HET BINNENLAND: REGERING, INHEEMSEN & MARRONS.

Auteur: Angela Fernald

“De Jong merkt op dat in tegenstelling tot blanke klanten veel marrons in Nederland geen uitvaartverzekering hebben, veelal omdat ze illegaal in het land verblijven.
Ze merkt op dat vanwege de Binnenlandse Oorlog en de gevolgen daarvan veel marrons de wijk hebben genomen naar Nederland, Frankrijk en België. Naast de groep vooruitstrevende marrons in Nederland is er ook een grote groep illegalen die geen verblijfspapieren heeft. Voor dat vraagstuk zal een oplossing gezocht moeten worden. “De populatie is groot, maar je kan ze niet registreren omdat velen illegaal zijn.” Een trieste ontwikkeling is dat marrons daardoor ook in de onderwereld terechtkomen “en worden doodgeschoten”. Vaak worden via fundraising middelen bij elkaar gebracht om deze personen een fatsoenlijke uitvaart te geven.”

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/11/22/uitvaart-vanuit-de-marroncultuur/

Binnenlandse zorg voortaan met Surinaamse artsen

By Lokaal/Trending Posts/09-04-2021 08:23 PMShare

Bibis-minister Albert Ramdin

Deze week werd bekend dat Cubaanse artsen in Suriname teruggekeerd zijn naar hun land. Dit alarmeerde parlementsvoorzitter Marinus Bee, omdat hij bezorgd is over de zorg in het binnenland, waar een groot deel van de Cubaanse artsen gevestigd zijn. De zorg in het binnenland blijft gegarandeerd, benadrukt minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business & Internationale Samenwerking (BiBis).

Er zijn echter twee zaken die met elkaar verward worden: de mantelovereenkomst met Cuba voor de zorgsector en de Cubaanse artsen die hier gekomen zijn voor steun tijdens de Covid-19-crisis, zegt Ramdin. De mantelovereenkomst met Cuba is niet verbroken; die gaat normaal door, meent de minister die door de bilaterale overeenkomst, in deze kwestie verbonden is.

De zorg in het binnenland gaat gewoon verder; maar nu met Surinaamse artsen, benadrukt Ramdin. De artsen kosten Suriname veel geld; los van de vergoeding aan de artsen moet ook een bedrag betaald worden aan de Cubaanse republiek. Het parlement wordt vandaag geïnformeerd hierover. Ramdin: ‘Er is inderdaad een vraagstuk, waarbij sommige Surinaamse artsen niet naar het binnenland willen. Daarom is een groep gezocht door Volksgezondheid, die onder bepaalde voorwaarden, daartoe wel bereid is’.

De artsen die zijn vertrokken, kwamen vorig jaar aan voor steun tijdens Covid-19, waarbij zij te werk waren gesteld op o.a. de IC-afdelingen in ziekenhuizen. Het zijn deze ‘covid-artsen’ die terug zijn naar Cuba.  De zorg wordt opgevangen door Suriname, maar Ramdin kan geen uitspraken doen als Suriname daartoe in staat is, nu de steun voor deze crisis weg is.

https://sun.sr/Details_Meta/8582_bjEqPSJ34wWrJ5dCn9qnMTtkTEEBjZeKkyIm3HZsrzZmKalDFvEbZEs2Y2sjN1eSRohPcj3NCjGpKi8sdsERIgcFcFccFcFc_858204115ramdina.jpg

“Bergen kunnen niet in een nacht verzet worden”

DOAS-directeur Joraisa Pokie.

“Je kan niet van de regering verwachten, dat die binnen in een jaar bergen gaat verzetten,” zegt de directeur van het directoraat Duurzame Ontwikkeling Afro-Surinamers Binnenland (DOAS) Joraisa Pokie, in gesprek met Suriname Herald. Ze vraagt geduld van de gemeenschap en in het bijzonder van de bewoners van het binnenland, want ook daar merkt ze dat personen verwachten dat deze regering binnen enkele maanden zoveel veranderingen moet brengen.

Ze heeft het eerder al gezegd en herhaalt dat president Chan Santokhi geen toverstokje heeft om zaken meteen te realiseren. Ze is zich ervan bewust, dat de president verschillende beloftes heeft gedaan aan de samenleving en ook in het binnenland tijdens de verkiezingscampagnes. Pokie gelooft er nog steeds in, dat die beloftes nagekomen worden. Echter moet men wel realistisch blijven, is ze van oordeel.

Ze gelooft nog steeds in “Wo set’ eng” en staat er zeker achter. Pokie merkt op dat ze dit zeker moet verduidelijken. “Toen de president samen met zijn partners overnam, wisten zij niet hoe groot de schade was. Pas na inventarisatie is gebleken hoeveel puin en schade er is achtergelaten voor deze regering om op te lossen. Ook dit geldt voor projecten die uitgevoerd moeten worden in het binnenland,” zegt de DOAS-directeur.

Er is volgens haar veel dat de regering wil doen, maar er zijn weinig middelen beschikbaar. Dat betekent niet dat wat beloofd is niet wordt gedaan. Zaken zullen later worden uitgevoerd, dan wat eerder was gepland. Pokie vraagt geduld en wil ook de mensen erop attenderen, dat de regering niet eens een jaar aanzit en men verwacht dat die de economie in een rap tempo gezond moet maken en ook nog in een coronatijd.

Marronomics: economische ontwikkeling in West Klaaskreek

 
 

31 Mar, 2021,  19:17

foto

 

Suriname en de goedwillende Surinamers willen vooruit en niets anders dan economische ontwikkeling. Er valt genoeg geld te verdienen en werkgelegenheid te ontwikkelen met alle potentie die het land in zich herbergt. De marrongemeenschap heeft dat allang door en pakt de eigen economische ontwikkeling voortvarend op. Niet trekken naar de kustvlakte- urbanisatie- maar het binnenland ontwikkelen. Een gebied ter grootte van ongeveer  500 ha waarvan naar verwachting 100-150 ha in fasen wordt ontwikkeld. Met behulp van outgrowers worden in de nabije toekomst landbouwarealen beplant met o.a. gember, markoesa (passion fruit), noni, moringa, cacao. Naast landbouw is er ook ruimte voor de teelt van varkens en kippen.

Dat het (nog) niet wil vlotten met Investsur, NewSurFin, SIE en alle andere initiatieven om investeringen goed in de steigers te zetten, moet geen beletsel zijn om de eigen binnenlandse initiatieven te monitoren en een hart onder de riem te steken. Investeerders, in binnen- en buitenland nemen ook kennis van dit type ontwikkelingen. De economische ontwikkeling die in West Klaaskreek in het district Brokopondo gaande is verdient steun en aandacht. Door de marrongemeenschap wordt stevige wil en kracht uitgestraald om zich te verheffen. Bewustwording en bewustzijn van en door de gemeenschap manifesteren zich heel duidelijk op West Klaaskreek.
 
Daarom verdient het wat mij betreft om deze zichtbare en voelbare economische ontwikkeling een apart en aansprekend label te geven. Marronomics vind ik passend en ook treffend voor de manier waarop te werk wordt gegaan door de gemeenschap. De economische ontwikkeling van het binnenland kan niet zonder een gedegen oplossing van het grondenrechtenvraagstuk en de bijzondere rol van het lokaal gezag.  Binnen marronomics zijn dit dus belangrijke (rand)voorwaarden voor economische ontwikkeling.
 
Marronomics kan met een goede structuur, bevlogen outgrowers en de bewustwording van het belang van agrarisch ondernemen een grote rol van betekenis spelen voor de ontwikkeling van het binnenland. Naast agrarisch ondernemen zijn er ook kansen voor bedrijven in de metaalindustrie en onderhoud van machines en ander zwaar materieel. Diversificatie van de economie middels marronomics is binnen handbereik.
 

Een belangrijke stap in marronomics, is het betrekken van multilaterale instellingen als IDB en andere financieringsinstituten- Islamic Development Bank (IsDB), IDB-invest bij de ontwikkeling van West Klaaskreek. Het betrekken van fondsen van grote corporates, zoals IamGold, die in het district Brokopondo actief zijn en de Stichting Fonds Ontwikkeling Binnenland (SFOB) moet ook serieus ter hand genomen. #marronomics is geboren en moet blijvend zijn. Suriname zal er wel bij varen.

Hugo Esseboom

ONDERSCHATTING VAN ALLES WAAR EENMARRON AAN BEGINT (SLOT)

21/03/2021 16:30

Ronnie Brunswijk werd in 2020 zowel de eerste marron DNA-voorzitter en vervolgens vicepresident van Suriname.

Ronnie Brunswijk werd in 2020 zowel de eerste marron DNA-voorzitter en vervolgens vicepresident van Suriname. Foto: DNA  

PARAMARIBO – De dagelijkse praktijk doet vermoeden dat er nog steeds stedelingen zijn die denken dat de marrons uit het binnenland van Suriname aan de onderkant van de samenleving behoren te zijn. In een serie artikelen met als thema ‘Onderschatting van alles waar een marron aan begint’ zullen de identiteitsvormingsprocessen en de zichtbare bijdragen van de marrons aan de ontwikkeling van Suriname nader worden toegelicht. Slot.

Tekst: André Mosis

 

Terugkijkend naar ruim een halve eeuw actieve participatie van de marrons aan nationale politiekvoering kan worden geconcludeerd dat de resultaten rijkelijk meevallen rekening houdende met het feit dat zij eerst decennialange onderwijsachterstanden moesten inhalen. Van de in die periode ontstane marron politieke partijen is de BEP structureel gegroeid en heeft kader ontwikkeld dat zij helaas niet volledig weet te behouden. De Abop daarentegen maakt een explosieve ontwikkeling door die de nodige aandacht vraagt voor stabilisatie en continuering.

Het politieke bewustzijn van de in het binnenland woonachtige marrons is redelijk toegenomen, echter de parlementaire vertegenwoordigers van de kieskringen in het binnenland hebben op enkele kruimels na weinig fundamenteels voor de bevolking daar tot stand weten te brengen. De kritiek op de NPS mag er wel zijn maar de marronparlementariërs hebben nog geen zichtbare ontwikkeling van het binnenland teweeggebracht. De uitdaging voor de huidige marronpolitici is om te zorgen dat er goed beleid wordt gevoerd met betrekking tot het maken van plannen voor de ontwikkeling van het binnenland.

Men moet tot besef komen dat ontwikkeling van de marrongemeenschappen iets anders is dan ontwikkeling van het binnenland. Ontwikkeling van de huidige samenlevingen van de marrons in het binnenland van Suriname betekent investeren in een conglomeraat met beperkte toekomstperspectieven op lange termijn. Ontwikkeling van het binnenland dient zich te richten op potentiele groeimogelijkheden, die urbanisatie afremmen waardoor de binnenlandse bewoners daar profijt van kunnen hebben.

Sommige van de huidige verspreide traditionele leefgemeenschappen, de zogenaamde ‘kondee‘ die weliswaar symbool staan voor het succes van de strijd van de marrons, zijn ruim 260 jaar oud. Die vestigingen behoren mede tot de verworvenheden van de heldhaftige marron voorouders, waar wij trots op mogen zijn. Deze generatie marrons die ook politieke successen weet te boeken, zal met nieuwe initiatieven moeten komen voor modernisering en ontwikkeling van het binnenland met behoud van normen en waarden behorende tot de marrons en de inheemsen.

De bestaande oude marronnederzettingen bieden weinig ruimte voor duurzame ontwikkeling gericht op mondiale toekomstperspectieven. Grotere en modernere woonkernen op het vaste land zullen meer mogelijkheden bieden voor aantrekkelijke en duurzame ontwikkeling. Daarbij dient men ten eerste rekening te houden met de ligging en bereikbaarheid via goede wegen vanuit de kustsamenleving.

Ten tweede moet een dergelijke woongemeenschap voldoen aan de wensen van de moderne mens met mogelijkheden voor goed onderwijs, medische voorzieningen, sport en recreatie. Voor het bovenstaande hoeft het wiel niet opnieuw te worden uitgevonden. In politieke archieven en bij het Planbureau zijn voorbeelden te vinden van ontwikkelingsplannen voor het binnenland voorzien van bruikbare uitgangspunten die aangepast kunnen worden aan de behoefte van deze en toekomstige generaties.

De regering-Santokhi/Brunswijk heeft de ultieme gelegenheid om de gezagsstructuren van het binnenland aan te passen en de vredesverdragen een plek te geven in de Grondwet van de Republiek Suriname. Tevens is de VHP, vanouds de politieke partij die Jarien Gadden ondersteuning had geboden tijdens de onafhankelijkheidsdebatten, waarin hij pleitte voor vermelding van de Vredesverdragen in de Grondwet. Als de huidige marronpolitici samen met de traditionele gezagdragers de gezagsstructuren niet aanpassen in overleg met de centrale overheid, zullen anderen het op den duur toch moeten doen met alle gevolgen van dien.

 

Bronnen:

• Archief De Nationale Assemblee

• Archief de Ware Tijd

• Thoden van Velzen en Van Wetering, 1988

• Informant: Bert Eersteling (schrijver van onder meer ‘Koffiekampers in de politiek’, ‘Het binnenland en de politiek’, ‘Het woord marron in Surinaams historisch perspectief’ et cetera)

• Wikipedia: Onderwijs in Suriname

• Plantage Jagtlust (Jacob van den Burg)

• Bosnegers en Overheid Ontwikkelingen van de politieke verhoudingen 1650-1988 (André Mosis en Ben Scholtens)

• OSO. Tijdschrift voor Surinaamse taalkunde, letterkunde en geschiedenis. Jaargang 12 en 19

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2021/03/21/onderschatting-van-alles-waar-eenmarron-aan-begint-(slot)/



ONDERSCHATTING VAN ALLES WAAR EEN MARRON AAN BEGINT (VII)

14/03/2021 16:04

Onderschatting van alles waar een marron aan begint (VII)

Foto: joepenmarit.blogspot.com  

PARAMARIBO – De dagelijkse praktijk doet vermoeden dat er nog steeds stedelingen zijn die denken dat de marrons uit het binnenland van Suriname aan de onderkant van de samenleving behoren te zijn. In een serie artikelen met als thema ‘Onderschatting van alles waar een marron aan begint’ zullen de identiteitsvormingsprocessen en de zichtbare bijdragen van de marrons aan de ontwikkeling van Suriname nader worden toegelicht.

Tekst: André Mosis

 

Het belangrijkste element voor de marrons uit de vrede van 10 oktober 1760 is dat hun vrijheid wordt erkend en dat hen een zekere mate van autonomie wordt toegekend.

1. Wat is gebeurd, wordt vergeven en vergeten en vanaf heden zijn zij vrije mensen;

2. Zij zijn vrij zich te vestigen waar ze willen, echter na kennisgeving aan en goedkeuring door de overheid en mits minstens tien uren varen verwijderd van het plantagegebied. Tevens mogen ze hout bewerken. Voor de koloniale overheid was vooral van belang dat ze werd bevrijd van een binnenlandse vijand, dat de bewegingsvrijheid van de marrons aan banden werd gelegd.

3. Ze moeten ontvluchte slaven uitleveren en ontvangen hiervoor een premie van tien tot vijftig gulden.

Het is duidelijk dat bepaalde autoriteiten hebben gepoogd de vredesverdragen die zijn gesloten in de zeventiende en achttiende eeuw tussen de koloniale overheid en de marrons, te wissen uit de slavernijgeschiedenis van Suriname. Dit getuigt van te weinig historisch inzicht, discriminatie, onderschatting, onvoldoende besef van de vrijheidsstrijd van de marrons en geen respect voor de behaalde overwinning van de marronstrijders.

De vredesverdragen maken de littekens in het gezicht van de witte overheersers zichtbaar. Door de vredesverdragen weten wij vandaag de dag dat de witte overheersers ergens bang voor waren, met name de marrons. De vredesverdragen zijn het bewijs dat er een geduchte tegenstander was die gelijkwaardigheid ten opzichte van de witte suprematie opeiste.

De strijd van de marrons verdient erkenning en zo ook de vredesverdragen, omdat deze worden gezien als de kroon op die strijd. Een vermelding in de Grondwet van de republiek Suriname is op zijn minst een welverdiende plaats gezien het feit dat ze totde dag van vandaag worden erkend door de centrale overheid.

De marrons werden gezien als een onbenut en potentieel arbeidsreserve. Tijdens de begrotingsdebatten in de Eerste Kamer in Nederland in 1917 was er al op aangedrongen dat de marrons meer geïntegreerd zouden worden in de Surinaamse samenleving. Ook in de Koloniale Staten werd hier aandacht voor gevraagd. Hierbij werd er gesproken van “een staat in de staat”.

Op voorstel van gouverneur Gerard Johan Staal (1916-1920) zou worden begonnen met een experiment bij de Okanisi aan de Tapanahony. Naast de behoefte aan goedkope arbeid en aan grondstoffen, lag ten grondslag aan het ontwikkelingsplan de integratie van de marrons in de samenleving en de geleidelijke opheffing van hun status van autonomie. Een achterliggende gedachte bij de plannen vormde het veronderstelde structurele tekort aan arbeidskrachten, waardoor de overheid voortdurend meende haar toevlucht te moeten nemen tot de werving van contractarbeiders.

De relatie tussen de marrons en de overheid in de afgelopen drie eeuwen wordt gekenmerkt door wantrouwen, bedrog, onbegrip, gebrek aan wederzijdse kennis, vooroordelen en desinteresse. De houding van de centrale overheid met betrekking tot de marrons is nog altijd dubbelzinnig. Enerzijds verzwijgt zij de verdragen en anderzijds leeft zij ze wel na. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er ten behoeve van het binnenland en zijn bewoners weinig fundamenteels tot stand is gekomen.

Gedurende de periode dat Nederland het beleid min of meer bepaalde, tot 1954 (Statuut), vielen de marrons vrijwel volledig buiten hetgezichtsveld van de overheid. Slechts de Rooms-Katholieke missie en de Evangelische Broedergemeenten trokken zich het lot van de marrons aan. Hoewel bij hun activiteiten kanttekeningen kunnen worden geplaatst, bijvoorbeeld bij de wijze waarop zij de religie en de cultuur van de marrons bejegenden, verdienen deze instanties lof voor de wijze waarop zij zich, vaak ten koste van grote ontberingen, hebben ingespannen om enige ontwikkeling in het binnenland tot stand tebrengen. Daarbij kan met name worden gedacht aan onderwijs, medische zorg en in een later stadium ook landouwvoorlichting. In ruil daarvoor hebben deze christelijke kerken zielen gewonnen voor het in standhouden en de verdere ontwikkeling van het christelijk geloof binnen de marrongemeenschappen.

Ontwikkelingsplannen en het ontwikkelingsbeleid werden duidelijk geformuleerd vanuit de behoefte van de overheid ten gunste van de stadsmens. Economische ontwikkelingsprojecten in het binnenland werden opgezet daar waar zij de nationale economie ten goede kwamen. Deze vorm van discriminatie en onderschatting van het marron-bewustzijn is gecreëerd en in stand gehouden door de centrale overheid en de Surinaamse politiek.

 

Bronnen:

• Archief De Nationale Assemblee

• Archief de Ware Tijd

• Thoden van Velzen en Van Wetering, 1988

• Informant: Bert Eersteling (schrijver van onder meer ‘Koffiekampers in de politiek’, ‘Het binnenland en de politiek’, ‘Het woord marron in Surinaams historisch perspectief’ et cetera)

• Wikipedia: Onderwijs in Suriname

• Plantage Jagtlust (Jacob van den Burg)

• Bosnegers en Overheid Ontwikkelingen van de politieke verhoudingen 1650-1988 (André Mosis en Ben Scholtens)

• OSO. Tijdschrift voor Surinaamse taalkunde, letterkunde en geschiedenis. Jaargang 12 en 19

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2021/03/14/onderschatting-van-alles-waar-een-marron-aan-begint-(vii)/



ONDERSCHATTING VAN ALLES WAAR EEN MARRON AAN BEGINT (VI)

06/03/2021 21:09

Desi Bouterse en Ronnie Brunswijk, hoofdrolspelers in de Binnenlandse Oorlog, omhelzen elkaar nadat de NDP en Abop hadden besloten de regering te vormen in 2010.

Desi Bouterse en Ronnie Brunswijk, hoofdrolspelers in de Binnenlandse Oorlog, omhelzen elkaar nadat de NDP en Abop hadden besloten de regering te vormen in 2010. Foto: dWT Archief  

PARAMARIBO – De dagelijkse praktijk doet vermoeden dat er nog steeds stedelingen zijn die denken dat de marrons uit het binnenland van Suriname aan de onderkant van de samenleving behoren te zijn. In een serie artikelen met als thema ‘Onderschatting van alles waar een marron aan begint’ zullen de identiteitsvormingsprocessen en de zichtbare bijdragen van de marrons aan de ontwikkeling van Suriname nader toegelicht worden.

Tekst: André Mosis

 

Maandag 21 juli 1986 markeert het begin van een periode die gekenmerkt moet worden als één van de grootste dieptepunten uit de geschiedenis van Suriname in het algemeen en van hetbinnenland in het bijzonder. De aanvallen te Stolkertsijver en Albina vormden het definitieve startsein voor een gewapende strijd die begon als een conflict tussen een ongehoorzame militair en zijn superieur. Deze gewapende strijd nam in korte tijd ongekende proporties aan en is uitgegroeid tot een regelrechte binnenlandse oorlog. Suriname kreeg de rekening gepresenteerd van de structurele en schromelijke verwaarlozing van de marrongemeenschappen en de tenachterstelling van de bewoners.

Het conflict bood een uitlaatklep van de decennialange opgekropte frustraties die bij velen in het binnenland leefden ten aanzien van de positie die zij in de samenleving innamen. De ontwikkelingsproblematiek van het binnenland was hiermee scherper op de voorgrond geplaatst dan ooit. De grote weerklank die het Jungle Commando (JC) onder leiding van Ronnie Brunswijk vond bij waarschijnlijk een meerderheid onder de marrons moet in dit licht worden gezien. De implicaties van de vredesverdragen speelden door bij de gevechtssituatie tijdens de Binnenlandse Oorlog. 34 jaar later verwees Brunswijk na zijn politieke succes met de Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelingspartij (Abop) bij de algemene verkiezingen van 25 mei 2020 opnieuw naar de emancipatiestrijd van de weggelopen slaven.

 

Onderschatting

Het Nationaal Leger heeft met name aanvankelijk de ernst van het gewapende conflict volledig onderschat, getuige onder meer de bijzondere uitspraak van bevelhebber Desi Delano Bouterse over Ronnie Brunswijk: “Laat dit kortetermijnding maar aan het leger over. Die jongen heeft wel pk maar geen IQ.” Deze uitspraak getuigt wederom van onderschatting van iets waar een marron aan begint. Dergelijke reacties en ernstige tactische fouten aan de zijde van het Nationaal Leger hebben er mede toe bijgedragen dat dit conflict zo uit de hand is gelopen.

