VENEZUELA LEGT JOURNALISTIEK MANCO BLOOT WE HEBBEN CARIBISCH-NEDERLANDSE JOURNALISTIEK NODIG. DE VRIJE PERS IN SURINAME IN VERGELIJKBARE SITUATIE
Naast NOS-correspondent Dick Drayer zijn er echter geen vaste correspondenten en dus sturen verschillende media nu verslaggevers naar de eilanden. En dat is belangrijk, want de gebeurtenissen zijn zorgwekkend en hebben concrete effecten voor de inwoners van ons Koninkrijk. De instroom van Europees-Nederlandse journalisten legt echter wel een journalistiek manco bloot. In veel van de berichtgeving ontbreken lokale bronnen en expertise. De lokale stemmen die we horen zijn vaak vooral vox pops, ‘bezorgde burgers’ die toevallig op een strand lopen of in hun tuin zitten. Maar waar blijven de experts van Caribische komaf? De Europees-Nederlandse journalisten spreken bovendien meestal geen Papiaments, wat wel de voornaamste taal op Aruba, Bonaire en Curaçao is, en werken vaak zonder tolk, ‘want iedereen spreekt Nederlands’. Dit leidt tot een verschraling van de inbreng van lokale stemmen, die noodgedwongen op grote gebeurtenissen reflecteren in hun tweede (of derde) taal. Tot slot wordt er zelden samengewerkt door Europees-Nederlandse en Caribische journalisten.


