt ook het gezamenlijk tegengaan van georganiseerde misdaad, drugshandel en het bouwen aan een veiligere regio. Hij geeft verder aan dat beide landen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben wat betreft het milieu, aangezien ze beide ook deel uitmaken van de Amazone alsook internationale milieuorganisaties. Aangezien zowel Suriname als Brazilië ook lid zijn van onder meer de Wereldbank, zouden zij ook samen kunnen werken aan nieuwe mogelijkheden om hun ontwikkeling te financieren.

Minister Araújo plaatst de hernieuwde relatie zowel tegen de bilaterale als regionale achtergrond. Zijn land is namelijk voorstander van een verbeterde relatie met Suriname, Guyana en Frans-Guyana. Wij moeten ons volgens hem realiseren dat de regio zich alleen kan ontwikkelen wanneer deze landen – en vooral de noordelijke staten van Brazilië – gezamenlijk tot ontwikkeling komen.

Araújo zal bij terugkeer in Brazilië meteen met de betreffende ministers in overleg treden voor een sterk bilateraal en regionaal programma met Suriname.

Minister Ramdin geeft aan dat een van de agendapunten tussen de twee staatshoofden zal zijn de energievoorziening in de regio. Hij noemt net als Bolsonaro in deze Suriname, Guyana, Frans-Guyana en de noordelijke staten van het zuiderbuurland.

Volgens Ramdin is er veel werk te verzetten. Hij plaatst de hernieuwde relatie met Brazilië in een lijn met de hernieuwde band met Nederland op zowel technisch als politiek vlak en het gebied van ondernemerschap.

Minister Ramdin en zijn Braziliaanse collega hebben dinsdag alvast twee overeenkomsten getekend voor wat betreft het gezamenlijk bestrijden van malaria en de ziekte van Chagas en assistentie van Brazilië op het vlak van cyber security.

https://www.srherald.com/suriname/2020/11/26/braziliaanse-regering-wil-samenwerken-bolsonaro-volgend-jaar-naar-suriname/

Staatshoofden: ‘Brug zal wederzijdse voordelen opleveren voor ontwikkeling van beide landen

Publicatie datum: 26 nov 2020 | Bron: Dagblad de West | Door: Redactie

De staatshoofden van Suriname en Guyana, respectievelijk Chandrikapersad Santokhi en Irfaan Ali, hebben dinsdag 24 november jl., benadrukt dat beide landen veel kunnen bereiken, door samen te werken. De goede relatie tussen de beide naties, vormde de rode draad tijdens de gezamenlijke verklaringen die beide regeringsleiders deden na hun bilaterale gesprekken op dinsdag 24 november op het Presidentieel Paleis.

Beide staatshoofden hebben volgens hun verklaringen, de ontmoeting als zeer positief ervaren. President Santokhi stelde, dat het van belang is om strategische allianties te vormen voor de verdere ontwikkeling van de beide landen.

Nadat beide staatshoofden hun verklaring hadden afgelegd tegenover de pers, ondertekenden de ministers Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking en zijn ambtgenoot Hugh Todd, een Memorandum of Understanding met betrekking tot infrastructurele projecten over de Corantijnrivier. Beide staatshoofden zijn het erover eens, dat een brug over de Corantijn wederzijdse voordelen zal opleveren voor de verdere ontwikkeling van land en volk.

Voor president Santokhi betekent een toekomstige brug meer dan een verbinding. “Deze brug is niet alleen belangrijk voor goederen en personen, voor de handel en grensoverschrijdende samenwerking. De oeververbinding symboliseert ook een overgang van het oude naar  het nieuwe tijdperk. Een tijdperk van welzijn en voorspoed voor onze volkeren, democratie en rechtsstaat.” President Ali is ook over van de bouw van de brug. “Eenmaal gebouwd zal de brug fungeren als een permanente fysieke link tussen de twee volken.

Die link zal ook zorgen voor de verbinding met de rest van Zuid-Amerika’’, aldus president Ali. Voor beide landen betekent het, dat er mogelijkheden ontstaan voor handel, industrie, toerisme, waarbij de kosten omlaag gaan. De private sector wordt ook meegenomen in het strategisch plan om zo voordelen te hebben voor de beide landen. President Ali sprak van het in het leven roepen van een Guyana Suriname Business Facilitation Unit. Het Guyanese staatshoofd riep op om alle positieve energie te gebruiken in het belang van de beide landen.

“Er zijn werkgroepen, die kort na vandaag reeds aan de slag gaan om de overeengekomen afspraken verder uit te werken. Deze werkgroepen worden geleid door de twee presidenten, waarbij de beide ministers van Buitenlandse Zaken de coördinatie zullen hebben’, aldus president Santokhi. Ook ten aanzien van de bouw van de brug over de Corantijnrivier, werd er van gedachten gewisseld. De oeververbinding zal na voltooiing, het symbool zijn van het steeds verder verbeteren van de samenwerking tussen de beide landen. “Sommige issues hebben haast, zoals het oplossen van de problemen met de Canawaima veerboot. “Deze week zal de Canawaima werkgroep gesprekken voeren die betrekking hebben op de veerverbinding”, aldus het staatshoofd.

Zowel Ali als Santokhi zijn is het erover eens, dat door een nauwe samenwerking tussen de  landen, mede door de gigantische olievondsten voor de kust, het nu meer dan tijd is dat er gewerkt wordt aan een nauwe, transparante en resultaatgerichte samenwerking. De presidenten willen samen werken aan faciliteiten, gericht op de olieindustrie. Suriname is in dit opzicht een paar stappen voor. Ali merkt op dat aan een samenwerking op dit gebied, beide landen flink zullen profiteren.

https://surinamenieuwscentrale.com/content/staatshoofden-%E2%80%98brug-zal-wederzijdse-voordelen-opleveren-voor-ontwikkeling-van-beide-landen%E2%80%99

Open sky-akkoord tussen Suriname en Guyana

 

26/11/2020 10:49 – Ivan Cairo

De presidenten Chandrikapersad Santokhi (l) en Irfaan Ali (r).

De presidenten Chandrikapersad Santokhi (l) en Irfaan Ali (r). Foto: Irvin Ngariman  

PARAMARIBO – Er komt een luchtvaartverdrag tussen Suriname en Guyana. In aanloop daarop is het luchtverkeer tussen de twee buurlanden dat vanwege de coronapandemie was gesloten sinds maandag weer opengesteld voor commerciële vluchten. De protocollen hiervoor worden uitgewerkt door de ministeries van Volksgezondheid en Transport, Communicatie en Toerisme. Dit zei president Chandrikapersad Santokhi in het presidentieel paleis na gesprekken met zijn Guyanese ambtgenoot Irfaan Ali, eregast bij de viering van Srefidensi.

Een gezamenlijke werkgroep zal de details van het luchtvaartverdrag uitwerken. De president merkte op dat met die overeenkomst de samenwerking tussen de twee landen bij reguliere vliegverbindingen zal worden verduurzaamd.

Op vragen van de pers stelden de staatshoofden dat een grenscommissie, die onderdeel is van de gezamenlijke werkgroepen, zich hierover buigt. President Ali merkte op dat deze commissie zich “ijverig” buigt over de materie. Zodra het werk van het technische team is afgerond, zullen de aanbevelingen aan hem en zijn Surinaamse collega worden aangeboden.

Intussen focussen de regeringen zich op verdere versterking van de wederzijdse betrekkingen door nieuwe infrastructuur tot stand te brengen en door het smeden van een raamwerk om de onderlinge handel te bevorderen. Ook maken de landen zich op om samen uitdagingen het hoofd te bieden. “Dit is een ander traject dat focust op ontwikkeling, duurzame relaties die gunstiger zijn voor beide landen”, aldus Ali.

Hoge prioriteit op dit moment genieten volgens Santokhi zaken die de twee landen verbinden. Vandaar dat strategisch beleid zal worden ontwikkeld om die problemen samen aan te pakken. Als voorbeeld noemde hij de brug over de Corantijnrivier. Internationale bedrijven zullen worden uitgenodigd voor de haalbaarheidsstudie, het ontwerp en onderhoud. Gezamenlijk zullen financieringsmogelijkheden worden gezocht.

Ali merkte op dat het geen vraag meer is wanneer er een brug over de Corantijnrivier komt, maar “zodra die er staat”. De oeververbinding zal een permanenten fysieke verbinding zijn tussen Guyana en Suriname, maar ook belangrijk voor de infrastructurele ontsluiting van Zuid-Amerika.

Santokhi zei dat de beoogde brug niet slechts ter ondersteuning van transport van goederen en personen is, maar eveneens een bewijs dat er een transitie is ingezet van het oude naar het nieuwe. De ministers van Buitenlandse Zaken van de twee landen tekenden een intentieverklaring voor de constructie van de brug.

Ali typeerde de ontmoeting met Santokhi als een “significant moment” in de vriendschappelijke betrekkingen tussen zijn land en Suriname. Met de begonnen dialoog wordt een raamwerk opgezet voor hechtere samenwerking op verschillende gebieden. Handel, transport, toerisme, visserij en infrastructuur nemen in de hernieuwde samenwerking een voorname plek in. Volgens het Guyanese staatshoofd zijn er grote uitdagingen maar ook heel goede mogelijkheden om het handelsverkeer te bevorderen en uit te breiden, zeker bij toerisme.

Santokhi sprak van een vruchtbare ontmoeting met zijn Guyanese ambtgenoot. Samen zullen zij persoonlijk richting geven aan de relaties, met voor de ministers van Buitenlandse Zaken een coördinerende rol. De nieuwe aanpak moet resulteren in resultaten om de ontwikkeling in de twee landen te stimuleren. Nog deze week vergaderen de gezamenlijke werkgroepen om plannen uit te werken hoe de samenwerking tussen Suriname en Guyana meer inhoud kan krijgen.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/11/26/open-sky-akkoord-tussen-suriname-en-guyana/

Goed gesprek tussen minister Blok en regering Suriname

24 nov 2020

De gesprekken die gevoerd zijn tussen de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok, en de Surinaamse regering kunnen als goed bestempeld worden.

Van Surinaamse zijde waren president Chandrikapersad Santokhi en minister Albert Ramdin van van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking, bij de gesprekken aanwezig.

 

Aan het staatshoofd is voorgehouden waar de samenwerking tussen de beide landen op dit moment staat. Het bezoek van minister Blok stond in het kader van de herdenking van 45 jaar Staatkundige Onafhankelijkheid van de Republiek Suriname.

Minister Ramdin zei tijdens de persconferentie, dat de betrekkingen op dezelfde voet verder gaan. Drie maanden geleden is de relatie nieuw leven ingeblazen en wordt die verder geïntensiveerd. Dit houdt in het voortzetten van afspraken die gemaakt zijn tijdens het hoog ambtelijk overleg. Deze afspraken zullen de komende weken op ministerieel niveau verder uitgewerkt worden.

Nederland zal nagaan op welke wijze zij ondersteuning op een aantal trajecten zal verlenen. Dat zal volgens minister Ramdin bijdragen aan het voornemen van de regering om ondermeer de economie te herstellen. Ook technische bijstand is noodzakelijk voor het beleid op langr termijn.

Minister Blok gaf aan, dat de beide landen een lange geschiedenis delen. In het kader van de samenwerking zijn op ambtelijk niveau reeds gesprekken gevoerd over zaken zoals economische samenwerking, landbouw, justitie en de strijd tegen georganiseerde criminaliteit.

De bewindsman gaf aan dat, gelet op de gepleegde inspanningen om de samenwerking steeds verder te verbeteren, er goede resultaten geboekt zullen worden.

https://www.gfcnieuws.com/goed-gesprek-tussen-minister-blok-en-regering-suriname/

DEN HAAG EN PARAMARIBO STAAN NIET STIL, LIFE GOES ON…LINE!

Nov 12, 2020

Foto:Anil Sadhoeram Managing Director, Nxt Wave Inc.

De wereld is helemaal veranderd. Ook de wereld van handel en ondernemen is veranderd. Door Covid-19 kunnen we voorlopig niet meer reizen en daarom was er op 10 november 2020 het eerste Surinaams-Nederlands Online Business Forum.

Jörgen Raymann, bekend van TV, was de presentator. Uit de live enquete tijdens dit forum bleek in welke sectoren de meer dan 280 deelnemers werkzaam zijn: 12% van de mensen is actief in de landbouw, 8% in de energiesector, 5% in de infrastructuur, 6% in toerisme, 5% in de gezondheidzorg en de rest in overige sectoren zoals de productie, trainingen, coaching, houtproducten, internal audit and risk control, financiele dienstverlening, fiscale dienstverlening en IT.

Deze sessie was de eerste online verkenning en minister Ramdin zei: “Er is ook een visie dat het bedrijfsleven de economie draait en niet de overheid, dus wij willen graag samenwerken met het bedrijfsleven, internationaal en lokaal, om die faciliteiten te creëren die van belang zijn voor de samenwerking en ontwikkeling.”

Aangezien er bij de overheid heel veel voorstellen binnenkomen deed hij een beroep op het bedrijfsleven van zowel Surinaamse als Nederlandse kant, om niet alleen met projectideeën of projectvoorstellen te komen, maar zo zei hij het: “komt u met vrij uitgewerkte businessplans zodat we daar goed naar kunnen kijken”. “Maar het belangrijkste is: Geeft u aan, wat heeft u nodig van de Surinaamse regering”, aldus de minister.

Wat ik goed vond van dit online forum is dat er naast de beide ministers, Kaag en Ramdin, ook twee ondernemingen die al geruime tijd actief zijn in Suriname in beeld kwamen om hun ervaringen uit de praktijk met ons te delen. Dit smaakt naar meer.

Wat ik eigenlijk zeer waardeer is dat de ministers ondanks de Covid-19 pandemie laten zien dat men in Den Haag en in Paramaribo niet stil zit. De wereld is natuurlijk veranderd en ‘vroeger’ komt niet meer terug.

Belangrijk is, dat het niet hierbij blijft. De overheid moet niet alleen met de nieuwe digitale golf meegaan omdat ‘t trendy is, maar men moet ook structureel investeren in deze nieuwe digitale manier van internationale samenwerking en ondernemerschap. Het bedrijfsleven en de overheid moeten ook investeren in nieuwe vormen van connectivity via video en virtual platforms.  Dit Surinaams-Nederlands Online Business Forum past wat mij betreft helemaal bij de tijdgeest maar de kunst is om duurzame businesses in de praktijk te realiseren. Hou ook a.u.b. rekening met het feit dat niet iedereen dezelfde kansen heeft, niet iedereen heeft goed werkend internet en de overheid moet ook zorgen dat deze groep niet achter blijft.

Door strategisch gebruik te maken van de moderne innovatieve digitale technologieën kunnen bedrijven die nu geografisch van elkaar gescheiden zijn, toch nog met elkaar samenwerken en specialistische kennis met elkaar delen. Dit via e-business software, video en webinars en uiteraard kan men ook handel met elkaar drijven middels e-commerce platforms.

Werk van Anywhere, Anytime met Anyone? Zolang je maar internet hebt! Dit geldt natuurlijk niet voor elk beroep maar tegenwoordig hoeft het eigenlijk niet meer uit te maken waar je fysiek zit, als je maar connected bent: locaal, regionaal, internationaal en tegenwoordig dus ook virtueel.

Social technologies give us the opportunity to “Work Apart Together as in a Tribe”.

Omdat dit forum online plaatsvond kon ik er vanuit Curaçao gelukkig ook bij zijn. Vanuit dit eiland ben ik persoonlijk al een tijdje aan het pionieren in Suriname.

Door de Covid-19 crisis konden er geen business events meer worden georganiseerd en kon men niet meer reizen. Een crisis is ook een kans dus heb ik samen met Orga Nice uit Suriname ‘This Week’s Webinar’ eerder dit jaar geintroduceerd. Dit  is een serie webinars via Zoom’georganiseerd voor deelnemers en sprekers uit Nederland en Suriname met als doel mensen met elkaar te verbinden en van elkaar te leren over diverse onderwerpen die hen kan helpen te ‘thriven’ in de nieuwe veranderende wereld.

Ik ben positief over de toekomst van Suriname en als we smart werken komen we er wel. Samen!

Kudos aan de organisatie van het eerste Surinaams-Nederlands Online Business Forum, ik kijk al uit naar de volgende!

Ingezonden | Anil Sadhoeram

https://unitednews.sr/den-haag-en-paramaribo-staan-niet-stil-life-goes-online/

HERDENKING VAN 45 JAREN STAATKUNDIGE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE REPUBLIEK SURINAME

Nov 2, 2020

In het kader van de herdenking van 45 jaren Staatkundige onafhankelijkheid van de
Republiek Suriname, heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het initiatief genomen om dit heugelijk feit
waardig te memoreren, door een aantal voormalige Ministers, Ambassadeurs en gekozen
deskundigen in internationale organisaties aan het woord te laten.
Het doel van deze speciale diplomatieke documentaires is om het buitenlands beleid van
Suriname en de successen, maar ook knelpunten, gedurende de afgelopen 4S jaren in het
voetlicht te plaatsen. Hiernaast zullen een aantal interviews met een tiental Ambassadeurs
en deskundigen bij Internationale Organisaties gehouden worden.
Gesprekken zijn ook gehouden met de President van de Republiek Suriname, Z.E.
Chandrikapersad Santokhi en de Minister van Buitenlandse Zaken, International Business
en Internationale Samenwerking, dhr. Albert R. Ramdin.
De serie van documentaires zullen gedurende de maand november te zien zijn via Gov.
Tv, DNA Tv andere tv stations in het binnen- en buitenland. Alle vraaggesprekken zullen
ook via het internationaal en virtueel Youtube kanaal beschikbaar worden gesteld.
Op 4 november 2020 zal de eerste afievering uitgezonden worden waarbij de Minister van
BIBIS, dhr. Albert R. Ramdin het voortouw zal nemen. De President van Suriname, Z.E.
Chandrikapersad Santokhi zal vervolgens op 25 november 2020 de gemeenschap
toespreken in het kader van 45 jaar Staatkundige Onafhankelijkheid van Suriname.
Voor nadere informatie, gelieve contact op te nemen met de afdeling Public Relations van
het Ministerie van BuitenlandseZaken, International Business en Internationale
Samenwerking (BIBIS) op het nummer: 477030,extensie no.276.
Het Ministerie van BIBIS wenst de totale gemeenschap veel kijk- en luister plezier toe en
hoopt dat de informatie die verstrekt zal worden goed door de samenleving wordt
ontvangen.