Na het met de voeten treden van bepaalde tradities en gebruiken in het binnenland viel er weinig steun meer te verwachten van de dignitarissen, die overigens zelf machteloos stonden. De ernstige uitwassen in het Cottica- en Marowijnegebied eind 1986 en de willekeurige razzia’s tegen marrons in de stad hebben er ongetwijfeld toe bijgedragen dat zij zich als bevolkingsgroep bedreigd voelden in hun bestaan. Het conflict breidde zich rond deze periode uit tot het Brokopondogebied. Door de geringe populariteit van de toenmalige autoriteiten bij de rest van de bevolking, kon ze, ook toen de laatste zelf steeds meer de dupe werd, niet rekenen op hun ondersteuning in het conflict. Met name Frankrijk en Nederland, die beide weinig sympathiek stonden tegenover de toenmalige Surinaamse autoriteiten speelden een belangrijke rol bij vooral de duur van het conflict. Politieke adviezen aan het Jungle Commando kwamen vooral van Surinaamse verzetsmensen in Nederland.

 

Vergelijkingen

De doelstellingen van de groepering zelf waren in feite niet duidelijk geformuleerd, behalve dat men uit was op het verwijderen van de militairen. Evenmin kan worden gesteld dat het conflict er één was tussen de marrons en het Nationaal Leger. Immers, vóór 1986 was er geen sprake van fundamentele problemen tussen de marrons en het Nationaal Leger. Bevelhebber Bouterse was een geregeld geziene gast in het binnenland en wel met name bij gaanman Daniel Aboikoni.

Om het conflict extra cachet te geven, werden geregeld vergelijkingen gemaakt met de strijd die de marrons voerden in de achttiende eeuw tegen plantage-eigenaren en de koloniale overheid. Alhoewel tot op zekere hoogte begrijpelijk, gaat een dergelijke vergelijking nauwelijks op. De context waarin beide conflicten zich hebben afgespeeld is geheel verschillend. Het element van buitenlandse invloed, waarbij onder meer te denken valt aan de grote rol van Surinaamse verzetsmensen in Nederland, ontbrak tijdens de strijd van de marronsoorlogen geheel. Toen vielen namelijk het politiek en het militair gezag samen. Bij de Binnenlandse Oorlog daarentegen zagen we dat de verschillende gaanman vrijwel geen partij waren en zelfs niet eens werden gekend in het conflict. De erosie van de binnenlandse gezagsstructuren is als gevolg van de Binnenlandse Oorlog duidelijk naar voren getreden. De dignitarissen stonden in feite machteloos.

 

Marrons contra inheemsen

Een kwalijk gevolg van de Binnenlandse Oorlog is dat de altijd al latente wrijvingen tussen marrons en indianen openlijk aan het daglicht zijn getreden. Het ernstige vermoeden bestaat hierbij dat er van buitenaf verdeel en heers is gepleegd. De voorbeelden uit de geschiedenis waarbij beide groepen tegen elkaar werden uitgespeeld zijn bepaald niet incidenteel. Ondanks het feit dat de marrons en de inheemsen in een soortgelijke sociaal-economische underdogpositie verkeren, zijn beide groepen er tot op heden nauwelijks in geslaagd om hun krachten te bundelen.

De verkiezingsoverwinning van het Front voor Democratie en Ontwikkeling op 25 november 1987 en daaropvolgend het aantreden van de regering-Ramsewak Shankar begin 1988 hebben een gewijzigde situatie in het conflict teweeggebracht. Het Jungle Commando stond sindsdien tegenover een wettig gekozen regering. De eisen aangaande democratisering hadden hiermee hun betekenis verloren. De regering-Ramsewak Shankar had een vredesproces opgang gezet, waarbij het Comité Christelijke Kerken fungeerde als intermediair maar die verliep erg stroef en traag.

 

Vrede

De wijze waarop de regering is omgesprongen met protocollen van Saint Jean riep vele vraagtekens op. Anderzijds ontbrak het het Jungle Commando aan voldoende deskundigheid om als volwaardige partner te participeren in de onderhandelingen. Daardoor was het overgeleverd aan voortdurend wisselende buitenlandse adviseurs van veelal twijfelachtig gehalte. Het betrekken van de dignitarissen in de onderhandelingen was ondanks hun beperkte invloed een stap in de goede richting. De regering zou alle prioriteiten moeten stellen aan het tot stand brengen van vrede.

De vrede was een voorwaarde om te kunnen praten over economische opbouw van het land. Er zijn enkele honderden onschuldige slachtoffers gevallen, zowel militairen, ‘jungles’ als burgers. Talloze vitale economische projecten zijn vernietigd. Duizenden mensen hebben hun woonplaatsen moeten ontvluchten en de samenleving van het binnenland werd totaal ontwricht. Naast de aangerichte materiële schade is vooral de schade op het immateriële vlak onmeetbaar. Het herstel van de verstoorde relaties, zowel tussen als binnen bevolkingsgroepen, is één van de grootste uitdagingen voor deze en de volgende regeringen.

 

Bronnen:

• Archief De Nationale Assemblee

• Archief de Ware Tijd

• Thoden van Velzen en Van Wetering, 1988

• Informant: Bert Eersteling (schrijver van onder meer ‘Koffiekampers in de politiek’, ‘Het binnenland en de politiek’, ‘Het woord marron in Surinaams historisch perspectief’ et cetera)

• Wikipedia: Onderwijs in Suriname

• Plantage Jagtlust (Jacob van den Burg)

• Bosnegers en Overheid Ontwikkelingen van de politieke verhoudingen 1650-1988 (André Mosis en Ben Scholtens)

• OSO. Tijdschrift voor Surinaamse taalkunde, letterkunde en geschiedenis. Jaargang 12 en 19

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2021/03/06/onderschatting-van-alles-waar-een-marron-aan-begint-(vi)/




ONDERSCHATTING VAN ALLES WAAR EEN MARRON AAN BEGINT (V)

06/03/2021 19:19

Bosneger dignitarissen in 1919 met gouverneur-generaal Van der Helm op het Gouvernementsplein in Paramaribo, Suriname. Van links naar rechts: kapitein Adiontoe (Godoholo en Saniki), Fiskari Gagoe (Dritabiki), gouvernementssecretaris Van der Helm, granman Amakti, posthouder W.F. van Lier, kapitein van Granbori, kapitein Tafoe en kapitein Naloekoe (Klementi).

Bosneger dignitarissen in 1919 met gouverneur-generaal Van der Helm op het Gouvernementsplein in Paramaribo, Suriname. Van links naar rechts: kapitein Adiontoe (Godoholo en Saniki), Fiskari Gagoe (Dritabiki), gouvernementssecretaris Van der Helm, granman Amakti, posthouder W.F. van Lier, kapitein van Granbori, kapitein Tafoe en kapitein Naloekoe (Klementi). Foto: Stichting Surinaams Museum  

PARAMARIBO – De dagelijkse praktijk doet vermoeden dat er nog steeds stedelingen zijn die denken dat de marrons uit het binnenland van Suriname aan de onderkant van de samenleving behoren te zijn. In een serie artikelen met als thema ‘Onderschatting van alles waar een marron aan begint’ zullen de identiteitsvormingsprocessen en de zichtbare bijdragen van de marrons aan de ontwikkeling van Suriname nader toegelicht worden.

Tekst: André Mosis

 

Door een veelheid aan factoren pleegden op 25 februari 1980 enkele militairen een staatsgreep die in eerste instantie door een meerderheid van de bevolking werd verwelkomd. Hiermee werd een oordeel uitgesproken over het regeringsbeleid tijdens de toen ruim vier jaar oude republiek. Het Surinaamse volk gaf de militairen het voordeel van de twijfel. In de regeringsverklaring van 1 mei 1980 werden de vier vernieuwingen van de samenleving aangekondigd, waaronder de politiek-bestuurlijke orde. Kortweg kwam het er op neer dat men ontevreden was over het functioneren van het westerse type parlementaire democratie en de gedachten gingen meer uit naar een vorm van participatiedemocratie

Er volgde ook een aantijging tegen het traditionele bestuurssysteem van de marrons. Gezien onder meer de toenemende criminaliteit, werd geregeld de hulp van de overheid ingeroepen en al in de jaren zestig van de vorige eeuw werden politieposten te Brownsweg en Stoelmanseiland geopend. Het gezag en de invloed van de dignitarissen bleek tanend. Diverse traditionele taken werden overgenomen door overheidsambtenaren en een aantal dignitarissen trad zelf in dienst van de overheid. Het systeem van financiële toeslagen voor de verschillende gaanman, dat in 1857 werd geïntroduceerd, werd pas in de jaren vijftig uitgebreid tot kabiten en basiya. Sinds 1976 ontvangen de gaanman min of meer eenzelfde toelage. Daarnaast genieten zij representatiekosten.

Volgens de personeelsverordening zijn de dignitarissen geen ambtenaren. Bij belangrijke zaken die de marrons raken, worden ze geraadpleegd. De visie van de toenmalige bewindhebbers ten aanzien van de gezagsstructuren in het binnenland komt uitgebreid aan de orde in een overheidsnota ‘Aanzet tot een nieuw beleid inzake het Binnenland’ uit 1981 en de regeringsverklaring van 1983. De nota werd in 1982 verwerkt in een beleidsnota van Binnenlandse Zaken en Justitie en stelt over de locatie van de stamgebieden dat deze niet veranderd hoeven en beschouwd kunnen worden als een “soort reservaten”. Over de status en de financiële tegemoetkoming van de dignitarissen wordt gezegd dat die werd gezien als een bijdrage om hun waardigheid in stand te kunnen houden. Verder worden de boslandfunctionarissen niet als landsdienaren beschouwd, omdat in hun verhouding tot de overheid het element van ondergeschiktheid geheel ontbreekt.

 

Sipaliwini

De machthebbers willen daarnaast werken aan de afbouw van de geldende maatschappijstructuur om daarvoor in de plaats moderne structuren te introduceren. De schrijver van de nota poneert: “Ik ben dan ook van mening dat – met behoud van de eigen cultuur – verandering moet komen in het leefpatroon en de bestuursvorm van de binnenlandse bevolking, wil men voorkomen dat het binnenland ontvolkt raakt.” Er werden enkele aanbevelingen, gedaan zoals het onderbrengen van de dignitarissen in een stichting, waardoor enerzijds de regeling van hun rechtspositie kan worden verbeterd en anderzijds de vaststelling van een adequate taakomschrijving kan geschieden. De beleidsnota, die het binnenland als ”rampgebied” bestempelt, stelt dat er sinds 1980 behoefte bestaat aan beleidsombuiging in verband met het revolutionair proces. Immers, dit streeft naar een nieuwe politiek-bestuurlijke orde en versnelde sociaal- economische ontwikkeling van de districten en het binnenland. Gedacht wordt aan decentralisatie van het inwendig bestuur, mede om de afstand tussen bestuur en burger te verkleinen. Verder wordt de instelling van een apart district voorgesteld. In 1983 wordt hiertoe het district Sipaliwini in het leven geroepen.

In de regeringsverklaring 1983- 1986, waarin het binnenland een sterk verwaarloosd gebied wordt genoemd, wordt in het kader van het streven naar concentratie van het staatsbestuur een grondige herziening van het districtsbestuur aangekondigd. Hiertoe zouden de bijzondere bestuursvormen in het binnenland gesaneerd dienen te worden Een door Binnenlandse Zaken, Districtsbestuur en Volksmobilisatie ingestelde commissie schreef in 1986 het ‘Rapport van de Commissie Ontwikkeling Binnenland voor het district Sipaliwini’, dat bedoeld was als intern discussiestuk en dat voortborduurde op de nota uit 1981. De commissie moest onder meer voorstellen doen over het structureren van het bestuursapparaat, het functioneren van de volksstructuren, de participatie van de bevolking aan de structuren en de sociaal- economische ontwikkeling. Er werden voorstellen gedaan ten aanzien van de interne bestuursorganisatie van het district Sipaliwini.

 

Gaanman

Door gebrek aan bereik van de overheid zijn sommige bestuurstaken onder de gaanman komen te vallen. Gewezen wordt op de afnemende invloed van het gezag van de dignitarissen als gevolg van het nauwere contact tussen de kustsamenleving en het binnenland en als gevolg van hun economische afhankelijkheid van Paramaribo. Echter, hun gezag wordt nog door een meerderheid in het binnenland erkend. Gesteld wordt dat het gezagssysteem in het binnenland berust op tribalisme en dat het zowel democratische als autoritaire trekken vertoont. Mocht een gaanman het stambelang schaden dan zou men hem eventueel moeten kunnen afzetten of tijdelijk zijn toelage blokkeren. Het rapport stelde dat de overheid een wijziging van de maatschappijstructuur in het binnenland dient te ondersteunen. Slechts de instituten die remmend werken op de ontwikkeling zouden moeten worden afgebouwd.

Onder meer wordt naar voren gebracht dat het traditionele gezag een wezenlijke plaats moet krijgen binnen de nieuwe politiek-bestuurlijke orde en dat de bemoeienis van de overheid slechts indirect dient te zijn. Er worden verder suggesties gedaan die min of meer overeenkomen met de aanbevelingen uit de nota van 1981. Het rapport benadrukt dat rigoureuze veranderingen vermeden dienen te worden daar deze zouden resulteren in een machtsvacuüm en het bepleit daarom omzichtigheid. Echter, beide nota’s geven een vrij duidelijk beeld van hoe er in overheidskringen ten tijden van de Revolutie werd gedacht, ten aanzien van de traditionele bestuursstructuren van de marrons en wat er van in toekomst op dit terrein eventueel verwacht kan worden.

 

Bronnen:

• Archief De Nationale Assemblee

• Archief de Ware Tijd

• Thoden van Velzen en Van Wetering, 1988

• Informant: Bert Eersteling (schrijver van onder meer ‘Koffiekampers in de politiek’, ‘Het binnenland en de politiek’, ‘Het woord marron in Surinaams historisch perspectief’ et cetera)

• Wikipedia: Onderwijs in Suriname

• Plantage Jagtlust (Jacob van den Burg) • Bosnegers en Overheid Ontwikkelingen van de politieke verhoudingen 1650-1988 (André Mosis en Ben Scholtens)

• OSO. Tijdschrift voor Surinaamse taalkunde, letterkunde en geschiedenis. Jaargang 12 en 19

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2021/03/06/onderschatting-van-alles-waar-een-marron-aan-begint-(v)/




ONDERSCHATTING VAN ALLES WAAR EEN MARRON AAN BEGINT (IV)

06/03/2021 17:01

Onderschatting van alles waar een marron aan begint (IV)

PARAMARIBO – De dagelijkse praktijk doet vermoeden dat er nog steeds stedelingen zijn die denken dat de marrons uit het binnenland van Suriname aan de onderkant van de samenleving behoren te zijn. In een serie artikelen met als thema ‘Onderschatting van alles waar een marron aan begint’ zullen de identiteitsvormingsprocessen en de zichtbare bijdragen van de marrons aan de ontwikkeling van Suriname nader toegelicht worden.

Tekst: André Mosis

 

Vanaf Suriname zelf verantwoordelijk werd voor het beleid ten opzichte van marrons, zou het nog lang duren voor deze groep Surinamers werkelijk werd betrokken bij de politiek. De NPS stond uitermate gereserveerd tegenover het systeem van evenredige vertegenwoordiging en de partij ging slechts akkoord onder voorwaarde dat er enkele speciale kieskringen in het binnenland kwamen. Hiertoe werd de bestaande kieskring Marowijne gesplitst in Boven-Marowijne en Beneden-Marowijne en werd Brokopondo als nieuwe kieskring ingesteld.

Naast mogelijke idealistische overwegingen moet het besluit tot het instellen van deze speciale kieskringen voor het binnenland ook gezien worden in het licht van de etnisch gebonden politiek, waarbij de grootste bevolkingsgroep ook de grootste politieke partij voortbrengt. Statistische bevolkingsgegevens uit die periode tonen aan dat er zich kwantitatieve verschuivingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen voltrokken. Het zag er naar uit dat de Hindostanen de creolen zouden kunnen inhalen qua aantallen. De NPS onder leiding Johan Adolf Pengel was hiervoor gevoelig en verwachtte dit proces te kunnen remmen door de etnisch verwante marrons in het binnenland te betrekken in de politiek.

Een andere factor die bijdroeg tot de realisatie van het kiesrecht voor de marrons was de Brokopondo Overeenkomst. De transmigratie zorgde namelijk voor een versnelde registratie van de betrokken marrons en er werd een apart district Brokopondo ingesteld. De vrees van de NPS voor het systeem van evenredige vertegenwoordiging bleek vooralsnog ongegrond en de partij behaalde een daverende overwinning tijdens de op 25 maart 1963 gehouden verkiezingen. De NPS haalde tevens de zetels binnen van de zogenaamde binnenlandse kieskringen.

 

NPS

Als eerste marron deed de EBG-onderwijzer en -voorganger Wilfred Liefde (1920-1965) uit Ganze namens de NPS voor het district Brokopondo zijn intrede in de Staten van Suriname. Overigens, de opkomst van de marrons bij deze verkiezingen was gering en de registratie liet nog erg veel te wensen over. Aan deze verkiezingen van 1963 hield Diitabiki als eerste marrondorp in het binnenland een lichtmotor over. Sindsdien zouden, vooral rond verkiezingstijd vele dorpen worden beloond met dergelijke nutsvoorzieningen. Tijdens de campagnes werden allerlei beloftes gedaan die over het algemeen zelden werden nagekomen.

Sinds deze verkiezingen wist de NPS met succes haar dominante positie in het binnenland te behouden. Zo werd bijvoorbeeld Sam Vreede, schoolhoofd te Klaaskreek, vier achtereenvolgende keren voor het district Brokopondo verkozen tot Statenlid. Het succes van de NPS in het binnenland kan mede verklaard worden uit haar positie als regeringspartij, de structurele zwakte van de toenmalige opkomende marron-politieke partijen en de raciale factor. Als regeringspartij beschikte de NPS over ruimere middelen, waardoor zij meer kon bieden en bovendien kon zij gebruik maken van allerlei overheidsfaciliteiten zoals, bijvoorbeeld transport. Verder waren veel ambtenaren van de bestuursdienst partijmensen.

Een belangrijk kenmerk van de Surinaamse politiek is het zogenaamde clientèle systeem. In ruil voor stemmen worden tegenprestaties verwacht. De marrondignitarissen sloten een zo voordelig mogelijke overeenkomst met de meestbiedende partij en die was in de meeste gevallen de NPS. Zij werden ook geconsulteerd door de kabinetsformateurs. Het van oudsher bekende systeem van goederenzendingen ten tijde van de vredesverdragen (1760-1762-1767) werd tijdens de verkiezingscampagnes in ere hersteld en in korte tijd bouwde de NPS een politiek netwerk van vertrouwensmannen op in het binnenland. Politieke benoemingen, bevorderingen van dignitarissen werden hierbij niet geschuwd.

 

Marronpartijen

Gezien het raciale karakter van de politiek waren de marrons eerder geneigd om op de NPS te stemmen dan op bijvoorbeeld de VHP. De politieke machtspositie van de NPS in het binnenland werd systematisch afgezwakt door slimme politiekvoering van de VHP, het ontstaan van meerdere creoolse politieke partijen, de politieke bewustwording en de ontwikkeling van de marrons op het gebied van onderwijs. Langzaam maar zeker werden de marrons politiek bewuster en wilden af van de stiefmoederlijke behandeling van de NPS. Enkelen begonnen met de oprichting van hun eigen politieke partijen.

Niet toevallig begon deze ontwikkeling onder de marrons uit het Brokopondogebied, gezien zij toen over meer hoogopgeleiden beschikten die de politiek arena zouden kunnen betreden en overleven. Als eerste is er op 12 december 1957 de Algemene Bosnegerpartij (ABP) opgericht onder leiding van Frans Pinas. In 1968 wijzigde de ABP haar naam naar Progressieve Bosnegerpartij (PBP), werkte tijdens de verkiezingen van 1969 samen met de Progressieve Nationale Partij en slaagde erin de zetel voor de kieskring Boven-Marowijne te winnen. Paulus Fransman was hiermee de eerste die namens een marron politieke partij in het parlement belandde.

Onenigheid over de samenwerking met andere politieke partijen binnen de PBP leidde in 1972 tot een scheuring binnen die partij. Jarien Gadden, die na het overlijden van Wilfred Liefde in 1965 diens plaats als Statenlid innam namens de NPS, regelde rechtspersoonlijkheid voor de partij. Een jaar later kwam hij in conflict met de NPS omdat hij niet werd opgenomen in een voorgenomen parlementaire delegatie naar Nederland. De VHP sprong hier handig op in en sindsdien is Gadden gelieerd aan deze partij en belandde hij namens hen ook geregeld in het parlement. Overige bestuursleden van de PBP vormden in 1973 de BEP (Bosnegers Eenheidspartij) onder leiding van George Leidsman en vervolgens Bill Pryor, die werd opgevolgd door Caprino Alendy in 1987 en Celcius Waterberg in 2012. Sinds februari 2018 wordt de partij door Ronnie Asabina geleid.

 

Organisatorisch zwak

Vermeldenswaard is dat de genoemde marron politieke partijen door gebrek aan de nodige politieke scholing en ervaring geringe successen hebben geboekt. Tevens zorgde persoonlijke rivaliteit voortdurend voor problemen en afsplitsingen. Organisatorisch waren deze partijen ook uitermate zwak en waren ze niet in staat een hecht en constant politiek netwerk op te bouwen in het binnenland. Verder waren hun financiële middelen zeer beperkt, waardoor zij tijdens de verkiezingscampagnes materieel geen noemenswaardige tegenstand konden bieden tegen bijvoorbeeld de NPS. Tevens speelden verwantschapssentimenten zoals, stam-, lo– en bee-, alsook het gering ontwikkelde politiek bewustzijn van de bevolking in het binnenland deze partijen parten, waardoor de mensen soms eerder geneigd waren te kiezen voor een neutrale buitenstaander. Door dergelijke structurele zwakheden waren de marron politieke partijen weinig succesvol in het mobiliseren van de mensen.

De introductie van het nieuw kiesstelsel in 1987, dat onder meer tien van de 51 zetels van De Nationale Assemblee reserveert voor het binnenland, bood nieuwe perspectieven voor de marron politieke partijen. Overigens, als gevolg van de wet op de politieke partijen hebben de marron politieke partijen hun etnische naamgeving moeten wijzigen, waardoor de afkorting PBP nu staat voor Plattelands Bewonerspartij en BEP voor Broederschap en Eenheid in de Politiek. Door de samenwerking van de BEP met het Front voor Democratie en Ontwikkeling, dat besloot af te zien van deelname aan de verkiezingen in de zogenaamde oorlogsdistricten, was deze partij niet vertegenwoordigd in de toenmalige Assemblee. Dit leidde tot een bestuurlijke scheuring binnen de BEP. (Deze kwestie is aangekaart door Bert Eersteling in een ingezonden stuk met als thema ‘Het binnenland en de politiek’ deel 2 / Starnieuws).

 

Onafhankelijkheid

De soevereine onafhankelijkheid van Suriname zorgde voor een versnelde ontwikkeling van de marrons op het gebied van onderwijs en partijpolitiek. De onafhankelijkheid werd overhaast doorgedrukt, de bevolking werd er nauwelijks op voorbereid met als gevolg een massale emigratie naar voornamelijk Nederland. De marrons waren vrijwel geen partij in het onafhankelijkheidsproces. Ten opzichte van de andere bevolkingsgroepen werden de marrons en de inheemsen het minst erop voorbereid. De onafhankelijkheidskwestie bracht de status van de in de achttiende en negentiende eeuw met de marrons gesloten vredesverdragen wederom ter discussie.

Tijdens de parlementaire debatten in 1975 over de onafhankelijkheid werd deze kwestie in zowel Nederland als in Suriname aangesneden door het Statenlid Jarien Gadden, die tot het oppositionele VHP-blok behoorde. Hij bepleitte dat de verdragen werden herzien en aangepast aan de gewijzigde omstandigheden. De Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken, Wilhelm de Gaay Fortman, reageerde door te stellen dat al sinds het Statuut uit 1954 de eventuele rechten en verplichtingen uit de verdragen waren overgegaan op Suriname en dat er sindsdien geen enkele Nederlandse verplichting meer was. De rechtsopvolger van het koloniale bestuur, zo stelde hij, was de Surinaamse overheid.

 

Grondwet

Tijdens de debatten in het Surinaamse parlement eiste Gadden dat de te herziene en aan te passen rechten en plichten uit de verdragen zouden worden vastgesteld in de Grondwet. De toenmalige minister van Districtsbestuur en Decentralisatie, Olten van Genderen, antwoordde dat de traktaten een fopsysteem waren van de vroegere koloniale heerser, waarin geen enkel recht was verankerd, dit in tegenstelling tot de nieuwe Grondwet. Het waren volgens hem geen echte traktaten, maar het betrof gewoon een overeenkomst tussen twee partijen. Van Genderen: ”Het zijn kleine voor-de-gek-houderij briefjes van de vroegere koloniale heerser.” Deze opmerkingen van Van Genderen getuigden van weinig historisch inzicht en het VHP-Statenlid, tevens historicus, Ram Sardjoe zag zich genoodzaakt de minister te corrigeren door erop te wijzen dat de verdragen destijds door de marrons waren afgedwongen van de koloniale mogendheid en dat ze waren gesloten op basis van gelijkwaardigheid. De minister van Justitie en Politie, Eddy Hoost, sloot zich volledig aan bij de woorden van collega Van Genderen en hij stelde dat de nieuwe Grondwet juist niemand wilde uitzonderen.

Het resultaat van deze debatten was nihil. De Grondwet van 1975 rept met geen woord over de vredesverdragen. De marrons voelden zich in de steek gelaten door Nederland. Ondanks de uitspraken van beide ministers en het feit dat de nieuwe Grondwet geen meldingen maakte van de vredesverdragen, behielden deze ook in onafhankelijk Suriname hun rechtsgeldigheid, ze werden immers niet herroepen. Precies zoals talloze oude wettelijke regelingen na 1975 werden overgenomen, gold dit ook voor de vredesverdragen. Eén en ander wordt reeds bevestigd door het loutere gegeven dat ook na 1975 de overheid de traditionele gezagsstructuren in het binnenland, die hun positie slechts ontlenen aan de vredesverdragen, bleef erkennen. Het feit dat de toenmalige regering het niet nodig gevonden heeft een regeling te treffen ten aanzien van de vredesverdragen moet gezien worden als een ernstig verzuim. De verdragen zijn weliswaar verouderd, maar de geest, de intentie ervan, is nog van betekenis. De onafhankelijkheid is door de marronsamenleving in feite niet ervaren als een verandering. Ze wordt weliswaar geaccepteerd, echter niet geïnternaliseerd.

 

Bronnen:

• Archief De Nationale Assemblee

• Archief de Ware Tijd

• Thoden van Velzen en Van Wetering, 1988

• Informant: Bert Eersteling (schrijver van onder meer ‘Koffiekampers in de politiek’, ‘Het binnenland en de politiek’, ‘Het woord marron in Surinaams historisch perspectief’ et cetera)

• Wikipedia: Onderwijs in Suriname

• Plantage Jagtlust (Jacob van den Burg)

• Bosnegers en Overheid Ontwikkelingen van de politieke verhoudingen 1650-1988 (André Mosis en Ben Scholtens)

• OSO. Tijdschrift voor Surinaamse taalkunde, letterkunde en geschiedenis. Jaargang 12 en 19

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2021/03/06/onderschatting-van-alles-waar-een-marron-aan-begint-(iv)/




24 uur stroom voor Adjumakondre

26 febr 2021

GFC NIEUWSREDACTIE- Het dorp Adjumakondre in Moengotapoe, Marowijne, wordt aangesloten op het elektriciteitsnetwerk.

Na jarenlang gewacht te hebben, is het eindelijk zo ver. De dorpsbewoners van Adjuma kunnen vanaf gister 25 februari genieten van 24 uur stroomvoorziening.

De plechtig vond plaats in aanwezigheid van onder anderen districtscommissaris Clyde Hunswijk, de kapitein van het dorp, de directie van de Energie Bedrijven Suriname en president-commissaris Leo Brunswijk van de Raad van Commissarissen bij de EBS.

 

‘POLITIEK MENGT ZICH IN DISPUUT GRANMAN SARAMACCANERS’

26/02/2021 14:07 – Gilliamo Orban

Desi Bouterse bracht op 15 maart 2020, toen nog in de functie van president, een beleefdheidsbezoek aan granman Albert Aboikoni.

Desi Bouterse bracht op 15 maart 2020, toen nog in de functie van president, een beleefdheidsbezoek aan granman Albert Aboikoni. Foto: NII  

PARAMARIBO – Hoofdkapitein Carlo Sampie van Nieuw Aurora, die Albert Aboikoni erkent als granman, heeft de indruk dat de politiek zich bemoeit met de kwestie over de functie van het grootopperhoofd der Saramaccaners. Coalitiepartij Abop zou volgens hem onder één hoedje spelen met de groep, die Naze Amina ziet als hun granman.

Sampie zegt tegen de Ware Tijd  dat regeringstopper Leo Brunswijk aan een kapitein heeft gezegd dat Albert Aboikoni niet wordt gerekend tot het grootopperhoofd der Saramaccaners en Amina als stamhoofd zal worden erkend. “Ik heb nooit gehoord of meegemaakt dat het granmanschap van iemand is ingetrokken. Ik hoop dat president Chandrikapersad Santokhi dit niet zal doen”, aldus Sampie. Brunswijk was niet bereikbaar voor commentaar.

Sampie geeft aan dat er brieven zijn geschreven naar het staatshoofd en vicepresident Ronnie Brunswijk om kennis te maken met Albert Aboikoni. “De vicepresident heb ik horen zeggen dat hij niet bemoeit met de zaak, maar ik hoop niet dat hij doet alsof zijn neus bloedt”, zegt de hoofdkapitein. Hij vermoedt dat er lijnen lopen tussen het kamp van Amina en de Abop. In zijn ogen wordt er partij gekozen voor Amina. Om die reden wordt het traditioneel gezag onder leiding van Aboikoni miskend door regeringsfunctionarissen.

Er is onlangs in Semoisie in het Boven-Surinamegebied een gran krutu gehouden door de groep van Amina. Sampie beweert dat deze groep de regering zal schrijven om Aboikoni af te zetten als granman en Amina de functie te laten bekleden. Dit wordt bevestigd door hoofdkapitein Zonzef Aboikoni van Dangogo, die Amina aanhangt. Volgens hem waren vele traditionele gezagdragers van de Saramaccaners vertegenwoordigd tijdens de liba krutu.

De regering zal binnenkort een brief ontvangen van dit kamp om Amina naar Paramaribo te brengen om de zegen van de regering te krijgen. “We erkennen Albert als hoofdkapitein, maar niet als granman“, verklaart Zonzef Aboikoni. Hij ontkent dat de groep van Amina een zodanige band heeft met de Abop om te bewerkstelligen dat Amina wordt benoemd tot granman. “Dat klopt helemaal niet”, zegt hij.

Zonzef Aboikoni zegt dat de groep van Amina nimmer heeft ingestemd om de kwestie van het granmanschap op tafel van voormalig president Desi Bouterse te leggen opdat er een besluit kon worden genomen. Echter, dat is wel gebeurd nadat de groep van Amina het niet eens was met het voorstel van het kamp van Albert Aboikoni om te stemmen voor een granman, beweert Sampie. “In onze traditie stemmen we niet voor een granman“, aldus Zonzef Aboikoni. Uiteindelijk heeft Bouterse zijn keuze laten vallen op Albert Aboikoni.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2021/02/26/politiek-mengt-zich-in-dispuut-granman-saramaccaners/

Problemen onder stam der Saramaccaners besproken tijdens liba krutu

Enkele aanwezigen tijdens de liba krutu te Semoisie. Foto: Suriname Herald

Sinds de dood van granman Belfon Aboikoni gaat het niet goed onder de stam der Saramaccaners, zegt kapitein Aloso van het dorp Dangogo in gesprek met Suriname Herald. Er is in het kader daarvan gisteren een liba krutu gehouden in het dorp Semoisie, waar de problemen van de stam zijn besproken.

Hij geeft aan dat de stam nu geen bestuur heeft. Verder is er geen ontwikkeling en geen contact met de culturele traditie. Er is daarom een liba krutu gehouden waar waarnemend granman Ameetjë Pavion zetelt.

Uit verschillende delen van het Saramaccaans gebied zijn mensen getrokken om de liba krutu bij te wonen. Ook het traditioneel gezag was goed vertegenwoordigd. Behalve waarnemend granman Pavion waren onder andere ook aanwezig de hoofdkapiteins Dennis Amoida en Zonnzef Aboikoni. Verder is de krutu ook bezocht door een grote groep jongeren.

De kapitein vertelt verder dat de stam Naze Amina als nieuwe granman heeft voorgedragen en ingewijd. “Helaas heeft de vorige regering onder leiding van Desi Bouterse een ingreep gepleegd en iemand de beschikking tot granman gegeven,” geeft Alosa aan. Volgens hem moet dit rechtgetrokken worden. Er is tijdens de liba krutu ook daarover gesproken.

Volgens de kapitein wilden meer personen de krutu bezoeken, maar vanwege de COVID-maatregelen moest dit beperkt worden tot slechts een paar mensen per dorp. Elk dorp heeft tenminste een vertegenwoordiger op de krutu.

Sjovellie Amoksi

https://www.srherald.com/suriname/2021/02/21/problemen-onder-stam-der-saramaccaners-besproken-tijdens-liba-krutu/

Naze Amina rechtmatige stamhoofd der Saramaccaners

De aanwezigen tijdens de liba krutu. Foto: Suriname Herald

In een liba krutu gehouden te Semoisie afgelopen zaterdag, is bepaald dat de stam der Saramaccaners Naze Amina erkent als de rechtmatige granman. In gesprek met Suriname Herald vertelt kapitein Alosa van het dorp Dangogo, dat Amina volgens de juiste traditionele stappen ingewijd is tot granman der Saramaccaners.

De vorige regering onder leiding van Desi Bouterse heeft een ingreep gepleegd en iemand de beschikking tot granman gegeven, zegt Alosa. “Deze persoon was toen hoofdkapitein en hoofdkapitein moet hij blijven.”

Volgens Alosa heeft die persoon in de afgelopen periode een aantal personen benoemd tot kapitein en basya. Deze kapiteins en basya’s waren niet uitgenodigd voor de liba krutu. Alosa geeft aan dat zij niet uitgenodigd zijn, omdat zij niet volgens de juiste traditionele procedures benoemd zijn, dus eigenlijk maken zij geen deel uit van het traditioneel gezag.

Verder is er op de liba krutu ook besloten, dat er wetgeving moet komen over dit vraagstuk. Hoofdkapitein Zonnzef Aboikoni geeft aan dat de stam graag ziet dat er vastgelegd wordt, dat de regering nooit en te nimmer meer zal infiltreren in de benoeming van iemand van het traditioneel gezag. Vooral wanneer het gaat om de benoeming van de granman.

Sjovellie Amoksi

https://www.srherald.com/suriname/2021/02/23/naze-amina-rechtmatige-stamhoofd-der-saramaccaners/

TRADITIONEEL GEZAG BOVEN-SURINAME VOELT ZICH GEPASSEERD DOOR REGERING

19/02/2021 10:03 – Jason Pinas

Granman Aboikoni is nog steeds niet formeel ontvangen door de nieuwe regering. Foto: NII  

Granman Aboikoni is nog steeds niet formeel ontvangen door de nieuwe regering.PARAMARIBO – Gezagsdragers van het Boven-Surinamegebied zijn niet blij met de behandeling die zij tot nu toe krijgen van de regering. Diverse dorpshoofden, onder wie Carlo Sampie van Nieuw Aurora, zeggen dat ze zeven maanden na het aantreden van het regeerteam nog niet zijn uitgenodigdvoor een officiële kennismaking. In afzonderlijke brieven aan presidentChandrikapersad Santokhi en vicepresident Ronnie Brunswijk heeft een collectief van gezagsdragers zijn misnoegen hierover geuit, maar er is nog niet gereageerd.

Het verzoek is dat granman Albert Aboikoni, samen met overige leden van het traditioneel gezag, wordt uitgenodigd. “Tot nu toe hebben we alleen via de pers vernomen dat er een nieuwe regering is. Dat was voorheen niet het geval”, zegt Iwan Adjako, woordvoerder van het kabinet van de granman, tegen de Ware Tijd. Volgens hem was Brunswijk kort na zijn benoeming tot vicepresident wel in Boven-Suriname. Echter, hij heeft het grootopperhoofd niet op de hoogte gesteld van dit bezoek, terwijl het dorp dat hij heeft bezocht op slechts drie kilometer is verwijderd van de residentie van Aboikoni.

De woordvoerder zegt verder dat districtscommissaris Ndepe Dinge van dat bestuursressort ook nog geen kennis heeft gemaakt met de granman en de hoofdkapiteins. “Hij werkt in het gebied zonder de mensen te kennen en dat is voor ons een onprettige situatie. We vragen ons af of de centrale overheid nog met ons wil samenwerken of dat we onze eigen boontjes moeten doppen”, klaagt Adjako. Hij uit de beschuldiging van ondermijning van het traditioneel gezag in meerdere zaken. De districtscommissaris was niet bereikbaar voor een reactie.

In een voicebericht via WhatsApp vraagt het collectief van het traditioneel gezag aan dignitarissen die worden opgeroepen door het commissariaat hieraan geen gehoor te geven. Die oproep om zich te registreren gaat namelijk buiten de granman om. Het collectief ziet dit als een aanslag op de integriteit van het grootopperhoofd. Minister Gracia Emanuël van Regionale Ontwikkeling en Sport geeft tegenover de Ware Tijd toe dat ze nog geen officieel bezoek heeft gebracht aan het traditioneel gezag van BovenSuriname. Echter, ze benadrukt dat dit niet moet worden gezien als het omzeilen van de granman en dorpshoofden. “Ik ben nog niet klaar met mijn kennismakingsronde langs dignitarissen. Wanneer het zo ver is zal het wel gebeuren.” Ze wijst erop dat ook het Boven-Coppenamegebied officieel nog moet worden bezocht.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2021/02/19/traditioneel-gezag-boven-suriname-voelt-zich-gepasseerd-door-regering/

VIDS pleit voor uitvoering Kaliña en Lokhono vonnis

9 februari 2021

De Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS) heeft opnieuw aangedrongen op de uitvoering van het Kaliña en Lokono vonnis.

De VIDS had maandag een regulier overleg met vicepresident Ronnie Brunswijk. Dit vonnis is vijf jaar geleden uitgesproken, maar nog niet uitgevoerd.

VIDS liet volgens het Directoraat Volkscommunicatie de verschillende verplichtingen die de Staat Suriname opgelegd heeft gekregen de revue passeren, onder andere het wettelijk erkennen van de collectieve grondenrechten van de Inheemse en Tribale volken van Suriname, het instellen van een ontwikkelingsfonds voor de Kaliña en Lokono Inheemsen van het Beneden-Marowijnegebied, en het betalen van de proceskosten aan VIDS en haar regionale organisatie KLIM te Marowijne.

“Ik heb aangegeven dat deze regering menens is het vonnis uit te voeren. Er is een presidentiële commissie geïnstalleerd die zich reeds buigt over de grondenrechtenkwestie. De andere aspecten van het vonnis zullen ook worden aangepakt,” aldus Brunswijk.

https://www.gfcnieuws.com/vids-pleit-voor-uitvoering-kalina-en-lokhono-vonnis/

ONDERSCHATTING VAN ALLES WAAR EEN MARRON AAN BEGINT (III)

13/02/2021 17:00

Onderschatting van alles waar een marron aan begint (III)

PARAMARIBO – De dagelijkse praktijk doet vermoeden dat er nog steeds stedelingen zijn die denken dat de marrons uit het binnenland van Suriname aan de onderkant van de samenleving behoren te zijn. In een serie artikelen met als thema ‘Onderschatting van alles waar een marron aan begint’ zullen de identiteitsvormingsprocessen en de zichtbare bijdragen van de marrons aan de ontwikkeling van Suriname nader toegelicht worden.

Tekst: André Mosis

 

Toen de slavernij op 1 juli 1863 is afgeschaft, werden zoals verwacht nieuwe ontwikkelingen in gang gezet. Daar zijn de marrons niet massaal bij betrokken. Suriname was nog steeds een kolonie van Nederland, dat in de zeventiende en achttiende eeuw zelf een republiek was. Begin negentiende eeuw werd Nederland een koninkrijk. Namens de koloniale mogendheid was het bestuur in Suriname in handen van een gouverneur. Pas met de invoering van het algemeen kiesrecht in 1948 zou hier verandering in komen.

In de loop der eeuwen zijn er enige wijzigingen opgetreden in de overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn geweest voor het contact met de marrons. Tot halverwege de twintigste eeuw was de gouvernementssecretaris hiermee belast. De posthouders en bijleggers onderhielden namens de gouvernementssecretaris het directe contact met de marrons.

Toen deze functies in 1863 werden opgeheven, nam een officier van het Korps Gewapende Burgerwacht deze positie over. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de districtscommissaris verantwoordelijk voor het contact met de marrons. Voor het veldwerk kreeg hij ondersteuning van bestuursopzichters.

De taak van de voormalige gouvernementssecretaris is in 1954 overgenomen door de directeur van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Eind 1969 tijdens het kabinet van Jules Sedney werd een nieuw ministerie van Districtsbestuur en Decentralisatie in het leven geroepen. Het districtsbestuur heeft sindsdien onder uiteenlopende ministeries geressorteerd en valt sinds 1988 onder het ministerie van Regionale Ontwikkeling (RO; thans ministerie van Regionale Ontwikkeling en Sport).

Nederland kondigde tijdens de Tweede Wereldoorlog een wijziging aan in de verhouding tot zijn overzeese gebiedsdelen. De eerste belangrijke politieke invulling hiervan voor Suriname vormde de introductie van het algemeen kiesrecht in 1948.

De tweede stap bestond uit de oprichting van het Statuut in 1954, dat Suriname interne autonomie verschafte. Vanaf dat moment was Suriname dus zelf verantwoordelijk voor de invulling van zijn binnenlandse politiek en dus ook voor het beleid ten opzichte van de marrons.

Duidelijker dan voorheen kreeg de overheid sindsdien een partijpolitieke kleur. De eerste politieke partijen werden rond 1946 langs etnische lijnen opgericht en vertegenwoordigden elk een bevolkingsgroep. In 1949 werden de eerste algemene verkiezingen gehouden. De grootste partijen waren de NPS (partij van de creolen), de VHP (partij van de Hindostanen) en de KTPI (partij van de Javanen). De zetelverdeling in de Staten van Suriname was: dertien zetels voor de NPS, zes voor de VHP en twee voor de KTPI.

Alhoewel in theorie toen elke volwassen Surinamer die kiesgerechtigd was, kon stemmen, viel de praktijk anders uit. Om te kunnen stemmen moest men uiteraard zijn geregistreerd. Aangezien het overgrote deel van de bevolking van het binnenland niet stond geregistreerd, was zij uitgesloten van deelname aan de verkiezingen. Individuele binnenlandsbewoners die wel stonden geregistreerd, konden natuurlijk wel stemmen. Door desinteresse en nalatigheid van de overheid zou het tot 1963 duren voordat de marrons als stemvee konden deelnemen aan de verkiezingen. Overigens, de registratie is tot op heden niet perfect geregeld.

Deelname van de marrons aan algemene politieke verkiezingen met een eigen marron politieke partij, de PBP (Progressieve Bosnegerspartij) duurde tot 24 oktober 1969. De PBP behaalde één zetel. Twintig jaar partijpolitieke achterstand moest dus worden ingehaald.

Uiteenlopende ontwikkelingen gaven aanleiding tot deze situatie. Het Kiesstelsel zoals dat in 1948 werd ingevoerd, had een sterk discriminerend karakter. De partijpolitieke ontwikkeling in Suriname heeft om historisch verklaarbare redenen plaatsgevonden op etnisch-religieuze basis. Ideologische uitgangspunten speelden vrijwel geen rol binnen het ontworpen kiesstelsel. De positie van de stad was zwaar oververtegenwoordigd en de creoolse partijen profiteerden hier flink van.

In de jaren vijftig nam de kritiek op dit stelsel toe en ingaande de verkiezingen van 1963 werd er een gecombineerd systeem van personen meerderheidsstelsel in de kieskringen en landelijke evenredige vertegenwoordiging ingevoerd, waarbij tevens het aantal Statenzetels werd uitgebreid. Het ledental werd opgevoerd naar 36 waarvan 24 gekozen volgens het personenmeerderheidsstelsel en twaalf gekozen volgens het stelsel van evenredige landelijke vertegenwoordiging. Bij landsverordening van 28 december 1966 werd het aantal leden uitgebreid tot 39.

 

NPS dominantie in binnenland

De NPS stond uitermate gereserveerd tegenover het systeem van evenredige vertegenwoordiging en de partij ging slechts akkoord onder voorwaarde dat er enkele speciale kieskringen in het binnenland kwamen. Hiertoe werd de bestaande kieskring Marowijne gesplitst in Boven- en Beneden- Marowijne en werd als nieuwe kieskring Brokopondo ingesteld.

Naast mogelijke idealistische overwegingen moet het besluit tot het instellen van deze speciale kieskringen voor het binnenland ook gezien worden in het licht van de etnisch gebonden politiek, waarbij de grootste bevolkingsgroep ook de grootste politieke partij voortbrengt. Statistische bevolkingsgegevens uit die periode tonen aan dat er zich kwantitatieve verschuivingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen voltrokken. Het zag er naar uit dat de Hindostanen de creolen zouden kunnen inhalen qua aantallen.

De NPS onder leiding Johan Adolf Pengel was hiervoor gevoelig en verwachtte dit proces te kunnen remmen door de etnisch verwante marrons in het binnenland te betrekken in de politiek. Teneinde deze verwantschap te benadrukken werden de marrons ook wel Bosnegers genoemd, terminologisch ‘opgewaardeerd’ tot Boslandcreolen, een begrip dat in de jaren vijftig administratief werd geïntroduceerd en dat sindsdien in met name het kustgebied sterke opgang heeft gemaakt.

Binnen de NPS werd ook geopperd dat het begrip creool ook moest worden opgewaardeerd wat geleid heeft tot het nieuwe begrip stadscreool. Overigens, het begrip boscreool dateert al uit de achttiende eeuw en stond voor in vrijheid geboren marrons, zoals bijvoorbeeld Boni. Rondom de term boslandcreool zou zich een hele discussie ontspinnen. Zij bleven zich intussen gewoon ‘busi nengee’ noemen.

Een andere factor die bijdroeg tot de realisatie van het kiesrecht voor de marrons was de Brokopondo Overeenkomst. De transmigratie zorgde namelijk voor een versnelde registratie van de betrokken marrons en er werd een apart district – Brokopondo – ingesteld. De vrees van de NPS voor het systeem van evenredige vertegenwoordiging bleek vooralsnog ongegrond en de partij behaalde een daverende overwinning tijdens de op 25 maart 1963 gehouden verkiezingen. De NPS haalde tevens de zetels binnen van de zogenaamde binnenlandse kieskringen.

Als eerste marron deed de EBG-onderwijzer en -voorganger Wilfred Liefde (1920- 1965) uit Ganze namens de NPS voor het district Brokopondo zijn intrede in de Staten van Suriname. Overigens, de opkomst van de marrons bij deze verkiezingen was gering en de registratie liet nog erg veel te wensen over.

Aan deze verkiezingen van 1963 hield Diitabiki als eerste marrondorp in het binnenland een lichtmotor over. Sindsdien zouden, vooral rond verkiezingstijd, vele dorpen worden beloond met dergelijke nutsvoorzieningen. Tijdens de campagnes werden allerlei beloften gedaan die over het algemeen zelden werden nagekomen.

Sinds deze verkiezingen wist de NPS met succes haar dominante positie in het binnenland te behouden. Zo werd bijvoorbeeld Sam Vreede, schoolhoofd te Klaaskreek, vier achtereenvolgende keren voor het district Brokopondo verkozen tot Statenlid. Het succes van de NPS in het binnenland kan mede worden verklaard uit haar positie als regeringspartij, de structurele zwakte van de toenmalige opkomende marron-politieke partijen en de raciale factor. Als regeringspartij beschikte de NPS over ruimere middelen, waardoor zij meer kon bieden en bovendien kon zij gebruik maken van allerlei overheidsfaciliteiten zoals, bijvoorbeeld transport. Verder waren veel ambtenaren van de bestuursdienst partijmensen.

Een belangrijk kenmerk van de Surinaamse politiek is het zogenaamde clientèle systeem. In ruil voor stemmen worden tegenprestaties verwacht. De marrondignitarissen sloten een zo voordelig mogelijke overeenkomst met de meest biedende partij en dat was in de meeste gevallen de NPS. Zij werden ook geconsulteerd door de kabinetsformateurs.

Het van oudsher bekende systeem van goederenzendingen ten tijde van de vredesverdragen (1760-1762-1767) werd tijdens de verkiezingscampagnes in ere hersteld en in korte tijd bouwde de NPS een politieknetwerk van vertrouwensmannen op in het binnenland. Politieke benoemingen en bevorderingen van dignitarissen werden hierbij niet geschuwd.

Gezien het raciale karakter van de politiek waren de marrons eerder geneigd om op de NPS te stemmen dan op bijvoorbeeld de VHP. De politieke machtspositie van de NPS in het binnenland werd systematisch afgezwakt door slimme politiekvoering van de VHP, het ontstaan van meerdere creoolse politieke partijen, de politieke bewustwording en de snelle ontwikkeling van de marrons op het gebied van onderwijs.

 

Bronnen:

• Archief DNA (De Nationale Assemblee)

• Archief dWT (de Ware Tijd)

• Thoden van Velzen en Van Wetering, 1988

• Informant: Bert Eersteling (schrijver van onder meer ‘Koffiekampers in de politiek’, ‘Het binnenland en de politiek’, ‘Het woord marron in Surinaams historisch perspectief’ et cetera)

• Wikipedia: Onderwijs in Suriname

• Plantage Jagtlust (Jacob van den Burg)

• ‘Bosnegers en Overheid: Ontwikkelingen van de politieke verhoudingen 1650-1988’ (André Mosis en Ben Scholtens)

• Oso. Tijdschrift voor Surinaamse taalkunde, letterkunde en geschiedenis. Jaargang 12 en 19

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2021/02/13/onderschatting-van-alles-waar-een-marron-aan-begint-(iii)/

ONDERSCHATTING VAN ALLES WAAR EEN MARRON AAN BEGINT (II)

06/02/2021 17:01

De achterstandspositie van de marrons is mede te wijten aan het jarenlange isolement in het binnenland. De foto is genomen tijdens de Tapanahoni-expeditie. De Aukaanse marrons op deze foto bevinden zich in de plaats Drietabbetje, door de Aukaners zelf ook wel Diitabiki genoemd.De achterstandspositie van de marrons is mede te wijten aan het jarenlange isolement in het binnenland. De foto is genomen tijdens de Tapanahoni-expeditie. De Aukaanse marrons op deze foto bevinden zich in de plaats Drietabbetje, door de Aukaners zelf ook wel Diitabiki genoemd.

De achterstandspositie van de marrons is mede te wijten aan het jarenlange isolement in het binnenland. De foto is genomen tijdens de Tapanahoni-expeditie. De Aukaanse marrons op deze foto bevinden zich in de plaats Drietabbetje, door de Aukaners zelf ook wel Diitabiki genoemd. Foto: Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen  

PARAMARIBO – De dagelijkse praktijk doet vermoeden dat er nog steeds stedelingen zijn die denken dat de marrons uit het binnenland van Suriname aan de onderkant van de samenleving behoren te zijn. In een serie artikelen met als thema ‘Onderschatting van alles waar een marron aan begint’ zullen de identiteitsvormingsprocessen en de zichtbare bijdragen van de marrons aan de ontwikkeling van Suriname nader toegelicht worden .

Tekst: André Mosis

 

De vraag dringt zich op waarom een beduidend aantal marrons zonder zich te bedenken dingen van andere culturen overneemt. Met alle gevolgen van dien slagen sommigen in hun missie en weer anderen stranden in hun zoektocht naar nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden. Gelukkig is er nog een grote groep marrons die zich bezighoudt met het ontwikkelen van het eigene binnen hun eigen traditionele samenleving.

Sinds de grote trek van de marrons uit het binnenland naar het kustgebied in de jaren zestig van de vorige eeuw als gevolg van politieke beloftes en het aanbod van loonarbeid bij de overheid, begonnen enkelen ook met kleine ondernemingen in de vorm van eenmanszaken op het gebied van landbouw, houtkap, kunstnijverheid, transport, visserij en spiritualiteit. Geïnspireerd door het kleine succes van deze pioniers zijn meerdere marrons gestart met ondernemingen in andere sectoren zoals, horeca, houtbewerking, toerisme, goud, gevechtssport, muziek, politiek, industriële ontwikkeling, schoonmaak, kleding, accessoires, lichamelijke verzorging, woningbouw, media en het ontwikkelen van moderne kunst.

Middels deze zichtbaar maatschappelijke participatie, geven de marrons een duidelijk signaal, dat zij die in Paramaribo wonen en werken, nooit meer massaal zullen remigreren naar het binnenland. Dat signaal van permanente aanwezigheid in Paramaribo wordt dagelijks zichtbaar gemaakt via informatieve en educatieve radio- en tv-programma’s bij Koyeba Radio en TelevisieAsosye Radio en Televisie en TV Binnenland, waar marrons zelf de scepter zwaaien. Trouwens, als op één na grootste bevolkingsgroep van Suriname, zijn de marrons niet alleen zichtbaar in het straatbeeld maar ook goed vertegenwoordigd op bijna alle niveaus op de maatschappelijke ladder in Paramaribo. Helaas behoren geweldpleging en criminaliteit ook tot de bezigheden van een aanzienlijk aantal marrons.

 

Maatschappelijke participatie

Het is opvallend dat er veel meer negatieve berichten over de marrons de media schijnen te bereiken in vergelijking met positief nieuws met betrekking tot de bijdragen die zij leveren aan de ontwikkeling van Suriname. Wanneer een marron met een onderneming begint, lijkt het alsof dat amper serieus wordt genomen en er niet wordt gekeken naar de motivatie en doelgerichtheid van de ondernemende marrons. Slechts een klein deel van de stadsbevolking schijnt eventueel rekening te houden met de behoefte en levensvatbaarheid van een onderneming waar een marron aan begint.

Overigens dacht en denkt men nog steeds dat zaken waar een marron aan begint, gedoemd zijn te mislukken. Wat de praktijk ons doet geloven, is dat stedelingen nog steeds denken, dat de marrons uit het binnenland van Suriname aan de onderkant van de samenleving behoren te zijn. Dat beeld is ooit gecreëerd door de vroegere stadsbewoners en is jammer genoeg in stand gehouden door de generaties die volgden!

Dat die gedachtegang verkeerd is en niet langer in deze tijd thuishoort, vereist een nadere toelichting over de marrons in historisch perspectief. Belangrijke factoren die de volledige maatschappelijke participatie van de marrons hebben belemmerd, zijn het onderwijs en het gebrek aan knowhow op het gebied van partijpolitieke ontwikkeling. Constructieve samenwerking zou daarbij een oplossing kunnen zijn, maar wantrouw en rivaliteit zorgden herhaaldelijk voor versplintering.

 

Achterstandspositie

De achterstandspositie van de marrons is te wijten aan het jarenlange isolement in het binnenland van Suriname. Ook deze achterstand is bewust gecreëerd en in stand gehouden door de centrale overheid in Paramaribo. Een nogal grote groep marrons is gestaag bezig met inhalen van de achterstandspositie ten opzichte van de andere grote bevolkingsgroepen.

Ondanks een sterk besef van de eigen cultuur, dat zich soms uit in een vorm van chauvinisme, zijn de marrons in toenemende mate de kustsamenleving als een referentiemaatschappij gaan zien. Men voelde zich ten achtergesteld in het binnenland, maar het frequente contact met het kustgebied, het onderwijs, de kerstening en het toerisme, hebben het leven van de marrons sterk beïnvloed. Dit heeft mede geleid tot permanente vestiging van velen in de stad waardoor er een proces van creolisering is opgetreden. Daarnaast is hun culturele identiteit onder sterke druk komen te staan.

De eerdergenoemde grote trek van de marrons naar de stad, bracht hen in nauwer contact met het stadsleven, waar zij met vallen en opstaan aan moesten wennen. Vooral discriminerende, beledigende en racistische opmerkingen van stadsbewoners maakten dat er een onnodig, zeer lange periode voorafging aan de moeizame integratie van de marrons in Paramaribo.

Het toentertijd ontbreken van rolmodellen binnen de eigencommunityin Paramaribo speelde een belangrijke rol bij de integratie. De huidige marronorganisaties en voorbeeldfiguren dienen de jongeren goed te informeren over de identiteitsvormingsprocessen van de marrons en de bijdragen die zij leveren aan de maatschappelijke ontwikkeling ter voorkoming van etnische stereotypering.

Voornamelijk de jongeren onder de marrons die de interne geschiedenis en culturele achtergrond niet voldoende kennen, moeten zich onderwerpen aan gedegen voorlichtingsprogramma’s. Deze jonge generatie marrons is beduidend trots op hun afkomst, maar ze moeten nog worden klaargestoomd voor de volgende fase en daarbij dienen zij het hele verhaal goed te kennen: van vluchten, vechten en collectief strijden voor de algehele vrijheid.

In de volgende artikelen zal ik ingaan op de politieke invloed van de centrale overheid op de marronsamenleving en de attitude van superioriteit van de stedelingen, met name de stadscreolen ten opzichte van de marrons na de afschaffing van de slavernij.

 

Bronnen:

• Archief DNA (De Nationale Assemblee)

• Archief dWT (De Ware Tijd)

• Thoden van Velzen en Van Wetering, 1988

• Informant: Bert Eersteling (schrijver van onder meer ‘Koffiekampers in de politiek’, ‘Het binnenland en de politiek’, ‘Het woord marron in Surinaams historisch perspectief’ et cetera)

•Wikipedia: Onderwijs in Suriname

• Plantage Jagtlust (Jacob van den Burg)

• ‘Bosnegers en Overheid: Ontwikkelingen van de politieke verhoudingen 1650-1988’ (André Mosis en Ben Scholtens)

• Oso. Tijdschrift voor Surinaamse taalkunde, letterkunde en geschiedenis. Jaargang 12 en 19

http://dwtonline.com/laatste-nieuws/2021/02/06/onderschatting-van-alles-waar-een-marron-aan-begint-(ii)/

Onderschatting van alles waar een marron aan begint (I)

30/01/2021 14:07

Granman Jankoeso van de Saamaka met zijn kapiteins.

Granman Jankoeso van de Saamaka met zijn kapiteins. Foto: Tropenmuseum en Wikimedia  

PARAMARIBO – De dagelijkse praktijk doet vermoeden dat er nog steeds stedelingen zijn die denken dat de marrons uit het binnenland van Suriname aan de onderkant van de samenleving behoren te zijn. In een serie artikelen met als thema ‘Onderschatting van alles waar een marron aan begint’ zullen de identiteitsvormingsprocessen en de zichtbare bijdragen van de marrons aan de ontwikkeling van Suriname nader worden toegelicht.

Tekst: André Mosis

Rond 1650 is de slavernij in Suriname begonnen, waarbij gedeporteerde tot slaafgemaakte West-Afrikanen, slavenarbeid verrichtten op de diverse plantages onder onmenselijke omstandigheden. Enkelen van deze Afrikanen ontvluchtten de slavernij en organiseerden zich op veilige afstanden in het bos langs grote rivieren en kreken, van waaruit zij offensieven voorbereidden tegen de plantage-eigenaren.

De omstandigheden dwongen hen te kiezen voor vechten voor vrijheid, boven het leven in gevangenschap voor het verrichten van levenslange dwangarbeid. Regelmatig overvielen zij de plantages, bevrijdden slaven en voerden gezamenlijk een guerrillaoorlog tegen de plantage-eigenaren. Deze actie werd door de plantage-eigenaren betiteld als marronage, terwijl de vrijheidsstrijders zelf de naam marrons kregen. Het aantal marrons groeide enorm en vormde op den duur een ernstige bedreiging voor de plantage-economie, de zogenaamde plantocratie.

De marrons hebben na ruim een eeuw met succes hun vrijheid bevochten. De koloniale overheid, die hen zonder het gewenste succes bestreed met militaire patrouilles, was genoodzaakt vrede te sluiten met de meest opstandige groepen: met de Okanisi op 10 oktober 1760, op 19 september 1762 met de Saamaka en in 1767 met de Matawai. Sommige groepen marrons waren officieel al 103 jaar vóór de afschaffing van de slavernij tot vrije mensen verklaard. Uiteindelijk zijn er zes marronsamenlevingen ontstaan met een eigen bestuurssysteem in het Surinaamse binnenland.

Vrijheid en gebondenheid

Na analyse van de vrijheidsstrijd van de marrons en de ontwikkeling van hun traditionele samenlevingen wordt geconcludeerd dat er sprake is van vrijheid en gebondenheid. Vanaf het ontstaan van de marrongemeenschappen in het binnenland van Suriname heeft nooit een situatie van volledige autarkie zich voorgedaan.

Voor bepaalde goederen zoals, geweren, munitie, kapmessen en kleding zijn de marrons steeds afhankelijk geweest van de kustsamenleving. Voor de voortplanting en ontwikkeling van een oorlogseconomie en een strijdmacht hadden de marrons, die voornamelijk uit mannen bestonden, regelmatig vrouwen gehaald uit de plantages. Tijdens de marronage verkregen zij de benodigde goederen via overvallen op de plantages en vanaf de vredesverdragen werd deze afhankelijkheid geïnstitutionaliseerd in geregelde goederenzending. De marrons ontlenen hun aparte status aan de eerder aangehaalde vredesverdragen. Het bestaan van deze ‘autonome’ marrongemeenschappen in Suriname wordt door sommigen getypeerd als een staat binnen een staat.

Marronage

Ondanks dat deze mensen zelf een eigen verzamelnaam gekozen hebben, kregen zij in de loop der jaren verschillende namen van onder meer plantage-eigenaren, de koloniale overheid, de kerk, de centrale overheid en politici. De collectieve naam marrons is de identiteit van alle vrijheidsstrijders die vanuit marronage succesvol hebben gevochten voor de vrijheid. Marronage is een ingreep uit de slavernijgeschiedenis, die gezien wordt als het meest succesvol verzet tegen onderdrukking en dehumanisering.

Marronage is de enige effectieve revolutionaire actie van de tot slaafgemaakte Afrikanen tegen de witte suprematie. Marronnage heeft geleid tot het vormen van eenheid, broederschap, verbondenheid, betrokkenheid en de uiteindelijke vrijheid van de tot slaafgemaakte Afrikanen in Suriname.

De betekenis die het begrip marronage verdient, is “moedwillig vluchten van een slavenplantage en de plantage-eigenaar de oorlog verklaren”. Het begrip of de verzamelnaam marrons is afgeleid van cimarron en betekent onder meer loslopend vee, voortvluchtige Indiaan, gevluchte slaaf, bergbewoner, ontsnap en verwilderd huisdier, bosneger, et cetera.

Bezwaren

Behalve de inheemsen, wonen in het binnenland van Suriname zes marrongroepen, die zichzelf noemen: Saamaka, Matawai, Kwinti, Okanisi (Ndyuka), Pamaka en Aluku. Aan alle termen die anderen als verzamelnaam hebben of zullen gebruiken voor deze zes sociale groepen Afro-Surinamers, kleven bezwaren. Sommige van de verzamelnamen zijn mensonterend, anderen wekken associaties met racisme en weer anderen die een politieke lading hebben.

• Gespuis, hydra, weggelopen slaven: is mensonterend

• Bosnegers: wekt associaties met racisme

• Boscreolen, Businengee, Fiiman Paansu, Loweman Paansu: is niet voldoende bekend

• Boslandcreolen: heeft een politieke lading

• Afro-Surinamers: is niet specifiek genoeg

• Bush-, Afro-Americans: is een internationale, politiek correcte term, maar wel erg lang en onvoldoende bekend.

• De term marrons is eigenlijk out-dated aangezien men sedert de afschaffing van de slavernij niet meer kan spreken van ‘weggelopen (menselijk) vee’. Desondanks is deze aanduiding internationaal bekend omdat marronage inherent was aan de slavernij in Noord- en Zuid-Amerika en in het Caribisch Gebied.

‘Marrons’ (‘Maroons’ in het Engels) is een geuzennaam die uitdrukking geeft aan besef van de historische betekenis van de vrijheidsstrijd van de tot slaafgemaakte Afrikanen. De geuzennaam ‘Marrons’ is een benadering van uit het begrip marronage. In die context is marrons de identiteit van de overwinnaars van de vrijheidsstrijd. Wereldwijd zijn het overwinnaars die geschiedenis schrijven. De Surinaamse marrons verdienen het om zelf geschiedenis te schrijven voor wat betreft de vrijheidsstrijd van de tot slaafgemaakte Afrikaanse voorouders. Of de geuzennaam marrons slecht is of niet “wij moeten een betekenis aan verbinden die voor de groep aanvaardbaar is namelijk, de identiteit van de vrijheidsstrijders die succesvol gestreden hebben”.

We moeten ons realiseren dat de familienamen van de meeste Afro-Surinamers gelinkt zijn aan de achternamen van de vroegere slavenmeesters of diens plaats van afkomst. Niemand haast zich om die collectieve Hollandse, Engelse, Franse, Portugese of Joodse achternamen te wijzigen. Sterker nog, marrons die erbij wilde horen, moesten bewust of onbewust hun Afrikaanse namen vervangen door Hollandse namen.

Marronkinderen die Afrikaanse namen hadden, werden gedwongen door sommige schooldirecties om westerse namen aan te nemen alvorens zij zich konden inschrijven op een school. Kinderen die gedoopt werden, kregen Bijbelse namen. Feit is dat onze naamgeving nog steeds behoort tot de nalatenschap van het kolonialisme. De gedwongen achternamen van vele Afro-Surinamers voldoen nog steeds aan de wensen van de kolonisator.

Bronnen:

• Archief De Nationale Assemblee

• Archief de Ware Tijd

• Thoden van Velzen en Van Wetering, 1988

• Informant: Bert Eersteling (schrijver van onder meer ‘Koffiekampers in de politiek’, ‘Het binnenland en de politiek’, ‘Het woord marron in Surinaams historisch perspectief’ et cetera)

• Wikipedia: Onderwijs in Suriname

• Plantage Jagtlust (Jacob van den Burg)

• Bosnegers en Overheid Ontwikkelingen van de politieke verhoudingen 1650-1988 (André Mosis en Ben Scholtens)

• OSO. Tijdschrift voor Surinaamse taalkunde, letterkunde en geschiedenis. Jaargang 12 en 19

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2021/01/30/onderschatting-van-alles-waar-een-marron-aan-begint-(i)/

Klim en Vids spreken schande over niet uitvoeren Kaliña en Lokono-vonnis

30/01/2021 08:08 – Van onze redactie

PARAMARIBO – “Het is een schande dat de rechtsstaat Suriname veroordelingen van een internationaal mensenrechtenhof zo ongestraft naast zich neerlegt. Dit maakt wederom duidelijk hoe selectief er wordt omgesprongen met mensenrechten.” Dit harde standpunt nemen de Organisatie van Kaliña en Lokono Inheemsen in Marowijne (Klim) en de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (Vids) in, nu na vijf jaar de staat nog niets heeft uitgevoerd van het zogenoemde Kaliña en Lokono-vonnis.

De staat Suriname werd op 25 november 2015 door het Inter-Amerikaans Mensenrechtenhof veroordeeld vanwege mensenrechtenschendingen van de Kaliña en Lokono inheemse volken van het Beneden-Marowijnegebied. Het vonnis trad op 28 januari 2016 in werking toen de staat officieel in kennis werd gesteld van de veroordeling. Echter, na vijf jaar, zeggen de acht dorpen van de Beneden-Marowijne verenigd in de Klim en Vids, is er nog helemaal niets uitgevoerd van het vonnis (https://vids.sr/wp-content/uploads/2012/01/VIDS-Handout-04.pdf).

De twee organisaties geven aan “begrip en waardering” te hebben voor de inspanningen van het managementteam tijdens de vorige regeerperiode en de huidige presidentiële commissie voor grondenrechten, “maar het blijken steeds weer langdurige processen te zijn die tot nu toe niet hebben geresulteerd in concrete wettelijke erkenning van onze rechten”. Gesteld wordt dat de dorpen “volledige en spoedige uitvoering” van dit vonnis eisen, maar tegelijkertijd bereid blijven tot goed overleg met de regering en ondersteuning bij de uitvoering waar mogelijk. “De Klim en de Vids blijven de nodige wegen bewandelen voor de volledige uitvoering van het vonnis”, wordt benadrukt.

In het vonnis zijn een aantal verplichtingen opgenomen die door de staat moesten worden uitgevoerd binnen bepaalde termijnen (variëren van onder meer anderhalf tot drie jaar, … red.), die intussen allemaal al zijn verlopen. Onder meer moeten de collectieve rechtspersoonlijkheid en grondenrechten van álle inheemse en tribale (marron) volken wettelijk worden erkend en moet aan hen een collectieve titel op hun grond worden verstrekt.

Verder moeten maatregelen worden getroffen zodat inheemsen en marrons effectieve rechtsbescherming in Suriname genieten en dus niet steeds naar het Inter-Amerikaans Hof hoeven te stappen. Daarnaast moet er een ontwikkelingsfonds worden ingesteld als genoegdoening voor de inheemse volken van het Beneden-Marowijnegebied. Ook moest het uitgemijnde gebied binnen het natuurreservaart Wanekreek worden gerehabiliteerd.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2021/01/30/klim-en-vids-spreken-schande-over-niet-uitvoeren-kali%C3%B1a-en-lokono-vonnis/

Oso dresi blijft stok achter de deur tegen Covid-19

05/01/2021 16:04 – Arjen Stikvoort

Cultureel antropoloog Salomon Emanuels.

Cultureel antropoloog Salomon Emanuels. Foto: dWT Archief  

PARAMARIBO – Er zal niet zo snel tweespalt komen tussen marrons en inheemsen als het gaat om ontwikkelingen rond de Covid-19-pandemie, meent cultureel antropoloog Salomon Emanuels. Het niet dragen van een mondkap door deze twee bevolkingsgroepen, is niet zozeer het weigeren ervan, alswel het geloof in wat mensen altijd al hebben gedaan en het vertrouwen hebben in wat werkt, zegt hij. “Het is een kwestie van zoeken naar alternatieven hoe het beste gezond te blijven. Zo gauw men daar niet meer van overtuigd is, stapt men over naar iets anders. Zo werkt traditie”, verklaart hij tegenover de Ware Tijd.

Emanuels durft niet te zeggen dat het wel of niet opvolgen van de Covid-19-maatregelen van de overheid of het gebruiken van een ‘eigen’ medicijn zoals wataki specifiek bij de marrons en inheemsen ligt. “Dat is te eenzijdig gesteld. Het zijn sommige Surinamers die Covid-19 negeren.” Er zijn volgens hem wereldwijd mensen die geloof hebben in natuurgeneeswijze. Ook in Suriname. “De Javanen, creolen, Hindostanen, geloven in hun eigen oso dresi om een verkoudheid of griep te kunnen genezen.”

Over het Covid-19-vaccin zegt hij:”Als het goed is en niet schadelijk, waarom mogen we het dan niet gebruiken?” Hij blijkt voorstander van een combinatie van het moderne en de traditie. “Wat heeft gewerkt in het verleden mag gebruikt worden. Maar wat qua medische wetenschap werkt, mag ook. Net zoals een combinatie van beide.” De moderne medische wetenschap, pilletjes gemaakt van kruiden, is een voortvloeisel uit traditie zegt Emanuels. “De farmaceutische wetenschap is niet zomaar ontstaan. Wat we niet uit het bos halen, wordt gekweekt in laboratoria.”

Theodoris Jubitana, voorzitter van de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (Vids), merkt niet dat het niet opvolgen van de Covid-19-regels, specifiek bij inheemse volkeren of marrons ligt. “Ze dragen noodgedwongen een mondkap. Net als andere Surinamers vinden ze het lastig en is het een kwestie van wennen.” De inheemsen hechten volgens de voorzitter niet zozeer aan hun traditionele medicijnen, omdat veel van hen al veel westerse medicamenten zoals grieptabletten gebruiken.

Maar sommige dorpelingen of dorpgemeenschappen grijpen volgens hem wel terug naar een traditoneel geneesmiddel. En dat is volgens hem niet zonder reden. Want de overheid blijft achter in de voorlichting en ondersteuning van de zieke. “Dus moeten we onze eigen medicijnen wel gebruiken, anders zijn we overgeleverd aan de ziekte.” Er zal geen splitsing komen tussen mensen die wel of niet traditionele medicijnen tegen Covid-19 willen blijven gebruiken. “Iedereen is vrij om zich te laten vaccineren met het Covid-19-vaccin of niet.”

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2021/01/05/oso-dresi-blijft-stok-achter-de-deur-tegen-covid-19/

Brand logeergebouw granman Aboikoni vermoedelijk aangestoken

 

PARAMARIBO – Het logeergebouw van granman Albert Aboikoni van de stam der Saramaccaners in Asidonhopo is vrijdagochtend rond drie uur afgebrand. Het had geen elektriciteit en er werd niet gekookt, wat doet vermoeden dat het vuur is aangestoken. “De mensen die nabij het logeergebouw wonen, hebben een knal gehoord en het pand was daarna in lichterlaaie. Wie het heeft gedaan, weten we niet”, zegt Iwan Adjako, secretaris van de granman, tegen de Ware Tijd. Hij haast zich te zeggen dat hij niemand beschuldigt. “De politie is bezig met het onderzoek en de dader moet achterhaald worden. Op dit moment is het voorbarig om daarover wat te zeggen.”

Door de brand is er volgens hem een gebouw van historische waarde verloren gegaan. Jozef Aboikoni, die van 1950 tot 1989 granman was, was de motor achter de bouw van het pand, dat hierdoor als ‘heilig’ werd beschouwd. Er konden twintig personen logeren in hangmatten. Voordat er een activiteit werd gehouden werd een plengoffer gebracht. Er zal mogelijk een nieuwe logeerfaciliteit worden opgezet. “Maar het zal niet de emotionele waarde hebben van het gebouw dat is afgebrand”, zegt Adjako.

Brandweervoorlichter Anthony Grootfaam zegt tegen de Ware Tijd dat het korps niet veel informatie heeft over het geval. De brandweer is niet ter plekke geweest, omdat dat niet meer nodig was. Het pand was al helemaal afgebrand. “Ik vind het vreemd dat terwijl vrijdagochtend om drie uur de brand heeft plaatsgevonden, wij pas om elf uur ‘s morgens op de hoogte zijn gesteld.” Hij legt uit dat de politie naar het gebied is afgereisd. Zij is de instantie die moet vaststellen wat de oorzaak is.

 

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/12/21/brand-logeergebouw-granman-aboikoni-vermoedelijk-aangestoken/

Strubbelingen belemmeren besteding opbrengst gemeenschapsbos

22/12/2020 16:08 – Jason Pinas

Minister Gracia Emanuël van Regionale Ontwikkeling en Sport

Minister Gracia Emanuël van Regionale Ontwikkeling en Sport Foto: CDS  

PARAMARIBO – Minister Gracia Emanuël van Regionale Ontwikkeling en Sport bevestigt tegenover de Ware Tijd dat onderlinge spanningen een grote belemmering vormen bij de besteding van geld uit het gemeenschapsbos. De uitgave van de opbrengst is niet echt tot haar recht gekomen, terwijl er veel ontwikkeling kan worden bereikt. Daarom wil ze met het traditioneel gezag van de marrongebieden een oplossing zoeken voor dit slepende vraagstuk. Sommige dorpelingen beschuldigen de gezagsdragers ervan dat die zich verrijken ten koste van hen.

Emanuel: “Tot op dit moment krijgen we heel wat klachten binnen dat het systeem niet werkt. Dus we moeten kijken hoe we het kunnen aanpassen.” De bewindsvrouw zal spoedig met directeur Joraisa Pokie van het directoraat Duurzame Ontwikkeling Afro-Surinamers de betrokken groepen horen zodat er een duidelijk beeld ontstaat van de situatie.

Ze stelt dat de inheemsen ook gemeenschapsbos hebben, maar van die groep heeft ze in de ruim vier maanden die ze nu aanzit nog geen klachten gehoord. Hoewel ze het probleem nog niet heeft onderzocht, vermoedt de minister dat het vooral met communicatie te maken heeft. “Misschien moeten we bij het directoraat van de inheemsen kijken hoe hij het doet.”

Verschillende bronnen spreken tegenover de Ware Tijd van botsingen tussen lokale autoriteiten en dorpelingen. Sommige van hen zijn niet tevreden dat ze geen inzage hebben in de inkomsten uit het gemeenschapsbos. “Als je soms ziet wat sommige gezagsdragers voor zichzelf realiseren, terwijl het dorp zelf niets terug ziet dan begrijp je waarom sommige mensen in opstand komen”, wordt de situatie geschetst tegenover de Ware Tijd.

Hoofdkapitein Doc Emanuel van het Matawaigebied erkent dat er strubbelingen zijn. Echter, hij meent dat de groepen die het gemeenschapsbos voor eigen beheer willen de gedachte achter dit systeem niet goed hebben begrepen. “We hebben als traditioneel gezag heel veel kunnen realiseren met geld uit het bos, zoals de weg naar Pusugrunu”, benadrukt hij.

Emanuel merkt op dat sommige mensen alleen aan hun eigen belang denken terwijl het geld juist is bedoeld om iedereen van het gebied te laten profiteren. “A moni a no fu wan suma. Na fu a heri gemeenschap. We hebben voor alle tien dorpen nabij Pusugrunu een krutu oso gebouwd. En zo kan ik nog een aantal dingen noemen die we hebben gerealiseerd.” Volgens hem worden studenten van het Matawaigebied die nu op Cuba zijn ook ondersteund met geld uit het gemeenschapsbos.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/12/22/strubbelingen-belemmeren-besteding-opbrengst-gemeenschapsbos/

VIDS en OSIP verklaren verkiezingen Powakka ongeldig

De Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS), het orgaan van het Traditioneel Gezag der Inheemse Volken in Suriname, en haar regionale organisatie OSIP (Organisatie van Samenwerkende Inheemse Dorpen Para en Wanica) hebben kennis genomen van de “verkiezingen” die onlangs gehouden zijn te Powakka.

Na diepgaand beraad van de besturen van VIDS en OSIP, is besloten deze “verkiezingen” ongeldig te verklaren. Deze “verkiezingen” zijn doorgedrukt ondanks een dringend beroep vanuit OSIP om ze aan te houden, en er geen dwingende en spoedeisende redenen waren om de verkiezingen met spoed te moeten houden.

Een groot deel van de “kiesgerechtigden” van Powakka, heeft als gevolg van de onduidelijke situatie en gespannen sfeer, niet deelgenomen aan de “verkiezingen”.

Er waren onduidelijkheden wie “stemgerechtigd” is, en of alle deelnemers wel of niet gerechtigd waren om aan de verkiezingen deel te nemen, zoals stedelingen die per bus naar Powakka zijn gebracht, en minderjarigen. VIDS, OSIP en een vertegenwoordiging van de overheid waren afwezig tijdens deze “verkiezingen”.

Behalve deze procedurele tekortkomingen, blijkt dat geen van de vier kandidaten een meerderheid van de kiesgerechtigde stemmen heeft behaald. Integendeel heeft de zogeheten winnaar van de verkiezingen nog geen kwart van het aantal stemgerechtigden achter zich gehad, terwijl de andere kandidaten tezamen, bijna het dubbele daarvan hebben gekregen. De conclusie hieruit is, dat de zogeheten winnaar van de verkiezingen absoluut geen meerderheid van de uitgebrachte stemmen, laat staan van de gemeenschap, achter zich heeft. Dit is geen goede basis voor een nieuw dorpsbestuur.

VIDS, inclusief OSIP, heeft daarom allang als richtlijn dat dorpen geen verkiezingen moeten houden bij bestuurswisseling. De traditionele wijze van aanwijzing dient gevolgd te worden, waarbij een geschikte kandidaat of hooguit twee kandidaten wordt/worden geïdentificeerd door een commissie van wijzen, op basis van een profielomschrijving en na huis-aan-huis consultaties, gevolgd door een dorpsvergadering die zich over de kandidaat/kandidaten uitspreekt.

Tenslotte benadrukken VIDS en OSIP dat er met dit besluit geenszins afbreuk gedaan wordt aan het zelfbeschikkingsrecht van Inheemse volken. Dit is een recht dat een volk toekomt, niet een groep in een dorp. De autonomie en de mening van de gemeenschap van Powakka worden gerespecteerd, en daarom juist kan het niet worden toegestaan dat dergelijke acties die niet stroken met de collectieve traditie en cultuur, worden gesanctioneerd.

VIDS, OSIP en het dorpsbestuur van Powakka zullen een nieuw proces voor bestuurswisseling in Powakka inzetten en begeleiden. Daarnaast zal de bestaande, algemene procedure voor bestuurswisseling verder verfijnd en vastgelegd worden, in samenspraak met de Inheemse gemeenschappen.

De overheid zal van deze besluiten in kennis gesteld worden.

https://www.gfcnieuws.com/vids-en-osip-verklaren-verkiezingen-powakka-ongeldig/

Santokhi belooft versnelde aanpak grondenrechtenvraagstuk

27/11/2020 16:07 – Jason Pinas

Granman Remon Clemens (r) ontvangt zijn beschikking uit handen van minister Gracia Emanuel van Regionale Ontwikkeling en Sport.

Granman Remon Clemens (r) ontvangt zijn beschikking uit handen van minister Gracia Emanuel van Regionale Ontwikkeling en Sport.  

PARAMARIBO – De toezegging van president Chandrikapersad Santokhi om de grondenkwestie in het binnenland versneld aan te pakken, is goed aangekomen bij het traditioneel gezag. Met name granman Jozef Forster van Paamaka en Remon Clemens van Kwinti hebben hun erkentelijkheid uitgesproken over deze belofte van het staatshoofd.

Santokhi heeft intussen de presidentiёle commissie Grondenrechten in Suriname geïnstalleerd met als bijzondere taak de afronding van dit vraagstuk. “We gaan het traditioneel gezag en alle andere groepen die een belangrijke rol hierin hebben, betrekken in dit traject”, verzekert de president. Hij wijst erop dat deze regering vaart zet achter het toekennen van de grondenrechten, omdat dit al heel lang wordt besproken door beleidsmakers.

De taak van de commissie is om al het voorbereidend werk te evalueren en te rapporteren aan het staatshoofd. Voor granman Clemens klinkt de toezegging als muziek in de oren. “Na wan moy tori.  Ik hoop echt dat het gebeurt. Als dat is gerealiseerd dan hebben we meer zekerheid. Dat is nu niet het geval”, zegt grootopperhoofd Clemens tegen de Ware Tijd.

Als bewoner van het Kwintigebied stoort hij zich vooral aan het feit dat concessies worden uitgegeven zonder afstemming met de plaatselijke gemeenschappen. “We willen ook gehoord worden. En indien concessies worden uitgegeven moet een deel van de inkomsten geïnvesteerd worden in de ontwikkeling van onze leefgemeenschappen”, onderstreept de granman der Kwinti’s.

Ook Ruben Ravenberg, secretaris van de stichting A Marron kompas, is ingenomen met de belofte van Santokhi. Hij zegt dat de president intussen heeft gevraagd dat zijn organisatie iemand voordraagt om zitting te hebben in de commissie. Omdat de stichting al actief heeft geparticipeerd in de voorbereidingen onder de vorige regeringen, weet de secretaris dat er veel ervaring in huis is op dit gebied. “De realisatie van grondenrechten voor het binnenland betekent heel veel voor ons. We zullen daarom altijd een positieve bijdrage leveren om dit tot stand te brengen.”

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/11/27/santokhi-belooft-versnelde-aanpak-grondenrechtenvraagstuk/

Ronnie Brunswijk, van junglecommando tot vicepresident: 'Nederland is ons iets schuldig'

Publicatie datum: 24 nov 2020 | Bron: Rtlnieuws.nl | Door: Redactie

Leider van het Jungle Commando, piloot, zakenman, clubeigenaar, en nu: vicepresident van Suriname. Weinig mensen hebben zo’n bijzondere loopbaan als Ronnie Brunswijk. Omdat hij is veroordeeld voor drugshandel, wil de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken niet met hem samenwerken. Maar Brunswijk wil juist intensief samenwerken met Nederland. Wie is hij?

“Ik wil gezien worden als de beste vicepresident ooit”, vertelt hij in zijn kantoor in de Surinaamse hoofdstad Paramaribo aan RTL Nieuws. Op een kastje staat een houtsnijwerk met de tekst: Gran tangi (veel dank) vice-president. Links achter hem een grote Surinaamse vlag. Morgen is het 45 jaar geleden dat Suriname onafhankelijk werd van Nederland. 

Relatie herstellen

Onder Desi Bouterse bekoelde de band tussen Nederland en Suriname de afgelopen jaren ernstig, maar nu wordt die weer aangehaald. Zo gaat voor het eerst in twaalf jaar tijd een Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken naar Suriname, vanwege de onafhankelijkheid. Brunswijk is enthousiast over die hechtere samenwerking. “Dat willen we vanaf het begin. We willen de relatie herstellen.”

Brunswijk vindt namelijk dat Nederland steun moet bieden. “Nederland is ons iets schuldig.”

Ronnie Brunswijk werd 16 juli geïnaugureerd als vicepresident. Hij is niet onomstreden, en er wordt ook kritisch gekeken naar zijn vicepresidentschap. Onder meer omdat hij in Nederland bij verstek is veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf vanwege drugshandel. In Frankrijk werd hij ook bij verstek veroordeeld voor drugshandel. 

Brunswijk zegt onschuldig te zijn. “De Surinaamse samenleving bepaalt aan wie ze vertrouwen geeft. Dat is aan de kiezers. En op dit moment heeft de Surinaamse gemeenschap vertrouwen gesteld in Brunswijk en president Santokhi.”

Ronnie Brunswijk tijdens het interview.

Ronnie Brunswijk tijdens het interview.

© RTL Nieuws 

Dat hij dat vertrouwen ooit zou krijgen, had hij niet durven dromen. Hij groeide op in een arm gezin. Als klein jongetje moest hij dagelijks 8,5 kilometer lopen om op school te komen. “We woonden bijna letterlijk in het bos, bij een kostgrondje. Daar leefde je destijds van. Je moest voedsel planten. Mijn vader vond het makkelijker daar te blijven, zodat we direct konden voorzien in onze voeding.”

Ook vervolgonderwijs lag niet om de hoek: daarvoor moest hij naar een internaat in Abadoekondre, op drie uur loopafstand van het dorp Moengotapoe, waar zijn eerste school stond. “Daar werden kinderen van het binnenland opgevangen die wilden leren.”

Belangrijke levensles

Brunswijk had toen nog niet de ambitie om een leider te zijn. Piloot worden, dát was zijn grote droom. En dat is hij ook geworden. “Maar volgens mijn moeder was ik vanaf mijn jeugd al een leider. Dat begon op het internaat. Daar koos frater Wim me uit om op de jongens in de klas te letten en ze te begeleiden.”

Dat was de periode waarin Brunswijk een belangrijke levensles meekreeg, die hem later de bijnaam Robin Hood zou opleveren. “Pater Heikers leerde ons: je moet je medemens helpen. Als ik naar school ging, had ik cassavebrood. Op school verdeelde ik dat. Soms in tien stukken.”

Ronnie Brunswijk in 1987 in de Marowijnerivier.

Ronnie Brunswijk in 1987 in de Marowijnerivier.

© ANP 

Ook als vicepresident krijgt hij de kans zijn medemens te helpen. Zijn verkiezing is een enorme opsteker voor de marrongemeenschap, legt hij uit. Brunswijk stamt af van de marrons, tot slaaf gemaakte mensen die van de plantages vluchtten en een nieuw bestaan opbouwden in de jungle.

En hij is de eerste marron op deze positie, vertelt hij vol trots. De marrongemeenschap heeft een sociale achterstand, Brunswijk wil die inhalen. “Mijn voorouders hielden niet van onderdrukking en onrecht. Zij kozen: we gaan het bos in, niet wetend waarnaartoe, al gaan we dood, maar we willen niet op deze manier worden onderdrukt, mishandeld of vermoord. Ze zijn zo dapper geweest.”

‘Ik ben mijn voorouders dankbaar’

Brunswijk is hen dankbaar. “Voor hun dapperheid. Zonder hun ideeën en doorzettingsvermogen waren wij vandaag niet hier. Dat heb ik van ze geërfd. Je moet doorgaan in het leven, hoop blijven hebben. Zij hadden hoop en vandaag zijn we hier. Na zo veel jaren is het een nakomeling van een weggelopen slaaf gelukt deze positie te bereiken. Dat vind ik bijzonder.”

Daarom wil hij zijn werk goed uitvoeren, zegt hij. “Het moet niet zo zijn dat deze Brunswijk hen gaat beschamen. Het heeft heel lang geduurd om tot deze emancipatie te komen. Maar wan pasensi urna na wan gudu uma, geduld is een schone zaak. Ik ben heel blij. En ik weet honderd procent zeker dat de totale marrongemeenschap blij is.”

Bankoverval

Ronnie Brunswijk had lange tijd een ruig imago, dat hij de laatste jaren van zich afschudde. Eind 1984 overviel hij een bank. Daarbij zou hij 85.000 Surinaamse gulden hebben gestolen. Diverse Surinaamse en Nederlandse media meldden dat hij daarvoor is veroordeeld. Dat geld deelde hij volgens Karel Bagijn, een journalist die Brunswijk volgde, uit aan de bevolking omdat hij zo veel geld niet nodig had.

Destijds werden opsporingsberichten geplaatst in de landelijke krant De Ware Tijd waarin hij ‘gevaarlijk’ werd genoemd. Eén van die berichten is ondertekend door de huidige president en destijds politie-inspecteur Chan Santokhi. Brunswijk heeft de verantwoordelijkheid voor de bankoverval opgeëist. 

Diverse media meldden in 1994 ook een veroordeling tot acht maanden cel waarvan zes voorwaardelijk, voor het neerschieten van een man die hij van diefstal verdacht. Zelf ontkent hij dat.

In 1999 werd hij door de rechtbank in Nederland bij verstek veroordeeld voor cocaïnesmokkel. Volgens de rechtbank was hij het brein achter drie cocaïnetransporten in 1996 en 1997, waarbij 61 kilo coke naar Nederland werd gesmokkeld. Hij werd als opdrachtgever genoemd door een koerier die op Schiphol was gepakt met bijna 53 kilo coke. Zelf zegt hij onschuldig te zijn.

Nog steeds staat hij bekend als de man die financiële steun geeft. Zo helpt hij arme mensen en dit jaar verlootte hij vijf auto’s onder ziekenhuispersoneel, als dank voor de goede zorgen toen hij met corona werd opgenomen.

Berg goud

En hij zou maandelijks duizenden Surinaamse dollars investeren in zijn voetbalclub Inter Moengotapoe. Hij verdiende dat geld naar eigen zeggen dankzij zijn handel in goud – Brunswijk bezat lange tijd een aantal goudmijnen. In 2012 publiceerde Parbode een lijst met de top 10 van rijkste mannen in de Surinaamse goudwereld. Brunswijk stond op één.

Vorige week nog betaalde hij duizenden dollars voor de reis en studiekosten van Surinaamse studenten die terug moesten naar Cuba. “Ze waren bijna een jaar in Suriname gestrand, niemand kon helpen. Ik heb gebeden. De volgende dag belde mijn zoon: ‘Papa, ik heb 10 kilo goud gevonden. Je kunt die mensen helpen.’ Zie je hoe God werkt?”

Ronnie Brunswijk toont de 10 kilo goud die zijn zoon vond.

Ronnie Brunswijk toont de 10 kilo goud die zijn zoon vond.

© RTL Nieuws 

God: daarnaar verwijst hij vaker tijdens het gesprek. Als het gaat over belangrijke keuzes in zijn leven – “De almachtige heeft mij bijgestaan zodat ik in de meeste gevallen de juiste keuze maakte.”

Maar vooral als het gaat over het helpen van mensen. “Als je mensen helpt, helpt God je ook. Ik wil vooral sociaal zwakkeren en mensen in nood helpen. Dat zit in mijn bloed. En ik denk dat de almachtige me ook een handje geeft.”

Tweede kans

Er is één ding dat hij terugblikkend op zijn jeugd anders had willen doen. “Nog leergieriger zijn. Ik zou terug willen wat ik heb verloren aan studie en kennis.” Daarom haalde hij twee jaar geleden nog zijn Master of Business Administration. “Als je de kans krijgt te studeren, maak er gebruik van. Niet iedereen krijgt een tweede kans.”

‘Geen spanning met Stef Blok’

Dat de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok niet met hem wil samenwerken, baart hem geen zorgen. “Ik heb gehoord dat hij alleen functionele gesprekken met mij wil voeren. Veel mensen sprongen op: ‘Wat heeft Blok gezegd?’ Maar wat hij heeft gezegd, is niet verkeerd.”

Want, redeneert Brunswijk, elk onderhoud is functioneel. “We hoeven niet van elkaar te houden. En zelfs als hij niet met mij wil praten, zou ik dat ook niet erg vinden. Yu verstan? Dus dat n’a sani (Snap je? Dus dat is dat ding). Er is geen enkele spanning tussen vicepresident en minister Blok.”

In 1980 stopte Brunswijk met school om militair te worden en een bijdrage te leveren aan de revolutie. Ex-legerleider en ex-president Desi Bouterse pleegde destijds een coup. Brunswijk was toen militair en werd later zijn lijfwacht. 

Jungle Commando

Tot hij zich in 1986 tegen Bouterse keerde. “Ik wilde Suriname terugbrengen naar democratie. Het was een besluit om te strijden tegen het dictatoriale bewind van Bouterse.” Ronnie Brunswijk werd leider van het Jungle Commando.

Brunswijk en het Jungle Commando in 1986.

Brunswijk en het Jungle Commando in 1986.

© ANP 

Voor het Surinaams verzet dat voornamelijk vanuit Nederland opereerde, kwam Brunswijk als geroepen, schrijft Ellen de Vries in haar boek Mediastrijd om Suriname. “Overeengekomen werd dat Brunswijk terugkeerde naar Suriname en in de geest van Boni – de marronleider die in de 18de eeuw strijd voerde tegen het koloniale bewind – aanvallen zou uitvoeren op militaire doelen.”

Een burgeroorlog, genaamd de Binnenlandse Oorlog, volgde van 1986 tot 1992. Het was een bloedige strijd tussen het Jungle Commando en het Nationaal Leger van Desi Bouterse, om de macht in het oosten van Suriname. 

Sloeg Brunswijk ergens toe, dan nam Bouterse wraak in het gebied waar Brunswijk vandaan kwam. Andersom werden dorpen van aanhangers van Bouterse platgebrand. 

Ronnie Brunswijk op patrouille.

Ronnie Brunswijk op patrouille.

© ANP 

Duizenden mensen waren slachtoffer van de Binnenlandse Oorlog. Volgens het boek Suriname na de binnenlandse oorlog van Ellen de Vries overleden 450 burgers, militairen en leden van het Jungle Commando. Duizenden mensen sloegen op de vlucht. “In Nederland is het romantische beeld van Brunswijk als dappere Robin Hood blijven hangen. Onterecht, want ook zijn Jungle Commando richtte veel schade aan”, schrijft De Vries.

‘Leger maakte slachtoffers’

Dieptepunt was het bloedbad in Moiwana. Het leger van Bouterse ging in dat dorp op zoek naar Brunswijk, kon hem niet vinden en vermoordde tientallen bejaarden, vrouwen en kinderen.

Slachtoffers van het bloedbad in Moiwana.

Slachtoffers van het bloedbad in Moiwana.

© Karel Bagijn 

“In die oorlog zijn zoveel mensen gedood”, zegt Brunswijk erover. “Mensen zijn gesneuveld aan de kant van de militairen, mensen zijn gesneuveld aan de kant van het Jungle Commando. Maar uiteindelijk hebben we de democratie teruggekregen. Suriname kon in 1987 naar de stembus en er is in 1992 een vredesakkoord getekend.” 

Na de oorlog werd Brunswijk politiek actief, met een duwtje in de rug van zijn moeder. “Ze zei meestal: je moet zelf je besluit nemen, ik weet dat je het kan. Behalve toen ik na de oorlog werd gevraagd de ABOP (Brunswijks partij red.) te leiden. Ik wilde me niet met politiek bemoeien. Maar mijn moeder zei: als die mensen zoveel vertrouwen hebben in jou, moet je dat doen.” 

Brunswijk werd voorzitter en in 2005 werd hij voor de ABOP gekozen in de Nationale Assemblee, het Surinaamse parlement. Hij kwam ook in de coalitie, van 2010 tot 2015. Toen sloot Brunswijk vrede met Bouterse en werkten ze samen. 

Brunswijk (links) en Bouterse (rechts) proosten op hun samenwerking in 2010.

Brunswijk (links) en Bouterse (rechts) proosten op hun samenwerking in 2010.

© ANP 

Bij de laatste verkiezingen, op 25 mei dit jaar, zei Brunswijk niet meer samen te willen werken met Bouterse. De huidige president Chan Santokhi had de ABOP nodig voor een meerderheid, en zo werd Brunswijk vicepresident.

“Van vrijheidsstrijder naar parlementariër, parlementsvoorzitter en vicepresident. Dat is uniek. Dat zijn de hoogtepunten in mijn leven.” Zijn goudmijnen, houtconcessies en voetbalclub droeg hij over.

Parlementsvoorzitter Ronnie Brunswijk aan het woord, met naast hem president Chan Santokhi.

Parlementsvoorzitter Ronnie Brunswijk aan het woord, met naast hem president Chan Santokhi.

© ANP 

Van vrije tijd is nog maar weinige sprake, vertelt hij. “Je weet dat je 24/7 in dienst bent als je vicepresident wordt.”  Voorheen trapte hij graag een balletje bij zijn club Inter Moengotapoe. Hij was wel eens een heethoofd op het veld; hij is een aantal keren geschorst vanwege wangedrag.

Maar hij zou geen onverdienstelijke scheidsrechter zijn en ontpopt zich zo nu en dan ook als bemiddelaar in conflicten. Onlangs nam hij een video op, gericht aan de zoon van president Chan Santokhi, nadat hij kritiek had geleverd op z’n vader. 

Bekijk hieronder de video die Brunswijk opnam voor Santokhi’s zoon:

Af en toe kan hij een dag vrij zijn. Dan gaat hij graag met familie op pad. Naar Colakreek, een recreatiepark in een bosrijke omgeving, waar je kunt zwemmen. 

Of zoals afgelopen zondag naar het oosten van Suriname. “Met mijn vrouw, kinderen en moeder gingen we op een hele trip buiten de stad. Naar Marowijne, daar is een park. Op zulke dagen koken we, zijn we de hele dag bezig. Dat vind ik leuk.” Tegenwoordig gaan er lijfwachten mee, iets waar Brunswijk erg aan moet wennen. “Maar dat zijn de protocollen van vicepresident.”

Ronnie Brunswijk voor aanvang een wedstrijd in 2007. Hij is eigenaar van de club Inter Moengotapoe.

Ronnie Brunswijk voor aanvang een wedstrijd in 2007. Hij is eigenaar van de club Inter Moengotapoe.

© ANP 

Brunswijk hoopt een goed imago te krijgen als vicepresident. “Je imago moet je zelf opbouwen. Wat doet Brunswijk vanaf hij vicepresident is? Gaat hij nog voetballen? Ik wil gezien worden als de beste vicepresident ooit. Dat mensen zeggen: liever Brunswijk dan iemand anders.”

Hij denkt dat de Surinaamse bevolking tot dusver tevreden is met hem als vicepresident. “Nog niet 100 procent. Ik denk dat ik een 7,5 zou krijgen, als ik de geluiden hoor. Maar gaandeweg de rit probeer ik te verbeteren totdat ik een 10 krijg. Ik ga mijn uiterste best doen om mijn imago niet te schaden. Ik ben hier als vicepresident om voor land en volk te werken, zonder aanzien des persoons.”

Met medewerking van Ank Kuipers.

https://surinamenieuwscentrale.com/content/ronnie-brunswijk-van-junglecommando-tot-vicepresident-nederland-ons-iets-schuldig

Nieuwe granman der Saramaccaners moet bij Lio Krutu worden gekozen

Frans Banai vindt dat de nieuwe granman der Saramaccaners bij Lio Krutu moet worden gekozen. Foto: Suriname Herald

De granman van de Saramaccaners moet gekozen worden bij een Lio Krutu. Dit is de mening van kandidaat-granman Frans Banai. Hij vindt dat bij een Lio Krutu de meerderheid van de Saramaccaners moet bepalen wie zij wil als nieuw stamhoofd. Aan Suriname Herald zegt Banai dat hij zich dan bij het besluit van het volk zal neerleggen.

De Lio Krutu wordt jaarlijks georganiseerd, waarbij het traditioneel gezag onder leiding van de granman van de Saramaccaanse gemeenschap bijeenkomt, ter bespreking van diverse zaken die hen regarderen. Banai heeft er geloof in dat de kwestie van het kiezen van een granman voor de Saramaccaners gauw wordt opgelost, omdat hij vertrouwen heeft in de nieuwe regering. De kandidaat der Nasi Lo benadrukt dat de huidige regering op een democratische manier tot stand is gekozen, omdat het volk volgens hem het dictatoriale gedrag van de vorige regering afkeurde.

Daarom pleit hij ervoor dat de granman der Saramaccaners op een democratische wijze gekozen wordt. “Wanneer het volk kiest, kan men niet zeggen dat de granman geplaatst is door Santokhi of Brunswijk. Het is dan geen granman die door de politiek is geplaatst,” zegt hij zelfverzekerd.

Al enkele jaren is er onenigheid over het granmanschap der Saramaccaners. Volgens de Nasi Lo behoort het granmanschap hen toe, maar is deze in het verleden gecoupt door de Matjaw-lo. Vertegenwoordigers van de Matjaw-lo van de stam der Saramaccaners, die aanwezig waren op de onlangs gehouden krutu op Poesoegroenoe in het Matawaigebied, eisten intrekking van de resolutie van Albert Aboikoni.

Dit hebben zij gedaan middels een petitie die, via Stichting A Marron Kompas, is overhandigd aan de regering. In de petitie wordt gevraagd om het granmanschap van Aboikoni te overwegen, omdat de benoeming niet volgens de Saramaccaanse traditie heeft plaatsgevonden.

Volgens Ernie Landveld, die ook deel uitmaakt van de groep en de petitie heeft voorgelezen, is de beëdiging van granman Aboikoni controversieel. De voordracht van de stamleider heeft niet op de juiste wijze plaatsgevonden. Volgens hem heeft hoofdkapitein Aboikoni de functie gehad door ondersteuning van de toenmalige regering. Naze Amina zou het huidige grootopperhoofd moeten zijn.

Banai geeft verder aan dat het tijd wordt om bij wet vast te stellen hoe een granman gekozen moet worden. Hij vindt dat moet worden vastgelegd, dat het volk de granman kiest. Dit is nodig om te voorkomen dat er in de toekomst weer gevochten wordt om het granmanschap der Saramaccaners,” zegt Banai.

Sjovellie Amoksi

https://www.srherald.com/suriname/2020/11/23/nieuwe-granman-der-saramaccaners-moet-bij-lio-krutu-worden-gekozen/

Remon Clemens beëdigd tot granman der Kwinti’s

22 november 2020

Remon Clemens beëdigd tot granman der Kwinti’s
 

President Chandrikapersad Santokhi heeft zaterdag op het presidentieel paleis Remon Clemens beëdigd tot granman der Kwinti’s. “Vandaag is de granman der Kwinti’s geinstalleerd zonder onenigheid. Dit is wat wij willen”, zei vicepresident Ronnie Brunswijk. Hij riep vervolgens de aanwezige traditionele gezagdragers op de granman de nodige ondersteuning te geven.

 

Santhokhi benadrukte dat de granman met deze benoeming meer verantwoordelijkheid op zijn schouders heeft gekregen. Hij zei dat de regering er alles aan doet om ontwikkeling totstand te brengen voor het achterland van Suriname. “Samen met de samenleving en het traditioneel gezag zal dat gebeuren.”

Ook vanuit het traditioneel gezag lijkt granman Clemens gedragen te worden. “Het is een heel proces geweest om de granman te kiezen, maar het is nu gelukt”, zegt kapitein Emanuel. Ook hij legt de nadruk op het behouden van de eenheid onder de Kwinti’s.

Minister Emanuel heeft de gemeenschap opgeroepen om ervoor te kiezen te werken aan het ontwikkelingspad der Kwinti’s. De uitdagingen die u op uw pad tegen zult komen, zullen wij gezamenlijk aanpakken. De bewindsvrouw zegt dat een open en transparante communicatie de sleutel zal zijn bij het oplossen van vraagstukken.

https://www.waterkant.net/suriname/2020/11/22/remon-clemens-beedigd-tot-granman-der-kwintis/

Jozef Forster beëdigd tot granman der Paramaccaners

21 november 2020

Jozef Forster beëdigd tot granman der Paramaccaners
 

President Chandrikapersad Santokhi heeft vrijdag op het presidentieel paleis Jozef Forster beëdigd tot granman der Paramaccaners. Vicepresident Ronnie Brunswijk praat over een bijzondere dag in de geschiedenis van Suriname. “Het is een bijzonder moment en het geeft mij een goed gevoel.” Hij zegt ingenomen te zijn met het feit dat de beëdiging van de granman op de traditionele wijze is geschied. Aan de Paramaccaanse gemeenschap doet hij een oproep om de granman de nodige ondersteuning te bieden. De vicepresident doet de toezegging dat waar ontwikkeling gestagneerd verliep, de stagnaties met de benoeming van de granman weggewerkt zullen worden.

 

Santokhi feliciteert de granman met zijn beëdiging. De president verwees ernaar dat de binnenlandbewoners vertegenwoordigd zijn in zijn regeerteam. Hij geeft op basis daarvan de garantie dat het ook goed zal gaan met de binnenlandbewoners. De president heeft tijdens zijn toespraak ook nadruk gelegd op het belang van het organiseren van het grondenrechtenvraagstuk in Suriname. Hij geeft de gemeenschap de zekerheid dat er inspanningen gepleegd zullen worden om het grondenrechtenvraagstuk goed te organiseren.

De president heeft verder aangegeven dat de regering zich met prioriteit buigt over betere onderwijs- en gezondheidsvoorzieningen voor burgers in het Paramaccaansgebied. “Granman u gaat alle ondersteuning krijgen van de regering om uw werk te doen. De samenleving en het traditioneel roep ik op om hun ondersteuning ook te geven aan de granman. Hierdoor kunnen we samen ervoor zorgdragen dat het beter gaat met Suriname”, aldus het staatshoofd.

Granman Forster heeft de hoop uitgesproken dat het spoedig goed komt met het land. Hij wenst verder een goede samenwerking te hebben met het totale traditioneel gezag, het ministerie van Regionale Ontwikkeling en Sport, alsook de regering in haar totaliteit.

https://www.waterkant.net/suriname/2020/11/21/jozef-forster-beedigd-tot-granman-der-paramaccaners/

Granmans bespreken pijnpunten met minister Emanuël

Minister Emanuël en de granman der Kwinti’s, Remon Clemens, tijdens een bespreking. Foto: ROS

De granmans der Kwinti’s en Paramaccaners, Remon Clemens en zijn collega Josef Forster, hebben tijdens een bezoek aan minister Gracia Emanuël van Regionale Ontwikkeling en Sport (ROS) de problemen van hun gebieden besproken. De delegatie van de Paramaccaners heeft enkele zaken aangekaart, waarmee hun gebied te kampen heeft.

De noodzaak van de brandstofvoorziening is aangekaart. Er is een verzoek gedaan aan de minister, om voor de komende feestdagen de bewoners te voorzien van brandstof. Forster wees erop, dat er ook een dringende behoefte is aan schoon drinkwater. Het bronwater dat daar gebruikt wordt, is vervuild.

Minister Emanuël zei dat ze deze verzoeken zal doorgeleiden naar haar collega David Abiamofo van Natuurlijke Hulpbronnen. De granmans zijn in Paramaribo, in verband met hun beëdiging door president Chan Santokhi. Op 20 november wordt de granman der Paramaccaners beëdigd en op 21 is van de Kwinti’s aan de beurt.

Eenheid
Granman Clemens zei dat de verwelkoming van de minister een teken is dat zij zich daadwerkelijk zal inzetten voor de bundeling van alle marronstammen. Dit is ook zijn streven. “Ik zie de bereidwilligheid en trots van de minister en haar staf om te werken aan de realisatie van een grote eenheid onder de marronstammen in Suriname. En daar moeten wij naartoe werken,” aldus Clemens. Forster is ook dezelfde mening toegedaan.

Het team van de minister heeft de delegaties uitgelegd hoe de basya’s van de granmans gekleed zullen zijn. Het toegestane uniform zal niet gemaakt kunnen worden. Daarom zullen er voor die dag badges gemaakt worden, zodat het traditioneel gezag dat onder de granman valt, direct zal opvallen.

Respect
Minister Emanuël zegt dat zij door haar beleid ook ertoe zal bijdragen dat de bundeling van alle stammen vordert en van de grond komt. Hoofdkapitein Harold Souvenier bij de Kwinti’s zei dat er vooral gewerkt moet worden aan wederzijds respect binnen de stam. Vooral bij de jongere generaties is dat wat minder.

Ook is hij van mening dat nederigheid en een open oor bij de marron individu ervoor zorgt dat respect wordt bevorderd. “Die nederigheid die wij vroeger hadden, heeft gemaakt dat zij veel luisterde en leerde van de oudere mensen. Als je je nederig opstelt en luistert krijg je heel wat informatie mee,” zei de hoofdkapitein.

De voornoemde punten zijn enkele zaken die in deze moderne tijd binnen de gemeenschappen vervagen en uiteindelijk volgens hem zoek zullen raken. “Ik vind het een genoegen dat de minister en deze regering ons tonen dat zij ons waarderen. Samen zullen wij zeker tot grotere hoogten komen,” merkte Souvenier op.

https://www.srherald.com/suriname/2020/11/19/granmans-bespreken-pijnpunten-met-minister-emanuel/

Granman Paramaccaners en Kwinti’s in Paramaribo voor beëdiging

Minister Emaunel Granman
19 nov 2020 

De granman der kwinti’s Remon Clemens en granman Josef Forster van de Paramaccaners, hebben een bezoek gebracht aan minister Gracia Emanuël van Regionale Ontwikkeling en Sport (ROS). De granmans en delegatie zijn in de stad in verband met hun beëdiging door president Chan Santokhi.

Granman Clemens zei dat de verwelkoming van de minister een teken is dat zij zich daadwerkelijk zal inzetten voor de bundeling van alle marronstammen. Dit is ook zijn streven. “Ik zie de bereidwilligheid en trots van de minister en haar staf om te werken aan de realisatie van een grote eenheid onder de marronstammen in Suriname. En daar moeten wij naartoe werken,” aldus Clemens. Forster is ook dezelfde mening toegedaan.

Het team van de minister heeft de delegaties uitgelegd hoe de basja’s van de granmans gekleed zullen zijn. Omdat het toegestane uniform niet gemaakt kon worden, zal er voor die dag badges gemaakt worden. Dit zodat het traditioneel gezag dat onder de granman zal vallen, direct zal opvallen.

De delegatie van de Paramaccaners heeft op enkele zaken gewezen, waarmee hun gebied te kampen heeft. De noodzaak van de brandstofvoorziening is aangekaart. Er is een verzoek gedaan aan de minister, om voor de komende feestdagen de bewoners te voorzien van brandstof. Forster wees erop, dat er ook een dringende behoefte is aan schoon drinkwater. Het bronwater dat daar gebruikt wordt, is vervuild. Minister Emanuël zei dat ze deze verzoeken zal doorgeleiden naar haar collega van Natuurlijke Hulpbronnen.

Minister Emanuël zegt dat zij door haar beleid ook ertoe zal bijdragen dat de bundeling van alle stammen vordert en van de grond komt. De granman der Paramaccaners wordt morgen beëdigd en op 21 is van de Kwinti’s aan de beurt.

https://www.culturu.com/nieuws/suriname/granman-paramaccaners-en-kwintis-in-paramaribo-voor-beediging/

Gelijke ontwikkeling Stadsdistricten en Binnenland

Anp Verkiezing President 01

16 nov 2020

President Santokhi antwoordde vandaag in het parlement op de vraag wat de visie van de regering is met betrekking tot de ontwikkeling van het binnenland.“Onze visie is dat het binnenland inclusief moet worden ontwikkeld; gelijkwaardig”, zei de president 

Het staatshoofd ging in op de vragen tijdens de eerste ronde van de begrotingsbehandeling. Hij gaf aan dat het principe van eenheid leidend is voor deze regering en  dat het de visie van de regering is om ontwikkeling te brengen voor alle Surinamers. “Eenheid, tussen de verstedelijkte gebieden, de districten en het binnenland,  is de belangrijkste randvoorwaarde voor de ontwikkeling van ons land. Ook mensen in het binnenland hebben recht op elektra, schoon drinkwater, onderwijs, medische zorg en adequate huisvesting”, zei Santokhi.

De projecten die de regering nu aan het voorbereiden is, zijn op het gebied van onderwijs en  infrastructuur. Daarbij worden er ook projecten voor het binnenland voorbereid.  Het Staatshoofd zei weer dat het de bedoeling is om het grensplaatsje Atjoni tot eennieuwe stad te maken.  

https://www.culturu.com/nieuws/suriname/gelijke-ontwikkeling-stadsdistricten-en-binnenland/

Granman Forster: 'Bewaar eenheid en heb geduld'

Publicatie datum: 15 nov 2020 | Bron: De Ware Tijd | Door: Redactie

Het grootopperhoofd is begonnen aan zijn ‘inwijdingstocht’ met als hoogte punt de formele installatie vrijdag door president Chan Santokhi. Foto: Jason Pinas   PARAMARIBO – Granman Jozef Forster van de stam der Paramaccaners heeft te Moengotapoe in district Marowijne de dorpelingen opgeroepen om de eenheid te bewaren en geduld voor elkaar op te brengen. “Er zullen meningsverschillen zijn maar laten we verdraagzaam zijn.

Laat goede onderlinge communicatie de sleutel voor ons allen zijn”, drukte hij de aanwezigen zaterdag op het hart. Forster werd zaterdag met fanfare ontvangen op het commissariaat in Albina. Het grootopperhoofd dat eerder dit jaar op traditionele wijze is benoemd was voor een officiële kennismaking bij burgervader Clyde Hunswijk van Marowijne Noordoost en diens collega Osei Jabini van Sipaliwini ressort Paamaka.

Omringd door een grote groep belangstellenden is Forster vanuit de aanmeerplaats begeleid. Dansende vrouwen onder begeleiding van een alekeband lieten duidelijk merken dat ze ingenomen zijn met het grootopperhoofd. Eline Amautan noemt de granman een kundige man en is daarom overtuigd dat hij zijn volk goed zal leiden.

“A man disi na wan bun ati man. Dat is wat we als groep nodig hebben nu; iemand die ons naar betere tijden kan leiden”, vertelde Martha Gojo aan de Ware Tijd. Zij pleit voor kwalitatief onderwijs en goede gezondheidszorg voor het Paamakagebied.

Na de korte kennismaking tussen Forster en de twee dc’s werd gereden naar Moengotapoe, waar de granman ook warm werd ontvangen. Forster en zijn gevolg reisden vervolgens naar Paramaribo waar ze werden opgewacht door directeur Joraisa Pokie van het directoraat Duurzame Ontwikkeling Afro-Surinamers. De granman zal in afwachting op zijn officiële beëdiging door president Chandrikapersad Santokhi in de stad logeren.

Dinsdag wordt Forster ontvangen door minister Gracia Emanuel van Regionale Ontwikkeling en Sport.   . .

https://surinamenieuwscentrale.com/content/granman-forster-bewaar-eenheid-en-heb-geduld

Ministerraad geïnformeerd over publiciteitscampagne collectieve rechten inheemsen

Vicepresident Ronnie Brunswijk in gesprek met VIDS-voorzitter Theo Jubithana. Foto: Directoraat Volkscommunicatie

De Raad van Ministers is door de Vereniging van Inheemse
Dorpshoofden in Suriname (VIDS) geïnformeerd over wetgeving in verband met de collectieve rechten van inheemse- en tribale volken. Om de gemeenschap voor te lichten over de wetgeving is gisteren ook een presentatie verzorgd over de publiciteitscampagne. Deze presentatie is verzorgd door Max Ooft, meldt het Directoraat Volkscommunicatie.

Ooft heeft tijdens zijn presentatie kort aangegeven waar de VIDS voor staat, wat de conceptwet inhoudt en de geschiedenis over de totstandkoming van deze wet. De inheemse- en tribale volken hebben jarenlang gevochten voor erkenning en het naleven van hun grondenrechten.

Vanaf 1942 zijn er verschillende acties geweest, waarbij de inheemse- en tribale volken hebben gestreden. Anno 2020 ligt er een conceptwet klaar, die ervoor moet zorgen dat deze groepen uit onze samenleving erkend worden en dat het recht welke hun toekomt wordt nageleefd.

Ter voorbereiding van het wetsvoorstel, zijn er verschillende
consultatierondes gehouden met alle belangrijke stakeholders. Het resultaat van deze consultatierondes is, dat er een conceptwet is samengesteld. In deze wet zijn de collectieve rechten van inheemse- en tribale volken over hun traditionele woon- en leefgebieden (grondenrechten), demarcatie, overige collectieve rechten, traditioneel gezag en bestuur opgenomen. Verder is er ook een verzamelkaart van de te erkennen traditionele woon- en leefgebieden en conceptvoorstel wijziging grondwet (toevoeging bij artikel 8 GW), opgemaakt.

De publiciteitscampagne zal worden uitgevoerd door STAS International. Stas-directeur Karin Refos is ingegaan op de wijze waarop de campagne uitgevoerd zal worden. De bedoeling is dat de lancering van de campagne morgen plaatsvindt, meldt het Directoraat Volkscommunicatie.

https://www.srherald.com/suriname/2020/11/11/ministerraad-geinformeerd-over-publiciteitscampagne-collectieve-rechten-inheemsen/
 

Traditioneel gezag content met oplossing grondenrechtenvraagstuk

Hoofdkapitein John Lesina van het dorp Drietabbetje. Foto: Suriname Herald

Het traditioneel gezag dat aanwezig was tijdens de krutu op Drietabbetje is content met de belofte die de regering heeft gemaakt over het oplossen van het grondenrechtenvraagstuk. “We gaan ze de ruimte geven tot volgend jaar om te werken aan de belofte, die op het bord ligt van het staatshoofd. Ze hebben plechtig beloofd,” zegt hoofdkapitein John Lesina. Hij maakt deel uit van het kabinet van granman Bono Velanti.

Een regeringsdelegatie heeft in het weekend een bezoek gebracht aan het binnenland. Al jaren vechten binnenlandbewoners voor de rechten van hun woongebieden. Met het oplossen van deze jarenlange ellende voor de marrons en inheemsen willen zij voorkomen dat hun woon- en leefgebied als concessie wordt uitgegeven, zoals dat nu in vele gebieden het geval is.

Het gaat erom dat de marrons en andere in stamverband levende mensen zekerheid hebben op de gronden waarop zij al jaren wonen. “Titel krijgen op de grond is zekerheid krijgen voor de toekomst. De mensen kunnen ook in alle rust in hun omgeving vertoeven,” zegt Lesina. Vicepresident Ronnie Brunswijk is afkomstig uit het binnenland en hij weet volgens Lesina hoe de vork in de steel zit. De gemeenschap rekent op hem, dat hij samen met de president zal werken aan een oplossing, benadrukt de kapitein.

“In juli 2021 moeten de contouren al zijn uitgezet, zodat we een beeld hebben over wat het zal het worden voor wat betreft de uitvoering van dit vraagstuk,” zegt Lesina.

Suriname is meerdere malen door het Inter-Amerikaans Hof voor Mensenrechten gevonnist voor het niet naleven van de vonnissen.

Simone Awanna

https://www.srherald.com/suriname/2020/11/10/traditioneel-gezag-content-met-oplossing-grondenrechtenvraagstuk/

Wayana willen eeuwenoud pad herstellen

Door een historisch looppad van de Wayana in Zuid-Oost Suriname weer open te kappen, kunnen de Wayana Inheemsen, die dorpen hebben in zowel Suriname, Frans-Guyana als Brazilië, elkaar vaker bezoeken. Daarom treffen de Wayana, met ondersteuning van de stichting Mulokot van Kawemhakan, voorbereidingen om het pad te ontbossen.

Er is al een basiskamp opgezet waar ze zullen starten met werkzaamheden. “We hebben door dat tijdens belangrijke krutu’s van de stam der Wayana veel mensen, inclusief sommige leiders, afwezig zijn. De reden hiertoe is dat vliegen tussen de dorpen heel duur is en er maar een beperkt aantal mensen kan in een vliegmachine”, zegt Jupta Itoewaki, voorzitter van de stichting Mulokot.

 

De smalle weg loopt van de Luwekreek, een zijtak van Litanirivier, naar een verlaten dorp, Muloko in Brazilië. Via dit pad kwamen jaren geleden de eerste Wayana’s met hun leider Kailawa vanuit Brazilië naar Suriname. “Ik heb geen idee hoeveel kilometer de weg lang is. Het lopen kan twee dagen duren”, geeft Itoewaki een indicatie aan.

Wayana’s van Kawemhakan moeten, afhankelijk van de waterstand, eerst drie dagen lang varen richting de grens met Brazilië om bij het pad aan de Luwekreek te komen. Daarna kunnen ze hun reis te voet voortzetten via de weg. Het pad loopt niet langs de dorpen, maar de gemeenschappen kunnen via de waterwegen het pad bereiken.

Het looppad raakte in de jaren zestig overwoekerd, nadat de mensen zich konden verplaatsen met het vliegtuig. Sommige Wayana’s kennen de weg niet en om de juiste ligging van het pad te vinden worden hiervoor de ouderen onder de stam betrokken. “Dit wordt een uitdaging voor ons om met houwers en kettingzagen de weg open te krijgen”, zegt Itoewaki. Het pad zal misschien een breedte krijgen die het mogelijk maakt dat een all-terrain vehicle, bekend als ATV, op de weg kan rijden.

Maar de Wayana’s zullen niet toestaan dat garimpeiros van het pad gebruikmaken. Er zal hiervoor een controlesysteem bedacht worden. De weg loopt op het Braziliaanse grondgebied door het Park Tumuk Humak dat beschermd wordt door Funai, de overheidsdienst voor bescherming van de inheemse bevolking van Brazilië.

Het pad zal niet alleen worden gebruikt om zich te verplaatsen, maar de Wayana kunnen via de weg ook gaan jagen en vissen. Hun voedselveiligheid kan dan verbeteren, omdat in dat gebied niet aan goudwinning wordt gedaan zoals in de omgeving van de Lawarivier waar de vervuiling zichtbaar is.

 

Stamhoofd Ipomadi ‘Miep’ Pelenapin van Kawemhakan juicht het initiatief van Stichting Mulokot, een werkarm van het dorpsbestuur, toe. Door het pad open te kappen, wordt het erfgoed van de Wayana behouden. “We zien dat we moeten koesteren wat onze voorouders hebben achtergelaten voor ons, want nu hebben we de weg weer nodig, omdat het vliegen niet goedkoop is. De Wayana zullen vaker met elkaar zijn en zullen hierdoor de eenheid versterken”, verzekert het stamhoofd.

https://www.gfcnieuws.com/wayana-willen-eeuwenoud-pad-herstellen/

Regering wil traditioneel gezag versterken

08 Nov, 2020, 06:36

foto
 President Chan Santokhi samen met granman Bonoo Velanti en vicepresident Ronnie Brunswijk. 


 
Het beleid van de regering is erop gericht het traditioneel gezag weer sterk te maken; zeker wat betreft het instituut van de granman. Dat zal weer versterkt worden, met middelen, infrastructuur en logistiek. President Chan Santokhi zegt dat er alvast een besluit is genomen voor de granman van de Aucaners, Bonoo Velanti. Deze beslissing zal  ook gelden voor de granmans van alle andere stammen.
 
De regering is voorstaander van een goede wisselwerking tussen haar, het traditioneel gezag en de gemeenschappen in het binnenland. Dit laat de president optekenen door de Communicatie Dienst Suriname. Volgens Santokhi is het instituut van traditioneel gezag niet alleen een traditionele vertegenwoordiging is, maar een stukje overheidsgezag dat in zijn gebied vertegenwoordigt. De president was samen met vicepresident Ronnie Brunswijk en enkele ministers vrijdag en zaterdag in Dritabiki. Daar is het districtenbezoek gehouden voor Sipaliwini. 
 
Tijdens een krutu is voorgehouden hoe de situatie in het land ervoor staat en welke beleidsprioriteiten de regering heeft. 
Het gaat om beheersing van de financiële crisis, aanpak van Covid-19 en het armoedevraagstuk. Daarnaast wordt er geluisterd naar de problemen van de plaatselijke gemeenschap. President Santokhi zegt dat de regeringsdelegatie de problemen heeft aangehoord en die ook gaat oplossen. De delegatie heeft enkele petities in ontvangst genomen waarin is aangegeven welke problemen dringend aangepakt moeten worden.
 
De regering wil dat de binnenlandse gemeenschappen zichzelf ontwikkelen. Zij zullen zelf initiatieven moeten nemen op het gebied van ondernemerschap, toerisme, huisvlijt of de agrarische sector. Het staatshoofd ziet graag dat de gemeenschappen zich organiseren en dat de regering daarop inspeelt. Zij kunnen van regeringszijde ondersteund worden vanuit het KMO-Fonds.

President en vp verwelkomd op Dritabiki

06 Nov, 2020, 12:00

foto
 President Chan Santokhi bij aankomst te Dritabiki. Hij en vicepresident Ronnie Brunswijk zijn te gast bij granman Bono Velanti. 

President Chan Santokhi, vicepresident Ronnie Brunswijk, ministers Gracia Emanuel van Regionale Ontwikkeling en Sport, David Abiamofo, Saskia Walden, Kenneth Amoksi, Assembleeleden, districtscommissarissen en anderen zijn op Dritabiki. Dit in het kader van de ‘districten-toer’ waarbij de bevolking wordt bedankt voor het vertrouwen gesteld in de regering op basis van de verkiezingsuitslag. Na ontvangst door granman Bono Velanti is een krutu gehouden. Het grootopperhoofd heeft de regeringstoppers van harte verwelkomd. Hij is ingenomen met de komst van de hoge gasten. Zij werden na de toespraak van de granman zijn de gasten verwelkomd met een pangi. 
 
De zeven districtscommissarissen (dc’s) van Sipaliwini zijn ook aanwezig op de krutu. Dc Josta Lewis van bestuursressort Kabalebo benadrukte het belang van de samenwerking. Zij vindt het bijzonder dat de dc’s deelnemen aan de krutu om zo veel meer te kunnen bereiken. Zij kaartte de vele problemen aan waarmee het district te maken heeft. Onderwijs en volksgezondheid hebben speciale aandacht nodig. Ook de afzet van landbouwgewassen is van belang. De meeste ressorten hebben soortgelijke problemen. 
 
Granman Bono Velanti verwelkomt de presidentiële delegatie. 
 
Tijdens de krutu worden diverse kwesties waarmee de bevolking zit, naar voren gebracht. Verwacht wordt dat de regering aandacht besteed aan zaken die dringend opgelost moeten worden. Het ligt in de bedoeling dat de president en vicepresident in zullen gaan om hoe het gebied tot ontwikkeling zal worden gebracht. Het binnenland vindt dat er nu eindelijk ontwikkeling moet komen in het gebied, zoals ook beloofd tijdens de verkiezingscampagne. 

VP Brunswijk : Verdeel en heers onder de Inheemsen moet ophouden

Publicatie datum: 29 okt 2020 | Bron: Dagblad Suriname | Door: Redactie

Er moet geen verdeel- en heers politiek worden gevoerd onder deInheemsen”.  Dit gaf Vicepresident Ronnie Brunswijk in scherpebewoordingen aan tijdens een werkbzoek van de Vereniging van InheemseDorpshoofden Suriname (VIDS) op maandag 26 oktober. Vp Brunswijk isvoorstander dat alle beleidszaken van de Inheemsen via de VIDS verlopen.Tijdens deze meeting is gesproken over de actuele issues van deinheemsen in ons land besproken waarbij de vp de mening is toegedaan datde Inheemsen in eenheid moet optrekken.Enkele van de punten die tijdens de meeting zijn besproken zijn deaanpak van Covid-19 in de dorpen en de noodzaak tot voedselhulp inverband met de pandemie. De vertegenwoordigers van de VIDS brachten ook de behoefte aan heropening van de lijndienst tussen Apoera, Kawemhaken en Donderskamp onder de aandacht van de VP. Ook het feit dat de schoolte Galibi en Wayambo nog niet gestart zijn werd op tafel gelegd. De VP beloofde werk te zullen maken van hetgeen is opgebracht. Hij ziet ookgraag dat de VIDS vanuit haar expertise en ervaringen eenontwikkelingsplan te schrijft voor de Inheemse dorpen. Dit plan zouopgenomen kunnen worden als deel van het Meer jaren Ontwikkelingsplan(MOP).

VIDS gaf aan op 12 november te zullen starten met een awareness campagne over Collectieve Rechten van Inheemse en Tribale Volken. Voorafgaand aan de launch zal de organisatie presentaties houden voor de Raad van Ministers en de Nationale Assemblee over het onderwerp. De Inheemse dorpshoofden zullen op verzoek van de VP ook in alle regio´sontmoetingen organiseren om te praten over verzoening tussen strijderstijdens de binnenlandse oorlog waarbij Inheemse en Marrongroepentegenover elkaar hebben gestaan. Het plan hiervoor zal spoedig aan de VPworden voorgelegd.

https://surinamenieuwscentrale.com/content/vp-brunswijk-verdeel-en-heers-onder-de-inheemsen-moet-ophouden

Traditioneel gezag Saramaccaners gaat petitie indienen

Granman Albert Aboikoni. Foto: dWT  

23/10/2020 10:01 – Gilliamo Orban

PARAMARIBO – Hoofdkapiteins, kapiteins en basya van de stam der Saramaccaners zullen binnenkort een petitie aanbieden aan de regering. Ze hebben daarin hun reactie vervat op een eerdere petitie van de Matjaw-lo, die Naze Amina als granman erkent en eist dat de benoemingsresolutie van Albert Aboikoni als grootopperhoofd der Saramaccaners wordt ingetrokken.

Amina moet volgens de Matjaw-lo in de functie worden benoemd. De petitie is op 10 oktober tijdens een gran krutu te Pusugrunu aan de regering aangeboden. “Die mensen zijn niet bevoegd om namens de hele lo te praten, want ze zijn geen kapitein of basya van de lo. In de groep zit wel een kapitein, maar hij is een enkeling”, zegt Thema Aboikoni, hoofdkapitein van het Saramaccaanse dorp Dangogo, tegen de Ware Tijd.

Kapitein Ifna Vrede van Nieuw Ganzee is mede belast met het opstellen van de petitie. “We zijn nog bezig om de inhoud van de petitie te formuleren, want we moeten de zaak goed onderbouwen”, zegt ze. Zowel aan president Chandrikapersad Santokhi als vicepresident Ronnie Brunswijk willen de traditionele gezaghebbers dat schrijven overhandigen. Mogelijk zal ook een petitie aangeboden worden aan De Nationale Assemblee.

De groep die graag ziet dat Aboikoni wordt afgezet, blijkt volgens Vrede deel uit te maken van de stichting A Marron Kompas. “Want een vertegenwoordiger van de stichting had eerder gezegd in een programma op de televisie dat ze een petitie zouden overhandigen aan de regering te Pusugrunu en dat is werkelijk gebeurd”, zegt Vrede.

Hoofdkapitein Aboikoni zegt dat de traditionele gezagsdragers zondag te Brownsweg in Brokopondo hebben vergaderd over de kwestie. Daaruit is de inhoud van deze petitie voortgekomen. Granman Aboikoni was volgens hem niet in die krutu aanwezig. Ook niet alle kapiteins hebben kunnen meedoen aan de vergadering. “Het is een dure zaak om alle kapiteins en basya bij elkaar te brengen. Maar ook vanwege de coronasituatie mogen we niet met veel personen bijeen zijn”, legt de hoofdkapitein uit.

Volgens hem mag zelf een waardige vertegenwoordiger van de granman zulke verregaande uitspraken niet doen, doelende op de groep die te Pusugrunu aanwezig was. “Ook de president stuurt geen vertegenwoordiger om zwaarwichtige zaken mee te delen”, haalt hij een voorbeeld aan. Naar zijn zeggen kan de benoeming van granman niet worden ingetrokken. “We geloven dat je hierdoor het grootopperhoofd doodverklaart”, aldus Thema Aboikoni.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/10/23/traditioneel-gezag-saramaccaners-gaat-petitie-indienen/

 

OPEN BRIEF

Aan: Z.E. President Chandrikapersad Santokhi  en  Z.E. Vice President Ronnie Brunswijk

Wanica, 16 oktober 2020

Betreft: ondemocratische benoeming van Dhr. Dhr Kakai Glen tot hoofdkapitein Santigron

Zijne Excellenties,

Met grote verbijstering hebben wij van de dorpsgemeenschap Santigron via de media vernomen dat de Vice President van de republiek Suriname Z.E. Ronnie Brunswijk een nieuwe hoofdkapitein heeft aangewezen voor het dorp Santigron. Sterker nog, hij proclameerde dat deze hoofdkapitein zal ressorteren onder de Matawai Gaaman.

Wij vinden het besluit om de heer Kakai  Glen te benoemen tot hoofdkapitein Santigron ondemocratisch, riekt naar onbehoorlijk bestuur en protesteren met klem daartegen en wel om de volgende redenen

  1. Dit besluit kwalificeren wij als ondermijning van het Saamaka traditioneel gezag en miskenning van de jarenlange afspraken tussen de Saamaka en Matawai Gaaman. Ter informatie, het traditioneel gezag van Santigron ressorteert onder de Saamaka Gaaman. De Saamaka en Matawai Gaaman hebben een jarenlange samenwerkingsovereenkomst hoe kandidaten voor te dragen voor en te benoemen in traditionele bestuurlijke functies in het dorp Santigron. Het is de Saamaka Gaaman die bevoegd is om kapiteins en Basjas van Santigron voor te dragen en te benoemen. Dat Gaaman Lesly Valentijn van Matawai zich dit recht aanmeet, kwalificeren wij als disrespect naar de Saamaka Gaaman. Dit druist in tegen de afspraken die jarenlang gelden tussen deze twee stammen.
  • Dit besluit kwalificeren wij ook als onbehoorlijk bestuur omdat de huidige minister van Regionale Ontwikkeling en Sport Z.E. mevrouw Gracia Emanuels niet de juiste procedures heeft gevolgd alvorens te komen tot goedkeuring en ondertekening van de beschikking. Ter informatie, in 2019 heeft Z.E. Gaaman Valentijn om onbekende redenen en tegen de samenwerkingsovereenkomst en protocol Dhr. Kaikai Glen voorgedragen om hoofdkapitein van Santigron te worden. De toenmalige minister van Regionale Ontwikkeling dhr. Dikan Edgar heeft aan de traditionele gezagsdragers van Matawai die de voordracht van dhr Kakai Glen hebben gedaan, uitdrukkelijk gevraagd om af te stemmen met de Gaaman van de Saamaka en daarna schriftelijk het resultaat van die afstemming aan het ministerie te doen toekomen. De toenmalige minister heeft nimmer het resultaat ontvangen en heeft dan ook de beschikking niet getekend. Echter blijkt dat de huidige minister Regionale Ontwikkeling en Sport Z.E. mevrouw Gracia Emanuel deze controversiële beschikking wel heeft getekend zonder schriftelijk resultaat te ontvangen van de vereiste en gevraagde afstemming tussen de huidige Saamaka en Matawai Gaaman. Vermeldenswaardig is dat deze afstemming ook nooit heeft plaatsgevonden. 
  • De gemeenschap van Santigron heeft de juiste procedures gevolgd en heeft de heer. Kakai Glen reeds voorgedragen aan de Saamaka Gaaman Z.E. Albert Aboikini voor het benoemen tot kapitein van Santigron. We hebben van de Saamaka Gaaman bericht ontvangen dat de voordracht en de benoeming in behandeling is.
  • Het besluit om de heer Kakai Glen aan te wijzen als hoofdkapitein voor Santigron heeft nu al een polariserend effect in het dorp. De tweedeling is merkbaar en er wordt ook gevreesd dat deze handeling een deuk kan veroorzaken in de relatie tussen de Santigron en Matawai gemeenschap. Deze twee gemeenschappen hebben eeuwenlang vreedzaam samengeleefd en wij wensen dit te continueren.

Op grond van bovengenoemde redenen stellen wij dat de beschikking waarin het besluit is genomen om Dhr. Kakai Glen te benoemen tot hoofdkapitein onder de stam der Matuariers voor het dorp Santigron in het district Wanica geen rechtskracht heeft en dus ongeldig is. Als Vice president van Marron komaf hadden wij verwacht dat u bekend was met de democratische structuren en die weg dan ook zou bewandelen en respecteren. Wij verzoeken u dringend doch beleefd uw standpunten te herzien en het genomen besluit en beschikking ongeldig en nietig te verklaren.

Verder roepen wij de Matawai Gaaman en de regering op om ervoor te zorgen dat de gerezen spanning tussen Saamaka en de Matawai aan de Saramaccarivier wordt weggenomen door Gaama Albert Aboikoni de ruimte te bieden de kwestie op een Saamaka-manier op te lossen. Daartoe moet de regering een dialoog tussen beide Gaaman faciliteren, dus boven partijen staan ongeacht politieke kleur.

De dorpsgemeenschap van Santigron

Vicepresident dreigt met stappen tegen 'bedreiger'

Vicepresident Ronnie Brunswijk. Foto: CDS 

17/10/2020 05:54 – Ivan Cairo

PARAMARIBO – Vicepresident Ronnie Brunswijk heeft ene kapitein Mbè publiekelijk opgeroepen de boodschap die hij via WhatsApp heeft rondgestuurd en waarin hij mensen oproept Brunswijk iets aan te doen, in te trekken. Indien de man dat niet doet zal Brunswijk genoodzaakt zijn stappen tegen hem te ondernemen. Welke acties dat zijn, geeft de vicepresident niet prijs.

Mbè, kapitein bij de Saamaka-stam en voormalig lid van Jungle Commando, roept stamgenoten op om op spirituele wijze de ziel (akaa) van Brunswijk op te roepen en dood te schieten. De vicepresident wordt gezien als splijtzwam in het dispuut bij de Saamaka over de benoeming van Albert Abokoni als grootopperhoofd van deze stam. Een deel van de stam, onder wie zelf naaste familieleden van Aboikoni, zijn het niet eens met de benoeming en beëdiging door de vorige regering. Naar verluidt kan een persoon van wie de ziel door middel van spirituele handelingen is opgeroepen, hetzelfde lot ondergaan als wat tegen de ziel wordt gedaan.

In reactie op de oproep van Mbè, zegt Brunswijk in een spraakbericht dat de bedreiging niet alleen tegen hem als persoon is gericht, maar ook tegen de vicepresident van het land. “Ik adviseer hem een andere voice in te spreken en te corrigeren. Als hij niet corrigeert, zal ik andere stappen ondernemen”, zegt de vicepresident in het Aucaans. Daarna doet hij dezelfde oproep in het Saramaccaans. “Je kan niet oproepen om de vicepresident van het land iets aan te doen. Ik heb geen enkele bemoeienis in de kwestie van de Saamaka-granman. Dus ik doe een dringend beroep, opdat hij corrigeert wat hij heeft gezegd”, aldus Brunswijk.

In de oproep haalt kapitein Mbè ook fel uit naar stamgenoten die tegen de benoeming van Aboikoni als stamhoofd zijn. Tijdens de gran krutu vorig weekend in Pusugrunu, heeft de Matjaw-lo een petitie ten behoeve van de regering aangeboden, waarin bij de regering wordt aangedrongen de benoeming van Aboikoni als granman in te trekken en de volgens hun rechtmatig aangewezen Naze Amina in zijn plaats aan te stellen. Brunswijk en president Chandrikapersad Santokhi waren ook aanwezig tijdens de gran krutu.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/10/17/vicepresident-dreigt-met-stappen-tegen-bedreiger/

 

Aboikoni ontheffen als granman is 'doodvonnis'

13/10/2020 18:01 – Gilliamo Orban

De beëdiging van Albert Aboikoni (l) tot grootopperhoofd vorig jaar in het presidentieel paleis.De beëdiging van Albert Aboikoni (l) tot grootopperhoofd vorig jaar in het presidentieel paleis.De beëdiging van Albert Aboikoni (l) tot grootopperhoofd vorig jaar in het presidentieel paleis.De beëdiging van Albert Aboikoni (l) tot grootopperhoofd vorig jaar in het presidentieel paleis. Foto: dWT Archief  

PARAMARIBO – De groep van de Matjaw-lo van de stam der Saramaccaners, die Naze Amina als granman erkent, blijkt volgens cultureel antropoloog Salomon Emanuels de eeuwenoude traditie van busi nengre niet te kennen. De volgelingen van Amina hebben in een petitie geëist dat de benoemingsresolutie van Albert Aboikoni als grootopperhoofd van de Saramaccaners wordt ingetrokken. Vervolgens moet Amina beëdigd worden als opvolger van granman Belfon Aboikoni die op 24 juni 2014 is overleden. De petitie is tijdens de gran krutu zaterdag in Pusugrunu aan de regering aangeboden.

Emanuels benadrukt dat de benoeming van een granman niet ingetrokken mag worden, omdat het verregaande gevolgen zal hebben voor de stam. Een grootopperhoofd wordt voor het leven benoemd. “Hij wordt niet zomaar gebracht naar de fraga tiki, waar er plengoffers worden gepleegd waarbij de mensen overtuigd zijn dat zijn leven en werk wordt gelegd in handen van hun voorouders. Als je de benoeming terugdraait zal dat voor problemen zorgen en als gevolg hiervan geloven de mensen dat de granman dood zal gaan”, legt de cultureel antropoloog uit. Hij hoopt dat de regering haar vinger niet brandt aan de kwestie. “De koloniale machthebbers hebben ooit een granman van de stam der Saramaccaners ontheven en die is daarna dood gegaan.”

Het kan er bij Emanuels ook niet in dat de groep eist dat alle traditionele gezagsdragers die niet volgens de juiste procedure door Aboikoni zouden zijn benoemd, moeten worden ontheven. “Hetzelfde lot van de granman zullen die gezagdragers ondergaan.” Emanuels is begin 2019 door Aboikoni benoemd tot kapitein van Santigron. Hij is er niet mee eens dat de andere stammen de volgelingen van Naze Amina de gelegenheid hebben gegeven om Aboikoni te bespreken in een krutu, terwijl het grootopperhoofd niet aanwezig was. “Hij was niet uitgenodigd en kon zich dus niet verdedigen. Dit is openlijke ondermijning van het gezag van granman Aboikoni”, meent de cultureel antropoloog. Hij had verwacht dat de andere stamhoofden zich boven partijen zouden stellen.

John Lesina, hoofdkapitein van Drietabbetje en lid van het kabinet van de granman van de stam der Aucaners, zegt dat de Aucaners niet bemoeien in interne zaken van andere stammen. “De groep van Naze Amina wilde een petitie voorlezen en vervolgens overhandigen aan de regering. Dat zien we als hun democratisch recht. We luisteren, maar kiezen geen partij”, benadrukt Lesina. Granman Albert Aboikoni wil niet veel zeggen tegen de Ware Tijd. “Dat weet ik niet”, antwoordt hij op de vraag of zijn tegenstanders of volgelingen van Naze Amina een punt hebben over intrekking van zijn benoeming. De stam der Saramaccaners die bestaat uit twaalf lo zal zich wel buigen over de kwestie. “Ik heb geen idee of dit urgent is”, aldus het grootopperhoofd. Aboikoni is door toenmalig president Desi Bouterse benoemd tot granman.

http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2020/10/13/aboikoni-ontheffen-als-granman-is-doodvonnis/

 

Granman Aboikoni weet hoe ver hij mag gaan

Albert Aboikoni, granman der Saramaccaners. Foto: Suriname Herald

“Ik weet tot waar mijn jurisdictie gaat als granman en ik houd me daaraan,” zegt Albert Aboikoni, granman der Saramaccaners, in gesprek met Suriname Herald. Aan de stamleider is gevraagd hoe hij tegenover het verzoek van de Matjaw-lo staat om zijn granmanschap in te trekken.

“Alle regeringen in Suriname hebben, ongeacht de politieke partij waar ze deel van uitmaken, het land toch kunnen besturen. Suriname is een staat tussen al die andere landen in de wereld. Ook deze regering heeft een aantal deskundigen in huis en ik denk niet dat zij een ander besluit zullen nemen, dat niet op waarheid berust,” geeft Aboikoni aan.

Het afgelopen weekend, tijdens de viering van de Dag der Marrons op 10 oktober in het Matawaigebied te Poesoegroenoe, de residentie van granman Lesley Valentijn, heeft de Matjaw-lo een stam van de Saramaccaners een petitie ingediend. Middels deze petitie hebben zij aan de regering, via A Marron Kompas, aandacht gevraagd voor dit slepende vraagstuk. De Matjaw-lo is het niet mee eens dat Aboikoni, als stamleider aanblijft. Zij zien graag dat Naze Amina het roer overneemt.

“Ik weet dat ik de granman ben en de eerste die het instituut moet respecteren. Ik zal dat blijven doen,” aldus Aboikoni. De granman zegt verder dat hij ook geen uitnodiging heeft gekregen om deel te nemen aan de krutu, die zondag door het traditioneel gezag wordt gehouden aan de Brownsweg. Er zal tijdens deze bijeenkomst onder andere antwoord worden gegeven op het verzoek van de Matjaw-lo.

Simone Awanna

https://www.srherald.com/suriname/2020/10/15/granman-aboikoni-weet-hoe-ver-hij-mag-gaan/

Matjaw-lo eist intrekking resolutie Albert Aboikoni als granman der Saramaccaners

Granman Albert Aboikoni. Foto: NII

Vertegenwoordigers van de Matjaw-lo, de stam der Saramaccaners, die aanwezig waren op de onlangs gehouden krutu op Poesoegroenoe in het Matawaigebied, eisen intrekking van de resolutie van Albert Aboikoni. Dit hebben zij gedaan middels een petitie die, via A Marron Kompas, is overhandigd aan de regering. In de petitie wordt gevraagd om het granmanschap van Aboikoni te overwegen, omdat de benoeming niet volgens de Saramaccaanse traditie heeft plaatsgevonden.

“Wij verzoeken de regering de benoeming en de resolutie nietig te verklaren en in te trekken. Er is volgens de traditie bepaald, dat het waarachtige grootopperhoofd van de Saramaccaners, Naze Amina is en dat hij beëdigd en benoemd wordt tot de stamleider der Saramaccaners.”

Volgens Ernie Landveld, die ook deel uitmaakt van de groep en de petitie heeft voorgelezen, is de beëdiging van granman Aboikoni controversieel. De voordracht van de stamleider heeft niet op de juiste wijze plaatsgevonden. Volgens hem heeft hoofdkapitein Aboikoni de functie gehad door ondersteuning van de toenmalige regering.

“In 2018 heeft de regering-Bouterse, een grootopperhoofd der Saramaccaners beëdigd in Paramaribo. De Matjaw-lo bestaat uit vier zusters. Het granmanschap moet rouleren. De persoon die hoofdkapitein is van de Matjaw-lo en heeft gefunctioneerd als waarnemend granman bij het verscheiden van Songo Aboikoni, kan volgens de traditie niet meer benoemd worden in de functie van stamleider. Dit is verwerpelijk en onacceptabel voor de Matjaw-lo,” merkt Landveld op.

Hij vertelt verder dat Aboikoni en zijn overleden broer Belfon Aboikoni, het granmanschap hebben gecoupt en naar zich toegetrokken. Volgens Landveld is het ex-president, Desi Bouterse, die hem geholpen heeft om de functie over te nemen. De procedures met betrekking tot de benoeming van een stamhoofd hebben niet op de juiste manier plaatsgevonden. “Granmans worden niet op Asidonhopo benoemd. De rituelen rondom de benoeming en de plechtigheden vinden plaats op Dangogo,” vindt hij.

Een groot deel van de volgelingen is het niet mee eens en vraagt wederom de aandacht van de regering voor deze kwestie. Landveld zegt dat dit ook is opgenomen in het Drietabbetje Akkoord. Het traditioneel gezag van alle stammen heeft na gedegen onderzoek bepaald, dat Amina het waarachtige grootopperhoofd is van de Saramaccaners. Zij deden een beroep op de regering om te komen met een oplossing voor dit vraagstuk.

Zondag wordt er een krutu gehouden in Brownsweg over deze kwestie. De krutu zal geleid worden door het traditioneel gezag van dat gebied in aanwezigheid van de granman.

Simone Awanna

https://www.srherald.com/suriname/2020/10/14/matjaw-lo-eist-intrekking-resolutie-albert-aboikoni-als-granman-der-saramaccaners/

Binnenlandbewoners eisen uitvoering verklaringen

Publicatie datum: 11 okt 2020 | Bron: De Ware Tijd | Door: Redactie

PARAMARIBO – In de zaterdag aangenomen Pusugrunu Verklaring eisen binnenlandbewoners dat zaken die zijn vastgelegd in conclusies van hun gran krutu worden ingevoegd in het beleid van de regering. Hierdoor kan uitvoering worden gegeven aan de zaken die in de docukmenten zijn opgenomen. In deze gaat het om het Diitabiki Akkoord, de Langatabiki Verklaring en de zaterdag in het Matawai-gebied aangenomen Pusugrunu Verklaring.

Te Pusugrunu is vrijdag en zaterdag een tweedaagse gran krutu gehouden waarbij de regeringstop ook aanwezig was. Een van de belangrijke besluiten is dat de regering binnen korte termijn moet overgaan tot benoeming en beediging van de traditioneel correct ingewijde stamhoofd van de Kwinti en de grootopperhoofden bij de Paamaka en de Saamaka. Bij de Saamaka-stam speelt sinds het laatste kwartaal van 2018 de controversiele benoeming en beëdiging van Albert Aboikoni als stamhoofd door toenmalig president Desi Bouterse.

Dit wordt beschouwd als een politieke benoeming. Door een deel van de Saamaka-stam en de overige marronstammen en inheemsen is Naze Amina volgens de tradioneel juiste wijze aangewezen als opvolger van granman Belfon Aboikoni, nu wijlen. De Matjaw-lo heeft tijdens de krutu in Pusugrunu een petitie ingediend waarin geeist wordt dat de regering de benoeming van Albert Aboikoni ongedaan maakt.

De binnenlandbewoners eisen dat de regering de export van rondhout stopzet en met bepalingen komt dat de verwerking in Suriname dient te geschieden, wat tot werkgelegenheid zal leiden en meer inkomsten voor de staat. Voorts moet duidelijkheid gegeven worden over de concessies die binnen de leefgebieden van marrons en inheemsen zijn uitgegeven door de overheid. “Het traditioneel gezag eist een overzicht van alle uitgegeven concessies binnen haar woon- en leefgemeenschappen”.

Er vindt veel ongecontroleerde houtkap plaats waardoor het voor de binnenlandbewoners steeds moeilijker word geschikte bomen te vinden voor het bouwen van korjalen en huizen. Verder wordt geëist dat de wegen naar de woongebieden van de marron en inheemsen worden onderhouden. De wegen naar Wanhati, Ricanau-mofo, Moengo-Paamaka en Nickerie-Apoera zullen geasfalteerd moeten worden.

Voorts eiste het totaal traditioneel gezag van de binnenlandbewoners dat ze met respect behandeld en bejegend wordt door de regering. “In het verlengde hiervan eisen zij een betere vergoeding voor het werk dat ze uitvoeren als traditionele gezagsdragers”.   .https://surinamenieuwscentrale.com/content/binnenlandbewoners-eisen-uitvoering-verklaringen

Krutu Pusugrunu: Regering begaan met lot binnenlandbewoners

Publicatie datum: 11 okt 2020 | Bron: Starnieuws | Door: Redactie

President Chan Santokhi spreekt de krutu te Pusugrunu toe. Hij heeft de resultaten van de tweedaagse krutu zaterdag in ontvangst genomen. De Tribale en Inheemse vertegenwoordigers hebben tijdens de ‘Gaan kuutu’ te Matawai geconstateerd dat de regering door haar duidelijke sterke vertegenwoordiging begaan is met het lot van de bewoners van het binnenland.

Volgens de ‘Gaan Kuutu’ heeft de regering aangetoond dat zij een verandering wil van de huidige negatieve ontwikkeling in het binnenland, onder andere het vernietigen van het milieu door mijnbouwactiviteiten, de slechte studieresultaten, slechte medicamentenvoorziening en het ontbreken van adequate nutsvoorzieningen.  Tot deze conclusie is gekomen tijdens de krutu die vrijdag en zaterdag gehouden is te Pusugrunu. President Chan Santokhi heeft de resultaten van de krutu in ontvangst genomen zaterdag. De organisatie van de bijeenkomst lag bij de stichting A Marron Kompas i.o.

die geleid wordt door Leo Brunswijk. De regering is volgens het document dat is getekend door de organisaties duidelijk van plan om te zorgen voor de daadwerkelijke ontwikkeling van de Tribale en Inheemse gemeenschappen.  De Tribale en Inheemse vertegenwoordigers kijken uit naar de verbetering van de sociaaleconomische situatie in hun woon- en leefgemeenschappen, waardoor er uiteindelijk sprake kan zijn van duurzame strategische ontwikkeling. Op de krutu is besloten dat de regering de export van rondhout stopzet.

Geëist wordt dat het hout in Suriname wordt verwerkt. Dit zal leiden tot het scheppen van werkgelegenheid en inkomstenverhoging voor de Staat. Van de regering wordt ook hoge prioriteit verwacht aan het onderhouden en rehabiliteren van wegen naar de gemeenschappen, waaronder het asfalteren van de weg van Moengo naar Paamaka en Nickerie naar Apoera.

https://surinamenieuwscentrale.com/content/krutu-pusugrunu-regering-begaan-met-lot-binnenlandbewoners

Presidentiële delegatie brengt weekend door te Pusugrunu

Publicatie datum: 11 okt 2020 | Bron: Waterkant | Door: Redactie

Een regeringsdelegatie onder leiding van president Chandrikapersad Santokhi is warm onthaald in het dorp Pusugrunu. Naast de president maken vicepresident Ronnie Brunswijk, DNA-voorzitter Marinus Bee en enkele ministers deel uit van de delegatie die een bezoek aflegt aan het Matawai-gebied. Het district Sipaliwini is het zesde district, waaraan de regering een districtenbezoek aflegt.

De president en zijn team werden ontvangen door districtscommissaris Walter Bonjaski van het ressort Boven Coppename, vertegenwoordigers en burgers van het gebied. Bij de ontvangst, op 9 oktober, heeft de delegatie kennis gemaakt met het traditioneel gezag, onder leiding van granman Lesley Valentijn.

De president heeft in zijn toespraak de nadruk onder andere gelegd op het herstellen van Suriname, samenwerking, duurzame ontwikkeling en de eenheidsgedachte die de regering nastreeft. Ook is het staatshoofd ingegaan op maatregelen die noodzakelijkerwijs getroffen dienen te worden om de economie weer sterk te maken.

Het bezoek is ook afgelegd in het kader van de herdenking van Dag der Marrons op zaterdag 10 oktober. De regeringsdelegatie zal op 10 oktober een gran krutu met de traditionele gezagdragers bijwonen in het gebied. Ook staan er op die dag activiteiten ter herdenking van Dag der Marrons in de planning.

https://surinamenieuwscentrale.com/content/presidenti%C3%ABle-delegatie-brengt-weekend-door-te-pusugrunu

President: “Eenheidsgedachte belangrijk voor duurzame ontwikkeling”

Publicatie datum: 11 okt 2020 | Bron: Suriname Herald | Door: Redactie

President Santokhi zegt dat de marrongemeenschap ook een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling in Suriname. Dit heeft het staatshoofd kenbaar gemaakt tijdens de herdenking van Dag der Marrons te Pusugrunu.

De president heeft de aanwezigen voorgehouden dat hij bij de vorming van de huidige regering vanuit zijn politieke organisatie de instructies heeft gegeven dat personen uit de marrongemeenschap de functie van vicepresident en DNA-voorzitter moeten bekleden. Het staatshoofd heeft aangegeven dat in een andere regeringscombinatie het de ABOP verboden werd om een marron als vicepresident voor te dragen.

De president heeft de aanwezigen voorgehouden dat de beste oplossing voor elk conflict door middel van dialoog wordt bereikt. Tot slot heeft het staatshoofd de aanwezigen voorgehouden dat het beter zal gaan met Suriname..

https://surinamenieuwscentrale.com/content/president-%E2%80%9Ceenheidsgedachte-belangrijk-voor-duurzame-ontwikkeling%E2%80%9D

Binnenland ingenomen met presidentiële delegatie te Pusugrunu

Publicatie datum: 10 okt 2020 | Bron: Starnieuws | Door: Redactie

10 Oct, 00:00 President Chan Santokhi wordt verwelkomd te Pusugrunu vrijdag. De presidentiele delegatie overnacht ter plekke. De gezagsdragers uit het binnenland en de Matawai-gemeenschap zijn ingenomen met de presidentiele delegatie die dit weekend te Pusugrunu doorbrengt.

De granmans, kapiteins en basja’s van de Marron en Inheemse stammen zijn in een gran krutu bijeen, die gehouden wordt door A Marron Kompas, onder leiding van Leo Brunswijk. Er zijn eerder soortgelijke krutu’s gehouden door deze organisatie (voorheen Commissie 10 oktober 2018). De organisator denkt dat nu daadwerkelijk spijkers met koppen zullen worden geslagen door de regering.  President Chan Santokhi, vicepresident Ronnie Brunswijk en zestal ministers zijn hartelijk verwelkomd op Pusugrunu.

De president heeft in zijn inleiding aangegeven dat hij oor heeft voor de problemen van het binnenland. Hij kijkt uit naar de uitkomst van de krutu. Soulamy Laurens, fungerend directeur van Bureau Eenheid van het Kabinet van de President, zegt in gesprek met Starnieuws dat het resultaat van de krutu, zaterdag – de Dag van de Marrons – gepresenteerd zal worden aan de regering.

Hoewel de regeringsdelegatie ter plekke is, worden de besluiten door de stammen genomen.   President Chan Santokhi en vicepresident Ronnie Brunswijk krijgen applaus. Links dc Walter Bojanski.  Op de gran krutu zullen diverse onderwerpen waarmee het binnenland te maken heeft aan de orde worden gesteld. Ook zullen oplossingsmodellen worden aangedragen.

Brunswijk heeft aangekaart dat de ‘Marrondag’ niet zal worden gebruikt om te feesten, maar om stil te staan bij de knelpunten die nu eindelijk moet worden aangepakt. Daarom is er voor gekozen om de krutu te ondersteunen.  De ministers van Regionale Ontwikkeling & Sport (Gracia Emanuel), Natuurlijke Hulpbronnen, Justitie & Politie, Defensie, Arbeid, Werkgelegenheid & Jeugdzaken, Landbouw, Veeteelt & Visserij en Binnenlandse Zaken zijn aanwezig op Pokigron. De regeringsdelegatie blijft overnachten.

Indien er technische vragen zijn tijdens de krutu, kunnen de mensen gelijk terecht bij ministers om deze te bespreken. Laurens merkt op dat voor de Matawai-gemeenschap deze bijeenkomst historisch is. De stam voelt zich bijzonder vereerd door de hoge gasten en de keuze voor het houden van de gran krutu in Pusugrunu.

Minister Gracia Emanuël is afkomstig uit dit gebied. Zij werd enthousiast verwelkomd door de bevolking. 

https://surinamenieuwscentrale.com/content/binnenland-ingenomen-met-presidenti%C3%ABle-delegatie-te-pusugrunu

Protestmanifestatie tegen recente uitgifte Moengo Stafdorp en omliggende percelen

Publicatie datum: 20 sep 2020 | Bron: CFG Nieuws | Door: Redactie

De petitie betrof het tussen 13 en 15 juli 2020 uitgeven van het Moengo Stafdorp en omliggende percelen aan 28 particulieren door de toen zittende regering Bouterse/Adhin.

De Belangengroep Behoud Moengo Stafdorp voor Moengo maakt ernstig bezwaar tegen deze uitgiften. Naast het uitgeven van gebouwen zijn ook terreinen rondom en in het Stafdorp uitgegeven inclusief het voormalig Suralco ziekenhuis.

Het is tevens vernietiging van cultureel erfgoed waarmee de bezienswaardigheden van Moengo ook voor toeristen geheel verloren gaan. Vanaf 2010 hebben verschillende organisaties werkzaam in Moengo en omgeving een groot aantal activiteiten ontplooid om de droom van vele Moengonezen te verwezenlijken: Marowijne te maken tot Kunstdistrict van Suriname én te kunnen leven van kunst en cultuur.

Het is door particulier initiatief gelukt om regionaal en internationaal fondsen aan te trekken om de vele activiteiten te organiseren. Dat dit nu in 28 pennenstreken teniet wordt gedaan is een grote klap in het gezicht van de bevolking van Moengo.

Het commissariaat kan het verhuren aan verschillende organisaties die een bijdrage kunnen en willen leveren om datgene dat in Moengo de afgelopen 10 jaar is gerealiseerd, verder uit te bouwen én zo van Marowijne een belangrijke toeristische bestemming te maken. Dat heeft voor de lokale bevolking een zeer grote meerwaarde, zoals in de afgelopen jaren reeds is bewezen.

Zeker omdat duidelijk is dat het uitgeven niet volgens de geldende regels is verlopen. Twee weken geleden zijn ook brieven omtrent deze ernstige kwestie afgegeven bij de Kabinetten van de President en van de Vicepresident, aan de voorzitter van de DNA en aan de minister van Grondbeleid en Bosbeheer.

https://surinamenieuwscentrale.com/content/protestmanifestatie-tegen-recente-uitgifte-moengo-stafdorp-en-omliggende-percelen

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *