In zijn vlotte reactie is het opmerkelijk hoe gemakkelijk de heer Abdoel wederom met grootse woorden strooit, maar hoe moeilijk het hem valt om feiten te leveren. Corruptie hier, wanbeleid daar, maar telkens zonder ook maar één concreet voorbeeld. Waar zijn de dossiers? Waar zijn de stukken? Waar zijn de bewijzen? Tot nu toe blijft het bij kreten die misschien politiek bruikbaar zijn, maar juridisch en feitelijk niets voorstellen. Zolang er geen concrete gevallen zijn benoemd, geen onderzoek is afgerond en geen uitspraak van het OM voorligt, blijven dit loze beweringen. Mooie woorden, veel lawaai, maar geen fundament. En precies dát maakt deze verontwaardiging zo hol. Want wie werkelijk de waarheid wil dienen, wie werkelijk corruptie wil bestrijden, die komt met feiten, stukken en onderzoeken, niet met losse insinuaties en verdachtmakingen.
Het is misschien verleidelijk om via grote woorden de aandacht te trekken en de publieke opinie te bespelen, maar dat maakt de beschuldigingen niet sterker. Sterker nog: zolang men weigert te onderbouwen en de bevoegde instanties niet hebben gesproken, kan dit alles niet anders worden gezien dan politiek gemanoeuvreer. En dat, geachte heer Abdoel, is pas echt selectief geheugen en politieke zelfredzaamheid.
Wie zonder bewijs blijft beschuldigen, bedrijft geen waarheidsvinding maar karaktermoord. Het is precies het rookgordijn waarvan Abdoel anderen beticht. Ironisch genoeg is hij zelf de grootste leverancier van datzelfde rookgordijn.