PERSBERICHT|BIBIS

https://unitednews.sr/herdenking-van-45-jaren-staatkundige-onafhankelijkheid-van-de-republiek-suriname/

Nederlandse minister Stef Blok op Srefidensi dag in Suriname

5 november 2020

Copyright Rijksoverheid.nl – foto Arenda Oomen
 

De Nederlandse minister van Buitenlandse zaken Stef Blok, zal op 25 november 2020 de viering van Onafhankelijkheidsdag in Suriname bijwonen. Blok is de eerste Nederlandse minister die de nieuwe regering onder leiding van president Chan Santokhi bezoekt.

 

Het nieuws van de komst van Blok werd woensdagavond bekendgemaakt door topambtenaar Thijs van der Plas die deze week in Suriname is, meldt het ANP. Van der Plas is met acht collega-ambtenaren naar Suriname gekomen om de samenwerking tussen Nederland en Suriname weer vorm te geven.

Op woensdag 25 november wordt ‘Srefidensi’ gevierd en is het 45 jaar geleden dat Suriname een zelfstandig land werd.

https://www.waterkant.net/suriname/2020/11/05/nederlandse-minister-stef-blok-op-srefidensi-dag-in-suriname/

Suriname en Nederland tekenen verklaring samenwerking

05 Nov, 2020, 03:16

foto
previousMatthijs van der Plas, directeur-generaal van Politieke Zaken op het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de delegatie geleid. (Foto’s: René Gompers)next

Suriname en Nederland gaan op bepaalde gebieden nauw samenwerken “als twee gelijke onafhankelijke Staten.” Afhankelijk van de covid-situatie, zal de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok, in Suriname zijn om 45 jaar Srefidensi mee te vieren. Beide landen willen tegen die tijd de ambassadeurs geïnstalleerd hebben. Dit zijn enkele ‘high lights’ uit de reeks van bereikte resultaten van het tweedaagse hoog ambtelijk overleg tussen Suriname en Nederland. Het overleg is woensdag afgesloten op het ministerie van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (Bibis) met een gezamenlijke verklaring. 
 
Een persconferentie over de resultaten zal vrijdag worden gehouden, deelt Bibis-minister Albert Ramdin aan de aanwezige pers mee. “Dan zullen er meer items zijn,” kondigt hij aan. Ramdin  benadrukt dat de gesprekken op gelijke partnerschap zijn gebaseerd. “Het is niet meer ontwikkelingssamenwerking of ontwikkelingsfinanciering,” stelt hij. “Het is internationale samenwerking tussen twee onafhankelijke Staten. Dat is wat wij wilden realiseren op basis van de verbondenheid tussen beide landen.”  De pers mocht wel aanzitten bij de afsluiting in de vergaderzaal van Bibis. De ‘gemeenschappelijke verklaring’ was toen nog niet gereed. Maar Matthijs van der Plas, directeur generaal van Politieke Zaken op het ministerie van Buitenlandse Zaken, heeft enkele van de zaken die erin komen te staan, opgesomd. 
 
Er is van gedachten gewisseld over hoe de 19 miljoen euro aan restant gedragsmiddelen besteed gaat worden. “In de gemeenschappelijke verklaring is besloten om hierover op korte termijn overeenstemming te bereiken,” deelt Van der Plas mee. “Ik benadruk dat hierbij de Surinaamse wensen leidend zijn.” De ambassadeposten worden in enkele weken ingevuld. “De uitwisseling van de ambassades is aan de orde geweest en we zijn op schema om dit traject voor de viering van 45 jaar Onafhankelijkheid op 25 november, af te ronden.”  Over Covid-19 deelt de delegatieleider mee dat de beademingsapparaten (ventilatoren) pas volgende week in Suriname zullen zijn. De extra  3,5 miljoen euro aan covid-steun is gegarandeerd deelt Van der Plas mee. Hiermee komt het bedrag op 6 miljoen. De ministeries van Volksgezondheid gaan blijven samen optrekken. 
 
De ministeries van Financiën hebben concrete afspraken gemaakt over technische assistentie voor de douane, de belastingdienst, financieel management en begroting. “Ook is Nederland bereid ondersteuning te bieden bij de aanpak van witwassen en corruptie,” geeft Van der Plas aan. “Voor een effectieve en structurele samenwerking op deze gebieden, is een spoedige akkoord tussen Suriname en het IMF van groot belang,” voegt hij toe. 
 
De samenwerking op het gebied van justitie en politie wordt voortgezet en uitgebreid. “Zowel de Nederlandse Raad voor de Rechtspraak als de voorzitter van het college van de Procureurs – generaal, willen op korte termijn naar Suriname komen om hier gestalte aan te geven,” deelt van der Plas mee. “Ook de beide politiekorpsen gaan om de tafel zitten om de samenwerking te verdiepen.” Beide landen gaan ook een concrete oplossing zoeken voor het feit dat Nederlandse ontnemingsvonnissen (het wegnemen van crimineel vergaard vermogen) niet kunnen worden uitgevoerd in Suriname. 
 
Van der Plas vervolgt dat op het gebied van Defensie  er veel mogelijkheden voor samenwerking  zijn. Suriname zoekt naar technische assistentie voor de krijgsmacht en de kustwacht. Er komt een samenwerking tussen Surinaamse Militaire Academie en de Nederlandse Defensie Academie voor opleidingen. Op het gebied van landbouw zijn er ook concrete punten van samenwerking bereikt. Rijstproductie, pesticidemanagement en het stimuleren van akkerbouw voor veevoer zijn daarbij de prioriteiten. 
 
Nederland stelt het zeer op prijs dat de ‘terugkeer van de samenwerking’ wordt hervat; een gemengde groep zal begin december digitaal bijelkaar komen. Ook het voornemen van Suriname om toe te treden tot het Verdrag van San José, ook bekend als het Amerikaans Verdrag van de Mensenrechten, wordt door Nederland toegejuicht. De eerstvolgende ontmoeting van delegaties is al over enkele weken, deelt Van der Plas aan Ramdin mee: “Onze minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok, zal de Koninkrijk der Nederlanden vertegenwoordigen bij de Onafhankelijkheidsviering op 25 november, uiteraard als de covid-situatie dat toelaat. Hij heeft mij persoonlijk verzekerd dat hij er zeer naar uitziet om u hier weer te ontmoeten.” 
 
René Gompers
 
U kunt de gemeenschappelijke verklaring hier downloaden.
pdf-icon.gif Verklaring_Buza_Sur_en_Ned.pdf                
 

Suriname en Nederland leggen samenwerkingsgebieden duidelijker vast

Publicatie datum: 04 nov 2020 | Bron: Dagblad de West | Door: Redactie

Een delegatie van Nederland heeft vandaag een overleg gehad met minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking, waarbij zal worden aangegeven, op welke gebieden beide landen concreet zullen samenwerken. Het overleg zal twee dagen duren en is een gevolg van eerdere gesprekken tussen Ramdin en Stef Blok, de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken.

De besprekingen van vandaag en morgen kunnen volgens Ramdin, als historisch worden gezien. Projectvoorstellen op verschillende beleidsgebieden zoals landbouw, financiën en economie, buitenlandse zaken, justitie en politie, milieu, gezondheidszorg en defensie, zullen worden besproken. Op het gebied van de aanpak van COVID-19, had Nederland reeds 2,5 miljoen voor de aanschaf van  COVID-19 materiaal beschikbaar gesteld.

Dit bedrag is besteed, maar er wordt nog 3.5 miljoen euro erbij gedaan. Het overleg over hoe dit bedrag ingevuld zal worden, is al begonnen. Aanstaande vrijdag zullen 18 ventilatoren en ander materiaal voor de ziekenhuizen in Suriname, aankomen. Het resterend bedrag zal besteed worden aan additioneel materiaal. Ramdin benadrukte, dat de besluiten over de besteding van de middelen, geheel door Suriname wordt genomen.

In zijn openingstoespraak zei Ramdin dat in de afgelopen jaren de relatie tussen Suriname en Nederland, door politieke keuzes van respectievelijke regeringen onder druk is komen te staan, waarbij de uitvoering van bijkans alle samenwerkingsprogramma’s werd bevroren. Deze omstandigheden zijn bij de afgelopen verkiezingen drastisch verbeterd.

“De situatie leent zich nu voor algeheel herstel, intensivering van de betrekkingen en het weer opstarten van de samenwerking tussen beide mogendheden.” Een belangrijk deel van de besprekingen zijn de nadere uitwerking van de restant verdragsmiddelen. Volgens Ramdin gaat het om bijkans 17 miljoen euro, maar het exacte bedrag moet nog overeengekomen worden.

“Wij geloven in afronding naar boven”, zei Ram-din lachend. De restantmiddelen waren volgens de minister geblokkeerd vanwege omstandigheden in Suriname, maar die zijn nu gedeblokkeerd. Een deel van dit bedrag zal besteed worden aan de afbouw van het hoofdbureau van politie. De minister bracht in herinnering dat in het Ontwikkelingssamenwerkingsverdrag van 25 november 1975, is opgenomen dat er zoveel mogelijk samengewerkt zou worden op elk gebied waarbij de economie van beide landen aanvullend en stimulerend op elkaar kan werken.

“Economische groei en goede welvaartspreiding in Suriname zal worden bevorderd, zodat de economische weerbaarheid van Suriname op efficiënte wijze zou worden bereikt. Met het gebruik van de laatste restantmiddelen loopt dit ten einde, maar signaleert ook een nieuw begin”, stelde Ramdin. In de afgelopen 45 jaar zijn bijkans 20 verdragen getekend waarvan groot deel nog in werking is. Ramdin gaf aan, dat er nu gekeken zal worden wat nog effectief is, wat geüpdatet moet worden, wat veranderd moet worden of in een ander kader moet worden geplaatst.

Behalve de donaties voor de bestrijding voor COVID-19, het vrijgeven van de restant verdragsmiddelen, zijn er volgens Ramdin ook uitstaande lopende kwesties met betrekking tot het buitenlands beleid die besproken zullen worden zoals visumvrij reizen naar Nederland, de politieke ondersteuning bij internationale financiële organisaties en andere zaken die spelen.

Ook de technische deelterreinen van het ministerie van Buitenlandse Zaken met de ministeries Landbouw Veeteelt en Visserij (LVV), Volksgezondheid en Financiën en Planning, zullen apart worden besproken om te zien waar Nederland tegemoet kan komen. “Alle deelgebieden en instituten zijn de afgelopen 10 jaar geërodeerd, dus alles wat we kunnen meenemen uit de onderhandelingen zal tot een beetje capaciteitsversterking leiden.

Dus voor mij is alles belangrijk”, zei Ramdin. Hij hoopt vooral op ondersteuning van de belastingdienst en de douane. Volgens Ramdin zijn er andersoortige of soortgelijke samenwerkingsvormen met Frankrijk, Guyana, Brazilië, Canada, Engeland en de Verenigde Staten.

door Priscilla Kia

https://surinamenieuwscentrale.com/content/suriname-en-nederland-leggen-samenwerkingsgebieden-duidelijker-vast

Verkiezingen VS niet van invloed op relatie met Suriname

Minister Mike Pompeo tijdens een bezoek aan Suriname. Foto: CDS

De verkiezingen in de Verenigde Staten (VS) zijn niet van invloed op de situatie in Suriname. Omgekeerd heeft de situatie in Suriname ook geen invloed op besluiten in de VS. Dit stelt minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking tijdens een gisteren belegde persconferentie.

Hij gaf samen met minister Armand Achaibersing de samenleving informatie over de financiële uitdaging en economische vooruitzichten. De VS behoort tot de groep van landen waarmee er gesprekken zijn gevoerd over de financieel- economische situatie waarin Suriname zich bevindt en wat het traject is naar herschikking van schulden.

Tegen de achtergrond van economische samenwerking heeft de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, in september een bezoek gebracht aan Suriname. Zijn bezoek kwam twee maanden voor de verkiezingen in de VS, namelijk in november.

Minister Ramdin zegt dat de Surinaamse regering deze verkiezingen ook in de gaten houdt en ook de uitslag. Echter heeft dit geen invloed op de situatie in Suriname. De afspraken die met minister Pompeo zijn gemaakt worden verder uitgewerkt via de Amerikaanse ambassade in het land. Minister Ramdin spreekt van de gebruikelijke weg om besprekingen met de VS te voeren.

Volgens de bewindsman blijven de gemaakte afspraken dus op agenda. Een van de afspraken was dat er agentschappen naar Suriname kwamen voor financiering. Dit is ook gebeurd met de komst van de Development Finance Cooperation (DFC) met een totaal van vijf agentschappen. “Er zijn afspraken gemaakt, in termen van wat op korte termijn gerealiseerd zou kunnen worden,” zegt minister Ramdin.

In deze fase wordt gedacht aan de fondsen die beschikbaar gesteld zouden kunnen worden aan het bedrijfsleven om de agrarische sector en het klein- en middelgroot bedrijf te ondersteunen. De middelen hiervoor zouden worden afgezet bij de banken ter ondersteuning van met name de productieactiviteiten in het land.

https://www.srherald.com/suriname/2020/10/31/verkiezingen-vs-niet-van-invloed-op-relatie-met-suriname/

Elias: USD 60 miljard te verdienen aan offshore ontdekkingen

Publicatie datum: 31 okt 2020 | Bron: Dagblad de West | Door: Redactie

Suriname verwacht potentieel tot USD 60 miljard te verdienen aan de ontwikkeling van koolwaterstofbronnen bij de drie ontdekkingen die tot nu toe voor de kust van ons land zijn gedaan. Rudolf Elias, CEO van de Staatsolie Maatschappij Suriname N.V., wees woensdag tijdens een webinardiscussie – Guianas Green Economy Dialogue – op de Maka Central-1, januari 2020-ontdekking, de Sapakara West-1-ontdekking van begin april en de Kwaskwasi-1-ontdekking van juli, die allemaal werden gedaan in Blok 58. Hij zei dat de Surinaamse regering verwacht tussen de USD 20 miljard en USD 60 miljard aan inkomsten te verdienen met alleen deze ontdekkingen.

De Amerikaanse multinationale investeringsbank en financiële dienstverlener Morgan Stanley, zegt dat de modellering van blok 58 aantoont dat het potentieel 6,5 miljard vaten olie-equivalente bronnen bevat die kunnen worden ontwikkeld in zeven fasen met de eerste olie als doel voor 2026. Ondertussen zei het in Noorwegen gevestigde Rystad Energy, dat de drie ontdekkingen die in Blok 58 zijn gedaan, worden geschat op ongeveer 1,4 miljard vaten olie-equivalent.

“Met deze drie vondsten alleen, zal de regering van Suriname ergens tussen de USD 20 en USD 60 miljard dollar verdienen, en USD 20 miljard is het laagst mogelijke inkomen als we alle drie de vondsten die we hebben ontwikkelen”, zei Elias, erop wijzend dat de USD 60 miljard is gebaseerd op een olieprijs van USD 55. Andere proefboringen zijn momenteel gaande op het blok waar de ontdekkingen zijn gedaan. Sprekend over hoe Suriname erin is geslaagd om olieovereenkomsten te sluiten die deze potentiële inkomsten opleveren, zei de CEO van Staatsolie, dat het land een lange geschiedenis heeft met koolwaterstoffen. “Dus als je kijkt naar Suriname en de deals die we met de oliemaatschappijen hebben gesloten, omdat we een lange geschiedenis van olie hebben met Staatsolie als de National Oil Company, dan hebben we een zeer strenge regulering van olie”, zei Elias.

Met een dergelijk grote som geld zei Elias, dat de vraag nu is hoe het land deze inkomsten zal besteden aan het welzijn van de mensen. Hij merkte op dat hun olievoorraden uiteindelijk uitgeput zullen raken, en zei dat het gesprek over verstandige uitgaven een inclusief en nationaal gesprek moet zijn. “Ik zeg altijd: laten we vandaag een nationale discussie voeren met alle politici- coalitie en oppositie – maar ook het bedrijfsleven en de vakbonden en samenkomen en zeggen: ‘Wat gaan we doen met het geld dat we over vijf jaar krijgen?’ Laten we het vandaag bespreken, want als we het niet vandaag bespreken, hebben we dan nog niets besproken en hebben we niets om het aan uit te geven. Als we dat niet hebben besproken, is het heel gemakkelijk dat het zal lopen zoals in  Venezuela. ”

Elias zei dat het Surinaamse volk moet worden geraadpleegd, niet alleen over het sparen in een Soeverein Wealth Fund, maar ook over het deel dat wordt geconsumeerd. “Het gedrag van de mensen zal worden aangestuurd door de politici om te zeggen: ‘Laten we die nationale discussie voeren over wat we zullen doen met de USD 20 tot USD 60 miljard die we de komende 30 jaar zullen krijgen’’’, stelde hij.

Bron: https://oilnow.gy/

https://surinamenieuwscentrale.com/content/elias-usd-60-miljard-te-verdienen-aan-offshore-ontdekkingen

SURINAAMSE TWIN TOWERS IN STUDIE: BUSINESS CENTER EN GOVERNMENT CENTER

Publicatie datum: 29 okt 2020 | Bron: United News | Door: Redactie

President Chan Santokhi heeft zijn handen vol met de beheersing van de financieel-economische problemen die stroever gaat dan hij had verwacht. Tegelijkertijd maakt hij ook plannen om de aankomende ‘goede tijden’, dankzij de olie-industrie op zee, te kunnen faciliteren. In dat kader denkt hij twee enorme centra op te zetten: een Business Center en een Government Center. Hij praat over de Surinaamse versie van de Twin Towers die het boegbeeld zal moeten worden van de Surinaamse ontwikkeling met het oog op de opkomende olie- en gasindustrie. 

“We zien hier namelijk wat voor ontwikkeling die oil and gas met zich mee gaat brengen. Daarom willen we in Paramaribo ook een zogeheten Twin Towers opzetten”, zegt de president. Volgend jaar wordt het ontwerp van de Twin Towers klaargemaakt en als het van Santokhi afhangt, zal tegen eind 2021 een aanvang gemaakt moeten worden met dit ambitieus project. “En al deze zaken zullen te maken hebben met Public-Private-financiering.”

Het is de eerste keer dat Santokhi melding maakt van dit ambitieus project dat onderdeel is van een pakket aan maatregelen die getroffen worden om de Surinaamse economie af te stemmen op de aankomende oliesector op zee.

Zo wordt er ook gekeken naar het ontwikkelen van local content. De private sector zal daarop moeten inspelen in de hoop dat zoveel als mogelijk toeleveringen aan de oliemaatschappijen vanuit Suriname plaatsvinden. Indien dit niet op tijd geregeld is, zal Suriname miljarden Amerikaanse dollars verliezen aan de pre-development fase van de olievelden op Zee. “Als we dat niet doen, en niet tijdig gaan doen, zal het buitenland heel wat kansen van ons afpakken. Dan zullen buitenlandse bedrijven eerder toegang hebben tot deze oliegiganten, en daarom willen we zo snel mogelijk starten om onze bedrijven met goeie discussies en met goeie training alvast te certificeren en ze competitive te maken. Ook de normen die gelden, internationaal om diensten en goederen te leveren, dat ze daaraan gaan voldoen, zodat we een kans kunnen geven aan de Surinaamse samenleving om hiervan gebruik te kunnen maken”, aldus de president. Hetzelfde geldt voor het opzetten van de shorebase. 

Dit alles moet binnen twee weken voorbereid zijn.

UNITEDNEWS

https://surinamenieuwscentrale.com/content/surinaamse-twin-towers-studie-business-center-en-government-center

Staatsolie in zee met Energy Chamber T&T

28 Oct, 2020, 10:44

foto
 Werknemers van Staatsolie aan het werk op een plateau. (Foto: Staatsolie) 

Staatsoliemaatschappij Suriname NV en de Energy Chamber van Trinidad & Tobago (ECTT) hebben een Memorandum of Understanding (MoU) ondertekend om samen te werken aan capaciteitsopbouw voor gezondheid, veiligheid en milieu (HSE) in de Surinaamse olie-en gassector. Managing Director van Staatsolie, Rudolf Elias, heeft de overeenkomst op 13 oktober getekend met Thackwray Driver, president en CEO van ECTT.

Op grond van de overeenkomst zullen partijen een raamwerk creeren voor effectieve samenwerking en kennisdeling dat is gericht op de ontwikkeling van HSE-normen, beoordelingssystmen, het opbouwen van de technische en HSE-capaciteit van dienstverleners en het verlenen van certificatiediensten in de Surinaamse olie-en gassector. Bovendien zal een kader van gezondheids-, veiligheids- en milieuspecialisten worden aangewezen voor training en ontwikkeling, met als doel dat zij servicebedrijven kunnen adviseren en certificeringsaudits kunnen uitvoeren in overeenstemming met de industrienormen.

De intentieverklaring heeft een duur van drie jaar, met de optie tot stilzwijgende verlenging. De overeenkomst tussen de twee Caricom-buren komt op een moment dat Suriname tot dusverre drie offshore olie-ontdekkingen heeft gedaan en vooruit wil gaan met de ontwikkeling van deze hulpbronnen. De ontdekkingen in Suriname volgen de meer dan 8 miljard vaten ruwe olie die in Guyana bij het aangrenzende Stabroek Block zijn gevonden.

Frankrijk hoopt akkoorden te tekenen rond 45e Srefidensi

28 Oct, 2020, 06:38

foto
 De discussie over de grenskwestie is bijna afgerond, zegt, ambassadeur Antoine Joly van Frankrijk. (Foto: Ranu Abhelakh) 

Frankrijk hoopt rond 25 november samen met Suriname zijn handtekening te plaatsen onder twee documenten. Het gaat om de overeenkomst wederzijdse juridische bijstand in strafzaken, die al drie jaren klaar ligt voor ondertekening. En als alles volgens planning verloopt ook het uitbreidingsverdrag van het 1915-grensverdrag dat de grenskwestie in de Marowijnerivier regelt, vertelt de Franse ambassadeur Antoine Joly in gesprek met Starnieuws.
 
De discussie over de grenskwestie is bijna afgerond, “we naderen het einde. De discussie is meer van geografisch technisch aard en geen politieke kwestie”, zegt de diplomaat. Er liggen ruim 950 eilanden in het gebied, “we moeten nog van drie tot vier eilanden de status bepalen”. Momenteel legt een Franse expert de laatste hand aan de digitale technische informatie hierover. “Hij is er voor een week en hierna moeten we alle digitale informatie over de grens hebben.”
 
Als er hierna geen lange technische discussies tussen partijen zijn, kunnen de bereikte resultaten vastgelegd worden in het uitbreidingsverdrag; gereed voor ondertekening. Mocht het verdrag klaar liggen rond 25 november, dan is het best mogelijk dat de Franse minister Sébastien Lecornu van Overzeese Zaken naar Paramaribo afreist voor de 45e Onafhankelijkheidsdag van ons land. Hij zal dan zijn handtekening plaatsen onder beide documenten.
 
Overeenkomsten tekenen
De Franse president Emmanuel Macron is formeel uitgenodigd voor de herdenkingsactiviteiten, maar zal zich waarschijnlijk laten vertegenwoordigen door de minister, geeft Joly aan. Prefect Marc del Grande van Frans-Guyana en president Rodolphe Alexandre van Collectivité Territoriale de Guyane, de Assemblee in Frans-Guyana zullen de Srefidensi viering ook bijwonen. “Lecornu is minister voor Frans-Guyana en hoe mooi zou het niet zijn, als hij in hun aanwezigheid, dit deel van de grensbepaling tekent.”
 
In de strijd tegen grensoverschrijdende criminaliteit en drugsbestrijding is niet alleen een duidelijke grensbepaling nodig. Voor een goed strafrechtelijk onderzoek is de overeenkomst wederzijdse juridische bijstand in strafzaken een noodzaak. Parijs trappelt sinds 2017 om die met Paramaribo aan te gaan. “Als we deze twee overeenkomsten niet in november tekenen, dan wordt het maar december.”
 
Steun anticorruptie-unit
De Franse hulp in strafzaken, kan ook op andere gebieden. Joly: “We willen onze justitiële samenwerking met Suriname versterken”. Frankrijk staat open om ondersteuning te bieden aan de nieuwe afdeling van het Openbaar Ministerie (OM): de anticorruptie-unit. Het land heeft een enorme expertise als het gaat om corruptieonderzoeken en kent het Le Parquet National Financier van de procureur-generaal en Agence Française Anticorruption.
 
“We zijn gereed om onze kennis te delen. We kunnen trainingen bieden en uitwisseling van rechters en parketofficieren die hun praktijkervaring kunnen delen.” De ambassadeur benadrukt dat de Franse steun afhangt van wat het OM graag zou willen en voegt eraan toe dat ook de Europese Unie een uitgebreid programma voor justitiële ondersteuning biedt.
 
Uitbreiding 1915-grensverdrag
Nederland en Frankrijk tekenden op 30 september 1915 het grensverdrag voor de gedeeltelijke vaststelling van de grens. Dit verdrag geldt als uitgangspunt in de huidige grensbesprekingen. Partijen praten daarom over een uitbreidingsverdrag en niet over een nieuw grensverdrag. In het uitbreidingsverdrag wordt de grenslijn aangevuld met nog twee riviergedeeltes, zodat die riviergrens één geheel vormt en voor iedereen duidelijk is.
 
Twee van de aanvullingen zijn onder andere: de lijn vanuit zee tot aan het eiland Portal en het deel van de grens vanaf Stoelmanseiland tot waar de rivieren Lawa, Litanie en Marowini samenkomen. In een later stadium onderhandelen partijen verder over het laatste betwiste stukje, het zuidelijk deel van de grensrivier.

Regering wil verhoogd tempo bij ontwikkelen beleidsgebieden

De regering wil een verhoogd tempo bij het ontwikkelen van beleidsgebieden. Foto: CDS

De regering Santokhi wil met het oog op het opgang brengen van de economische ontwikkeling, met een verhoogd tempo reeds het komende jaar bepaalde beleidsgebieden ontwikkelen. Naar aanleiding van deze intentie heeft een regeringsdelegatie onder leiding van president Chan Santokhi een presentatie gehad, die is verzorgd door Peter Bhairo, senior consultant AP en G.

President Santokhi zei dat er in verband hiermee al enkele projecten zijn geïdentificeerd. “Dat moet nu allemaal uitgevoerd worden.” Het staatshoofd noemde vervolgens enkele projecten die klaar zijn voor de uitvoering. Er zullen bruggen met mechanische banen worden gebouwd voor de oversteek van boten in Futu Pasi en Drietabbetje.

In Moengo zal een middelbare school verrijzen. In het district Marowijne zullen er verder projecten ten behoeve van de verbetering van de water- en elektrificatievoorziening worden uitgevoerd.

Voor Commewijne ligt een plan klaar voor het inzetten van een veerverbinding. Dit met het oog op het oplossen van het fileprobleem. In Wanica zal er een vuilverbrandingsoven worden opgezet, met eventueel de mogelijkheid afval te gebruiken voor het opwekken van energie. In Para zal er ook een middelbare school worden opgezet. Ook aan het beroepsonderwijs zal hier aandacht worden besteed.

De moderne agro-industrie zal in Saramacca, Coronie en Nickerie naar hoger niveau worden getild. In Nickerie zal er ook een luchthaven worden gebouwd. Deze haven kan worden gebruikt als hub voor het transporteren van goederen naar de Caribische regio.

Het ligt ook in de planning om in het kader van de verfraaiing van het uitzicht in Paramaribo te starten met de bouw van een business center voor particuliere en overheidsdiensten.

https://www.srherald.com/suriname/2020/10/26/regering-wil-verhoogd-tempo-bij-ontwikkelen-beleidsgebieden/

Ramdin stipt gesprekken in Nederland aan

26 Oct, 2020,  02:46

foto
 De ministers Albert Ramdin en Armand Achaibersing hebben ook in Parijs besprekingen gevoerd met Lazard en Franse autoriteiten. 

Minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business & Internationale Samenwerking heeft vier ambtgenoten in Nederland gesproken. Binnenkort volgt een virtuele ontmoeting tussen de ministers van Defensie over de Kustwacht, Jungle training en technische bijstand. Er is ook een virtuele handelsmissie met Nederland in voorbereiding, zegt minister Ramdin in gesprek met Starnieuws. 
 
Minister Armand Achaibersing van Financiën & Planning focust zich op de steun van verschillende diensten, zoals FIOD, Belastingen en Douane. Deze steun zal verder aan de orde komen tijdens een hoog ambtelijk bezoek vanuit Nederland aan Suriname. Dit bezoek is gepland voor eerste week november. Hiernaast komt er een ontmoeting tussen Nederlandse executive directeur bij het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank. Gevraagd wordt aan de Nederlandse toppers bij de multilaterale instellingen voor steun bij de onderhandelingen met het IMF. 
 
De besteding van de 17 miljoen euro wordt afgerond bij aankomende hoog ambtelijk overleg met Nederland. Dit op basis van Surinaamse prioriteiten. Ramdin zegt dat de Nederlandse financiële bijdrage in KMO-Fonds, Agrarisch Krediet Fonds en Beurzen Fonds verwelkomd wordt.
 
In Nederland heeft Ramdin ook gesproken met de  commissie die de oprichting van een representatieve diaspora organisatie moet voorbereiden. Leden van de commissie zijn: Kathleen Ferrier,  Dowlat Ramlal, Rob Bhoendi en Hugo Fernandes Mendes. De bewindslieden keren maandag weer terug naar Paramaribo. 

Ambassadeur Joly: 'Wij zijn gereed om te praten over de brug'

Publicatie datum: 26 okt 2020 | Bron: Starnieuws | Door: Redactie

De Franse ambassadeur Antoine Joly. (Foto: Ranu Abhelakh) De toekomst van de regio is het hebben van een wegverbinding vanaf Buenavista tot aan Macapá, stelt de Franse ambassadeur Antoine Joly. “Wij moeten vandaag al beginnen na te denken over onze toekomst.” In dit plaatje past het hebben van de veerverbinding.

De veerboot is de eerste stap en de tweede stap is het hebben van een brug tussen Suriname en Frans-Guyana. “En ja, wij zijn gereed om te praten over de brug en de financieringsmogelijkheden na te gaan”, zegt Joly in gesprek met Starnieuws. Het idee voor de brug over de Marowijnerivier is niet nieuw, benadrukt Joly. “De uitvoering hiervan zal tijd kosten, vooral vanwege de crisis in Suriname.” Maar partijen moet nu al om de tafel zitten en de discussie met elkaar aangaan.

Wat zal de brug betekenen in de ontwikkelingsvisie voor beide landen, welke overeenkomsten moeten eerst worden getekend, hoe gaan we het transport en de handel regelen, somt hij enkele discussiepunten op. De economische crisis van Suriname en gebrek aan financiën ziet Joly niet gelijk als een sta-in-de-weg om dit project te realiseren. De diplomaat denkt hard op en noemt als voorbeeld een financieringsconstructie door een public-private partnership.

Hij verwijst ook het lange termijn urbanisatieplan voor de Franse grensstad Saint-Laurent-du-Maroni, waarin de brugverbinding met Albina is opgenomen. Interesse brug Suriname-Guyana Joly vindt de brug over de Marowijnerivier een noodzaak voor de toekomst van de drie Guyana’s. Voor de handel, het toerisme, de elektriciteit, etc. Frankrijk kijkt met belangstelling naar de nieuwe relatie tussen Suriname en Guyana, zegt Joly die tevens ook ambassadeur is voor Guyana.

“it betekent dat wij dus ook geïnteresseerd zijn in een brugverbinding tussen Suriname en Guyana.” Frankrijk wil graag betrokken worden in dit project. “Het gaat tenslotte om hetzelfde doel: versterken van de economische integratie in de regio en wij willen hier deel van zijn.” De diplomaat noemt beide bruggen een “hulpmiddel” voor de regionale integratie van de drie Guyana’s. “Wij staan open om mee te doen in deze discussie.

Wij kunnen een partner zijn. Frankrijk heeft genoeg kennis in huis als het om bruggenbouwers gaat.” De interesse van Frankrijk komt niet alleen als buurland, maar ook als lid van de Europese Unie (EU), die een speciaal samenwerkingsprogramma kent voor Suriname en Guyana. “Het project voor de economische integratie van de regio kan ook interessant zijn voor de EU”, stelt Joly.

Het programma werkt met schenkingen (grants) en geen leningen. “We zouden EU-Grants kunnen gebruiken in combinatie met leningen, bijvoorbeeld bij de IDB, om die brug te financieren.” Nieuwe veerboot augustus 2021 Vorige maand hielden Suriname en Frankrijk een werkbespreking te Saint-Laurent-du-Maroni. De bouw van de brug kwam toen ook aan de orde.

Voor nu is de focus op de ingebruikname van de nieuwe veerboot, die naar verwachting eind augustus 2021 aankomt. Er volgt dan eerst een testperiode van twee maanden. Aan het veerbootproject inclusief havens aan beide zijden van de verbinding en onderzoek hangt een prijskaartje van € 10 miljoen.

https://surinamenieuwscentrale.com/content/ambassadeur-joly-wij-zijn-gereed-om-te-praten-over-de-brug

Suriname herbevestigt samenwerkingsrelatie met OAS

Minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking. Foto: CDS

Minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking heeft de committering van Suriname om de samenwerkingsrelatie met de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) voort te zetten, herbevestigd. Dit zei de bewindsman tijdens de 50ste Reguliere Sessie van Algemene Vergadering van de OAS (AVOAS). Deze vergadering heeft virtueel plaatsgevonden vanuit het hoofdgebouw van de OAS in Washington DC.

De COVID-19-pandemie heeft een wereldwijde impact gehad op verschillende gebieden. Ook Suriname is geraakt door de effecten van deze pandemie die onder andere de gezondheidssector, het onderwijssysteem, klimaatverandering, landbouw- en andere productiesectoren onder enorme druk heeft gezet. In het bijzonder in het Caraïbisch gebied heeft de impact van deze pandemie de hoge kwetsbaarheid van kleine eilandstaten en laaggelegen kuststaten voor externe schokken, blootgelegd, zei de minister.

Het thema voor deze vergadering heeft zich gericht op de uitdagingen de aanpak van de COVID-19-pandemie op het Westelijk Halfrond, gebaseerd op de vier pijlers van de OAS, te weten mensenrechten, democratie, veiligheid en ontwikkeling.

Minister Ramdin riep op tot een sterkere belangenbehartigingsrol van de OAS jegens de internationale gemeenschap en in het bijzonder de internationale financiële instellingen, om in de regio specifieke strategieën te ontwerpen en uit te voeren om landen te assisteren. Het gaat onder andere om landen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied.

De nadruk werd eveneens gelegd op de overweging van specifieke financieringsaspecten zoals schuldverlichting met name schorsing en of kwijtschelding van schulden, toegang tot financiering, speciale regelingen voor subsidies en zachte leningen.

De minister gaf verder het belang van de Surinaamse regering aan om zich in te blijven zetten voor democratie, sterke democratische instellingen, goed bestuur, de rechtsstaat, mensenrechten en fundamentele vrijheden evenals vrede en veiligheid.

Naast de toespraken van ministers van Buitenlandse Zaken zijn verschillende resoluties aangenomen en hebben besprekingen plaatsgevonden over onder andere de situatie in Venezuela en Nicaragua. Tevens zijn verkiezingen gehouden voor verschillende organen van de OAS.

https://www.srherald.com/suriname/2020/10/25/suriname-herbevestigt-samenwerkingsrelatie-met-oas/

Regering besluit tot bouw school in district Marowijne

Publicatie datum: 25 okt 2020 | Bron: Dagblad Suriname | Door: Redactie

De regering Santokhi-Brunswijk heeft besloten over te gaan tot de bouw van een school in het district Marowijne, zo verneemt Dagblad Suriname uit een betrouwbare bron. Hiermee doet de huidige regering wat de toenmalige regering Bouterse verzuimd heeft te doen. Het was de regering Bouterse, die vlak voor de verkiezingen van 2015 bekendmaakte dat er in Marowijne een VOS-scholengemeenschap en een landbouwcentrum zouden komen.

Dat werd benadrukt bij de officiële onthulling van het naambord van de school medio mei 2015 (zie foto). De gebouwen zouden worden opgezet in Moengo, achter de openbare school Zinkkampoe. Het startsein voor de bouw werd gegeven door toenmalig ministers van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur Ashwin Adhin en Landbouw, Veeteelt en Visserij, Soeresh Algoe.

Verschillende sprekers zeiden dat het onthullen van het naambord een historisch moment was. ‘Jarenlang hebben de kinderen een middelbare school moeten ontberen. Zij waren genoodzaakt naar Paramaribo af te reizen en te verblijven om vervolgonderwijs te genieten. Dit alles zal na de opzet van de scholengemeenschap tot het verleden behoren’, aldus het ministerie in mei 2015.

Dilip Sardjoe, adviseur van toenmalig president Desi Bouterse, zei bij de onthulling van het naambord dat deze belofte voor een middelbare school gedaan was door het staatshoofd. Hij zou de uitbreiding hiervan met een kleine universiteit niet hebben uitgesloten. 

Velen zagen de officiële handelingen als een verkiezingsstunt, het was immers vlak voor de verkiezingen in 2015. Uiteindelijk bleek het werkelijk een verkiezingsstunt te zijn geweest, immers de met veel tamtam aangekondigde VOS-scholengemeenschap moet nog steeds gebouwd worden.

Het is nu de huidige regering die het initiatief heeft genomen om het project uit de kast te halen en werkelijk een aanzet te geven voor de bouw van de school. Of de school gebouwd gaat worden op de oorspronkelijke locatie is op dit moment niet duidelijk.

https://surinamenieuwscentrale.com/content/regering-besluit-tot-bouw-school-district-marowijne

VSB en Guyanese kamer van koophandel gaan samenwerken

De VSB en de Guyanese kamer van koophandel gaan samenwerken. Beeld: VSB

De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) heeft virtueel kennisgemaakt met enkele leden van de Georgetown Chamber of Commerce and Industry (GCCI). Deze kennismaking heeft geresulteerd in een samenwerking tussen partijen. Meer dan vierhonderd bedrijven in Guyana zijn aangesloten bij de GCCI. De bijeenkomst was op 22 oktober en werd geïnitieerd door de groepsvertegenwoordiger Handel, Hans Hiralal.

Volgens VSB-voorzitter Bryan Renten hebben Suriname, Guyana en Frans-Guyana de potentie om een single market economie te creëren voor de arbeidsuitwisseling. Er zijn bijkans 1.5 miljoen mensen in de drie landen. Nu er olie gevonden is, is er meer potentie voor groei. Er zijn unieke mogelijkheden om een markt te creëren die groot genoeg is voor de private sector om zaken te doen. Volgens Renten moet er meer gedaan worden.

Ook GCCI senior vicepresident Timothy Tucker gelooft dat er niet genoeg wordt gedaan binnen de relatie tussen beide landen. Vanuit de Guyanese kant is er ook behoefte om meer te doen met de Surinaamse private sector.

Er zal door beide organisaties gekeken worden naar meer samenwerking met Barbados. Beide partijen willen een actievere rol van het bedrijfsleven naar de overheid toe.

Aan het kennismakingsgesprek hebben vijftien VSB’ers en GCCI’ers deelgenomen. Er is een tijdlijn vastgesteld voor het analyseren van drempels voor het doen van zaken in Suriname en Guyana door ondernemers uit beide landen.

De kansen en uitdagingen worden spoedig in kaart gebracht om tegen eind november weer bij elkaar te komen.

https://www.srherald.com/suriname/2020/10/24/vsb-en-guyanese-kamer-van-koophandel-gaan-samenwerken/

Blok: ‘Goede ontmoeting met ministers uit Suriname’

24 oktober 2020

Blok: 'Goede ontmoeting met ministers uit Suriname'
Foto (c) Minister Stef Blok op Twitter
 

Ook de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok heeft de ontmoeting met zijn Surinaamse counterpart Albert Ramdin en de minister van Financiën, Armand Achaibersing benoemd. Dat deed hij vrijdag op Twitter.

 

“Goede ontmoeting vandaag in Den Haag met mijn Surinaamse counterpart, Albert Ramdin, en de minister van Financiën, Armand Achaibersing. Bij de nieuwe impulsen in de relatie met Suriname past veelvuldig contact. We spraken over de bredere samenwerking tussen onze landen” tweette Blok.

De ministers uit Suriname brachten vrijdag ook een bezoek aan de Nederlandse minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag. Zij sprak over ‘een goed vervolggesprek‘. Wat de Surinaamse ministers allemaal concreet hebben besproken met de Nederlandse ministers is nog niet duidelijk.

Ramdin en Achaibersing hebben ook gesprekken gevoerd in Frankrijk. Ze keren 26 oktober terug naar Suriname om verslag uit te brengen aan president Santokhi.

 

Minister Kaag: ‘Goed vervolggesprek met Surinaamse ministers’

23 oktober 2020

Minister Kaag: 'Goed vervolggesprek met Surinaamse ministers'
Foto (c) Twitter Sigrid Kaag/Buitenlandse Zaken
 

De Nederlandse minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag, heeft een goed vervolggesprek gehad met de Surinaamse ministers Ramdin (Handel en Internationale Samenwerking) en Achaibersing (Financiën) die momenteel in Nederland zijn. Dat liet de minister vrijdag zelf weten.

 

Het gesprek ging volgens Kaag over concrete opvolging ten bate van Suriname en zijn bevolking; handel, investeringen en ondersteuning bij bestrijding van corona, zoals het belang van vaccins.

De ministers uit Suriname waren op het bezoek op het departement van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken (foto).

Lees ook:

Nederlandse zaakgelastigde brengt kennismakingsbezoek aan LVV-minister

22 oktober 2020

Nederlandse zaakgelastigde brengt kennismakingsbezoek aan LVV-minister
 

De tijdelijke zaakgelastigde van Nederland in Suriname, Henk van der Zwan, bracht een kennismakingsbezoek aan minister Parmanand Sewdien van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV). Van der Zwan was bij het bezoek op dinsdag 20 oktober vergezeld van Merit Bottse, die belast is met economische aangelegenheden op de ambassade van Nederland.

 

Er is onder andere gesproken over de komst van een ambtelijke missie vanuit Nederland van 2 tot en met 5 november. Deze missie zal bestaan uit vertegenwoordigers van de ministeries van Buitenlandse Zaken, Financiën, Landbouw, Economische Zaken en Defensie. De tijdelijke zaakgelastigde gaf aan dat Nederland gebieden heeft geidentificeerd uit het regeerakkoord waarop kan worden ingespeeld.

Zowel vanuit de zijde van het ministerie van LVV als de Ambassade waren het overeens dat de samenwerking zich voornamelijk zal concentreren op technische assistentie op verschillende gebieden. Sewdien is een grote voorstaander van een samenwerkingsplatform tussen agrariërs van beiden landen dat uiteindelijk zal moeten leiden tot partnerships tussen de bedrijven.

De Surinaamse ondernemers kunnen hierdoor makkelijker de Europese markt betreden en de Nederlandse bedrijven zullen ook de Caraïbische markt aandoen waardoor er een win-win situatie ontstaat.

https://www.waterkant.net/suriname/2020/10/22/nederlandse-zaakgelastigde-brengt-kennismakingsbezoek-aan-lvv-minister/

Virtuele handelsmissie tussen Suriname en Nederland moet zakelijk netwerk uitbreiden

De relatie tussen Suriname en Nederland is weer sterk aan het opbloeien. De regering-Santokhi geeft goede betrekkingen met Nederland, prioriteit op haar agenda. De Nederlandse ambassade in Suriname ondersteunt de Eerste Virtuele Handelsmissie (EVHM), die op 19 en 20 november plaatsvindt. Zij is daarvan ook co-sponsor.

De Nederlandse zaakgelastigde in Suriname Henk van de Zwan, zal tijdens het event ingaan op het belang van zakendoen tussen Suriname en Nederland, want beide landen hebben elkaar veel te bieden.

De ministers Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking en zijn Nederlandse collega Sigrid Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, zullen een substantiële bijdrage leveren tijdens deze Virtuele Handelsmissie.

Doel
Het doel van deze missie is om concreet het zakelijk netwerk tussen beide landen uit te breiden en daadwerkelijk tot zakendoen te komen. Deelname hieraan verhoogd de kansen op succesvol internationaal netwerken. Deze EVHM is eigenlijk de voorloper op een fysieke missie die zal plaatsvinden in maart 2021, wanneer er hopelijk weer gereisd kan worden. Tot dan, worden de banden warm gehouden middels virtuele follow-ups.

Doelgroep
De Virtuele Handelsmissie is bedoeld voor elke ondernemer in Suriname en Nederland, die gevoel heeft voor innovatie en geloofd dat vanwege de virtuele technologie, er geen obstakels meer zijn, om met de rest van de wereld zaken te doen.

Suriname heeft veel te bieden zoals grondstoffen, landbouw, overslag (vracht transit), productie, uniek ecotoerisme, dienstverlening. Nederland biedt eveneens veel voor ondernemers uit Suriname zoals handel, export, een poort naar Europa.

Samenwerken
Het is nu dus juist heel slim om elkaar makkelijk en veilig online te ontmoeten en te praten over de vele mogelijkheden tot samenwerken en versteviging van de zakelijke en historische banden, schrijft CLIP Training & Consultancy NV in een persbericht.

Bijna een half miljoen Surinamers woont in Nederland. De historische band tussen deze landen is onbetwistbaar sterk en het belang hiervan voor Suriname en Nederland is reeds decennia bewezen.

Handelsmissies naar Nederland visa versa, zijn door de jaren niet onbekend, maar vanwege de nu heersende wereld pandemie, haast onmogelijk. Door middel van deze EVHM worden geïnteresseerde Nederlandse en Surinaamse ondernemers met elkaar online in contact gebracht via speeches, lezingen, workshops en een uniek matching systeem.

https://www.srherald.com/suriname/2020/10/19/virtuele-handelsmissie-tussen-suriname-en-nederland-moet-zakelijk-netwerk-uitbreiden/

Minister Ramdin en Achaibersing naar Nederland en Frankrijk

18 Oct, 2020, 16:46

foto
 Minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking. 

De ministers Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking en Armand Achaibersing van Financiën & Planning zullen in Frankrijk en Nederland besprekingen voeren om sneller financiële ruimte te kunnen creëren. Ramdin om een reactie gevraagd, zegt aan Starnieuws dat president Chan Santokhi sneller resultaten wil zien opdat de buitenlandse schuld kan worden herschikt. 
 
Investeerders moeten worden aangetrokken voor infrastructurele en productieve projecten. Om het proces te versnellen is besloten dat de ministers persoonlijke ontmoetingen hebben met verschillende functionarissen. De president zoekt naar ondersteunende maatregelen om de impact van de economische hervormingen te minimaliseren. Daarom zijn de ministers gisteren afgereisd naar Nederland. De  bewindslieden keren 26 oktober terug naar Suriname. 
 
Morgen zullen zij in Frankrijk de gesprekken met het adviesbureau Lazard verder voortzetten, met het doel een tijdlijn en actieprogramma voor de komende 3 maanden uit te zetten. Er is ook een gesprek gepland met de Franse ministeries van Buitenlandse Zaken en Financiën. Verder zullen er ontmoetingen zijn met vertegenwoordigers van het Franse agentschap voor ontwikkelingssamenwerking, de Club van Parijs en de OECD. Ontmoetingen met de CEO’s van de oliemaatschappijen Total en Rubis en potentiële investeerders en bedrijven die geïnteresseerd zijn kapitaalsinvesteringen te plegen, staan ook op het programma. 
 
Recentelijk heeft de regering de ondersteuning omarmd van de gebroeders Chandi en Amwed Jethu, die zijn aangetrokken als Senior Financial Advisors. De gebroeders Jethu hebben jarenlange ervaring in het begeleiden van internationale financieringstrajecten. Deze gebroeders spelen ook een belangrijke rol in het traject welke afgewerkt zal worden in Frankrijk.
 
In Nederland zal gesproken worden met de ministers van Internationale Samenwerking en van Financiën, respectievelijk Sigrid Kaag en Wopke Hoekstra. Met de diaspora organisaties is er ook een ontmoeting gepland. Ook zullen in Nederland investeerders die projecten willen ontwikkelen, worden gesproken. 

Bilaterale relatie met Guyana op andere leest

18/10/2020 13:24 – Ivan Cairo

Minister Albert Ramdin zaterdag tijdens een persconferentie.

Minister Albert Ramdin zaterdag tijdens een persconferentie. Foto: CDS  

PARAMARIBO – De bilaterale relatie tussen Suriname en Guyana wordt op een andere leest geschoeid. De presidenten van de twee landen zullen voortaan twee keer per jaar bijeenkomen voor politiek topoverleg. Het mechanisme van speciale gezant dat was ingesteld door de toenmalige presidenten Bouterse en Granger om het contact tussen de regeringsleiders van beide landen te onderhouden wordt niet langer gehandhaafd. Ook zal de gezamenlijke grenscommissie ophouden te bestaan.

Dat zei minister van Buitenlandse Zaken, Internationale Betrekkingen en International Business, Albert Ramdin, zaterdag tijdens een persconferentie. De bewindsman heeft vorige week in Georgetown, Guyana, overleg gevoerd met zijn Guyanese collega, Hugh Todd. Het Strategisch Dialoog en Samenwerkingsplatform (SDCP) is inmiddels geaccepteerd als mechanisme waarlangs voortaan bilateraal overleg tussen de twee buurlanden zal plaatsvinden.

Wanneer president Chandrikapersad Santokhi en zijn Guyanese collega Irfaan Ali elkaar in november in Paramaribo ontmoeten zal de structuur van de SDCP worden gepresenteerd. Het wordt een vereenvoudiging van de mechanismen die reeds werden gehanteerd bij het onderhouden van de bilaterale betrekkingen tussen Suriname en Guyana. Behalve vereenvoudiging van het contact wordt het ook een opschaling naar het hoogste politiek niveau, zegt minister Ramdin.

Twee keer per jaar zullen de staatshoofden bij elkaar komen, waarbij de agenda zal worden voorbereid door de twee ministers van Buitenlandse Zaken. De agenda zal worden gevoed door een aantal werkgroepen. “Die werkgroepen gaan het technische deel doen op basis van concrete voorstellen”, aldus minister Ramdin. Zo komt er een werkgroep Buitenlandse Zaken die zich onder andere zal buigen over migratie en grensoverschrijdend verkeer, maar ook een werkgroep Infrastructuur en Transport die zich voornamelijk gaat bezighouden met zaken omtrent de brug die moet komen over de Corantijnrivier.

Ook voor Olie en Gas, Gezondheid, Milieu, Toerisme, Cultuur en Sport, Onderwijs, Capaciteitsversterking, Bedrijfsleven en Landbouw komen er werkgroepen. De ondertekening van de overeenkomst omtrent de SDCP moet erin resulteren dat er geen onduidelijkheid komt over welke wijze de bilaterale samenwerking vorm zal krijgen. Zodra de SDCP een feit is zal de Suriname-Guyana Coopertion Council niet meer bestaan, evenzo de Gezamenlijke Grenscommissie. Dit betekent echter niet dat er niet meer over grensissues zal worden gesproken. Dat zal voortaan gebeuren op het noveau van Buitenlandse Zaken, aldus minister Ramdin.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/10/18/bilaterale-relatie-met-guyana-op-andere-leest/


DNA staat open voor onderhouden wederzijdse betrekkingen met VS

VS-ambassadeur Karen Williams heeft de voorzitter en vicevoorzitter van het parlement bezocht. Foto: DNA

Karen Williams, de ambassadeur van de Verenigde Staten (VS), heeft gisteren een kennismakingsbezoek gebracht aan de voorzitter van De Nationale Assemblee (DNA), Marinus Bee. Tijdens dit bezoek gaf de ambassadeur aan, dat zij de relatie met Suriname wil versterken. Bee heeft aangegeven open te staan om met de VS positieve en wederzijdse voordelige betrekkingen te onderhouden.

Afgelopen dinsdag was een belangrijke Amerikaanse delegatie naar Suriname afgereisd om te praten over de verdere uitwerking van het bezoek van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo. Beide bezoeken moeten gezien worden als een duidelijk teken van de toewijding van de VS om Suriname bij te staan.

De diplomaat heeft van de gelegenheid gebruikgemaakt en ook een beleefdheidsbezoek gebracht aan DNA-vicevoorzitter Dew Sharman. Er is onder andere gesproken over beurzen voor Surinaamse studenten. Ook tegen de achtergrond van de olievondsten, is van gedachten gewisseld over deskundigheid op verschillende fronten, die Suriname nodig kan hebben en het land niet kan opleiden.

In het kader van de diversificatie van de economie is het promoten van Suriname in Amerika ook ter sprake gekomen. Tijdens het gesprek is ook aan de orde gekomen hoe de twee landen aankijken tegen de grensoverschrijdende criminaliteit.

Suriname en South Dakota hebben vanaf 2006 een succesvolle samenwerking op het gebied van veiligheid tot stand gebracht in het kader van het State Partnership Program van het National Guard Bureau. Deze relaties moeten verder uitgebreid worden.

De ambassadeur gaf verder aan dat het buitenlands beleid niet zal veranderen, ondanks de verkiezingen in de VS, meldt de afdeling Communicatie en Informatie van DNA.

https://www.srherald.com/suriname/2020/10/16/dna-staat-open-voor-onderhouden-wederzijdse-betrekkingen-met-vs/

President Santokhi kondigt brug over Marowijnerivier aan

President Santokhi tijdens zijn toespraak in Wanica. Foto: CDS

De regering heeft naast de brug over de Corantijnrivier als oeververbinding tussen Suriname en Guyana ook een brug over de Marowijnerivier (Suriname-Frans-Guyana) in de planning. Het laatste zal ook een agendapunt zijn wanneer een ministeriële delegatie later deze maand in opdracht van president Chan Santokhi richting Frankrijk vertrekt voor besprekingen.

Het staatshoofd sprak vandaag over de brug over de Marowijnerivier tijdens het bezoek van de regeringsdelegatie aan het district Wanica.

Hij benadrukte dat de problemen in het land immens zijn, maar niet onoplosbaar noch uitzichtloos. De kracht van de regering zit in haar kennis, deskundigheid, vertrouwen, waardoor internationaal alle deuren opengaan. Er komen volgens het staatshoofd topdelegaties en binnenkort nog grotere delegaties van regeringsleiders tot presidenten.

“Ze zijn met ons en wij met hun samen bezig het land uit de crisis te halen, omdat wij iets hebben wat nergens te koop is in de wereld: vertrouwen.” De plannen om het land te redden en ontwikkeling zijn klaar en woorden stap-voor-stap uitgevoerd.

Santokhi zegt dat de brug over de Corantijnrivier deze regeertermijn komt. Over anderhalve week gaat volgens de president een ministeriële delegatie richting Parijs om daar te praten over de samenwerking met Frankrijk en op agenda komt ook de brug over de Marowijnerivier. “We gaan het hele gebied ontsluiten en we gaan de drie Guyana’s met goede onderhandelingen tussen de regeringen van deze drie landen maken tot een gebied met vrije personen- en goederenverkeer.”

President Santokhi zegt dat het hiermee zonder barrière mogelijk moet zijn handel te drijven. Ondernemers zullen overal de gelegenheid hebben om bedrijven op te zetten en de export te bevorderen.

“We gaan grote dingen doen”, aldus het staatshoofd, dat aangeeft dat er als regering het beleid regelmatig wordt geëvalueerd. De eerstvolgende evaluatie is op 24 oktober. Dit gebeurt in alle openheid, waarbij de zwakke punten worden hersteld en de verbeterpunten worden ingebracht.

https://www.srherald.com/suriname/2020/10/16/president-santokhi-kondigt-brug-over-marowijnerivier-aan/

VS ZIEN OOK POTENTIE IN BRUG OVER CORANTIJNRIVIER

Guyana krijgt USD 200 miljard voor lokale projecten

‘’De Amerikaanse International Development Finance Corporation en vijf andere Amerikaanse agentschappen, hebben financiering binnengehaald voor lokale projecten voor een bedrag van ongeveer USD 200 miljard’’, zei het hoofd van de lokale particuliere sector dinsdagavond. Het team dat Guyana bezocht, bestond uit vertegenwoordigers van de Amerikaanse schatkist, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, de National Security Council, Homeland Security en de Export Import (EXIM) Bank. “Ze hebben met ons gesproken, over de hoeveelheid aan financiën die ze kunnen lenen  van alle agentschappen in de zaal, het is meer dan USD 200 miljard”, zei Nicholas Boyer, voorzitter van de Private Sector Commission aan de media tijdens een gezamenlijke persconferentie in het Pegasus Hotel. “Zolang ik in Guyana woon, heb ik vanuit de Verenigde staten (VS), nog nooit een dergelijke beweging vanuit economisch oogpunt gezien. Het luidt voor ons dus duidelijk een nieuw tijdperk in de relatie tussen de VS en Guyana in en ik denk, dat we daar gebruik van moeten maken ”,voegde hij eraan toe.

De delegatie werd geleid door Adam Boehler, Chief Executive Officer van de Amerikaanse International Development Finance Corporation (DFC). Er zijn veel projecten waaraan de DFC wil meewerken, waaronder de diepwaterhaven, kleine en middelgrote bedrijven, landbouw en verlaging van de elektriciteitskosten. Maar Boehler sprak ook over de brug over de Corantijnrivier die Guyana en Suriname met elkaar zal verbinden. “Het is een zeldzame tijd van afstemming tussen Suriname en Guyana om een ​​geweldige nieuwe regering te hebben die in hun particuliere markt investeert”, zei hij een dag voordat een team van Surinaamse ministers ook naar Guyana vertrok. Boehler zei tijdens de persconferentie van dinsdag, dat de VS de relatie met Guyana moeten versterken. ’’Die begon met de afronding van de democratische verkiezingen hier en de inzet van de regering voor privéondernemingen, transparantie en de rechtsstaat. Als ik aan de Verenigde Staten en het succes daarvan denk, is dat vanwege onze privébedrijven en daarom zie je binnen minder dan een maand sinds de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken (Mike Pompeo) hier was, actie namens de Amerikaanse regering.” Hij zei dat de privésector een sterke partner zal zijn en hij hoopt dat de projecten binnenkort zullen worden aangekondigd waarop partnerschappen zullen worden voortgezet.

De CEO zei, dat de VS projecten van meerdere miljarden dollars zal financieren, evenals kleine ondernemers. Op de vraag of de projecten voornamelijk aan in Guyana gevestigde Amerikaanse bedrijven zullen worden gegeven, zei Boehler dat hij een transparant en concurrerend selectieproces ondersteunt. “We hebben de mogelijkheid om Amerikaanse bedrijven in Guyana te steunen, maar ook andere bedrijven, ook Guyanese bedrijven. Dus wat heel belangrijk is, is dat we Amerikaans zijn en dat we Amerikaanse bedrijven leuk vinden, maar we kunnen ook Guyanese bedrijven steunen bij sommige van deze inspanningen’’, zei Boehler. Men gelooft in het biedproces voor grote projecten, de belangrijkste concurrenten zullen Chinese bedrijven zijn, waarvan sommige al infrastructuurprojecten in Guyana voltooien. Boehler zei echter dat “hoge kwaliteit” een ding is dat Amerikaanse bedrijven kan onderscheiden van die anderen. Teams van de agentschappen en de lokale particuliere sector en de regering zullen naar verwachting binnenkort bijeenkomen om de projecten af ​​te ronden en verder te gaan.

(Bron; https://newsroom.gy/)

https://dagbladdewest.com/2020/10/15/vs-zien-ook-potentie-in-brug-over-corantijnrivier/

SURINAME DICHTER BIJ OFFSHORE OLIE VAN 1.4 MILJARD BARRELS

Maka, Sapakara beoordelingsplannen ingediend

De beoordelingsprogramma’s voor de eerste twee olievondsten van Suriname zijn ingediend bij Staatsoliemaatschappij, aangezien er vooruitgang moet worden geboekt bij de ontwikkeling van zijn offshore-olievoorraden. De eerste offshore-ontdekking van Suriname bij de Maka Central-1-bron werd aangekondigd in januari 2020 en de tweede bij de Sapakara West-1-bron begin april. De derde en grootste ontdekking tot nu toe, werd gedaan in Kwaskwasi-1 in juli. Apache, operator bij Blok 58 waar alle offshore-ontdekkingen tot nu toe zijn gedaan, zal proberen meer gegevens te verzamelen en de omvang van de oliebronnen te bepalen voordat een ontwikkelingsplan wordt opgesteld.

“Dus op dit moment hebben we al de beoordelingsprogramma’s voor Maka en Spakara ontvangen en volgens het contract, moeten we binnen drie maanden ook het beoordelingsplan voor de Kwaskwasi-ontdekking ontvangen”, aldus Marny Daal-Vogelland, directeur van Staatsolie Hydrocarbon Institute, tijdens een presentatie op het One Basin Three Nations Oil and Gas-webinar op 24 september. “En natuurlijk nemen we een definitieve investeringsbeslissing en gaan we in productie.”

Blok 58 ligt langs de grens tussen Guyana en Suriname en dat suggereert dat het vergelijkbare reservoirkwaliteiten kan delen als de enorme voetafdruk van hulpbronnen die ExxonMobil in Guyana heeft blootgelegd. Het in Noorwegen gevestigde onafhankelijke energieonderzoeks- en business intelligence-bedrijf Rystad Energy, zegt dat de drie ontdekkingen die tot nu toe voor de kust van Suriname zijn gedaan, naar schatting samen bijna 1,4 miljard vaten olie-equivalent bevatten.

“We denken dat Maka Central ongeveer 400 miljoen vaten olie-equivalent heeft en we denken dat Sapakara West er ongeveer 250 heeft”, aldus Sonya Boodoo, vice-president Upstream Research bij Rystad Energy. Ze wees er ook op dat Kwaskwasi maar liefst 728 miljoen vaten aan winbaar olie-equivalent kan bevatten.

De Amerikaanse multinationale investeringsbank en financiële dienstverlener Morgan Stanley, zegt dat de modellering van Block 58 uit Suriname aantoont dat het potentieel 6,5 miljard vaten olie-equivalente bronnen bevat die kunnen worden ontwikkeld in zeven fasen, met de eerste olie als doelwit voor 2026. “We voorspellen dat de eerste olie in 2026 zal plaatsvinden, waarbij de productie van elke opeenvolgende fase daarna in stappen van een jaar begint”, zei de bank in een onderzoeksrapport van OilNOW. “We gaan ervan uit dat de eerste fase een kleinere ontwikkeling is van 500 MMBoe (450 MMbbl olie) met een capaciteit van 120 Mbbl/d voor drijvende productie-opslag en -ontlading (FPSO). Voor elke volgende fase gaan we uit van 1 BBoe (900 MMbbl olie) aan grondstof met een FPSO-capaciteit van 220 Mbbl/d”, zei Morgan Stanley verder.

Ondertussen heeft het Maleisische olie- en gasbedrijf Petronas, zijn eerste put – Sloanea-1 – voor de kust van Suriname in blok 52 geboord, waar het 50 procent van zijn belang in handen heeft van de Amerikaanse oliemaatschappij Exxon-Mobil. Maersk Drilling, een in Denemarken gevestigde exploitant van boorplatforms, voert de campagne uit met de halfafzinkbare Maersk Developer-boormachine.

(Bron: https://oilnow.gy/)

https://dagbladdewest.com/2020/10/15/suriname-dichter-bij-offshore-olie-van-usd-1-4-miljard/

 

Obligatiehouders ongerust over aantrekken Lazard door Suriname

15/10/2020 10:01 – Van onze redactie

President Santokhi tijdens de persconferentie van vorige week toen hij vertelde dat Suriname in zee is gegaan met Lazard.President Santokhi tijdens de persconferentie van vorige week toen hij vertelde dat Suriname in zee is gegaan met Lazard.

President Santokhi tijdens de persconferentie van vorige week toen hij vertelde dat Suriname in zee is gegaan met Lazard. Foto: Irvin Ngariman  

PARAMARIBO – Obligatiehouders zijn ongerust dat de regering-Santokhi/ Brunswijk het Franse financieel adviesbureau Lazard heeft ingehuurd voor assistentie bij de onderhandelingen om Surinames twee grote internationale obligatieleningen te herstructureren. Investeerders voorzien lange en omstreden gesprekken, meldt de financiële publicatie LatinFinance.

Bronnen vertelden aan LatinFinance dat investeerders zich ongemakkelijk voelen over de tactieken die Lazard gebruikt in gesprekken met de doelgroep. “Suriname heeft Lazard ingehuurd, wat niets goeds voorspelt voor obligatiehouders”, zegt een belegger na de aankondiging vorige week door president Chandrikapersad Santokhi. Volgens een investeerder in Californië is het niet duidelijk of Lazard samenwerkt met Staatsolie in verband met de buitenlandse schuld van de oliemaatschappij of dat ze de regering zal ver-tegenwoordigen in gesprekken met lokale schuldeisers.

Santokhi zei tijdens een persconferentie op 8 oktober dat Lazard als professioneel bureau is aange- trokken om te helpen bij de besprekingen met beleggers om de Oppenheimer-leningen te herstructureren en een hulpprogramma van het Inter- nationaal Monetair Fonds (IMF) en andere internationale financieringsinstituten voor te bereiden. Het financieel adviesbureau “overtuigt landen ervan dat obligatiehouders vijanden zijn”, zei de investeerder. “Het geeft aan dat er een omstreden herstructurering op komst is, want dat is de manier waarop Lazard over het algemeen werkt”, vervolgt hij.

Dit jaar heeft Lazard Argentinië en Ecuador geadviseerd bij gesprekken over schuldherstructurering. Beide landen bereikten in augustus overeen- komsten met schuldeisers – Argentinië ruilde 66 miljard US dollar en Ecuador 17,4 miljard US dollar aan schuld voor nieuwe obligaties met langere looptijden en lagere rentetarieven – maar ze worden nog steeds geconfronteerd met vragen over hun mogelijkheden om hun schulden in de toekomst te betalen.

De regering-Bouterse heeft aan het einde van haar zittingstermijn in juli obligatiehouders zover gekregen dat ze akkoord gingen met een late betaling van de lening van 125 miljoen US dollar die in juni 2023 vervalt. Het land worstelt nu met het op tafel leggen van de termijnaflossing van 25 miljoen US dollar voor de obligatielening van 550 miljoen US dollar die in 2026 verstrijkt. Tijdens de persconferentie zei minister Armand Achaibersing van Financiën en Planning dat hij bijna zenuwachtig wordt van deze situatie omdat de regering het geld voor deze aflossing nog steeds niet heeft. Obligatiehouders weten niet zeker of ze de betaling over ruim twee weken wel ontvangen.

Bronnen hebben LatinFinance voorgehouden dat vanaf de regering-Santokhi is aan- getreden investeerders weinig contact hebben gehad met het ministerie van Financiën. “Ze zouden met obligatiehouders moeten praten, ze in ieder geval een idee geven van wat ze van plan zijn”, zei een investeerder in New York. “Ik hoef niet met de minister te praten, alleen een technocraat, maar ik heb met niemand kunnen praten.”

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/10/15/obligatiehouders-ongerust-over-aantrekken-lazard-door-suriname/


Surinaamse delegatie werkt lijvig programma af in Guyana

14-10-2020 02:57

De Surinaamse delegatie gearriveerd in Guyana

Een delegatie uit Suriname, bestaande uiit onder meer de ministers Albert Ramdin, Amar Ramadhin en Riad Nurmohamed, is naar Guyana afgereisd waar er gesprekken zullen worden gevoerd aangaande de samenwerking tussen beide landen op economisch en technisch vlak. De delegatie is op woensdag 14 oktober 2020 richting Georgetown vertrokken en zal daar verspreid over twee dagen een lijvig programma afwerken. Minister Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS) legt als delegatieleider uit dat het een regulier werkbezoek betreft, dat tevens een rechtstreeks gevolg is van de afspraken die in augustus zijn gemaakt tussen president Chandrikapersad Santokhi en Irfaan Ali van Guyana. Aan hun ministers van Buitenlandse Zaken was toen de opdracht gegeven de relatie tussen de beide landen te evalueren. De bewindslieden hebben tussentijds via Zoom evaluatiemeetings gehad en een overzicht gemaakt van hoe die relatie eruitziet.

Echter willen de regeringsleiders het overleg naar het presidentieel niveau brengen. Reden waarom er in Georgetown fysiek en formeel overleg gevoerd zal worden. De ontmoeting heeft een drieledig doel: Het eerste is om de evaluatie te bespreken en vast te stellen welke nieuwe vormen van overlegmomenten gecreëerd moeten worden en die passen binnen het nieuwe raamwerk van overleg tussen de twee presidenten. De bedoeling is dat uit het overleg een agenda komt voor de strategische ontmoeting tussen de staatshoofden in de marges van de Onafhankelijkheidsviering in november in Suriname.

Verder zal er in Georgetown gesproken worden over de bouw van de brug over de Corantijnrivier. Hierover zijn in de afgelopen week reeds gesprekken gevoerd op technische niveau. Daarbij hebben minister Nurmohamed van Openbare Werken en zijn Guyanese ambtgenoot elkaar aan beide kanten van de rivier ontmoet. Minister Ramdin spreekt in gesprek met de Communicatie Dienst Suriname (CDS) van een belangrijk project om een stukje verbinding te creëren tussen de beide landen. De brug zal bijdragen aan de toegankelijkheid op het noordoostelijk deel van Zuid-Amerika. Het betreft een grote en gezamenlijke investering van Suriname en Guyana. Op de agenda staat ook de technische en economische samenwerking. In november moet duidelijk zijn dat de relatie tussen de beide landen enorm is verdiept.

Minister Ramdin zal in Georgetown van de gelegenheid gebruikmaken om met een aantal ook in Suriname geaccrediteerde ambassadeurs te praten, onder andere die van het Verenigd Koninkrijk, Canada en de Europese Unie. Bezoeken aan Caricom secretaris-generaal Irwin LaRocque en Percival Marie, de directeur-generaal van Cariforum, waarvan Suriname thans voorzitter is, behoren ook tot het programma van de Surinaamse delegatie.

De BIBIS-minister zegt dat op termijn de band tussen Suriname en Guyana economische voorwaarden zal hebben. Op het gebied van olie en gas bestaat de mogelijkheid dat op den duur bepaalde investeringen samen gedaan zullen moeten worden. De bouw van een diepzeehaven is bijvoorbeeld een mega-investering die beter gezamenlijk gedaan kan worden. Ook zaken als export, het toerisme en het personenverkeer tussen de twee landen vragen gezamenlijke aanpak. Volgens de bewindsman zijn er genoeg mogelijkheden waar beide economieën voordeel aan kunnen hebben. De bedoeling is om echt ervoor te zorgen dat de relatie op een niveau komt waarbij beide landen tot de conclusie komen dat het voordeel heeft om met elkaar samen te werken, zeker met het oog op olie en gas in de toekomst.

https://www.sun.sr/Details/4937_ylS0yLdrWqQOpX2kH8wIccdYdwbFbFbCPnVYvVfaXObFbFbaFaFa0SxXn8s33bDWZs4g8iRIr8TG8ReMvgJXDwq4WWoPsYOYxAcFcFccFcFc_topoverleg.jpg

DE VS ZAL OP KORTE TERMIJN EEN AANTAL FINANCIËLE FACILITEITEN BESCHIKBAAR STELLEN AAN SURINAME

Oct 14, 2020

Foto : Vlnr: Minister Armand Achaibersing van Financiën en Planning, Ambassadeur Karen Lynn Williams van Amerika, president Chandrikapersad Santokhi, Adam Boehler (CEO van Development Finance Corporation), minister Albert Ramdin en James McCament (Deputy Under Secretary van Homeland Security)

President Chandrikapersad Santokhi heeft een topdelegatie uit de Verenigde Staten van Amerika ontvangen.

De afvaardiging bestaande uit vertegenwoordigers van vijf verschillende agentschappen, waaronder Development Finance Corporation, heeft op dinsdag 13 oktober 2020 eerst een kort onderhoud gehad met minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking, waarna de delegatie haar opwachting maakte bij het staatshoofd. Deze groep is richting Suriname gekomen in navolging van het bezoek van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, de afgelopen maand.

De Amerikaanse regering is vooral geïnteresseerd in economische betrekkingen. Zij heeft wederom bevestigd een partner te zien in Suriname en is ingenomen met de wijze waarop de nieuwe regering zaken aanpakt.

De VS-regering zal op korte termijn een aantal financiële faciliteiten beschikbaar stellen aan Suriname, bestemd voor zowel het Agrarisch Krediet Fonds alsook kleine en middelgrote bedrijven. Deze faciliteiten bieden de mogelijkheid om leningen te verstrekken aan kleine ondernemingen, voornamelijk in de agrarische sector, voor verdere ontwikkeling van de economie en het creëren van werkgelegenheid.

Daarnaast is gesproken over schuldverlichting. Voor Suriname bestaat de mogelijk om ondersteuning te vinden bij de Amerikaanse autoriteiten voor het saneringsprogramma, waarover minister Armand Achaibersing een uiteenzetting heeft gegeven in De Nationale Assemblee. Dit programma is belangrijk voor het traject naar het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Komende week zullen gesprekken gevoerd worden met de Amerikaanse ambassadeur hier te lande om de afspraken in details uit te werken en vanaf dat moment moeten overeenkomsten getekend worden, betrekking hebbende op de kredietfaciliteiten”, liet minister Ramdin optekenen na de ontmoeting met de delegatie. De vertegenwoordigers uit de VS menen dat Suriname goed nadenkwerk verzet. “Wij weten wat we willen en wij sluiten aan bij datgene wat ze kunnen aanbieden. Wij gaan heel voorbereid naar deze gesprekken, met een duidelijke visie om ook het Surinaams belang neer te zetten”, vervolgde minister Ramdin. Hij benadrukt dat Amerika één van de landen is waarmee Suriname werkt. Op termijn zal op ministerieel niveau een tegenbezoek gebracht worden aan de Verenigde Staten van Amerika.

PERSBERICHT|CDS

https://unitednews.sr/de-vs-zal-op-korte-termijn-een-aantal-financiele-faciliteiten-beschikbaar-stellen-aan-suriname/

AMERIKAANSE AGENTSCHAPPEN BIEDEN US $ 200 MILJARD VOOR LOKALE PROJECTEN IN GUYANA

 Oct 14, 2020

De Amerikaanse International Development Finance Corporation en vijf andere Amerikaanse agentschappen hebben financiering binnengehaald voor lokale projecten in de buurt van $ 200 miljard, zei het hoofd van de lokale particuliere sector dinsdagavond.

“Waar ze met ons over hebben gesproken, is de hoeveelheid geld die ze kunnen lenen … van alle agentschappen in de zaal, het is meer dan $ 200 miljard,” vertelde Nicholas Boyer, voorzitter van de Private Sector Commission aan de media tijdens een gezamenlijke pers conferentie in het Pegasus Hotel.
“Vanaf ik in Guyana woon, heb ik vanuit de VS nog nooit een dergelijke beweging vanuit economisch oogpunt gezien. Het betekend voor ons dus een nieuw tijdperk in de relatie tussen de VS en Guyana in en ik denk dat we daar gebruik van moeten maken, ”voegde hij eraan toe.Het team dat Guyana bezocht, bestond uit vertegenwoordigers van de Amerikaanse schatkist, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, de National Security Council, Homeland Security en de Export Import (EXIM) Bank.
De delegatie werd geleid door Adam Boehler, Chief Executive Officer van de Amerikaanse International Development Finance Corporation (DFC).Er zijn veel projecten waaraan de DFC wil samenwerken, waaronder de diepzeehaven, kleine en middelgrote bedrijven, landbouw en verlaging van de elektriciteitskosten.

Maar Boehler ging naar de Corantijne River Bridge die Guyana en Suriname met elkaar zal verbinden.
“Het is een geweldige tijd van afstemming tussen Suriname en Guyana om een ​​geweldige nieuwe regering te hebben die in hun particuliere markt investeert”, zei hij een dag voordat een team van Surinaamse ministers ook naar Guyana afreist.

Boehler zei tijdens de persconferentie van dinsdag dat de VS de relatie met Guyana moeten versterken “begon met de afronding van de democratische verkiezingen hier en de inzet van de regering voor privé-ondernemingen, transparantie en de rechtsstaat.”

“Als ik aan de Verenigde Staten en het succes daarvan denk, is dat vanwege onze privébedrijven en daarom zie je binnen minder dan een maand sinds de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken [Mike Pompeo] hier was, actie namens de Amerikaanse regering ,” hij voegde toe.

Hij zei dat de privésector een sterke partner zal zijn en hij hoopt dat de projecten binnenkort zullen worden aangekondigd waarop partnerschappen zullen worden voortgezet.

Op de vraag of de projecten voornamelijk aan in Guyana gevestigde Amerikaanse bedrijven zullen worden gegeven, zei Boehler dat hij een transparant en concurrerend selectieproces ondersteunt.

“We hebben de mogelijkheid om Amerikaanse bedrijven in Guyana te steunen, maar ook andere bedrijven, ook Guyanese bedrijven. Dus wat heel belangrijk is, is dat we Amerikaans zijn en dat we Amerikaanse bedrijven leuk vinden … maar we kunnen ook Guyanese bedrijven steunen bij sommige van deze inspanningen, ” zei Boehler.

Gevraagd hoe zeker hij is dat Amerikaanse bedrijven concurrerende aanbiedingen zullen winnen, zei hij: “elk Amerikaans bedrijf zoals elk bedrijf moet concurrerend zijn.”

Men gelooft in het biedproces voor grote projecten, de belangrijkste concurrenten zullen Chinese bedrijven zijn, waarvan sommige al infrastructuurprojecten in Guyana voltooien.

Boehler zei echter dat “hoge kwaliteit” een ding is dat Amerikaanse bedrijven kan onderscheiden van die anderen.

Teams van de agentschappen en de lokale particuliere sector en de regering zullen naar verwachting binnenkort bijeenkomen om de projecten af ​​te ronden en verder te gaan.

https://unitednews.sr/amerikaanse-agentschappen-bieden-us-200-miljard-voor-lokale-projecten-in-guyana/

VS vooral geïnteresseerd in economische betrekkingen met Suriname

V.l.n.r.: minister Armand Achaibersing, ambassadeur Karen Lynn Williams van Amerika, president Chan Santokhi, Adam Boehler (CEO van Development Finance Corporation), minister Albert Ramdin en James McCament (Deputy Under Secretary van Homeland Security). Foto: CDS

President Chan Santokhi heeft een topdelegatie uit de Verenigde Staten ontvangen. De Amerikaanse regering is vooral geïnteresseerd in economische betrekkingen met Suriname. Zij heeft wederom bevestigd een partner te zien in Suriname en is ingenomen met de wijze waarop de nieuwe regering zaken aanpakt.

De VS-regering zal op korte termijn een aantal financiële faciliteiten beschikbaar stellen aan Suriname, bestemd voor zowel het Agrarisch Krediet Fonds alsook kleine en middelgrote bedrijven. Deze faciliteiten bieden de mogelijkheid om leningen te verstrekken aan kleine ondernemingen, voornamelijk in de agrarische sector, voor verdere ontwikkeling van de economie en het creëren van werkgelegenheid.

Daarnaast is gesproken over schuldverlichting. Voor Suriname bestaat de mogelijk om ondersteuning te vinden bij de Amerikaanse autoriteiten voor het saneringsprogramma, waarover minister Armand Achaibersing van Financiën en Planning een uiteenzetting heeft gegeven in De Nationale Assemblee (DNA). Dit programma is belangrijk voor het traject naar het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

De VS-delegatie in gesprek met president Santokhi. Foto: CDS

De afvaardiging bestaande uit vertegenwoordigers van vijf verschillende agentschappen, waaronder Development Finance Corporation, heeft dinsdag eerst een kort onderhoud gehad met minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking, waarna de delegatie haar opwachting maakte bij het staatshoofd. Deze groep is richting Suriname gekomen in navolging van het bezoek van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, de afgelopen maand.

De komende week zullen gesprekken gevoerd worden met de Amerikaanse ambassadeur Karen Lynn Williams om de afspraken in details uit te werken en vanaf dat moment moeten overeenkomsten getekend worden inzake de kredietfaciliteiten, liet minister Ramdin optekenen na de ontmoeting met de delegatie.

De vertegenwoordigers uit de VS menen dat Suriname goed nadenkwerk verzet. “Wij weten wat we willen en wij sluiten aan bij datgene wat ze kunnen aanbieden. Wij gaan heel voorbereid naar deze gesprekken, met een duidelijke visie om ook het Surinaams belang neer te zetten”, vervolgde minister Ramdin.

Hij benadrukt dat Amerika een van de landen is waarmee Suriname werkt. Op termijn zal op ministerieel niveau een tegenbezoek gebracht worden aan de Verenigde Staten.

https://www.srherald.com/suriname/2020/10/13/vs-vooral-geinteresseerd-in-economische-betrekkingen-met-suriname/

VS-delegatie heeft interesse in economische betrekkingen

14 Oct, 2020, 02:53

foto
 President Chan Santokhi in gesprek met de hoge Amerikaanse delegatie die gisteren een kort bezoek heeft gebracht aan Suriname. Ambassadeur Ambassadeur Karen Lynn Williams vergezelde haar landgenoten. (Foto: CDS) 

De Amerikaanse regering zal op korte termijn een aantal financiële faciliteiten beschikbaar stellen aan Suriname, bestemd voor het Agrarisch Krediet Fonds en kleine en middelgrote bedrijven. Deze faciliteiten bieden de mogelijkheid om leningen te verstrekken aan kleine ondernemingen, voornamelijk in de agrarische sector, voor verdere ontwikkeling van de economie en het creëren van werkgelegenheid. Dit is een van de zaken die besproken is met de Amerikaanse delegatie die dinsdag op bezoek was. President Chan Santokhi heeft de topdelegatie ook ontvangen. 
 
De afvaardiging bestond uit vertegenwoordigers van vijf verschillende agentschappen, waaronder Development Finance Corporation. Na een kort onderhoud met minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking is de delegatie ontvangen door het staatshoofd, meldt de Communicatie Dienst Suriname. Deze groep is naar Suriname gekomen in navolging van het bezoek van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, de afgelopen maand. 
 
De Amerikaanse regering is vooral geïnteresseerd in economische betrekkingen. Zij heeft wederom bevestigd een partner te zien in Suriname en is ingenomen met de wijze waarop de nieuwe regering zaken aanpakt. Daarnaast is gesproken over schuldverlichting. Voor Suriname bestaat de mogelijk om ondersteuning te vinden bij de Amerikaanse autoriteiten voor het saneringsprogramma, waarover minister Armand Achaibersing een uiteenzetting heeft gegeven in De Nationale Assemblee. Dit programma is belangrijk voor het traject naar het Internationaal Monetair Fonds (IMF).
 
Komende week zullen gesprekken gevoerd worden met de Amerikaanse ambassadeur om de afspraken in details uit te werken en vanaf dat moment moeten overeenkomsten getekend worden, betrekking hebbende op de kredietfaciliteiten”, liet minister Ramdin optekenen na de ontmoeting met de delegatie. “Wij weten wat we willen en wij sluiten aan bij datgene wat ze kunnen aanbieden. Wij gaan heel voorbereid naar deze gesprekken, met een duidelijke visie om ook het Surinaams belang neer te zetten”, zegt Ramdin. 

VENEZUELA RIJP VOOR AMERIKAANSE INVASIE/ DRAAIBOEK GRENADA OPGEVALLEN

Oct 13, 2020

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat een Amerikaanse invasie in Venezuela in de lucht hangt.

Geopolitieke analisten en oorlogsdeskundigen leggen een direct verband met de Amerikaanse invasie op Grenada in 1983. De Amerikaanse actie kwam nadat er een zeer onoverzichtelijke situatie in het land heerste, vooral nadat de linkse leider Maurice Bishop werd geëxecuteerd tijdens een staatsgreep.

Bishop was een jaar eerder op bezoek in Suriname waar de legerleiding van Desi Bouterse de macht in het land had.

https://www.npofocus.nl/thumbs/i/11000/mod_media_image/11428.w1903.0.5fcce61.png

Bij terugkeer op Grenada stuitte Bishop op muiterij en werd onder huisarrest geplaatst door Bernard Coard, de waarnemend premier tevens een gewezen bondgenoot. Dankzij delen van de bevolking werd hij weer aan de macht geholpen. Er volgde in reactie hierop een staatsgreep waarbij Bishop vermoord werd en de macht in handen kwam generaal Hudson Austin die een militaire dictatuur instelde. Op de achtergrond werd hij, maar eerder ook Bishop, voorzien van wapens en andere benodigdheden door de Communistische Partij van de Sovjet-Unie.

De onoverzichtelijkheid maakte dat landen in de regio, waaronder Jamaica, Trinidad and Tobago en Barbados, meegingen met het voorstel van de Verenigde Staten om een inval te mogen plegen op Grenada met als doel het linkse leiderschap de kop in te drukken en de sovjetinvloeden te bestrijden.

Dezelfde ontwikkelingen worden waargenomen rondom de Venezolaanse crisis waarbij het leiderschap in het land verdeeld is.

Er is een omstreden president in functie die niet erkent wordt door omliggende landen en een deel van de bevolking. Aan de andere kant is er een zelfbenoemde president die ook draagvlak geniet onder een groot deel van de bevolking en bij meer dan 50 landen in de wereld, waaronder wereldmachten.

Het bezoek van Mike Pompeo, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, aan landen in Zuid-Amerika, waaronder Suriname, wordt gezien als het zoeken naar draagvlak om Venezuela binnen te mogen vallen zonder dat er op protesten wordt gestuit bij de grenslanden. Hetzelfde gebeurde aan de vooravond van de invasie op Grenada.

Op grootmacht Brazilië in het zuiden en Columbia in het westen mag de VS alvast op voldoende steun rekenen. Op zee, in het noorden, is een militaire taskforce reeds geruime tijd gestationeerd nabij de Antillen. Die kan binnen korte tijd de Venezolaanse kust bereiken. Guyana in het oosten weet zich nog geen houding, maar heeft geen principiële bezwaren kenbaar. Het land zit immers ook overhoop met het regime van Nicolas Maduro dat meer dan 70% van het Guyanees grondgebied opeist.

De woede van de VS wordt gevoed door de banden die het Maduro-regime is aangegaan met Iran. Dit Aziatisch land wordt als een terroristische staat beschouwd door de VS. Iran stuurde vijf tankers naar Venezuela om het land van olie te voorzien, aangezien bijna raffinaderijen in het land stilliggen. De VS is daarmee niet blij en wenst geen Iraanse invloeden op haar ‘achtererf’. Dit wordt beschouwd als desavouering van de sancties die er door de Amerikaanse regering zijn opgelegd. Er wordt ook een verband gelegd met de aankomende verkiezingen in de VS.

De invasie van Grenada werd door Ronald Reagan gebruikt om de publieke opinie in de VS te beïnvloeden, een jaar voor de verkiezingen van 1984. Gespeculeerd wordt dat dezelfde strategie wordt toegepast door president Donald Trump. 

De Surinaamse regering wenst, in ieder geval niet actief, geen onderdeel te zijn van een eventueel draaiboek dat afgewerkt zou worden. “Ik wil geen uitspraken doen over de ontwikkeling in Venezuela zelf. Want dat is een visie geven over een land, zoals wij dat niet graag zouden hebben als een ander land formeel een visie zou geven over de ontwikkeling in ons land”, zegt minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS). “We weten dat er problemen zijn in de Venezolaanse samenleving met betrekking tot het leiderschap in het land”, is de voorzichtige inschatting.

UNITEDNEWS

https://unitednews.sr/venezuela-rijp-voor-amerikaanse-invasie-draaiboek-grenada-opgevallen/

Braziliaanse investeerders geïnteresseerd in verbouwen en exporteren Surinaamse gewassen

Enkele Braziliaanse investeerders op bezoek bij minister Saskia Walden van Economische Zaken. Foto: EZ

Enkele Braziliaanse investeerders hebben interesse in het verbouwen en exporteren van Surinaamse gewassen. Hun interesse hebben zij, onlangs tijdens een bezoek, kenbaar gemaakt aan minister Saskia Walden van Economische zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (Min EZ).

De investeerders wensen informatie over de voorwaarden van ondernemen in landbouw en veeteelt in Suriname. Verder haalden zij aan, dat zij in een duurzaam project plannen te investeren, dat de export van de Surinaamse gewassen zal stimuleren. Zij gaven ook hun behoefte aan grond, ten behoeve van landbouw en veeteelt, door.

Minister Walden heeft de groep geïnformeerd over investeringsmogelijkheden in de agrarische- en veeteeltsector. Verder adviseerde zij hen om een businessplan op te stellen, dat ter beschikking wordt gesteld van het ministerie van EZ en overige relevante ministeries voor verdere informatie.

https://www.srherald.com/suriname/2020/10/12/braziliaanse-investeerders-geinteresseerd-in-verbouwen-en-exporteren-surinaamse-gewassen/

Minister Mathoera waardeert goede relatie met China

Minister Krishna Mathoera en ambassadeur Liu Quan. Foto: CDS

Minister Krishna Mathoera van Defensie waardeert de goede relatie met de Volksrepubliek China. Dit heeft de minister kenbaar gemaakt bij ambassadeur Liu Quan, die een beleefdheidsbezoek aan haar heeft gebracht. De ambassadeur bleef ook stilstaan bij de goede relatie en bilaterale samenwerking die beide landen al jaren hebben.

Volgens Liu Quan is het een relatie gebaseerd op wederzijds respect en wederzijds belang, die als voorbeeld kan dienen voor landen in de regio. De ambassadeur sprak tevens zijn erkentelijkheid uit over de ondersteuning die Suriname heeft gegeven aan China bij de uitbraak van de COVID-19-pandemie.

Suriname is het eerste land dat beschermingsmateriaal heeft geschonken aan China, na de uitbraak van deze ziekte. Momenteel is China bezig een vaccin te ontwikkelen en zo gauw dit een feit is, zal het vaccin beschikbaar en betaalbaar zijn voor landen als Suriname.

Minister Mathoera: “Wij gaan door op de goede weg, wij zijn partners.” Het ligt in de lijn der verwachtingen dat na de COVID-19-periode er wederom een delegatie uit China naar Suriname zal afreizen voor het aangaan van een nieuwe overeenkomst van schenking.

https://www.srherald.com/suriname/2020/10/12/minister-mathoera-waardeert-goede-relatie-met-china/

DE ONGEKENDE OLIERIJKDOM IN GUYANA EN SURINAME, EN DE KANSEN VOOR TRINIDAD

Oct 10, 2020

Foto:  Dr. Kumar Mahabir

In de zuidelijke Caraïben zal volgens verschillende olieprijsscenario’s Guyana, in vergelijking met de buurlanden Suriname en Trinidad, uit zijn olie- en gasvoorraden van meerdere miljarden vaten de hoogste geschatte totale inkomsten ontvangen van meerdere miljarden vaten. Sonya Boodoo, vice-president van Upstream Research, zei dat er tot nu toe drie grote offshore-ontdekkingen zijn gedaan in Suriname.

Het volgende betreft een beknopte samenvatting van een openbare ZOOM-bijeenkomst die onlangs op 30 augustus jl. werd gehouden over het onderwerp “De ongekende olierijkdom in Guyana en Suriname: Werkgelegenheid en zakelijke kansen voor Trinidadianen en Diaspora.” De Pan Caribbean-bijeenkomst werd gemodereerd door antropoloog DR KUMAR MAHABIR uit Trinidad en werd georganiseerd door het Indo-Caribbean Cultural Center Co Ltd.

De sprekers waren CLYDE GRIFFITH, een specialist in olie-exploratie en –exploitatie tevens zijnde beleidsadviseur van de minister van Natuurlijke Hulpbronnen in Suriname; DHARMINDERPERSAD RAMESAR, een senior petrofysicus bij het olie- en goudbedrijf van STAATSOLIE Maatschappij in Suriname; en SHAUN RAMPERSAD, een Trinidadiaan die in de offshore olie- en gasindustrie werkt en de toeleveringsketen van Exxon en Tullow in Guyana beheert. De discussiant was RAVI DEV, een juridisch adviseur en mediaconsultant, tevens voormalig parlementslid van Guyana.

CLYDE GRIFFITH uit Suriname zei: “Wat we tot nu toe weten is dat er offshore drie belangrijke ontdekkingen zijn gedaan in Suriname. De Amerikaanse multinationale investeringsbank en financiële dienstverlener, Morgan Stanley, zei dat Suriname een potentieel van 6,5 miljard vaten  olie-equivalent zou kunnen bevatten.

STAATSOLIE heeft samen met haar offshore partners in 2018 opdracht gegeven voor een Industrial Baseline Study, waaruit blijkt dat het Surinaamse bedrijfsleven nog niet helemaal klaar is om goederen en diensten te leveren aan de offshore olie-industrie. Het ontwikkelen van een lokale kustbasis is essentieel voor het creëren van local-content in Suriname.

De belangrijkste uitdagingen zijn dat Suriname weinig ervaring heeft met de offshore-industrie, en dat bedrijven onzeker zijn over de mogelijkheden en zeer terughoudend zijn om te investeren in certificering, capaciteitsverbeteringen of diversificatie van goederen- en dienstenaanbod.

Ondertussen wordt een beleid met betrekking tot local-content opgesteld, worden plannen voor een lokale kustbasis besproken en worden technische en beroepsopleidingscentra (Technical and Vocational Educational Training, TVET) verbeterd om het Surinaamse personeel en de zakenwereld voor te bereiden op first-oil, wat rond 2025 wordt verwacht.”

DHARMINDERPERSAD RAMESAR uit Suriname zei: “In 2008 huurde STAATSOLIE de internationale consultant DAI Global Inc. in om de Industrial Baseline Study uit te voeren namens STAATSOLIE en zijn offshore partners. DAI heeft de afgelopen jaren soortgelijke studies uitgevoerd in landen als Guyana en Ghana. DAI heeft meer dan 200 lokale bedrijven en 12 verschillende technische opleidings- en trainingsinstituten geïnterviewd. Een groot deel van de opdrachten gaat normaal gesproken naar grote, gespecialiseerde, internationale bedrijven. Desalniettemin zijn er volop mogelijkheden voor lokale bedrijven om zich aan te sluiten, mits ze zich nu al voorbereiden.

De nieuw gekozen president Chan Santokhi en de president van Guyana, de heer Irfaan Ali, hebben gesproken over de mogelijkheden van een ‘zeehaven’.

In het zuidwesten van Suriname (Bakhuis) met het ontdekte gas en gascondensaat bevinden zich enorme voorraden bauxiet. Deze projecten kunnen worden uitgewerkt (aangezien Trinidad ervaring heeft met gaswinning). “

RAMPERSAD van Trinidad zei: “Het Guyana-Suriname bekken heeft van alle grensbekkens bij het boren het hoogste slagingspercentage ter wereld. De ontdekte grote velden kunnen het begin zijn van een nieuwe Noordzee hier in het zuidelijke Caribisch gebied. De break-even percentages voor deze diepwaterontwikkelingen behoren ook tot de laagste wereldwijd ($ 35 / vat), wat betekent dat deze projecten zelfs in een omgeving met lage olieprijzen vrijwel zeker zullen doorgaan. Daarom hangt de ontwikkeling binnen deze twee Zuid-Amerikaanse landen grotendeels af van het succes van hun ontluikende offshore olie- en gasindustrie.

Met de ervaring van Trinidad en Tobago in de sector, gecombineerd met deze ongekende activiteit in Guyana en Suriname, is het onze visie om nu middelen te bundelen en de banden aan te halen om ervoor te zorgen dat een regionale olie- en gasindustrie wordt ontwikkeld. De sleutel tot groei op de lange termijn ligt in de schaalvergroting van bedrijven om zodoende gezamenlijk de regio te bedienen, in plaats van zich op één land te concentreren.

Ons RAMPS-bedrijf heeft in deze 3 landen meer dan 500 mensen in dienst, met bijna 100% local-content in elk gebied. Met het werken voor tientallen topbedrijven zoals Exxon, Petronas en Schlumberger hebben wij veel geleerd. We zien graag dat dat veel meer lokale bedrijven wereldwijd hoogwaardige diensten en producten exporteren en concurreren met de beste die er zijn. “

RAVI DEV van Guyana zei: “Ten eerste zal er op korte termijn geen ‘ongekende olierijkdom’ zijn in Guyana. De slechte onderhandelingen onder het regime van People’s National Congress (PNC) met Exxon hebben ervoor gezorgd dat Guyana gebonden is aan een contract dat maximaal 2% opleverd van de bruto en 12,5% van de winst, hetgeen in de huidige depressieve oliemarkt niet eens het tekort aan suiker en andere landbouwproductie en -inkomsten compenseert. In ieder geval worden de oliefondsen in bewaring gehouden bij de Federal Reserve Bank of New York, een in ‘Natural Resource Fund’. “

UNITEDNEWS

https://unitednews.sr/de-ongekende-olierijkdom-in-guyana-en-suriname-en-de-kansen-voor-trinidad/

China Zhong Heng Tai: Brunswijk geeft valse informatie

Ronnie Brunswijk. Foto: Kabinet van de Vicepresident

China Zhong Heng Tai Investment (Suriname) Co., Ltd. is van mening dat de gepresenteerde informatie door vicepresident Ronnie Brunswijk over het bedrijf totaal in strijd is met de feiten. De informatie dat het bedrijf het hout van de 50.000 hectare grond uitbesteedt aan derden om te oogsten en een maandelijks inkomen van US$ 150.000 tot 200.000 genereert, verwijst het bedrijf naar het rijk der fabelen en mist elk feit.

In een verklaring laat het bedrijf weten dat door de valse informatie de reputatie van het bedrijf in Suriname ernstig is geschaad. Ook zegt China Zhong Heng Tai dat er inbreuk heeft plaatsgevonden op de wettelijke rechten en belangen van het bedrijf.

De vicepresident liet tijdens een persconferentie weten dat er in regeringsverband is gesproken over het palmolieproject van China Zhong Heng Tai. Brunswijk zei dat er tot op heden geen olie is geproduceerd. In plaats daarvan wordt er hout verwerkt en geëxporteerd. Brunswijk stelde voor dat het parlement moet onderzoeken als China Zhong Heng Tai zich heeft gehouden aan de afspraken. Als dat niet het geval is zal eraan gewerkt moeten worden dat de 50.000 hectare grond terugkomt in de boezem van de staat. Hij voegde er ook aan toe dat de overheid vele inkomsten misloopt.

China Zhong Heng Tai laat weten dat sinds de oprichting van Zhong Heng Tai Company in Suriname in 2004, het bedrijf zich heeft toegelegd op het onderzoek en de ontwikkeling van het oliepalmproject. Het bedrijf heeft zwaar geïnvesteerd in 2.000 hectaren experimentele beplanting van de oliepalm. Het experiment heeft goede ervaringen opgeleverd en dit vormt een goede basis voor een grootschalige aanplant van de oliepalm en uitgebreide ontwikkeling in de toekomst. Het heeft ook werkgelegenheid aangeboden aan de lokale bevolking en een bijdrage geleverd aan de lokale economische en sociale ontwikkeling.

China Zhong Heng Tai geeft verder aan dat vanaf het begin het bedrijf de vereisten van de overheid strikt heeft gevolgd in overeenstemming met de voorwaarden van het contract en heeft nooit een stuk rondhout geoogst van de 50.000 hectare bosgrond en ook nimmer enig economisch voordeel daaruit gehaald. Tegen zulke valse beschuldigingen door vicepresident Brunswijk behoudt het bedrijf zich het recht om wettelijke aansprakelijkheid na te streven.

Het bedrijf benadrukt dat het nauw zal blijven samenwerken met de Surinaamse overheid en relevante sectoren om de ontwikkeling van het palmolieproject zo snel mogelijk te bevorderen en een bijdrage te leveren aan de economie en ontwikkeling van Suriname.

https://www.srherald.com/suriname/2020/10/09/china-zhong-heng-tai-brunswijk-geeft-valse-informatie/

Nederland: ‘Geen contact met Brunswijk onderhouden behalve bij functionele noodzaak’

3 oktober 2020

Vp Brunswijk gaat in op kritiek via video statement
 

“De Nederlandse regering zal geen contact met vicepresident Brunswijk onderhouden, behalve als hier een functionele noodzaak voor is.” Dat heeft de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok, mede namens de minister van Handel en Ontwikkelingssamenwerking vrijdag 2 oktober in een brief aan de Tweede Kamer geschreven.

 

De brief van de minister die hier te downloaden is, gaat over de actuele ontwikkelingen in Suriname en de inzet van het Kabinet. Dit naar aanleiding van de recente verkiezingen in Suriname en het in juni aangevraagde overleg met de Kamer over Suriname.

Volgens minister Blok is de positie van vp Brunswijk een aandachtspunt in de relatie met de nieuwe regering. Ronnie Brunswijk is in 1999 door de rechtbank Haarlem bij verstek veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor cocaïnehandel.

In de brief staat verder dat ook voormalig president Bouterse, die in zijn hoedanigheid als president diplomatieke onschendbaarheid genoot, nog een straf in Nederland moet uitzitten. Hij werd in 2000 bij verstek veroordeeld door het Gerechtshof in Den Haag tot 11 jaar gevangenisstraf voor de handel in cocaïne.

Suriname levert geen onderdanen uit is ook in de brief te lezen.

Geachte voorzitter,

Naar aanleiding van de recente verkiezingen in Suriname en het op 23 juni aangevraagde overleg met uw Kamer over Suriname informeer ik u, mede namens de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, als volgt over de actuele ontwikkelingen in het land en de inzet van het Kabinet.

I De Republiek Suriname

Recente politieke ontwikkelingen

Op 25 mei 2020 werden in Suriname parlementsverkiezingen gehouden. De uitslag leidde tot een significante verschuiving in de zetelverdeling. De Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP), onder leiding van Chandrikapersad (Chan) Santokhi, boekte een grote overwinning en behaalde 20 van de 51 zetels. Ook de Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelings Partij (ABOP) van Ronnie Brunswijk behaalde winst.

De verkiezingen van 2020 verliepen in tegenstelling tot voorgaande verkiezingen minder goed georganiseerd. Hoewel reeds op 29 mei 99,4% van de stemmen was geteld, maakte het Centraal Hoofdstembureau pas op 16 juni de definitieve uitslag bekend. Vertraging in het verificatieproces op het Hoofdstembureau van kiesdistrict Paramaribo was daartoe de oorzaak. Dit leidde tot een kritische noot van o.a. de waarnemingsmissie van de Organisatie van Amerikaanse Staten in hun rapport.

Op 13 juli koos De Nationale Assemblee met algemene stemmen en zonder tegenkandidaten Chan Santokhi (VHP) tot President en Ronnie Brunswijk (ABOP) tot Vice-President. Op 16 juli jl. trad de nieuwe Surinaamse regering aan. Deze bestaat uit een coalitie van vier partijen: de VHP (20/51), de ABOP (8/51), Nationale Partij Suriname (NPS – 3/51) en Pertjajah Luhur (PL – 2/51).

Met het aantreden van de regering-Santokhi is een eind aan tien jaar Regering Bouterse gekomen. De Nationale Democratische Partij (NDP) verloor 10 zetels en is nu met 16 zetels de tweede partij van het land. Als grootste oppositiepartij met vertakkingen in de gehele Surinaamse samenleving blijft de NDP een kracht om rekening mee te houden. Bij de afgelopen verkiezingen werd Bouterse gekozen als lid van het parlement, maar hij besloot zijn zetel over te dragen aan een partijgenoot. Op 29 november 2019 veroordeelde de Krijgsraad Desi Bouterse voor zijn rol in de Decembermoorden. Momenteel loopt de verzetsprocedure die Bouterse naar aanleiding van de uitspraak heeft gestart. Na een uitspraak in deze procedure is er nog de mogelijkheid tot beroep. Vooralsnog is de verwachting dat de verzet- en beroepsprocedures in het Decembermoordenproces nog jaren zullen duren.

In het op 13 juli jl. gesloten Regeerakkoord is de regeertermijn van in totaal vijf jaar opgedeeld in drie fases: een urgentiefase van negen maanden, een stabilisatiefase van 24 maanden en de daarop volgende ontwikkelings-/moderniseringsfase. Goed bestuur, een kleinere overheid, corruptiebestrijding en diversificatie van de economie vormen belangrijke pijlers van het regeerakkoord. Ook voor het buitenlands beleid, dat meer in het teken zal komen te staan van economische diplomatie, is aandacht. Het herstel van diplomatieke betrekkingen op ambassadeursniveau met Nederland wordt in het regeerakkoord als prioriteit genoemd. De beleidsvoornemens worden begin oktober 2020 in een regeerprogramma aan het Surinaamse parlement gepresenteerd.

De financieel-economische situatie in Suriname

De regering-Santokhi is aangetreden onder uitdagende financieel-economische omstandigheden. De meest recente IMF (april jl.) en Wereldbankraming (juni jl.) gaan uit van een economische krimp in 2020 van ca. 5%. Het lopende rekeningtekort wordt door het IMF geschat op -12% dit jaar en -11% in 2021. De staatskas is nagenoeg leeg en het begrotingstekort bedraagt dit jaar volgens de nieuwe regering 23% van het BBP. Als gevolg hiervan kampt de regering met acute tekorten en heeft het geld moeten lenen bij lokale banken om de salarissen van ambtenaren te kunnen betalen. De staatsschuld fluctueerde de afgelopen jaren tussen de 70-80% BBP. Laatste officiële ramingen van het IMF (december 2019) indiceren een toename van de staatsschuld tot 87,4% in 2024. Met de verwachte krimp van 5% zal de staatsschuld de komende jaren harder stijgen.

De nieuwe regering stelt in overleg met schuldeisers en internationale financiële instellingen een plan op voor herschikking en herprofilering van de schulden. Ook zijn vergaande kostenbesparende maatregelen aangekondigd waarmee het gat op de begroting moet worden gedicht. Voorts zal de regering trachten goedkoop kapitaal aan te trekken uit de private sector, waarbij onder meer zal worden gekeken naar de Surinaamse diaspora in Nederland.

De recente ontdekking van drie significante olievelden in Surinaamse territoriale wateren zal mogelijk op middellange termijn een positieve impact hebben op de (staats)inkomsten. De ontwikkeling van deze olievelden zal naar verwachting nog ongeveer vijf jaar in beslag nemen.

COVID-19 in Suriname

Suriname heeft de verspreiding van COVID-19 lange tijd kunnen beperken. In de tweede helft van mei begon het virus zich echter in grotere mate te verspreiden onder de Surinaamse bevolking. De Surinaamse regering heeft verschillende maatregelen genomen om de verspreiding tegen te gaan.

Net als in veel andere landen hebben COVID-19 en de getroffen maatregelen ook in Suriname een grote maatschappelijke en economische impact. COVID-19 heeft geleid tot een aanzienlijke verdieping van de reeds bestaande economische crisis in het land, met dalende koopkracht en bedrijfsinkomsten tot gevolg. Veel Surinaamse gezinnen zijn aangewezen op steun van de overheid, die onder meer in de vorm van uitkeringen en voedselpakketten wordt verleend.

II Een bijzondere relatie

Het Koninkrijk en Suriname hebben een bijzondere relatie als gevolg van de meer dan 300 jaar gedeelde geschiedenis, de gemeenschappelijke taal en de grote diasporagemeenschap in Nederland. Op 25 november van dit jaar viert Suriname 45 jaar onafhankelijkheid. De Surinaamse diaspora in Nederland, die ongeveer 356.000 personen telt, is over het algemeen nauw betrokken bij de ontwikkelingen in Suriname. Vanwege de historische verbondenheid en hun geografische nabijheid voelt ook de bevolking in het Caribische deel van het Koninkrijk zich sterk betrokken bij de ontwikkelingen in Suriname. Er zijn vele familie- en vriendschapsrelaties met Suriname, met name op de Benedenwindse Eilanden. Er is hierdoor intensief personenverkeer tussen de landen binnen het Koninkrijk en Suriname.

Bij de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 heeft Nederland omgerekend €1,58 miljard aan hulp toegezegd, de zogeheten Verdragsmiddelen. Deze middelen vormden lange tijd het fundament van de bilaterale relatie. In 2005 kwamen Nederland en Suriname overeen de brede OS-relatie af te bouwen waardoor ruimte ontstond voor een andere relatie. Eén die uitging van zakelijkheid, betrokkenheid en gelijkwaardigheid en waarin een verdere vermaatschappelijking van de onderlinge contacten centraal stond.

De Twinningfaciliteit – een in 2008 in het leven geroepen fonds dat de samenwerking tussen maatschappelijke organisaties uit Nederland en Suriname faciliteert en financiert – heeft de relatie van maatschappij tot maatschappij versterkt. Ook is het recente ‘NL4SU’ initiatief waarbij er in Nederland geld werd opgehaald om Suriname te helpen bij de bestrijding van COVID-19, een mooi voorbeeld van Nederlandse maatschappelijke betrokkenheid bij Suriname.

Het einde van de afbouw van de OS-relatie is weliswaar in zicht maar nog altijd niet voltooid. In 2012 schortte de Nederlandse regering de Verdragsmiddelen op in reactie op de amendering van de Amnestiewet waardoor de wet ook toepasbaar werd voor de periode waarin de Decembermoorden zijn gepleegd. Onlangs heeft de Nederlandse regering besloten de resterende middelen van circa € 17 mln. vrij te geven vanuit het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Nederland heeft met het vrijgeven van deze middelen een signaal van steun willen geven aan de nieuwe regering Santokhi. Op korte termijn zal met de Surinaamse autoriteiten worden gesproken over de (her)besteding hiervan. Suriname en Nederland hopen de OS-relatie spoedig af te kunnen sluiten en samen te bouwen aan een vruchtbare samenwerking op basis van vriendschap, wederzijds vertrouwen en respect.

 III Toekomstige relatie Koninkrijk-Suriname

Het kabinet hecht waarde aan de historische, culturele, economische en persoonlijke banden die de Nederlandse en Surinaamse samenleving met elkaar verbinden. Met de nieuwe regering in Suriname kan de bilaterale relatie weer zo ingericht worden dat deze recht doet aan deze banden en waarmee de belangen van beide landen gediend kunnen worden. President Santokhi heeft de wens tot nauwere samenwerking met het Koninkrijk diverse malen, ook publiekelijk, uitgesproken.

Bij de gewenste betrekkingen met Suriname hoort een moderne en brede samenwerking alsook ruimte voor een open dialoog. Onlangs hebben Nederland en Suriname de eerste stappen hiertoe gezet: Minister-President Rutte had op 14 juli jl. een telefonisch onderhoud met president-elect Santokhi. Minister Blok had op 17 juli jl. een telefonische kennismaking met Albert Ramdin, de minister van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking en zij ontmoetten elkaar in augustus van dit jaar in Nederland. Minister Kaag had ook in augustus een onderhoud met minister Ramdin. In navolging van de gesprekken zal een Interdepartementale Hoogambtelijke Missie onder leiding van Buitenlandse Zaken later dit jaar, en onder voorbehoud van ontwikkelingen op het vlak van COVID-19, in nauwe samenspraak met Suriname de terreinen van samenwerking nader gaan uitwerken.

Nederland wil de banden met Suriname weer bestendigen en versterken. Normalisering van de diplomatieke betrekkingen is hierbij een belangrijke stap. Tijdens het bezoek van minister Ramdin aan Nederland is afgesproken dat Nederland en Suriname vóór de viering van 45 jaar onafhankelijkheid van Suriname op 25 november a.s. op ambassadeursniveau in elkaars landen zullen zijn vertegenwoordigd.  

De gemeenschappelijke taal, het gedeelde cultureel erfgoed, de uitgebreide sociale netwerken die beide landen met elkaar verbinden en de wederzijdse belangen vormen bepalende uitgangspunten voor het beleid ten aanzien van Suriname. De economische bedrijvigheid tussen de landen, de bevordering van de rechtstaat en veiligheid, cultuur en erfgoed, gezondheidszorg en milieu, water en klimaat zijn belangrijke gebieden van samenwerking waar de Nederlandse regering graag op zou willen inzetten. De samenwerking met de Surinaamse overheid zal niet beperkt zijn tot de bilaterale sfeer.

De positie van Vice-President Brunswijk is een aandachtspunt in de relatie met de nieuwe regering. Ronnie Brunswijk is in 1999 door de rechtbank Haarlem bij verstek veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor cocaïnehandel. De Nederlandse regering zal geen contact met Vice-President Brunswijk onderhouden, behalve als hier een functionele noodzaak voor is. Ook voormalig president Bouterse, die in zijn hoedanigheid als president diplomatieke onschendbaarheid genoot, moet nog een straf in Nederland uitzitten. Hij werd in 2000 bij verstek veroordeeld door het Gerechtshof in Den Haag tot 11 jaar gevangenisstraf voor de handel in cocaïne. Suriname levert geen onderdanen uit.

Rechtsstaat en veiligheid

Het kabinet streeft naar intensivering van de samenwerking op justitie- en politieterrein. Intensief personenverkeer en uitdagingen op het gebied van georganiseerde (drugs-) criminaliteit en witwassen maken dat een goede samenwerkingsrelatie van belang is en blijft. Met betrekking tot het tegengaan van corruptie en witwassen gaat Nederland graag met Suriname in gesprek. Al geruime tijd zetten het ministerie van Justitie en Veiligheid en ketenpartners zich in om de capaciteit van de Surinaamse juridische en veiligheidssector te verstevigen en daarbij de samenwerking tussen beide landen te vergroten. De Raad voor de Rechtspraak, het Openbaar Ministerie, politie en douane zijn hierbij betrokken partners. De lopende samenwerking betreft training en toerusting van het zogenaamde BID-team (bestrijding internationale drugshandel) van de Surinaamse politie, hetgeen uit HGIS-middelen wordt gefinancierd. Het ministerie van Justitie en Veiligheid werkt met ketenpartners aan een capaciteitsopbouwproject in Suriname om de Surinaamse partnerorganisaties te ondersteunen met trainingen en expertise. Het project vindt plaats in het kader van een regionaal EU-programma en moet in 2021 van start gaan.

Het is tevens wenselijk dat personen met de Surinaamse nationaliteit die zich zonder geldige verblijfstitel in Nederland bevinden terug kunnen worden gestuurd naar Suriname. Op basis van een Memorandum of Understanding (MoU) uit 2008 is een gemengde commissie opgericht waarin beide landen aanvullende afspraken hebben gemaakt en elkaar op regelmatige basis over dit dossier spraken. Sinds geruime tijd ligt deze samenwerking echter stil. Het kabinet en de Surinaamse regering zetten in op een hernieuwde en effectieve terugkeersamenwerking.

Als onderdeel van de bredere veiligheidssamenwerking tussen Nederland en Suriname, beziet het kabinet tevens de mogelijkheden rondom defensiesamenwerking. In het verleden werd onder andere op trainings- en opleidingsgebied effectief samengewerkt. Eventuele hervatting van deze samenwerking kan beide krijgsmachten versterken. Een nauwere defensiesamenwerking met Suriname is tevens van belang in het kader van stabiliteit en veiligheid in de regio, waar het Koninkrijk ook onderdeel van uitmaakt.

Handelsrelaties

Het Koninkrijk is een belangrijke handelspartner van Suriname; tegelijkertijd is de handelsrelatie momenteel beperkt. Het Nederlandse bedrijfsleven heeft van oudsher een goede economische uitgangspositie in Suriname, mede dankzij de gemeenschappelijke taal en de intensieve netwerken tussen beide landen. De afgelopen periode heeft Suriname echter aantrekkingskracht verloren op het Nederlandse bedrijfsleven vanwege de slechte economische situatie en het onaantrekkelijke investeringsklimaat. Voor (MKB-)ondernemers binnen het Koninkrijk die kansen op de Surinaamse markt willen benutten is het handelsinstrumentarium beschikbaar.

Het kabinet zal zich inzetten voor versterkte en duurzame handels- en investeringsrelaties met Suriname, hetgeen tevens een prioriteit is van de Surinaamse regering. Op termijn starten verkenningen voor een (zodra COVID-19 het toelaat) Koninkrijksbrede handelsmissie naar Suriname. Ter voorbereiding op de uiteindelijke handelsmissie zal er op korte termijn alvast een digitale handelsmissie worden georganiseerd, om de meest kansrijke niches en bijbehorende Surinaamse en Nederlandse/Koninkrijkspartners te identificeren.

 Economie en Financiën

Zoals beschreven kampt Suriname met een zware economische en financiële crisis. Ondersteuning van internationale financiële instellingen zal naar verwachtingen gepaard gaan met benodigde hervormingen om het land weer op een duurzaam economisch pad te brengen. Het kabinet is bereid desgevraagd te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor (kleinschalige) technische assistentie (TA) die goed aansluit op de prioriteiten van de Surinaamse regering en de inspanningen van de internationale financiële instellingen. Ook kan worden gedacht aan TA ter verbetering van wet- en regelgeving en kennisoverdracht gericht op versterking van economische en overheidsinstituties. Er zal ook breder gekeken worden op welke manier Nederlandse expertise ingezet kan worden om de Surinaamse economie te versterken.

De verwachting is dat er nog de nodige verbeteringen zullen moeten plaatsvinden in de financiële sector, met name op het vlak van toezicht en versterkte anti-witwasmaatregelen. De Nederlandsche Bank (DNB) heeft regulier contact met de Centrale Bank van Suriname (CBvS) en heeft eerder al technische assistentie geboden. DNB is bereid om de TA opnieuw te overwegen. Ook vanuit andere Nederlandse instanties is er bereidheid ondersteuning te bieden op dit terrein.

Gezondheidszorg

De COVID-19-pandemie heeft ook Suriname hard geraakt. De reeds fragiele gezondheidszorg kwam hierdoor onder zware druk te staan. In reactie op een oproep van de Vereniging van Surinaamse Medici en later ook de regering, heeft de Nederlandse regering in juni en juli voor ca. 2,5 miljoen euro aan medische goederen geleverd. De leveringen, die waren afgestemd op de Surinaamse behoeften, bestonden uit persoonlijke beschermingsmiddelen, medicijnen, COVID-19 testkits en beademingsapparatuur. Daarnaast bieden Nederlandse artsen en verpleegkundigen assistentie in Suriname. Op 19 augustus heeft Suriname de Nederlandse regering opnieuw om hulp gevraagd bij de aanpak van COVID-19. In reactie hierop heeft Nederland tijdens het bezoek van minister Ramdin een steunpakket van 3,5 miljoen euro voor de bestrijding van COVID-19 toegezegd, bestaande uit o.a. beademingsapparatuur, patiëntmonitoringssystemen, persoonlijke beschermingsmiddelen en medicijnen.

Er zullen naar verwachting door de nieuwe regering hervormingen worden doorgevoerd in het gezondheidssysteem in Suriname, waarbij er gekeken zal worden naar de financiering en efficiëntie van de zorg. Het kabinet is bereid om, indien Suriname dit wenst, mogelijkheden voor ondersteuning te onderzoeken.

 Culturele- en erfgoedsamenwerking

Suriname behoort al geruime tijd tot de landen die prioriteit hebben binnen het Nederlandse internationale cultuurbeleid. Ook in de periode 2021-2024 behoort Suriname tot die 23 landen. Culturele samenwerking richt zich op uitwisseling, vernieuwing, en netwerkontwikkeling. De focus ligt hierbij op jonge cultuurmakers, op contacten met de diaspora in Nederland en op de totstandkoming van banden en samenwerking tussen Nederlandse en Surinaamse instellingen. Een uitdaging is de povere culturele infrastructuur in Suriname en het ontbreken van financiële middelen (zowel bij de Surinaamse overheid als bij private partijen). Culturele inzet draagt in thematiek ook bij aan het onderkennen en verwerken van het koloniale verleden. Ook het creëren van bewustzijn en draagvlak voor het erfgoed – materieel en immaterieel – dat beide landen met elkaar delen vormt een belangrijke pijler van de culturele samenwerking.

Milieu, water en klimaat

Suriname is rijk aan natuurlijke hulpbronnen. Het is het dichtst beboste land ter wereld; meer dan negentig procent van het grondgebied bestaat uit tropisch regenwoud. Ook staat het land in de top-3 van de landen met de grootste zoetwatervoorraden. Desondanks neemt de druk op het milieu door afgifte van grote buitenlandse kapconcessies, ongereguleerde mijnbouw en goudwinning toe. Ook is het laaggelegen kustgebied kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering en zeespiegelstijging. De nieuwe regering zal zich meer gaan richten op de doelen uit de Overeenkomst van Parijs. In het kader van de Interdepartementale Hoogambtelijke Missie willen Nederland en Suriname gezamenlijk verkennen hoe de uitvoering van de Surinaamse klimaatagenda beter kan aansluiten bij internationale fondsen en initiatieven, zoals het NDC Partnership, zodat de implementatie van de Overeenkomst van Parijs door Suriname alsmede het duurzame bosbeheer in het land worden versterkt.

Personenverkeer

Suriname heeft een lang gekoesterde wens voor EU-visumliberalisering. Om hiervoor in aanmerking te komen zal Suriname aan een aantal voorwaarden moeten voldoen, waaronder medewerking met terug- en overname. De Nederlandse regering heeft de wens van Suriname meerdere malen overgebracht aan de Europese Commissie. Het uiteindelijke standpunt van Nederland zal afhangen van het eventuele voorstel dat de Europese Commissie na onderzoek zal doen.

Sinds 1 november 2002 is een sociaal zekerheidsverdrag tussen Nederland en Suriname van kracht. Met Suriname is in 2017 op ambtelijk niveau een akkoord bereikt over aanpassing van dit verdrag in lijn met het huidige nationale beleidskader van bilaterale sociale zekerheidsverdragen. Dit kader ziet op afspraken over stopzetting export kinderbijslag en toepassing van het woonlandbeginsel. Nederland zal in contact treden met de Surinaamse regering om het vervolgtraject rondom de aanpassing van het verdrag ter hand te nemen.

Internationale en Europese samenwerking

Ook in internationale fora zal afstemming en samenwerking met de Surinaamse regering worden gezocht, bijvoorbeeld in het multilaterale kader, op het vlak van gedeelde waarden zoals mensenrechten en ten aanzien van duurzaamheid en klimaat. Op het gebied van regionale samenwerking is Suriname een belangrijke partner aangezien de Caribische delen van het Koninkrijk onderdeel uitmaken van dezelfde regio en in regionale samenwerkingsverbanden samen kunnen werken met Suriname aan gedeelde uitdagingen en kansen.

Het is tot slot relevant om oog te hebben voor de Europese Unie als partner voor Suriname. Suriname maakt deel uit van de groep van ACS-landen (Afrika, Caribische regio en Stille Oceaan). Het Verdrag van Cotonou, dat de relatie tussen de EU en ACS landen regelt, loopt eind 2020 af. Onderhandelingen over een vervolgverdrag zijn gaande. Eventuele financiële EU-steun aan Suriname zal in de periode van het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK; 2021-2027) afkomstig zijn uit het nieuwe Neighbourhood, Development and International Cooperation Instrument (NDICI). In lijn met de Nederlandse inzet in de onderhandelingen is er in het NDICI bijzondere aandacht voor Small Island Developing States, waartoe ook Suriname behoort.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Stef Blok

 

Andjenie Pooran
2 okt 2020

 INDIA TEKENT MILITAIRE PACT MET ZUID KOREA, AUSTRALIE, USA, SINGAPORE, RUSLAND EN JAPAN NA AGRESSIEVE CHINESE CLAIMS OP DE RUSSISCHE STAD VLADIVOSTOK EN DE HELFT VAN ALASKA!

Ook bouwt India in het Indonesische Sabang een hypermoderne Diepzee haven, op nog geen 500 kilometer van de Straat van Malakka. Via deze flessenhals geschiedt 80% van alle olietoevoer naar China. Ook bouwt India op korte afstand van de Chinese grens, in Myanmar, de hypermoderne haven/stad SITTWE PORT!
Onderschat het gevaar van China niet: China wil volledige heerschappij in alle Aziatische wateren, claimt grote stukken van India, van Alaska en sommige Russische steden. Ze hebben Tibet al veroverd, ze hebben de feitelijke macht in Mongolië en ze claimen bepaalde gebieden van de Fillipijnen en Birma en Nepal. Mensen die niet lezen en dit niet volgen, onderschatten het enorme gevaar van deze expansiedrang, die we ook kennen uit de Tweede Wereldoorlog.
Radjindre Ramdhani….
India to sign military pact with Russia after signing the same with Japan. Now the encirclement of China is complete
 
TFIPOST.COM
India to sign military pact with Russia after signing the same with Japan. Now the encirclement of China is….
 

India to sign military pact with Russia after signing the same with Japan. Now the encirclement of China is complete

China wanted to entrap India, but now it has backfired

2 okt 2020

india japan russia china logistics pact

As India and China fight it out in the icy Himalayan heights, New Delhi has already started encircling Beijing in the Indo-Pacific. India is enhancing cooperation with Japan and Russia to marginalise China in its vicinity.

In two major blows to China, India has inked a Mutual Logistics Support Agreement (MLSA) with Japan and has also started working towards a similar Mutual Defence Logistics Support Agreement with Russia. The Russian Deputy Chief of Mission (DCM), Roman Babushkin, on Tuesday said that New Delhi and Moscow could ink the logistics sharing pact during the Indo-Russian bilateral summit in October or November.

 

The latest developments are a part of India’s bid to corner China in its own backyard. India has signed military logistics support agreements with many Pacific powers surrounding China, including the United States, South Korea, Singapore and Australia.

These logistics sharing pacts are a major force multiplier when it comes to military and maritime cooperation. By finalising pacts with a number of countries in the region, Indian warships now have the option of availing and refuelling facilities in bases located around all of China’s conflict zones in the Western Pacific, including the South China Sea, the East China Sea and the Yellow Sea. Military logistics pact with Russia and Japan however complete India’s bid to encircle the Chinese PLA Navy from all sides.

 

As far as Japan is concerned, the inking of the Mutual Logistics Support Agreement (MLSA) is symbolic of how New Delhi and Tokyo continue to be close allies even as India’s friend, Japanese PM Shinzo Abe calls it quits. Abe is however giving a parting gift of sorts to New Delhi. The logistics sharing pact could as well become the forerunner of a formal, two-front military alliance between India and Japan against China. After all, New Delhi and Tokyo are the only QUAD members who actually share hostilities with China, and have a shared interest in checking the gigantic bully.

Similarly, a likely Defence Logistics Support Agreement between India and Russia is a statement of intent coming from Moscow. Notably, India and Russia are heading closer at a time when Russia is hosting both China and India at the Shanghai Cooperation Organisation (SCO) meeting of the Council of Foreign Ministers (CFM).

Also, we cannot miss how Russia has chosen India at a time when both India and China are locked in unprecedented border skirmishes. Russian President Vladimir Putin has his own reason to choose India over China. Russia’s interests militate against Chinese hegemony in the Indo-Pacific, including the Western Pacific.

Only recently, India had nudged Russia to look towards its own interests in the Indo-Pacific region. Moreover, China had shot itself in the foot by staking claim over the Russian Far East city of Vladivostok. The Chinese aggression and Indian cooperation have compelled Putin to help New Delhi in marginalising China through a logistics support pact between India and Russia.

It is now becoming clearer that India’s maritime strategy is going to be aligned more and more with a counter-offensive strategy. India is not only going to neutralise Chinese presence in the Indian Ocean Region (IOR) but is also going to breath down the Dragon’s neck in the Indo-Pacific.

And this isn’t about India’s Logistics Support Agreement with like-minded allies alone, as New Delhi is also building ports at strategic locations to put Beijing in its place. Take for example the deep seaport that India is developing in Indonesia’s Sabang. This port will be located merely 500 kilometres away from the Strait of Malacca– a narrow stretch of water dividing the Indian and Pacific Oceans, handling 80 per cent of China’s oil supplies.

Similarly, India is building the Sittwe port in Myanmar close to China’s Kyaukpyu port project. And therefore, India is not letting China have its way when it comes to augmenting maritime influence in the Association of Southeast Nations (ASEAN). India’s strategy of building close alliances based on mutual trust as against China’s “debt-trap” diplomacy of usurping ports is clearly doing the trick.

India had already gained a lot of presence in China’s backyard. But now by inking an MLSA with Japan and moving ahead towards a defence logistics support pact with Russia, India has made some deep inroads in its competition for influence with China within the Indo-Pacific. Ultimately, New Delhi is going to cut the Dragon to size. China’s salami-slicing tactics in the Himalayas can at best serve the Communist hardliners in Beijing, but when it comes to real power projection in the maritime-oriented Indo-Pacific, New Delhi is clearly winning the game.

https://tfipost.com/2020/09/india-to-sign-military-pact-with-russia-after-signing-the-same-with-japan-now-the-encirclement-of-china-is-complete/?fbclid=IwAR0xtZVu4mU-noFyDWNN8h6UmUeCKAdKTUPB46v-MgOjLHHzBpj5U0fWWpw

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *